C3_05_2_GCV-FRA.qxd 11/07/05 15:52 Page 1 CITROËN C3 INSTRUCTIEBOEKJE C3 - 2005-1 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_TCV-NEL.
C3_05_2_GCV-FRA.qxd 11/07/05 15:52 Page 2 CITROËN prefereert Een samenwerking die staat voor innovatie CITROËN en TOTAL, al 35 jaar partners, ontwikkelen in nauwe samenwerking motoren en smeermiddelen met de meest geavanceerde technieken. Specifieke motorolie De onderzoeksteams van CITROËN en TOTAL werken samen om u de beste technologische combinatie te kunnen bieden op het gebied van motoren en smeermiddelen.
C3_05_2_GCV-FRA.qxd 11/07/05 15:52 Page 3 Dit instructieboekje gaat over zowel de standaard als de extra uitrustingen met de corresponderende oorspronkelijke technische gegevens. Het uitrustingsniveau van uw auto hangt af van de uitvoering, de gekozen extra’s en het verkoopland van uw auto. Bepaalde in dit instructieboekje genoemde uitrustingen kunnen pas in de loop van het jaar beschikbaar zijn. Aansprakelijkheid voor de gegeven beschrijvingen en illustraties wordt niet aanvaard.
C3_05_2_GCV-FRA.qxd 11/07/05 15:52 Page 4 A31-NL-1005/2 Edition 11/2005 C3 - 2005-1 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_TCV-NEL.
C3_05_2_G001-FRA.qxd 28/07/05 13:53 Page 1 1 Bedankt voor uw keuze en gefeliciteerd. Lees dit boekje goed door voordat u gaat rijden. Het bevat alle informatie over het besturen van deze auto en over de uitrusting, evenals belangrijke aanbevelingen. Verder vindt u in dit boekje gebruiksvoorzorgen, informatie over het reguliere onderhoud en tips voor het onderhouden van uw auto, teneinde de veiligheid en betrouwbaarheid van uw nieuwe CITROËN te behouden.
C3_05_2_G001-FRA.qxd 28/07/05 13:53 Page 2 2 INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk I BEKNOPTE GEBRUIKSAANWIJZING Bestuurdersplaats, overzicht ............................... 6-7 Dashboard .............................................................. 8-9 Controlelampjes ................................................ 10-11 Ruitenwisser ....................................................... 12-13 Signalering .................................................... 14 ➟ 16 Instellingen bestuurdersplaats .................
C3_05_2_G001-FRA.qxd 28/07/05 13:53 Page 3 3 INHOUDSOPGAVE II Hoofdstuk II RIJDEN Afstandsbediening ............................................ 31-32 Sleutels ..................................................................... 33 CODE-kaart .............................................................. 34 Anti-inbraakalarm .............................................. 35-36 Stuurslot - contact - startmotor ........................... 37 Starten ......................................................
C3_05_2_G001-FRA.qxd 28/07/05 13:53 Page 4 4 INHOUDSOPGAVE III Hoofdstuk III COMFORT IN UW AUTO III Openen en sluiten - Automatische vergrendeling tijdens het rijden ............... 73 ➟ 75 Ventilatie - Verwarming ................................... 76-77 Handbediende airconditioning ............................. 78 Automatische airconditioning ................... 79 ➟ 81 Achterbank met drie zitplaatsen ......................... 82 Airbag ...............................................................
C3_05_2_G001-FRA.qxd 28/07/05 13:53 Page 5 5 INHOUDSOPGAVE V Hoofdstuk V PRAKTISCHE WENKEN Brandstof tanken .................................................. Vervangen van de lampen .................. 114 ➟ Veiligheidsadviezen ............................................. Allesdragers .......................................................... Verwisselen van een wiel .................... 121 ➟ Slepen - takelen ...................................................
C3_05_2_G001-FRA.qxd 28/07/05 13:53 Page 6 BEKNOPTE GEBRUI KSAANWI JZI NG I 6 Bestuurdersplaats, 1 2 3 4 34 33 32 31 30 29 5 8 9 10 11 overzicht 6 7 12 13 28 27 20 26 21 25 22 24 23 19 18 C3 - 2005-2 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_T001-NEL.
C3_05_2_G001-FRA.qxd 28/07/05 13:53 Page 7 1 Ontwaseming zijruiten. 2 Bedieningsorganen: • Verlichting. • Richtingaanwijzers. • Mistlampen. • Mistachterlichten. 7 overzicht 11 Alarmverlichting. 22 Versnellingspook. 12 Centrale ventilatieroosters. 23 Elektrische ruitbediening achter. 13 Luidspreker (Tweeter). 24 Uitneembare asbak. Bediening versnellingsbak op stuurkolom (SensoDrive versnellingsbak). 14 Rechter zijventilatierooster. 25 Handrem. 4 Claxon. 15 26 Sigarenaansteker.
C3_05_2_G001-FRA.qxd 28/07/05 13:53 Page 8 8 BEKNOPTE GEBRUI KSAANWI JZI NG I Dashboard Uitvoeringen benzine B C en Sport D E A F J I H G D 42 Uitvoering Sport C3 - 2005-2 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_T001-NEL.
C3_05_2_G001-FRA.qxd 28/07/05 13:53 Page 9 B C 9 D E A F J A - Bediening: - Sterkte van de dashboardverlichting. - Rijden in het donker (black panel). B - Brandstofmeter. C - Toerenteller. (Voor de inrijperiode: zie instructies onder "Inrijden"). D - Rood gebied van de toerenteller, om u te waarschuwen dat u in een hogere versnelling moet schakelen. Uitvoering Sport: het lampje is eerst oranje, vervolgens wordt het rood. H I E - Display Sensodrive lingsbak. versnel- G H - Weergave signaleringen.
C3_05_2_G001-FRA.qxd 28/07/05 13:53 Page 10 I 10 Controlelampjes BEKNOPTE GEBRUI KSAANWI JZI NG Het branden van controlelampjes kan gepaard gaan met een melding of een geluidssignaal Motoroliedruk Dit licht enkele seconden op bij elke keer dat u het contact aanzet. Het branden van dit lampje bij draaiende motor duidt op een te laag olieniveau. U bent verplicht te stoppen. Raadpleeg een CITROËN erkend bedrijf.
C3_05_2_G001-FRA.qxd 28/07/05 13:53 Page 11 ESP/ASR In werking Dit licht enkele seconden op bij elke keer dat u het contact aanzet. Dit lampje knippert als het ESP of ABS in werking treedt. Bij een storing Als dit lampje tijdens het rijden gaat branden, gaat dit vergezeld van een geluidssignaal en een melding op het display dat aangeeft dat er sprake is van een storing in het systeem. Raadpleeg een CITROËN erkend bedrijf. Functie uitgeschakeld Het lampje brandt permanent.
C3_05_2_G001-FRA.qxd 28/07/05 13:53 Page 12 BEKNOPTE GEBRUI KSAANWI JZI NG I 12 Ruitenwisser Stand I : De wissnelheid wordt automatisch afgestemd op de snelheid van de auto. N.b.: Bij stilstaande auto wordt in de stand 1 of 2 de wissnelheid automatische trager. In verband met de veiligheid wordt het wissen bij afzetten van het contact automatisch uitgeschakeld. Na aanzetten van het contact schakelt u de functie als volgt in: - Zet de hendel weer in stand 0. - Of kies een andere stand.
C3_05_2_G001-FRA.qxd 28/07/05 13:53 Page 13 B A A - Ruitensproeier voor Trek voor het aanzetten van de ruitensproeier de ruitenwisserhendel naar u toe. Wanneer u de ruitensproeier gebruikt, wissen de ruitenwissers en voorzover de koplampen branden de koplampwissers een aantal slagen. B - Achterruitenwisser Stand 1 Uit. Stand 2 Interval-wissen. Stand 3 Sproeien van de achterruit gevolgd door een aantal wisslagen.
C3_05_2_G001-FRA.qxd 28/07/05 13:53 Page 14 BEKNOPTE GEBRUI KSAANWI JZI NG I 14 Signalering Geluidssignaal niet-gedoofde verlichting Dit signaal is te horen wanneer u het bestuurdersportier opent bij afgezet contact, om aan te geven dat de verlichting nog brandt. Het signaal stopt bij het sluiten van een portier, bij het doven van de verlichting of bij aanzetten van het contact. Het signaal is niet actief bij gebruik van de automatische verlichting of de "follow-me-home verlichting".
C3_05_2_G001-FRA.qxd 28/07/05 13:53 Page 15 Bediening van de verlichting A Alle lichten gedoofd Draai ring A van u af. Stadlichten aan Het instrumentenpaneel is verlicht. Draai ring A van u af. Dimlichten/grootlicht Overschakelen van dim- naar grootlicht en omgekeerd Trek de hendel door de weerstand heen naar u toe om over te schakelen van dim- naar grootlicht en omgekeerd.
C3_05_2_G001-FRA.qxd 28/07/05 13:53 Page 16 BEKNOPTE GEBRUI KSAANWI JZI NG I 16 Signalering MISTLAMPEN voor en MISTACHTERLICHTEN (Ring C) Schakel het dim-/grootlicht in. Draai ring C van u af. B Mistlichten vóór aan MISTACHTERLICHTEN (Ring B) Schakel het dim-/grootlicht in. C Draai ring C van u af. Mistlichten vóór en achter aan Draai ring B van u af. Mistachterlichten aan Het controlelampje brandt. De mistlampen werken in combinatie met de dimverlichting of het grootlicht.
C3_05_2_G017-FRA.qxd 29/07/05 10:02 Page 17 Verstellen van het stuur Het stuur is verstelbaar in hoogte en diepte. Zet, terwijl de auto stilstaat, eerst uw stoel in de juiste stand en verstel vervolgens het stuur. Zie "Juiste rijhouding". Ontgrendel het stuur door de hendel naar u toe te trekken. Stel de hoogte van het stuur in en vergrendel het stuur door de hendel van u af te duwen. Zorg ervoor dat u te allen tijde een goed overzicht heeft over de instrumenten en controlelampjes.
C3_05_2_G017-FRA.qxd 29/07/05 10:02 Page 18 BEKNOPTE GEBRUI KSAANWI JZI NG I 18 VOORSTOELEN 1 5 2 4 3 C3 - 2005-2 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_T017-NEL.
C3_05_2_G017-FRA.qxd 29/07/05 10:02 Page 19 Met de hand te bedienen functies Hoofdsteun Monteer de hoofdsteunen door deze in de geleider te schuiven. Druk tegen de nok om ze te laten zakken. De hoofdsteun is correct ingesteld als de bovenkant van de steun en de bovenkant van het hoofd zich op gelijke hoogte bevinden. De hoofdsteunen zijn kantelbaar. Om de hoofdsteun te verwijderen, zet u deze eerst in de hoogste stand en duwt u met een muntstuk het lipje omhoog.
C3_05_2_G017-FRA.qxd 29/07/05 10:02 Page 20 BEKNOPTE GEBRUI KSAANWI JZI NG I 20 SPIEGELS 2 1 3 Binnenspiegel Met de pal aan de onderzijde van de spiegel kunt u een van de volgende twee instellingen kiezen: Dagstand: het palletje is niet zichtbaar. Nachtstand (tegen verblinding): het palletje is zichtbaar. Elektrisch bediende spiegels Deze auto is voorzien van elektrisch bediende buitenspiegels.
C3_05_2_G017-FRA.qxd 29/07/05 10:02 Page 21 van de ruiten 21 Antiklemvoorziening op de ruit aan bestuurderszijde Een antiklemvoorziening stopt het sluiten van de ruit. Zodra de ruit gehinderd wordt door enig obstakel, gaat deze weer open. Wanneer de accu losgekoppeld is geweest of in geval van een storing, moet de antiklemvoorziening opnieuw worden geïnitialisserd: - Druk op de toets om de ruit volledig te openen en sluit vervolgens de ruit. De ruit sluit slechts enkele centimeters.
C3_05_2_G017-FRA.qxd 29/07/05 10:02 Page 22 BEKNOPTE GEBRUI KSAANWI JZI NG I 22 Snelheidsregelaar Deze voorziening stelt u in staat om constant met een door u ingestelde snelheid te rijden, zonder intrappen van het gaspedaal. U kunt deze voorziening gebruiken vanaf een minimumsnelheid van circa 40 km per uur en uitsluitend in de twee hoogste versnellingen. De bediening A van de snelheidsregelaar bevindt zich onder de bedieningsorganen van de verlichting en de signalering.
C3_05_2_G017-FRA.qxd 29/07/05 10:02 Page 23 Tijdelijke overschrijding van de ingestelde kruissnelheid Terwijl de snelheidsregelaar actief is, is het op ieder moment mogelijk om door intrappen van het gaspedaal de ingestelde snelheid te overschrijden (bijvoorbeeld om een andere auto in te halen). De snelheid die wordt weergegeven op het display gaat vervolgens knipperen. Laat het gaspedaal vervolgens los om terug te keren naar de ingestelde snelheid.
C3_05_2_G017-FRA.qxd 29/07/05 10:02 Page 24 BEKNOPTE GEBRUI KSAANWI JZI NG I 24 Snelheidsbegrenzer Dit systeem biedt de mogelijkheid om een maximumsnelheid in te stellen. Deze moet meer dan 30 km/uur zijn. De bediening A van de snelheidsbegrenzer bevindt zich onder de lichtschakelaar. Opmerking: de informatie van de snelheidsbegrenzer wordt op het instrumentenpaneel B aangegeven.
C3_05_2_G017-FRA.qxd 29/07/05 10:02 Page 25 25 Uitschakelen van de snelheidsbegrenzer Druk op de toets 3 op het uiteinde van de bediening A. De aanduiding "OFF" verschijnt op het instrumentenpaneel. De ingestelde snelheid blijft in het geheugen en wordt nog steeds op het display aangegeven. Tijdelijke overschrijding van de maximumsnelheid Het is op elk moment mogelijk de ingestelde maximumsnelheid te overschrijden, door het gaspedaal volledig in te trappen.
C3_05_2_G017-FRA.
C3_05_2_G017-FRA.qxd 29/07/05 10:03 Page 27 27 Voor een juist gebruik van de klimaatregeling, adviseren wij u onderstaand schema aan te houden. Gewenste instelling... Bediening 1 Koud Bediening 4 Bediening 3 Bediening 5 Eerst maximaal koud en dan naar wens instellen Eerst maximaal en dan naar wens instellen ON Bediening 2 In het begin Warm Eerst maximaal warm en dan naar wens instellen Eerst maximaal en dan naar wens instellen In het begin Ontwaseming Ontdooiing Maximaal warm Max.
C3_05_2_G017-FRA.qxd 29/07/05 10:03 Page 28 28 BEKNOPTE GEBRUI KSAANWI JZI NG I Automatische airconditioning Bedieningspaneel 2 9 8 6 5 1 7 3 De automatische airconditioning (druk op de toets "AUTO") zorgt voor een aangenaam klimaat in het interieur onder alle omstandigheden. Als de airconditioning niet werkt, kan de temperatuur in het interieur niet lager worden dan de temperatuur van de buitenlucht.
C3_05_2_G017-FRA.qxd 29/07/05 10:03 Page 29 1 2 Display A Klokje Om de tijd in te stellen, drukt u op de bediening 1 voor het instellen van de uren en op de bediening 2 voor het instellen van de minuten. Monochroom Navidrive display Display C Kleurendisplay NaviDrive C3 - 2005-2 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_T017-NEL.
C3_05_2_G017-FRA.qxd 29/07/05 10:03 Page 30 30 BEKNOPTE GEBRUI KSAANWI JZI NG I C3 - 2005-2 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_T017-NEL.
C3_05_2_G017-FRA.qxd 29/07/05 10:03 Page 31 Afstandsbediening II 31 Centraal ontgrendelen Wanneer u kort op de bediening B drukt, wordt de auto ontgrendeld. Ter bevestiging knipperen de richtingaanwijzers snel en brandt de binnenverlichting (tenzij deze is uitgeschakeld). Deze handeling kan het uitklappen van de buitenspiegels tot gevolg hebben. A B N.b.
C3_05_2_G017-FRA.qxd 29/07/05 10:03 Page 32 II 32 Afstandsbediening Batterij hoogfrequente afstandsbediening leeg Deze informatie verschijnt als een melding op het multifunctioneel display, terwijl er een geluidssignaal klinkt en het SERVICE-lampje brandt. C A Lokaliseren geparkeerde auto Om uw auto op een parkeerplaats terug te kunnen vinden, drukt u op de toets A; gedurende enkele seconden gaat dan de plafondverlichting branden en knipperen de richtingaanwijzers. De auto blijft vergrendeld.
C3_05_2_G033-FRA.qxd 27/07/05 10:57 Page 33 Sleutels II Transpondersleutel Met de sleutel kunt u de centrale vergrendeling van de auto bedienen en de motor starten. Let op: wanneer het portier aan bestuurderszijde is geopend en de sleutel nog in het contact steekt, is, in verband met de veiligheid, bij afgezet contact een geluidssignaal te horen. Met de sleutel kan de passagiersairbag worden uitgeschakeld (zie "Airbag").
C3_05_2_G033-FRA.qxd 27/07/05 10:57 Page 34 II 34 CODE-kaart Als de auto van eigenaar wisselt, moet de codekaart aan de nieuwe eigenaar worden gegeven. Bewaar het kaartje op een veilige plaats. Laat het kaartje nooit in de auto liggen. Bij de auto is een vertrouwelijke kaart geleverd. Deze kaart heeft een verborgen toegangscode waarmee een CITROËN erkend bedrijf onderhoud kan verrichten aan de elektronische startbeveiliging.
C3_05_2_G033-FRA.qxd 27/07/05 10:57 Page 35 Anti-inbraakalarm II 35 Uitschakelen van het alarm met de afstandsbediening Het alarm wordt automatisch uitgeschakeld bij het ontgrendelen van de auto (druk op de toets B van de afstandsbediening). 1 A B Uw auto is mogelijk voorzien van een ANTI-INBRAAKALARM. Dit garandeert: • Een inbraakbeveiliging via schakelaars op de opengaande delen (portieren, achterklep, motorkap) en op de elektrische voeding.
C3_05_2_G033-FRA.qxd 27/07/05 10:57 Page 36 II 36 Anti-inbraakalarm Werking van het alarm Check eerst of alle portieren, de achterklep en het schuifdak correct gesloten zijn. U schakelt de alarminstallatie in door de toets A van de afstandsbediening in te drukken. De inbraakbeveiliging wordt 5 seconden na het inschakelen van de alarminstallatie actief, de interieurbeveiliging na 45 seconden.
C3_05_2_G033-FRA.qxd 27/07/05 10:57 Page 37 II STUURSLOT - CONTACT STARTMOTOR Afhankelijk van de uitvoering van uw auto, worden de volgende lampjes getest: - Kort: - 37 D: Starten Laat de sleutel los zodra de motor aanslaat. Draai de sleutel nooit in deze stand als de motor al draait. Voor starten en afzetten van de motor, Zie "Starten".
C3_05_2_G033-FRA.qxd 27/07/05 10:57 Page 38 II 38 STARTEN Handgeschakelde versnellingsbak - Alvorens u de motor start, dient u zich ervan te vergewissen dat de versnellingshendel in de vrijstand staat - Kom niet aan het gaspedaal. - Voor dieselmotoren: draai de sleutel in de contactstand. Indien het voorgloeilampje brandt, wacht dan tot dit gedoofd is. - Stel de startmotor in werking door de sleutel om te draaien (niet langer dan tien seconden).
C3_05_2_G033-FRA.qxd 27/07/05 10:57 Page 39 II Stop & Start 39 Uw auto kan voorzien zijn van de functie "Stop & Start", dat gekoppeld is aan de Sensodrive versnellingsbak. Dit systeem schakelt de motor in de sluimerstand, wanneer de auto stilstaat (stoplicht, stopstreep, file…). In deze toestand is het brandstofverbruik evenals de uitstoot van milieuvervuilende gassen nihil en is de motor volledig geluidsloos. De motor start onmiddellijk wanneer u wegrijdt.
C3_05_2_G033-FRA.qxd 27/07/05 10:57 Page 40 II 40 Stop & Start In de volgende gevallen wordt de motor niet in de sluimerstand geschakeld: Voordat de motor in de sluimerstand wordt gezet, controleert het systeem automatisch en direct of aan bepaalde voorwaarden, die te maken hebben met de veiligheid, het thermisch comfort en de bescherming van de motor, is voldaan.
C3_05_2_G033-FRA.qxd 27/07/05 10:57 Page 41 Stop II A & Start 41 Uitschakelen van de functie "Stop & Start": U kunt, wanneer u wilt, de functie "Stop & Start" direct uitschakelen door op de toets "ECO OFF" links op het centrale dashboardgedeelte te drukken. Het lampje in de toets licht op en uw auto functioneert dan weer als een normale auto. U kunt het systeem weer inschakelen door opnieuw op de toets "ECO OFF" te drukken: het lampje van de toets wordt dan gedoofd.
C3_05_2_G033-FRA.qxd 27/07/05 10:57 Page 42 II 42 Dashboard B Indicator motorolieniveau Wanneer het contact wordt aanzet, wordt de onderhoudsintervalindicator enkele seconden verlicht. Vervolgens wordt gedurende enkele seconden het motorolieniveau aangegeven. (Zie "Onderhoudsintervalindicator"). Zowel te veel als te weinig olie kan de motor ernstige schade toebrengen. De weergave "OIL OK" duidt op een normale werking.
C3_05_2_G033-FRA.qxd 27/07/05 10:57 Page 43 II Onderhoudsintervalindicator 43 Deze meter informeert u wanneer de volgende voorgeschreven onderhoudsbeurt dient plaats te vinden. De informatie wordt bepaald op basis van de volgende twee factoren: het aantal afgelegde kilometers en de verstreken tijd sinds de laatste onderhoudsbeurt. Werking: Bij het aanzetten van het contact wordt op het display het aantal kilometers getoond dat nog verreden kan worden tot de volgende onderhoudsbeurt.
C3_05_2_G033-FRA.qxd 27/07/05 10:57 Page 44 II 44 A Dashboardverlichting Black panel B C Sterkte van de dashboardverlichting Wanneer de koplampen zijn ingeschakeld, brandt ook de dashboardverlichting: - Instrumentenpaneel: toerenteller, display en brandstofniveaustreepjes. - Centrale display. - Aircodisplay. Voor het selecteren van de weergavemodus en de sterkte van de verlichting drukt u op de toets A van de dashboardverlichting.
C3_05_2_G033-FRA.qxd 27/07/05 10:57 Page 45 Multifunctioneel II Display 1 2 display 45 A 3 E B D C D A B Het is raadzaam niet de instellingen van het scherm te wijzigen terwijl u rijdt. 1 - Tijd. 2 - Datum en Weergaveveld. 3 - Buitentemperatuur. Wanneer de buitentemperatuur tussen de +3°C et -3°C ligt, wordt de temperatuur knipperend weergegeven (kans op gladheid). N.b.: de weergegeven buitentemperatuur kan hoger zijn dan de werkelijke temperatuur, als de auto in de zon geparkeerd staat.
C3_05_2_G033-FRA.qxd 27/07/05 10:57 Page 46 II Multifunctioneel 46 Display 1 2 display II A 3 E B D C D A B PERSOONLIJKE INSTELLINGEN en CONFIGUREREN Aan-/uitzetten van de automatische werking van de achterruitenwisser bij inschakelen van de achteruitverstelling: - Druk op A. - Kies met behulp van B het submenu om uw auto te voorzien van persoonlijke instellingen of om uw auto te configureren. Bevestig uw keuze met een druk op C. - Kies de achterruitenwisser met B.
C3_05_2_G033-FRA.qxd 27/07/05 10:57 Page 47 Multifunctioneel II Display E display B D C D A B C E A Weergave van het waarschuwingenjournaal: - Druk op A. - Kies met behulp van B het submenu van de opties. Bevestig door op C te drukken. Let op: u kunt het weergeven onderbreken met E. Bevestig dit door op C te drukken. Waarschuwingen die eerder zijn gedaan voor situaties die nog steeds niet zijn opgelost, verschijnen van tijd tot tijd opnieuw.
C3_05_2_G033-FRA.qxd 27/07/05 10:57 Page 48 II Multifunctioneel 48 Display 1 2 3 Het is raadzaam niet de instellingen van het scherm te wijzigen terwijl u rijdt. 1 - Tijd. 2 - Buitentemperatuur. 3 - Datum en weergaveveld. Wanneer de buitentemperatuur tussen de +3°C et -3°C ligt, wordt de temperatuur knipperend weergegeven (kans op gladheid). Bedieningsorganen: A - Toegang tot het "Hoofdmenu". B - Scrollen door de displaymenu's.
C3_05_2_G049-FRA.qxd 9/08/05 11:00 Page 49 II Multifunctioneel Display BOORDCOMPUTER Kiezen van de af te leggen afstand met de boordcomputer: - Druk op A. - Kies met B de icoon van de boordcomputer en bevestig uw keuze door op C te drukken. - Kies invoeren afstand met B en bevestig uw keuze door op C te drukken. - Kies voor het instellen van de afstand het getal, dat u wijzigt met behulp van B. Bevestig uw keuze door op C te drukken. - Stel met B de waarde in en bevestig uw keuze door op C te drukken.
C3_05_2_G049-FRA.qxd 9/08/05 11:00 Page 50 II Multifunctioneel 50 Display E B D C A E Instellen van de sterkte van de displayverlichting: - Druk op A. - Kies met B de icoon "Persoonlijke instellingen-Configuratie" en bevestig uw keuze door op C te drukken. - Kies de configuratie van de display met B en bevestig uw keuze door op C te drukken. - Kies de lichtsterkte en bevestig uw keuze door op C te drukken. - Kies met B en bevestig met C de normale of omgekeerde weergave.
C3_05_2_G049-FRA.qxd 9/08/05 11:00 Page 51 Multifunctioneel II MONOCHROOM NAVIDRIVE display 1 1 2 3 4 E B D C Het is raadzaam niet de instellingen van het scherm te wijzigen terwijl u rijdt. 1 - Tijd. 2 - Telefoon. 3 - Weergaveveld. 4 - Buitentemperatuur. Wanneer de buitentemperatuur tussen de +3°C et -3°C ligt, wordt de temperatuur knipperend weergegeven (kans op gladheid). N.b.
C3_05_2_G049-FRA.qxd 9/08/05 11:00 Page 52 II Multifunctioneel 52 KLEURENDISPLAY 1 2 3 4 display NAVIDRIVE 5 E B D C A Het is raadzaam niet de instellingen van het scherm te wijzigen terwijl u rijdt. 1 - Buitentemperatuur. 2 - Lijst. 3 - Datum. 4 - Telefoon. 5 - Tijd. Wanneer de buitentemperatuur tussen de +3°C et -3°C ligt, wordt de temperatuur knipperend weergegeven (kans op gladheid). N.b.
C3_05_2_G049-FRA.qxd 9/08/05 11:00 Page 53 53 Boordcomputer II Voor de weergave en de selectie van de diverse gegevens drukt u enkele keren kort op het uiteinde van de voorruitenwisserbediening. Bij de displays C en Navidrive kunt u met één druk op "Mode" de informatie van de boordcomputer permanent laten weergeven. Om de boordcomputer te resetten, drukt u enkele seconden op het uiteinde van de schakelaar op het moment dat de betreffende informatie wordt getoond.
C3_05_2_G049-FRA.qxd 9/08/05 11:00 Page 54 II 54 Boordcomputer II Opmerking: Na de nulstelling van de computer is de informatie over de actieradius pas betrouwbaar na een bepaalde gebruikstijd. Display C en NaviDrive-display Kleurendisplay NaviDrive monochroom De boordcomputer geeft direct toegang tot de volgende drie typen informatie: - Actieradius. - Brandstofverbruik van het moment. - De resterende afstand.
C3_05_2_G049-FRA.qxd 9/08/05 11:00 Page 55 55 Boordcomputer II Dashboard Displayuitvoering A Displayuitvoering C Actieradius Deze geeft het aantal kilometers aan dat nog kan worden afgelegd met de resterende hoeveelheid brandstof in de tank. Als de nog af te leggen afstand minder is dan circa 25 km, worden slechts drie streepjes weergegeven.
C3_05_2_G049-FRA.qxd 9/08/05 11:00 Page 56 II 56 Boordcomputer Monochroom Navidrive display II Kleurendisplay NaviDrive Actieradius Deze geeft het aantal kilometers aan dat nog kan worden afgelegd met de resterende hoeveelheid brandstof in de tank. Als de nog af te leggen afstand minder is dan circa 25 km, worden slechts drie streepjes weergegeven. Brandstofverbruik van het moment Dit is de uitkomst van het gemeten verbruik over de laatste twee seconden.
C3_05_2_G049-FRA.qxd 9/08/05 11:00 Page 57 II Handgeschakelde versnellingsbak Achteruitrijstand Schakel nooit in de achteruitversnelling als de auto (nog) niet geheel stilstaat. Schakel rustig om "kraken" tijdens het schakelen te voorkomen. Versnellingspook van de handgeschakelde versnellingsbak C3 - 2005-2 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_T049-NEL.
C3_05_2_G049-FRA.qxd 9/08/05 11:00 Page 58 II 58 Automatische versnellingsbak Selectiehendel van de automatische versnellingsbak - Parkeerstand (Stand P) - Achteruitrijstand (Stand R) - Vrijstand (Stand N) - Bij deze automatische versnellingsbak kunt u kiezen uit een van de volgende standen. - Werking volgens het autoadaptieve principe, waarbij het schakelen automatisch op uw rijstijl wordt afgestemd. (Stand D) - Werking in de handbediende sequentiële stand, waarbij het schakelen handmatig, d.m.v.
C3_05_2_G049-FRA.qxd 9/08/05 11:01 Page 59 II Automatische versnellingsbak 59 Gebruik van de automatische versnellingsbak Parkeerstand Schakel in stand P om te voorkomen dat de stilstaande auto zich kan verplaatsten. Wacht met het schakelen in deze stand tot de auto stilstaat. In deze stand zijn de aangedreven wielen geblokkeerd. Zorg dat de selectiehendel in de goede stand staat en trek de handrem aan.
C3_05_2_G049-FRA.qxd 9/08/05 11:01 Page 60 II 60 Automatische versnellingsbak Automatische vooruitversnelling De versnellingsbak kiest steeds de stand die het best past bij de volgende factoren: - rijstijl - wegdek - belading van de auto De versnellingsbak werkt in zo'n geval volgens het auto-adaptatieve principe, d.w.z. zonder ingrijpen van de bestuurder.
C3_05_2_G049-FRA.qxd 9/08/05 11:01 Page 61 II Automatische versnellingsbak 61 II Werking in de automatische stand Sport of Sneeuw Kies de gewenste rijstijlstand: - Normaal, voor het rijden onder normale omstandigheden: de lampjes en zijn in deze stand gedoofd. - Sport, voor een sportief rijgedrag met het accent op prestaties en optrekken. - Sneeuw, voor een voorzichtige rijstijl, afgestemd op gladde wegen.
C3_05_2_G049-FRA.qxd 9/08/05 11:01 Page 62 II 62 SensoDrive versnellingsbak ALGEMENE GEGEVENS 2 1 1 Met de 5-traps Sensodrive-versnellingsbak kunt u kiezen uit twee manieren van schakelen: • Automatisch. • Handmatig: u schakelt zelf met behulp van de twee flippers achter het stuur 1 of de selectiehendel 2 op de middenconsole. Selecteren van de schakelmodus voor de SensoDrive: - Automatisch schakelen wanneer de selectiehendel 2 in de stand A staat.
C3_05_2_G049-FRA.qxd 9/08/05 11:01 Page 63 II SensoDrive versnellingsbak ALGEMENE 63 GEGEVENS Gebruik van de SensoDrive versnellingsbak Vrijstand Selecteer niet deze stand als de auto rijdt, zelfs niet voor een kort moment. Wegrijden: - Trap het rempedaal in. De selectiehendel moet in de stand N staan. Wanneer u het contact aanzet, wordt automatisch de stand N (vrijstand) ingeschakeld. - Controleer op het display de ingeschakelde stand.
C3_05_2_G049-FRA.qxd 9/08/05 11:01 Page 64 II 64 SensoDrive versnellingsbak ALGEMENE GEGEVENS Stilstaande auto met draaiende motor Wanneer de auto langere tijd met draaiende motor stilstaat, schakelt de versnellingsbak automatisch in de vrijstand. Afzetten van de motor Voordat u de motor afzet, kunt u kiezen uit twee mogelijkheden: - De auto in de vrijstand laten staan; zet hiertoe de versnellingshendel in de stand N.
C3_05_2_G065-FRA.qxd 15/09/05 15:29 Page 65 II SensoDrive versnellingsbak AUTOMATISCHE 65 STAND De versnellingsbak kiest steeds de stand die het best past bij de volgende factoren: - rijstijl, - wegdek, - belading van de auto. B Kiezen van automatisch schakelen Zet de versnellingshendel in de stand A. Op het display verschijnt "AUTO" om de selectie te bevestigen. De versnellingsbak werkt in een dergelijk geval volgens het autoadaptieve principe, d.w.z. zonder ingrijpen van de bestuurder.
C3_05_2_G065-FRA.qxd 15/09/05 15:29 Page 66 II 66 SensoDrive versnellingsbak HANDMATIGE - STAND - U kunt echter alleen schakelen wanneer het motortoerental dat toelaat. - Zodra het maximumtoerental wordt bereikt en de omstandigheden het toelaten, schakelt de versnellingsbak automatisch in een hogere versnelling. + Bedieningen aan de stuurkolom Zet de selectiehendel in de stand M om vervolgens in een van de vijf vooruitversnellingen te kunnen schakelen.
C3_05_2_G065-FRA.qxd 15/09/05 15:29 Page 67 II Remmen 67 Handrem Trek de handrem aan wanneer u de auto parkeert. Trek hem extra stevig aan als u de auto op een helling parkeert. Om het aantrekken van de handrem te vergemakkelijken, wordt geadviseerd gelijktijdig het rempedaal in te trappen. Schakel onder alle omstandigheden als voorzorgsmaatregel de eerste versnelling in. Draai op steile hellingen de wielen naar de trottoirrand.
C3_05_2_G065-FRA.qxd 15/09/05 15:29 Page 68 II 68 Remmen ABS Anti-blokkeersysteem Dit systeem vergroot de veiligheid en voorkomt het blokkeren van de wielen bij een noodstop en op gladde wegen. Zo blijft de auto bestuurbaar. Alle belangrijke onderdelen van het systeem worden voor en tijdens het rijden door een elektronisch systeem gecontroleerd. Bij het aanzetten van het contact gaat het ABS-controlelampje even branden, na enkele seconden moet dit lampje weer uitgaan.
C3_05_2_G065-FRA.qxd 15/09/05 15:29 Page 69 II DYNAMISCHE STABILITEITSCONTROLE (ESP) 69 Dit systeem is een aanvulling op het ABS. Als de auto dreigt uit te breken, grijpt het ESP automatisch in door één of meer wielen af te remmen en het motorkoppel te beperken, zodat de auto in het juiste spoor blijft. Werking Het ESP-lampje op het instrumentenpaneel knippert wanneer het ESP-systeem een correctie op de koers van de auto toepast.
C3_05_2_G065-FRA.qxd 15/09/05 15:29 Page 70 II 70 Roetfilter dieselmotor Als aanvulling op de katalysator draagt dit filter actief bij tot een vermindering van de uitstoot van onverbrande, vervuilende deeltjes. Het verhindert op die manier de uitstoot van zwarte rook. Verstopt roetfilter Bij verstopping verschijnt er een melding op het multifunctioneel display in combinatie met het klinken van een geluidssignaal en het branden van het SERVICE-lampje.
C3_05_2_G065-FRA.qxd 15/09/05 15:29 Page 71 II Waarschuwing snelheidsoverschrijding Waarschuwing snelheidsoverschrijding Bewaking van een ingestelde maximumsnelheid. Druk kort op de bediening E om deze functie te activeren. Om een gewenste waarschuwingssnelheid te programmeren of te wijzigen drukt u, zodra u deze snelheid heeft bereikt, enige seconden op de bediening E (op het middenpaneel van het dashboard) tot u een bevestigingsgong hoort en het controlelampje gaat branden.
C3_05_2_G065-FRA.qxd 15/09/05 15:29 Page 72 II 72 Parkeerhulp 1 De achterbumper van uw auto is voorzien van parkeerhulpsensoren. Wanneer u in de achteruitversnelling rijdt met een snelheid onder de 10 km/u ongeveer, wordt u op de volgende manieren door de parkeerhulpsensoren gewaarschuwd voor obstakels in het detectiegebied achter de auto: - Een geluidssignaal dat wordt weergegeven via de linker en/of rechter luidspreker.
C3_05_2_G065-FRA.qxd 15/09/05 15:29 Page 73 OPENEN EN SLUITEN Automatische vergrendeling tijdens het rijden III A Vergrendelen van binnenuit Wanneer alle portieren dicht zijn en u op de toets A drukt, kunt u de auto centraal vergrendelen of ontgrendelen. Het openen van de portieren van binnenuit blijft mogelijk. Wanneer een van de portieren of achterklep open staat of niet goed dicht zit, werkt de centrale vergrendeling niet.
C3_05_2_G065-FRA.qxd 15/09/05 15:29 Page 74 III 74 OPENEN Kinderslot met handmatige bediening Het systeem zorgt ervoor dat het achterportier in kwestie niet van binnenuit geopend kan worden. De kindersloten werken onafhankelijk van de centrale vergrendeling. Steek de autosleutel in de rode sleuf en draai hem vervolgens rond om het kinderslot op het achterportier te activeren.
C3_05_2_G065-FRA.qxd 15/09/05 15:29 Page 75 OPENEN III EN 75 SLUITEN B A Achterklep De ontgrendeling vindt plaats bij stilstaande auto: - door middel van de afstandsbediening, - bij het openen van een van de portieren. Let op: zodra de auto rijdt (met een snelheid van ten minste 10 km/uur) wordt de achterklep automatisch vergrendeld. Sluiten van de achterklep Trek de achterklep aan de handgreep in de binnenbekleding van de kap omlaag. Druk de achterklep aan het einde van de slag dicht.
C3_05_2_G065-FRA.qxd 15/09/05 15:30 Page 76 III 76 Ventilatie - Verwarming A Waarschuwing: de automatische regeling komt tot stand via een temperatuursonde op het dashboard (zie A); dek deze nimmer af. C3 - 2005-2 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_T065-NEL.
C3_05_2_G065-FRA.qxd 15/09/05 15:30 Page 77 III Ventilatie - Luchtinlaat Houd het luchtinlaatrooster onder de voorruit altijd schoon (verwijder dorre bladeren, sneeuw, enz). Indien u voor het wassen van uw auto gebruik maakt van een hogedrukspuit, richt dan nimmer de straal op de luchtinlaatroosters. Ventilatieroosters De ventilatieroosters op het dashboard (behalve de centrale uitstroomopening) kunnen versteld worden om de luchtstroom te regelen (omhoog-omlaag, linksrechts).
C3_05_2_G065-FRA.qxd 15/09/05 15:30 Page 78 III 78 Handbediende airconditioning Airconditioning De aircoinstallatie werkt alleen bij draaiende motor. Druk op de schakelaar op het dashboard. Lampje aan = systeem in werking. Voor een doeltreffende werking van de airconditioning moeten alle ramen gesloten zijn. Zet de bediening van de aanjagerknop 3 niet op "0", omdat de lucht dan niet gekoeld kan worden.
C3_05_2_G065-FRA.qxd 15/09/05 15:30 Page 79 Automatische III airconditioning 79 2 - Display 2 8 9 5 6 1 7 3 4 1 - Automatische werking Dit is de normale gebruiksstand. Wij adviseren u om de automatische functie van de airconditioning zo veel mogelijk te gebruiken. Druk daarvoor op de toets "AUTO": op het display verschijnt de aanduiding "AUTO". Het systeem regelt vervolgens automatisch: - de luchtopbrengst. - de temperatuur in het interieur. - de luchtverdeling.
C3_05_2_G065-FRA.qxd 15/09/05 15:30 Page 80 III 80 Automatische airconditioning Handmatige bediening van bepaalde functies Het is mogelijk elk van de volgende functies handmatig in te stellen, terwijl de automatische werking van de overige functies gehandhaafd blijft. Het lampje "AUTO" zal in dat geval doven. 4 - Airconditioning Druk op de toets op het bedieningspaneel. Op het display verschijnt een symbooltje (systeem actief).
C3_05_2_G081-FRA.qxd 27/07/05 11:58 Page 81 III Automatische 7 - Snelheid van de luchtstroom Regeling van de aanjagersnelheid Druk op de toets: Verhogen. Verlagen. De aanjagersnelheid is afleesbaar op het display: hoe hoger de snelheid, hoe meer zichtbare ventilatorschoepen (7 mogelijke standen). airconditioning 81 8 - Ontwaseming - Ontdooiing Tijdens de werking brandt het lampje en wordt het symbooltje weergegeven op het display.
C3_05_2_G081-FRA.qxd 27/07/05 11:58 Page 82 III 82 ACHTERBANK Hoofdsteunen achterin Er zijn twee standen voor de hoofdsteunen achterin: - De opgeborgen stand, voor wanneer de zitplaats vrij is. - De uitgetrokken stand, voor de veiligheid van de passagier; trek de hoofdsteun uit, tot hij blokkeert. Verwijderen: omhoogtrekken tot de aanslag en vervolgens op de ontgrendelbediening drukken.
C3_05_2_G081-FRA.qxd 27/07/05 11:58 Page 83 Airbag III 83 A Uitgeschakelde airbag aan passagierszijde Als u een kinderstoeltje met de rugleuning in de rijrichting op de passagiersstoel voorin plaatst, moet u de airbag voor de passagier uitschakelen. Dat gaat zo: - Steek bij afgezet contact de contactsleutel in de sleutelschakelaar A. - Draai de sleutel in de stand "OFF" om de passagiersairbag uit te schakelen.
C3_05_2_G081-FRA.qxd 27/07/05 11:59 Page 84 III 84 VEILIG VERVOEREN ISOFIX-verankeringspunten en ISOFIX-bevestigingssysteem De zijzitplaatsen van de achterbank zijn voorzien van ISOFIX-verankeringspunten in de vorm van twee ogen die zich op 28 cm van elkaar tussen de rugleuning en het zitgedeelte van de stoel bevinden. ISOFIX-kinderzitjes hebben twee sloten die in deze verankeringspunten grijpen. Dit verankeringssysteem is bedoeld voor kinderen met een gewicht van maximaal 18 kg.
C3_05_2_G081-FRA.qxd 27/07/05 11:59 Page 85 III 85 BINNENVERLICHTING 1 - Binnenverlichting Verplaats de bediening 1 in de 3 volgende standen: 2 1 2 In deze stand gaat de plafondverlichting branden bij het openen van een portier of de achterklep. In deze stand is de plafondverlichting uitgeschakeld en permanent gedoofd. De leesspots zijn uitgeschakeld. In deze stand brandt de verlichting permanent.
C3_05_2_G081-FRA.qxd 27/07/05 11:59 Page 86 III 86 Comfort Onderste dashboardkastje met ventilatie Openen: trek aan de greep en laat het klepje zakken. Dit kastje is voorzien van een handmatig afsluitbaar ventilatierooster. Net zoals dat bij de overige ventilatieroosters het geval is, stroomt hieruit gekoelde lucht, afkomstig van de airco-installatie. Het dashboardkastje heeft een opbergvoorziening voor de boorddocumentatie. in de auto Laden voorstoelen Openen: oplichten en naar voren trekken.
C3_05_2_G081-FRA.qxd 27/07/05 11:59 Page 87 III Comfort Zonneklep Klap de zonneklep neer om te voorkomen dat u verblind wordt door de zon. Schijnt de zon van opzij via de portierruiten naar binnen, maak dan de zonneklep bij de binnenspiegel los en klap hem naar de zijruit toe om. De zonneklep aan zowel passagiers- als bestuurderszijde is voorzien van een afdekbaar make-upspiegeltje.
C3_05_2_G081-FRA.qxd 27/07/05 11:59 Page 88 III 88 Comfort Sigarenaansteker Werkt bij aanzetten van het contact. Druk op de knop en wacht tot de aansteker naar buiten komt. in de auto Asbak In een van de blikhouders in de middenconsole kan een asbak worden geplaatst. Uitklapbaar tafeltje in rugleuning Dit tafeltje is geïntegreerd in de rugleuning van de voorstoelen. Let op: plaats geen harde of zware voorwerpen op de hoedenplank.
C3_05_2_G081-FRA.qxd 27/07/05 11:59 Page 89 89 MODUBOARD III Met het moduboard dat zich achter de rugleuningen van de achterstoelen bevindt kunt u de koffer naar wens indelen. A - Plank verticaal opgeborgen tegen de rugleuningen van de achterstoelen. B A 4 1 1 4 2 Verwijderen van het moduboard - Houd het met één hand vast. - Maak het los door op de bedieningen 1 te drukken. - Houd het moduboard (nog steeds in1 geklapt) schuin naar u toe. 2 - Trek het los uit de bevestigingen.
C3_05_2_G081-FRA.qxd 27/07/05 11:59 Page 90 III 90 MODUBOARD C 3 Voor een lange kofferruimte met veel inhoud met volledig uitgevouwen moduboard Door de rugleuningen van de achterbankstoelen neer te klappen, kunt u vanaf de achterzijde van de auto in een handomdraai een vlakke koffervloer creëren die van de kofferdrempel naar de rugleuningen van de voorstoelen loopt.
C3_05_2_G081-FRA.qxd 27/07/05 11:59 Page 91 Schuifdak III 91 Elektrisch bediend schuifdak Het schuifdak schuift over het achterste dakpaneel naar achteren open, zodat de ruimte boven het hoofd van de voorpassagiers volledig vrij is. Wanneer het schuifdak wordt geopend, komt automatisch een windscherm omhoog. Draai de bediening naar links om het dak te laten schuiven (9 openingsstanden).
C3_05_2_G081-FRA.qxd 27/07/05 11:59 Page 92 III 92 Schuifdak Indien het schuifdak tijdens het sluiten onverwachts open gaat, zet dan de bediening in de stand sluiten en druk net zo lang tot het schuifdak volledig gesloten is. Let op: tijdens deze handeling blijft de antiklemvoorziening uitgeschakeld. Raadpleeg bij eventuele storingen een CITROËN erkend bedrijf. Let op: bij zeer hoge snelheden is het noodzakelijk wat langer op de schuifdakschakelaar te drukken wanneer u dit wilt sluiten.
C3_05_2_G081-FRA.qxd 27/07/05 11:59 Page 93 93 HOEDENPLANK III B Verwijderen Voor het verwijderen neemt u de koorden los en geeft u links en rechts een tik tegen de onderkant van de plank. Til de hoedenplank vervolgens op. Opbergen Draai de plank om en leg deze vervolgens plat op de bodem van de koffer. Aanbrengen Plaats de hoedenplank op de vergrendelingen en duw deze neer tot hij vastzit. U kunt de hoedenplank aan de achterklep bevestigen door de koorduiteinden bij B vast te maken.
C3_05_2_G081-FRA.qxd 27/07/05 11:59 Page 94 III 94 III C3 - 2005-2 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_T081-NEL.
C3_05_2_G081-FRA.qxd 27/07/05 11:59 Page 95 IV Openen van de 95 motorkap 2 1 A Motorkap Verricht deze handeling uitsluitend bij stilstaande auto. Trek voor het ontgrendelen de bediening onder het dashboard naar u toe. Druk tegen de hendel A boven de grille, rechts van het chevronsteken, en licht de motorkap op. Let op: de bedieningspal van de motorkapontgrendeling kan na een zekere gebruikstijd van de auto zeer warm worden.
C3_05_2_G081-FRA.qxd 27/07/05 11:59 Page 96 Niveaus 96 IV Raadpleeg A Luchtfilter Volg de instructies in het onderhoudsboekje op. Vloeistof ruitensproeier voor, achter en koplampwissers Gebruik bij voorkeur de door CITROËN voorgeschreven producten. Inhoud: Zie "Inhoud reservoirs". Koelvloeistof Het vloeistofniveau moet zich tussen de maatstreepjes MIN. en MAX. op het expansiereservoir bevinden. Wacht, indien de motor warm is, 15 minuten.
C3_05_2_G097-FRA.qxd 27/07/05 12:01 Page 97 MOTOR MOTOR IV 1.1i 1.4i 97 B A C3 - 2005-2 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_T097-NEL.
C3_05_2_G097-FRA.qxd 27/07/05 12:01 Page 98 IV 98 MOTOR 1.4i 16V IV B A C3 - 2005-2 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_T097-NEL.
C3_05_2_G097-FRA.qxd 27/07/05 12:01 Page 99 MOTOR IV 1.6i 16V 99 B A C3 - 2005-2 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_T097-NEL.
C3_05_2_G097-FRA.qxd 27/07/05 12:01 Page 100 IV 100 MOTOR HDi 70 B IV A Het brandstofcircuit van deze dieseluitvoering staat onder zeer hoge druk: HET IS DERHALVE NIET TOEGESTAAN ZELF INGREPEN AAN DIT SYSTEEM UIT TE VOEREN. C3 - 2005-2 De HDi-motor is het resultaat van de meestvooruitstrevende technologie. Het verrichten van werkzaamheden aan deze motor vereist specialistische kennis. Hierover beschikt uitsluitend een CITROËN erkend bedrijf. C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_T097-NEL.
C3_05_2_G097-FRA.qxd 27/07/05 12:01 Page 101 Motoren 1.6 HDi IV B 101 A Het brandstofcircuit van deze dieseluitvoering staat onder zeer hoge druk: HET IS DERHALVE NIET TOEGESTAAN ZELF INGREPEN AAN DIT SYSTEEM UIT TE VOEREN. De HDi-motor is het resultaat van de meestvooruitstrevende technologie. Het verrichten van werkzaamheden aan deze motor vereist specialistische kennis. Hierover beschikt uitsluitend een CITROËN erkend bedrijf. C3 - 2005-2 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_T097-NEL.
C3_05_2_G097-FRA.qxd 27/07/05 12:01 Page 102 IV 102 Niveaus Bijvullen motorolie Verwijder de peilstok alvorens olie bij te vullen. Controleer het niveau na het bijvullen. Het niveau mag nimmer boven het maximum uitkomen. Draai de olievuldop vast voordat u de motorkap sluit. Soort: Zie "Het onderhoudsboekje". Motorolie Controleer nadat de motor minstens tien minuten is afgezet. Trek de oliepeilstok uit de houder. Het niveau moet zich tussen de maatstreepjes MIN. en MAX. op de oliepeilstok bevinden.
C3_05_2_G097-FRA.qxd 27/07/05 12:01 Page 103 Niveaus IV 103 Bijvullen koelvloeistof Het vloeistofniveau moet zich tussen de maatstreepjes MIN. en MAX. op het expansiereservoir bevinden. Vul de vloeistof bij. Als het koelvloeistofniveau met meer dan 1 liter moet worden bijgevuld, is het raadzaam het circuit te laten nakijken door een CITROËN erkend bedrijf. Draai de dop goed vast. N.B.
C3_05_2_G097-FRA.qxd 27/07/05 12:01 Page 104 IV 104 BRANDSTOFSYSTEEM Motor HDi 70 DIESEL Motoren 1.6 HDi Aftappen van water uit het brandstoffilter Tap het systeem regelmatig af (bij elke keer dat de motorolie wordt ververst). Draai de aftapschroef of de detectiesonde water in diesel aan de onderkant van het brandstoffilter los. Laat het water geheel weglopen. Draai vervolgens de aftapschroef of de detectiesonde water in diesel weer dicht.
C3_05_2_G097-FRA.qxd 27/07/05 12:01 Page 105 BRANDSTOFSYSTEEM IV Motor HDi 70 DIESEL 105 Motoren 1.6 HDi Maak de klemmen van de beschermkap los om de opvoerpomp te kunnen bereiken. Op gang brengen van het brandstofcircuit In geval van brandstofpech: - Vul de brandstoftank met minimaal 5 liter brandstof en knijp vervolgens in de balg van de opvoerpomp tot een zekere weerstand wordt gevoeld. - Start de motor terwijl u het gaspedaal iets intrapt, totdat de motor loopt.
C3_05_2_G097-FRA.qxd 27/07/05 12:01 Page 106 IV 106 12-VOLTS ACCU Starten van de motor na aansluiten van de losgenomen accu - Draai de sleutel in het contact om. - Wacht ongeveer één minuut voordat u de motor start om de elektronische systemen de tijd te gunnen zichzelf te resetten. Het opnieuw invoeren van de autoradiocode kan noodzakelijk zijn.
C3_05_2_G097-FRA.qxd 27/07/05 12:01 Page 107 12-VOLTS IV Starten met een hulpaccu Als de accu ontladen is, kan een hulpaccu worden gebruikt of de accu van een andere auto. A Lege accu, aangesloten op de auto (onder de motorkap). B Hulp-accu. C Massa-aansluiting op de auto. 107 ACCU A 2 + +1 C Controleer of de accu de juiste spanning heeft (12 volt).
C3_05_2_G097-FRA.qxd 27/07/05 12:01 Page 108 IV 108 ZEKERINGEN IV Zekeringkast Onder het dashboard en in het motorcompartiment bevindt zich een zekeringkast. Zekeringen onder het dashboard De zekeringen onder het dashboard bereikt u als volgt: steek uw hand in de uitsparing die zich tussen het stuur en de onderkant van het dashboard bevindt en trek het paneel los. Vervangen van een zekering Voordat u een defecte zekering vervangt, moet u eerst de oorzaak van de storing opsporen en verhelpen.
C3_05_2_G097-FRA.
C3_05_2_G097-FRA.qxd 27/07/05 12:01 Page 110 IV 110 ZEKERINGEN Zekeringen onder de motorkap Zekeringkast Om de zekeringkast in het motorcompartiment te kunnen bereiken, verwijdert u eerst de kap van de accu en klikt u vervolgens het deksel los. Verzuim niet het deksel na de werkzaamheden goed te sluiten. Ingrepen aan MAXI-zekeringen, die een extra bescherming bieden en die zich in de zekeringkasten bevinden, zijn uitsluitend voorbehouden aan een CITROËN erkend bedrijf.
C3_05_2_G097-FRA.
C3_05_2_G097-FRA.qxd 27/07/05 12:01 Page 112 IV 112 INHOUD RESERVOIRS IV Ruitensproeiervloeistof 3,5 liter Ruitensproeiervloeistof en koplampsproeiervloeistof 6 liter Type motor Inhoud motorolie (in liters) MOTOR 1.1i 3,2 MOTOR 1.4i 3,2 MOTOR 1.4i 16V 3,2 MOTOR 1.6i 16V 3,2 MOTOR HDi 70 3,8 MOTOR 1.6 HDi 92 3,85 MOTOR 1.6 HDi 110 3,85 (1) (1) Verversen met vervangen filterelement C3 - 2005-2 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_T097-NEL.
C3_05_2_G113-FRA.qxd 11/07/05 16:32 Page 113 V BRANDSTOF 113 TANKEN Wanneer bij het vullen van de brandstoftank het tankpistool voor de derde keer afslaat, moet u niet verder tanken, aangezien anders storingen in de werking van uw auto kunnen optreden. Inhoud brandstoftank : circa 47 liter BRANDSTOFSOORT Tegen de binnenkant van de brandstoftankklep zit een sticker met informatie over de toegestane brandstofsoort. Trek de klep aan de rand open.
C3_05_2_G113-FRA.qxd 11/07/05 16:32 Page 114 V 114 VERVANGEN VAN DE LAMPEN V 1 2 1 2 4 3 KOPLAMPUNIT VOOR ➊ Dimlichten ➋ Grootlicht ➌ Parkeerlichten ➍ Richtingaanwijzer N.b.: Onder bepaalde gebruiksomstandigheden kan zich op het koplampglas een dun laagje condens vormen. Dimlichten Kantel de metalen veer van de toegangsklep tot de lampen weg. Open de klep. Maak de stekker los. Maak de klemveer vrij. Neem de lamp uit. Grootlicht Kantel de metalen veer van de toegangsklep tot de lampen weg.
C3_05_2_G113-FRA.qxd 11/07/05 16:32 Page 115 V VERVANGEN Knipperlicht voor Kantel de metalen veer van de toegangsklep tot de lampen weg. Open de klep. Draai de lamphouder een kwartslag en trek eraan. Verwijder de lamp. Lamp: PY 21 W (amber). VAN DE Parkeerlichten Kantel de metalen veer van de toegangsklep tot de lampen weg. Open de klep. Draai de lamphouder een kwartslag en trek eraan. Lamp: W 5.
C3_05_2_G113-FRA.qxd 11/07/05 16:32 Page 116 V 116 VERVANGEN Binnenverlichting Trek de transparante kap van de binnenverlichting los om de gloeilamp te kunnen bereiken. VAN DE LAMPEN Verlichting kofferruimte Trek de verlichting los om de gloeilamp te kunnen bereiken. Lamp: W 5 W Lamp: W 5 W Leesspot Trek de transparante kap van de binnenverlichting los om de gloeilamp te kunnen bereiken. Lamp: W 5 W C3 - 2005-2 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_T113-NEL.
C3_05_2_G113-FRA.qxd 11/07/05 16:32 Page 117 VERVANGEN V VAN DE LAMPEN 117 1 2 3 4 ACHTERLICHTUNIT Ga na welke lamp defect is. Lampen: ➊ Remlichten: ➋ ➌ ➍ P 21 W/5 W. Richtingaanwijzers: PY 21 W. Achteruitrijlichten: P 21 W. Mistachterlichten: P 21 W. Demonteren Verwijder de dop van de moer op de bevestiging aan de buitenzijde. Schroef de 2 moeren los (1 buitenste en 1 binnenste).
C3_05_2_G113-FRA.qxd 11/07/05 16:32 Page 118 V 118 VERVANGEN 3e Remlicht Open de klep om de lamp te kunnen bereiken en druk op de twee metalen veren via de twee speciale openingen in de klepbekleding. Let er tijdens de montage op dat de klepbekleding in de juiste stand zit. VAN DE LAMPEN Kentekenplaat Trek de transparante kap los en neem de lamphouder uit. Lamp: W 5 W. Lamp: W 16 W. Test na elke ingreep de werking van de verlichting. C3 - 2005-2 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_T113-NEL.
C3_05_2_G113-FRA.qxd 11/07/05 16:32 Page 119 119 VEILIGHEIDSADVIEZEN V Trekhaak Wij adviseren u de montage van deze voorziening over te laten aan een CITROËN erkend bedrijf, aangezien hij bekend is met de sleepgewichten van de auto en over de benodigde instructies beschikt met betrekking tot een dergelijk veiligheidssysteem.
C3_05_2_G113-FRA.qxd 11/07/05 16:33 Page 120 V 120 ALLESDRAGERS V 1 1 1 2 2 4 3 1 a A C B Gebruik voor het monteren van de dwars te plaatsen daklastdragers de accessoires die zich in de lade onder de voorstoel aan passagierszijde bevinden. Ga daarna als volgt te werk: 1 - Draai de vier bouten los om de dwarsdragers 1 uit de balken 2 te kunnen trekken (afbeelding A). 2 - Verplaats de steun 3 naar het midden van de vaste balken tussen de twee merktekens a en b.
C3_05_2_G113-FRA.qxd 11/07/05 16:33 Page 121 VERWISSELEN V VAN EEN WIEL 121 Uitnemen van het reservewiel Het reservewiel bereikt u als volgt: Licht de vloermat op. Verwijder de krikhouder zodat u bij het reservewiel kunt. Gereedschap Het gereedschap bevindt zich in een gereedschapsdoos in het reservewiel. Verwijder de riem om deze te kunnen bereiken. Terugplaatsen van het wiel Leg het wiel terug in de koffer, berg de krikhouder in het wiel op en sjor het geheel vast met de riem.
C3_05_2_G113-FRA.qxd 11/07/05 16:33 Page 122 V 122 VERWISSELEN VAN EEN WIEL V Demonteren 1 - Zet de wagen op een vlakke en horizontale ondergrond, die bovendien hard en niet glad is. Trek de handrem aan. Zet het contact af en schakel, indien u de auto op een helling parkeert, de eerste versnelling of de achteruitversnelling in, afhankelijk van de positie van de auto.
C3_05_2_G113-FRA.qxd 11/07/05 16:33 Page 123 V VERWISSELEN Terugplaatsen 1 - Zet het wiel op de naaf. 2 - Draai de bouten handvast. 3 - Draai de krik 1 in en verwijder deze. 4 - Draai de wielbouten vast met behulp van de wielmoersleutel 2. 5 - Plaats de wieldop en let daarbij op de uitsparing voor het ventiel. Zet de wieldop vast door deze rondom aan te drukken. Monteer de beschermdoppen van de bouten bij een auto met lichtmetalen velgen.
C3_05_2_G113-FRA.qxd 11/07/05 16:33 Page 124 V 124 SLEPEN - TAKELEN Uitneembaar sleepoog Het sleepoog is demontabel en monteerbaar aan zowel de voorals de achterzijde van de auto. Het is opgeborgen in de beschermende houder in het reservewiel. Advies Alleen bij hoge uitzondering is het toegestaan de auto over een korte afstand en met lage snelheid te slepen (informeer naar de wettelijke bepalingen).
C3_05_2_G113-FRA.qxd 11/07/05 16:33 Page 125 VI BRANDSTOFVERBRUIKSCIJFERS (in liters/100 km, volgens 1.4i 16V 1.4i 16V 125 ECE-norm) 1.6i 16V HDi 70 1.6 HDi 1.6 HDi 92 110 FAP Type motor 1.1i 1.
C3_05_2_G113-FRA.qxd 11/07/05 16:33 Page 126 VI 126 Algemene gegevens VI Berline 1.1i BVM Type motor 1.4i BVM 1.4i 16V BVMP 1.6i 16V BVM Inhoud brandstoftank circa 47 liter Toegestane brandstof Ongelode benzine RON 95 - RON 98 Mimimale draaicirkel tussen muren (in mm) 1.6i 16V BVA 1.
C3_05_2_G113-FRA.qxd 11/07/05 16:33 Page 127 Algemene VI Berline HDi 70 BVM HDi 70 BVMP gegevens 127 Service-uitvoering 1.6 HDi 92 1.6 HDi 110 BVM BVM FAP 1.1i BVM HDi 70 BVM 1.
C3_05_2_G113-FRA.qxd 11/07/05 16:33 Page 128 VI AFMETINGEN 128 (in A 2,460 B 3,860 VI meters) C A D B C 0,760 D 0,640 E 1,435/1,440 F 1,436/1,439 G 1,667 H 1,510/1,612 I 1,912 H F I C3 - 2005-2 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_T113-NEL.
C3_05_2_G129-FRA.qxd 9/08/05 10:59 Page 129 AFMETINGEN VI (in 129 meters) E G H A 1,070 B 0,585 C 0,600 D 1,040 E 0,700 F 1,160 G 0,660 H 0,624 F B C A D C3 - 2005-2 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_T129-NEL.
C3_05_2_G129-FRA.qxd 9/08/05 10:59 Page 130 VI 130 IDENTIFICATIE A 1 2 3 4 5 6 A’ VI Typeplaatje A Op de linker middenstijl of A' In de koffer, bij de slotvanger 1 : Nummer Europese typegoedkeuring. 2 : VIN-nummer. 3 : Totaal toelaatbaar gewicht. 4 : Totaal treingewicht. 5 : Maximumgewicht op de vooras. 6 : Maximumgewicht op de achteras. B A’ A 1 2 3 4 5 6 C B VIN-nummer op de carrosserie. C Kleurcode van de lak. Bandenmaat. Bandenspanning.
C3_05_2_G129-FRA.qxd 9/08/05 10:59 Page 131 AANTEKENINGEN C3 - 2005-2 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_T129-NEL.
C3_05_2_G129-FRA.qxd 9/08/05 10:59 Page 132 132 AANTEKENINGEN C3 - 2005-2 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_T129-NEL.
C3_05_2_G129-FRA.qxd 9/08/05 10:59 Page 133 AANTEKENINGEN C3 - 2005-2 C:\Documentum\Checkout\C3_05_2_T129-NEL.
C3_05_2_G129-FRA.qxd 9/08/05 10:59 Page 134 ABC 134 Trefwoordenregister ABC A ABS .............................. 11-68-XIII Accu ..... 6-7-41-96-106-107-XIV Accu vervangen ................... XIV Accupech ..................... 106-107 Achterbank ............................. 82 Achterklep ............................... 75 Achteruitversnelling 57➟59-63 Afmetingen ................... 128-129 Afstandsbediening .......... 31-32 Airbags ............ 6-7-11-83-V➟VII Airconditioning ........
C3_05_2_G129-FRA.qxd 9/08/05 10:59 Page 135 ABC Trefwoordenregister I Identificatie auto .................. 130 Inhoud .................................. 2➟5 Inhoud reservoirs ................ 112 Inrijden .................................... XIX Instellingen bestuurdersplaats ................ 17 K Katalysator ............................ XVII Kilometerteller ....................... 8-9 Kinderbevestigingsmiddelen 84 Kindersloten .......... 6-7-74-VIII-IX Kleurcode van de lak ........ 130 Klokje ..........
C3_05_2_G129-FRA.qxd 9/08/05 10:59 Page 136 ABC 136 Trefwoordenregister S Snelheidsmeter ...................... 8-9 Snelheidsregelaar ..... 8-9-22-23 Spiegels ............................ 6-7-20 Spiegelverwarming ................ 20 Spot .................................. 84-116 Starten .......................... 38-59-63 Startmotor .......................... 37-38 Stoelverwarming ..................... 19 Stop & Start ................... 39➟41 Stuurslot ..................................