User Manual
Table Of Contents
- Omslag
- Inhoudsopgave
- Overzicht en instellingen
- Gemeenschappelijke bediening voor alle functies
- Luisteren naar demonstratieweergave
- Noten spelen met verschillende tonen
- Selecteren van een toon
- Gebruik van de metronoom
- Specificeren van het tempo
- Veranderen van het aanslagvolume naar de aanslagdruk (Aanslagvolume)
- Veranderen van de toonhoogte in stappen van een halve toon (Transponeren)
- Fijnstemmen van een toonhoogte (Stemming)
- Veranderen van de toonhoogte in eenheden van een octaaf (Octaafverschuiving)
- Gebruik van de geluidsmoduseffecten (Zaalsimulator/Nagalm en Surround)
- Gebruik van zweving
- Gebruik van helderheid
- Aanpassen van de geluidskarakteristieken van de akoestische piano (Akoestieksimulator)
- Splitsen van het toetsenbord voor duet-spel
- Veranderen van de toonschaalstemming (Temperament) van het toetsenbord
- Luisteren naar melodieën
- Opnemen/weergeven van uitvoeringen
- USB flash-drive
- Ondersteunde USB flash-drives
- Voorzorgsmaatregelen bij gebruik van een USB flash-drive en de USB Type A poort
- Aansluiten van een USB flash-drive op de Digitale Piano en loskoppelen ervan
- Formatteren van een USB flash-drive
- Gebruik van een USB flash-drive
- Gebruik van een computer voor het kopiëren van algemene melodiegegevens naar een USB flash-drive
- Weergeven van standaard audiogegevens (WAV-bestanden)
- Instellingen maken
- Instellen van het volume van het Upper1 gedeelte
- Maken van de instellingen voor het Upper2 gedeelte en het Lower gedeelte
- Instellen van de volumebalans
- Gebruik van Middenbereik annuleren
- MIDI-instellingen maken
- Veranderen van de pedaalfuncties
- Opslaan van instrumentinstellingen (Automatisch hervatten)
- Overige instellingen
- Fabrieksreset (Initialisatie)
- Gebruik van de draadloosfunctie
- Gebruik van de speciale app
- Gebruik van externe apparaten aangesloten via een kabel
- Oplossen van moeilijkheden
- Referentie
- MIDI Implementation Chart
NL-9
Om dit product te koppelen met een extern apparaat geschikt
voor Bluetooth
®
draadloze technologie, moet u de draadloze
MIDI- en audio-adapter in de bl USB Type A poort van de
Digitale Piano steken.
• Schakel de Digitale Piano uit voordat de draadloze
MIDI- en audio-adapter wordt losgemaakt.
•Zie “Weergeven van audio van een smartapparaat
(Bluetooth-audiokoppeling)” (pagina NL-49) voor de
verbinding met een extern apparaat geschikt voor
Bluetooth-audio.
•Zie “Verbinding met een apparaat geschikt voor Bluetooth
Low Energy MIDI” (pagina NL-50) voor de verbinding met
een extern apparaat geschikt voor Bluetooth Low Energy
MIDI.
•Zie “Gebruik van de speciale app” (pagina NL-52) voor het
gebruik van de speciale app.
• De draadloze MIDI- en audio-adapter is mogelijk niet
verkrijgbaar in sommige landen of gebieden.
• Tenzij anders aangegeven, wordt bij alle procedures in
deze handleiding verondersteld dat de Digitale Piano in
de begintoestand staat (d.w.z. de toestand meteen na
het inschakelen van de stroom). Als u problemen
ondervindt bij het uitvoeren van een procedure,
schakelt u de stroom van de Digitale Piano uit en dan
weer in, en daarna probeert u de procedure opnieuw uit
te voeren.
• Houd er rekening mee dat wanneer de Digitale Piano
tijdens een procedure wordt uitgeschakeld, eventuele
niet opgeslagen gegevens verloren gaan.
Bij het inschakelen van de Digitale Piano gaan de lampjes van
alle tiptoetsen op het voorpaneel branden.
• Om een tiptoets te bedienen, moet u deze stevig met
een blote vinger aantippen. De tiptoetsen reageren niet
als u deze aanraakt terwijl u een handschoen draagt.
• Als een tiptoets niet reageert, voert u de onderstaande
stappen uit om de gevoeligheid van de tiptoetsen te
verhogen.
(1) Schakel de Digitale Piano uit.
(2) Houd de C8 klaviertoets ingedrukt (de toets
helemaal rechts) en druk dan op de 1P (aan/uit)
toets.
• Blijf de C8 klaviertoets ingedrukt houden totdat
de tiptoetsen achter elkaar van links naar rechts
gaan branden (van 3 FUNCTION t/m
8 GRAND PIANO). U hoeft de 1P (aan/uit)
toets niet ingedrukt te blijven houden.
■ Automatische uitschakelfunctie voor de
tiptoetslampjes (Paneellampjes-instelling)
Om stroom te besparen, kunt u instellen dat alle toetslampjes
worden uitgeschakeld, met uitzondering van het lampje van
3 FUNCTION, wanneer het instrument een bepaalde tijd
niet wordt bediend. U kunt de tijd dat het instrument niet wordt
bediend en waarna de lampjes worden uitgeschakeld zelf
instellen, of u kunt instellen dat de lampjes altijd moeten
blijven branden (dit is standaardinstelling wanneer de
netadapter is aangesloten). Zie “Veranderen van de instelling
voor de paneellampjes” (pagina NL-47) voor informatie over
het maken van deze instellingen.
Gebruik van de bijgeleverde
draadloze MIDI- en audio-adapter
Draadloze MIDI- en audio-adapter
bl USB Type A poort
Gemeenschappelijke
bediening voor alle functies
Bediening van de tiptoetsen










