Gebruikershandleiding • Lees voordat u de camera gebruikt eerst deze handleiding door, met name het gedeelte "Veiligheidsmaatregelen". • Bewaar de handleiding goed, zodat u deze later nog kunt raadplegen.
De inhoud van de verpakking controleren Controleer of de verpakking van de camera de onderstaande onderdelen bevat. Indien er iets ontbreekt, kunt u contact opnemen met de leverancier van het product.
Lees dit eerst Proefopnamen en disclaimer Maak enkele proefopnamen en speel deze af om te controleren of de beelden goed zijn opgenomen. Canon Inc., dochterondernemingen van Canon en andere aangesloten bedrijven en distributeurs zijn niet aansprakelijk voor welke gevolgschade dan ook die voortvloeit uit enige fout in de werking van een camera of accessoire, inclusief kaarten, die ertoe leidt dat een opname niet kan worden gemaakt of niet kan worden gelezen door apparaten.
Wat wilt u doen? 4 Opnamen maken ● Opnamen maken en de instellingen aan de camera overlaten....26 Mooie opnamen maken van mensen I Portretten (p. 62) w P Op het strand (p. 64) In de sneeuw (p. 64) Diverse andere opnamen maken J Landschap (p. 62) Sport (p. 62) Weinig licht (p. 63) O t Flora (p. 64) Vuurwerk (p. 64) Opnamen maken met speciale effecten Extra levendige kleuren (p. 65) Poster-effect (p. 65) Fisheye-effect (p. 69) Miniatuureffect (p. 70) ● Scherpstellen op gezichten ........
Wat wilt u doen? Weergeven 1 ● De foto's bekijken.........................................................................29 ● Foto's automatisch afspelen (diavoorstelling) ............................123 ● Foto's bekijken op een tv ...........................................................127 ● Foto's bekijken op een computer .................................................34 ● Snel foto's zoeken..............................................................120, 121 ● Foto's wissen ....................
Inhoudsopgave In hoofdstuk 1 tot en met 3 worden het basisgebruik en de veelgebruikte functies van deze camera beschreven. Vanaf hoofdstuk 4 worden de geavanceerde functies beschreven, waarbij u in elk volgend hoofdstuk meer leert. De inhoud van de verpakking controleren.........................................2 Lees dit eerst .....................................3 Wat wilt u doen? ................................4 Inhoudsopgave ..................................6 Veiligheidsmaatregelen.....................
Inhoudsopgave Opnamen maken met het effect van een visooglens (Fisheye-effect) ...... 69 Opnamen maken die lijken op een miniatuurmodel (Miniatuureffect) .... 70 4 Zelf instellingen selecteren ...........................71 Opnamen maken in Programma automatische belichting .................. 72 De flitser inschakelen...................... 72 De helderheid aanpassen (Belichtingscompensatie)................ 73 Close-ups maken (Macro)............... 73 De resolutie wijzigen (Beeldgrootte) ...................
Inhoudsopgave De beeldkwaliteit wijzigen..............111 Foto’s maken tijdens het opnemen van een film ...................................112 AE lock/belichting ..........................113 Geluidsinstellingen.........................114 Overige opnamefuncties................115 Afspeelfuncties ..............................116 Bewerken.......................................117 7 Diverse functies gebruiken voor afspelen en bewerken .......................... 119 Snel naar beelden zoeken .............
Veiligheidsmaatregelen • Lees de volgende veiligheidsvoorschriften goed door voordat u het product gebruikt. Gebruik het product altijd op de juiste wijze. • De veiligheidsvoorschriften op de volgende pagina's zijn bedoeld om letsel bij uzelf of bij andere personen, of schade aan de apparatuur te voorkomen. • Lees ook altijd de handleidingen van alle afzonderlijk aangeschafte accessoires die u gebruikt. Waarschuwing Hiermee wordt gewezen op het risico van ernstig letsel of levensgevaar.
Veiligheidsmaatregelen • Gebruik alleen de aanbevolen batterij. • Plaats de batterij niet in de buurt van of in open vuur. • Maak het netsnoer regelmatig los en veeg het stof en vuil weg dat zich heeft opgehoopt op de stekker, de buitenkant van het stopcontact en het gebied eromheen. • Raak het netsnoer niet aan met natte handen. • Gebruik de apparatuur niet op een manier waarbij de nominale capaciteit van het stopcontact of de kabelaccessoires wordt overschreden.
Veiligheidsmaatregelen • Als u de camera gebruikt op een strand of op een winderige plek, moet u erop letten dat er geen zand of stof in het apparaat terechtkomt. Dit kan de werking van de camera negatief beïnvloeden. • Bij normaal gebruik kan er soms een beetje rook uit de flitser komen. Dit komt door de hoge intensiteit van de flitser, waardoor er stofdeeltjes verbranden die vastzitten aan de voorkant van het apparaat.
Conventies die in deze handleiding worden gebruikt • In de tekst worden pictogrammen gebruikt die de knoppen en de controleknop van de camera voorstellen. • Tekst op het scherm wordt weergegeven binnen vierkante haken [ ]. • De knoppen die een richting aanduiden, de controleknop en de knop FUNC./SET worden aangeduid met de volgende pictogrammen. Knop FUNC.
1 Aan de slag In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u opnamen voorbereidt, opnamen maakt in de modus A en gemaakte foto's bekijkt en wist. Het laatste deel van het hoofdstuk behandelt het maken en bekijken van films en het downloaden van beelden naar een computer. Meegleverde items bevestigen/de camera vasthouden • Bevestig de meegeleverde riem en draag deze om uw nek om te voorkomen dat de camera valt tijdens het gebruik. • Bevestig het meegeleverde lensdopkoord aan de riem.
De batterij opladen Gebruik de meegeleverde oplader om de batterij op te laden. Bij aankoop is de batterij niet opgeladen. U moet deze dus eerst opladen. Verwijder het klepje. Plaats de batterij. ● Zorg dat de markering o op de batterij overeenstemt met die op de oplader en plaats dan de batterij door deze naar binnen ( ) en naar beneden ( ) te schuiven. Laad de batterij op. ● Voor CB-2LZ: kantel de stekker naar CB-2LZ CB-2LZE buiten ( ) en steek de oplader in een stopcontact ( ).
De batterij opladen Aantal opnamen dat kan worden gemaakt (bij benadering) Aantal opnamen LCD-monitor aan* Ongeveer 370 Zoeker aan Ongeveer 400 Ongeveer 10 uur Afspeeltijd * Het aantal opnamen dat kan worden gemaakt, is gebaseerd op metingen volgens de CIPA-norm (Camera & Imaging Products Association). • Onder bepaalde omstandigheden is het aantal opnamen dat gemaakt kan worden, kleiner dan hierboven is aangegeven.
Compatibele geheugenkaarten (afzonderlijk verkrijgbaar) • SD-geheugenkaarten (2 GB en minder)* • SDHC-geheugenkaarten (meer dan 2 GB, maximaal 32 GB)* • SDXC-geheugenkaarten (meer dan 32 GB)* • MultiMediaCard-geheugenkaarten • MMCplus-geheugenkaarten • HC MMCplus-geheugenkaarten • Eye-Fi-kaarten * Deze geheugenkaart voldoet aan de SD-normen. Afhankelijk van het merk werken sommige kaarten mogelijk niet goed.
De batterij en geheugenkaart plaatsen Open het klepje. ● Schuif het klepje naar buiten ( omhoog ( ) en ) om het te openen. Plaats de batterij. ● Plaats de batterij op de afgebeelde wijze totdat deze vastklikt. ● Zorg dat u de batterij in de juiste richting plaatst, anders klikt deze niet goed vast. Aansluitpunten Plaats de geheugenkaart. ● Plaats de geheugenkaart op de afgebeelde wijze totdat deze vastklikt. ● Plaats de geheugenkaart in de juiste Label richting.
De batterij en geheugenkaart plaatsen De batterij en geheugenkaart verwijderen Verwijder de batterij. ● Open het klepje en duw de batterijvergrendeling in de richting van de pijl. X De batterij wipt nu omhoog. Verwijder de geheugenkaart. ● Duw de geheugenkaart naar binnen tot u een klik hoort en laat de kaart langzaam los. X De geheugenkaart wipt nu omhoog.
De interne oplaadbare lithiumbatterij recycleren Als u de camera wilt weggooien, dient u eerst de interne oplaadbare lithiumbatterij te verwijderen en te recycleren overeenkomstig plaatselijke voorschriften. Draai de schroeven van de behuizing los. ● Draai de schroeven van de behuizing aan de zijkanten en onderzijde los. ● Klap de flitser uit en draai de twee schroeven los zoals afgebeeld. Verwijder het klepje aan de voorzijde. ● Open het klepje van de geheugenkaartsleuf/batterijhouder.
Het scherm gebruiken Klap het scherm open. ● Open het scherm ( ( ) en draai het 180° ) naar voren. ● Klap het scherm in ( ). De stand van het scherm aanpassen Ongeveer 180° Ongeveer 90° Ongeveer 175° • U kunt de hoek en oriëntatie van het scherm naar eigen wens aanpassen aan de opnamecondities. • Houd het scherm altijd gesloten en naar binnen gericht wanneer de camera niet in gebruik is.
De datum en tijd instellen Het scherm voor datum/tijd-instellingen verschijnt wanneer de camera voor het eerst wordt ingeschakeld. Aangezien de datum en tijd die aan uw opnamen worden toegevoegd op deze instellingen worden gebaseerd, is het belangrijk dat u deze instelt. Schakel de camera in. ● Druk op de knop ON/OFF. X Het scherm Datum/Tijd verschijnt. Stel de datum en tijd in. ● Druk op de knoppen qr om een optie te selecteren.
De datum en tijd instellen Datum en tijd wijzigen U kunt de huidige instellingen voor de datum en tijd wijzigen. Open de menulijst. ● Druk op de knop n. Selecteer [Datum/Tijd] op het tabblad 3. ● Druk op de knoppen qr om het tabblad 3 te selecteren. ● Druk op de knoppen op of draai aan de instelknop  om [Datum/Tijd] te selecteren en druk vervolgens op de knop m. Wijzig de datum en/of de tijd. ● Volg stap 2 en 3 op p. 21 om de instelling te wijzigen.
De taal van het scherm instellen U kunt de taal wijzigen die op het scherm wordt weergegeven. Selecteer de afspeelmodus. ● Druk op de knop 1. Open het instellingenscherm. ● Houd de knop m ingedrukt terwijl u onmiddellijk daarna op de knop n drukt. Stel de taal van het LCD-scherm in. ● Druk op de knoppen opqr of draai aan de instelknop  om een taal te selecteren en druk vervolgens op de knop m. X Nadat u de taal van het LCD-scherm hebt ingesteld, wordt het instellingenscherm gesloten.
Geheugenkaarten formatteren Voordat u een nieuwe geheugenkaart of een geheugenkaart die is geformatteerd in een ander apparaat gaat gebruiken, moet u de kaart formatteren met deze camera. Door het formatteren (initialiseren) van een geheugenkaart worden alle gegevens op de kaart gewist. Aangezien u de gewiste gegevens niet kunt herstellen, moet u uiterst voorzichtig zijn als u een geheugenkaart gaat formatteren. Voordat u een Eye-Fi-kaart (p.
De sluiterknop indrukken Door het formatteren van de geheugenkaart of het wissen van de gegevens op de geheugenkaart wordt alleen de bestandsbeheerinformatie op de kaart gewijzigd. Hiermee wordt niet gegarandeerd dat de volledige inhoud wordt gewist. Wees voorzichtig bij het downloaden of weggooien van een geheugenkaart. Tref voorzorgsmaatregelen, zoals het fysiek vernietigen van de kaart, wanneer u een geheugenkaart weggooit, om te voorkomen dat persoonlijke informatie wordt verspreid.
Foto's maken (Smart Auto) De camera kan het onderwerp en de opnameomstandigheden bepalen, zodat u de camera automatisch de beste instellingen voor de compositie kunt laten selecteren en u alleen nog maar de foto hoeft te maken. De camera kan ook gezichten detecteren en hierop automatisch scherpstellen, waarna de kleur en helderheid optimaal worden ingesteld. Schakel de camera in. ● Druk op de knop ON/OFF. X Het opstartscherm verschijnt. Selecteer de modus A. ● Stel het programmakeuzewiel in op A.
Foto's maken (Smart Auto) X Wanneer de camera scherpstelt, hoort AF-kader u tweemaal een piepgeluid en verschijnen er AF-kaders waarop de camera scherpstelt. Verschillende AF-kaders worden weergegeven wanneer de camera is scherpgesteld op meer dan één punt. ● Als [Flitser Opklappen] op het scherm verschijnt, moet u de flitser gebruiken bij de opname. Klap de flitser handmatig uit. Als u de flitser niet gebruikt, drukt u de flitser omlaag totdat deze inklapt (de flitser wordt uitgeschakeld).
Foto's maken (Smart Auto) Wat als... • Wat als de kleur en helderheid van de beelden niet aan uw verwachtingen voldoen? Het compositiepictogram (p. 180) dat op het scherm verschijnt, past niet bij de werkelijke compositie. Probeer in dat geval opnamen te maken in de modus G (p. 71). • Wat als het scherm uitgeschakeld blijft, ook als de camera is ingeschakeld? De weergave is ingesteld op de zoeker. Druk meerdere keren op de knop l om de weergave op het scherm te herstellen.
Beelden bekijken U kunt de foto’s die u hebt gemaakt op het scherm bekijken. Selecteer de afspeelmodus. ● Druk op de knop 1. X De laatst gemaakte opname verschijnt. Selecteer een beeld. ● Als u op q drukt of de  instelknoplinksom draait, doorloopt u de beelden in omgekeerde volgorde van opname, van het nieuwste beeld naar het oudste. ● Als u op r drukt of de instelknop  rechtsom draait, doorloopt u de beelden in volgorde van opname, van het oudste beeld naar het nieuwste.
Beelden wissen U kunt de beelden één voor één selecteren en wissen. Gewiste beelden kunnen niet worden hersteld. Denk goed na voordat u beelden wist. Selecteer de afspeelmodus. ● Druk op de knop 1. X De laatst gemaakte opname verschijnt. Selecteer het beeld dat u wilt wissen. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om het te wissen beeld weer te geven. Wis het beeld. ● Druk op de knop a.
Films opnemen De camera kan automatisch alle instellingen selecteren, zodat u direct kunt filmen als u eenvoudigweg op de filmknop drukt. Het geluid wordt in stereo opgenomen. Selecteer de modus A. ● Stel het programmakeuzewiel in op A. Resterende tijd Kies de compositie. ● Als u de zoomknop naar i draait, zoomt u in op het onderwerp zodat dit groter lijkt. Als u de zoomknop naar j duwt, zoomt u uit op het onderwerp zodat dit kleiner lijkt. Maak de opname. ● Druk op de filmknop.
Films opnemen ● Raak de microfoon niet aan tijdens de opname. ● Gebruik tijdens de opname geen andere knoppen dan de filmknop. Het geluid van de knoppen wordt in de film opgenomen. Microfoon Stop de opname. ● Druk opnieuw op de filmknop. X De camera geeft twee pieptonen en stopt met opnemen. X De film wordt naar de geheugenkaart weggeschreven. X De opname stopt automatisch wanneer de geheugenkaart vol is.
Films bekijken U kunt de films die u hebt gemaakt op het scherm bekijken. Selecteer de afspeelmodus. ● Druk op de knop 1. X De laatst gemaakte opname verschijnt. X wordt weergegeven op films. Selecteer een film. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om een film te selecteren. Druk daarna op de knop m. X De filmbedieningspaneel verschijnt op het scherm. Speel de film af. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om (Afspelen) te selecteren en druk vervolgens op de knop m.
Beelden downloaden naar een computer om te bekijken Wat als u geen films kunt afspelen op een computer? • Installeer de software (p. 35). • Als u een film bekijkt op een computer, kunnen de kaders verdwijnen. De weergave kan schokkerig zijn en het geluid kan opeens ophouden. Dit hangt af van de computercapaciteit. • Als u de meegeleverde software gebruikt om de film weer naar de geheugenkaart te kopiëren, kunt u de film zonder problemen met de camera afspelen.
Beelden downloaden naar een computer om te bekijken Macintosh Besturingssysteem Computermodel Mac OS X (v10.4 – v10.6) Het bovenstaande besturingssysteem moet vooraf zijn geïnstalleerd op computers met ingebouwde USB-poorten. CPU PowerPC G4/G5 of Intel Processor (foto's), Core Duo 1,66 GHz of hoger (films) RAM Mac OS X v10.4 – v10.5: 512 MB of meer (foto's), 1 GB of meer (films) Mac OS X v10.
Beelden downloaden naar een computer om te bekijken Als de installatie is voltooid, klikt u op [Restart/Opnieuw starten] of [Finish/ Voltooien]. Verwijder de cd-rom. ● Verwijder de cd-rom wanneer uw bureaubladscherm verschijnt. Macintosh Plaats de cd in het cd-romstation van de computer. ● Plaats de meegeleverde cd-rom (Cd DIGITAL CAMERA Solution Disk) (p. 2) in het cd-romstation van de computer. Start de installatie. ● Dubbelklik op op de cd.
Beelden downloaden naar een computer om te bekijken Schakel de camera in. ● Druk op 1 om de camera in te schakelen. Open CameraWindow. Windows ● Klik op [Downloads Images From Canon Camera using Canon CameraWindow/ Beelden van Canon-camera via Canon CameraWindow downloaden]. X CameraWindow verschijnt. ● Als CameraWindow niet verschijnt, klikt u op het menu [Start] en selecteert u [All Programs/Alle programma's], gevolgd door [Canon Utilities], [CameraWindow] en [CameraWindow].
Beelden downloaden naar een computer om te bekijken Beelden downloaden en bekijken ● Klik op [Import Images from Camera/ Beelden importeren van camera] en vervolgens op [Import Untransferred Images/Niet-overgedragen beelden importeren]. X Alle beelden die nog niet zijn overgedragen, worden nu naar de computer overgedragen. Overgedragen beelden worden gesorteerd op datum en opgeslagen in afzonderlijke submappen in de map Afbeeldingen. ● Wanneer [Image import complete./ Importeren van beelden voltooid.
Accessoires Meegeleverd bij de camera Cd DIGITAL CAMERA Solution Disk Batterij NB-7L met kapje* Draagriem NS-DC11 Batterijlader CB-2LZ/CB-2LZE* Lensdop Stereo AV-kabel AVC-DC400ST* Hoes voor flitsschoendop (inclusief flitsschoendop) Interfacekabel IFC-400PCU* *Ook afzonderlijk verkrijgbaar.
Afzonderlijk verkrijgbare accessoires De volgende camera-accessoires worden apart verkocht. Sommige accessoires worden niet verkocht of zijn niet meer verkrijgbaar in sommige regio's. Voedingen Batterijlader CB-2LZ/CB-2LZE ● Een adapter voor het opladen van batterij NB-7L. Batterij NB-7L ● Oplaadbare lithium-ionbatterij. Voedingsadapterset ACK-DC50 ● Met deze set kunt u de camera aansluiten op een gewoon stopcontact.
Afzonderlijk verkrijgbare accessoires Flitser Speedlite 270EX/430EX II/580EX II ● Een flitser met flitsschoenbevestiging die een breed gamma geflitste foto's mogelijk maakt. Speedlite 430EX en 580EX kunnen ook worden gebruikt. Speedlite-beugel SB-E2 ● Voorkomt dat er onnatuurlijke schaduwen verschijnen aan de zijkant van objecten wanneer u opnamen maakt vanuit een verticale positie en is nuttig voor het maken van portretten. De kabel voor losse flitsschoen OC-E3 wordt geleverd bij deze beugel.
Afzonderlijk verkrijgbare accessoires Filteradapter FA-DC67A ● Deze adapter is nodig voor het bevestigen van een 67 mm filter. Lensfilter van het merk Canon (67 mm dia.) ● Beschermt de lens en stelt u in staat om opnamen te maken met verschillende effecten. Printers SELPHY-serie Canon PictBridge-compatibele printers ● Als u uw camera aansluit op een Canon PictBridge-compatibele printer, kunt u uw beelden afdrukken zonder een computer te gebruiken.
2 Meer informatie Dit hoofdstuk beschrijft de onderdelen van de camera en de informatie op het scherm, evenals instructies voor het basisgebruik.
Overzicht van de onderdelen Zoomknop Opnamen maken: i (telelens) / j (groothoek) (pp. 26, 31, 58) Afspelen: k (vergroten) / g (index) (pp. 120, 125) Sluiterknop (p. 25) Riembevestigingspunt (p. 13) Programmakeuzewiel Flitser (pp. 27, 72) Flitsschoendop (p. 168) Microfoon (p. 32) Knop h (Flitser) (p. 72) Luidspreker Lampje (pp. 61, 67, 68, 80, 81, 158, 159) Brandpuntsafstand (ongeveer) Lens Lenskap / lensfilterbevestiging (p. 167) Aansluiting statief Geheugenkaartsleuf / batterijklepje (p.
Overzicht van de onderdelen Scherm (LCD-monitor) (pp. 20, 46, 179, 181) Knop (Snelkiesknop) (p. 162) / c (Direct Print) (p. 144) Dioptrie-instelknop (p. 52) Zoeker (p. 46) Filmknop (pp. 31, 107) Lampje (p. 47) Knop ON/OFF (p. 21) Knop (Zoom Framing Assist) (p. 91) / d (Springen) (p. 121) HDMI-aansluiting (p. 128) Knop 1 (Afspeelknop) (pp. 29, 119) A/V OUT- (audio/video-uitgang) / DIGITAL-aansluiting (pp. 36, 127, 144) Knop (Knop AF-kader) (pp. 85, 88) / a (1 beeld wissen) (p. 30) Knop n (p.
Schermweergave Heen en weer schakelen tussen weergaven U kunt de schermweergave wijzigen met de knop l Zie p. 179 voor details over de informatie die op het scherm verschijnt. Als de camera is ingeschakeld en u het scherm uitklapt, wordt het scherm ingeschakeld en de zoeker uitgeschakeld. Als u het scherm naar binnen gericht inklapt, wordt het scherm uitgeschakeld en de zoeker ingeschakeld (p. 20).
Lampje Schermweergave in donkere opnameomstandigheden Als u in een donkere omgeving opnamen maakt, wordt het LCD-scherm automatisch helder zodat u de compositie kunt controleren (de nachtschermfunctie). De helderheid van de opname op het scherm en de helderheid van het daadwerkelijk vastgelegde beeld kunnen echter verschillend zijn. Er kan schermruis ontstaan en de bewegingen van het onderwerp zijn wellicht wat hoekig op het LCD-scherm. Dit heeft geen invloed op het opgenomen beeld.
Menu FUNC. - Basishandelingen Met het menu ø kunt u veelgebruikte functies instellen. De menu-items en -opties zijn afhankelijk van de opnamemodus (pp. 182 – 183). Kies een opnamemodus. ● Stel het programmakeuzewiel in op de gewenste opnamemodus. Open het menu ø ● Druk op de knop m. Selecteer een menu-item. ● Druk op de knoppen op om een menuitem te selecteren. X Onder aan het scherm verschijnen de beschikbare opties voor het menu-item. Beschikbare opties Menu-items Selecteer een optie.
MENU - Basishandelingen U kunt allerlei functies instellen via de menu's. De menu-items zijn geordend in tabbladen, zoals een tabblad voor opnamen maken (4) en voor afspelen (1). De menuopties zijn afhankelijk van de opnamemodus en de afspeelmodus (pp. 184 – 187). Open het menu. ● Druk op de knop n. Selecteer een tabblad. ● Druk op de knoppen qr of duw de zoomknop naar links of naar rechts om een tabblad te selecteren. Kies een item.
De geluidsinstellingen wijzigen U kunt de camerageluiden uitschakelen of het volume ervan aanpassen. Geluiden dempen Open het menu. ● Druk op de knop n. Selecteer [mute]. ● Druk op de knoppen qr om het tabblad 3 te selecteren. ● Druk op de knoppen op of draai aan de instelknop  om [mute] te selecteren en druk vervolgens op de knoppen qr om [Aan] te selecteren. ● Druk op de knop n om terug te keren naar het normale scherm.
De helderheid van het scherm wijzigen U kunt de helderheid van het scherm op twee manieren wijzigen. U kunt de helderheid van het scherm en van de zoeker afzonderlijk instellen. (Druk op de knop l om de gewenste weergave te activeren voordat u de instellingen maakt.) Via het menu Open het menu. ● Druk op de knop n. Selecteer [LCD Helderheid]. ● Druk op de knoppen qr om het tabblad 3 te selecteren. ● Druk op de knoppen op of draai aan de instelknop  om [LCD Helderheid] te selecteren.
De zoeker instellen U kunt de zoeker zo instellen dat de weergave duidelijk zichtbaar is (Dioptrieaanpassing). Stel de weergave in op de zoeker. ● Druk meerdere malen op de knop l tot de zoeker wordt ingeschakeld (p. 46). Stel de dioptrie in. ● Kijk door de zoeker en draai aan de instelknop. ● Er kunnen aanpassingen worden gemaakt van -4,0 tot +1,0 m-1 (dpt).
De standaardinstellingen van de camera herstellen Als u per ongeluk een instelling hebt gewijzigd, kunt u de standaardinstellingen van de camera herstellen. Open het menu. ● Druk op de knop n. Selecteer [Reset alle]. ● Druk op de knoppen qr om het tabblad 3 te selecteren. ● Druk op de knoppen op of draai aan de instelknop  om [Reset alle] te selecteren en druk vervolgens op m. Herstel de instellingen. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om [OK] te selecteren. Druk vervolgens op m.
Low Level Format geheugenkaart Voer een Low Level Format uit als het bericht [Geheugenkaart fout] verschijnt, als de camera niet goed werkt of als u vindt dat de opname-/leessnelheid van een geheugenkaart is verminderd. Aangezien u de gewiste gegevens niet kunt herstellen, moet u uiterst voorzichtig zijn als u een geheugenkaart gaat formatteren. Open het menu. ● Druk op de knop n. Selecteer [Formateren]. ● Druk op de knoppen qr om het tabblad 3 te selecteren.
Klokfuncties Voltooi de Low Level Format. ● Druk op de knop m. • Een Low Level Format kan langer duren dan normaal formatteren (p. 24), omdat alle opgenomen gegevens worden gewist. • U kunt een Low Level Format van een geheugenkaart stoppen door [Stop] te selecteren. Als u stopt met de Low Level Format, zijn de gegevens gewist maar kunt u de geheugenkaart zonder problemen blijven gebruiken. Klokfuncties U kunt kijken hoe laat het is. ● Houd de knop m ingedrukt. X De huidige tijd verschijnt.
3 Veelgebruikte functies voor opnamen Dit hoofdstuk beschrijft het maken van opnamen in speciale omstandigheden en het gebruik van basisfuncties, zoals de zelfontspanner en het uitschakelen van de flitser. • In dit hoofdstuk wordt ervan uitgegaan dat de camera is ingesteld op de modus A voor "Nader inzoomen op het onderwerp (Digitale Zoom)" (p. 58) tot "De zelfontspanner gebruiken" (p. 61). Wanneer u opnamen maakt in een andere modus dan A, controleert u welke functies beschikbaar zijn in die modus (pp.
Nader inzoomen op het onderwerp (Digitale Zoom) U kunt met de digitale zoomfunctie tot ongeveer 140x inzoomen en zo onderwerpen vastleggen die te ver weg zijn om te vergroten met de optische zoom. De beelden kunnen echter grof lijken, afhankelijk van de instelling van de resolutie (p. 74) en de gebruikte zoomfactor. Duw de zoomknop naar i. ● Houd de knop vast totdat het zoomen stopt.
Nader inzoomen op het onderwerp (Digitale Zoom) Digitale Tele-converter De brandpuntafstand van de lens kan ongeveer 1,7x of 2,1x worden vergroot. Dit verkort de sluitertijd en vermindert de kans op onscherpe opnamen ten opzichte van het gebruik van alleen de zoomfunctie (inclusief digitale zoom) met dezelfde zoomfactor. De beelden kunnen echter grof lijken, afhankelijk van de combinatie van de resolutie (p. 74) en de instellingen van de Digitale Tele-converter. Selecteer [Digitale Zoom].
Datum en tijd aan de opname toevoegen U kunt de datum en tijd van de opname toevoegen in de rechterbenedenhoek van het beeld. U kunt deze daarna echter niet meer verwijderen. Controleer dus vooraf of de datum en tijd correct zijn ingesteld (p. 21). Selecteer [Datum stempel]. ● Druk op de knop n. ● Druk op de knoppen qr om het tabblad 4 te selecteren. ● Druk op de knoppen op of draai aan de instelknop  om [Datum stempel] te selecteren. Accepteer de instelling.
De zelfontspanner gebruiken De zelfontspanner kan worden gebruikt om een groepsfoto te maken waar de fotograaf zelf ook op staat. De camera maakt de foto ongeveer 10 seconden nadat de sluiterknop is ingedrukt. Druk op de knop p. Selecteer Ò. ● Druk op de knoppen op of draai aan de instelknop  om Ò te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. X Nadat u de items hebt ingesteld, verschijnt Ò op het scherm. Maak de opname.
Opnamen maken in diverse omstandigheden Als u de juiste modus kiest, selecteert de camera automatisch de benodigde instellingen voor het soort opname dat u wilt maken. Kies een opnamemodus. ● Stel het programmakeuzewiel in op de gewenste opnamemodus. Maak de opname. I Portretten fotograferen (Portret) ● Hiermee krijgt u een zacht effect wanneer u mensen fotografeert. JLandschapsopnamen maken (Landschap) ● Hiermee kunt u majestueuze opnamen van landschappen maken, met een echt gevoel van diepte.
Speciale opnamen maken Als u de juiste modus kiest, selecteert de camera automatisch de benodigde instellingen voor het soort opname dat u wilt maken. Selecteer de modus K. ● Stel het programmakeuzewiel in op K. Selecteer de opnamemodus. ● Druk op de knop m en vervolgens op de knoppen op om te selecteren. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om een opnamemodus te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. Maak de opname.
Speciale opnamen maken w Strandfoto's maken (Strand) ● Hiermee maakt u foto's van helder belichte mensen op zandstranden waarop het zonlicht sterk wordt gereflecteerd. O Foto's maken van flora (Flora) ● Hiermee kunt u bomen en gebladerte (bijvoorbeeld nieuw blad, herfstbladeren of bloesem) in levendige kleuren vastleggen. P Mensen in de sneeuw fotograferen (Sneeuw) ● Hiermee maakt u heldere foto's met natuurlijke kleuren van mensen tegen een besneeuwde achtergrond.
Speciale opnamen maken Effecten toevoegen aan de opname Opnamen maken met levendige kleuren (Extra levendig) ● Hiermee maakt u foto's met levendige, intense kleuren. Foto's maken met poster-effect (Poster-effect) ● Hiermee kunt u foto's maken die lijken op oude posters of illustraties. Aangezien u wellicht niet de verwachte resultaten krijgt bij opnamen in en , kunt u het best eerst enkele proefopnamen maken.
Een glimlach detecteren en een opname maken De camera maakt een opname wanneer een glimlach wordt gedetecteerd, ook zonder dat u op de sluiterknop drukt. Selecteer . ● Volg stap 1 – 2 op p. 63 om te selecteren en druk daarna op de knop l ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om te selecteren. Druk vervolgens op de knop l X De camera staat nu stand-by voor opnamen en [Lachdetectie aan] wordt weergegeven op het scherm. Richt de camera op een persoon.
Knipoogdetectie gebruiken Richt de camera op een persoon en druk de sluiterknop volledig in. De camera maakt de foto ongeveer twee seconden nadat een knipoog wordt gedetecteerd. Selecteer . ● Volg stap 1 – 2 op p. 63 om , te selecteren en druk daarna op de knop l ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om te selecteren. Druk vervolgens op de knop l Kies de compositie en druk de sluiterknop half in.
De gezicht-zelfontspanner gebruiken • Als beide ogen worden gesloten, wordt dit ook herkend als een knipoog. • Als er geen knipoog wordt gedetecteerd, wordt de sluiter na ongeveer 15 seconden ontgrendeld. • Als er geen personen aanwezig zijn in de compositie wanneer de sluiterknop volledig wordt ingedrukt, wordt de foto gemaakt nadat een persoon in de compositie komt en knipoogt.
Opnamen maken met het effect van een visooglens (Fisheye-effect) Het aantal opnamen wijzigen Nadat u hebt gekozen bij stap 1 drukt u op de knoppen op. Ook als uw gezicht niet wordt gedetecteerd nadat u bij de anderen bent gaan staan, wordt de sluiter na ongeveer 15 seconden ontgrendeld. Opnamen maken met het effect van een visooglens (Fisheye-effect) U kunt opnamen maken met het vervormende effect van een visooglens. Selecteer . ● Volg stap 1 – 2 op p. 63 om te selecteren. Kies een effectniveau.
Opnamen maken die lijken op een miniatuurmodel (Miniatuureffect) De boven- en onderkant van het beeld worden onscherp, zodat u het effect van een miniatuurmodel krijgt. Selecteer . ● Volg stap 1 – 2 op p. 63 om te selecteren. X Op het scherm verschijnt een wit kader rondom het gebied dat scherp blijft. Kies het gebied waarop u wilt scherpstellen. ● Druk op de knop l ● Verplaats de zoomknop om de kadergrootte te wijzigen en druk op de knoppen op om de positie van het kader te wijzigen.
4 Zelf instellingen selecteren In dit hoofdstuk leert u hoe u met de diverse functies in de modus G uw fotografische vaardigheden gaandeweg kunt uitbreiden. • In dit hoofdstuk wordt verondersteld dat het programmakeuzewiel is ingesteld op G. • G staat voor 'programma automatische belichting'. • Voordat u in een andere modus dan G een opname wilt maken met een functie die in dit hoofdstuk wordt uitgelegd, moet u controleren of de functie in die modus beschikbaar is (pp. 182 – 185).
Opnamen maken in Programma automatische belichting U kunt instellingen selecteren om allerlei opnamefuncties aan te passen aan uw voorkeuren. AE staat voor Auto Exposure (automatische belichting). Het focusbereik is ongeveer 5 cm – oneindig met een maximale groothoekinstelling (j), en ongeveer 1,4 m – oneindig met een maximale telelens (i). Selecteer de modus G. ● Stel het programmakeuzewiel in op G. Pas de instellingen naar wens aan (pp. 72 – 81). Maak de opname.
De helderheid aanpassen (Belichtingscompensatie) U kunt de standaardbelichting die door de camera wordt ingesteld, aanpassen met stappen van 1/3 in een bereik van -2 tot +2. Selecteer de belichtingscompensatiemodus. ● Druk op de knop o. Pas de helderheid aan. ● Kijk naar het scherm, en draai aan de instelknop  om de helderheid aan te passen en druk vervolgens op de knop o. X De belichtingscompensatie verschijnt op het scherm.
De resolutie wijzigen (Beeldgrootte) U kunt kiezen uit vijf instellingen voor de resolutie (beeldgrootte). Selecteer de resolutie-instelling. ● Druk op de knop m en vervolgens op de knoppen op om te selecteren. Selecteer een optie. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om een optie te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. X De instelling verschijnt op het scherm.
De compressieverhouding wijzigen (Image Quality) Waarden voor resolutie en compressieverhouding (bij benadering) Pixels opnemen Compressieverhouding Gegevensgrootte van 1 opname (geschatte kB) Aantal opnamen per geheugenkaart 4 GB 16 GB (Hoog) 14M/4320x3240 3.597 1058 4334 1.719 2194 8985 (Normaal 1) 7M/3072x2304 1.897 1978 8101 902 4022 16473 (Normaal 2) 2M/1600x1200 558 6352 26010 278 12069 49420 (Laag) 0.3M/640x480 150 20116 82367 84 30174 123550 2.
De ISO-waarde wijzigen Selecteer de ISO-waarde. ● Druk eerst op de knop m en gebruik daarna de knoppen qr of draai aan de instelknop  om een optie te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. X De instelling verschijnt op het scherm. Hiermee wordt de ISO-waarde automatisch aangepast aan de opnamemodus en omstandigheden. Laag Mooie weersomstandigheden, opnamen buitenshuis. Bewolkt, schemerig. Hoog Opnamen bij nacht of binnenshuis in het donker.
De witbalans aanpassen Met de witbalansfunctie (WB) stelt u de optimale witbalans in voor natuurlijk ogende kleuren bij bepaalde opnameomstandigheden. Selecteer de witbalansfunctie. ● Druk op de knop m en vervolgens op de knoppen op om te selecteren. Selecteer een optie. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om een optie te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. X De instelling verschijnt op het scherm.
Continu-opnamen maken Zo lang u de sluiterknop ingedrukt houdt, maakt de camera doorlopend foto's. Selecteer een transportmodus. ● Druk op de knop m en vervolgens op de knoppen op om te selecteren. Selecteer een optie. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om W of te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. Maak de opname. X Zolang u de sluiterknop ingedrukt houdt, maakt de camera doorlopend foto's. Modus W Continu Maximale snelheid (ongeveer beelden/sec.
De kleurtoon van een foto wijzigen (My Colors) U kunt tijdens de opname de kleurtoon van een foto wijzigen in sepia of zwart-wit. Selecteer My Colors. ● Druk op de knop m en vervolgens op de knoppen op om te selecteren. Selecteer een optie. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om een optie te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. X De instelling verschijnt op het scherm.
Camerabeweging vermijden met de zelfontspanner Aangepaste kleur U kunt de instellingen voor contrast, scherpte, kleurverzadiging, rode, groene, blauwe en huidkleurige tinten voor een opname selecteren en instellen op vijf verschillende niveaus. ● Volg stap 2 op p. 79 om te selecteren en druk daarna op de knop l ● Druk op de knoppen op om een optie te selecteren en druk vervolgens op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om een waarde te selecteren.
De zelfontspanner aanpassen U kunt de vertraging (0 – 30 seconden) en het aantal opnamen (1 – 10 opnamen) instellen. Selecteer $. ● Druk eerst op de knop p en druk daarna op de knoppen op of draai aan de instelknop  om $ te selecteren. Druk vervolgens meteen op de knop n. Selecteer de instellingen. ● Druk op de knoppen op om [Vertraging] of [Beelden] te selecteren. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om een waarde te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. ● Volg stap 3 op p.
Opnamen maken via een tv U kunt de inhoud van het camerascherm op een tv weergeven wanneer u opnamen maakt. • Om de camera op een tv aan te sluiten, volgt u de stappen in "Beelden bekijken op een tv" (p. 127). • Het opnemen werkt op dezelfde manier als via het camerascherm. Weergave op tv is niet beschikbaar wanneer u de HDMI-kabel HTC-100 (afzonderlijk verkrijgbaar) gebruikt om de camera aan te sluiten op een hdtv.
5 Haal meer uit uw camera Dit hoofdstuk is een uitgebreide versie van hoofdstuk 4. Hierin wordt uitgelegd hoe u diverse functies gebruikt om foto's te maken. • In dit hoofdstuk wordt verondersteld dat het programmakeuzewiel is ingesteld op G. • In de gedeelten "De sluitertijd instellen" (p. 95), "De diafragmawaarde instellen" (p. 96) en "De diafragmawaarde en sluitertijd instellen" (p. 97) wordt aangenomen dat het programmakeuzewiel is ingesteld op deze modi.
De modus AF-kader wijzigen U kunt de modus AF-kader (autofocus) aanpassen aan de compositie van de opname. Selecteer [AF Frame]. ● Druk eerst op de knop n en kies [AF Frame] op het tabblad 4. Druk daarna de knoppen qr om een optie te selecteren. FlexiZone/Centrum Het AF-kader staat altijd in het midden. Dit is handig wanneer u wilt scherpstellen op een bepaald punt. In [FlexiZone] kunt u de positie en grootte van het AF-kader wijzigen (p. 85).
Positie en grootte van het AF-kader wijzigen Als het AF-kader is ingesteld op [FlexiZone] (p. 84), kunt u de positie en grootte van het AF-kader wijzigen. Druk op de knop . X Het AF-kader wordt oranje. Verplaats het AF-kader. ● Draai aan de instelknop  om het AF-kader te verplaatsen. ● Druk op de knoppen opqr om kleine aanpassingen te maken. ● Als u de knop ingedrukt houdt, keert het AF-kader terug naar de oorspronkelijke positie (midden). Wijzig de grootte van het AF-kader.
Het autofocuskader vergroten Als u de sluiterknop half indrukt, wordt het AF-kader vergroot en kunt u de scherpstelling controleren. Selecteer [AF-Punt Zoom]. ● Druk op de knop n en selecteer [AF-Punt Zoom] op het tabblad 4. Druk vervolgens op de knoppen qr om [Aan] te selecteren. Controleer de scherpstelling. ● Druk de sluiterknop half in. X In [Gezicht det.] (p. 84) wordt het gezicht dat als hoofdonderwerp is gedetecteerd, vergroot weergegeven. X In [FlexiZone] of [Centrum] (p.
Opnamen maken met AF-vergrendeling Stel scherp. ● De scherpstelling en de belichting blijven behouden als het blauwe AF-kader wordt weergegeven wanneer u de sluiterknop half indrukt. • In sommige omstandigheden kan de camera wellicht niet scherpstellen. • In omstandigheden met weinig licht worden de AF-kaders wellicht niet blauw, ook niet als u de sluiterknop half indrukt. U kunt in dat geval de scherpstelling en belichting instellen met het AF-kader.
De persoon selecteren op wie u wilt scherpstellen (Gezichtsselectie) U kunt een bepaald gezicht selecteren om op scherp te stellen, en vervolgens de opname maken. Stel het AF-kader in op [Gezicht det.] (p. 84). Open de modus Gezichtsselectie. ● Richt de camera op het gezicht van het onderwerp en druk op de knop. X Nadat [Gezichtsselectie: aan] wordt weergegeven, verschijnt er een gezichtskader rond het gezicht dat wordt gedetecteerd als het hoofdonderwerp.
Opnamen maken in de modus Handmatig scherpstellen U kunt handmatig scherpstellen gebruiken wanneer automatisch scherpstellen niet mogelijk is. Als u de sluiterknop half indrukt nadat u ruwweg handmatig hebt scherpgesteld, kunt u de scherpstelling fijner afstellen. Selecteer . ● Druk eerst op de knop q en druk daarna op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. X en de MF-indicator worden weergegeven. Stel ruwweg scherp.
Focusbracketing (modus BKT-Focus) De camera maakt automatisch drie continu-opnamen in deze volgorde: één op de positie die is ingesteld voor handmatig scherpstellen, één waarbij de focus verder weg is en één waarbij de focus dichterbij is. De focusaanpassing kan in drie niveaus worden ingesteld. Selecteer . ● Druk eerst op de knop m en gebruik daarna de knoppen op om te selecteren. Druk vervolgens op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om te selecteren. Stel het scherpstelbereik in.
Ingezoomde onderwerpen opnieuw ophalen (Framehulp) Als u het onderwerp uit het oog verliest bij het inzoomen, kunt u het weer eenvoudig terugvinden door uit te zoomen. Zoek het onderwerp. ● Houd de knop ingedrukt. X Er wordt ingezoomd met de camera en het gebied dat op het scherm verscheen voordat u op de knop drilte. wordt als een wit kader op het scherm weergegeven. Haal het onderwerp opnieuw op. ● Plaats het onderwerp binnen het witte kader en laat de knop los.
De meetmethode wijzigen U kunt de meetmethode (functie voor meten van de helderheid) aanpassen aan de opnameomstandigheden. Selecteer de meetmethode. ● Druk op de knop m en vervolgens op de knoppen op om te selecteren. Selecteer een optie. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om een optie te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. X De instelling verschijnt op het scherm. Geschikt voor standaardomstandigheden, inclusief objecten die van achteren worden belicht.
Opnamen maken met de AE-vergrendeling U kunt de belichting vergrendelen en opnamen maken of de scherpstelling en belichting afzonderlijk instellen voor de opnamen. AE staat voor "Auto Exposure" (automatische belichting). Vergrendel de belichting. ● Richt de camera op het onderwerp en druk op de knop o terwijl u de sluiterknop half ingedrukt houdt. X Als verschijnt, is de belichting vergrendeld.
Auto Exposure-bracketing (modus AEB) Kies de beeldcompositie en maak een opname. Auto Exposure-bracketing (modus AEB) De camera neemt 3 continu-opnamen terwijl de belichting automatisch wordt aangepast aan standaardbelichting, onderbelichting en overbelichting, in die volgorde. Selecteer . ● Druk eerst op de knop m en gebruik daarna de knoppen op om te selecteren. Druk vervolgens op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om te selecteren. Stel de belichtingscompensatie in.
De sluitertijd instellen U kunt de sluitertijd instellen op de snelheid die u wilt gebruiken voor opnamen. De camera stelt de juiste diafragmawaarde in voor de sluitertijd die u hebt ingesteld. M staat voor "Time value" (tijdwaarde). Stel het programmakeuzewiel in op M. Kies de instelling. ● Draai aan de knop  om de sluitertijd in te stellen. Maak de opname.
De diafragmawaarde instellen U kunt het diafragma instellen op de waarde die u wilt gebruiken voor opnamen. De camera stelt de juiste sluitertijd in voor de diafragmawaarde die u hebt ingesteld. B staat voor "Aperture value" (diafragmawaarde), die verwijst naar de grootte van de diafragmaopening in de lens. Stel het programmakeuzewiel in op B. Kies de instelling. ● Draai aan de knop  om de diafragmawaarde in te stellen. Maak de opname. Beschikbare diafragmawaarden F2.7, F3.2, F3.5, F4.0, F4.5, F5.0, F5.
De diafragmawaarde en sluitertijd instellen U kunt de sluitertijd en de diafragmawaarde handmatig instellen voor het maken van opnamen. D staat voor "Manual" (handmatig). Stel het programmakeuzewiel in op D. Kies de instelling. ● Druk op de knop o om de sluitertijd of diafragmawaarde te selecteren. ● Draai aan de instelknop  om een waarde in te stellen.
De helderheid corrigeren en opnamen maken (i-Contrast) De camera kan delen van een compositie, zoals gezichten of achtergronden, die te licht of te donker zijn, detecteren en deze tijdens het maken van opnamen automatisch aanpassen aan de optimale helderheid. Ook als het gehele beeld niet genoeg contrast heeft, wordt het beeld tijdens het maken van de opname automatisch door de camera gecorrigeerd, zodat het scherper wordt. Selecteer [i-Contrast]. ● Druk op de knop n en selecteer het tabblad 4.
Opnamen maken met Slow sync Rode-ogencorrectie kan ook worden toegepast op andere gebieden dan rode ogen. Bijvoorbeeld op rode make-up rond de ogen. • U kunt opgeslagen beelden corrigeren (p. 142). • Als u de knop h langer dan 1 seconde ingedrukt houdt, verschijnt het scherm in stap 2. • Als u de knop h indrukt terwijl de flitser is uitgeklapt, en onmiddellijk op de knop n drukt, verschijnt het scherm in stap 2.
De flitsbelichtingscompensatie aanpassen Net als bij de belichtingscompensatie (p. 73) kunt u de belichting aanpassen met stappen van 1/3 in een bereik van ±2 wanneer u de flitser gebruikt. Selecteer ~. ● Druk op de knop m en vervolgens op de knoppen op om ~ te selecteren. Kies de instelling. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om de flitsbelichtingscompensatie te selecteren. Druk daarna op de knop m. X Na de instelling verschijnt ~ op het scherm.
Controleren op gesloten ogen Kies de instelling. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om de flitsuitvoer te selecteren. Druk daarna op de knop m. X Na de instelling verschijnt ~ op het scherm. • U kunt ook de flitsuitvoer instellen. Druk op de knop n en selecteer [Flitsbesturing] (p. 98) op het tabblad 4. Selecteer vervolgens [Flits output] en druk op de knoppen qr om een instelling te kiezen.
Opname-instellingen vastleggen U kunt veelgebruikte opnamemodi en instellingen naar voorkeur vastleggen. U zet het programmakeuzewiel eenvoudigweg in de stand of om tussen de vastgelegde instellingen te schakelen. Zelfs als u van opnamemodus wisselt of de camera uitschakelt, worden instellingen die normaal gesproken worden geannuleerd (zelfontspanner, enzovoort), opgeslagen. Instellingen die kunnen worden vastgelegd: • • • • • • opnamemodi (G, M, B en D); items die zijn ingesteld in G, M, B of D (pp.
De kleur wijzigen en opnamen maken U kunt uw foto's een speciale sfeer geven wanneer u de opname maakt. Afhankelijk van de omstandigheden kan het beeld echter enigszins grof worden of kunnen de kleuren er anders uitzien dan verwacht. Kleur Accent U kunt ervoor kiezen om één kleur te behouden en de rest van de compositie te wijzigen in zwart-wit. Selecteer T. ● Voer stap 1 en 2 op p. 63 uit om T te selecteren.
De kleur wijzigen en opnamen maken Kleur Wissel Bij het vastleggen van een opname kunt u een kleur in het beeld vervangen door een andere kleur. U kunt slechts één kleur wisselen. Selecteer Y. ● Voer stap 1 en 2 op p. 63 uit om Y te selecteren. Druk op de knop l X Het ongewijzigde beeld en het beeld met de gewisselde kleur worden afwisselend weergegeven. ● Standaard wordt groen omgezet in grijs. Geef de kleur op die u wilt wisselen.
De kleur wijzigen en opnamen maken Geef het kleurengamma op dat u wilt wisselen. ● Druk op de knoppen op of draai aan de instelknop  om het gewenste kleurengamma te wijzigen. ● Selecteer een negatieve waarde om het kleurengamma te beperken. Selecteer een positieve waarde om het kleurengamma uit te breiden met gelijksoortige kleuren. ● Druk op l om terug te keren naar het opnamescherm. • Als u in deze modus de flitser gebruikt, kan dat onverwachte resultaten opleveren.
Opnamen maken met Stitch-hulp Grote onderwerpen kunnen worden verdeeld over meerdere opnamen die u later met de meegeleverde software op een computer kunt samenvoegen tot één panoramisch beeld. Selecteer x of v. ● Voer stap 1 en 2 op p. 63 uit om x of v te selecteren. Maak de eerste opname. X De belichting en de witbalans worden ingesteld bij de eerste opname. Maak de volgende opnamen. ● Zorg dat de tweede opname de eerste opname gedeeltelijk overlapt.
6 Diverse functies voor het opnemen van films Dit hoofdstuk is een uitgebreide versie van de gedeelten "Films opnemen" en "Films bekijken" in hoofdstuk 1. Hierin wordt uitgelegd hoe u diverse functies gebruikt voor het opnemen en bekijken van films. • In dit hoofdstuk wordt verondesteld dat het programmakeuzewiel is ingesteld op de modus E. U kunt verschillende functies gebruiken om te filmen (pp. 108 – 115). Deze functies verschillen van het filmen met de filmknop (p. 31).
Films opnemen in de modus E Selecteer de modus E. ● Stel de modusschakelaar in op E. Pas de instellingen naar wens aan (pp. 108 – 115). Maak de opname. ● Druk op de filmknop. ● Als u wilt stoppen met filmen, drukt u nogmaals op de filmknop. De filmmodus wijzigen U kunt kiezen uit vier filmmodi. Selecteer een filmmodus. ● Druk op de knop m en vervolgens op de knoppen op om E te selecteren. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om een modus te kiezen. Druk vervolgens op de knop m.
Opnamen maken die lijken op een miniatuurmodel (Miniatuureffect) U kunt filmopnamen maken die lijken op bewegende miniatuurmodellen. U kunt het miniatuurmodeleffect maken door de bovenste en onderste gedeelten van de compositie te selecteren die onscherp zijn. Vervolgens kiest u de afspeelsnelheid waardoor mensen en onderwerpen in de compositie tijdens het afspelen snel bewegen. Audio wordt niet opgenomen. Selecteer . ● Volg de stappen voor "De filmmodus wijzigen" op p. 108 om te selecteren.
Opnamen maken die lijken op een miniatuurmodel (Miniatuureffect) Afspeelsnelheden en geschatte afspeeltijden (voor 1 min. clips) Snelheid Afspeeltijd 12 sec. 6 sec. 3 sec. • Als u bij stap 2 op de knop m drukt, verandert de verticale of horizontale stand van het kader. U kunt de knoppen qr gebruiken om de kaderstand te wijzigen als deze verticaal wordt weergegeven. • Houd de camera verticaal om de richting van het kader te wijzigen.
De beeldkwaliteit wijzigen U kunt kiezen uit drie instellingen voor beeldkwaliteit. Kies de instelling voor de beeldkwaliteit. ● Druk op de knop m en vervolgens op de knoppen op om te selecteren. Selecteer een optie. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om een optie te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. X De optie die u hebt ingesteld, verschijnt op het scherm. Beeldkwaliteittabel Beeldkwaliteit (resolutie/aantal beelden) Beschrijving 1280 x 720 pixels, 30 beelden/sec.
Foto’s maken tijdens het opnemen van een film U kunt foto’s maken tijdens het opnemen van een film. Stel scherp terwijl u een film opneemt. ● Zorg ervoor dat 4 op het scherm verschijnt en druk de sluiterknop half in. X De scherpstelling en belichting worden aangepast (de camera geeft geen pieptoon). X De filmopname loopt door. Maak de opname. ● Druk de sluiterknop helemaal in. X De foto wordt vastgelegd. • Als u opneemt in is de resolutie voor het maken van een foto ingesteld op (p. 74).
AE lock/belichting Wat als 4 verandert en u geen foto’s kunt maken? U kunt wellicht geen foto maken als de schrijfsnelheid naar de geheugenkaart laag is, of als er onvoldoende intern geheugen is. • 4 (knippert): de opname wordt verwerkt. Als het knipperen stopt, kunt u weer een foto maken. • : u kunt geen foto's maken vanwege onvoldoende intern geheugen. AE lock/belichting U kunt de belichting vergrendelen of wijzigen met stappen van 1/3 in een bereik van ±2 voor of tijdens het maken van een opname.
Geluidsinstellingen Het opnamevolume aanpassen U kunt het opnamevolume voor filmopnamen handmatig instellen. ● Druk op de knop n en selecteer [Filmgeluid] op het tabblad 4. Druk vervolgens op de knop m. ● Druk op de knoppen op of draai aan de instelknop  om [Mic Niveau] te selecteren en druk vervolgens op de knoppen qr om [Handmatig] te selecteren. Het opnameniveau wordt Automatisch automatisch aangepast om geluidsvervorming te reduceren.
Overige opnamefuncties De volgende functies kunnen op dezelfde manier worden gebruikt als voor foto's. In de modi , > of z kunnen de functies die zijn voorzien van een * op dezelfde manier worden gebruikt als voor foto's. • Nader inzoomen op het onderwerp - De optische en digitale zoomfuncties (p. 58) zijn beschikbaar in E. - Alleen de optische zoomfunctie is beschikbaar in > en z. - De optische en digitale zoomfuncties zijn beide niet beschikbaar als u opnamen maakt in .
Afspeelfuncties De volgende functies kunnen op dezelfde manier worden gebruikt als voor foto's. • • • • • • • • • • • • Beelden wissen (p. 30) Snel naar beelden zoeken (p. 120) Beelden bekijken met de filterweergave (p. 121) Diavoorstellingen bekijken (p. 123) Beeldovergangen wijzigen (p. 126) Beelden bekijken op een tv (p. 127) Beelden weergeven op een hdtv (p. 128) Beelden beveiligen (p. 129) Beelden wissen (p. 132) Beelden markeren als favoriet (p. 134) Beelden indelen in categorieën (My Category) (p.
Bewerken U kunt het begin en einde van opgenomen films bijsnijden. Selecteer *. ● Volg stap 1 – 3 op p. 33 om * te selecteren en druk daarna op de knop m. X Het filmbewerkingspaneel en de balk met bewerkingsfuncties worden weergegeven. Filmbewerkingspaneel Stel het bewerkingsbereik in. ● Druk op de knoppen op en selecteer of . ● Druk op de knoppen qr of draai aan de Bewerkingsbalk voor films instelknop  om te verplaatsen. wordt weergegeven bij het punt waar u de film kunt bewerken.
Bewerken ● Als u de bewerking wilt annuleren, drukt u op op en selecteert u . Druk eerst op de knop m en druk daarna op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om [OK] te selecteren. Druk vervolgens nogmaals op de knop m. Sla de bewerkte film op. ● Druk op de knoppen op om te selecteren en druk vervolgens op de knop m. ● Druk op de knoppen opqr of draai aan de instelknop  om [Nieuw bestand] te selecteren en druk vervolgens op de knop m. X De film wordt opgeslagen als een nieuw bestand.
7 Diverse functies gebruiken voor afspelen en bewerken In dit hoofdstuk worden verschillende manieren beschreven voor het afspelen en bewerken van beelden. • Druk op de knop 1 om de afspeelmodus te selecteren voordat u de camera bedient. • Beelden die zijn bewerkt op een computer, beelden waarvan de bestandsnaam is gewijzigd en beelden die met een andere camera zijn gemaakt, kunnen mogelijk niet worden afgespeeld of bewerkt. • De bewerkingsfunctie (pp.
Snel naar beelden zoeken Naar beelden zoeken in de Indexweergave U kunt snel het beeld vinden dat u zoekt door meerdere beelden tegelijk weer te geven. Duw de zoomknop naar g. X De beelden worden weergegeven in een index. ● Het aantal beelden neemt toe elke keer wanneer u de zoomknop naar g duwt. ● Het aantal beelden neemt af elke keer wanneer u de zoomknop naar k duwt. Selecteer een beeld. ● Draai aan de instelknop  om beelden te wisselen. ● Druk op de knoppen opqr om een beeld te selecteren.
Beelden bekijken met de filterweergave Als er veel beelden op de geheugenkaart staan, kunt u ze filteren en bekijken met een opgegeven filter. U kunt ook alle beelden tegelijk beveiligen (p. 129) of verwijderen (p. 132) terwijl ze worden gefilterd. Naar favorieten Geeft beelden gemarkeerd als favorieten weer (p. 134). Ga naar datum Geeft beelden weer die op een bepaalde datum zijn opgenomen. Ga naar My Category Geeft beelden weer uit een specifieke categorie (p. 135).
Beelden bekijken met de filterweergave Wat moet u doen als u geen filter kunt selecteren? Filters zonder bijbehorende beelden kunnen niet worden geselecteerd. Filterweergave In de filterweergave (stap 2) kunt u gefilterde beelden bekijken met "Snel naar beelden zoeken" (p. 120), "Diavoorstellingen bekijken" (p. 123) en "Beelden vergroten" (p. 125). U kunt alle gefilterde beelden tegelijk verwerken met de bewerkingen in "Beelden beveiligen" (p. 129), "Beelden wissen" (p.
Diavoorstellingen bekijken Beelden die zijn opgeslagen op een geheugenkaart kunt u automatisch afspelen. Selecteer [Diavoorstelling]. ● Druk op de knop n, selecteer [Diavoorstelling] op het tabblad 1 en druk op de knop m. Kies de instelling. ● Druk op de knoppen op of draai aan de instelknop  om een item te selecteren. Druk vervolgens op de knoppen qr om de instelling aan te passen.
De focus controleren U kunt het gebied vergroten dat zich in een opgenomen beeld binnen het AF-kader bevindt, of het gebied van een gedetecteerd gezicht, om de focus te controleren. Druk op de knop l om naar de focuscontroleweergave te gaan (p. 47). X Er verschijnt een wit kader waar het AF-kader of het gezicht zich bevond toen de focus werd ingesteld. X Een grijs kader verschijnt rond een gezicht dat tijdens de weergave wordt herkend. X Het gebied binnen het oranje kader wordt vergroot weergegeven.
Beelden vergroten Duw de zoomknop naar k. ● De schermweergave zoomt in op het beeld. Als u de zoomknop vasthoudt, wordt er verder ingezoomd tot een maximale factor van 10x. ● Met de knoppen opqr kunt u de locatie van het weergegeven gebied aanpassen. ● Duw de zoomknop naar g om uit te Geschatte locatie van weergegeven gebied zoomen, of blijf de knop vasthouden om terug te keren naar de enkelvoudige weergave. ● Door aan de instelknop  te draaien, kunt u tussen de ingezoomde beelden schakelen.
Beeldovergangen wijzigen Selecteer een beeld. ● Druk op de knoppen opqr om het beeld te selecteren dat u wilt weergeven. X Het gekozen beeld verschijnt in het midden, en de volgende vier mogelijkheden verschijnen. ● Als u op de knop m drukt, verschijnt het middelste beeld op volle grootte. Druk nogmaals op de knop m om terug te keren naar de oorspronkelijke weergave. U kunt ook de zoomknop gebruiken. ● Druk op de knop n om terug te keren naar de enkelvoudige weergave.
Beelden bekijken op een tv Met de meegeleverde stereo AV-kabel (p. 2) kunt u de camera aansluiten op een televisie om opgenomen beelden te bekijken. Schakel de camera en de tv uit. Sluit de camera aan op de tv. ● Open het klepje van de aansluiting en steek de stekker van de kabel volledig in de aansluiting van de camera. Geel Geel Wit Rood ● Steek de kabelstekker helemaal in de video-ingangen, zoals wordt getoond in de afbeelding.
Beelden weergeven op een hdtv Gebruik de apart verkrijgbare HDMI-kabel HTC-100 om de camera aan te sluiten op een hdtv voor een nog betere kijkbelevenis. Schakel de camera en de tv uit. Sluit de camera aan op de tv. ● Open het klepje van de aansluiting en steek de stekker van de kabel volledig in de aansluiting van de camera. ● Steek de kabelstekker volledig in de HDMI-aansluiting van de tv. Geef de beelden weer. ● Volg stap 3 en 4 op p. 127 om de beelden weer te geven.
Beelden beveiligen U kunt belangrijke beelden beveiligen zodat ze niet per ongeluk met de camera kunnen worden gewist (pp. 30, 132). Een selectiemethode selecteren Selecteer [Beveilig]. ● Druk op de knop n om [Beveilig] te selecteren op het tabblad 1. Druk vervolgens op de knop m. Selecteer een selectiemethode. ● Druk op de knoppen op of draai aan de instelknop  om een selectiemethode te kiezen. Druk vervolgens op de knop m. ● Druk op n om terug te keren naar het menuscherm.
Beelden beveiligen Beveilig het beeld. ● Als u op de knop n drukt, verschijnt een bevestigingsscherm. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om [OK] te selecteren. Druk vervolgens op m. Als u een andere opnamemodus activeert of de camera uitschakelt voordat u stap 3 hebt voltooid, worden de beelden niet beveiligd. Selecteer Reeks Selecteer [Select. Reeks]. ● Voer stap 2 op p. 129 uit om [Select. Reeks] te selecteren en druk vervolgens op de knop m. Selecteer het eerste beeld.
Beelden beveiligen ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om een beeld te kiezen. Druk vervolgens op de knop m. ● U kunt geen beelden vóór het eerste beeld selecteren. Beveilig de beelden. ● Druk op de knop p, selecteer [Beveilig] en druk op de knop m. Beelden selecteren met de instelknop  U kunt ook het eerste of het laatste beeld selecteren door aan de instelknop  te draaien wanneer het bovenste scherm in stap 2 en 3 wordt weergegeven. Alle beelden selecteren Selecteer [Alle beelden].
Beelden wissen U kunt beelden selecteren en deze vervolgens als groep wissen. Gewiste beelden kunnen niet worden hersteld, dus denk goed na voordat u ze wist. Beveiligde beelden (p. 129) kunnen niet worden gewist. Een selectiemethode selecteren Selecteer [Wissen]. ● Druk op de knop n om [Wissen] te selecteren op het tabblad 1. Druk vervolgens op de knop m. Selecteer een selectiemethode. ● Druk op de knoppen op of draai aan de instelknop  om een selectiemethode te kiezen. Druk vervolgens op de knop m.
Beelden wissen Wis de beelden. ● Als u op de knop n drukt, verschijnt een bevestigingsscherm. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om [OK] te selecteren. Druk vervolgens op m. Selecteer Reeks Selecteer [Select. Reeks]. ● Voer stap 2 op p. 132 uit om [Select. Reeks] te selecteren en druk vervolgens op de knop m. Selecteer de beelden. ● Voer stap 2 en 3 op p. 130 uit om beelden te selecteren. Wis de beelden. ● Druk op de knop p om [Wissen] te selecteren. Druk vervolgens op de knop m.
Beelden markeren als favoriet Wanneer u foto's als favoriet markeert, kunt u deze foto's eenvoudig categoriseren. U kunt ook foto's filteren die u wilt weergeven, beveiligen of wissen (p. 121). Selecteer [Favorieten]. ● Druk op de knop n om [Favorieten] te selecteren op het tabblad 1. Druk vervolgens op de knop m. Selecteer een beeld. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om een beeld te selecteren en druk vervolgens op de knop m. X verschijnt op het scherm.
Beelden indelen in categorieën (My Category) U kunt beelden indelen in categorieën. U kunt de beelden in een categorie weergeven met gefilterd afspelen (p. 121) en alle beelden tegelijk verwerken met behulp van de onderstaande functies. • "Diavoorstellingen bekijken" (p. 123), "Beelden beveiligen" (p. 129), "Beelden wissen" (p. 132), "Beelden selecteren voor afdrukken (DPOF)" (p. 147) Beelden worden tijdens de opname automatisch in categorieën ingedeeld aan de hand van de opnameomstandigheden.
Beelden indelen in categorieën (My Category) Selecteer een beeld. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om een beeld te selecteren. Selecteer een categorie. ● Druk op de knoppen op om een categorie te selecteren en druk op de knop m. X verschijnt op het scherm. ● Druk nogmaals op de knop m om de selectie van het beeld ongedaan te maken. Vervolgens verdwijnt . ● Herhaal de hierboven beschreven procedure als u meerdere beelden wilt selecteren. Kies de instelling.
Beelden roteren Selecteer een categorie. ● Druk eerst op de knop p om een item te selecteren, en gebruik daarn de knoppen qr of draai aan de instelknop  om een categorie te selecteren. Selecteer de instelling. ● Druk op de knop p om [Selecteer] te kiezen en druk vervolgens op de knop m. Als u [Niet select.] selecteert bij stap 4, kunt u de selectie van alle beelden in de categorie [Select. Reeks] opheffen. Beelden roteren U kunt de stand van een beeld wijzigen en opslaan. Selecteer [Roteren].
Het formaat van beelden wijzigen U kunt beelden omzetten naar een lagere resolutie-instelling en de gewijzigde beelden opslaan als een afzonderlijk bestand. Selecteer [Veranderen]. ● Druk op de knop n om [Veranderen] te selecteren op het tabblad 1. Druk vervolgens op de knop m. Selecteer een beeld. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om een beeld te selecteren en druk vervolgens op de knop m. Selecteer een beeldformaat.
Trimmen U kunt een deel van een opgeslagen beeld uitsnijden en dit opslaan als een nieuw beeldbestand. Selecteer [Trimmen]. ● Druk op de knop n, selecteer [Trimmen] op het tabblad 1 en druk op de knop m. Selecteer een beeld. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de Snijgebied instelknop  om een beeld te selecteren en druk vervolgens op de knop m. Pas het snijgebied aan. X Er verschijnt een kader rond het gedeelte van het beeld dat u wilt bijsnijden.
Effecten toepassen met de functie My Colors U kunt de kleur van een beeld wijzigen en het gewijzigde beeld opslaan als een nieuw beeld. Zie p. 79 voor meer informatie over elk menu-item. Selecteer [My Colors]. ● Druk op de knop n, selecteer [My Colors] op het tabblad 1 en druk vervolgens op de knop m. Selecteer een beeld. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om een beeld te selecteren en druk vervolgens op de knop m. Selecteer een menuoptie.
De helderheid corrigeren (i-Contrast) De camera kan delen van een beeld, zoals gezichten of achtergronden, die te licht of te donker zijn, detecteren en deze tijdens het maken van opnamen automatisch aanpassen aan de optimale helderheid. Ook als het gehele beeld niet genoeg contrast heeft, wordt het beeld automatisch door de camera gecorrigeerd, zodat het scherper wordt. U kunt kiezen uit vier correctieniveaus, en het beeld opslaan als een nieuw bestand. Selecteer [i-Contrast].
Het rode-ogeneffect corrigeren U kunt rode ogen in beelden automatisch corrigeren en deze beelden opslaan als nieuwe bestanden. Selecteer [Rode-Ogen Corr.]. ● Druk op de knop n en selecteer [Rode-Ogen Corr.] op het tabblad 1. Druk vervolgens op de knop m. Selecteer een beeld. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om een beeld te selecteren. Corrigeer het beeld. ● Druk op de knop m.
8 Afdrukken In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u beelden selecteert voor afdrukken en hoe u kunt afdrukken met een Canon PictBridgecompatibele printer (afzonderlijk verkrijgbaar) (p. 42). Raadpleeg ook de Handleiding voor persoonlijk afdrukken.
Beelden afdrukken U kunt de gemaakte opnamen eenvoudig afdrukken als u de camera met behulp van de meegeleverde interfacekabel (p. 2) aansluit op een printer die compatibel is met PictBridge. Schakel de camera en de printer uit. Sluit de camera aan op de printer. ● Open het klepje en steek de kleine stekker van de interfacekabel (p. 2) stevig in de aansluiting van de camera in de aangegeven richting. ● Steek de grote stekker van de interfacekabel in de printer.
Beelden afdrukken Selecteer het beeld dat u wilt afdrukken. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om een beeld te selecteren. Druk de beelden af. ● Druk op de knop c. X Het afdrukken wordt gestart. ● Als u nog meer beelden wilt afdrukken, herhaalt u stap 5 en 6 nadat het afdrukken is voltooid. ● Wanneer u klaar bent met afdrukken, schakelt u de camera en de printer uit en verwijdert u de interfacekabel.
Afdrukken via de afdruklijst (DPOF) Direct na het maken van opnamen of tijdens het afspelen kunt u beelden toevoegen aan de afdruklijst (DPOF) door te drukken op de knop c. Deze selectiemethoden voldoen aan de DPOF-normen (Digital Print Order Format). Selecteer een beeld. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om een beeld te selecteren. Druk op de knop c (video's zijn uitgesloten). Voeg beelden toe aan de afdruklijst.
Beelden selecteren voor afdrukken (DPOF) U kunt maximaal 998 beelden op een geheugenkaart selecteren om af te drukken en instellingen zoals het gewenste aantal exemplaren te specificeren, zodat deze samen kunnen worden afgedrukt (p. 150) of worden verwerkt in een fotozaak. Deze selectiemethoden voldoen aan de DPOFnormen (Digital Print Order Format). Afdrukinstellingen U kunt het afdruktype, de datum en het bestandsnummer instellen.
Beelden selecteren voor afdrukken (DPOF) • Wanneer [Index] is geselecteerd, kunnen de opties [Datum] en [File No.] niet tegelijk op [Aan] worden ingesteld. • De datum wordt afgedrukt volgens de notatie die is ingesteld in de functie [Datum/Tijd] op het tabblad 3 (p. 21). • Films kunnen niet worden vergroot. Het aantal exemplaren selecteren Selecteer [Sel. beeld & aantal]. ● Druk op de knop n om [Sel. beeld & aantal] te selecteren op het tabblad 2. Druk vervolgens op de knop m. Selecteer een beeld.
Beelden selecteren voor afdrukken (DPOF) Selecteer Reeks Selecteer [Select. Reeks]. ● In stap 1 op p. 148 kiest u [Select. Reeks]. Druk vervolgens op de knop m. ● Voer stap 2 en 3 op p. 130 uit om beelden te selecteren. Kies de afdrukinstellingen. ● Druk op de knoppen op om [Opdracht] te selecteren en druk vervolgens op de knop m. Instellen dat alle beelden één keer worden afgedrukt Selecteer [Sel. alle beelden]. ● Selecteer [Sel. alle beelden] bij stap 1 op p. 148, druk vervolgens op de knop m.
Toegevoegde beelden afdrukken Alle selecties worden gewist. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om [OK] te selecteren. Druk vervolgens op m. Toegevoegde beelden afdrukken U kunt beelden afdrukken die zijn toegevoegd aan de afdruklijst, als u de camera aansluit op een PictBridge-compatibele printer (pp. 146 – 149). Aantal af te drukken exemplaren Sluit de camera aan op de printer. ● Volg stap 1 – 4 op p. 144. Druk de beelden af.
9 De camera-instellingen aanpassen U kunt allerlei instellingen aanpassen aan uw voorkeuren. In het eerste deel van dit hoofdstuk worden enkele handige en veelgebruikte functies beschreven. Daarna wordt uitgelegd hoe u instellingen voor opnemen en afspelen aanpast aan uw wensen.
De camera-instellingen wijzigen U kunt handige en veelgebruikte functies aanpassen via het tabblad 3 (p. 49). Geluiden wijzigen U kunt alle bedieningsgeluiden van de camera wijzigen. ● Selecteer [Geluidsopties] en druk op de knop m. ● Druk op de knoppen op of draai aan de instelknop  om een optie te selecteren. ● Druk op de knoppen qr om een optie te selecteren.
De camera-instellingen wijzigen Het opstartscherm wijzigen U kunt het opstartscherm wijzigen dat verschijnt wanneer u de camera inschakelt. ● Selecteer [opstart scherm] en druk op de knop m. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om een optie te selecteren. Geen opstartbeeld 1 2 Vooringestelde beelden (kunnen niet worden gewijzigd) Vooringestelde beelden U kunt vastgelegde beelden instellen en de meegeleverde software gebruiken om de beelden te wijzigen.
De camera-instellingen wijzigen Leg het opstartbeeld of -geluid vast met de bijgeleverde software U kunt de speciale bedieningsgeluiden en opstartbeelden in de meegeleverde software toewijzen aan de camera. Raadpleeg de Softwarehandleiding voor gedetailleerde informatie. De bestandsnummering wijzigen Uw opnamen krijgen automatisch opeenvolgende bestandsnummers toegewezen van 0001 t/m 9999 en worden opgeslagen in mappen met maximaal 2.000 opnamen. U kunt de toewijzing van de bestandsnummers wijzigen.
De camera-instellingen wijzigen Mappen maken volgens opnamedatum Beelden worden opgeslagen in mappen die elke maand worden gemaakt. U kunt echter ook mappen maken volgens de opnamedatum. ● Selecteer [Maak folder] en druk vervolgens op de knoppen qr om [Dagelijks] te selecteren. ● Beelden worden opgeslagen in mappen die op elke opnamedatum worden gemaakt.
De camera-instellingen wijzigen Spaarstand van het scherm instellen U kunt bepalen hoe lang het duurt voordat het scherm automatisch wordt uitgeschakeld (p. 52). Dit werkt ook als [Automatisch Uit] is ingesteld op [Uit]. ● Selecteer [spaarstand] en druk op de knop m. ● Druk op de knoppen op of draai aan de instelknop  om [Display uit] te selecteren. Gebruik de knoppen qr om een tijd te selecteren. ● Het is raadzaam om een tijd onder [1 min] te selecteren om de batterij te sparen.
De camera-instellingen wijzigen Stel de wereldtijdzone in. ● Druk op de knoppen op of draai aan de instelknop  om [ Wereld] te kiezen. Druk vervolgens op de knop m. ● Druk op de knoppen qr of draai aan de instelknop  om de bestemmingstijdzone te selecteren. ● U kunt de zomertijd op dezelfde manier instellen als bij stap 1. ● Druk op de knop m. Selecteer de wereldtijdzone. ● Druk op de knoppen op of draai aan de instelknop  om te selecteren. Druk vervolgens op de knop n.
Instellingen voor opnamefuncties wijzigen Als u het programmakeuzewiel instelt op G, kunt u de instellingen op het tabblad 4 wijzigen (p. 49). Voordat u in een andere modus dan G een opname wilt maken met een functie die in dit hoofdstuk wordt uitgelegd, moet u controleren of de functie in die modus beschikbaar is (pp. 182 – 185). De focusinstelling veranderen De camera stelt scherp op alles waar de camera op gericht wordt, zelfs wanneer de sluiterknop niet wordt ingedrukt.
Instellingen voor opnamefuncties wijzigen De flitstiming wijzigen U kunt de timing van de flitser en de sluiter wijzigen. ● Selecteer [Flitsbesturing] en druk vervolgens op de knop m. ● Druk op de knoppen op o draai aan de instelknop  om [Sluiter sync.] te selecteren. Druk vervolgens op de knoppen qr om een instelling te selecteren. De flitser flitst direct nadat de sluiter opengaat. De flitser flitst vlak voordat de sluiter 2e gordijn dichtgaat.
Instellingen voor opnamefuncties wijzigen De wijze waarop het beeld wordt weergegeven meteen na de opname wijzigen U kunt de wijze waarop het beeld wordt weergegeven na de opname wijzigen. ● Selecteer [terugkijken] en druk op de knoppen qr om een optie te selecteren. Uit Geeft alleen het beeld weer. Uitgebreide informatieweergave (p. 181). Het gebied binnen het AF-kader wordt vergroot weergegeven, Focus check zodat u de focus kunt controleren. De procedure is hetzelfde als in "De focus controleren" (p.
Instellingen voor opnamefuncties wijzigen Opname Info Raster Uitsnede Histogram Weergave van opnameinformatie (p. 179). Een raster wordt over het scherm geplaatst. Boven en onder in het scherm verschijnen grijze balken. Dit gebied wordt niet afgedrukt als u afdrukt op papier met een verhouding van 3:2. Er verschijnt een histogram (p. 47) in de opnmaemodi G, M, B, D.
Instellingen voor opnamefuncties wijzigen • Als de camerabeweging te groot is, plaatst u de camera op een statief. Stel de IS-modus ook in op [Uit] als u opnamen maakt met de camera op een statief. • Houd bij de optie [Pan] de camera horizontaal als u opnamen maakt. Beeldstabilisatie werkt niet als u de camera verticaal houdt. Als u films opneemt, wordt het effect groter als u de zoomknop naar j beweegt en uitzoomt. Functies toewijzen aan de knop ● Selecteer [Snelkiesknop] en druk vervolgens op de knop m.
Veelgebruikte opnamemenu’s vastleggen (My Menu) U kunt maximaal 5 items van veelgebruikte menu’s vastleggen op het tabblad zodat u snel toegang tot deze items hebt vanuit een enkel scherm. , Selecteer [My Menu inst.]. ● Selecteer [My Menu inst.] op het tabblad . Druk vervolgens op de knop m. Selecteer de menu-items die u wilt vastleggen. ● Druk op de knoppen op of draai aan de instelknop  om [Select.Items] te selecteren, en druk vervolgens op de knop m.
Instellingen voor afspeelfuncties wijzigen • Grijze items bij stap 2 kunnen ook worden ingesteld, maar deze zijn mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van de opnamemodus. • Selecteer [Standaard weergave] en druk op de knoppen qr om [Ja] te selecteren. U kunt nu My Menu weergeven door op de knop n te drukken in de opnamemodus. Instellingen voor afspeelfuncties wijzigen U kunt de instellingen op het tabblad 1 aanpassen door op de knop 1 te drukken (p. 49).
10 Nuttige informatie In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de afzonderlijk verkrijgbare accessoires (p. 40) kunt gebruiken. Daarnaast bevat het hoofdstuk tips voor het oplossen van problemen en een lijst met functies en items die op het scherm verschijnen.
Aansluiten op het lichtnet Als u de voedingsadapterset ACK-DC50 (afzonderlijk verkrijgbaar) gebruikt, kunt u de camera gebruiken zonder dat u zich zorgen hoeft te maken over de lading in de batterij. Schakel de camera uit. Sluit het snoer aan op de koppeling. ● Steek de stekker helemaal in de koppeling. Aansluitpunten Plaats de koppeling. ● Volg stap 2 op p. 17 om het klepje te openen, en plaats de koppeling op de afgebeelde wijze tot deze vastklikt.
De lenskap gebruiken (afzonderlijk verkrijgbaar) Haal de stekker of het netsnoer niet los als de camera nog is ingeschakeld. Hierdoor kunnen beelden worden gewist of kan de camera beschadigd raken. De lenskap gebruiken (afzonderlijk verkrijgbaar) Wanneer u een van achteren belichte opname maakt met de groothoeklens zonder de flitser te gebruiken, raden we u aan om de lenskap LH-DC60 aan te brengen om de hoeveelheid licht die de lens binnenkomt te verminderen. Bevestig de kap.
Een externe flitser gebruiken (afzonderlijk verkrijgbaar) Uw geflitste foto's zien er nog beter uit als u een Speedlite EX-flitser gebruikt (afzonderlijk verkrijgbaar). • U moet de witbalans instellen op h. • Lees ook de Speedlite-handleiding die bij de flitser wordt geleverd. • Als u een flitser van de Speedlite EX-serie hebt geplaatst, kunt u de interne flitser niet gebruiken. • Sommige functies van de Speedlite 270EX, 430EX II en 580EX II kunnen met deze camera niet worden gebruikt.
Een externe flitser gebruiken (afzonderlijk verkrijgbaar) Schakel de flitser in en schakel vervolgens de camera in. X Er verschijnt een rode h op het scherm (of in de zoeker). X Als de flitser is opgeladen, gaat het controlelampje branden. Open het scherm met flitsinstellingen. ● Druk op de knop n en selecteer [Flitsbesturing] op het tabblad 4. Druk vervolgens op de knop m. X De opties die u op de flitser hebt ingesteld, verschijnen op het scherm. Kies de instelling.
Een externe flitser gebruiken (afzonderlijk verkrijgbaar) De externe flitser instellen (afzonderlijk verkrijgbaar) Speedlite 270EX, 430EX II en 580EX II • De kortste sluitertijd voor flitssynchronisatie is 1/250 seconde. • De flitsuitvoer wordt automatisch aangepast als [Flits mode] is ingesteld op [Automatisch]. U kunt ook de belichtingscompensatie en veiligheids-FE instellen.
Een externe flitser gebruiken (afzonderlijk verkrijgbaar) *1 *2 *3 *4 *5 *6 Ingesteld op [Handmatig]. 1/64 voor Speedlite 270EX en 430EX II. Ingesteld op [Aan]. Instellingen behalve Aan/Uit worden uitgevoerd op de flitser. Niet beschikbaar voor Speedlite 430EX II. Indien ingesteld op [Aan] kan [Sluiter sync.] niet worden ingesteld op [2e gordijn]. Zelfs als u [Sluiter sync.] instelt op [2e gordijn] via de camera, verandert dit in [1e gordijn]. Ingesteld op [Uit].
Een Eye-Fi-kaart gebruiken Controleer voorafgaand aan het gebruik of een Eye-Fi-kaart is toegestaan in het het land of de regio waarin u de kaart gebruikt (p. 16). Wanneer u een voorbereide Eye-Fi-kaart in de camera plaatst, kunt u automatisch uw beelden draadloos downloaden naar een computer of uploaden naar een webservice. Het downloaden van beelden is een functie van de Eye-Fi-kaart.
Een Eye-Fi-kaart gebruiken Verbindingsgegevens controleren U kunt het toegangspunt SSID of de verbindingsstatus van de Eye-Fi-kaart controleren. Selecteer [Verbindingsinfo]. ● Druk op de knop n en selecteer [Eye-Fi instellingen] op het tabblad 3. Druk vervolgens op de knop m. ● Druk op de knoppen op of draai aan de instelknop  om [Verbindingsinfo] te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. X Het scherm Verbindingsinfo wordt geopend.
Problemen oplossen Controleer eerst het volgende als u denkt dat er een probleem is met de camera. Als u met de onderstaande tips uw probleem niet kunt verhelpen, neemt u contact op met de helpdesk van Canon Klantenservice die wordt vermeld op de adreslijst die bij het product wordt geleverd. Voeding Er gebeurt niets als u op de knop ON/OFF drukt. • • • • Controleer of de batterij van het juiste type is en niet leeg is (p. 15). Controleer of de batterij juist is geplaatst (p. 17).
Problemen oplossen Het beeld is wazig. • Druk de sluiterknop half in om scherp te stellen op het onderwerp en druk de knop daarna volledig in om een foto te maken (p. 25). • Maak een opname op de juiste scherpstelafstand van het onderwerp (p. 189). • Stel [AF-hulplicht] in op [Aan] (p. 158). • Controleer of functies die u niet wilt gebruiken (macro, enzovoort), niet zijn ingesteld. • Maak een foto met de focus- AF lock (pp. 82, 87).
Problemen oplossen Het schrijven van opnamen naar een geheugenkaart verloopt traag of het maken van continu-opnamen gaat langzamer. • Voer een low-level format van de geheugenkaart uit op de camera (p. 54). Kan geen instellingen kiezen voor opnamefuncties of het menu ø • Welke opties u kunt instellen, is afhankelijk van de opnamemodus. Raadpleeg "Beschikbare functies per opnamemodus" en "Opnamemenu" (pp. 182 – 185). Films opnemen De juiste opnametijd wordt niet weergegeven of stopt.
Lijst met meldingen die op het scherm verschijnen Als er foutmeldingen verschijnen op het scherm, kunt u een van de volgende oplossingen proberen. Geen geheugenkaart • De geheugenkaart is niet in de juiste richting geplaatst. Plaats de geheugenkaart in de juiste richting (p. 17). Geheugenkaart op slot • Het schuifje voor schrijfbeveiliging van de SD-, SDHC- of SDXC-geheugenkaart, of de Eye-Fi-kaart is ingesteld op "LOCK". Ontgrendel het schuifje voor schrijfbeveiliging (pp. 16, 17).
Lijst met meldingen die op het scherm verschijnen Ongeldig selectiebereik • Bij het selecteren van de selectiereeks (pp. 130, 133, 136, 147) hebt u geprobeerd een beginbeeld te selecteren dat na het laatste beeld kwam, of u hebt geprobeerd een laatste beeld te selecteren dat vóór het eerste beeld kwam. Selectielimiet bereikt • U hebt in de afdrukinstellingen meer dan 998 beelden geselecteerd. Kies minder dan 998 beelden (p. 148). • Afdrukinstellingen konden niet correct worden opgeslagen.
Informatieweergave op het scherm Opname (informatieweergave) Dezelfde informatie wordt in de zoeker weergegeven. Batterij-oplaadlampje (p. 15) Camerastand* Wit Balans (p. 77) My Colors (p. 79) MB: AEB-opname (p. 94) / Focusbracketing (p. 90) Transportmodus (p. 78) Status van Eye-Fiverbinding (p. 172) Meetmethoden (p. 92) Histogram (p. 47) Compressie (p. 74), Resolutie (p. 74) Foto's: resterend aantal opnamen (p. 75) Zelfontspanner (pp. 61, 80, 81) Films: resolutie (p. 111) Films: resterende tijd (p.
Informatieweergave op het scherm * : Standaard, : Verticale stand Tijdens de opname wordt de camerapositie gedetecteerd (verticaal of horizontaal) en worden de instellingen aangepast voor een optimale opname. Ook tijdens het afspelen wordt de camerastand gedetecteerd, zodat de camera vanuit elke stand de beelden automatisch kan roteren voor de juiste weergave. Wanneer de camera recht omhoog of recht omlaag is gericht, werkt deze functie mogelijk niet naar behoren.
Informatieweergave op het scherm Afspelen (uitgebreide informatieweergave) Afdruklijst (pp. 146, 147) My Category (p. 135) Opnamemodus (p. 182) ISO-waarde (p. 76), Afspeelsnelheid (Films) (p. 109) Belichtingscompensatie (p. 73), belichtingsverschuiving (p. 113) Wit Balans (p. 77) Histogram (p. 47) Beeld bewerken (pp. 138 – 142) Compressie (Beeldkwaliteit) (p. 74) / Resolutie (p. 74), MOV (Films) Download met Eye-Fi voltooid (p. 172) Batterij-oplaadlampje (p. 15) Meetmethoden (p.
Beschikbare functies per opnamemodus Opnamemodi Functie D BM G A 2 Flitser (pp. 27, 72, 99)*1 h … ! Zoom Framing Assist (p. 91) Positie en grootte van het AF-kader wijzigen (p. 85) Gezichtsselectie (p. 88) Belichtingscompensatie (p. 73) AE-vergrendeling (p. 93)/FE-vergrendeling (p. 93)/ Programmaverschuiving (p. 93) AE lock/belichting (p. 113) e Scherpstelbereik (pp. 73, 89) AF lock (indien toegewezen aan de knop ) (p. 162) ISO-waarde (p. 76) Zelfontspanner (pp.
Beschikbare functies per opnamemodus I J { { — { { { { { — { { { — *4 — — — — — — { — — — { { { { { { — — — — — — { { — { { { { { { { { { { — — — { — { { { { — — { — { { — — — — — — — — — 6 6 6 6 6 6 6 6 { { — — { — { — 6 * * — — { { { { { { { { — — { { { { K TY { { { { — — — — { { — — { — — { — — { { { { { — { { { — — { — — { w { { — — { — { { O { { — — { — { { P { { — — { — { { t xv E — — — — { — — { — { — — { — { — — — — — { { { — — — — — — — 6 6 6 6 6 * — { { — { — { { { {
Menu's 4 Opnamemenu Opnamemoduss D BM G A Functie FlexiZone AF Frame (p. 84) Centrum Gezicht det. Standaard Digitale Zoom (p. 58) Uit Digitale Tele-converter (1.7x/2.1x) AF-Punt Zoom (p. 86) Aan/Uit Servo AF (p. 86) Aan/Uit Continu (p. 78) Aan/Uit AF-hulplicht (p. 158) Aan/Uit MF-Punt Zoom (p. 86) Aan/Uit Veiligheids MF (p. 89) Aan/Uit Automatisch Flits mode Handmatig Flitsbel. comp. -2 tot +2 Minimum/Medium/ Flits output Flitsbesturing Maximum (pp. 98, 100, 159) Sluiter sync.
Menu's I J — — — — — — — — — { { { — — — { { { { { — { { { *2 { { { { { { { { — { { { { { { { { { { { { { { { { { — { { { { — { { { { { { { { *4 — — — { { { { { *4 *4 *4 *4 — { { { { — *4 { { { { { { { — — — — { { { { { — — — — { { { { { — { { { { { { — — — — — — — — — — — — — — — — — — K TY — — { { { — — — { { — — { — { — { { { { { — { { { { — — — — w O P — — — — — { { { — { { { — { { { { { { { — { { { — { { { — { { { { { { { { { { { — { { { { { { { { { { { — — — — — — — — E t xv E — — — — { { { — — —
Menu's 3 Menu Instellen Beschrijving Zie pagina mute Volume Geluidsopties Item Aan/Uit* Alle bedieningsgeluiden instellen (5 niveaus). De geluiden instellen voor elke camerabewerking. p. 50 p. 50 p. 152 Hints en tips LCD Helderheid opstart scherm Aan*/Uit Instellen binnen een bereik van ±2. Een beeld toevoegen als een opstartbeeld. p. 152 p. 51 p. 153 Formateren Een geheugenkaart formatteren waarbij alle gegevens worden verwijderd. Continu*/Auto reset pp.
Menu's 1 Menu Afspelen Item Smart Shuffle Beschrijving Smart Shuffle starten. Diavoorstelling Wissen Beelden automatisch afspelen. Beelden wissen (Selecteer, Select. reeks, Alle beelden). p. 123 p. 132 Beveilig Beelden beveiligen (Selecteer, Select. reeks, Alle beelden). p. 129 Roteren Favorieten Beelden draaien. Beelden markeren als favoriet, of de markering opheffen. Beelden indelen in categorieën (Selecteer, Select. reeks) Donkere delen en contrast van foto's corrigeren.
Voorzorgsmaatregelen • Deze camera is een apparaat met zeer geavanceerde elektronica. Laat de camera niet vallen en stel deze niet bloot aan schokken of stoten. • Plaats de camera nooit in de nabijheid van magneten, motoren of andere apparaten die sterke elektromagnetische velden genereren. Blootstelling aan sterke magnetische velden kan leiden tot defecten of beschadigde beeldgegevens.
Specificaties Beeldsensor Effectieve pixels in camera ... Ongeveer 14,1 miljoen pixels Lens Brandpuntafstand ............... 35x zoom: 4.3 (G) – 150.5 (T) mm (equivalent aan 35 mm: 24 (G) – 840 (T) mm) Scherpstelbereik................. 0 cm – oneindig (G), 1,4 m – oneindig (T) • Macro: 0 – 50 cm (G) Beeldstabilisatiesysteem ..... Type lensverschuiving Beeldprocessor........................ DIGIC4 Elektronische zoeker ............... Effectieve pixels: ongeveer 202.000 pixels (67.
Specificaties Opnamemodus........................ C2, C1, M, Av, Tv, P, Automatisch, Portret, Landschap, Sport, SCN*1, Film*2*3 *1 Smart Shutter*4, Donkere omgeving, Extra levendig, Postereffect, Kleur Accent, Kleur Wissel, Fisheye-effect, Miniatuureffect, Strand, Flora, Sneeuw, Vuurwerk, Stitch Hulp *2 Smart Auto beschikbaar *3 Standaard, Miniatuureffect, Kleur Accent, Kleur Wissel *4 Glimlach, Knipoogdetectie, Gezicht-zelfontspanner Digitale zoom...........................
Specificaties Batterij NB-7L Type......................................... Spanning ................................. Capaciteit................................. Oplaadcycli.............................. Bedrijfstemperatuur ................. Afmetingen .............................. Gewicht.................................... Oplaadbare lithium-ionbatterij 7,4 V DC 1.050 mAh Ongeveer 300 keer 0 – 40 °C 32,5 x 45,4 x 17,7 mm Ongeveer 47 g Batterijlader CB-2LZ/CB-2LZE Nominaal ingangsvermogen......
Index A Aansluiting............ 36, 127, 128, 144, 166 Accessoires .............................................. 40 AEB-modus .............................................. 94 AE-vergrendeling............................. 93, 113 AF J Scherpstellen AF-kaders ............................ 27, 84, 85 AF-vergrendeling ...................... 87, 179 AFB-modus ..................................... 90, 179 Afdrukken ............................................... 144 AF-Punt Zoom .................................
Index E H Extra levendig (opnamemodus)................ 65 Eye-Fi-kaart ..................................... 16, 172 Handleiding voor persoonlijk afdrukken...... 2 Handmatig scherpstellen (AF-instelling)... 89 Handmatige witbalans .............................. 77 F Fabrieksinstellingen J Standaardinstellingen FE-vergrendeling ............................. 93, 179 Films Beeldkwaliteit (resolutie/ aantal beelden) ................................ 111 Bekijken (Afspelen)...................
Index Opnamen maken via een tv ..................... 82 Overzicht van de onderdelen ................... 44 P P (opnamemodus).................................... 72 PictBridge ........................................ 42, 144 Portret (opnamemodus) ........................... 62 Poster-effect (opnamemodus).................. 65 Problemen oplossen............................... 174 Programma automatische belichting ........ 72 R Raster.....................................................
Disclaimer • Geen enkel gedeelte van deze gebruikershandleiding mag worden gereproduceerd, overgedragen of in een opslagsysteem worden bewaard zonder toestemming van Canon. • Canon behoudt zich het recht voor de inhoud van deze handleiding te allen tijde zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen. • De illustraties en schermafbeeldingen in deze handleiding kunnen enigszins afwijken van het werkelijke apparaat.