Extra Information
170 Navigatie
4. Het systeem toont de opties
Naam, Nummer, Icoon en
Afgerond. Druk op Afgerond om
de bestemming op te slaan.
5. Selecteer Naam, Nummer of
Icoon om de adresboekvermel‐
ding aan te passen.
Als er al een bestemming in het
adresboek is opgeslagen, druk dan
op de startpagina op Bestemming om
de schermtoets voor het adresboek
weer te geven.
Kies een bestemming door een adres
te selecteren dat is opgeslagen in het
adresboek.
1. Druk op de toets Adresboek. Een
lijst toont de gegevens uit het
adresboek.
2. Selecteer de bestemming uit de
lijst.
3. Druk op de toets Start begeleid.
en de route wordt berekend.
Bewerk adresboekvermeldingen als
volgt:
1. Selecteer een vermelding uit het
adresboek.
2. Selecteer Bewerken op het
scherm Bestemming bevestigen.
3. Het systeem toont de opties
Naam, Nummer, Icoon en
Verwijderen. Druk op
Verwijderen om de bestemming
uit het adresboek te wissen.
4. Selecteer Naam, Nummer of
Icoon om de adresboekvermel‐
ding aan te passen.
Breedte-/lengtecoördinaten
Kies een bestemming op basis van
breedte- en lengtecoördinaten.
Voer de locatie als volgt als coördina‐
ten voor de geografische breedte en
lengte in:
1. Druk op de startpagina op
Bestemming. Druk op de scherm‐
toets Latitude Longitude om het
bovenstaande scherm weer te ge‐
ven.
2. Selecteer Latitude of Longitude
om te wijzigen. Voer de coördina‐
ten in graden, minuten en secon‐
den in. Druk daarna op Afgerond
om op te slaan en af te sluiten.
3. Druk op de schermtoets Zoeken
als de informatie juist is.
4. Druk op de toets Start begeleid..
De route wordt berekend.










