User Manual
Table Of Contents
- Omslag
- Inhoudsopgave
- Overzicht en instellingen
- Gemeenschappelijke bediening voor alle functies
- Luisteren naar demonstratieweergave
- Noten spelen met verschillende tonen
- Selecteren van een toon
- Gebruik van de metronoom
- Specificeren van het tempo
- Veranderen van het aanslagvolume naar de aanslagdruk (Aanslagvolume)
- Veranderen van de toonhoogte in stappen van een halve toon (Transponeren)
- Fijnstemmen van een toonhoogte (Stemming)
- Veranderen van de toonhoogte in eenheden van een octaaf (Octaafverschuiving)
- Gebruik van de geluidsmoduseffecten (Zaalsimulator/Nagalm en Surround)
- Gebruik van zweving
- Gebruik van helderheid
- Aanpassen van de geluidskarakteristieken van de akoestische piano (Akoestieksimulator)
- Splitsen van het toetsenbord voor duet-spel
- Veranderen van de toonschaalstemming (Temperament) van het toetsenbord
- Luisteren naar melodieën
- Opnemen/weergeven van uitvoeringen
- USB flash-drive
- Ondersteunde USB flash-drives
- Voorzorgsmaatregelen bij gebruik van een USB flash-drive en de USB Type A poort
- Aansluiten van een USB flash-drive op de Digitale Piano en loskoppelen ervan
- Formatteren van een USB flash-drive
- Gebruik van een USB flash-drive
- Gebruik van een computer voor het kopiëren van algemene melodiegegevens naar een USB flash-drive
- Weergeven van standaard audiogegevens (WAV-bestanden)
- Instellingen maken
- Instellen van het volume van het Upper1 gedeelte
- Maken van de instellingen voor het Upper2 gedeelte en het Lower gedeelte
- Instellen van de volumebalans
- Gebruik van Middenbereik annuleren
- MIDI-instellingen maken
- Veranderen van de pedaalfuncties
- Opslaan van instrumentinstellingen (Automatisch hervatten)
- Overige instellingen
- Fabrieksreset (Initialisatie)
- Gebruik van de draadloosfunctie
- Gebruik van de speciale app
- Gebruik van externe apparaten aangesloten via een kabel
- Oplossen van moeilijkheden
- Referentie
- MIDI Implementation Chart
Opnemen/weergeven van uitvoeringen
NL-32
■ Opnemen op het spoor voor het
linkerhandgedeelte
1.
Afhankelijk van het spoor waarop wordt
opgenomen, maakt u de vereiste instellingen.
•Zie “Opgenomen MIDI-gegevens” (pagina NL-31).
• Als u een maatslag- en tempo-instelling wilt opgeven,
zie dan de onderstaande informatie voor het maken
van de instellingen.
“Veranderen van de maatslag van de metronoom”
(pagina NL-14)
“Specificeren van het tempo” (pagina NL-15)
2.
Tip 70 (opname) aan terwijl de 70
(opname) toets wit oplicht.
Het instrument komt in de opname-paraatstand te staan
wat wordt aangegeven door knipperende 70 (opname)
(rood) en 6 a (wit) lampjes.
• De “L” indicator begint te knipperen. Dit betekent dat er
op het spoor voor het linkerhandgedeelte wordt
opgenomen.
•Tip 70 (opname) aan als u besluit om toch geen
opname te maken. Het 70 (opname) lampje wordt
nu weer wit.
3.
Tip 5 METRONOME aan als u tijdens de
opname de metronoom wilt laten klinken.
4.
Om te beginnen met opnemen, speelt u iets op
het toetsenbord, trapt u op het pedaal of tipt u
6 a aan.
Hierdoor verandert het 70 (opname) (rood) lampje van
knipperen naar continu branden.
5.
Wanneer u klaar bent met opnemen, tipt u 70
(opname) of 6 a aan.
Het 70 (opname) lampje wordt nu weer wit.
6.
Tip 6 a aan om de opname weer te geven.
Opnieuw vanaf het begin starten met opnemen
• Als u een fout maakt en de opname wilt stoppen en
opnieuw vanaf het begin wilt starten met de opname, houdt
u 70 (opname) ingedrukt totdat het lampje begint te
knipperen. Alles wat tot nu toe op het spoor voor het
linkerhandgedeelte is opgenomen wordt verwijderd en het
instrument komt weer in de opname-paraatstand te staan.
Voer de aanwijzingen uit vanaf stap 4 van de bovenstaande
procedure om de opname opnieuw te starten.
■ Overdubben van een linkerhand-opname met een
opname op het spoor van het
rechterhandgedeelte
1.
Voer de stappen 1 en 2 uit onder “Opnemen op
het spoor voor het linkerhandgedeelte” (pagina
NL-32).
2.
Druk meermalen op 70 (opname) tot de “R”
en “L” indicators oplichten zoals hieronder is
beschreven.
• “R” indicator knippert. Dit betekent dat er op het spoor
voor het rechterhandgedeelte wordt opgenomen.
• De “L” indicator knippert niet meer. Dit betekent dat de
opname op het spoor voor het linkerhandgedeelte is
voltooid.
3.
Specificeer naar vereist of u wilt dat het spoor
voor het linkerhandgedeelte wel of niet wordt
weergegeven tijdens het opnemen.
(1) Houd 6 a ingedrukt en druk dan op de
klaviertoets A0 (meest linkse witte toets).
Bij meermalen indrukken van de A0 klaviertoets gaat
de “L” indicator beurtelings aan en uit.
L brandt: Spoor voor het linkerhandgedeelte wordt
weergegeven tijdens het opnemen.
L brandt niet: Spoor voor het linkerhandgedeelte
wordt niet weergegeven tijdens het opnemen.
(2) Laat 6 a los.
4.
Tip 5 METRONOME aan als u tijdens de
opname de metronoom wilt laten klinken.
5.
Om te beginnen met opnemen, speelt u iets op
het toetsenbord, trapt u op het pedaal of tipt u
6 a aan.
Hierdoor verandert het 70 (opname) (rood) lampje van
knipperen naar continu branden.
• De instellingen die gemaakt zijn voor het spoor voor
het linkerhandgedeelte worden toegepast op de
maatslag en het tempo.
6.
Voer de procedure uit die begint met stap 5
onder “Opnemen op het spoor voor het
linkerhandgedeelte” (pagina NL-32).
Opnieuw vanaf het begin starten met overdubben
• Als u een fout maakt en het overdubben wilt stoppen en
opnieuw vanaf het begin wilt starten met overdubben,
houdt u 70 (opname) ingedrukt totdat het lampje begint
te knipperen. Alles wat tot nu toe op het spoor voor het
rechterhandgedeelte is opgenomen wordt verwijderd en het
instrument komt weer in de opname-paraatstand te staan.
Voer de aanwijzingen uit vanaf stap 5 van de bovenstaande
procedure om het overdubben opnieuw te starten.










