User Manual
Table Of Contents
- Omslag
- Inhoudsopgave
- Overzicht en instellingen
- Gemeenschappelijke bediening voor alle functies
- Luisteren naar demonstratieweergave
- Noten spelen met verschillende tonen
- Selecteren van een toon
- Gebruik van de metronoom
- Specificeren van het tempo
- Veranderen van het aanslagvolume naar de aanslagdruk (Aanslagvolume)
- Veranderen van de toonhoogte in stappen van een halve toon (Transponeren)
- Fijnstemmen van een toonhoogte (Stemming)
- Veranderen van de toonhoogte in eenheden van een octaaf (Octaafverschuiving)
- Gebruik van de geluidsmoduseffecten (Zaalsimulator/Nagalm en Surround)
- Gebruik van zweving
- Gebruik van helderheid
- Aanpassen van de geluidskarakteristieken van de akoestische piano (Akoestieksimulator)
- Splitsen van het toetsenbord voor duet-spel
- Veranderen van de toonschaalstemming (Temperament) van het toetsenbord
- Luisteren naar melodieën
- Opnemen/weergeven van uitvoeringen
- USB flash-drive
- Ondersteunde USB flash-drives
- Voorzorgsmaatregelen bij gebruik van een USB flash-drive en de USB Type A poort
- Aansluiten van een USB flash-drive op de Digitale Piano en loskoppelen ervan
- Formatteren van een USB flash-drive
- Gebruik van een USB flash-drive
- Gebruik van een computer voor het kopiëren van algemene melodiegegevens naar een USB flash-drive
- Weergeven van standaard audiogegevens (WAV-bestanden)
- Instellingen maken
- Instellen van het volume van het Upper1 gedeelte
- Maken van de instellingen voor het Upper2 gedeelte en het Lower gedeelte
- Instellen van de volumebalans
- Gebruik van Middenbereik annuleren
- MIDI-instellingen maken
- Veranderen van de pedaalfuncties
- Opslaan van instrumentinstellingen (Automatisch hervatten)
- Overige instellingen
- Fabrieksreset (Initialisatie)
- Gebruik van de draadloosfunctie
- Gebruik van de speciale app
- Gebruik van externe apparaten aangesloten via een kabel
- Oplossen van moeilijkheden
- Referentie
- MIDI Implementation Chart
NL-19
Noten spelen met verschillende tonen
■ Selecteren van het zaalsimulator/nagalmtype
1.
Houd 4 SOUND MODE ingedrukt en druk
dan op een klaviertoets van A0 t/m A}1.
● Zaalsimulator
● Nagalm
2.
Laat 4 SOUND MODE los.
■ Instellen van de diepte van het zaalsimulator/
nagalmeffect
1.
Voer stap 1 uit onder “Selecteren van het
zaalsimulator/nagalmtype” (pagina NL-19) om
een zaalsimulator/nagalmtype te selecteren.
2.
Houd 4 SOUND MODE ingedrukt en gebruik
dan de onderstaande klaviertoetsen om de
diepte van het effect in te stellen.
• De effectdiepte kan worden ingesteld op een waarde
in het bereik van 0 (geen effect) t/m 42 (maximale
diepte). Wanneer u de klaviertoetsen gebruikt om de
instelling te veranderen, zal de referentietoon (pagina
NL-11) klinken als de waarde een veelvoud van 10
bereikt.
3.
Laat 4 SOUND MODE los nadat de gewenste
instelling is gemaakt.
■ Selecteren van het surroundtype
1.
Houd 4 SOUND MODE ingedrukt en druk
dan op de D2 (surroundtype 1) of E}2
(surroundtype 2) klaviertoets.
2.
Laat 4 SOUND MODE los.
Indrukken
van deze
toets:
Selecteert deze
instelling:
Beschrijving
A0 N.Y. Club Muziekclub in Manhattan
B}0 Opera Hall Uniek gevormde Sydney
concertzaal
B0 Berlin Hall Arenatype klassieke
concertzaal in Berlijn
C1 British Stadium Groot buitenstadion buiten
Londen
Indrukken
van deze
toets:
Selecteert deze
instelling:
Beschrijving
C{1 Kamer 1 Kamertype nagalm
D1 Kamer 2
E}1 Kamer 3
E1 Grote kamer
F1 Zaal 1 Kleine-zaaltype nagalm
F{1 Zaal 2
G1 Zaal 3
A}1 Stadion Stadiontype nagalm
C1
A0
C2 C3 C4 C5 C6 C7
C8
A0 - A}1
Indrukken van
deze toets:
Doet dit:
A1 Verlaagt de effectdiepte toegepast op
de ingebouwde geluidsbron met één
niveau.
B}1 Verhoogt de effectdiepte toegepast op
de ingebouwde geluidsbron met één
niveau.
A1 + B}1 Zet de effectdiepte toegepast op de
ingebouwde geluidsbron terug op de
oorspronkelijke standaardinstelling.
B1 Verlaagt de effectdiepte toegepast op
het draadloos audio-ingangssignaal
met één niveau.
C2 Verhoogt de effectdiepte toegepast op
het draadloos audio-ingangssignaal
met één niveau.
B1 + C2 Zet de effectdiepte toegepast op het
draadloos audio-ingangssignaal terug
op de oorspronkelijke
standaardinstelling.
C1
A0
C2 C3 C4 C5 C6 C7
C8
A1 - C2
C1A0 C2 C3 C4 C5 C6 C7
C8
E}2D2










