Operation Manual
pagina 12
INSTALLATIE
4.4 Wateraansluiting
OPMERKING
Het apparaat moet door een bevoegde vakman worden aangesloten op het waternet.
Voor een veilige en probleemloze werking neemt u het volgende in acht:
De wateraansluiting met goed bereikbare afsluitkraan moet zich in de buurt van het ap-
paraat bevinden, maximaal 1,5 m van het apparaat verwijderd.
De aansluiting op de waterafvoer moet beschermd zijn tegen verstopping en te-
rugstroming om verontreinigingen door terugstromend afvalwater te vermijden.
Het apparaat wordt aangesloten op een watertoevoer waarvan de druk niet meer dan
5 bar mag bedragen. Bij een druk boven 5 bar moet een drukregelaar worden gemon-
teerd.
Vanaf een waterhardheid van 5 °dKH moet voor het apparaat een wateronthardingssy-
steem geïnstalleerd worden.
4.5 Elektro-aansluiting
GEVAAR
Levensgevaar door elektrische stroom!
De elektrische aansluiting van het apparaat moet door een elektromonteur worden
uitgevoerd!
Controleer de volgende punten voor het apparaat wordt aangesloten op het stroomnet:
De diameter van de kabels is geschikt voor de vermogensopname van het apparaat.
De stroomtoevoerleiding op de plaats van gebruik is met een afzonderlijke zekering
beveiligd. (Er zijn geen andere verbruikers aangesloten op dezelfde zekering).
De op het typeplaatje aangegeven gegevens stemmen overeen met de gegevens van het
stroomnet. Als het stopcontact en de stekker niet compatibel zijn, moet het stopcontact
vervangen worden door een passend model.
Het typeplaatje met het serienummer en de technische gegevens bevindt zich boven
residulade.
De 230-V-aansluiting van het apparaat moet gerealiseerd worden met een goed toegankelijk
geaard wandcontactdoos.
De wandcontactdoos moet in overeenstemming met de lokale bepalingen en veiligheidsvoor-
schriften beveiligd worden. Bij een vaste aansluiting moet in de onmiddellijke omgeving van
het apparaat een schakelaar met alpolige scheiding geplaatst worden.
De elektrische veiligheid van het apparaat is alleen verzekerd als het correct aangesloten is op
een aarding met voldoende capaciteit. Deze principiële veiligheidsvereiste moet gecontroleerd
worden. Bij twijfel moet de installatie worden onderzocht door gekwalifi ceerde vaklui.










