61WG/30WG 020-090 Watergekoelde vloeistofkoelaggregaten/warmtepompen met of zonder hydromodule Nominale koelcapaciteit 24-95 kW Nominale verwarmingscapaciteit 30-116 kW Unit met hydromodule optie Standaardunit Montage, Inbedrijfstelling en Onderhoud
Onderhoud 1 - INLEIDING................................................................................................................................................................................. 4 1.1 - Veiligheidsinstructies voor montage....................................................................................................................................... 4 1.2 - Apparatuur en componenten onder druk........................................................................................
9 - INREGELEN WATERHOEVEELHEID, pomp met variabele toerental.............................................. 28 9.1 - Pomp curves (Q-H kromme)................................................................................................................................................. 28 9.2 - Beschikbare externe statische druk van het systeem (hogedrukpompen met vast of variabel toerental, units met hydromodule)................................................................................................
1 - INLEIDING Dek nooit beveiligingen af. ATTENTIE: In verband met de veiligheid en gezondheid van gebruikers, onderhoudspersoneel en derden, dient bij het installeren van de apparatuur rekening te worden gehouden met hetgeen de ARBO-wet voorschrijft. O.a. voldoende ruimte voor veilig onderhoud en een vluchtweg zijn van groot belang. Dit geldt voor smeltveiligheden en veiligheidsventielen (indien gebruikt) in de koudemiddel- of watercircuit.
Wanneer koudemiddel afblaasveiligheden afblazen in de ruimte en er gevaar onstaat voor personen en goederen, dan dienen de koudemiddel afblaasveiligheden te worden aangesloten op afblaasleidingen die naar buiten leiden. Aangezien het koudemiddel kan worden afgeblazen in de buitenlucht, moet de uitlaatopening ver zijn verwijderd van de luchtinlaat van het gebouw, of moet afvoer plaatsvinden in zulke kleine hoeveelheden waardoor voldoende verdunning plaats vindt zodat er geen gevaar voor personen ontstaat.
1.4 - Veiligheidsinstructies bij reparatie Alle componenten van de installatie moeten goed worden onderhouden om schade aan de apparatuur en lichamelijk letsel te voorkomen. Storingen en lekkages moeten onmiddellijk worden verholpen. De verantwoordelijke technicus draagt de verantwoordelijkheid voor onmiddellijk herstel van de storing. Na reparatie van de machine moet de werking van de beveiligingen opnieuw worden gecontroleerd en een rapport worden aangemaakt van de bedrijfsparameters bij 100%.
GA NIET op koudemiddelleidingen STAAN. Gebroken leidingen gaan zwiepen en kunnen dan persoonlijk letsel veroorzaken. 2 - Controles voorafgaand aan de montage Klim niet op een machine. gebruik een platform of stellage. • 2.1 - Controleren van de zending Gebruik hulpmiddelen (kraan, lift etc.) bij transporteren, hijsen en plaatsen van zware componenten. Gebruik deze hulpmiddelen ook als er gevaar bestaat dat u uitglijdt of uw evenwicht verliest, zelfs wanneer componenten licht zijn.
2.2 - Transport en plaatsen van de unit 2.2.1 - Transport Zie hoofdstuk 1.1 ‘Veiligheidsinstructies voor montage’. 2.2.2 - Plaatsen Zie onder ‘Afmetingen en benodigde vrije ruimte’ om er zeker van te zijn dat er voldoende ruimte is voor alle aansluitingen en voor onderhoudswerkzaamheden. Zie voor zwaartepunten, de plaats van de bevestigingsgaten en de gewichtsverdeling de met de unit meegeleverde officiële maatschetsen.
3 - AFMETINGEN, BENODIGDE VRIJE RUIMTE 3.1 - 61WG/30WG 020-045 - standaardunit 160 237 2 Alleen voor optie 70F 470 470 901 1 3 153 153 2 625 5 161 237 600 1044 1 1058 900 700 700 4 3 700 4 4 4 3.2 - 61WG/30WG 020-045 - unit met aansluitingen boven (optie 274) 938 901 700 4 600 1044 900 86 700 Verklaring: Alle afmetingen in mm.
3.3 - 61WG/30WG 020-045 - unit met koeler hydromodule (optie 116) Alleen voor optie 70F 379 625 5 1 704 470 868 1463 2 153 153 3 161 237 600 1044 1 2 1058 900 700 700 4 3 700 4 4 4 3.4 - 61WG/30WG 020-045 - unit met condensor hydromodule (optie 270) 142 2 Verklaring: Alle afmetingen in mm.
3.6 - 61WG/30WG 020-045 - unit met hydromodule en met aansluitingen boven (opties 116 + 274 - 270 + 274 116 + 270 + 274) 1500 1463 700 4 1044 167 900 86 1 1 4 700 4 4 143 237 221 700 4 2 167 86 700 2 3.7 - 61WG/30WG 020-045 - stapelbare unit (optie 273) 1841 1014 1014 OPMERKING: De water- en elektrische aansluitingen zijn gelijk aan die van de standaard unit. 600 1058 900 700 Verklaring: Alle afmetingen in mm.
3.8 - 61WG/30WG 050-090 - standaardunit Alleen voor optie 70F 310 253 310 905 451 450 204 456 201 2 5 1 2 3 901 252 880 1474 1 1489 900 700 700 4 3 4 4 700 4 938 4 901 700 3.9 - 61WG/30WG 050-090 - unit met aansluitingen boven (optie 274) 1474 880 700 900 80 Verklaring: Alle afmetingen in mm.
3.10 - 61WG/30WG 050-090 - unit met koeler hydromodule (optie 116) Alleen voor optie 70F 558 905 5 1 2 1021 1463 3 204 657 704 252 253 307 1 2 880 1474 Verklaring: Alle afmetingen in mm. 1488 900 700 Condensor 4 700 Koeler Veiligheidsventiel Benodigde vrije ruimte voor onderhoud (zie opmerking) 3 4 4 Schakelkast Waterintrede Wateruittrede 700 Doorvoer voedingskabel 4 3.
3.13 - 61WG/30WG 050-090 - unit met hydromodule en met aansluitingen boven (opties 116 + 274 - 270 + 274 116 + 270 + 274) 1463 1500 700 4 1474 172 80 1 700 4 1 4 700 278 4 282 900 4 172 80 700 2 2 3.14 - 61WG/30WG 050-090 - stapelbare unit (optie 273) 1014 1014 1841 OPMERKING: De water- en elektrische aansluitingen zijn gelijk aan die van de standaard unit. 880 1489 900 700 Verklaring: Alle afmetingen in mm.
4 - TECHNISCHE EN ELEKTRISCHE GEGEVENS 61WG/30WG 4.1 - Technische gegevens 61WG 61WG 020 025 030 035 040 045 050 Geluidsniveaus* dB(A) 67,0 68,5 69,0 69,3 70,0 70,1 71,5 Geluidsvermogen 10-12 W, standaardunit Bedrijfsgewicht kg 191 200 200 207 212 220 386 Compressoren Hermetische scroll-compressor, 48,3 r/s Aantal 1 1 1 1 1 1 2 Aantal capaciteitstrappen 1 1 1 1 1 1 2 Minimum capaciteit % 100 100 100 100 100 100 50 Koudemiddel** R-410A Koudemiddelvulling, standaardunit kg 3.5 3.5 3.6 3.7 4.0 4.6 7.
4.3 - Technische gegevens 61WG/30WG unit met hydromodule 61WG/30WG (optie 116J/270J) 020 025 030 035 040 045 050 060 070 080 090 Bedrijfsgewicht* kg 305 313 313 321 327 334 513 521 533 544 574 Hoogte** mm 1463 1463 1463 1463 1463 1463 1463 1463 1463 1463 1463 Hydromodule Max. bedrijfsdruk kPa 300 300 300 300 300 300 300 300 300 300 300 Waterfilter (max.
4.6 - Elektrische gegevens, hydromodule De pompen die in de fabriek zijn geïnstalleerd hebben motoren met een efficiëntie klasse IE2. De extra benodigde* elektrische gegevens zijn als volgt: Pompmotor met vast toerental hydromodule, 61WG/30WG (opties 116F en 270F) No.
4.
61WG Minimum Maximum Koeler Waterintredetemperatuur (bij opstart) °C 7,5* 27 Wateruittredetemperatuur (tijdens bedrijf) °C 5** 20 Intrede/uittredetemperatuur verschil K 2,5 7 Condensor Waterintredetemperatuur (bij opstart) °C 15*** 60**** Wateruittredetemperatuur (tijdens bedrijf) °C 20 65 Intrede/uittredetemperatuur verschil K 2,5 18 * Neem contact op met Carrier voor waterintredetemperaturen beneden 7,5°C bij opstart. ** Bij wateruittredetemperaturen beneden 5°C, een antivries-oplossing worden toegepast.
5.5 - Maximum gekoeldwater debiet Het maximum gekoeldwaterdebiet wordt gelimiteerd door het maximaal toegestane drukverlies in de koeler. Zie de onderstaande tabellen. Als het debiet hoger is dan de maximum waarde, zijn er twee mogelijkheden: • Stel het waterdebiet bij m.b.v. de regelafsluiter. • Bypass de koeler om een hoger temperatuurverschil te verkrijgen met een lager gekoeldwaterdebiet. 5.6 - Variabel debiet In deze units kan een pomp met variabel debiet worden gebruikt.
5.9 - Maximum systeeminhoud (koeler en condensor) 5.7.4 - 30WG met optie 6 30WG Minimum gekoeldwater debiet - optie 6*, l/s Minimum** Maximum*** Lage druk Hoge druk 020 0,7 0,6 0,5 025 0,8 0,7 0,5 030 0,8 0,7 0,5 035 0,9 0,7 0,6 040 1,0 0,7 0,6 045 1,0 0,8 0,8 050 1,4 1,1 0,8 060 1,0 1,1 1,0 070 1,0 1,2 1,1 080 1,1 1,2 1,3 090 1,2 1,2 1,5 * Optie 6: glycoloplossing, zeer lage temperatuur.
5.12 - Platen-warmtewisselaar drukverlies (inclusief inwendig leidingwerk) Koeler - standaardunit zonder hydromodule 61WG/30WG 050-090 150 140 130 120 110 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0 0.0 0.5 1.0 1.5 2.0 2.5 3.0 3.5 4.0 4.5 5.0 5.5 6.0 6.5 7.0 7.5 8.
6 - ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN 6.2 - Elektrische voeding 6.1 - Elektrische aansluitingen, schakelkast 61WG/30WG De elektrische voeding moet overeenkomen met het voltage zoals aangegeven op de kenplaat van de unit. De voedingsspanning moet liggen binnen de limieten aangegeven in de tabel elektrische gegevens. Zie voor aansluitingen de elektrische schema’s.
De berekeningen zijn gebaseerd op de maximale stroom van de machine (zie tabellen Elektrische gegevens). Bij het ontwerp worden de volgende gestandaardiseerde installatiemethoden gevolgd, in overeenstemming met IEC 60364, tabel 52C (NEN1010): • Voor binnen opgestelde units: nr. 13: geperforeerde horizontale kabelgoot, en nr. 41: gesloten kabelkanaal. De berekening is gebaseerd op PVC of XLPE geïsoleerde kabels met koperen of aluminium kern. Er is uitgegaan van een maximum omgevingstemperatuur van 40°C.
7 - WATERLEIDING AANSLUITINGEN Zie de met de warmtewisselaar meegeleverde maatschetsen voor afmetingen en plaats van alle waterintrede- en uittrede aansluitingen. De waterleidingen mogen geen radiale of axiale torsie op de warmtewisselaars uitoefenen of trillingen overbrengen op het leidingwerk of het gebouw. De kwaliteit van het toevoerwater moet worden geanalyseerd. Zo nodig kan het water worden voorbehandeld of kunnen filters, regelapparatuur, isolatie en aftapventielen worden ingebouwd.
ATTENTIE: Vullen, bijvullen of aftappen van het watercircuit mag alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel met behulp van gereedschap en stoffen die geschikt zijn voor het product. Bijvullen en aftappen van warmtewisselaar vloeistof moet gebeuren met behulp van door de installateur in het watercircuit aan te brengen voorzieningen. Vul nooit warmtewisselaar vloeistof bij rechtstreeks in de warmtewisselaars. 7.
8 - INREGELEN WATERHOEVEELHEID, pomp met vast toerental 8.1 - Algemeen Bereken het drukverlies van de hydromodule door het verschil te nemen tussen de uitlezingen van de machine op de waterintrede en uittrede van de hydromodule. Vergelijk deze waarde na twee uur van bedrijf. Uitlezing druk intredewater De watercirculatiepompen van de 61WG/30WG units zijn zo gedimensioneerd dat de hydromodule met alle mogelijke configuraties kan werken op basis van de specifieke systeemcondities. D.w.z.
Om het drukverlies van het watersysteem te verlagen is het noodzakelijk om: • de individuele drukverliezen zoveel mogelijk te verminderen (bochten, hoogteverschillen, accessoires etc.), • een correct gedimensioneerde leidingdiameter toe te passen, • waar mogelijk uitbeidingen van het watersysteem te vermijden. Voorbeeld: Unit met een nominale waterstroming van 4,8 l/s 200 4 175 3 150 Drukverlies, kPa 1 125 100 75 2 50 25 0 2 4 6 Waterstroming, l/s 8 10 Verklaring 1. Pompcurve de unit. 2.
9.2 - Beschikbare externe statische druk van het systeem (hogedrukpompen met vast of variabel toerental, units met hydromodule) Koeler 61WG/30WG 020-045 61WG/30WG 050-090 190 Beschikbare druk, kPa Beschikbare druk, kPa 210 170 150 130 110 90 70 50 0 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 Waterstroming, l/s 6 7 8 9 160 150 140 130 120 110 100 90 80 70 60 50 61WG-30WG 020 61WG-30WG 025 t/m 61WG-30WG 030 61WG-30WG 035 61WG-30WG 040 61WG-30WG 045 0.0 6 7 8 9 10 0.5 1.0 1.5 2.0 2.5 3.
9.3 - Beschikbare externe statische druk van het systeem (lagedrukpompen met vast of variabel toerental, units met hydromodule) Koeler 61WG/30WG 020-045 61WG/30WG 050-090 110 Beschikbare druk, kPa Beschikbare druk, kPa 100 90 80 70 60 50 40 30 20 0.0 1 2 3 4 5 0.5 1.0 1.5 2.0 2.5 Waterstroming, l/s 3.0 3.5 4.
9.4 - Beschikbare externe statische druk alleen voor pompen (unit met hydromodule) 10 - BEDRIJF VAN 30WG UNITS MET EEN DROGE KOELER 9.4.1 - Pomp met vast toerental 10.1 - Werkingsprincipe Lagedrukpomp 61WG - 30WG (opties 116F - 270F) De 30WG units zijn speciaal ontworpen om de werking te optimaliseren van installaties die gebruik maken van droge koelers als warmteafvoersysteem.
De met de koelunit meegeleverde optie moet worden geïnstalleerd in de regelkast van de droge koeler. Sluit de unit aan op paneel AUX1 in de droge koeler met behulp van een communicatiebuskabel. Configuratie met 4 en 6 trappen (min. 2 - max. 8) A Pro-Dialog+ optimaliseert systeembedrijf d.m.v. variatie van het waterdebiet en het aantal benodigde ventilatoren voor elke thermische belasting en buitentemperatuur.
11 - BEDRIJF VAN 61WG UNITS MET SPECIFIEKE VERWARMINGSREGELING (OPTIE 153) 12 - Inbedrijfstelling 12.1 - Controles voor de inbedrijfstelling 11.1 - Werkingsprincipe • De 61WG units zijn speciaal ontworpen om de werking te optimaliseren van verwarmingsinstallaties met heetwaterproductie voor een traditioneel verwarmingssysteem en tapwatervoorziening.
12.3 - Werking van twee units in master/slave bedrijf (optie 58) 13 - BELANGRIJKSTE SYSTEEMCOMPONENTEN EN -INFORMATIE De regeling van een master/slave combinatie is gebaseerd op de waterintrede temperatuur (retour van systeem). Alle parameters die nodig zijn voor de master/slave functie moeten worden ingesteld via het Service Configuratie menu. 13.1 - Compressoren Alle regelingen op afstand van de master/slave combinatie (aan/uit, setpoint, etc.
Alle units hebben koelers en condensors met 1 circuit. De wateraansluitingen tussen de warmtewisselaars en de leidingen van de hydromodules hebben Victaulic snelkoppelingen. Dit vereenvoudigt demontage van de pomp (indien nodig). Alle warmtewisselaar hebben een aftap afsluiter op de wateruittrede. De koelers zijn voorzien van 19 mm dikke thermische isolatie. Voor optie 86 (condensorisolatie) hebben ook de condensors 19 mm dikke thermische isolatie.
13.8 - Vochtindicator 13.12 - Koeler en condensor pomp zuigfilter Met de vochtindicator, die zich in de vloeistofleiding bevindt, kan zowel de koudemiddelvulling als de aanwezigheid van vocht in het circuit worden gecontroleerd. Belletjes in het kijkglas betekenen onvoldoende koudemiddelvulling of de aanwezigheid van niet-condenseerbare stoffen. Bij aanwezigheid van vocht verandert het indicatorpapier in het kijkglas van kleur. 13.
14 - OPTIES Opties Glycoloplossing voor zeer lage temperatuur Nr.
15 - ONDERHOUD 15.2 - Onderhoud van koeltechnische componenten Tijdens de levensduur van het systeem moeten inspecties en tests worden uitgevoerd volgens de nationale voorschriften. • Wanneer dergelijke criteria in de plaatselijke wetgeving niet worden genoemd, kan gebruik worden gemaakt van de informatie over bedrijfsinspecties in aanhangsel C van norm EN 378-2. • Externe visuele controles: aanhangsel A en B van norm EN 378-2. • Corrosie controles: aanhangsel D van norm EN 378-2.
15.5 - Lekdetectie (volg de RLK richtlijnen) Gebruik nooit zuurstof of droge lucht, hierdoor kan brandof explosiegevaar ontstaan. • Voer een lektest uit voor het hele systeem met gebruik van de volgende methoden: lektest met de lekzoeker, druktest met droge stikstof of helium lektest. • Verbind de compressor met het systeem door de afsluiters te openen. • De test moet lang genoeg duren om te garanderen dat er geen kleine lekken in het circuit zijn. • Gebruik speciale gereedschappen voor lekdetectie.
15.9 - Onderhoud elektrisch gedeelte 15.12 - Compressoren Bij het uitvoeren van werkzaamheden aan de unit moet worden voldaan aan alle veiligheidsmaatregelen beschreven in hoofdstuk 1.3. De compressoren hebben geen specifiek onderhoud nodig. Maar preventief onderhoud van het systeem kan specifieke compressor problemen helpen voorkomen.
16 - AQUASNAP ONDERHOUDSPROGRAMMA Alle onderhoudswerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door personeel dat vertrouwd is met Carrier apparatuur, met inachtneming van alle Carrier kwaliteitsen veligheidseisen. 16.1 - Onderhoudsschema Regelmatig onderhoud is onontbeerlijk voor een lange levensduur en optimale bedrijfszekerheid van de apparatuur. Onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens onderstaand schema.
17 - Checklist voor de inbedrijfstelling van 61WG/30WG UNITs Algemene informatie Projectnaam:........................................................................................................................................................................................... Plaats van opstelling:............................................................................................................................................................................. Geïnstalleerd door:................
Inbedrijfstelling Terugmeldcontact pompen aangesloten op de unit Olieniveau is correct Alle pers- en vloeistofafsluiters zijn open Unit is gelektest Koudemiddellekkage opsporen, repareren en rapporteren ................................................................................................................................................................................................................. ...................................................................................................
Uitvoeren van de TEST functie (bij positief resultaat aankruisen): WAARSCHUWING: Controleer, zodra de elektrische voeding naar de unit is aangeschakeld, de uitlezing op alarmmeldingen zoals fase-volgorde. Volg de instructies voor de TEST functie in Regeling en Storingzoeken in de brochure Pro-Dialog+. Controleer dat alle service-afsluiters open zijn voordat u met het testen van de compressor begint.