Operation Manual

70
Rijden
Bij de automatische transmissie met vier
versnellingen kunt u kiezen uit automatisch
schakelen, aangevuld met de programma's
Sport en Sneeuw, en handmatig schakelen.
Deze transmissie heeft dus vier
gebruiksmogelijkheden:
- automatisch schakelen: het schakelen
wordt elektronisch aangestuurd door de
transmissie,
- programma Sport: dit schakelprogramma
maakt een meer dynamische rijstijl mogelijk,
- programma Sneeuw: dit
schakelprogramma vereenvoudigt het
rijden op een ondergrond met weinig grip,
-
handmatig schakelen: deze stand maakt het
zelf schakelen met de selectiehendel mogelijk.
Automatische transmissie
1. Selectiehendel.
2. Toets "S" (sport).
3. Toets " T" (sneeuw).
Schakelpatroon
Selectiehendel
P. Parkeerstand.
- Stilzetten van de auto, met of zonder
aangetrokken handrem.
- Starten van de motor.
R. Achteruitversnelling.
- Achteruitrijden, stilstaande auto, stationair
toerental.
N. Neutraalstand.
- Stilzetten van de auto, met aangetrokken
handrem.
- Starten van de motor.
D. Automatische werking.
M + / -. Zelf schakelen tussen de vier
versnellingen.
F Beweeg de selectiehendel kort naar voren
om één versnelling op te schakelen.
of
F Beweeg de selectiehendel kort naar
achteren om één versnelling terug te
schakelen.
Weergave op het instrumentenpaneel
Wanneer u de selectiehendel door het schakelpatroon
beweegt, verschijnt het desbetreffende pictogram op
het instrumentenpaneel.
P. Parking (parkeerstand)
R. Reverse (achteruitversnelling)
N. Neutral (neutraalstand)
D. Drive (automatisch schakelen)
S. Programma Sport
T. Programma Sneeuw
1 2 3 4. Ingeschakelde versnelling bij
handmatig schakelen
-. Ongeldige waarde bij handmatig schakelen
Intrappen van het rempedaal
F Als dit pictogram op het
instrumentenpaneel verschijnt,
trap dan het rempedaal in (bijv.:
starten van de motor).