User Manual
Table Of Contents
- Omslag
- Inhoudsopgave
- Overzicht en instellingen
- Algemene gids
- Klaarmaken van de voeding
- In- en uitschakelen van de stroom
- Terugzetten van de Digitale Piano naar de standaardinstellingen die in de fabriek ingesteld waren
- Bedieningsvergrendeling
- Gebruik van een hoofdtelefoon
- Aansluiten van de draadloze MIDI & audio adapter (optie)
- Instellen van het displaycontrast
- Luisteren naar de demonstratieweergave
- Gemeenschappelijke bediening voor alle functies
- Spelen op het toetsenbord
- Lagen en splitsingen aanbrengen in tonen
- Veranderen van het aanslagvolume naar de aanslagdruk (Aanslagvolume)
- Gebruik van nagalm
- Gebruik van zweving
- Gebruik van de metronoom
- Veranderen van de tempo-instelling
- Gebruik van de arpeggiator
- Splitsen van het toetsenbord voor duet-spel
- Instellen van het volume van het toetsenbord
- Regelen van de klank
- Gebruik van een pedaal
- Gebruik van de toonhoogteregelaar
- Veranderen van de toonhoogte in stappen van een halve toon (Transponeren)
- Fijnstemmen van een toonhoogte (Stemming)
- Veranderen van de toonhoogte in eenheden van een octaaf (Octaafverschuiving)
- Veranderen van de toonschaalstemming (Temperament) van het toetsenbord
- Weergeven van een ingebouwde melodie of een melodie op een USB flash-drive
- Gebruik van automatische begeleiding
- Gebruik van muziekvoorkeuze
- Registreren en oproepen van een basisinstelling (Registratie)
- Opnemen van uw toetsenbordspel
- Opnemen en weergeven van uw toetsenbordspel
- Overdubben van een opgenomen spoor
- Opnemen van het toetsenbordspel samen met een melodie (Deeloefening-opname)
- Maken van de instellingen voor vooraf tellen en de metronoom
- Een spoor dempen
- Wissen van een opgenomen melodie of spoor
- Kopiëren van een opgenomen melodie
- Maken van functie-instellingen
- USB flash-drive
- Voorzorgsmaatregelen bij gebruik van een USB flash-drive en de USB type-A poort
- Aansluiten van een USB flash-drive op de Digitale Piano en loskoppelen ervan
- Formatteren van een USB flash-drive
- Gebruik van de USB flash-drive
- Gebruik van een computer voor het kopiëren van algemene melodiegegevens naar een USB flash-drive
- Aansluiten van externe toestellen
- Aansluiten op een computer
- Aansluiten op audio-apparatuur
- Koppelen aan een smartapparaat (APP-functie)
- Weergeven van het geluid van een apparaat geschikt voor Bluetooth-audio (Bluetooth-audio koppelen)
- Verbinden van de Digitale Piano met een Bluetooth Low Energy MIDI-apparaat
- In- en uitschakelen van de draadloosfunctie van de Digitale Piano
- Instellen van het volumeniveau van de meldtonen
- Controleren van de Bluetooth-verbindingsstatus
- Referentie
- MIDI Implementation Chart
NL-14
De FUNCTION indicator knippert wel of niet wanneer u een
instelling voor een functie van de Digitale Piano maakt
(pagina NL-45) of een andere bediening voor een speciale
instelling uitvoert. De betekenis van de tekst die bij de wel of
niet knipperende FUNCTION indicator verschijnt wordt
hieronder beschreven.
* Alleen bij een instelitem dat een functie-instelling is.
Hieronder ziet u een voorbeeld van wat de FUNCTION
indicator aangeeft.
1.
Druk op bp FUNCTION.
“Touch” verschijnt.
• “Touch” is de naam van een instelitem, dus de
FUNCTION indicator knippert niet.
2.
Druk op bp ENTER.
Hierdoor verandert “Touch” naar “Normal” (de
standaardinstelling voor het aanslagvolume). Aangezien
“Normal” een instelling is, knippert de FUNCTION
indicator.
3.
Druk op bp FUNCTION om terug te keren naar
de aanduiding van de naam van het instelitem.
De FUNCTION indicator stopt met knipperen.
4.
Druk op bq TONE om het instelscherm te
verlaten.
De FUNCTION indicator verdwijnt.
Uw Digitale Piano laat u uit tonen kiezen zodat u de
beschikking heeft over een groot aantal
muziekinstrumenttonen, waaronder viool, fluit, orkest en nog
veel meer. Door het type instrument te veranderen krijgt
dezelfde melodietoon een heel ander gevoel.
■ Kiezen van een instrument om te spelen
1.
Druk op bq TONE.
De aanduiding (toonindicator) verschijnt.
2.
Gebruik de bo regelaar om het gewenste
toonnummer te selecteren.
•Zie “Tussen de categorieën navigeren” (pagina NL-12)
voor informatie over het selecteren van de
tooncategorieën.
• Zie het afzonderlijke document “Lijsten van ingebouwde
muziekgegevens” voor een volledige lijst van de
beschikbare tonen.
• Wanneer één van de drumsets wordt geselecteerd, wordt
aan elke klaviertoets een andere percussieklank
toegewezen.
3.
Probeer iets op het toetsenbord te spelen.
U hoort de toon van het instrument dat u heeft
geselecteerd.
■ DSP-tonen
De Digitale Piano heeft een aantal “DSP-tonen”. Dit zijn tonen
met speciale effecten. De DSP TONE indicator brandt
wanneer een DSP-toon is geselecteerd.
■ Gitaartonen
Tot de ingebouwde gitaartonen van deze Digitale Piano
behoren tokkelgeluiden en andere geluidseffecten die worden
toegepast overeenkomstig de toonhoogte (nootnummer) en/
of de intensiteit (aanslagsnelheid) van de noten die worden
gespeeld.
FUNCTION indicator
Indicator Geeft dit aan:
Knippert niet Itemnaam*
Knippert Instelling van getoonde instelitem
Voorbeeld: Maken van de instelling voor het
aanslagvolume
Touch
Instellingsnummer Naam van instelitem
Knippert niet
No r
m
a
l
Knippert
Instellingsnummer Instelling
Spelen op het toetsenbord
Sta
g
e
Pno
Toonnummer Toonnaam