Het online-instructieboekje Uw instructieboekje is ook te vinden op de website van Citroën, in de rubriek "MyCitroën". Op deze persoonlijke pagina vindt u informatie over onze producten en diensten en kunt u rechtstreeks contact opnemen met het merk: een voor u op maat gemaakte pagina. Als de rubriek "MyCitroën" niet beschikbaar is op de website van het merk voor uw land, kunt u uw instructieboekje op het volgende internetadres raadplegen: http://service.citroen.
Wij maken u attent op het volgende: Uw auto is, afhankelijk van het uitrustingsniveau, de uitvoering en de specifieke kenmerken voor het land waarvoor uw auto bestemd is, slechts van een deel van de in dit boekje vermelde uitrustingen voorzien. Het monteren van elektrische uitrustingen of accessoires die niet onder een artikelnummer in het assortiment van Citroën voorkomen, kan storingen in het elektronisch systeem van uw auto veroorzaken.
Inhoudsopgave Eerste kennismaking Eco-rijden . .
Inhoudsopgave Veiligheid Richtingaanwijzers Alarmknipperlichten Claxon Hulpsystemen bij het remmen Stabiliteitscontrolesystemen Veiligheidsgordels Airbags 100 100 100 101 102 103 106 Bandenreparatieset Wiel verwisselen Een lamp vervangen Zekering vervangen 12V-accu Eco-mode Wisserbladen vervangen Slepen van de auto Trekken van een aanhanger Sneeuwscherm(en) Onderhoudstips Accessoires Matten Allesdragers 120 126 133 139 144 147 148 149 151 153 154 154 156 157 Onderhoud Veilig vervoeren van kinderen Kin
Eerste kennismaking Buitenzijde Met deze complete set, bestaande uit een compressor en een flacon met afdichtmiddel, kunt u een noodreparatie aan een band uitvoeren. 120 Parkeerhulp achter Deze functie waarschuwt u tijdens het achteruitrijden voor obstakels achter de auto.
Eerste kennismaking . Openen Sleutel met afstandsbediening Achterklep Van buitenaf 1. A. Uitklappen/inklappen van de sleutel. Vergrendelen (één keer indrukken: de richtingaanwijzers gaan branden en de portieren worden vergrendeld). Ontgrendelen en op een kier zetten van de achterklep (langer dan één seconde indrukken: de richtingaanwijzers knipperen snel en de achterklep en de portieren worden ontgrendeld). Ontgrendelen van de auto (de richtingaanwijzers knipperen snel). 2.
Eerste kennismaking Openen Brandstoftank 1. 2. Openen van de brandstofvulklep. Openen van de brandstoftankdop. Motorkap 3. Ophangen van de brandstoftankdop. Inhoud van de brandstoftank: ongeveer 50 liter. 52 A. Hendel in het interieur. B. Hendel aan de buitenzijde. C. Motorkapsteun.
Eerste kennismaking . Interieur Snelheidsbegrenzer / snelheidsregelaar Audio- en communicatiesystemen Met deze twee systemen kunt u de snelheid van de auto gemakkelijk begrenzen en regelen. U kunt zelf de gewenste snelheid instellen. Deze systemen zijn voorzien van de nieuwste technologie: autoradio met MP3afspeelmogelijkheid, USB-aansluiting, Bluetooth handsfree set, AUX-aansluitingen, ...
Eerste kennismaking Cockpit 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. Schakelaars snelheidsregelaar/-begrenzer. Hendel stuurwielverstelling. Schakelaar verlichting en richtingaanwijzers. Claxon*. Instrumentenpaneel. Airbag bestuurder en claxon*. Aansteker / 12V-aansluiting. USB-/Jack-aansluiting. Schakelaar stoelverwarming. Hendel brandstofvulklep. Hendel ontgrendeling achterklep*. Hendel motorkapontgrendeling. Zekeringenkast. Koplampverstelling. Knop dynamische stabiliteitscontrole (ESP/ASR).
Eerste kennismaking . Cockpit 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. Stuur- en contactslot. Schakelaar ruitenwissers en ruitensproeiers/boordcomputer. Knop centrale vergrendeling / ontgrendeling. Open opbergvak. of Monochroom display C (Autoradio / Bluetooth). Middelste verstelbare en afsluitbare ventilatieroosters. Voorruitontwaseming. Passagiersairbag. Dashboardkastje Uitschakeling passagiersairbag. Schakelaar alarmknipperlichten. Autoradio. Bediening verwarming / airconditioning.
Eerste kennismaking Juiste zitpositie Handmatig verstellen 1. 2. 3. 4. Hoogteverstelling van de hoofdsteun. Rugleuningverstelling. Hoogteverstelling van de zitting van de bestuurdersstoel. Verstelling in lengterichting.
Eerste kennismaking . Comfort Verstellen van de hoofdsteun Stuurwiel verstellen Trek de hoofdsteun omhoog om deze hoger te zetten. Druk tegelijkertijd op de knop A en op de hoofdsteun om de hoofdsteun lager te zetten. 1. 56 2. 3. Ontgrendelen van het stuurwiel met de hendel. Verstellen in hoogte. Vergrendelen van het stuurwiel met de hendel. Deze handelingen moeten uit veiligheidsoverwegingen uitsluitend worden uitgevoerd als de auto stilstaat.
Eerste kennismaking Comfort Buitenspiegels Binnenspiegel Veiligheidsgordels vóór Elektrisch verstellen 1. Selecteren van de dagstand van de spiegel. A. Vastmaken. A. Selecteren van de buitenspiegel. B. Verstellen van de buitenspiegel. C. In de neutraalstand zetten van de selectieschakelaar van de buitenspiegel. 2. Verstellen van de binnenspiegel.
Eerste kennismaking . Zicht Verlichting Ruitenwissers vóór Ring A 2. 1. I. 0. È Uit. Parkeerlicht. Dimlicht/grootlicht. Ring B Hoge snelheid. Normale snelheid. Interval. Uit. Een keer wissen: beweeg de hendel kort omlaag. Ruitensproeiers: trek de hendel naar u toe en houd de hendel enige tijd in deze stand. Mistachterlicht. of 97 Mistlampen vóór en mistachterlicht.
Eerste kennismaking Ventilatie Tips voor instellingen in het interieur Verwarming of handbediende airconditioning Gewenste werking Luchtverdeling WARM KOUD ONTWASEMEN ONTDOOIEN 14 Luchtopbrengst Luchtrecirculatie/ Toevoer van buitenlucht Temperatuur Handbediende airconditioning
Eerste kennismaking . Controle tijdens het rijden Instrumentenpaneel Verklikkerlampjes Rij drukschakelaars A. Als het contact wordt aangezet, moeten de segmenten gaan branden die het resterende brandstofniveau weergeven. B. Bij draaiende motor moet het verklikkerlampje laag brandstofniveau uitgaan. Als het contact wordt aangezet, gaan de oranje en rode waarschuwingslampjes branden. Bij draaiende motor moeten deze lampjes weer uitgaan.
Eerste kennismaking Veiligheid voor alle inzittenden Airbag voorpassagier Veiligheidsgordels vóór en airbag vóór aan passagierszijde 1. 2. 3. A. Verklikkerlampje niet-vastgemaakte of losgemaakte veiligheidsgordel bestuurder / losgemaakte veiligheidsgordel voorpassagier. B. Verklikkerlampje storing van één van de airbags. 4. Open het dashboardkastje. Steek de sleutel in de schakelaar.
Eerste kennismaking . Onder het rijden Elektronisch gestuurde versnellingsbak Elektronisch gestuurde versnellingsbak met vijf versnellingen die u de keuze biedt tussen het comfort van automatisch schakelen en het rijplezier van handmatig schakelen. 1. Selectiehendel. Weergave op het instrumentenpaneel Wegrijden Op het display van het instrumentenpaneel wordt de ingeschakelde versnelling of de gekozen rijstand weergegeven. N. Neutral (Neutraalstand). R. Reverse (Achteruitversnelling). 1 t/m 5.
Eerste kennismaking Onder het rijden Automatische versnellingsbak Deze transmissie met vier versnellingen biedt u de keuze tussen het comfort van automatisch schakelen en het rijplezier van handmatig schakelen. 1. Selectiehendel. 2. Knop "S" (sport). 3. Knop "7" (sneeuw). Weergave op het instrumentenpaneel Op het display van het instrumentenpaneel wordt de ingeschakelde versnelling of de gekozen rijstand weergegeven. P. Parking (Parkeerstand). R. Reverse (Achteruitversnelling). N.
Eerste kennismaking . Onder het rijden Snelheidsbegrenzer "LIMIT" Snelheidsregelaar "CRUISE" Weergave op het instrumentenpaneel 1. 2. 3. 4. 1. 2. 3. 4. De functie snelheidsregelaar of snelheidsbegrenzer wordt op het instrumentenpaneel weergegeven als de desbetreffende functie is geselecteerd. Selecteren van de functie snelheidsbegrenzer. Verlagen van de ingestelde snelheid. Verhogen van de ingestelde snelheid. Inschakelen / uitschakelen van de snelheidsbegrenzer.
Eerste kennismaking Eco-rijden Door in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kunt u het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot van uw auto verminderen. Maak optimaal gebruik van de versnellingsbak Gebruik op slimme wijze de elektrische voorzieningen Als uw auto is voorzien van een handgeschakelde versnellingsbak, rijd dan rustig weg, schakel zo snel mogelijk de tweede versnelling in en schakel bij voorkeur relatief snel over naar een hogere versnelling.
Eerste kennismaking Beperk de oorzaken van een hoger brandstofverbruik Houd u aan de onderhoudsvoorschriften Verdeel het gewicht evenwichtig over de auto: plaats de zwaarste voorwerpen in de bagageruimte, zo dicht mogelijk bij de achterbank. Beperk de belading en de luchtweerstand (dakdragers, imperiaal, fietsendrager, aanhanger, enz.) van uw auto. Gebruik liever een dakkoffer. Verwijder na gebruik de dakdragers en het imperiaal.
Controle tijdens het rijden Instrumentenpaneel benzine - diesel Klokken 1. 2. 3. 22 Toerenteller (x 1000 t/min). Display. Snelheidsmeter (km/h). Display 4. Informatie over het onderhoud Nulstelling van de geselecteerde functie (dagteller of onderhoudsindicator) Tijd instellen. A. Informatie gestuurde handgeschakelde versnellingsbak of automatische transmissie. B. Tijd. C. Actieradius (km) of Dagteller. D. Brandstofmeter. E. Onderhoudsindicator (km) vervolgens, kilometerteller.
Controle tijdens het rijden 1 Verklikkerlampjes De verklikkerlampjes geven de bestuurder informatie over de werking van een systeem (ingeschakeld of uitgeschakeld) of waarschuwen de bestuurder in het geval van een storing (waarschuwingslampje). Bij het aanzetten van het contact Bijbehorende waarschuwingen Als het contact wordt aangezet, gaan bepaalde waarschuwingslampjes enkele seconden branden. Zodra de motor wordt gestart, moeten deze lampjes weer uitgaan.
Controle tijdens het rijden Verklikkerlampjes ingeschakelde functies De volgende verklikkerlampjes geven aan dat de desbetreffende functie is ingeschakeld. Controlelampje Status Oorzaak Richtingaanwijzer links knippert, met geluidssignaal. Als u de lichtschakelaar omlaag beweegt. Richtingaanwijzer rechts knippert, met geluidssignaal. Als u de lichtschakelaar omhoog beweegt. Dimlicht permanent. De lichtschakelaar staat in de stand "Dimlicht". Grootlicht permanent.
Controle tijdens het rijden Controlelampje Status Oorzaak Acties / Opmerkingen Voorgloeien dieselmotor permanent. Het contactslot staat in de tweede stand (Contact). Wacht met starten tot het controlelampje uitgaat. De wachttijd is afhankelijk van de weersomstandigheden (in extreme gevallen 30 seconden). Als de motor niet wil aanslaan, zet dan het contact af. Zet het contact dan weer aan en wacht opnieuw tot het lampje uitgaat voordat u de motor start. Handrem permanent.
Controle tijdens het rijden Verklikkerlampjes uitgeschakelde functies De volgende verklikkerlampjes geven aan dat de desbetreffende functie handmatig is uitgeschakeld. Soms klinkt er ook een geluidssignaal en verschijnt er een bericht op het display. Controlelampje 26 Status Oorzaak Acties / Opmerkingen Passagiersairbag permanent. De schakelaar in het dashboardkastje staat in de stand "OFF ". De frontairbag aan passagierszijde is uitgeschakeld.
Controle tijdens het rijden Waarschuwingslampjes Als bij draaiende motor of tijdens het rijden een van de volgende verklikkerlampjes gaat branden, wijst dit op een storing in het desbetreffende systeem en moet de bestuurder actie ondernemen. Lees in het geval van een storing waarbij een waarschuwingslampje gaat branden de aanvullende informatie, die via een melding op het display wordt weergegeven. Raadpleeg indien nodig het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Controle tijdens het rijden Controlelampje Remsysteem + Te hoge koelvloeistoftemperatuur 28 Status Oorzaak Acties / Opmerkingen permanent. Het remvloeistofniveau is te laag. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats. Vul het niveau bij met een vloeistof voorzien van een artikelnummer van CITROËN. Als het probleem zich blijft voordoen, laat het systeem dan controleren door het CITROËN-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
Controle tijdens het rijden Controlelampje Status Oorzaak Acties / Opmerkingen Antiblokkeersysteem (ABS) permanent. Er is een storing in het antiblokkeersysteem. De normale remwerking blijft behouden. Rijd voorzichtig met lage snelheid en raadpleeg zo snel mogelijk het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Dynamische stabiliteitscontrole (ESP/ASR) knippert. De ESP-/ASR-regeling is actief. Deze functie verbetert de aandrijving en zorgt voor een betere koersstabiliteit. permanent.
Controle tijdens het rijden Controlelampje 30 Status Oorzaak Acties / Opmerkingen Laag brandstofniveau permanent. Als het lampje gaat branden zit er nog ongeveer 5 literr brandstoff in de tank. Ga zo snel mogelijk tanken om te voorkomen dat u met een lege tank strandt. Dit controlelampje gaat elke keer na het aanzetten van het contact branden zolang er niet voldoende brandstof getankt is. Inhoud brandstoftank: ongeveer 50 liter.
Controle tijdens het rijden Controlelampje Status Oorzaak Acties / Opmerkingen Veiligheidsgordel bestuurder niet vastgemaakt of weerr losgemaakt / Veiligheidsgordel voorpassagier losgemaaktt permanent of knipperend in combinatie met een in volume toenemend geluidssignaal. De bestuurder heeft zijn veiligheidsgordel niet vastgemaakt of weer losgemaakt. De voorpassagier heeft zijn veiligheidsgordel losgemaakt. Trek aan de gordel en klik de gesp vast in de gesphouder. Airbags tijdelijk.
Controle tijdens het rijden Onderhoudsindicator De onderhoudsindicator geeft aan hoeveel kilometer u nog verwijderd bent van de eerstvolgende onderhoudscontrole volgens het schema van de fabrikant. Deze afstand wordt berekend vanaf de laatste nulstelling van de onderhoudsindicator op basis van twee parameters: het aantal afgelegde kilometers, de verstreken tijd sinds de laatste onderhoudscontrole.
Controle tijdens het rijden beurt is overschreden Op 0 zetten van de onderhoudsindicator Als het contact wordt aangezet, gaat gedurende enkele seconden de sleutel knipperen om aan te geven dat de onderhoudswerkzaamheden zo spoedig mogelijk uitgevoerd moeten worden. Voorbeeld: u hebt de afstand tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt met 300 km overschreden.
Controle tijdens het rijden Kilometertellers Kilometerteller kilometerstand van de auto aan. De kilometerteller en dagteller worden gedurende 30 seconden weergegeven bij het afzetten van het contact, bij het openen van het bestuurdersportier en bij het vergrendelen en ontgrendelen van de auto. 34 Dagteller De dagteller geeft het aantal gereden kilometers weer nadat de bestuurder de teller op 0 heeft gezet. ) Druk bij aangezet contact op de knop tot de dagteller op 0 staat.
Controle tijdens het rijden 1 Datum en tijd instellen ) selecteer met behulp van de pijlen het menu "Configuratie display" en bevestig, Instrumentenpaneel Autoradio / Bluetooth Voer de volgende handelingen met behulp van de knop aan de linkerzijde van het instrumentenpaneel in onderstaande volgorde uit: ) houd de knop langer dan twee seconden ingedrukt: de minuten knipperen, ) druk op de knop om de minuten te verhogen, ) houd de knop langer dan twee seconden ingedrukt: de uren knipperen, ) druk op de k
Controle tijdens het rijden Boordcomputer De boordcomputer geeft actuele informatie over het rijden (actieradius, brandstofverbruik...). Display van het instrumentenpaneel Monochroom display C Weergave van de informatie Op nul stellen ) Druk herhaaldelijk op de toets op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar om de informatie van de verschillende functies van de boordcomputer weer te geven.
Controle tijdens het rijden 1 Boordcomputer, enkele definities Actieradius Huidig verbruik Afgelegde afstand (km) Aantal kilometers dat nog met de resterende hoeveelheid brandstof kan worden gereden, berekend op basis van het gemiddelde verbruik over de laatste afgelegde kilometers. (l/100 km of km/l) Berekend over de laatst verstreken seconden. (km) Berekend sinds de laatste nulstelling van de trajectgegevens.
Controle tijdens het rijden Monochroom display C (Autoradio / Bluetooth) Weergave op het display Dit display kan de volgende informatie weergeven: de tijd, de datum, de buitentemperatuur (de temperatuur knippert bij kans op gladheid), controle van te openen carrosseriedelen (portieren, achterklep, ...), de parkeerhulp, audiofuncties (radio, CD, USB-/Jackaansluiting, ...), informatie van de boordcomputer (zie het hoofdstuk "Controle tijdens het rijden").
Controle tijdens het rijden 1 Menu "Telefoon" ingeschakeld en dit menu is geselecteerd, kunt u bellen en de verschillende telefoonindexen raadplegen. Raadpleeg voor meer informatie over de telefoon het gedeelte Autoradio / Bluetooth van het hoofdstuk "Audio en telematica". Menu "Boordcomputer" Via dit menu kunt u informatie met betrekking tot de status van de auto raadplegen.
Controle tijdens het rijden Menu "Bluetooth verbinding" Als uw Autoradio / Bluetooth-systeem is ingeschakeld en dit menu is geselecteerd, kunt u een extern Bluetooth apparaat (telefoon, mediaspeler) verbinden of loskoppen en de wijze van verbinding bepalen (handsfree set, afspelen audiobestanden). Raadpleeg voor meer informatie over de Bluetooth verbinding het gedeelte Autoradio / Bluetooth van het hoofdstuk "Audio en telematica".
Controle tijdens het rijden 1 Taalkeuze Als dit menu is geselecteerd, kan de taal van de weergave van het display, volgens een vastgestelde lijst, worden gewijzigd. In verband met de veiligheid mag de bestuurder de instellingen aan het multifunctionele display alleen bij stilstaande auto verrichten. Configuratie display Als dit menu is geselecteerd, kunnen de volgende parameters worden geselecteerd: "Kiezen van eenheden". "Instellen datum en tijd", "Parameters weergave", "Lichtsterkte".
Toegang tot de auto Sleutel met afstandsbediening U kunt om de auto te ontgrendelen of vergrendelen de centrale vergrendeling bedienen met de sleutel in het portierslot of met de afstandsbediening. De sleutel met afstandsbediening dient tevens voor de lokalisering en het starten van de auto en maakt deel uit van de diefstalbeveiliging. Uitklappen / inklappen van de sleutel Openen van de auto Ontgrendelen met de afstandsbediening ) Druk op het geopende hangslot om de auto te ontgrendelen.
Toegang tot de auto Sluiten van de auto Lokaliseren van de auto Diefstalbeveiliging Vergrendeling met de afstandsbediening Met deze functie kunt u uw auto op afstand lokaliseren, wat vooral praktisch is bij weinig licht. De auto dient hiervoor wel vergrendeld te zijn. Elektronische startblokkering ) Druk op het gesloten hangslot om de auto te vergrendelen. Het vergrendelen wordt bevestigd door het gedurende ongeveer 2 seconden branden van de richtingaanwijzers.
Toegang tot de auto Storing in de afstandsbediening Bij een storing in de afstandsbediening kan de auto niet meer met de afstandsbediening ontgrendeld, vergrendeld en gelokaliseerd worden. ) Ontgrendel of vergrendel de auto eerst met de sleutel in het slot. ) Synchroniseer vervolgens de afstandsbediening. Synchroniseren ) Zet het contact af en neem de sleutel uit het contactslot. ) Druk direct daarna gedurende enkele seconden op het vergrendelknopje (gesloten hangslot) van de afstandsbediening.
Toegang tot de auto Sleutels verloren Ga met het kentekenbewijs van de auto, uw legitimatiebewijs en indien mogelijk de sticker met de sleutelcode naar het CITROËN-netwerk. Het CITROËN-netwerk kan de speciale code van de sleutel en de transponder opzoeken en voor nieuwe sleutels zorgen. Gooi de lege batterijen van de afstandsbediening niet weg: ze bevatten metalen die schadelijk zijn voor het milieu. Lever lege batterijen in bij een speciaal verzamelpunt.
Toegang tot de auto Alarm Automatische beveiligingsfunctie Dit systeem treedt in werking als iemand probeert het alarm te saboteren. Het alarm gaat af als iemand probeert de accu, de bedieningseenheid of de kabels van de sirene uit te schakelen of te beschadigen. Dit systeem beveiligt uw auto tegen inbraak en diefstal en bestaat uit een omtrekbeveiliging en een automatische beveiliging. Omtrekbeveiliging Dit systeem houdt de te openen carrosseriedelen van de auto in de gaten.
Toegang tot de auto Afgaan van het alarm Vergrendelen van de auto zonder het alarm in te schakelen Als het alarm afgaat, treedt de sirene in werking en knipperen de richtingaanwijzers gedurende dertig seconden. ) Vergrendel de auto met de sleutel. Als het verklikkerlampje snel knippert bij het ontgrendelen van de auto met de afstandsbediening, is het alarm tijdens uw afwezigheid afgegaan. Het lampje stopt met knipperen als het contact wordt aangezet.
Toegang tot de auto Portieren Openen Sluiten Noodbediening Als een portier niet goed is gesloten: Hiermee kunt u de portieren mechanisch vergrendelen en ontgrendelen in het geval van een storing in de centrale vergrendeling of van de accu. - - Van buitenaf ) Ontgrendel de auto met de afstandsbediening of de sleutel en trek aan de portiergreep.
Toegang tot de auto Achterklep Openen Ontgrendelen en op een kier zetten van de achterklep met de afstandsbediening ) Druk minimaal een seconde op de centrale knop van de afstandsbediening. De achterklep gaat een klein stukje open. Op een kier zetten van de achterklep van binnenuit Elektrisch bedienbare achterklep geopend ) Druk op de knop voor het openen van de achterklep, links op het dashboard (elektrisch bedienbare achterklep).
Toegang tot de auto Vergrendelen / ontgrendelen van binnenuit Noodbediening Hiermee kan bij een lege accu of een eventuele storing in de centrale vergrendeling de achterklep mechanisch ontgrendeld worden. ) Druk op de knop. De portieren en de bagageruimte worden verof ontgrendeld. Ontgrendelen ) Klap de achterbank naar voren om bij het slot in de bagageruimte te komen. ) Steek een kleine schroevendraaier in de opening A van het slot om de achterklep te ontgrendelen.
Toegang tot de auto Ruitbediening Handmatige bediening Draai aan de ruitslinger op het portierpaneel. Blokkering van de ruitbediening achter Elektrisch bedienbaar Druk, voor de veiligheid van uw kinderen, op de schakelaar 5 om de ruitbediening achter, ongeacht de stand van de ruiten, te blokkeren. Als het lampje brandt, is de ruitbediening geblokkeerd. Als het lampje is gedoofd, is de ruitbediening niet geblokkeerd. 1. 2. 3. 4. 5.
Toegang tot de auto Brandstoftank Inhoud van de brandstoftank: ongeveer 50 liter. Tanken Als het minimumbrandstofniveau is bereikt, gaat dit waarschuwingslampje branden. Als dit lampje gaat branden, zit er nog ongeveer 5 literr brandstof in de tank. Ga zo snel mogelijk tanken om te voorkomen dat u zonder brandstof komt te staan. Raadpleeg het hoofdstuk "Controles" indien u strandt met een lege brandstoftank (Diesel). Openen ) Trek aan de hendel.
Toegang tot de auto Vulpistoolrestrictie (diesel)* Dit mechanisme is aangebracht in auto's met een dieselmotor, waardoor het onmogelijk is om benzine te tanken. Hiermee wordt schade aan motoren, ontstaan door het tanken van de verkeerde brandstof, voorkomen. Deze voorziening, die in de tankopening is ingebouwd, is zichtbaar zodra u de brandstoftankdop verwijdert. Indien u per vergissing de verkeerde brandstof voor uw auto tankt, moet de tank beslist worden afgetapt voordat de motor kan worden gestart.
Toegang tot de auto 54 Brandstofkwaliteit voor benzinemotoren Brandstofkwaliteit voor dieselmotoren Auto's met benzinemotoren kunnen probleemloos rijden op biobrandstoffen van het type E10 en E24 (deze bevatten resp. 10% en 24% ethanol) die voldoen aan de Europese richtlijnen EN 228 en EN 15376. Brandstoffen van het type E85 (deze bevatten tot 85% ethanol) zijn uitsluitend geschikt voor auto's die speciaal bestemd zijn voor dit type brandstof (BioFlex-auto's).
Comfort Voorstoelen Voer het verstellen van de bestuurdersstoel uit veiligheidsoverwegingen uitsluitend uit bij stilstaande auto. Verstelling in lengterichting ) Til de beugel op en schuif de stoel in de gewenste stand. Rugleuningverstelling ) Duw de handgreep naar achteren. Hoogteverstelling (uitsluitend bestuurdersstoel) 3 ) Trek de hendel omhoog of duw deze omlaag tot de gewenste stand bereikt is.
Comfort Hoogteverstelling hoofdsteun ) Trek de hoofdsteun omhoog om hem hoger te zetten. ) Druk op de pal A en trek de hoofdsteun omhoog om hem te verwijderen. ) Steek om de hoofdsteun terug te zetten de pennen van de hoofdsteun recht in de openingen van de rugleuning tot de hoofdsteun op zijn plaats blijft. ) Druk gelijktijdig op de pal A en op de hoofdsteun om deze lager te zetten.
Comfort Achterbank Afhankelijk van de uitvoering kan uw auto zijn voorzien van een vaste achterbank. Neem contact op met het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats voor meer informatie over het uitnemen en plaatsen van deze bank. U kunt het linkerdeel (2/3) en/of het rechterdeel (1/3) van de rugleuning van de achterbank neerklappen om de bagageruimte te vergroten. De zitting bestaat uit één deel en kan niet opgeklapt worden.
Comfort Spiegels Buitenspiegels De verstelbare buitenspiegels zorgen voor het benodigde zicht naar achteren bij een inhaalmanoeuvre of het parkeren van de auto. De buitenspiegels kunnen ook worden ingeklapt voor het parkeren in een smalle straat. Handmatig verstelbare buitenspiegels Elektrisch verstelbare buitenspiegels Verstellen Verstellen ) Beweeg de hendel in de vier richtingen om de spiegel in de gewenste stand te verstellen.
Comfort Binnenspiegel Handmatig inklappen U kunt de buitenspiegels handmatig inklappen (parkeren, smalle garage, ...). ) Kantel de spiegel naar de auto. Verstelbare spiegel voor het zicht recht achter de auto. De binnenspiegel is voorzien van een nachtstand waardoor de spiegel donkerder wordt en de bestuurder minder hinder ondervindt van de zon en van koplampverlichting van achteropkomend verkeer ... ! Om veiligheidsrdenen moeten de spiegels zo zijn ingesteld dat de "dode hoek" zo klein mogelijk is.
Comfort Stuurwielverstelling ) Zorg dat de auto stilstaat en duw de hendel omlaag om het stuurwiel te ontgrendelen. ) Verstel het stuurwiel in hoogte voor een optimale zithouding. ) Trek aan de hendel om het stuurwiel te vergrendelen. Voer deze handelingen om veiligheidsredenen uitsluitend uit bij stilstaande auto.
Comfort Ventilatie Luchttoevoer De lucht in het interieur, die overigens wordt gefilterd, wordt van buitenaf toegevoerd via het luchtrooster onder de voorruit, of is lucht die in het interieur wordt gerecirculeerd. 3 Luchtgeleiding De lucht kan afhankelijk van de instellingen van de bestuurder via verschillende circuits worden toegevoerd: rechtstreekse toevoer naar het interieur (toevoer van buitenlucht), toevoer via het verwarmingscircuit, toevoer via het circuit van de airconditioning.
Comfort Gebruiksadviezen voor de verwarming, ventilatie en airconditioning Neem voor een optimale werking van de verwarming, ventilatie en airconditioning de volgende gebruiksadviezen in acht: ) Let erop dat voor een gelijkmatige verdeling van de lucht naar het interieur de uitstroomopening onder de voorruit, de verschillende luchtkanalen, ventilatieroosters en overige uitstroomopeningen alsmede de ventilatieopening in de bagageruimte vrij blijven.
Comfort Verwarming / ventilatie Handbediende airconditioning (zonder display) Dit systeem werkt uitsluitend bij draaiende motor. Dit systeem werkt alleen als de motor draait. 1. Temperatuurregeling ) Draai de knop van blauw (koel) naar rood (warm) om de temperatuur naar behoefte in te stellen. 3 2. Luchtopbrengstregeling ) Draai de knop in één van de vierr standen om de gewenste luchtopbrengst te verkrijgen.
Comfort 3. Luchtverdeling Voorruit en zijruiten. Voorruit, zijruiten en beenruimte. Beenruimte. 4. Toevoer van buitenlucht/ luchtrecirculatie De recirculatiestand dient om de luchttoevoer af te sluiten bij stank en stofoverlast. Schakel zo snel mogelijk de toevoer van buitenlucht weer in om te voorkomen dat de luchtkwaliteit in het interieur achteruitgaat en de ruiten beslaan. ) Verplaats de knop naar links in de stand "Luchtrecirculatie". 5.
Comfort Elektronische airconditioning (met display) Dit systeem werkt uitsluitend bij draaiende motor. 2. Temperatuurregeling ) Druk op de toetsen " " (rood voor warm) en " " (blauw voor koud) om de temperatuur naar behoefte in te stellen. Er verschijnen of verdwijnen geleidelijk temperatuurbalkjes op het display van de airconditioning. 1. Toevoer van buitenlucht/ luchtrecirculatie De recirculatiestand dient om de luchttoevoer af te sluiten bij stank en stofoverlast.
Comfort 4. Aan / Uit airconditioning 5. Airconditioning: toets A/C MAX Met deze toets wordt de lucht in het interieur snel gekoeld. Inschakelen ) Druk op de toets "A/C"", het verklikkerlampje op het display van de airconditioning gaat branden. Uitschakelen ) Druk opnieuw op de toets "A/C", het verklikkerlampje op het display van de airconditioning gaat uit. Als de airconditioning wordt uitgeschakeld, wordt het thermische comfort niet meer geregeld (vocht, beslagen ruiten).
Comfort 7. Luchtopbrengstregeling ) Druk op de toets "Grote propeller" om de luchtopbrengst te verhogen. Er verschijnen geleidelijk balkjes van de luchtopbrengst. ) Druk op de toets "Kleine propeller" om de luchtopbrengst te verlagen. De balkjes van de luchtopbrengst verdwijnen geleidelijk. Uitschakelen van het systeem ) Druk op de toets "Kleine propeller" van de luchtopbrengstregeling totdat alle balkjes op het display van de airconditioning zijn verdwenen.
Comfort Ontwasemen - Ontdooien voorzijde Deze opdruk op het bedieningspaneel geeft aan in welke stand de knoppen moeten staan om de voorruit en de zijruiten snel te ontwasemen of te ontdooien. 68 Met verwarmings-/ ventilatiesysteem Met handbediende airconditioning (zonder display) ) Zet de knoppen van de luchttemperatuur en de aanjagersnelheid in de met de desbetreffende opdruk weergegeven stand. ) Zet de knop van de luchttoevoer in de stand "Toevoer van buitenlucht" (knop naar rechts geschoven).
Comfort Achterruitverwarming De achterruitverwarming kan worden ingeschakeld met de toets op het bedieningspaneel van de verwarming/ventilatie of de airconditioning. Aan Uit De achterruitverwarming werkt uitsluitend bij draaiende motor. ) Druk op deze toets om de achterruit en de buitenspiegels (afhankelijk van de uitvoering) te ontwasemen. Het controlelampje van de toets gaat branden. De achterruitverwarming wordt automatisch uitgeschakeld om onnodig stroomverbruik te voorkomen.
Voorzieningen Indeling van het interieur 2. 3. 4. 5. 6. 7. 70 Zonneklep Dashboardkastje (zie de volgende bladzijde voor meer informatie) Portiervakken Open opbergvak Asbak / Bekerhouder USB-/Jack-aansluiting Aanstekerr /12V-aansluiting Zie de volgende bladzijde voor meer informatie.
Voorzieningen Zonneklep Dashboardkastje 4 De zonneklep kan zowel omlaag als naar opzij worden geklapt. De zonneklep aan passagierszijde is voorzien van een afdekbare make-upspiegel en een tickethouder. In het dashboardkastje kunnen een fles mineraalwater, de boorddocumentatie enz. worden opgeborgen. Afhankelijk van de uitvoering, is het dashboardkastje voorzien van een deksel. Indien dit het geval is: ) Trek de handgreep omhoog om het dashboardkastje te openen.
Voorzieningen Armsteun vóór Aansteker / 12V-aansluiting Voor het comfort en als opbergmogelijkheid voor de bestuurder en voorpassagier. Opbergvakken ) Toegang tot het afgesloten opbergvak: til de handgreep op om het deksel op te tillen. Deze aansluitmodule "AUX", die bestaat uit een JACK-aansluiting en een USB-poort, bevindt zich op de middenconsole. Hierop kunt u draagbare apparatuur aansluiten, zoals een iPod® of een USB-stick.
Voorzieningen Voorzieningen bagageruimte 1. 2.
Voorzieningen Opbergbak ) Til de vloerbekleding van de bagageruimte op om bij het opbergbak te komen. Hierin vindt u verschillende ruimtes voor het opbergen van een lampenset, een EHBOtrommel, twee gevarendriehoeken enz. Het bevat ook het boordgereedschap, de bandenreparatieset...
Rijden Starten - afzetten van de motor Starten Afzetten ) Zet de auto stil. ) Draai de sleutel linksom in de stand 1 (Stop). ) Verwijder de sleutel uit het contactslot. Zorg dat er geen gewicht (bijvoorbeeld een zware sleutelhanger...) aan de sleutel hangt: dit kan namelijk storingen aan het contactslot veroorzaken. ) Steek de sleutel in het contactslot. Het systeem herkent de code van de startblokkering. ) Draai de sleutel rechtsom in de stand 3 (Starten). ) Laat zodra de motor draait de sleutel los.
Rijden Handbediende parkeerrem Aantrekken Vrijzetten ) Trek de hefboom van de parkeerrem aan om uw auto stil te zetten. ) Trek de hefboom van de parkeerrem licht omhoog, druk de ontgrendelknop in en duw de hefboom geheel omlaag. Als tijdens het rijden dit verklikkerlampje en het verklikkerlampje STOP branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het display, geeft dit aan dat de parkeerrem nog (iets) is aangetrokken.
Rijden Handgeschakelde versnellingsbak Inschakelen van de achteruitversnelling 5 ) Verplaats de versnellingshendel helemaal naar rechts en vervolgens naar achteren. Schakel de achteruitversnelling alleen in als de auto stilstaat en de motor stationair draait. Voor uw veiligheid en om het starten van de motor te vergemakkelijken: zet de versnellingshendel altijd in de neutraalstand, trap het koppelingspedaal in.
Rijden Elektronisch gestuurde versnellingsbak Bij de elektronische gestuurde versnellingsbak met vijf versnellingen kunt u kiezen tussen automatische bediening en handmatig schakelen. Deze versnellingsbak heeft twee gebruiksmogelijkheden: een automatische stand om automatisch te schakelen, zonder tussenkomst van de bestuurder, een handmatige stand om zelf sequentieel te schakelen met behulp van de selectiehendel of de flippers aan de stuurkolom. 78 Selectiehendel Weergave op het instrumentenpaneel R.
Rijden Starten van de auto ) Selecteer stand N. ) Houd het rempedaal volledig ingetrapt. ) Start de motor. Houd bij het starten van de motor altijd het rempedaal ingetrapt. De aanduiding N wordt weergegeven op het instrumentenpaneel. De aanduiding N op het display knippert als u de motor probeert te starten zonder dat de selectiehendel in stand N staat. ) Selecteer de automatische stand (stand A), de handmatige stand (stand M) of de achteruitversnelling (stand R).
Rijden Automatische stand Handbediende stand Achteruitversnelling ) Selecteer stand A. ) Selecteer stand M. U kunt de achteruitversnelling alleen inschakelen als de auto stilstaat en u het rempedaal ingetrapt houdt. ) Selecteer stand R. Op het instrumentenpaneel verschijnen de aanduiding AUTO en de ingeschakelde versnelling. De versnellingsbak werkt dan automatisch, zonder dat u zelf hoeft te schakelen.
Rijden Parkeren van de auto Resetten Voordat u de motor afzet, kunt u: stand N selecteren om de versnellingsbak in de neutraalstand te zetten, of de versnellingsbak in de ingeschakelde versnelling laten staan. In dat geval kan de auto niet worden verplaatst. Nadat de accu losgekoppeld is geweest, moet u de versnellingsbak resetten. ) Zet het contact aan. U dient bij het parkeren echter altijd de handrem aan te trekken.
Rijden Automatische versnellingsbak Bij de automatische versnellingsbak met vier versnellingen kunt u kiezen uit automatisch schakelen, aangevuld met de programma's Sport en Sneeuw, en handmatig schakelen.
Rijden Wegrijden Trek de handrem aan. ) Selecteer de stand P of N. ) Start de motor. Als niet aan de bovenstaande voorwaarden wordt voldaan, klinkt een geluidssignaal in combinatie met een waarschuwingsmelding. ) Trap bij draaiende motor het rempedaal in. ) Zet de handrem los. ) Selecteer de stand R, D of M. ) Laat het rempedaal geleidelijk los. De auto begint te rijden.
Rijden Storing Handmatig schakelen ) Selecteer de stand M om sequentieel te schakelen tussen de vier versnellingen. ) Duw de selectiehendel naar het symbool + om één versnelling op te schakelen. ) Trek de selectiehendel naar het symbool om één versnelling terug te schakelen. Het schakelen naar een andere versnelling kan alleen als de snelheid van de auto en het toerental van de motor dit toestaan, anders wordt er tijdelijk overgegaan op de automatische bediening.
Rijden Snelheidsbegrenzer auto de door de bestuurder ingestelde maximumsnelheid overschrijdt. Als de ingestelde maximumsnelheid is bereikt, heeft het dieper intrappen van het gaspedaal geen effect. Het inschakelen van de snelheidsbegrenzer geschiedt handmatig: de ingestelde snelheid dient minimaal 30 km/h te bedragen. Stuurkolomschakelaars Weergave op het display 5 Het uitschakelen van de snelheidsbegrenzer geschiedt eveneens handmatig met de hendel.
Rijden Programmeren ) Draai de knop 1 in de stand "LIMIT": de snelheidsbegrenzer is geselecteerd, maar nog niet ingeschakeld (PAUSE). Er kan een snelheid worden ingesteld zonder de begrenzer in te schakelen. Uitschakelen van de snelheidsbegrenzer ) Draai de knop 1 in de stand "0": de selectie van de snelheidsbegrenzer wordt ongedaan gemaakt. Op het display wordt weer de kilometerteller weergegeven. Storing ) Stel de snelheid in door op de toets 2 of 3 te drukken (bijv.: 90 km/h).
Rijden Snelheidsregelaar de bestuurder met een constante ingestelde snelheid rijden zonder gas te hoeven geven.
Rijden Programmeren ) Draai de knop 1 in de stand "CRUISE": de snelheidsregelaar is geselecteerd, maar nog niet ingeschakeld (PAUSE). ) Stel de snelheid in door de wagensnelheid op het gewenste niveau te brengen en vervolgens op de toets 2 of 3 te drukken (bijv.: 110 km/h). U kunt de ingestelde snelheid vervolgens wijzigen met de toetsen 2 en 3: +/- 1 km = kort indrukken, +/- 5 km = lang indrukken, +/- in stappen van 5 km = ingedrukt houden.
Rijden Parkeerhulp achter De functie wordt geactiveerd zodra de achteruitversnelling wordt ingeschakeld. Hierbij klinkt een geluidssignaal. Zodra de achteruitversnelling wordt uitgeschakeld, is de functie niet meer actief. 5 sensoren in de bumper obstakels in de nabijheid van de auto (personen, auto's, bomen, slagbomen, enz.) die binnen het detectiebereik vallen. Bepaalde obstakels (paaltjes, pionnen, enz.
Rijden Storing Uitschakelen/activeren parkeerhulp achter De parkeerhulp kan worden geactiveerd of uitgeschakeld via het configuratiemenu van de auto. De status van de functie wordt opgeslagen bij het afzetten van het contact. Raadpleeg voor meer informatie over de toegang tot het menu van de parkeerhulp het gedeelte "Persoonlijke instellingen Configuratie" van het display in het hoofdstuk "Controles tijdens het rijden".
Zicht Lichtschakelaar Met de lichtschakelaar kunt u de verlichting van de auto selecteren en inschakelen. Hoofdverlichting Aanvullende verlichting De lichtschakelaar heeft verschillende standen om de zichtbaarheid van de auto en het zicht van de bestuurder aan te passen aan de omstandigheden: parkeerlicht: om gezien te worden, dimlicht: voor een optimaal zicht zonder medeweggebruikers te verblinden, grootlicht: voor een optimaal zicht op wegen waar het omgevingslicht onvoldoende is.
Zicht Ring voor de selectie van de stand van de hoofdverlichting Draai aan de ring om het symbool van de gewenste stand tegenover het merkteken te zetten. Lichten uit. Alleen parkeerlicht. Dimlicht of grootlicht. Grootlichtschakelaar Trek de hendel naar u toe om over te schakelen van dim- naar grootlicht en terug. Als de verlichting is uitgeschakeld of wanneer alleen de parkeerlichten zijn ingeschakeld, kunt u een lichtsignaal geven door de hendel naar u toe te trekken.
Zicht Ring voor de selectie van de mistverlichting De mistverlichting werkt in combinatie met het dimlicht en het grootlicht. 6 Uitsluitend één mistachterlicht ) Draai de ring naar voren om het mistachterlicht in te schakelen. ) Draai de ring naar achteren om het mistachterlicht uit te schakelen.
Zicht Bij helder of regenachtig weer, zowel overdag als 's nachts, zijn de mistlampen vóór en het mistachterlicht verblindend voor medeweggebruikers en daarom niet toegestaan. Gebruik de mistlampen vóór en het mistachterlicht uitsluitend bij mist of sneeuwval. Onder deze weersomstandigheden dient u de mistlampen vóór en het dimlicht handmatig in te schakelen, omdat de lichtsensor voldoende licht kan waarnemen. Vergeet niet de mistlampen uit te zetten zodra ze niet meer nodig zijn.
Zicht Dagrijverlichting* Handbediende follow me home-verlichting Als de lichtschakelaar in de stand "0" staat, gaat de dagrijverlichting automatisch branden bij het starten van de auto. Deze functie zorgt ervoor dat na het afzetten van het contact de dimlichten nog even blijven branden om het uitstappen in het donker te vergemakkelijken. De dagrijverlichting gaat uit als het parkeerlicht, dimlicht of grootlicht wordt ingeschakeld. Deze functie kan niet worden uitgeschakeld.
Zicht Koplampen verstellen Verstel de koplampen afhankelijk van de belading van uw auto om verblinding van medeweggebruikers te voorkomen. Het verstellen kan worden uitgevoerd met de bediening: onder de motorkap, linksonder het stuurwiel (volgens uitvoering). Motorruimte Links van het stuurwiel ) Til de klep onder de motorkap op voor toegang tot de bediening (één per lichtunit). Het verstellen geschiedt altijd rechtsom. 0 1 2 3 1 of 2 personen op de voorstoelen. 5 personen.
Zicht Ruitenwisserschakelaar De ruitenwissers voor zorgen voor een optimaal zicht voor de bestuurder, ongeacht de weersomstandigheden. Handmatige functies De bestuurder schakelt de ruitenwissers handmatig in. Ruitenwissers vóór Wissnelheid: hoge snelheid (hevige neerslag), normale snelheid (matige regenval), interval (wissnelheid aangepast aan de wagensnelheid), 6 uit, één keer wissen (duw de hendel even omlaag).
Zicht Speciale stand van de ruitenwissers voor Deze stand maakt het mogelijk de ruitenwissers los te zetten van de voorruit. In deze stand kunnen de ruitenwisserbladen worden gereinigd of de ruitenwissers worden vervangen. In de winter kan deze stand tevens worden gebruikt om de ruitenwissers los te zetten van de voorruit. ) Als de ruitenwisserschakelaar binnen een minuut nadat het contact is afgezet wordt bediend, worden de ruitenwissers in de verticale stand gezet.
Zicht Plafonniers Plafonniers voor en achter In deze stand gaat de interieurverlichting geleidelijk branden: als de auto wordt ontgrendeld, als de sleutel uit het contact wordt verwijderd, als een portier wordt geopend, als op de vergrendelingsknop van de afstandsbediening wordt gedrukt om de auto te lokaliseren. De interieurverlichting gaat geleidelijk uit: als de auto wordt vergrendeld, als het contact wordt aangezet, 30 seconden na het sluiten van het laatste portier.
Veiligheid Richtingaanwijzers Gebruik de richtingaanwijzers om een verandering van rijrichting of rijstrook aan te geven. ) Links: duw de hendel helemaal omlaag, tot voorbij de weerstand. ) Rechts: duw de hendel helemaal omhoog, tot voorbij de weerstand. Functie “snelweg” ) Beweeg de schakelaar kort omhoog of omlaag, zonder deze door de weerstand te drukken. De desbetreffende richtingaanwijzers zullen drie keer knipperen.
Veiligheid Hulpsystemen bij het remmen Uw auto is voorzien van drie systemen die u helpen om de auto in een noodsituatie veilig tot stilstand te brengen: het antiblokkeersysteem (ABS), de elektronische remdrukregelaar (EBD), Brake Assist System (BAS). Antiblokkeersysteem (ABS) en elektronische remdrukregelaar Deze systemen zorgen tijdens het remmen voor een betere stabiliteit en bestuurbaarheid van uw auto, vooral op een slecht of glad wegdek.
Veiligheid Stabiliteitscontrolesystemen Antislipregeling (ASR) en elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP) De antislipregeling verbetert de tractie van de wielen om doorslippen te voorkomen, door in te grijpen op de remmen van de aangedreven wielen en op het motorkoppel. Het elektronisch stabiliteitsprogramma grijpt in via de remmen van één of meer wielen en via het motorkoppel om de auto (binnen de grenzen van de natuurkundige wetmatigheden) weer in de juiste koers te brengen.
Veiligheid Veiligheidsgordels Veiligheidsgordels vóór Waarschuwingslampje veiligheidsgordel losgemaakt / niet vastgemaakt Als het contact wordt aangezet, gaat dit waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel branden om aan te geven dat de bestuurder zijn gordel niet heeft vastgemaakt. Omdoen De veiligheidsgordels vóór zijn voorzien van een pyrotechnische gordelspanner en een spankrachtbegrenzer.
Veiligheid Veiligheidsgordels achter Omdoen ) Trek aan de gordel en steek de gesp in de gordelsluiting. ) Controleer of de gordel goed is vastgemaakt door even aan de riem te trekken. Losmaken ) Druk op de rode knop van de gordelsluiting. ) Houd de gordel vast terwijl deze zich oprolt. De zitplaatsen links- en rechtsachter zijn voorzien van een driepuntsveiligheidsgordel met oprolautomaat.
Veiligheid Alvorens te gaan rijden dient de bestuurder te controleren of alle passagiers hun veiligheidsgordel goed hebben omgedaan en vastgemaakt. Zorg ervoor dat alle inzittenden tijdens het rijden hun veiligheidsgordel dragen, ook al betreft het een korte rit. Draai de gespen van de veiligheidsgordels niet om; de gordels zijn dan niet voldoende effectief.
Veiligheid Airbags De airbags zijn speciaal ontworpen om de veiligheid van de inzittenden bij ernstige aanrijdingen te verbeteren. Ze vormen een aanvulling op de werking van de veiligheidsgordels met spanbegrenzers. De elektronische schoksensoren registreren de frontale en zijdelingse aanrijdingen waaraan de registratiezones voor een aanrijding worden blootgesteld: bij een ernstige aanrijding gaan de airbags onmiddellijk af en zorgen ervoor dat de inzittenden van de auto beter worden beschermd.
Veiligheid Schakel voor de veiligheid van uw kind de airbag aan passagierszijde altijd uit als u een kinderzitje met de rug in de rijrichting op de voorstoel plaatst. Anders kan een kind bij het afgaan van de airbag levensgevaarlijk gewond raken.
Veiligheid Zijairbags Storing Als dit waarschuwingslampje gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display, raadpleeg dan het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats om het systeem te laten controleren. De kans bestaat dat de airbags bij een ernstige aanrijding niet worden geactiveerd. De zijairbags beschermen de bestuurder en de voorpassagier bij een ernstige zijdelingse aanrijding om de kans op letsel te verkleinen.
Veiligheid Houd u aan de volgende veiligheidsvoorschriften voor een maximale effectiviteit van de airbags: Maak er een gewoonte van om normaal rechtop in de voorstoelen te zitten. Draag altijd een correct afgestelde autogordel. Zorg dat er zich niets bevindt tussen de airbag en de inzittenden (kinderen, huisdieren, objecten...). Dit kan de goede werking van de airbag belemmeren en/of de inzittende bij het opblazen van de airbag verwonden.
Veilig vervoeren van kinderen Algemene informatie met betrekking tot kinderzitjes Hoewel CITROËN bij het ontwerp van uw auto veel aandacht heeft besteed aan veiligheidsvoorzieningen voor uw kinderen, is hun veiligheid natuurlijk ook afhankelijk van uzelf.
Veilig vervoeren van kinderen Kinderzitje op de passagiersstoel voor "Met de rug in de rijrichting" "Met het gezicht in de rijrichting" Wanneer een kinderzitje voor het vervoeren met de rug in de rijrichting op de passagiersstoel voorr wordt geplaatst, moet de airbag aan passagierszijde zijn uitgeschakeld. Gebeurt dit niet, dan kan het kind bij het afgaan van de airbag levensgevaarlijk gewond raken.
Veilig vervoeren van kinderen Raadpleeg de voorschriften op de sticker die zich aan beide zijden van de zonneklep aan passagierszijde bevindt: Schakel voor de veiligheid van uw kind de airbag aan passagierszijde altijd uit als u een kinderzitje met de rug in de rijrichting op de voorstoel plaatst. Anders kan een kind bij het afgaan van de airbag levensgevaarlijk gewond raken.
Veilig vervoeren van kinderen Door CITROËN aanbevolen kinderzitjes CITROËN levert een complete reeks kinderzitjes met artikelnummer die met een driepuntsveiligheidsgordel kunnen worden vastgemaakt: Groep 0+: vanaf de geboorte tot 13 kg Groep 1, 2 en 3: van 9 tot 36 kg L1 "RÖMER Baby-Safe Plus" Wordt met de rug in de rijrichting geplaatst. De voorstoel moet ongeveer halverwege naar voren zijn geplaatst.
Veilig vervoeren van kinderen Bevestiging kinderzitjes met veiligheidsgordel Conform de Europese wetgeving geeft dit overzicht de mogelijkheden weer met betrekking tot het bevestigen, met een veiligheidsgordel, van een universeel gehomologeerd kinderzitje (a), gerangschikt naar het gewicht van het kind en de plaats in de auto: Gewicht van het kind / leeftijdsindicatie Minder dan 13 kg (Categorie 0 (b) en 0+) Tot ongeveer 1 jaar Van 9 tot 18 kg (Categorie 1) Van 1 tot ongeveer 3 jaar Van 15 tot 25 kg (C
Veilig vervoeren van kinderen Adviezen voor kinderzitjes De onjuiste bevestiging van een kinderzitje brengt de veiligheid van het kind in gevaar bij een aanrijding. Zorg ervoor dat de veiligheidsgordels of het tuigje van het kinderzitje, zelfs bij korte ritten, worden vastgemaakt waarbij de speling ten opzichte van het lichaam van het kind zoveel mogelijk moet worden beperkt.
Veilig vervoeren van kinderen ISOFIX-bevestigingen De hieronder aangegeven zitplaatsen zijn uitgerust met de voorgeschreven ISOFIX-bevestigingen: - één bevestigingsring B achter de stoel, TOP TETHER genoemd, voor de bevestiging van de bovenste riem. De ISOFIX-bevestigingen zorgen voor een veilige, degelijke en snelle montage van het kinderzitje in uw auto. De ISOFIX-kinderzitjes zijn voorzien van twee sloten die aan de twee bevestigingsringen A kunnen worden verankerd.
Veilig vervoeren van kinderen ISOFIX-kinderzitje aanbevolen door CITROËN en goedgekeurd voor uw auto RÖMER BabySafe Plus ISOFIX (gewichtsgroep E) Groep 0+: tot ongeveer 13 kg Dit zitje wordt met de rug in de rijrichting geplaatst met behulp van een ISOFIX-onderstel dat wordt bevestigd aan de ringen A. De steun van het ISOFIX-onderstel moet op de juiste hoogte worden afgesteld zodat deze op de vloer van de auto rust.
Veilig vervoeren van kinderen Overzicht bevestiging ISOFIX-kinderzitjes Overeenkomstig de Europese wetgeving geeft het overzicht de mogelijkheden aan voor het bevestigen van een ISOFIX-kinderzitje op een plaats in de auto voorzien van ISOFIX-bevestigingen. Bij universele en semi-universele ISOFIX-kinderzitjes wordt de ISOFIX-maat op het kinderzitje naast het ISOFIX-logo aangegeven met een letter (A t/m G).
Veilig vervoeren van kinderen Mechanisch kinderslot Beide achterportieren zijn voorzien van een kinderslot om het openen van binnenuit te verhinderen. De knop bevindt zich op de zijkant van beide achterportieren. Vergrendelen ) Draai de rode knop een kwart omwenteling met de contactsleutel. - naar rechts voor het linker achterportier, - naar links voor het rechter achterportier. 8 Ontgrendelen ) Draai de rode knop een kwart omwenteling met de contactsleutel.
Praktische informatie Bandenreparatieset De volledige set voor de reparatie van een band bestaat uit een compressor en een flacon met afdichtmiddel. Hiermee kunt u de band tijdelijk repareren, zodat u de dichtstbijzijnde garage kunt bereiken. Met deze reparatieset kunnen de meeste lekke banden worden gerepareerd, als het lek zich in het loopvlak of de hiel van de band bevindt.
Praktische informatie Beschrijving van de set A. Schakelaar stand "Reparatie" of "Op spanning brengen". B. Aan/uit schakelaar "I/O". C. Knop voor leeg laten lopen. D. Manometer (bar of psi). E. Opbergvak met: - kabel + adapter voor 12V-aansluiting, - diverse opblaasnippels voor accessoires als ballonnen, fietsbanden, ... F. Flacon met afdichtmiddel. G. Witte slang met dop voor de reparatie. H. Zwarte slang voor het op spanning brengen. I. Sticker met snelheidslimiet.
Praktische informatie Reparatiemethode 1. Afdichting van het lek ) Zet het contact af. ) Zet de schakelaar A in de stand "Reparatie". ) Controleer of de schakelaar B in de stand "O" staat. Verwijder het voorwerp dat de lekkage heeft veroorzaakt niet uit de band. 122 ) Rol de witte slang G volledig uit. ) Draai de dop van de witte slang los. ) Sluit de witte slang aan op het ventiel van de lekke band. Let op: dit product is schadelijk (ethyleenglycol, colofonium...
Praktische informatie ) Activeer de compressor door de schakelaar B in de stand "I" te zetten, tot de bandenspanning 2,0 bar bedraagt. Het afdichtmiddel wordt onder druk in de band gespoten; neem gedurende deze handeling de slang niet los van de aansluiting (kans op spatten). Schakel de compressor niet in voordat de witte slang is aangesloten op het ventiel van de band: het afdichtmiddel wordt anders buiten de band gespoten. ) Verwijder de set en draai de dop van de witte slang vast.
Praktische informatie 2. Op spanning brengen ) Zet de schakelaar A in de stand "Bandenspanning". ) Rol de zwarte slang H volledig uit. ) Sluit de zwarte slang aan op het ventiel van de gerepareerde band. ) Sluit de stekker van de compressor weer aan op de 12V-aansluiting in de auto. ) Start de motor opnieuw en laat de motor draaien. Ga zo snel mogelijk naar een servicepunt van het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Vergeet niet de technicus te vertellen dat u de set hebt gebruikt.
Praktische informatie Uitnemen van de flacon ) Berg de zwarte slang op. ) Neem het gebogen aansluitstuk van de witte slang los. ) Houd de compressor rechtop. ) Draai de flacon aan de onderzijde los. Let op dat er geen afdichtmiddel uit de flacon stroomt. De uiterste gebruiksdatum staat op de patroon vermeld. De patroon met afdichtmiddel kan slechts één keer gebruikt worden en moet daarna worden vervangen, ook als hij niet leeg is.
Praktische informatie Wiel verwisselen In het geval van een lekke band kunt u het wiel met het bij de auto geleverde gereedschap verwisselen volgens de onderstaande procedure. Toegang tot het gereedschap Beschikbaar gereedschap Het gereedschap bevindt zich onder de vloer van de bagageruimte: ) open de achterklep, ) til de vloerplaat op en verwijder deze, ) haal de houder met het gereedschap er uit.
Praktische informatie Toegang tot het reservewiel Wiel met wieldop Monteren: plaats de wieldop, begin bij de ventielopening en druk de wieldop rondom met de hand vast. Het reservewiel bevindt zich onder de vloer van de bagageruimte (volgens uitvoering). Zie de paragraaf "Toegang tot het gereedschap" voor meer informatie. Verwijderen van het reservewiel ) Draai de gele centrale bout los. ) Til het reservewiel aan de achterzijde op en trek het naar u toe. ) Verwijder het wiel uit de bagageruimte.
Praktische informatie ) Leg het reservewiel in de reservewielbak. ) Draai de gele centrale bout een aantal omwentelingen los en plaats de bout in het hart van het reservewiel. ) Draai de centrale bout vast tot deze klikt en het reservewiel goed vastzit. 128 ) Plaats de houder met het gereedschap in het hart van het reservewiel en maak de houder vast.
Praktische informatie Demonteren van het wiel Stilzetten van de auto Zet de auto op een plaats waar het verkeer niet gehinderd wordt en zorg ervoor dat de auto op een horizontale, stabiele en stroeve ondergrond staat. Trek de handrem aan, zet het contact af en schakel de eerste versnelling* in om de wielen te blokkeren. Controleer of de verklikkerlampjes van de parkeerrem op het instrumentenpaneel branden. Controleer of de inzittenden de auto hebben verlaten en zich op een veilige plaats bevinden.
Praktische informatie ) Plaats de krik 2 onder één van de twee steunpunten aan de voorzijde A of achterzijde B (bij het te verwisselen wiel). 130 ) Draai de krik 2 uit tot het voetstuk op de grond staat. Zorg ervoor dat het voetstuk zich loodrecht onder het gebruikte steunpunt A of B bevindt. ) Krik de auto op tot er voldoende ruimte tussen het wiel en de grond is om het (niet lekke) reservewiel te monteren. ) Verwijder de wielbouten en leg ze op een schone plaats weg. ) Verwijder het wiel.
Praktische informatie Monteren van het wiel Bevestiging van het reservewiel Indien uw auto is voorzien van lichtmetalen velgen is het normaal dat bij het monteren van het reservewiel de ringen van de bouten de velg niet raken. Als de bouten volledig zijn aangedraaid, zorgt het conische draagvlak van de bouten voor de bevestiging van het reservewiel. Na het verwisselen van het wiel Verwijder de naafdop van het wiel om het op de juiste manier in de bagageruimte op te bergen.
Praktische informatie Laat de krik zakken. ) Vouw de krik 2 op en verwijder hem. 132 ) Draai de wielbouten uitsluitend vast met de wielsleutel 1. ) Bevestig de doppen op de overige wielbouten (volgens uitvoering). ) Berg het gereedschap op in de houder.
Praktische informatie Een lamp vervangen Verlichting vóór De koplampunits zijn voorzien van glas van polycarbonaat met een speciale vernislaag: ) reinig de koplampen nooit met een droge of schurende doek en gebruik geen oplosmiddelen, ) gebruik een spons met zeepwater of een pH-neutraal product, ) wanneer u met een hogedrukreiniger hardnekkig vuil probeert te verwijderen, houd de straal dan nooit langdurig op de koplampen, de achterlichten en de randen ervan gericht, om beschadiging van de vernislaag en de
Praktische informatie Lamp van richtingaanwijzer vervangen Wanneer het controlelampje van de richtingaanwijzer (rechts of links) met een hogere frequentie dan normaal knippert, duidt dit op een defecte lamp aan de desbetreffende zijde. ) Draai de lamphouder een achtste omwenteling linksom en verwijder hem. ) Verwijder de lamp en vervang hem. Verricht voor het monteren van de lamp deze handelingen in de omgekeerde volgorde.
Praktische informatie Lampen dimlicht vervangen ) Trek aan de borglip om de beschermkap te verwijderen. ) Til de stekker van de lamp op en neem deze los . ) Trek de lamp uit de lamphouder en vervang de lamp. Voer het monteren uit in de omgekeerde volgorde. Lampen dagrijverlichting / parkeerlicht of parkeerlicht vervangen ) Trek aan de lamphouder terwijl u aan beide kanten op de beide borglippen drukt. ) Verwijder de lamp en vervang deze. Voer het monteren uit in de omgekeerde volgorde.
Praktische informatie Mistlampen vóór vervangen ) Via de opening onder de voorbumper kunt u de mistlampen vóór bereiken. Draai, indien nodig, de afdekkap helemaal los en verwijder deze vervolgens. ) Draai de lamphouder een kwartslag linksom en verwijder deze. ) Neem de stekker van de lamp los. ) Verwijder de lamp en vervang deze. Voer het monteren uit in de omgekeerde volgorde.
Praktische informatie Achterlichten 1. 2. 3. 4. 5. Richtingaanwijzers (PY21W amberkleurig). Achteruitrijlicht (R10W). Mistachterlicht (P21W). Parkeerlicht (P21/5W). Remlicht / parkeerlicht (P21/5W).
Praktische informatie Lamp derde remlicht vervangen (5 lampen W5W) Om deze lampen te vervangen is het noodzakelijk het deksel op de hoedenplank te verwijderen vanaf de achterbank van de auto: ) trek het deksel naar u toe en vervolgens omhoog om het te verwijderen, Vervangen van de kentekenplaatverlichting (W5W) ) neem de stekker van de lichtunit los, ) maak de lamphouder los door de twee nokken op te tillen en verwijder de lamphouder, ) vervang de defecte lamp.
Praktische informatie Zekering vervangen Toegang tot het gereedschap De tang voor het verwijderen van zekeringen is bevestigd aan de binnenzijde van het deksel van de zekeringkast in het dashboard. ) trek het deksel eerst rechtsboven en dan linksboven los, ) verwijder het deksel en keer het om, ) neem de tang eruit.
Praktische informatie Vervangen van een zekering Voordat u een zekering vervangt, dient u: ) de oorzaak van de storing te achterhalen om deze te verhelpen, ) alle stroomverbruikers uit te schakelen, ) de auto stil te zetten met het contact uit, ) de defecte zekering te achterhalen met behulp van de zekeringtabel en de schema's op de volgende bladzijden.
Praktische informatie Zekeringen dashboard Overzicht zekeringen Zekeringnummer Stroomsterkte Functies F02 5A Hoogteverstelling koplampen, diagnoseaansluiting, bedieningspaneel airconditioning. F09 5A Alarm, alarm (montage achteraf). F11 5A Extra verwarming. F13 5A Parkeerhulp, parkeerhulp (montage achteraf). F14 10 A Bedieningspaneel airconditioning. De zekeringkast bevindt zich aan de onderzijde van het dashboard (linkerzijde). F16 15 A Aansteker, 12V-aansluiting.
Praktische informatie 142 Zekeringnummer Stroomsterkte Functies F29 25 A Achterruitverwarming. F30 10 A Verwarming buitenspiegels. F31 - Niet gebruikt. F32 - Niet gebruikt. F33 30 A Elektrische ruitbediening vóór. F34 30 A Elektrische ruitbediening achter. F35 30 A Stoelverwarming vóór. F36 - F37 20 A Niet gebruikt. Servicecentrale trekhaakaansluiting.
Praktische informatie Zekeringkast in de motorruimte De zekeringkast bevindt zich onder de motorkap, naast de accu (links). Toegang tot de zekeringen ) Maak het deksel los. ) Vervang de zekering (zie de desbetreffende paragraaf). ) Sluit na het vervangen van de zekering zorgvuldig het deksel voor een goede afdichting van de zekeringkast. Overzicht zekeringen Zekering Stroomsterkte Functies F14 15 A Verwarming onderzijde voorruit. F15 5A Aircocompressor. F16 15 A Mistlampen vóór.
Praktische informatie 12V-accu Procedure voor het opladen van de accu en het gebruik van een hulpaccu voor het starten van de motor met behulp van startkabels. Toegang tot de accu De accu bevindt zich in de motorruimte. Toegang tot de accu: ) open de motorkap via hendel in het interieur en bedien gebruik vervolgens de veiligheidshaak aan de buitenzijde, ) bevestig de motorkapsteun, ) verwijder de kunststof afdekkap voor toegang tot de pluspool.
Praktische informatie Starten van de motor met een hulpaccu en startkabels Laden met behulp van een acculader ) Maak de accupoolklemmen los. ) Volg de aanwijzingen van de fabrikant van de acculader. ) Sluit de accukabels weer aan, te beginnen met de (-) kabel. ) Controleer of de accupolen en de klemmen schoon zijn. Indien ze bedekt zijn met een (witte of groene) oxidatielaag, neem dan de accukabels los en reinig de polen en klemmen.
Praktische informatie Spaarfase Accu's bevatten schadelijke stoffen, zoals zwavelzuur en lood. Accu's moeten volgens de wettelijke voorschriften worden afgevoerd en mogen in geen geval bij het huisvuil terechtkomen. Lever lege batterijen en accu's in bij een speciaal afvalstoffendepot. Het is raadzaam de accu los te koppelen als uw auto langer dan een maand buiten gebruik is. Bescherm u ogen en gezicht voordat u de accu hanteert.
Praktische informatie Eco-mode De eco-mode bepaalt de maximale gebruiksduur van een aantal functies om te voorkomen dat de accu ontladen raakt. Nadat de motor is afgezet, kunt u een aantal elektrische functies zoals het audio- en telematicasysteem, de ruitenwissers, dimlichten, plafonniers, ... nog in totaal maximaal 30 minuten gebruiken.
Praktische informatie Wisserbladen vervangen demonteert ) Bedien de ruitenwisserschakelaar binnen één minuut na het afzetten van het contact om de ruitenwissers naar het midden van de voorruit te verplaatsen. Demonteren ) Til de desbetreffende ruitenwisserarm op. ) Maak het wisserblad los en verwijder het. 148 Monteren ) Breng het nieuwe wisserblad aan en klik het vast. ) Zet de ruitenwisserarm voorzichtig terug. Na het monteren van een wisserblad vóór ) Zet het contact aan.
Praktische informatie Slepen van de auto U kunt de auto laten slepen door een andere auto of een andere auto slepen met behulp van het verwijderbare sleepoog aan de voorzijde en het vaste sleepoog aan de achterzijde. Toegang tot het gereedschap Algemene aanwijzingen Volg de huidige wetgeving in uw land op. Controleer of het gewicht van de trekkende auto hoger is dan van de auto die wordt gesleept. De bestuurder van de auto die wordt gesleept moet achter het stuur blijven zitten.
Praktische informatie Slepen van uw auto Slepen van een andere auto Zet de versnellingsbak in de neutraalstand (stand N bij auto's met een elektronisch gestuurde versnellingsbak of een automatische versnellingsbak). Als dit voorschrift niet wordt opgevolgd, kunnen bepaalde onderdelen (remsysteem, aandrijving, ...) beschadigd raken en werkt de rembekrachtiger na het starten van de motor mogelijk niet meer. ) Maak het klepje in de voorbumper los door op het linker gedeelte van het klepje te drukken.
Praktische informatie Trekken van een aanhanger De trekhaak bestaat uit een mechanisch systeem voor het aankoppelen van een aanhanger of het monteren van een fietsendrager en een elektrische aansluiting voor de verlichting en signalering. Uw auto is hoofdzakelijk bedoeld voor het vervoer van personen en bagage, maar is tevens geschikt voor het trekken van een aanhanger.
Praktische informatie Adviezen Gewichtsverdeling Koeling Remmen ) Verdeel het gewicht in de caravan/ aanhanger gelijkmatig, plaats zware voorwerpen zo dicht mogelijk bij de as en houd u aan de toegestane kogeldruk. Door een geringere luchtdichtheid nemen de prestaties van de motor af als men op grotere hoogte boven de zeespiegel komt. Trek boven de 1000 m 10% van het maximale aanhangergewicht af en herhaal dit voor elke volgende 1000 m.
Praktische informatie Sneeuwscherm(en)* Afneembaar scherm dat op het onderste gedeelte van de voorbumper wordt geplaatst om een opeenhoping van sneeuw bij de koelventilator van de radiateur te voorkomen. Afhankelijk van de uitvoering is uw auto voorzien van één of twee schermen. Plaatsen Verwijderen ) Breng het desbetreffende scherm aan op het onderste gedeelte of op het gedeelte linksboven van de voorbumper. ) Zet het scherm vast door de bevestigingsclips op de omtrek één voor één aan te drukken.
Praktische informatie Onderhoudstips Accessoires In het onderhoudsboekje van uw auto vindt u de algemene adviezen met betrekking tot het onderhouden van uw auto. Een ruime keuze aan accessoires en originele onderdelen wordt u aangeboden door het CITROËN-netwerk. Deze accessoires en onderdelen zijn getest en goedgekeurd ten aanzien van bedrijfszekerheid en veiligheid. Ze zijn volledig aangepast aan uw auto, zijn voorzien van een artikelnummer en beschikken over de garantie van CITROËN.
Praktische informatie "Bescherming": matten*, stoelhoezen, alarmsysteem, spatlappen voor en achter, bak in de bagageruimte, mat voor de bagageruimte, zijstootlijsten, portierstootlijsten, transparante dorpelbescherming voor de bagageruimte, beschermplaat onder de motor, ... "Multimedia": autoradio's, portable en semi-geïntegreerde navigatiesystemen, vaste handsfree set, Bluetooth handsfree set, universele lader op zonneënergie, luidsprekers en bedrading, 230V-aansluiting, WiFi on board, ...
Praktische informatie Matten De matten zijn uitneembaar en beschermen de vloerbedekking van de auto. Bevestigen Gebruik, wanneer u een nieuwe mat bevestigt aan bestuurderszijde, uitsluitend de bevestigingen uit het bijgeleverde zakje. De overige matten worden gewoon op de vloerbedekking gelegd. 156 Verwijderen Terugplaatsen Verwijderen van de mat aan de bestuurderszijde: ) zet de stoel in de achterste stand, ) maak de bevestigingen los, ) verwijder vervolgens de mat.
Praktische informatie Allesdragers Uit veiligheidsoverwegingen en om te voorkomen dat het dak beschadigd raakt, moet u voor uw auto goedgekeurde allesdragers gebruiken. Bevestig de allesdragers uitsluitend op de vier verankeringspunten op het dakframe. Deze punten zijn niet zichtbaar als de portieren zijn gesloten. De bevestigingen van de allesdragers zijn voorzien van een tapeind dat in de opening van het verankeringspunt moet worden gestoken.
Onderhoud TOTAL & CITROËN 158
Onderhoud Motorkap De motorkap biedt toegang tot de motorruimte, zodat u de verschillende niveaus kunt controleren. Openen ) Duw de veiligheidshaak naar links en til de motorkap op. ) Neem de motorkapsteun uit de houder. ) Bevestig de motorkapsteun in de uitsparing om de motorkap geopend te houden. ) Trek de hendel aan de onderzijde van het dashboard naar u toe. Open de motorkap niet als het stormt.
Onderhoud Benzinemotoren 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. Reservoir ruitensproeiervloeistof. Reservoir koelvloeistof. Luchtfilter. Reservoir remvloeistof. Accu Zekeringkast. Oliepeilstok. Motorolie (bij)vullen. Vanwege de kans op beschadiging van het elektrisch systeem is het reinigen van de motorruimte met een hogedrukreiniger niet toegestaan.
Onderhoud Dieselmotor 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. Reservoir ruitensproeiervloeistof. Reservoir koelvloeistof. Luchtfilter. Reservoir remvloeistof. Accu Zekeringkast. Oliepeilstok. Motorolie (bij)vullen. Handopvoerpomp.
Onderhoud Brandstoftank leeg (diesel) Bij auto's met HDi-motor is het in het geval van een lege brandstoftank noodzakelijk om het brandstofsysteem te ontluchten: raadpleeg de afbeelding van de motorruimte in de rubriek "Dieselmotor". Als de tank van uw auto is voorzien van een tankbeveiliging, raadpleeg dan de desbetreffende rubriek. Als de motor niet direct aanslaat, beëindig dan uw startpoging en herhaal de procedure. 162 HDi 92-motor ) Vul de brandstoftank met minimaal 5 liter diesel.
Onderhoud Niveaus controleren Laat in het geval van een sterk gedaald niveau het desbetreffende circuit controleren door het CITROËN-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats. Controleer deze niveaus regelmatig en respecteer de voorwaarden zoals vermeld in het garantie- en onderhoudsboekje. Vul deze niveaus indien nodig bij, tenzij anders aangegeven.
Onderhoud Remvloeistofniveau Het remvloeistofniveau dient zich zo dicht mogelijk bij het merkteken "MAXI" te bevinden. Controleer indien dit niet het geval is of de remblokken van uw auto zijn versleten. Remvloeistof verversen Raadpleeg het onderhoudsboekje voor het voorgeschreven verversingsinterval. Het koelvloeistofniveau dient zich zo dicht mogelijk bij het merkteken "MAXI" te bevinden, maar mag beslist niet hoger zijn. 164 De koelvloeistof behoeft niet te worden ververst.
Onderhoud Niveau ruitensproeiervloeistof Vul het reservoir bij wanneer dit nodig is. Type ruiten- en koplampsproeiervloeistof Voor een optimale reiniging en om het bevriezen van de sproeiers te voorkomen, is het (bij)vullen van het reservoir met water niet toegestaan. Niveau brandstofadditief (diesel met roetfilter) Een te laag additiefniveau wordt aangegeven door het verklikkerlampje Service in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het display.
Onderhoud Controles Raadpleeg, tenzij anders aangegeven, de bladzijden in het onderhoudsboekje die betrekking hebben op de motoruitvoering van uw auto voor het laten controleren van bepaalde onderdelen volgens het onderhoudsschema van de constructeur. Laat de controles eventueel uitvoeren door het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. 12V-accu De accu is onderhoudsvrij.
Onderhoud Handgeschakelde versnellingsbak De versnellingsbak is onderhoudsvrij (olie verversen niet noodzakelijk). Raadpleeg het onderhoudsboekje voor het interval van de niveaucontrole. Elekronisch gestuurde versnellingsbak De versnellingsbak is onderhoudsvrij (olie verversen niet noodzakelijk). Raadpleeg het onderhoudsboekje voor het interval van de niveaucontrole. Automatische versnellingsbak De automatische versnellingsbak is onderhoudsvrij (olie verversen niet noodzakelijk).
Technische gegevens Benzinemotoren Motoren Versnellingsbak Type Variant Uitvoering: DD... Cilinderinhoud (cm3) Boring x slag (mm) Max.vermogen: ECE-norm (kW) Toerental bij max.vermogen (t/min) Max.koppel: ECE-norm (Nm) Toerental bij max.
Technische gegevens Gewichten (benzine) (kg) VTi 72 Versnellingsbak Type Variant Uitvoering: DD... VTi 115 Handgeschakeld (5 versnellingen) Elektronisch gestuurd (5 versnellingen) Handgeschakeld (5 versnellingen) Automaat (4 versnellingen) HMY0 HMY0/P NFP0 NFP9 - Ledig gewicht - Gewicht rijklaar* 980 1 090 1 055 1 165 - Maximum technisch toegestane massa totaal 1 459 1 467 1 524 1 559 - Maximum toegestaan treingewicht helling max.
Technische gegevens Dieselmotor Motor HDi 92 Handgeschakeld (5 versnellingen) Versnellingsbak Type Variant Uitvoering: DD... 9HJC Cilinderinhoud (cm3) 9HP0 1 560 Boring x slag (mm) 75 x 88 Max.vermogen: ECE-norm (kW) 68 Toerental bij max.vermogen (t/min) 4 000 Max.koppel: ECE-norm (Nm) 230 Toerental bij max.
Technische gegevens Gewichten (diesel) (kg) Motor HDi 92 Handgeschakeld (5 versnellingen) Versnellingsbak Type Variant Uitvoering : DD... 9HJC 9HP0 - Ledig gewicht 1 090 - Gewicht rijklaar* 1 165 - Maximaal technisch toegestane massa totaal 1 549 1 548 - Maximaal toegestaan treingewicht helling max. 12% 2 299 2 298 - Aanhanger geremd (binnen max. toegestaan treingewicht) helling max. 10% of 12% 750 - Aanhanger geremd** (met verminderde belading auto, binnen max.
Technische gegevens Afmetingen (in mm) 172
Technische gegevens Identificatie De auto is voorzien van verschillende zichtbare merktekens voor de identificatie en registratie van de auto. Het bevat de volgende informatie: bandenspanning, auto onbeladen en beladen, bandenmaat, bandenspanning van het reservewiel, kleurcode van de lak. A. Serienummer onder de motorkap. Dit nummer is ingeslagen in de carrosserie, bij het interieurfilter. C. Constructeursplaatje. Het nummer staat op een eenmalige sticker op de onderzijde van de rechter middenstijl. B.
Technische gegevens 174
AUTORADIO / BLUETOOTH® INHOUD auto werkt. Om veiligheidsredenen mag de bestuurder handelingen die zijn volledige aandacht vragen uitsluitend uitvoeren bij stilstaande auto. Enkele minuten na het afzetten van de motor kan de autoradio zichzelf uitschakelen om te voorkomen dat de accu ontladen raakt. 01 Basisfuncties blz. 176 02 Bediening op het stuurwiel blz. 177 03 Hoofdmenu blz. 178 04 Audio blz. 179 05 Telefoon blz. 189 06 Audio-instellingen blz. 198 07 Menustructuur display blz.
01 BASISFUNCTIES Volumeregeling. Aan/uit. Functie TA (verkeersinformatie) aan/uit. Lang indrukken: toegang tot de soort informatie. Selecteren van de geluidsbron: Radio, CD, AUX, USB, Streaming. Aannemen van een inkomende oproep. Stapsgewijs p g j zoeken naar een radiozender met een lagere/hogere frequentie. Selecteren van de vorige/volgende MP3-afspeellijst. Selecteren van de vorige/volgende g g map/muziekstijl/artiest/playlist p j van het USB-apparaat. Navigeren in een lijst.
02 STUURKOLOMSCHAKELAARS Radio: selecteren van de vorige/volgende voorkeuzezender. USB : selecteren van het genre / artiest / index van de lijst. Selecteren van het vorige/volgende item van een menu. Radio: automatisch zoeken naar zenders in oplopende volgorde. CD/MP3/USB: selecteren van het volgende nummer. CD/USB: continu indrukken: versneld vooruitspoelen. Naar een ander item van de lijst. Volume verhogen. Wijzigen van de geluidsbron. Bevestigen van een selectie. Telefoon opnemen/ophangen.
03 HOOFDMENU " Multimedia ": Parameters media, Radio-instellingen. " Persoonlijke instellingen Configuratie ": Parameters van auto definiëren, Taalkeuze, Configuratie display, Keuze van eenheden, Datum en tijd instellen " Bluetooth-verbinding ": Verbindingen beheren, Extern apparaat zoeken. > DISPLAY C " Telefoon ": Bellen, Beheer adresboek, Beheer telefoon, Ophangen " Boordcomputerr ": Logboek waarschuwIngsmeldingen.
04 RADIO SELECTEREN VAN EEN ZENDER De omgeving waarin u rijdt (bergen, hoge gebouwen, bruggen, tunnels enz.) kan leiden tot een slechte ontvangst, ook als de RDS-functie is ingeschakeld. Dit is een normaal verschijnsel en heeft niets te maken met een storing in de radio. Druk op LIST voor een overzicht van de opgeslagen zenders in alfabetische volgorde. Druk een paar keer achter elkaar op SRC /TEL om de radiofunctie te selecteren.
04 AUDIO RDS VERKEERSINFORMATIE BELUISTEREN Als de RDS-functie is ingeschakeld, zoekt de radio steeds naar de sterkste frequentie van een zender, zodat u ernaar kunt blijven luisteren. Sommige RDS-zenders zijn echter niet in het hele land te ontvangen, omdat de frequenties van de zender niet het hele land dekken. Dit verklaart dat de zender tijdens het rijden kan wegvallen. De functie TA (Traffic Announcement) geeft voorrang aan het luisteren naar verkeersberichten.
04 AUDIO TEKSTBERICHTEN WEERGEVEN Tekstberichten worden door een radiozender tijdens het luisteren naar de muziek meegestuurd. DISPLAY C Druk als de radiogegevens op het scherm worden weergegeven op de draaiknop om naar het contextmenu te gaan. Draai aan de knop om RADIO TEXT te selecteren en bevestig uw keuze door op de knop te drukken.
04 AUDIO AUDIO-CD EEN CD AFSPELEN Gebruik alleen ronde CD's met een diameter van 12 cm. Bepaalde beveiligingssystemen op de originele CD of zelfgebrande CD's kunnen storingen veroorzaken, ongeacht de kwaliteit van de CD-speler. Plaats zonder op de toets EJECT te drukken een CD in de CD-speler; deze zal de CD automatisch afspelen. Als er in de CD-speler al een CD is geplaatst die u wilt beluisteren, druk dan herhaalde malen op de toets SRC/TEL en selecteer "CD".
04 AUDIO CD, USB INFORMATIE EN TIPS De autoradio speelt uitsluitend bestanden met de extensie ".mp3" of "wma" met een vaste of variabele compressie van 32 Kbps tot 320 Kbps. Gebruik voor bestandsnamen maximaal 20 karakters en gebruik geen speciale tekens (bijv.: " ", ?, ù) om problemen met het afspelen of de weergave te voorkomen. Playlists moeten van het type .m3u of .pls zijn. Het maximum aantal bestanden bedraagt 5.000 verdeeld over 500 afspeellijsten op maximaal 8 verschillende niveaus.
04 AUDIO CD, USB EEN PLAYLIST AFSPELEN Druk op een van de toetsen om het vorige of volgende nummer te selecteren. Plaats een MP3-CD in de speler of sluit een USB-apparaat rechtstreeks of met een kabeltje aan op de USB-aansluiting. Het systeem leest alle afspeellijsten en slaat ze op in het tijdelijke geheugen; dit kan enkele seconden tot enkele minuten duren. Elke keer als het contact wordt aangezet en als er een nieuwe verbinding via de USB-stick wordt gemaakt, worden de afspeellijsten bijgewerkt.
04 AUDIO USB-STICK - AFSPEELLIJSTEN INDELEN Selecteer een regel uit de lijst. Druk even op LIST of op MENU, selecteer " Multimedia ", dan " Parameters media " en ten slotte " Indeling afspeellijst kiezen " om de indelingen weer te geven. Selecteer een nummer of een bestand. Omhoog in de menustructuur. Een pagina overslaan. Druk na het kiezen van de indeling (" Per map "/ " Per artiest "/" Per genre "/" Per playlist " op de draaiknop.
04 AUDIO APPLE®-SPELERS of MASS STORAGE DEVICE U kunt bestanden op een Mass Storage Device* via de luidsprekers van de audio-installatie in de auto beluisteren door het apparaat met een geschikte kabel (niet meegeleverd) op de USB-poort aan te sluiten. Het bedienen van de randapparatuur gebeurt via de audioinstallatie in de auto. De afspeellijsten zijn dezelfde als die op de Apple®-speler. Als de speler bij het aansluiten op de USB-poort niet wordt herkend, sluit deze dan aan op de JACK-aansluiting.
04 AUDIO AUX-INGANG (AUX) JACK-AANSLUITING De Jack AUX-aansluiting is bedoeld om een extern (Non Mass Storage) apparaat of een Apple®-speler aan te sluiten als die niet via de USB-poort herkend wordt. Sluit eenzelfde extern apparaat niet tegelijkertijd aan via de USB-aansluiting en de Jack-aansluiting. Sluit het externe apparaat met behulp van een adapterkabel (niet meegeleverd) op de Jack-aansluiting aan. Druk een paar keer op SRC/TEL en selecteer "AUX".
04 AUDIO STREAMING-AUDIO VIA BLUETOOTH Afhankelijk van de technische specificaties van de telefoon Met streaming-audio kunt u muziekbestanden op uw telefoon via de luidsprekers van de audio-installatie in de auto beluisteren. De telefoon moet de desbetreffende Bluetooth-profielen (A2DP/ AVRCP) ondersteunen. De telefoon koppelen: zie het hoofdstuk TELEFOON. AFSPEELMETHODE Er zijn verschillende afspeelmethodes: Normaal: de tracks worden in de normale volgorde volgens de afspeellijst afgespeeld.
05 TELEFONEREN EEN TELEFOON KOPPELEN EERSTE KOPPELING De beschikbare functies zijn afhankelijk van het netwerk, de SIM-kaart en de compatibiliteit van de gebruikte Blutooth apparaten. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van uw telefoon of neem contact op met uw provider voor meer informatie over de beschikbare functies.
05 TELEFONEREN Soms verschijnt de referentie van de telefoon of het Bluetooth-adres in plaats van de naam van de telefoon. Accepteer de koppeling op de telefoon. Op het scherm verschijnt een bericht ter bevestiging van de koppeling. Op het scherm wordt een toetsenbord weergegeven: voer een code van minimaal 4 cijfers in en bevestig uw invoer door op de knop te drukken. Op het scherm van de telefoon wordt een bericht weergegeven: voer dezelfde code in en bevestig uw invoer.
05 TELEFONEREN STATUS VAN DE TELEFOON Druk voor het opvragen van de status van de telefoon op MENU. Selecteer " Telefoonstatus " en bevestig uw keuze. Selecteer " Telefoon " en bevestig uw keuze. Selecteer " Beheer telefoon " en bevestig uw keuze. Op het scherm verschijnt: de naam van de telefoon, de naam van het netwerk, de ontvangstkwaliteit en een bevestiging van de Bluetoothc.q. Streaming audio-verbinding.
05 TELEFONEREN VERBINDINGEN BEHEREN De verbinding met de telefoon is automatisch ook geschikt voor Bleutooth en Streaming audio. De mogelijkheid van het systeem om één profiel te koppelen hangt af van de telefoon. Het is mogelijk dat standaard beide profielen worden gekoppeld. Geeft aan dat een apparaat is verbonden. Geeft aan dat er een geschikte verbinding voor Streaming audio is. Geeft aan dat er een geschikte verbinding voor een handsfree telefoon is. Druk op MENU.
05 BELLEN - NUMMER KIEZEN Naar het menu "TELEFOON": Houd SRC /TEL even ingedrukt. Of druk op de draaiknop om naar het contextmenu te gaan. Selecteer " Bellen " en bevestig uw keuze. Of druk op MENU, selecteer en bevestig " Telefoon ", selecteer dan " Bellen " en bevestig uw keuze. Selecteer " Nummer kiezen " en bevestig uw keuze om een nummer op te kunnen geven. Selecteer de cijfers één voor één met behulp van de toetsen en en bevestig uw invoer.
05 TELEFONEREN BELLEN - VANUIT HET ADRESBOEK Om het menu "TELEFOON" weer te geven: Houd SRC/TEL lang ingedrukt. Of druk op de rolknop om het snelmenu weer te geven. Selecteer " Bellen " en bevestig uw keuze. Of druk op MENU, selecteer " Telefoon " en bevestig uw keuze. Selecteer " Bellen " en bevestig uw keuze. EEN GESPREK AANNEMEN Als u gebeld wordt, klinkt een beltoon en verschijnt een pop-upvenster op het display van het instrumentenpaneel.
05 GESPREKKEN BEHEREN Druk tijdens het gesprek op de draaiknop om naar het contextmenu te gaan. Privé-gesprek (de gesprekspartner kan niet meeluisteren) In het contextmenu: vink " Micro OFF " aan om de microfoon uit te schakelen. vink " Micro OFF " uit om de microfoon weer in te schakelen. Doorschakelfunctie (om de auto te kunnen verlaten zonder het gesprek te onderbreken) Ophangen Selecteer in het contextmenu " Gespr. beëindigen " om het gesprek te beëindigen.
05 TELEFONEREN Spraakserver Selecteer in het contextmenu " DTMF-tonen " en bevestig uw keuze om het digitale toetsenbord te kunnen gebruiken om door het menu van de interactieve spraakserver te surfen. Wisselgesprek Selecteer in het contextmenu " Wisselgesprek " en bevestig uw keuze om een in de wacht gezet gesprek weer voort te zetten.
05 TELEFONEREN CONTACTENLIJST De contactenlijst van de telefoon wordt, als de telefoon compatibel is, naar de audio-installatie in de auto gestuurd. De contactenlijst is tijdelijk en de kwaliteit is afhankelijk van de Bleutooth-verbinding. Alle contacten die van de telefoon zijn geïmporteerd, worden in een permanent, vrij toegankelijk geheugen opgeslagen, ongeacht welke telefoon er is aangesloten.
06 AUDIO-INSTELLINGEN DISPLAY C De verdeling (of de ruimtelijke verdeling dankzij het Arkamys©systeem) van het geluid is een audio-instelling die zorgt voor een optimale geluidsweergave afgestemd op het aantal inzittenden in de auto. De audio-instellingen Klankkleur, Hoge tonen en Bass zijn andere instellingen, die u voor elke geluidsbron apart kunt verrichten. Druk op om het menu met de audio-instellingen op te vragen.
07 MENUSTRUCTUUR DISPLAY DISPLAY C BASISFUNCTIE KEUZE A 1 2 2 3 Keuze A1 3 Keuze A2 3 KEUZE B 1 Multimedia Parameters media 1 2 3 3 3 3 2 Afspeelmodus kiezen 3 1 Per artiest 2 Per genre 2 Per playlist Radio-instellingen 2 Bellen 1 Shuffle 2 2 2 1 Item raadplegen Item verwijderen Alle items verwijderen Beheer telefoon 1 Telefoon 2 Herhaling Beheer contactenlijst 1 2 Normaal Shuffle uitgebreid Per map Telefoonstatus Gesprek beëindigen Nummer kiezen Contacten Gesp
07 MENUSTRUCTUUR DISPLAY Persoonlijke instellingen Configuratie Parameters van auto definiëren 1 2 3 2 3 2 3 Hulp bij het rijden Parkeerhulp Verlichting Dagrijverlichting Comfortverlichting Follow me home-verlichting Taalkeuze 1 Configuratie beeldscherm 1 2 2 2 2 200 Keuze van eenheden Datum en tijd instellen Instellingen display Lichtsterkte
VEELGESTELDE VRAGEN In de volgende tabellen vindt u een antwoord op veelgestelde vragen. VRAAG ANTWOORD OPLOSSING Er is een verschil in geluidskwaliteit tussen de verschillende geluidsbronnen (radio, CD...). Voor een optimaal luistergenot kunt u de audio-instellingen (volume, bassen, hoge tonen, klankkleur, loudness) voor elke geluidsbron afzonderlijk instellen. Hierdoor kunnen bij het selecteren van een andere geluidsbron (radio, CD...) verschillen in de geluidskwaliteit hoorbaar zijn.
VEELGESTELDE VRAGEN VRAAG De ontvangstkwaliteit van de beluisterde radiozender neemt geleidelijk af of de voorkeuzezenders kunnen niet worden ontvangen (geen geluid, 87,5 Mhz wordt weergegeven...). ANTWOORD OPLOSSING De auto bevindt zich te ver van de zender van het beluisterde radiostation of er bevindt zich geen zender in het gebied waarin de auto zich bevindt. Activeer de functie RDS om het systeem te laten controleren of er een sterkere zender in het gebied aanwezig is.
VEELGESTELDE VRAGEN VRAAG De CD wordt steeds uitgeworpen of kan niet worden afgespeeld door de CD-speler. ANTWOORD De CD is ondersteboven in de speler geplaatst, kan niet worden gelezen, bevat geen audiobestanden of bevat audiobestanden die niet door de autoradio gelezen kunnen worden. De CD is voorzien van een beveiligingssysteem dat niet door de autoradio wordt herkend. OPLOSSING - De CD-speler levert een slechte geluidskwaliteit.
VEELGESTELDE VRAGEN VRAAG ANTWOORD OPLOSSING Een telefoon wordt automatisch aangesloten als een verbinding met een andere telefoon wordt verbroken. Automatisch verbinding maken heeft voorrang op handmatig verbinding maken. Verander de instellingen van de telefoon om het automatisch verbinding maken uit te schakelen. De Apple®-speler wordt bij het aansluiten op de USBaansluiting niet herkend. De Apple® -speler is niet compatibel met de USB-aansluiting.
AUTORADIO INHOUDSOPGAVE Om veiligheidsredenen mag de bestuurder handelingen die zijn volledige aandacht vragen uitsluitend uitvoeren bij stilstaande auto. Als de motor is afgezet schakelt het systeem zichzelf, na het inschakelen van de eco-mode, uit om te voorkomen dat de accu ontladen raakt. 01 Basisfuncties blz. 206 02 Stuurkolomschakelaars blz. 207 03 Audio blz. 208 04 Audio-instellingen blz. 217 05 Menustructuur display blz. 218 Veelgestelde vragen blz.
01 BASISFUNCTIES Instellen van de geluidsweergave: klankkleur, hoge tonen, bassen, loudness, geluidsverdeling links/rechts, Selecteren van de geluidsbron: voor/achter, automatische volumeregeling. FM1, FM2, AM, CD, AUX. Aan/uit en volumeregeling. 206 Weergave van de lijst met radiozenders, de nummers van de CD of de MP3-afspeellijsten. Lang indrukken : updaten van de lijst met radiozenders. Annuleren van de bewerking. Terugkeren naar het vorige item (menu of afspeellijst).
02 STUURKOLOMSCHAKELAARS RADIO : selecteren van vorige/volgende voorkeuzezender. Selecteren van het vorige/volgende item van een menu. RADIO : automatisch zoeken naar zenders in oplopende volgorde. CD / MP3 : selecteren van het volgende nummer. CD : continu indrukken : versneld vooruitspoelen. Volume verhogen. Wijzigen van een geluidsbron. Bevestigen van een selectie. Mute ; geluid onderbreken : gelijktijdig indrukken van de volumetoetsen. Geluid weer inschakelen: druk op één van de twee volumetoetsen.
03 AUDIO RADIO SELECTEREN VAN EEN ZENDER Er kunnen storingen in de ontvangst optreden door obstakels in de omgeving (bergen, gebouwen, tunnels, parkeergarages, enz.), ook als de RDS-functie is ingeschakeld. Dit is een normaal verschijnsel en heeft niets te maken met een storing in de autoradio. Druk herhaalde malen op SRC/BAND en selecteer het golfbereik FM1, FM2 of AM. Druk op LIST om de lijst met opgeslagen zenders in alfabetische volgorde weer te geven.
03 AUDIO RDS Als de RDS-functie is ingeschakeld, zoekt de radio steeds naar de sterkste frequentie van een zender, zodat u ernaar kunt blijven luisteren. Sommige RDS-zenders zijn echter niet in het hele land te ontvangen omdat de frequenties van de zender niet het hele land dekken. Dit verklaart dat de zender tijdens het rijden kan wegvallen. Druk op MENU. Selecteer "Radio" en bevestig door op OK te drukken. Selecteer "RDS" en bevestig door op OK te drukken.
03 AUDIO VERKEERSINFORMATIE BELUISTEREN De functie TA (Traffic Announcement) geeft voorrang aan het luisteren naar verkeersberichten TA. Om te worden geactiveerd moet deze functie een radiozender die deze berichten uitzendt, goed kunnen ontvangen. Zodra een verkeersbericht wordt uitgezonden, wordt de geluidsbron die op dat moment wordt weergegeven (Radio, CD, ...) automatisch onderbroken om het verkeersbericht weer te geven TA.
03 AUDIO AUDIO CD EEN CD BELUISTEREN Gebruik alleen CD's met een ronde vorm en een diameter van 12 cm. Bepaalde beveiligingssystemen op de originele CD of zelfgebrande CD's kunnen storingen veroorzaken, ongeacht de kwaliteit van de CD-speler. Plaats zonder op de toets EJECT te drukken, een CD in de CD-speler, deze zal de CD automatisch afspelen. Als er al een CD in de CD-speler is geplaatst die u wilt beluisteren, druk dan herhaalde malen op de toets SRC/BAND tot de CD-functie wordt weergegeven.
03 AUDIO CD INFORMATIE EN TIPS De autoradio speelt uitsluitend bestanden met de extensie ".mp3", ".wma", ".wav". Als de bestanden sterk zijn gecomprimeerd, kan dat een nadelige invloed hebben op de geluidskwaliteit. Geadviseerd wordt om voor bestandsnamen maximaal 20 karakters te gebruiken en verwijder speciale tekens (bijv. : " ? ; ù) om problemen met het afspelen of de weergave te voorkomen. De geaccepteerde afspeellijsten moeten van het type .m3u en .pls zijn.
03 AUDIO CD EEN MP3-CD AFSPELEN Plaats een MP3-CD in de speler. Het systeem leest alle afspeellijsten en slaat ze op in het tijdelijke geheugen; dit kan enkele seconden tot enkele minuten duren. Als er al een CD in het apparaat zit die u wilt beluisteren, druk dan een paar keer op SRC/BAND totdat "CD" wordt weergegeven. Druk op een van de toetsen om het vorige of volgende nummer te selecteren. Druk op een van de toetsen om de vorige of volgende afspeellijst te selecteren.
03 AUDIO Druk op LIST om de menustructuur van de mappen weer te geven. Selecteer een regel uit de lijst. Een pagina overslaan. Selecteer een map /Playlist. Start het afspelen van het gekozen nummer. 214 Omhoog in de menustructuur. Ga terug naar de eerste map om de indeling te kiezen: Op Mappen : alle mappen met audio-bestanden worden in een algemeen overzicht en alfabetisch geordend weergegeven, zonder dat daarbij rekening is gehouden met de mappenstructuur.
03 AUDIO AUX-INGANG (AUX) JACK-AANSLUITING De Jack AUX-aansluiting is bedoeld om een extern apparaat aan te sluiten. Sluit het externe apparaat met behulp van een adapterkabel (niet meegeleverd) op de Jack-aansluiting aan. Druk herhaalde malen op SRC/BAND totdat "AUX" wordt weergegeven. Stel eerst het geluidsvolume op het externe apparaat in. Stel dan het geluidsvolume van de autoradio van de auto in. De weergave van de informatie en de bediening gebeurt via het externe apparaat.
03 AUDIO AFSPEELMETHODE Er zijn verschillende afspeelmethodes: Normaal : de tracks worden in de normale volgorde volgens de afspeellijst afgespeeld. Random : de tracks van een album of een map worden in een willekeurige volgorde afgespeeld. Alle random : alle tracks van alle mediaspelers worden in een willekeurige volgorde afgespeeld. Herhaling : alleen de tracks van dit album of deze map worden afgespeeld. Druk op MENU . Selecteer "Media" en bevestig door op OK te drukken.
04 AUDIO-INSTELLINGEN Druk op om het menu met de audioinstellingen op te vragen. De audio-instellingen BASS, TREBLE en AMBIANCE kunt u voor elke geluidsbron apart instellen. De volgende instellingen zijn mogelijk: AMBIANCE, BASS, TREBLE, LOUDNESS, BALANCE, AUTOMATISCHE VOLUMEREGELING. Kies de te wijzigen instelling. Wijzig de instelling en bevestig door op OK te drukken.
05 MENUSTRUCTUUR DISPLAY BASISFUNCTIE 1 KEUZE A 2 Keuze A1 2 Keuze A2 1 Menu Radio 1 2 2 2 KEUZE B...
VEELGESTELDE VRAGEN In de volgende tabellen vindt u een antwoord op veelgestelde vragen. VRAAG ANTWOORD OPLOSSING Er is een verschil in geluidskwaliteit tussen de verschillende geluidsbronnen (radio, CD...). Voor een optimaal luistergenot kunt u de audio-instellingen (volume, bassen, hoge tonen, klankkleur, loudness) voor elke geluidsbron afzonderlijk instellen. Hierdoor kunnen bij het selecteren van een andere geluidsbron (radio, CD...) verschillen in de geluidskwaliteit hoorbaar zijn.
VEELGESTELDE VRAGEN VRAAG De ontvangstkwaliteit van de beluisterde radiozender neemt geleidelijk af of de voorkeuzezenders kunnen niet worden ontvangen (geen geluid, 87,5 Mhz wordt weergegeven...). ANTWOORD OPLOSSING De auto bevindt zich te ver van de zender van het beluisterde radiostation of er bevindt zich geen zender in het gebied waarin de auto zich bevindt. Activeer de functie RDS om het systeem te laten controleren of er een sterkere zender in het gebied aanwezig is.
VEELGESTELDE VRAGEN VRAAG De CD wordt steeds uitgeworpen of kan niet worden afgespeeld door de CD-speler. ANTWOORD De CD is ondersteboven in de speler geplaatst, kan niet worden gelezen, bevat geen audiobestanden of bevat audiobestanden die niet door de autoradio gelezen kunnen worden. De CD is voorzien van een beveiligingssysteem dat niet door de autoradio wordt herkend. OPLOSSING - De CD-speler levert een slechte geluidskwaliteit.
Zoeken op afbeelding Exterieur Sleutel met afstandsbediening - openen/sluiten - diefstalbeveiliging - starten - batterij 42-45 Ruitenwissers Ruitenwisserbladen vervangen Lichtschakelaar Dagrijverlichting Koplampverstelling Lampen vervangen - koplampen - mistlampen vóór - zijknipperlichten Slepen Sneeuwscherm(en) 97-98 148 91-95 95 96 133-136 Accessoires Bagageruimte - openen/sluiten - noodbediening Bandenreparatieset Portieren - openen/sluiten - centrale vergrendeling - noodbediening Alarmsysteem Ru
Zoeken op afbeelding Interieur Voorstoelen Indeling bagageruimte - verlichting - opbergbak 55-56 73-74 Airbags Achterzitplaatsen Kinderzitjes ISOFIX-kinderzitjes Mechanisch kinderslot 106-109 57 110-115 116-118 119 Veiligheidsgordels 103-105 Indeling interieur 70-72 - zonneklep - dashboardkastje - armsteun vóór - USB-aansluiting / Jack-aansluiting - 12V-accessoireaansluiting / aansteker Uitschakeling passagiersairbag 107 .
Zoeken op afbeelding Cockpit Plafonniers Binnenspiegel Monochroom display C (Autoradio / Bluetooth) Zekeringen dashboard 99 59 Alarmknipperlichten Vergrendelen/ontgrendelen vanuit het interieur Autoradio / Bluetooth 175-204 Autoradio 205-221 139-142 35 159 Ruitbediening, blokkering 51 Handrem 76 Verwarming, ventilatie 61-63 Handbediende airconditioning (zonder display) 63-64 Elektronische airconditioning (met display) 65-67 Ontwasemen / ontdooien vóór 68 Ontwasemen / ontdooien achterruit 69 V
Zoeken op afbeelding Cockpit (vervolg) Lichtschakelaar Richtingaanwijzers Claxon (volgens uitvoering) 91-95 100 100 Instrumentenpaneel Verklikkerlampjes Onderhoudsindicator Kilometerteller en dagtellers 22 23-31 32-33 34 Ruitenwisserschakelaar Boordcomputer 97-98 36-37 ESP-/ASR-systeem, uitschakelen 102 Achterklep openen (volgens uitvoering) 49 Alarmsysteem, verklikkerlampje 46-47 Claxon (volgens uitvoering) Koplampen in hoogte verstellen 96 Snelheidsbegrenzer Snelheidsregelaar Buitenspiegels vers
Zoeken op afbeelding Onderhoud - Gegevens Brandstoftank leeg (diesel) 162 Niveaus controleren 163-165 - olie - remvloeistof - koelvloeistof - ruitensproeiervloeistof - brandstofadditief (diesel met roetfilter) Controle van onderdelen 166-167 - accu - luchtfilter / interieurfilter - oliefilter - roetfilter (diesel) - remblokken / remschijven Lampen vervangen - voor - achter Zekeringen motorruimte 144-146 146, 147 139-140, 143 Gewichten (benzine) Gewichten (diesel) 169 171 Identificatie Afmetingen
Trefwoordenregister A Aanhanger..................................................... r 151 Aanhangergewichten ............................ 169, 171 Aansluiting 12V ...............................................72 Aanstekerr ........................................................ 72 ABS met elektronische remdrukregelaarr ..... 101 Accessoires...................................................154 Accu ......................................144, 145, 146, 166 Accu laden ......................................
Trefwoordenregister F Follow-me-home-verlichting ...........................95 Functie snelweg (richtingaanwijzers)............100 G Gereedschap ........................................126, 127 Gewichten ............................................. 169, 171 Gewichten, overzicht ............................ 169, 171 Grootlicht .................................................91, 134 L Interieurindeling ........................................ 70, 71 Interieurverlichting ..................................
Trefwoordenregister N Niveaus controleren......................163, 164, 165 Niveaus en controles ....160, 161, 163, 164, 165 Noodbediening achterklep..............................50 Noodprocedure starten.................................145 O Oliefilter (vervangen) ....................................166 Olieniveau .....................................................163 Oliepeilstok ...................................................163 Onderhoud (adviezen) ..................................
Trefwoordenregister U USB-aansluiting ......................................72, 185 V Veiligheidsgordels ......................... 103, 105, 113 Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen .......................106, 110, 116, 117 Ventilatie............................14, 20, 61, 62, 63, 65 Ventilatieroosters ............................................61 Verkeersinformatie (TA) ................................180 Verklikkerlampjes......................................23, 26 Verlichting .......................
Dit instructieboekje behandelt alle beschikbare uitrustingen van dit model. Uw auto is, afhankelijk van het uitrustingsniveau, de uitvoering en de specifieke kenmerken voor het land waarvoor de auto bestemd is, slechts van een deel van de in dit boekje vermelde uitrustingen voorzien. Aansprakelijkheid voor de gegeven beschrijvingen en illustraties wordt niet aanvaard.
12ELY.