User Manual

Table Of Contents
Opnemen/weergeven van uitvoeringen
NL-34
Opnemen van een toetsenborduitvoering op een
USB flash-drive
1.
Voer de procedure uit onder “Voorbereiding
voor gebruik van de audiorecorder” (pagina
NL-33).
2.
Tip 70 (opname) aan zodat de bijbehorende
LED wit oplicht.
Het instrument komt in de opname-paraatstand te staan
wat wordt aangegeven door knipperen van de 70
(opname) (rood) en 6 a (wit) LED’s.
•Tip 70 (opname) nog een keer aan om het
opnemen te annuleren.
3.
Om te beginnen met opnemen, speelt u iets op
het toetsenbord of tipt u 6 a aan.
De 70 (opname) LED verandert van rood knipperen
naar rood branden wat betekent dat er een opname
wordt gemaakt.
De maximaal toegestane opnametijd met de audiorecorder
is ongeveer 25 minuten waarna het opnemen automatisch
zal stoppen. 70 (opname) begint te knipperen om u erop
attent te maken dat de opnametijd bijna opgebruikt is, dus
stop zo spoedig mogelijk met opnemen zodra het knipperen
begint.
Als u een fout maakt en opnieuw vanaf het begin wilt
starten met de opname, houdt u 70 (opname) ingedrukt
tijdens het opnemen (na de bediening in stap 3 hierboven)
totdat het lampje knippert. De opname wordt dan verwijderd
en de Digitale Piano wacht totdat u het opnemen hervat
vanaf stap 3 hierboven.
4.
Tip 70 (opname) of 6 a aan om het
opnemen te stoppen.
De 70 (opname) LED gaat weer wit branden.
De opname wordt als een WAV-bestand op de USB
flash-drive opgeslagen. De bestanden worden
automatisch namen toegekend in de volgorde
“TAKE01.WAV” t/m “TAKE99.WAV”.
Het opgeslagen bestand wordt automatisch
geselecteerd.
5.
Tip 6 a aan om de melodie die u zojuist
heeft opgenomen weer te geven.
Bestanden opgenomen met de audiorecorder worden
opgeslagen met een bestandsnaam die volgt op het laatste
MP3- of WAV-audiobestand.
Selecteren en weergeven van een bestand dat
met de audiorecorder is opgenomen
1.
Voer de procedure uit onder “Voorbereiding
voor gebruik van de audiorecorder” (pagina
NL-33).
2.
Houd 6 a ingedrukt en druk dan op een
van de onderstaande klaviertoetsen om de
melodie te selecteren waarnaar u wilt luisteren.
Voor informatie over het invoeren van nummers en de
klaviertoetsen die u voor het invoeren moet gebruiken,
kunt u “Invoeren van melodienummers met de
melodieselectie-klaviertoetsen (10 toetsen)” (pagina
NL-10) raadplegen.
3.
Laat 6 a los.
4.
Tip 6 a aan om te beginnen met
weergeven.
De weergave stopt automatisch wanneer het einde
van het bestand wordt bereikt. Tip 6 a aan om
het weergeven voortijdig te stoppen.
In aanvulling op WAV-bestanden opgenomen met de
audiorecorder kunnen ook eventuele andere standaard
WAV-bestanden worden weergegeven. Zie “Weergeven
van standaard audiogegevens (WAV-bestanden) (pagina
NL-40) voor details.
Indrukken
van deze
toets:
Doet dit:
C1 t/m A1
Gebruik de cijfertoetsen om het TAKE
**
. WAV
(
**
= 01 t/m 99) nummer in te voeren.
B0 Selecteert het volgende melodienummer.
B}0 Selecteert het vorige melodienummer.
B}0
B0
C1A0 C2 C3 C4 C5 C6 C7
C8
C1 - A1