User manual

Gebruiksaanwijzing 3353 3354 5053
3
De tijd in een andere stadscode bekijken
Druk in de wereldtijdfunctie op
om door de stadscodes (tijdzones) te bladeren.
Zie de “Stadscodetabel voor volledige informatie over stadscodes.
Bij een stadscodetijd tussen standaard- en zomertijd
wisselen
1. Gebruik in de wereldtijdfunctie
om de stadscode
(tijdzone) te tonen waarvoor u de instelling van de
standaardtijd/zomertijd wilt veranderen.
Als u in de wereldtijdfunctie op
drukt, verschijnt
de ingestelde stadscode gedurende ongeveer
twee seconden op het digitale display.
2. Houd
ingedrukt om tussen zomertijd (DST-indicator getoond) en standaardtijd
(DST-indicator niet getoond) te wisselen.
Houd er rekening mee dat u in de wereldtijdfunctie niet de zomertijdinstelling van
de in de tijdfunctie geselecteerde woonplaats kunt wijzigen. Zie “De zomertijdinstel-
ling wijzigen” voor informatie over het in- en uitschakelen van de zomertijdinstelling
van de woonplaats.
De DST-indicator verschijnt op het display als u een stadscode toont waarvoor
zomertijd is ingeschakeld.
Onthoud dat u niet tussen standaardtijd en zomertijd kunt wisselen als
GMT
als
stadscode geselecteerd is.
De zomertijd/standaardtijd-instelling geldt alleen voor de op dat moment getoonde
stadscode. Andere stadscodes blijven ongewijzigd.
Alarmen
U kunt drie onafhankelijke dagelijkse alarmen instellen.
Als een alarm is ingeschakeld, klinkt het alarm als de
alarmtijd bereikt is. U kunt ook een uursignaal
inschakelen waarna het horloge elk heel uur twee keer
een signaal geeft.
Het alarm en het uursignaal werken overeenkomstig
de huidige digitale tijd.
Het alarmnummer (AL1 tot en met AL3) geeft een
alarmscherm aan. SIG verschijnt in plaats van het
alarmnummer als het uursignaalscherm getoond
wordt.
Alle bedieningen in deze sectie worden uitgevoerd in
de alarmfunctie, die u selecteert door op
te
drukken.
Een alarmtijd instellen
1. Druk in de alarmfunctie op
om het alarm te
selecteren waarvoor u de tijd wilt instellen.
2. Houd
ingedrukt totdat de uurcijfers van de alarmtijd beginnen te knipperen, wat
aangeeft dat het instelscherm geselecteerd is.
Door deze bediening wordt het alarm automatisch ingeschakeld.
3. Druk op
om het knipperen tussen de uur- en minuteninstelling te verplaatsen.
4. Gebruik als een instelling knippert
(+) en
(-) om deze te wijzigen.
Controleer als u de alarmtijd instelt met gebruikmaking van 12-uur weergave, dat
u de tijd juist als ochtendtijd (geen indicator) of middag/avondtijd (P indicator)
instelt.
Als u in de tijdfunctie 24-uur weergave heeft geselecteerd, wordt de alarmtijd
ook getoond in 24-uur weergave.
5. Druk op
om het instelscherm te verlaten.
Alarmbediening
Het alarm klinkt op de ingestelde tijd gedurende 10 seconden, of totdat u deze stopt
door op een willekeurige knop te drukken.
Het alarm testen
Houd In de alarmfunctie
ingedrukt om het alarm te laten klinken.
Een alarm en het uursignaal in- en uitschakelen
1. Druk in de alarmfunctie op
om een alarm of het uursignaal te selecteren.
2. Druk als het alarm of het uursignaal dat u wilt instellen geselecteerd is op
om
deze in of uit te schakelen.
Stopwatch
De stopwatch maakt het mogelijk de verstreken tijd,
tussentijden en twee finishtijden te meten.
Het bereik van de stopwatch op het display is 99
minuten en 59,99 seconden.
De 1/100 secondetelling verschijnt als de verstreken
tijdmeting gestopt wordt of terwijl een tussentijd op
het display bevroren is.
De stopwatchmeting loopt door, opnieuw beginnend vanaf 0 nadat de limiet bereikt
is, totdat u deze stopt.
Als u de stopwatchfunctie verlaat terwijl een tussentijd op het display bevroren is,
wordt de tussentijd verwijderd en keert u terug naar de verstreken tijdmeting.
Zelfs als u de stopwatchfunctie verlaat, loopt de stopwatchmeting door.
Alle bedieningen in deze sectie worden uitgevoerd in de stopwatchfunctie, die u
selecteert door op
te drukken.
Verlichting
Het digitale display wordt verlicht door een LED en een
verlichtingspaneel voor een gemakkelijke aflezing in het
donker.
Zie “Verlichting voorzorgsmaatregelen” voor andere
belangrijke informatie.
Het display verlichten
Druk in een willekeurige functie op
om het display te
verlichten.
U kunt voor de verlichtingsduur 1,5 of 2,5 seconden
instellen. Zie “De digitale tijd en datum handmatig
instellen” voor meer informatie.
Batterij
Dit horloge is uitgevoerd met een zonne-energiecel en een oplaadbare batterij
(secundaire batterij) die wordt opgeladen door de elektrische energie die door de
zonne-energiecel wordt geproduceerd. De hieronder getoonde illustratie laat zien hoe
u het horloge dient te positioneren om deze op te laden.
Voorbeeld: Positioneer het horloge zo dat
de bovenzijde naar een lichtbron gericht is.
De illustratie laat zien hoe u een horloge
met een leren/kunststof band dient te
positioneren.
Onthoud dat het opladen minder snel
geschiedt als een willekeurig deel van de
zonne-energiecel wordt geblokkeerd door
kleding, etc. Probeer het horloge derhalve
zoveel mogelijk buiten uw mouw te dragen.
Belangrijk!
Door het horloge gedurende een lange periode op een plek zonder licht te bewaren
of deze op zo’n wijze te dragen dat deze niet aan licht wordt blootgesteld, kan de
oplaadbare batterij in sterkte afnemen. Verzeker u ervan dat het horloge zoveel
mogelijk aan licht wordt blootgesteld.
Normaliter dient de oplaadbare batterij niet vervangen te worden, maar na intensief
gebruik gedurende enkele jaren kan het voorkomen dat de oplaadbare batterij niet
meer in staat is volledig opgeladen te worden. Neem als dit gebeurt contact op met
uw CASIO-dealer om de oplaadbare batterij te laten vervangen.
Probeer de oplaadbare batterij nooit zelf te verwijderen of te vervangen. Het gebruik
van een verkeerde batterij kan schade aan het horloge opleveren.
Als u de batterij laat vervangen of de batterijsterkte beneden niveau 4 daalt, keren
de huidige tijd en alle andere instellingen terug naar de fabrieksmatige instellingen.
Activeer de energiespaarfunctie van het horloge en plaats deze op een plek waar
het wordt blootgesteld aan zonlicht als u deze gedurende een lange tijd bewaart.
Dit helpt om te voorkomen dat de oplaadbare batterij leeg raakt.
De huidige batterijsterkte controleren
Druk in de tijdfunctie een keer op
om de batterijsterkte-indicator te tonen.
De batterijsterkte-indicator toont de batterijsterkte als HI (niveau 1) of MID (niveau 2).
Als de batterijsterkte beneden niveau 2 (MID) daalt, wordt een ‘laad snel op’-
waarschuwing (niveau 3) in alle functies getoond.
Batterijsterkte- en oplaadindicator
De batterijsterkte-indicator geeft de huidige sterkte van de oplaadbare batterij aan.
De knipperende oplaadindicator ( ) bij niveau 3 geeft aan dat de batterijsterkte
erg laag is en blootstelling aan helder licht zo snel mogelijk nodig is om de batterij
op te laden.
DST-indicator
Alarm-
nummer
Alarmtijd
(Uren : Minuten)
Functie-
indicator
Aan/uit-status
Wisselt met
2-seconden
interval
Tijden meten met de stopwatch
Start Stop
Verstreken tijd
WissenHerstart
Stop
Tussentijd
Start Tussentijd
Loslaten tussentijd
Wissen
Stop
Twee finishtijden
Start Tussentijd
Stop
Wissen
Loslaten tussentijd
Eerste renner
finisht.
Tijd eerste
renner op display.
Tweede renner
finisht.
Tijd tweede
renner op display.
l
l
l
l
l
l
l
l
l
l
l
l
l
l
l
l
l
l
l
l
l
l
Zonne-
energiecel
Batterijsterkte-indicator
of
Functie status
Alle functies in gebruik.
Alle functies in gebruik.
Automatische en handmatige
ontvangst, alarm, uursignaal,
verlichting en display buiten
gebruik. Alhoewel de wijzers
van het horloge niet bewegen,
loopt de tijd intern door.
Alle functies, inclusief
tijdfunctie, buiten gebruik.
Niveau
1
2
3
4
Batterijsterkte-
indicator
(Oplaad-alarm)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
SecondenMinuten
Seconden
1/100
seconde
Meer dan
1 minuut
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Tussentijdindicator
Tussentijd
(Minuten : Seconden) 1/100 seconde
Tussentijdscherm
Verstreken-tijd-scherm
Verstreken tijd
(Minuten : Seconden)
1/100 seconde
AL1 AL2 AL3 SIG