User manual
Gebruiksaanwijzing 3095
3
Verstreken-tijd-gegevens
Elke verstreken-tijd-gegevensset bevat de volgende gegevens.
Totaal verstreken tijd
Tot en met 99 ronde/tussentijdgegevens
Startdatum (maand, dag) en starttijd van een verstreken-tijd-meting
Beste rondetijd- en rondenummergegevens
=
Elke verstreken-tijd-gegevensset bevat maximaal 99 ronde/tussentijden. Het
horloge zal na de 99e ronde/tussentijd geen ronde/tussentijdgegevens meer
opslaan, maar de beste rondetijd zal nog wel worden geactualiseerd wanneer een
nieuwe rondetijd beter is dan de op dat moment geregistreerde beste rondetijd.
=
Als er in een verstreken-tijd-gegevensset meerdere rondetijden gelijk zijn aan de
beste rondetijd, wordt de eerst gemeten tijd als de beste rondetijd gehanteerd.
=
Als tijdens een verstreken-tijd-bediening geen ronde/tussentijdmeting was
uitgevoerd, wordt voor de beste rondetijd -- getoond.
Auto-Start gebruiken
=
Als u Auto-Start gebruikt om een stopwatchmeting te starten, interpreteert het
horloge het begin van de Auto-Start-aftelling als het beginpunt van de verstreken-
tijd-meting en begint de opname van de verstreken-tijd-meting vanaf dat moment.
=
Als u op
훾
drukt om de Auto-Start-aftelling te stoppen, wordt voor alle gegevens
in de verstreken-tijd-gegevensset -- getoond om aan te geen dat geen gegevens
zijn opgeslagen.
Oproepfunctie
U kunt de oproepfunctie gebruiken om de in de stopwatchfunctie gemeten verstreken-
tijd-gegevens (verstreken tijd, ronde/tussentijden, etc.) te bekijken.
=
Wanneer u de oproepfunctie selecteert, verschijnen eerst de meest recente
verstreken-tijd-gegevens.
=
Alle bedieningen in deze sectie worden uitgevoerd in de oproepfunctie, die u
selecteert door op
훿
te drukken.
Verstreken-tijd-gegevens bekijken
1. Druk op
훿
om de oproepfuntie te selecteren.
=
Het beste-rondetijd-scherm van de meest recent in het geheugen opgeslagen
gegevensset verschijnt eerst.
=
Druk op
훽
wanneer u naar de andere (oudere) gegevenssets wilt wisselen. Elke
keer wanneer u op
훽
drukt wisselt u tussen de twee gegevenssets.
=
De gegevens die op het beste-rondetijd-scherm verschijnen, hangen ervan of u
de gegevens van een afgeronde verstreken-tijd-bediening of van een bediening
die nog plaatsvindt, bekijkt.
=
In het geval van een afgeronde verstreken-tijd-bediening, zal het beste-
rondetijd-scherm deze gegevens weergeven.
=
Als een verstreken-tijd-meting nog plaatsvindt, hangt de op het beste-rondetijd-
scherm getoonde tijd ervan af of u in de stopwatchfunctie het verstreken-tijd-
scherm of het rondetijd-scherm heeft geselecteerd. Als u in de stopwatchfunctie
het verstreken-tijd-scherm heeft geselecteerd, verschijnt de verstreken tijd op
het beste-rondetijd-scherm. Als u het rondetijd-scherm heeft geselecteerd,
verschijnt de ronde/tussentijd op het beste-rondetijd-scherm.
2. Gebruik wanneer het beste-rondetijd-scherm van de verstreken-tijd-gegevensset
die u wilt bekijken getoond wordt,
en
훾
om door de ronde/tussentijden in deze
gegevensset te bladeren.
Timer
Uw horloge is uitgevoerd met twee timers, genoemd
TR1 (timer 1) en TR2 (timer 2). Het instelbereik voor de
timers is 1 seconde tot en met 99 uur, 59 minuten en 59
seconden. De TR2 aftelling start automatisch wanneer
de TR1 aftelling 0 bereikt. De timers kunnen worden
gebruikt voor een intervaltraining (bijvoorbeeld drie
minuten rennen met TR1, 1 minuut rust met TR2) of een
multi-periode evenement meten (bijvoorbeeld 45
minuten wedstrijd met TR1 en 15 minuten rust met TR2).
=
De fabrieksinstellingen zijn 10 minuten voor TR1 en 5
minuten voor TR2.
=
Alle bedieningen in deze sectie worden uitgevoerd in
de timerfunctie, die u selecteert door op
훿
te drukken.
Timerinstellingen maken
1. Houd in de timerfunctie
훽
ingedrukt totdat de
uurinstelling van de TR1 afteltijd begint te knipperen,
wat aangeeft dat het instelscherm geselecteerd is.
2. Druk op
훿
om het knipperen in de hieronder
getoonde volgorde te verplaatsen om andere
instellingen te selecteren.
3. Gebruik terwijl een instelling knippert
(+) en
훾
(-) om deze te wijzigen.
=
Elke timer waarvoor de starttijd 0:00:00 is, zal niet worden gebruikt gedurende
de timerbediening.
4. Stel desgewenst de tijden van alle timers in.
5. Druk op
훽
om het instelscherm te verlaten.
Een timerbediening uitvoeren
Druk in de timerfunctie op
om de TR1 aftelling te starten.
=
Wanneer de TR1 aftelling 0 bereikt, begint TR2 automatisch.
=
Druk om de timer die op dat moment aftelt te pauzeren op
. Druk nogmaals op
om deze te herstarten.
=
Als voor een timer een starttijd van 0:00:00 is ingesteld, wordt die timer niet
gebruikt.
=
Het horloge zal gedurende 5 aftellingen of totdat u de aftelling stopt door op
te
drukken tussen TR1 en TR2 blijven wisselen.
=
Wanneer de aftelling van TR1 of TR2 0 bereikt, zal gedurende ongeveer 10
seconden een signaal klinken. Als een timer-starttijd 10 seconden of minder is,
klinkt een signaal gedurende ongeveer een seconde wanneer het einde van de
aftelling bereikt is.
=
Ongeacht de starttijd voor TR2, klinkt het signaal gedurende ongeveer 10
seconden wanneer TR2 het einde van de vijfde aftelling bereikt.
=
Als de knipperwaarschuwing is ingeschakeld, knipperen de rode en groene LED’s
op het onderste gedeelt van het display tegelijkertijd als het signaal dat klinkt
wanneer de TR1 of TR2 aftelling 0 bereikt.
=
Een timerbediening die plaatsvindt loopt door zelfs als u de timerfunctie verlaat.
=
Druk om een timerbediening te stoppen eerst op
om de aftelling van de huidige
tijd te pauzeren en vervolgens op
훾
. Hierdoor worden de timers weer op de
starttijden ingesteld.
Alarmen
Het horloge is uitgevoerd met vijf onafhankelijke multi-
functie-alarmen. U kunt voor de alarmtijd de uren en
minuten instellen en een van vier herhalingspatronen
selecteren (weekdag, weekend, dagelijks, eenmalig).
Een van de alarmen is een wekalarm. U kunt een
uursignaal inschakelen waarna het horloge elk heel uur
twee keer een signaal geeft. U kunt het uursignaal
herhalingspatroon evenals een start- en eindtijd
instellen.
=
Er zijn vijf alarmschermen, genummerd AL1 tot en
met AL4 en SNZ. Het uursignaalscherm wordt
aangegeven door SIG.
=
Wanneer u de alarmfunctie selecteert, worden eerst
de gegevens getoond die u bekeek toen u deze
functie verliet.
=
Alle bedieningen in deze sectie worden uitgevoerd in
de alarmfunctie, die u selecteert door op C te
drukken.
Herhalingspatroon
U kunt uit vier herhalingspatronen selecteren voor de multi-functie alarmen en uit drie
herhalingspatronen voor het uursignaal.
Een alarmtijd instellen
1. Gebruik in de alarmfunctie
om door de alarm-
schermen te bladeren totdat het alarm waarvan u de
tijd wilt instellen getoond wordt.
=
Selecteer alarmscherm AL1 tot en met AL4 om
een normaal alarm in te stellen. Selecteer het SNZ
alarmscherm om het wekalarm in te stellen.
=
Het wekalarm wordt elke vijf minuten herhaald.
2. Houd nadat u een alarm geselecteerd heeft
훽
ingedrukt totdat de uurcijfers van de alarmtijd
beginnen te knipperen, wat aangeeft dat het
instelscherm geselecteerd is.
=
Door deze bediening wordt het alarm automatisch
ingeschakeld.
3. Druk op
훿
om het knipperen in de hieronder
getoonde volgorde te verplaatsen om andere
instellingen te selecteren.
4. Gebruik terwijl een instelling knippert
(+) en
훾
(-) om deze als hieronder
beschreven te wijzigen.
=
U kunt een van de vier hieronder vermelde alarm-herhalingspatronen selecteren.
5. Druk op
훽
om het instelscherm te verlaten.
=
Stel bij gebruikmaking van 12-uur weergave de tijd correct in als a.m. of p.m.
Alarmbediening
Het alarm klinkt op de ingestelde tijd gedurende 10 seconden, ongeacht in welke
functie het horloge is. In het geval van een wekalarm wordt het alarm maximaal zeven
keer elke vijf minuten herhaald of totdat u het alarm uitgeschakelt.
=
Alarm- en uursignaalbedieningen worden uitgevoerd overeenkomstig de tijdfunctie-
tijd.
=
Druk op een willekeurige knop om het alarm te stoppen.
=
Wanneer een knipperwaarschuwing is ingeschakeld, knipperen de rode en groene
LED’s op het onderste gedeelte van het display tegelijkertijd als het alarmsignaal
klinkt.
=
Door een van de volgende bedieningen uit te voeren gedurende een 5-minuten
interval tussen wekalarmen wordt de huidige wekalarmbediening gestopt.
Het tijdfunctie-instelscherm tonen
Het SNZ-instelscherm tonen
Het alarm testen
Houd in de alarmfunctie
ingedrukt om het alarm te laten klinken.
Druk op
Druk op
Laatste ronde/tussentijdEerste ronde/tussentijdBeste-ronde-scherm
Verstreken tijd
Uren : Minuten
Beste-ronde-
indicator
Rondetijd
Tussentijd
Maand/Dag
RondetijdRondenummer
Tijdfunctie-tijd
TR2 Timertijd
(Uren : Minuten, Seconden)
TR1 Timertijd
(Uren : Minuten, Seconden)
TR1
Uren
TR1
Minuten
TR1
Seconden
TR2
Seconden
TR2
Minuten
TR2
Uren
Tijdfunctie-tijd
AM-indicator
Aan/uit-status
Alarmtijd
(uren : Minuten)
Uur
(HR)
Minuten
(MIN)
Herhalingspatroon
(REP)
Om het volgende herhalingspatroon in te stellen:
Dagelijks
Eenmalig uitsluitend op de ingestelde datum
Dagelijks op zaterdag en zondag
Dageijks van maandag t/m vrijdag
Selecteer deze instelling:
DAILY
ONCE
wEND
wDAY





