Operation Manual
133
9
Praktische informatie
Een lamp vervangen
V
erlichtin
g
vóór
O
nder bepaalde weersomstandigheden
(
la
g
e temperatuur, vochti
g
heid
)
kan zich
e
en laa
gj
e condens aan de binnenzi
j
de
van de koplampen en de achterlichten
vormen; dit verdwi
j
nt enkele minuten na
het ontsteken van de koplampen.
De koplampunits zi
j
n voorzien van
g
las
van pol
y
carbonaat met een speciale
vern
i
s
l
aa
g
:
)
r
e
i
n
ig
d
e
k
op
l
ampen noo
i
t met
e
en dro
g
e of schurende doek en
gebruik geen oplosmiddelen
,
)
g
ebruik een spons met zeepwate
r
o
f een pH-neutraal product,
)
w
a
nn
ee
r
u
m
e
t
ee
n
h
o
g
edrukreini
g
er hardnekki
g
vuil
p
robeert te verwi
j
deren, houd
d
e straa
l
d
an noo
i
t
l
an
gd
ur
ig
op
d
e
k
op
l
ampen,
d
e ac
h
ter
li
c
h
ten
e
n
d
e ran
d
en ervan
g
er
i
c
h
t, om
beschadiging van de vernislaag en
de a
f
dichtrubbers te voorkomen,
)
raak de lamp niet met de vin
g
ers aan,
maar
g
ebruik een niet-pluizende doek.
Bi
j
het vervan
g
en van lampen moet de
verlichtin
g
minstens enkele minuten
uit
g
eschakeld zi
j
n
(
risico van ernsti
g
e
verbrandin
g)
.
In v
e
r
ba
n
d
m
e
t h
e
t
be
h
oud
v
a
n
de
kw
a
lit
e
it
van
d
e
k
op
l
ampen mo
g
en u
i
ts
l
u
i
ten
d
ant
i
-
UV
-
l
ampen wor
d
en
g
e
b
ru
ik
t.
V
ervan
g
een
k
apotte
l
amp a
l
t
ijd
door een nieuwe lam
p
met dezel
f
de
sp
eci
f
icaties.
1
.
Richtin
g
aanwi
j
zers
(
PY21W amberkleuri
g).
2.
Grootlicht
(
H1-55W
).
3.
D
imlicht
(
H7-55W
).
4.
D
a
g
ri
j
verlichtin
g
/
Parkeerlicht
(
W21
/
5W
)
of
P
arkeerlicht
(
W5W
).
5
.
M
istlampen
(
H11-55W
).










