Gebruikershandleiding • Lees voordat u de camera gebruikt eerst deze handleiding door, met name het gedeelte “Veiligheidsmaatregelen”. • De handleiding maakt u vertrouwd met het juiste gebruik van de camera. • Houd de handleiding bij de hand, zodat u hem later nog eens kunt raadplegen.
Inhoud van de verpakking Controleer, voordat u de camera in gebruik neemt, of de verpakking de onderstaande onderdelen bevat. Indien er iets ontbreekt, kunt u contact opnemen met uw leverancier. Camera Batterij NB-6L (met kapje) Interfacekabel IFC-400PCU Introductiehandleiding Batterijlader CB-2LY/CB-2LYE Polsriem WS-DC11 Cd DIGITAL CAMERA Solution Disk Canon garantiesysteemboekje • Een geheugenkaart wordt niet meegeleverd (zie hieronder).
Opmerkingen vooraf en wettelijke informatie Over Eye-Fi-kaarten Ondersteuning van de Eye-Fi-kaartfuncties (inclusief draadloze overdracht) wordt niet gegarandeerd voor dit product. Als u een probleem hebt met een Eye-Fi-kaart, kunt u contact opnemen met de fabrikant van de kaart. Denk er ook aan dat u in veel landen of gebieden toestemming nodig hebt voor het gebruik van Eye-Fi-kaarten. Zonder toestemming is het gebruik van de kaart niet toegestaan.
Namen van onderdelen en conventies die in deze handleiding worden gebruikt Lampje Lens Zoomknop Opnamen maken: i (telelens) / j (groothoek) Afspelen: k (vergroten) / g (index) ON/OFF-knop Ontspanknop GPS-antenne SX260 HS Microfoon Flitser Luidspreker Aansluiting statief Klepje gelijkstroomkoppeling Geheugenkaart-/batterijklepje Riembevestigingspunt • In deze handleiding worden pictogrammen gebruikt om de bijbehorende cameraknoppen en controleknoppen, waarop de pictogrammen zijn afgebeeld of die er op lij
Namen van onderdelen en conventies die in deze handleiding worden gebruikt Scherm (LCD-monitor) Programmakeuzewiel AV OUT (audio/video-uitgang) / DIGITAL-aansluiting HDMITM-aansluiting 1 (afspeelknop) n-knop l-knop (Weergave) Filmknop Indicator b (Belichtingscompensatie) / knop Omhoog e (macro) / f (Handmatig scherpstellen) / knop Links Controleknop FUNC.
Inhoudsopgave Inhoud van de verpakking..................2 Compatibele geheugenkaarten..........2 Opmerkingen vooraf en wettelijke informatie .........................3 Namen van onderdelen en conventies die in deze handleiding worden gebruikt............4 Inhoudsopgave ..................................6 Inhoudsopgave: basishandelingen ....8 Veiligheidsmaatregelen ...................10 Voordat u begint ..............................14 De interne oplaadbare lithiumbatterij recyclen ...................
Inhoudsopgave 6 Tv-, Av- en M-modus......145 10 Bijlage .............................225 Specifieke sluitertijden (Tv-modus) ................................. 146 Specifieke diafragmawaarden (Av-modus) ................................. 147 Specifieke sluitertijden en diafragmawaarden (M-modus).... 148 Problemen oplossen...................... 226 Berichten op het scherm ............... 230 Informatie op het scherm............... 232 Functies en menutabellen ............. 236 Voorzorgsmaatregelen ........
Inhoudsopgave: basishandelingen 4 Opnamen maken Gebruik de door de camera bepaalde instellingen (Auto-modus).... 60 Volg eenvoudige camera-instructies (Modus Easy) ..................... 97 Goede opnamen van mensen maken I Portretten (p. 99) P In de sneeuw (p. 100) Specifieke scènes afstemmen Nachtscènes (p. 99) Weinig licht (p. 100) S Onderwater (p. 100) Egale huid (p. 102) t Vuurwerk (p. 100) Speciale effecten toepassen Levendige kleuren (p. 109) Speels effect (p. 112) Poster-effect (p.
Inhoudsopgave: basishandelingen 1 Bekijken Beelden bekijken (afspeelmodus) .............................................. 152 Volg eenvoudige camera-instructies (Modus Easy) ..................... 97 Automatisch afspelen (Diavoorstelling) ...................................... 162 Op een tv .................................................................................... 205 Op een computer..........................................................................
Veiligheidsmaatregelen • Lees de volgende veiligheidsvoorschriften goed door voordat u het product gebruikt. Gebruik het product altijd op de juiste wijze. • De veiligheidsvoorschriften op de volgende pagina’s zijn bedoeld om letsel bij uzelf of bij andere personen of schade aan de apparatuur te voorkomen. • Lees ook altijd de handleidingen van alle afzonderlijk aangeschafte accessoires die u gebruikt. Waarschuwing Hiermee wordt gewezen op het risico van ernstig letsel of levensgevaar.
Veiligheidsmaatregelen • Gebruik alleen de aanbevolen batterij. • Plaats de batterij niet in de buurt van of in open vuur. • Maak het netsnoer regelmatig los en veeg het stof en vuil dat zich heeft opgehoopt op de stekker, de buitenkant van het stopcontact en het gebied eromheen weg met een droge doek. • Raak het netsnoer niet aan met natte handen. • Gebruik de apparatuur niet op een manier waarbij de nominale capaciteit van het stopcontact of de kabelaccessoires wordt overschreden.
Veiligheidsmaatregelen • Gebruik, plaats of bewaar het product niet op de volgende plaatsen: - plaatsen die aan sterk zonlicht blootstaan; - plaatsen die blootstaan aan temperaturen boven 40°C; - vochtige of stoffige plaatsen. Hierdoor kan lekkage of oververhitting ontstaan of kan de batterij ontploffen, wat kan leiden tot elektrische schokken, brand, brandwonden of ander letsel. Bij hoge temperaturen kan de behuizing van de camera of de batterijlader vervormd raken.
Veiligheidsmaatregelen • Als de batterij is opgeladen en als u de batterijlader niet gebruikt, haalt u deze uit het stopcontact. • Dek de batterijlader tijdens het opladen van een batterij niet af met voorwerpen, zoals een stuk textiel. Als u de lader gedurende een lange periode in het stopcontact laat, kan deze oververhit en beschadigd raken, waardoor brand kan ontstaan. • Plaats de batterij niet in de buurt van huisdieren.
Voordat u begint Tref de volgende voorbereidingen voordat u opnamen maakt. De riem bevestigen Steek het uiteinde van de riem door de opening van de riem ( ) en haal het andere uiteinde van de riem door het oog aan het draadeinde ( ). De camera vasthouden Doe de riem om uw pols. Houd bij het maken van opnamen uw armen tegen uw lichaam gedrukt en houd de camera stevig vast om te voorkomen dat deze beweegt. Laat uw vingers niet op de flitser rusten als deze is uitgeklapt.
Voordat u begint Laad de batterij op. Voor CB-2LY: kantel de stekker naar buiten CB-2LY CB-2LYE ( ) en steek de oplader in een stopcontact ( ). Voor CB-2LYE: sluit het netsnoer aan op de oplader en steek het andere uiteinde in een stopcontact. Het oplaadlampje gaat oranje branden en het opladen begint. Als het opladen is voltooid, wordt het lampje groen. Verwijder de batterij.
Voordat u begint Open het klepje. Schuif het klepje naar buiten ( ( ) en omhoog ) om het te openen. Plaats de batterij. Duw de batterijvergrendeling in de richting van de pijl en plaats de batterij in de getoonde richting totdat hij vastklikt en is vergrendeld. Als u de batterij verkeerd om plaatst, kan deze niet in de juiste positie worden vergrendeld. Controleer altijd of de batterij in de juiste richting is geplaatst en wordt vergrendeld.
Voordat u begint De batterij en geheugenkaart verwijderen Verwijder de batterij. Open het klepje en duw de batterijvergrendeling in de richting van de pijl. De batterij wipt nu omhoog. Verwijder de geheugenkaart. Duw de geheugenkaart naar binnen tot u een klik hoort en laat de kaart langzaam los. De geheugenkaart wipt nu omhoog. De datum en tijd instellen Wanneer u de camera de eerste keer inschakelt, verschijnt een scherm voor het instellen van de datum en tijd.
Voordat u begint Stel de lokale tijdzone in. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om uw lokale tijdzone te selecteren. Voltooi de instellingsprocedure. Als u klaar bent, drukt u op de knop m. Nadat een bevestigingsbericht is weergegeven, wordt het instellingenscherm niet meer weergegeven. Druk op de ON/OFF-knop om de camera uit te schakelen. • Het scherm [Datum/Tijd] verschijnt steeds als u de camera inschakelt, tenzij u de datum, tijd en lokale tijdzone al hebt ingesteld.
Voordat u begint SX260 HS Kies [Datum/Tijd]. Beweeg de zoomknop om het tabblad 3 te selecteren. Druk op de knoppen op of draai aan de knop 5 om [Datum/Tijd] te kiezen en druk vervolgens op de knop m. SX240 HS Wijzig de datum en tijd. Volg stap 2 op p. 17 om de instellingen te wijzigen. Druk op de knop n om het menu te sluiten. • De datum/tijd-instellingen blijven tot ongeveer drie weken na het verwijderen van de accu behouden dankzij de ingebouwde datum/tijd-batterij (reservebatterij).
Voordat u begint Taal van LCD-scherm U kunt de weergavetaal desgewenst wijzigen. Open de afspeelmodus. Druk op de knop 1. Open het instellingenscherm. Houd de knop m ingedrukt en druk direct op de knop n. Stel de taal van het LCD-scherm in. Druk op de knoppen opqr of draai aan de knop 5 om een taal te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. Nadat u de taal van het LCD-scherm hebt ingesteld, wordt het instellingenscherm niet langer weergegeven.
De interne oplaadbare lithiumbatterij recyclen Als u uw camera afdankt, moet u eerst de interne oplaadbare lithiumbatterij verwijderen voor recycling volgens de lokale voorschriften. Bereid u voor op het verwijderen van het achterklepje. Open het kapje. Draai de schroeven van de behuizing op de zijkanten en de onderkant los. Verwijder de achterkant van de behuizing zoals in de afbeelding is weergegeven. Trek de lintkabel van het scherm los.
De interne oplaadbare lithiumbatterij recyclen Houd de camera ondersteboven en draai de schroeven los waarmee de plaat aan de camera is bevestigd. Raak dit gedeelte nooit aan! Draai de plaat om en verwijder de interne oplaadbare lithiumbatterij. Raak het gebied dat in de afbeelding is gemarkeerd nooit aan. Dit kan leiden tot een zware elektrische schok.
Foto’s Films De camera testen Volg deze instructies om de camera in te schakelen, foto- of filmopnamen te maken en deze daarna te bekijken. Opnamen maken (Smart Auto) Laat de camera het onderwerp en de opnameomstandigheden bepalen voor volledig automatische selectie van de optimale instellingen voor specifieke composities. Schakel de camera in. Druk op de ON/OFF-knop. Het opstartscherm wordt weergegeven. Open de modus A. Stel het programmakeuzewiel in op A. Richt de camera op het onderwerp.
De camera testen Maak de opname. Foto’s maken Stel scherp. Druk de ontspanknop half in. De camera piept twee keer nadat is scherpgesteld en er worden AF-kaders weergegeven om aan te geven op welke beeldgebieden is scherpgesteld. Als er weinig licht is, klapt de flitser automatisch omhoog. AF-kaders Maak de opname. Druk de ontspanknop helemaal naar beneden. Wanneer de camera de opname maakt, hoort u het sluitergeluid en wanneer er weinig licht is, gaat de flitser automatisch af.
De camera testen Verstreken tijd Zwarte balken aan de boven- en onderkant op het scherm geven aan welke gebieden niet worden opgenomen. Kaders rond gedetecteerde gezichten geven aan dat de camera daarop is scherpgesteld. Zodra de opname is begonnen, kunt u uw vinger van de filmknop wegnemen. Voltooi de opname. Druk nogmaals op de filmknop om het opnemen te stoppen. De camera piept twee maal als de opname stopt. De camera stopt automatisch met opnemen zodra de geheugenkaart vol raakt.
De camera testen U kunt ook snel aan de knop 5 draaien om Beeld scrollen te starten. Draai in deze modus aan de knop 5 om door uw opnamen te bladeren. Druk op de knop m om terug te keren naar de enkelvoudige weergave. Druk in de modus Beeld scrollen op de knoppen op om door beelden te bladeren in de groepen van elke opnamedatum. Films zijn herkenbaar aan het pictogram . Ga naar stap 3 als u films wilt afspelen.
Meegeleverde software, handleidingen Wis het beeld. Druk op de knop p. Als [Wissen ?] verschijnt, drukt u op de knoppen qr of draait u aan de knop 5 om [Wissen] te selecteren en vervolgens drukt u op de knop m. Het huidige beeld wordt nu gewist. Om het wissen te annuleren, drukt u op de knoppen qr of u draait aan de knop 5 om [Stop] te kiezen. Druk vervolgens op de knop m. • U kunt ook alle beelden tegelijk wissen (p. 169).
Meegeleverde software, handleidingen Handleidingen De volgende handleidingen worden op de cd DIGITAL CAMERA Manuals Disk aangeboden. Gebruikershandleiding Als u eenmaal vertrouwd bent met de informatie in Introductiehandleiding, raadpleegt u deze handleiding voor een nog grondiger kennis van de bediening van uw camera. ImageBrowser EX Gebruikershandleiding Raadpleeg deze handleiding bij gebruik van de meegeleverde software. U kunt deze handleiding raadplegen vanuit de helpfunctie van ImageBrowser EX.
Meegeleverde software, handleidingen Macintosh Besturingssysteem Mac OS X 10.6 Computer Computers die gebruikmaken van bovengenoemde besturingssystemen (vooraf geïnstalleerd) met een ingebouwde USB-poort en een internetverbinding Processor Foto’s: Core 2 Duo 1,83 GHz of hoger, Films: Core 2 Duo 2,6 GHz of hoger RAM 1 GB of meer (foto’s), 2 GB of meer (films) Interfaces USB Vrije ruimte op de vaste schijf 550 MB of meer Weergave Resolutie van 1.
Meegeleverde software, handleidingen Wanneer er een bericht wordt weergeven met het verzoek om de camera aan te sluiten, sluit u deze aan op een computer. Open het klepje terwijl de camera is uitgeschakeld ( ). Steek de kleinste stekker van de meegeleverde interfacekabel (p. 2) in de aangegeven richting, helemaal in de aansluiting van de camera ( ). Steek de grote stekker van de interfacekabel in de USB-poort van de computer.
Meegeleverde software, handleidingen • Wanneer er geen internetverbinding is, gelden de volgende beperkingen. - Het scherm in stap 3 wordt niet weergegeven. - Bepaalde functies worden mogelijk niet geïnstalleerd - Nadat u de camera voor het eerst op de computer hebt aangesloten, worden er stuurprogramma’s geïnstalleerd. Daarom kan het enkele minuten duren voordat u camerabeelden kunt openen.
Meegeleverde software, handleidingen Kies [Downloads Images From Canon Camera using Canon CameraWindow/ Beelden van Canon-camera via Canon CameraWindow downloaden] en klik op [OK]. Dubbelklik op CameraWindow . Beelden opslaan op de computer. Klik op [Import Images from Camera/ Beelden importeren van camera] en vervolgens op [Import Untransferred Images/ Niet-overgedragen beelden importeren]. De beelden worden nu in afzonderlijke mappen op datum op de computer opgeslagen in de map Afbeeldingen.
Meegeleverde software, handleidingen • Als het scherm in stap 2 in Windows 7 niet wordt weergegeven, klik dan op het pictogram op de taakbalk. • Om CameraWindow in Windows Vista of XP te starten, klikt u op [Downloads Images From Canon Camera using Canon CameraWindow/Beelden van Canon-camera via Canon CameraWindow downloaden] dat op het scherm wordt weergegeven als u de camera bij stap 2 inschakelt.
Accessoires Meegeleverde accessoires Polsriem WS-DC11 Batterij NB-6L*1 (met kapje) Batterijlader CB-2LY/CB-2LYE*1 Cd DIGITAL CAMERA Solution Disk Interfacekabel IFC-400PCU*1 Voeding Geheugenkaart Kaartlezer Kabel Voedingsadapterset ACK-DC40 HDMI-kabel HTC-100 Tv-/ videosysteem Stereo AV-kabel AVC-DC400ST *1 Ook afzonderlijk verkrijgbaar. *2 Krachtige flitser HF-DC1 wordt ook ondersteund.
Accessoires Flitsereenheid Krachtige flitser HF-DC2*2 Behuizingen Waterdichte behuizing WP-DC46 Canon PictBridge-compatibele printers Gebruik van Canon-accessoires wordt aanbevolen. Dit product is ontworpen om een uitstekende prestatie neer te zetten wanneer het wordt gebruikt in combinatie met accessoires van het merk Canon.
Specificaties Effectieve pixels in de camera Circa 12,1 megapixels Focuslengte lens 20x zoomen: 4.5 (G)–90 (T) mm (equivalent aan 35 mm-film: 25 (G)–500 (T) mm) LCD-monitor 7,5 cm (3,0 inch) kleurtype TFT LCD Effectieve pixels: circa 461.000 pixels Bestandsformaten Design rule for Camera File system, compatibel met DPOF (versie 1.1) Gegevenstypen Foto’s: Exif 2.3 (JPEG) Films: MOV (H.
Specificaties Aantal 4:3-opnamen per geheugenkaart Resolutie (pixels) Compressieverhouding Aantal opnamen per geheugenkaart (bij benadering) 8 GB 32 GB (Groot) 1497 6044 12M/4000x3000 2505 10115 (Medium 1) 2855 11526 6M/2816x2112 (Medium 2) 4723 19064 7442 30040 2M/1600x1200 12927 52176 (Klein) 27291 110150 0.3M/640x480 40937 165225 • Deze waarden zijn gemeten volgens de normen van Canon en kunnen variëren naargelang het onderwerp, de geheugenkaart en de camera-instellingen.
Specificaties Flitsbereik Maximale groothoek (j) 50 cm–3,5 m Maximale telelens (i) 1,0–2,0 m Opnamebereik Opnamemodus Scherpstelbereik A — Andere modi Maximale groothoek (j) Maximale telelens (i) 5 cm–oneindig 1 m–oneindig 5 cm–oneindig 1 m–oneindig e* 5–50 cm f* 5 cm–oneindig — 1 m–oneindig * Niet beschikbaar in bepaalde opnamemodi. Snelheid continu-opnamen Opnamemodus G Modus Continue Opname Snelheid — Circa 10,3 beelden/sec. W Circa 2,4 beelden/sec. Circa 0,8 beelden/sec.
Specificaties Diafragma f/nummer f/3.5–f/8.0 (G), f/6.8–f/8.0 (T) Beschikbare waarden modus B * f/3.5, f/4.0, f/4.5, f/5.0, f/5.6, f/6.3, f/6.8, f/7.1, f/8.0 * Niet alle diafragmawaarden zijn in alle zoomposities beschikbaar. Batterij NB-6L Type Oplaadbare lithium-ionbatterij Nominale spanning 3,7 V gelijkstroom Nominaal vermogen 1.
1 Basishandelingen van de camera Basisbewerkingen en functies van de camera 41
Aan/Uit Opnamemodus Druk op de ON/OFF-knop om de camera in te schakelen en gereed te maken om op te nemen. Druk opnieuw op de ON/OFF-knop om de camera uit te schakelen. Afspeelmodus Druk op de knop 1 om de camera in te schakelen en uw foto’s te bekijken. Om de camera uit te schakelen drukt u opnieuw op de knop 1. • Om van de afspeelmodus naar de opnamemodus te gaan, drukt u op de knop 1. • Om van de afspeelmodus naar de opnamemodus te gaan, drukt u de ontspanknop half in (p. 43).
Ontspanknop Om te zorgen dat uw opnamen altijd zijn scherpgesteld, drukt u altijd eerst (licht) de ontspanknop half in. Zodra het onderwerp is scherpgesteld, drukt u de knop helemaal naar beneden om de opname te maken. In deze handleiding worden de handelingen van de ontspanknop beschreven, zoals de knop half of helemaal indrukken. Druk half in. (Licht indrukken om scherp te stellen.) Druk de ontspanknop half in.
Opnamemodi Gebruik het programmakeuzewiel om de gewenste opnamemodus te openen. P-, Tv-, Av-en M-modus Neem verschillende opnamen met behulp van uw voorkeursinstellingen (pp. 121, 145). Modus Directe effecten Pas de helderheid en kleuren van het beeld aan tijdens het maken van opnamen (p. 96). Auto-modus Volledig automatische opnamen, met door de camera bepaalde instellingen (pp. 23, 60). Modus Easy Handig opnamen maken door gewoon de ontspanknop in te drukken (p. 97).
Menu FUNC. Configureer veelgebruikte functies als volgt via het menu FUNC. Menu-items en -opties zijn afhankelijk van de opnamemodus (pp. 238–239) of afspeelmodus (p. 245). Open het Menu FUNC. Druk op de knop m. Selecteer een menu-item. Druk op de knoppen op of draai aan de Opties Menu-items knop 5 om een menu-item te selecteren en druk dan op de knop m of r.
n Configureer verschillende camerafuncties als volgt via overige menu’s. De menu-items zijn op tabbladen per doel gegroepeerd, zoals opnamen maken (4), afspelen (1), enzovoort. De beschikbare instellingen verschillen afhankelijk van de geselecteerde opname- of afspeelmodus (pp. 240–245). Open het menu. Druk op de knop n. Selecteer een tabblad. Beweeg de zoomknop of druk op de knoppen qr om een tabblad te selecteren. Selecteer een instelling.
Indicatorweergave De indicator op de achterkant van de camera (p. 5) brandt of knippert afhankelijk van de status van de camera. Kleur Groen Indicatorstatus Camerastatus Aan Aangesloten op een computer (p.
2 De GPS-functie gebruiken SX260 HS Basisbewerkingen en functies van de GPS-functie 49
De GPS-functie gebruiken De locatiegegevens van de camera (breedtegraad, lengtegraad en hoogte) op basis van de verkregen GPS-signalen, kunnen aan foto’s en films die u opneemt worden toegevoegd, of de informatie kan afzonderlijk in een logboek worden geregistreerd. Naast geotagging (toevoegen van gps-coördinaten) kan ook de cameraklok automatisch gelijk worden gezet.
De GPS-functie gebruiken Locaties met slechte GPS-dekking • De positiegegevens worden mogelijk niet geregistreerd, of er wordt onjuiste informatie geregistreerd als de ontvangst van het GPS-signaal slecht is, zoals op de volgende plaatsen.
De GPS-functie gebruiken Weergave ontvangststatus * (aan) GPS-signaal ontvangen. De locatie kan worden geregistreerd.* (knippert) Bezig met zoeken naar GPS-signaal.* (aan) Geen GPS-signaal. Logger-functie is [Aan] (p. 54). Tips wanneer wordt weergegeven • Wanneer binnenshuis of op andere locaties zonder dekking geen GPSsignaal kan worden ontvangen (p. 51), probeert u naar buiten te gaan waar u een onbelemmerd zicht op de lucht hebt. Houd de camera op de juiste manier (p.
De GPS-functie gebruiken Beelden voorzien van geotags tijdens het maken van opnamen U kunt tijdens het opnemen de locatiegegevens (breedtegraad, lengtegraad, hoogte en de opnamedatum en -tijd) voor naslagdoeleinden (p. 155). Met de bijgeleverde software kunt u de opnamelocatie van uw foto’s en films op een kaart bekijken (p. 2). Stel [GPS] in op [Aan]. Voer stap 1–2 op p. 51 uit om de instelling te configureren. Maak de opname. De foto’s en films die u maakt zijn nu voorzien van een geotag.
De GPS-functie gebruiken Logboek van de cameralocatiegegevens U kunt vastleggen waar de camera is gebruikt met behulp van de locatiegegevens die regelmatig worden ontvangen middels GPSsatellietsignalen. Dagelijkse locatiegegevens op basis van de ontvangen GPS-signalen worden, afzonderlijk van de beeldgegevens, in een logbestand opgeslagen. Het logbestand kan in de bijgeleverde software (p. 2) zodat u de met de camera afgelegde route op een kaart kunt volgen.
De GPS-functie gebruiken Sla de GPS-logbestanden op de geheugenkaart op. Wanneer u de camera uitschakelt, wordt er een bericht over de logger op het scherm weergegeven. De locatiegegevens en de datum en tijd worden op de geheugenkaart opgeslagen. Deze informatie blijft niet op de camera aanwezig. Als de camera is uitgeschakeld en u wilt de geheugenkaart verwijderen terwijl de logger wordt gebruikt, schakelt u de camera in en vervolgens weer uit voordat u de geheugenkaart uitneemt.
De GPS-functie gebruiken • Als u de batterij na stap 4 verwijdert, wordt de GPS-logger tijdelijk uitgeschakeld. Nadat u de batterij hebt vervangen, moet u de camera uitschakelen en opnieuw inschakelen om de loggerfunctie opnieuw in te schakelen. • De GPS-logbestanden kunnen niet worden opgeslagen als de in de camera aanwezige geheugenkaart tegen schrijven is beveiligd.
De GPS-functie gebruiken Aantal ontvangen logbestanden De GPS-logbestanden controleren. Kies een datum en druk op de knop m. De vastgelegde breedtegraad, lengtegraad, tijd en het aantal op die datum ontvangen logboekgegevens worden weergegeven. Breedte- Lengtegraad graad Tijd Datum en tijd automatisch bijwerken De datum en tijd voor de ingestelde tijdzones (pp. 17, 195) kunnen automatisch worden bijgewerkt wanneer de camera een GPS-signaal ontvangt. Stel [GPS] in op [Aan]. Voer stap 1–2 op p.
3 Smart Auto-modus Handige modus voor eenvoudige opnamen met een betere controle bij het maken van opnamen.
Foto’s Films Opnamen maken in Smart Auto-modus Laat de camera het onderwerp en de opnameomstandigheden bepalen, zodat de optimale instellingen voor specifieke composities volledig automatisch worden geselecteerd. Schakel de camera in. Druk op de ON/OFF-knop. Open de modus A. Stel het programmakeuzewiel in op A. Richt de camera op het onderwerp. Terwijl de camera de compositie bepaalt, maakt deze een licht klikkend geluid.
Opnamen maken in Smart Auto-modus Maak de opname. Foto’s maken Stel scherp. Druk de ontspanknop half in. De camera piept twee keer nadat is scherpgesteld en er worden AF-kaders weergegeven om aan te geven op welke beeldgebieden is scherpgesteld. Wanneer op meer dan één gebied is scherpgesteld, worden meerdere AF-kaders weergegeven. Als er weinig licht is, klapt de flitser automatisch omhoog. AF-kaders Maak de opname. Druk de ontspanknop helemaal naar beneden.
Opnamen maken in Smart Auto-modus Films opnemen Start met opnemen. Druk op de filmknop. U hoort één pieptoon Verstreken tijd zodra de camera met de filmopname begint en [REC] en de verstreken tijd op het scherm verschijnen. Zwarte balken aan de boven- en onderkant op het scherm geven aan welke gebieden niet worden opgenomen. Kaders rond gedetecteerde gezichten geven aan dat de camera daarop is scherpgesteld. Zodra de opname is begonnen, kunt u uw vinger van de filmknop wegnemen.
Opnamen maken in Smart Auto-modus Foto’s/films • Om het scherm in te schakelen wanneer de camera is ingeschakeld maar het scherm leeg is, drukt u op de knop l. • Om het camerageluid weer te herstellen als u dat per ongeluk hebt uitgeschakeld (doordat u de knop l ingedrukt hield bij het inschakelen van de camera), drukt u op de knop n en selecteert u [mute] op het tabblad 3. Druk dan op de knoppen qr en selecteer [Uit].
Opnamen maken in Smart Auto-modus Films Microfoon • Kom tijdens het opnemen van films niet met uw vingers aan de microfoon. Het blokkeren van de microfoon kan verhinderen dat het geluid wordt opgenomen of het opgenomen geluid klinkt daardoor gedempt. • Vermijd tijdens het opnemen van een film om andere camerabediening dan de filmknoppen aan te raken, omdat de geluiden van de camera ook worden opgenomen. • Om niet optimale kleuren, zoals die tijdens het opnemen van -films kunnen optreden (p.
Opnamen maken in Smart Auto-modus Compositiepictogrammen In de modus A geeft de camera automatisch een pictogram weer voor de vastgestelde compositie. Vervolgens worden automatisch de bijbehorende instellingen geselecteerd voor optimale scherpstelling, helderheid en kleur van het onderwerp. Afhankelijk van de compositie worden er mogelijk continu beelden vastgelegd (p. 66).
Opnamen maken in Smart Auto-modus • De achtergrondkleur van , , , en is donkerblauw en de achtergrondkleur van is oranje. • Tijdens filmopnames worden alleen de pictogrammen Personen, Overige onderwerpen en Dichtbij weergegeven. • Tijdens opnames met de zelfontspanner worden de pictogrammen Personen (In beweging), Glimlach, Slapen, Baby’s (Glimlach), Baby’s (Slapen), Kinderen, Overige onderwerpen (In beweging) niet weergegeven. • Wanneer de transportmodus is ingesteld op (p. 130) en wanneer [Hg lampcorr.
Opnamen maken in Smart Auto-modus • Als u alleen losse foto’s wilt maken, drukt u op de knop m, selecteert u in het menu en selecteert u vervolgens . Pictogrammen voor beeldstabilisatie Optimale beeldstabilisatie voor de opnameomstandigheden wordt automatisch toegepast (Intelligent IS). Daarnaast worden in de modus A de volgende pictogrammen weergegeven.
Opnamen maken in Smart Auto-modus Kaders op het scherm Zodra de camera onderwerpen waarop u de camera richt, waarneemt, worden verschillende kaders weergegeven. • Rond het onderwerp (of het gezicht) dat door de camera als hoofdonderwerp wordt vastgesteld, wordt een wit kader weergegeven en om andere gezichten die zijn herkend worden grijze kaders weergegeven. De kaders volgen bewegende onderwerpen binnen een bepaald bereik om de camera er steeds op scherpgesteld te houden.
Algemene, handige functies Foto’s Films Nader inzoomen op het onderwerp (Digitale Zoom) Als onderwerpen te ver weg zijn om met behulp van de optische zoom te vergroten, dan gebruikt u de digitale zoom om tot 80x te vergroten. Duw de zoomknop naar i. Houd de zoomknop vast totdat het zoomen stopt. Het inzoomen stopt wanneer de grootst mogelijke zoomfactor is bereikt (wanneer het beeld niet zichtbaar korrelig is). Wanneer u de zoomknop loslaat, wordt de zoomfactor op het scherm weergegeven.
Algemene, handige functies Foto’s Films De zelfontspanner gebruiken Met de zelfontspanner kunt u een groepsfoto maken waar u zelf ook op staat. De camera maakt de foto ongeveer 10 seconden nadat u de ontspanknop indrukt. Configureer de instelling. Druk op de knop p, kies ] (druk op de knoppen op of draai aan de knop 5) en druk vervolgens op de knop m. Als de instelling is voltooid, wordt ] weergegeven. Maak de opname.
Algemene, handige functies Camerabeweging vermijden met de zelfontspanner Met deze optie reageert de sluiter nadat u de ontspanknop indrukt met een vertraging van ongeveer twee seconden. Zou de camera dan bewegen terwijl u de ontspanknop indrukt, dan heeft dat geen invloed op uw opname. Configureer de instelling. Voer stap 1 op p. 70 uit en selecteer [. Als de instelling is voltooid, wordt [ weergegeven. Voer stap 2 op p. 70 uit om de opname te maken.
Algemene, handige functies • Wanneer u meerdere opnamen opgeeft, worden de beeldhelderheid en witbalans bij de eerste opname vastgesteld. Tussen de opnamen in is meer tijd nodig als de flitser afgaat of als u hebt opgegeven dat u veel opnamen wilt maken. De camera stopt automatisch met opnemen zodra de geheugenkaart vol raakt. • Als u een vertraging van meer dan twee seconden instelt, versnellen het geluid en het lampje van de zelfontspanner twee seconden voor de opname.
Algemene, handige functies Foto’s De opnamedatum en -tijd toevoegen De camera kan de opnamedatum en -tijd aan beelden toevoegen in de rechterbenedenhoek van het beeld. Ze kunnen echter niet worden verwijderd. Controleer dus vooraf of de datum en tijd correct zijn ingesteld (p. 17). Configureer de instelling. Druk op de knop n, kies [Datum stempel] op het tabblad 4 en kies de gewenste optie (p. 46). Als de instelling is voltooid, wordt [DATUM] weergegeven. Maak de opname.
Algemene, handige functies Foto’s Onderwerpen selecteren om op scherp te stellen (AF Tracking) Maak als volgt een opname nadat u het onderwerp hebt gekozen waarop moet worden scherpgesteld. Geef AF Tracking op. Druk op de knop o. wordt weergegeven in het midden van het scherm. Kies een onderwerp waarop u wilt scherpstellen. Richt de camera zo dat op het gewenste onderwerp staat en druk de ontspanknop half in.
Foto’s Gezichts-ID gebruiken Als u van tevoren een persoon had geregistreerd, zal de camera bij het maken van foto’s het gezicht van die persoon detecteren en de scherpstelling, helderheid en kleur voor die persoon instellen. In de A-modus kan de camera baby’s en kinderen detecteren op basis van geregistreerde verjaardagen en tijdens het maken van foto’s de instellingen voor deze baby’s en kinderen optimaliseren.
Gezichts-ID gebruiken Selecteer [Toev. aan regst.] en vervolgens [Nieuw gezicht toev.]. Gezichts-ID-gegevens registreren Richt de camera zodanig dat het gezicht van de persoon die u wilt registreren zich binnen het grijze kader midden op het scherm bevindt. Een wit kader over het gezicht van de persoon geeft aan dat het gezicht is herkend. Zorg dat er een wit kader rond het gezicht van de persoon wordt weergegeven en maak een foto.
Gezichts-ID gebruiken Het scherm [Profiel bew.] wordt weergegeven. Voer een naam in. Druk op de knop m. Druk op de knoppen opqr of draai aan de knop 5 om een teken te selecteren en druk vervolgens op de knop m om hem in te voeren. U kunt maximaal 10 tekens gebruiken. Selecteer of en druk op de knop m om de cursor te verplaatsen. Selecteer en druk op de knop m om het vorige teken te verwijderen. Druk op de knop n om terug te keren naar het profielbewerkingsscherm. Voer een verjaardag in.
Gezichts-ID gebruiken Gezichts-ID-gegevens doorlopend registreren Voor het registreren van maximaal 4 extra punten met gezichtsgegevens (uitdrukkingen of hoeken) herhaalt u stap 2–3. Geregistreerde gezichten worden sneller herkend als u diverse gezichtsgegevens toevoegt. Voeg naast een rechte invalshoek bijvoorbeeld een enigszins schuine hoek, een opname van een glimlach en binnenen buitenopnames toe. • De flitser gaat niet af wanneer u stap 2 volgt.
Gezichts-ID gebruiken • Geregistreerde personen worden mogelijk niet correct gedetecteerd als het vastgelegde beeld of de compositie aanzienlijk afwijkt van de geregistreerde gezichtsgegevens. • Als een geregistreerd gezicht niet wordt gedetecteerd, of niet snel wordt gedetecteerd, overschrijft u de geregistreerde gegevens met de nieuwe gezichtsgegevens. Door voorafgaand aan het maken van foto’s de gezichtsinfo te registreren, worden geregistreerde gezichten sneller gedetecteerd.
Gezichts-ID gebruiken De Naam of Verjaardag wijzigen Open het scherm [Profiel bew.]. Volg stap 1–3 op p. 79, selecteer [Profiel bew.] en druk op de knop m. Voer de wijzigingen in. Druk op de knoppen op of draai aan de knop 5 om een item te selecteren en volg stap 4–5 op p. 77 om de wijzigingen in te voeren. • Zelfs als u namen in [Profiel bew.] wijzigt, blijven de namen die in eerdere opnames werden vastgelegd ongewijzigd.
Gezichts-ID gebruiken Gezichtsgegevens overschrijven en toevoegen U kunt bestaande gezichtsgegevens met nieuwe overschrijven. Omdat gezichten van met name baby’s of kinderen snel veranderen naarmate ze opgroeien, moet u gezichtsgegevens regelmatig bijwerken. U kunt ook gezichtsgegevens toevoegen wanneer nog niet alle vijf gezichtsinfovelden zijn ingevuld. Open het scherm [Gezichtsinfo toevoegen]. Selecteer in het scherm van stap 1 p. 75, [Gezichtsinfo toevoegen] en druk op de knop m.
Gezichts-ID gebruiken Gezichts-ID-gegevens registreren Volg stap 2–3 op p. 76 om foto’s te maken en registreer vervolgens de nieuwe gezichtsgegevens. Geregistreerde gezichten worden sneller herkend als u diverse gezichtsgegevens toevoegt. Voeg naast een rechte invalshoek bijvoorbeeld een enigszins schuine hoek, een opname van een glimlach en binnenen buitenopnames toe. • U kunt geen gezichtsgegevens toevoegen als alle vijf gezichtsinfovelden zijn ingevuld.
Gezichts-ID gebruiken Selecteer de gezichtsinfo die u wilt wissen. Druk op de knop m, druk op de knoppen opqr of draai aan de knop 5 om de te wissen gezichtsinfo te selecteren en druk vervolgens op de knop m. Als [Wissen ?] verschijnt, drukt u op de knoppen qr of draait u aan de knop 5 om [OK] te selecteren en vervolgens drukt u op de knop m. De geselecteerde gezichtsinfo wordt gewist.
Functies voor de beeldaanpassing Foto’s De verhouding wijzigen Wijzig de verhouding (breedte-hoogteverhouding) als volgt: Configureer de instelling. Druk op de knop m, kies in het menu en kies de gewenste optie (p. 45). Zodra de instelling is voltooid, wordt de verhouding van het scherm gewijzigd. Als u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke instelling, herhaalt u deze procedure maar selecteert u .
Functies voor de beeldaanpassing Foto’s De beeldresolutie wijzigen (grootte) Kies als volgt uit 4 niveaus voor beeldresolutie. Zie “Specificaties” (p. 36) voor richtlijnen hoeveel opnamen bij elke resolutie-instelling op een geheugenkaart passen. Configureer de instelling. Druk op de knop m, kies in het menu en kies de gewenste optie (p. 45). De optie die u hebt ingesteld, wordt nu weergegeven. Als u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke instelling, herhaalt u deze procedure maar selecteert u .
Functies voor de beeldaanpassing Foto’s Rode-ogencorrectie Rode ogen op beelden die met de flitser zijn gemaakt, kunnen als volgt automatisch worden gecorrigeerd. Open het scherm [Flits Instellingen]. Druk op de knop n, kies [Flits Instellingen] op het tabblad 4 en druk op de knop m (p. 46). Configureer de instelling. Selecteer [Rode-Ogen] en selecteer vervolgens [Aan] (p. 46). Als de instelling is voltooid, wordt R weergegeven.
Functies voor de beeldaanpassing Foto’s Groenige beeldgebieden door kwiklampen corrigeren In opnamen van avondscènes met onderwerpen die door kwiklampen worden verlicht, kunnen de onderwerpen of de achtergond een groenige zweem vertonen. Deze groenige zweem kan automatisch worden gecorrigeerd door opnamen te maken met behulp van Witbalans voor meerdere gebieden. Configureer de instelling. Druk op de knop n, selecteer [Hg lampcorr.] op het tabblad 4 en selecteer vervolgens [Aan] (p. 46).
Functies voor de beeldaanpassing Films Beeldkwaliteit van films wijzigen Er zijn 3 instellingen voor beeldkwaliteit beschikbaar. Zie “Specificaties” (p. 36) voor richtlijnen voor de maximale filmlengte die bij elk beeldkwaliteitsniveau op een geheugenkaart past. Configureer de instelling. Druk op de knop m, kies in het menu en kies de gewenste optie (p. 45). De optie die u hebt ingesteld, wordt nu weergegeven.
Functies voor de beeldaanpassing Films Het windfilter gebruiken De vervorming van het geluid door opnemen bij harde wind kan worden beperkt. Als er geen wind is, kan het opgenomen geluid bij gebruik van deze optie echter onnatuurlijk gaan klinken. Configureer de instelling. Druk op de knop n, selecteer [Wind Filter] op het tabblad 4 en selecteer vervolgens [Aan] (p. 46). Als u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke instelling, herhaalt u deze procedure, maar selecteert u [Uit].
Handige opnamefuncties Foto’s Films Raster weergeven Als verticale en horizontale referentie tijdens het opnemen kunnen op het scherm rasterlijnen worden weergegeven. Configureer de instelling. Druk op de knop n, selecteer [Raster] op het tabblad 4 en selecteer [Aan] (p. 46). Zodra de instelling is voltooid, wordt het raster op het scherm weergegeven. Als u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke instelling, herhaalt u deze procedure, maar selecteert u [Uit].
Handige opnamefuncties Foto’s Het gebied waarop wordt scherpgesteld vergroten U kunt de scherpstelling controleren door de ontspanknop half in te drukken om het beeldgebied binnen het AF-kader te vergroten. Configureer de instelling. Druk op de knop n, selecteer [AF-Punt Zoom] op het tabblad 4 en selecteer vervolgens [Aan] (p. 46). Controleer de scherpstelling. Druk de ontspanknop half in. Het gezicht dat als hoofdonderwerp is gedetecteerd, wordt nu vergroot weergegeven.
Handige opnamefuncties Foto’s Controleren op gesloten ogen wordt weergegeven als de camera detecteert dat personen misschien hun ogen dicht hebben. Selecteer . Druk op de knop m, selecteer menu en selecteer vervolgens in het . Configureer de instelling. Druk op de knop n, selecteer vervolgens [Knipperdetectie] op het tabblad 4 en selecteer daarna [Aan] (p. 46). Maak de opname. Een kader voorzien van wordt weergegeven als de camera iemand detecteert die zijn/haar ogen dicht heeft.
Foto’s De camerabewerkingen aanpassen Pas de opnamefuncties als volgt aan op het tabblad 4 van het menu. Zie “n” (p. 46) voor instructies over menufuncties. Het AF-hulplicht uitschakelen U kunt de lamp, die normaal als u de ontspanknop half indrukt gaat branden als hulp bij het scherpstellen, uitschakelen in omstandigheden met weinig licht. Configureer de instelling. Druk op de knop n, kies [AF-hulplicht] op het tabblad 4 en kies [Uit] (p. 46).
De camerabewerkingen aanpassen De weergaveduur van het beeld na de opname wijzigen Wijzig als volgt hoe lang beelden worden weergeven na de opname. Configureer de instelling. Druk op de knop n, kies [Bekijken] op het tabblad 4 en kies de gewenste optie (p. 46). Als u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke instelling, herhaalt u deze procedure, maar selecteert u [2 sec.]. 2–10 sec. Beelden worden gedurende de opgegeven tijd weergegeven.
4 Andere opnamemodi Maak effectiever opnamen in verschillende composities en maak betere opnamen met unieke beeldeffecten of vastgelegd met speciale functies 95
Foto’s Films Helderheid/kleur aanpassen (Directe effecten) U kunt de beeldhelderheid en -kleuren eenvoudig op de volgende manier tijdens het opnemen aanpassen. Open de modus . Stel het programmakeuzewiel in op . Configureer de instelling. Druk op de knop m om het instellingenscherm te openen. Druk op de knoppen op om een instellingsoptie te selecteren en druk vervolgens op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om de waarde op het scherm aan te passen. Druk op de knop m. Maak de opname.
Foto’s Films Modus Easy Instructies op het scherm helpen u bij het maken van opnamen in de modus Easy. Alle bediening, behalve de zoomknop, filmknop (p. 62) en de op deze pagina genoemde knoppen, is uitgeschakeld om fouten te voorkomen. Zelfs beginners kunnen zelfverzekerd opnamen maken of beelden bekijken op de camera. Opnamen maken Stel het programmakeuzewiel in op 9. Volg stap 3–4 op p. 60 om opnamen te maken. (De camera speelt geen geluid af.) Druk op de knop r om de flitser uit te schakelen.
Foto’s Films Automatisch opnemen van clips (Filmsynopsis) U kunt een korte film van een dag maken door foto’s te maken. Voor iedere opname neemt de camera automatisch een filmclip uit de scène op. Van alle clips die op die dag zijn opgenomen, wordt één bestand gemaakt. Open de modus . Stel het programmakeuzewiel in op . Maak de opname. Druk de ontspanknop helemaal naar beneden om een foto te maken. Voordat u de opname maakt, neemt de camera automatisch een clip op van ongeveer 2–4 seconden.
Foto’s Films Specifieke scènes Kies een modus die past bij de opnamelocatie en de camera maakt automatisch de instellingen voor optimale foto’s. Selecteer de modus K. Stel het programmakeuzewiel in op K. Selecteer een opnamemodus. Druk op de knop m, kies I in het menu en selecteer vervolgens een opnamemodus (p. 45). Maak de opname. Foto’s Films I Portretopnamen maken (Portret) Mensen fotograferen met een verzachtend effect.
Specifieke scènes Foto’s Opnamen maken bij weinig licht (Weinig licht) Maak opnamen met minimale camerabeweging en onderwerpsvervaging, zelfs bij weinig licht. Foto’s Films S Onderwateropnamen maken (Onderwater) Foto’s met natuurlijke kleuren van onderwaterleven en -landschappen wanneer u gebruikmaakt van een optionele waterdichte behuizing (p. 204).
Specifieke scènes • In de modi en S kunnen opnamen er korrelig uitzien omdat de ISO-waarde (p. 124) is verhoogd op basis van de opnameomstandigheden. • De resolutie in de modus is (1984 x 1488) en kan niet worden gewijzigd. Foto’s Films De witbalans corrigeren De witbalans kan handmatig worden aangepast in de modus S (p. 100). Deze aanpassing kan hetzelfde effect geven als wanneer u een in de winkel verkrijgbaar kleurcompensatiefilter gebruikt. Selecteer S. Volg stap 1–2 op p. 99 en selecteer S.
Specifieke scènes Foto’s Huid er egaler uit laten zien (Egale huid) U kunt tijdens het fotograferen van personen een egalisatie-effect toepassen. Het effectniveau en de kleur ([Lichtere huidtint], [Donkerder huidtint]) kan als volgt worden geselecteerd. Selecteer . Volg stap 1–2 op p. 99 en selecteer . Open het instellingenscherm. Druk op de knop l. Configureer de instelling. Druk op de knoppen op om een item te kiezen.
Specifieke scènes Foto’s Automatisch opnemen na gezichtsdetectie (Smart Shutter) Automatisch opnemen na glimlachdetectie Als de camera een glimlach detecteert, wordt automatisch een opname gemaakt, zelfs wanneer u niet op de ontspanknop drukt. Selecteer . Volg stap 1–2 op p. 99 en kies . Druk daarna op de knop l. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om te selecteren. Druk vervolgens op de knop l. De camera gaat nu in stand-by voor opname en op het scherm verschijnt [Lachdetectie aan].
Specifieke scènes De knipoogdetectie gebruiken Richt de camera op een persoon en druk de ontspanknop helemaal naar beneden. De camera maakt de foto ongeveer twee seconden nadat een knipoog wordt gedetecteerd. Selecteer . Volg stap 1–2 op p. 99 en kies . Druk daarna op de knop l. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om te selecteren. Druk vervolgens op de knop l. Kies de compositie en druk de ontspanknop half in.
Specifieke scènes De gezicht-zelfontspanner gebruiken De camera maakt de foto ongeveer twee seconden nadat het gezicht van een andere persoon (zoals de fotograaf) het opnamegebied betreedt (p. 135). Dit is handig wanneer u zelf ook op een groepsfoto of een vergelijkbare foto wilt staan. Selecteer . Volg stap 1–2 op p. 99 en kies . Druk daarna op de knop l. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om te selecteren. Druk vervolgens op de knop l. Kies de compositie en druk de ontspanknop half in.
Specifieke scènes Ga bij de anderen staan in het opnamegebied en kijk naar de camera. Nadat de camera een nieuw gezicht detecteert, knippert het lampje en het geluid van de zelfontspanner versnelt. (Wanneer de flitser afgaat, blijft de lamp branden.) Ongeveer twee seconden later maakt de camera een foto. Als u het maken van opnamen met de zelfontspanner wilt annuleren nadat u deze hebt ingesteld, drukt u op de knop n.
Specifieke scènes • Focus, beeldhelderheid en kleur worden bij de eerste opname vastgesteld. • Het scherm is leeg terwijl u opnamen maakt. • Na het maken van continu-opnamen kan een vertraging optreden voordat u opnieuw opnamen kunt maken. Daarnaast kan er, afhankelijk van de geheugenkaart, een vertraging optreden voordat u opnieuw opnamen kunt maken. U kunt het beste Speed Class 6-geheugenkaarten of hoger gebruiken.
Specifieke scènes Foto’s Opnamen maken met Stitch Hulp Maak een opname van een groot onderwerp door verschillende opnamen te maken vanuit verschillende posities en gebruik daarna de meegeleverde software om de opnamen te combineren tot een panoramafoto. Selecteer x of v. Volg stap 1–2 op p. 99 en kies x of v. Maak de eerste opname. De eerste opname bepaalt de belichting en de witbalans. Maak extra foto’s.
Beeldeffecten (Creatieve filters) Diverse effecten toevoegen aan uw opnamen. Open de modus . Stel het programmakeuzewiel in op . Selecteer een opnamemodus. Druk op de knop m, kies in het menu selecteer vervolgens een opnamemodus (p. 45). Maak de opname. • In de modi , , , , en moet u eerst een aantal testopnamen maken om zeker te zijn dat u het gewenste resultaat zult verkrijgen. Foto’s Films Opnamen maken in levendige kleuren (Extra levendig) Opnamen met rijke, levendige kleuren.
Beeldeffecten (Creatieve filters) Foto’s Opnamen maken met het effect van een visooglens (Fisheye-effect) Opnamen maken met het vervormende effect van een visooglens. Selecteer . Volg stap 1–2 op p. 109 en selecteer . Kies een effectniveau. Druk op de knop l, kies een effectniveau (druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5) en druk nogmaals op de knop l. U ziet een voorbeeld van uw foto waarop het effect is toegepast. Maak de opname.
Beeldeffecten (Creatieve filters) Kies het gebied waarop u wilt scherpstellen. Druk op de knop l. Beweeg de zoomknop om de afmeting van het kader te wijzigen en druk op de knoppen op om het kader te verplaatsen. Selecteer voor films de afspeelsnelheid van de film. Druk op de knop n en kies de snelheid door op de knoppen qr te drukken of door aan de knop 5 te draaien. Ga terug naar het opnamescherm en maak de opname. Druk op de knop n om terug te keren naar het opnamescherm en maak de opname.
Beeldeffecten (Creatieve filters) Foto’s Opnamen maken met een speels effect (Speels effect) Met dit effect lijkt het alsof het beeld is gemaakt met een speelgoedcamera doordat vignetvorming optreedt (donkerder, vage hoeken) en de algehele kleur wordt aangepast. Selecteer . Volg stap 1–2 op p. 109 en selecteer . Selecteer een kleurtoon. Druk op de knop l, kies een kleurtoon (druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5) en druk nogmaals op de knop l.
Beeldeffecten (Creatieve filters) Kies een effectniveau. Druk op de knop l, kies een effectniveau (druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5) en druk nogmaals op de knop l. U ziet een voorbeeld van uw foto waarop het effect is toegepast. Maak de opname. Foto’s Films Opnamen maken in monochroom Opnamen maken in zwart-wit, sepia of blauw en wit. Selecteer . Volg stap 1–2 op p. 109 en selecteer . Selecteer een kleurtoon.
Beeldeffecten (Creatieve filters) Foto’s Films Opnamen maken met Kleur Accent Kies één kleur die u wilt behouden en wijzig de andere kleuren in zwart-wit. Selecteer T. Volg stap 1–2 op p. 109 en selecteer T. Open het instellingenscherm. Druk op de knop l. Het oorspronkelijke beeld en het beeld waarop Kleur Accent is toegepast, worden na elkaar weergegeven. Standaard is groen de kleur die behouden blijft. Geef de kleur op.
Beeldeffecten (Creatieve filters) Foto’s Films Opnamen maken met Kleur Wissel U kunt de ene beeldkleur vervangen door een andere voordat u een opname maakt. U kunt slechts één kleur vervangen. Selecteer Y. Volg stap 1–2 op p. 109 en selecteer Y. Open het instellingenscherm. Druk op de knop l. Het oorspronkelijke beeld en het beeld waarop Kleur Wissel is toegepast, worden na elkaar weergegeven. Groen wordt standaard vervangen door grijs. Geef de kleur op die u wilt vervangen.
Modus Discreet Kies een grote negatieve waarde als u alleen de opgegeven kleur wilt vervangen. Kies een grote positieve waarde als u ook kleuren wilt vervangen die gelijk zijn aan de opgegeven kleur. Druk op de knop l om terug te keren naar het opnamescherm. • Als u in deze modus de flitser gebruikt, kan dat onverwachte resultaten opleveren. • In sommige opnamemodi kunnen beelden korrelig lijken en kleuren kunnen anders zijn dan verwacht.
Films Verschillende films opnemen Films opnemen in de modus E Open de modus E. Stel het programmakeuzewiel in op E. Configureer de instellingen zo dat ze passen bij de film (pp. 236–243). Maak de opname. Druk op de filmknop. Druk nogmaals op de filmknop om de filmopname te stoppen. Belichting vergrendelen of wijzigen voordat u een opname maakt Voordat u een opname maakt, kunt u de belichting vergrendelen of wijzigen met stappen van 1/3 in een bereik van –2 tot +2. Vergrendel de belichting.
Verschillende films opnemen Super slow-motion films opnemen U kunt een opname maken van snel bewegende objecten om deze af te spelen in slow motion. Het geluid wordt niet opgenomen. Selecteer . Volg stap 1–2 op p. 117 en selecteer . Selecteer het aantal beelden. Druk op de knop m en kies in het menu. Kies het gewenste aantal beelden (p. 45). De optie die u hebt ingesteld, wordt nu weergegeven. Maak de opname. Druk op de filmknop. Een balk met de verstreken tijd wordt weergegeven.
Verschillende films opnemen iFrame-films opnemen Maak filmopnamen die kunnen worden bewerkt met software of apparatuur die compatibel is met iFrame. Via de meegeleverde software kunt u snel iFrame-films bewerken, opslaan en beheren. Selecteer . Volg stap 1–2 op p. 117, kies en maak een opname. Zwarte balken aan de boven- en onderkant op het scherm geven aan welke gebieden niet worden opgenomen. Maak de opname. • De resolutie is (p. 88) en kan niet worden gewijzigd.
5 Modus G Meer veeleisende foto’s in de opnamestijl van uw voorkeur • In dit hoofdstuk wordt verondersteld dat het programmakeuzewiel is ingesteld op. • G: Programma automatische belichting; Automatische belichting: Automatische belichting • Voordat u een in dit hoofdstuk beschreven functie gebruikt in een andere modus dan G, moet u controleren of de functie in die modus beschikbaar is (pp. 236–240).
Foto’s Films Opnamen maken in de modus Programma automatische belichting (modus G) U kunt vele functie-instellingen aanpassen aan uw favoriete opnamestijl. Selecteer de modus G. Stel het programmakeuzewiel in op G. Pas de instellingen naar wens aan (pp. 122–144) en maak een opname. • Als er geen correcte belichting kan worden verkregen wanneer u de ontspanknop half indrukt, worden de sluitertijd en de diafragmawaarden in oranje weergegeven.
Belichting (Belichtingscompensatie) Belichting vergrendelen (AE lock) Voordat u een opname maakt, kunt u de belichting vergrendelen, of u kunt de focus en belichting afzonderlijk instellen. Vergrendel de belichting. Richt de camera met vergrendelde belichting op het onderwerp waarvan u een opname wilt maken. Houd de ontspanknop half ingedrukt en druk op de knop o. wordt weergegeven en de belichting wordt vergrendeld. Om AE te ontgrendelen laat u de ontspanknop los en drukt u opnieuw op de knop o.
Belichting (Belichtingscompensatie) Deelmeting Voor standaardomstandigheden, inclusief onderwerpen die van achteren worden belicht. De belichting wordt automatisch aangepast aan de opnameomstandigheden. Bepaalt de gemiddelde helderheid van het gehele beeldgebied. Gem. centrum Dit wordt berekend door de helderheid in het centrumgebied als meeting het belangrijkste te behandelen. Spot Meting wordt beperkt tot het (spotmetingpuntkader) dat wordt weergegeven in het midden van het scherm.
Belichting (Belichtingscompensatie) De helderheid corrigeren (i-Contrast) Voordat u een opname maakt, kunnen extreem heldere of donkere gebieden (zoals gezichten of achtergronden) worden getedecteerd en automatisch worden aangepast aan de optimale helderheid. Als het gehele beeld niet genoeg contrast heeft, kan dat ook automatisch worden gecorrigeerd, zodat onderwerpen beter opvallen. Druk op de knop n, selecteer [i-Contrast] op het tabblad 4 en kies [Auto] (p. 46).
Kleur- en continu-opnamen maken Foto’s Films De witbalans aanpassen Door de witbalans (WB) aan te passen kunt u beeldkleuren natuurlijker laten lijken voor de compositie waarvan u een opname maakt. Druk op de knop m, kies in het menu en kies de gewenste optie (p. 45). De optie die u hebt ingesteld, wordt nu weergegeven. Auto S 126 Hiermee wordt de optimale witbalans automatisch ingesteld voor de opnameomstandigheden. Dag Licht Voor opnamen buitenshuis bij mooi weer.
Kleur- en continu-opnamen maken Aangepaste witbalans Pas de witbalans aan de lichtbron aan terwijl u opnamen maakt voor beeldkleuren die natuurlijk lijken in het licht van uw opname. Stel de witbalans in onder dezelfde lichtbron die uw opname zal verlichten. Voer de stappen in “De witbalans aanpassen” (p. 126) uit om te selecteren. Richt de camera op een effen wit onderwerp, zodat het hele scherm wit is. Druk op de knop l. De schermtint verandert nadat de witbalansgegevens zijn vastgelegd.
Kleur- en continu-opnamen maken Foto’s Films De kleurtoon van een beeld wijzigen (My Colors) U kunt naar wens de kleurtonen van het beeld wijzigen, zoals beelden converteren naar sepia of zwart-wit. Druk op de knop m, kies in het menu en kies de gewenste optie (p. 45). De optie die u hebt ingesteld, wordt nu weergegeven. My Colors uit 128 — Levendig De nadruk komt te liggen op contrast en kleurverzadiging, voor scherpere beelden.
Kleur- en continu-opnamen maken • U kunt de witbalans (p. 126) niet instellen in de modi en . • Met de modi en kunnen ook andere kleuren dan huidtinten worden gewijzigd. Deze instellingen geven mogelijk niet het verwachte resultaat met sommige huidtinten. Custom Kleur Kies het gewenste niveau voor beeldcontrast, scherpte, kleurverzadiging en rode, groene, blauwe en huidkleurige tinten uit een bereik van 1–5. Open het instellingenscherm.
Kleur- en continu-opnamen maken Foto’s Continu-opnamen maken Houdt de ontspanknop volledig ingedrukt om continu-opnamen te maken. Configureer de instelling. Druk op de knop m, kies in het menu en kies de gewenste optie (p. 45). De optie die u hebt ingesteld, wordt nu weergegeven. Maak de opname. Houdt de ontspanknop volledig ingedrukt om continu-opnamen te maken. Modus W Continu Beschrijving Continu-opnamen maken, met de focus en belichting vastgesteld wanneer u de ontspanknop half indrukt.
Opnamebereik en scherpstellen Foto’s Films Close-ups maken (macro) Stel de camera in op e om de scherpte te beperken tot onderwerpen die zich dichtbij bevinden. Zie “Specificaties” (p. 36) voor meer informatie over het scherpstelbereik. Druk op de knop q, kies e (druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5) en druk op de knop m. Als de instelling is voltooid, wordt e weergegeven. • Als u flitst, kan vignetvorming optreden.
Opnamebereik en scherpstellen Geef de algemene focuspositie op. Draai aan de knop 5 om de algemene focuspositie op te geven, verwijzend naar de MF-indicatorbalk op het scherm (die de afstand en de focuspositie laat zien) en het vergrote beeldgebied. MF-indicator Pas de focus verder aan. Druk de ontspanknop half in om de camera de focuspositie verder te laten afstellen (Veiligheids MF). • De modus of de grootte van het AF-kader kan niet worden gewijzigd tijdens handmatig scherpstellen (p. 133).
Opnamebereik en scherpstellen Foto’s Films Digitale Tele-converter De brandpuntafstand van de lens kan worden vergroot met ongeveer 1,5x of 2,0x. Dit kan camerabeweging verminderen doordat de sluitertijd hoger is dan wannneer u zou zoomen (inclusief het gebruik van digitale zoom) in dezelfde zoomfactor. Druk op de knop n, kies [Digitale Zoom] op het tabblad 4 en kies de gewenste optie (p. 46). Het beeld wordt vergroot en de zoomfactor verschijnt op het scherm.
Opnamebereik en scherpstellen Foto’s Films Centrum Eén AF-kader wordt in het midden weergegeven. Effectief voor betrouwbaar scherpstellen. • Een geel AF-kader wordt weergegeven met als de camera niet kan scherpstellen wanneer u de ontspanknop half indrukt. AF-puntzoom (p. 91) is niet mogelijk. • Om de afmeting van het AF-kader te verkleinen, drukt u op de knop n en stelt u [AF kader afm.] op het tabblad 4 in op [Klein] (p. 46).
Opnamebereik en scherpstellen Foto’s Films Gezicht detecteren • Hiermee kan de camera gezichten detecteren en erop scherpstellen, en de belichting (alleen deelmeting) en witbalans (alleen ) instellen. • Nadat u de camera op het onderwerp hebt gericht, wordt een wit kader weergegeven rondom het gezicht, dat door de camera als hoofdonderwerp wordt vastgesteld. Maximaal twee grijze kaders worden weergegeven rond andere gedetecteerde gezichten.
Opnamebereik en scherpstellen Foto’s Onderwerpen selecteren om op scherp te stellen (AF Tracking) Maak als volgt een opname nadat u het onderwerp hebt gekozen waarop moet worden scherpgesteld. Selecteer [AF Tracking]. Voer de stappen in “De modus AF Frame wijzigen” (p. 133) uit om [AF Tracking] te selecteren. wordt weergegeven in het midden van het scherm. Kies een onderwerp waarop u wilt scherpstellen. Richt de camera zo dat op het gewenste onderwerp valt en druk op de knop q.
Opnamebereik en scherpstellen • [Servo AF] (zie hieronder) is ingesteld op [Aan] en kan niet worden gewijzigd. • Mogelijk kan de camera het onderwerp niet volgen als dit te klein is, te snel beweegt of als het contrast tussen het onderwerp en de achtergrond te klein is. • [AF-Punt Zoom] op het tabblad 4 is niet beschikbaar. • e is niet beschikbaar. • De camera detecteert een onderwerp, zelfs wanneer u de ontspanknop half ingedrukt houdt zonder op de knop q te drukken.
Opnamebereik en scherpstellen • In sommige opnameomstandigheden kan de camera mogelijk niet scherpstellen. • In omstandigheden met weinig licht worden de AF-kaders mogelijk niet geactiveerd (en worden mogelijk niet blauw) wanneer u de ontspanknop half indrukt. In dat geval worden de focus en belichting ingesteld overeenkomstig de opgegeven modus voor AF Frame. • Als er geen passende belichting kan worden gemaakt, worden de sluitertijden en de diafragmawaarden in oranje weergegeven.
Opnamebereik en scherpstellen Foto’s Films Opnamen maken met AF lock U kunt de focus vergrendelen. Als de focus is vergrendeld, wordt de focuspositie niet gewijzigd, zelfs niet als u de ontspanknop loslaat. Vergrendel de focus. Houd de ontspanknop half ingedrukt en druk op de knop q. De scherpstelling is nu vergrendeld en f en de MF-indicator verschijnen op het scherm.
Foto’s Flitser De flitser activeren U kunt de flitser zo instellen dat deze altijd flitst als u een opname maakt. Zie “Flitsbereik” (zie “Specificaties” (p. 36)) voor meer informatie over het flitsbereik. Configureer de instelling. Druk op de knop r, kies h (druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5) en druk op de knop m. Als de flitser is ingeklapt, wordt deze automatisch weer uitgeklapt. Als de instelling is voltooid, wordt h weergegeven.
Flitser De flitsbelichtingscompensatie aanpassen Net als bij de normale belichtingscompensatie (p. 122) kunt u de flitsbelichting aanpassen met stappen van 1/3 in een bereik van –2 tot +2. Druk op de knop m, kies X in het menu en pas de instelling aan door op de knoppen op te drukken of aan de knop 5 te draaien (p. 45). Als de instelling is voltooid, wordt X weergegeven.
Flitser Opnamen maken met FE-lock Net als met de AE lock (p. 123) kunt u de belichting vergrendelen voor het maken van opnamen met de flitser. Stel de flitser in op h (p. 140). Vergrendel de flitsbelichting. Richt de camera met vergrendelde belichting op het onderwerp waarvan u een opname wilt maken. Houd de ontspanknop half ingedrukt en druk op de knop o. De flitser gaat af en wanneer wordt weergegeven, blijf het flitsuitvoerniveau behouden.
Overige instellingen Foto’s Films Instellingen van de IS-modus wijzigen Open het instellingenscherm. Druk op de knop n, selecteer [IS-instellingen] op het tabblad 4 en druk vervolgens op de knop m (p. 46). Configureer de instelling. Kies [IS modus] en kies vervolgens de gewenste optie (p. 46). Continu Optimale beeldstabilisatie voor de opnameomstandigheden wordt automatisch toegepast (Intelligent IS) (p. 67). Opname* Beeldstabilisatie is alleen actief op het moment van de opname.
Overige instellingen Films Powered IS uitschakelen Powered IS vermindert subtiele camerabewegingen die kunnen optreden wanneer films worden opgenomen met een telelens. Het is echter mogelijk dat deze optie niet het verwachte resultaat geeft bij flinke camerabewegingen die kunnen optreden wanneer u lopend opneemt of de camera beweegt om een bewegend onderwerp te volgen. In dit geval stelt u Powered IS in op [Uit]. Voer de stappen in “Instellingen van de IS-modus wijzigen” (p.
6 Tv-, Av- en M-modus Maak slimmer geraffineerde opnamen • In dit hoofdstuk wordt verondersteld dat de camera is ingesteld op de betreffende modus.
Foto’s Specifieke sluitertijden (Tv-modus) Stel de gewenste sluitertijd in voordat u met het opnemen begint. Op de camera wordt de diafragmawaarde automatisch aangepast aan de ingestelde sluitertijd. Zie “Specificaties” (p. 36) voor informatie over de beschikbare sluitertijden. Open de modus M. Stel het programmakeuzewiel in op M. Stel de sluitertijd in. Draai aan de knop 5 om de sluitertijd in te stellen.
Foto’s Specifieke diafragmawaarden (Av-modus) Stel de gewenste diafragmawaarde in voordat u met het opnemen begint. Op de camera wordt de sluitertijd automatisch aangepast aan de ingestelde diafragmawaarde. Zie “Specificaties” (p. 36) voor informatie over de beschikbare diafragmawaarden. Open de modus B. Stel het programmakeuzewiel in op B. Stel de diafragmawaarde in. Draai aan de knop 5 om de diafragmawaarde in te stellen.
Foto’s Specifieke sluitertijden en diafragmawaarden (M-modus) Voer de volgende stappen uit voor het instellen van de sluitertijd en diafragmawaarde van uw voorkeur voordat u opnamen maakt, zodat u de gewenste belichting krijgt. Zie “Specificaties” (p. 36) voor informatie over beschikbare sluitertijden en diafragmawaarden. Open de modus D. Stel het programmakeuzewiel in op D. Configureer de instelling.
Specifieke sluitertijden en diafragmawaarden (M-modus) • D: Handmatig • De standaardbelichting wordt berekend op basis van de opgegeven lichtmeetmethode (p. 123). De flitsuitvoer aanpassen Maak een keuze uit de drie niveaus voor flitsuitvoer in de modus D. Open de modus D. Stel het programmakeuzewiel in op D. Configureer de instelling. Druk op de knop m, kies X in het menu en pas de instelling aan door op de knoppen op te drukken of aan de knop 5 te draaien (p. 45).
7 Afspeelmodus Veel plezier bij het bekijken van uw opnamen. U kunt ze op tal van manieren doorbladeren en bewerken. • Druk op de knop 1 om de afspeelmodus te openen en de camera op deze handelingen voor te bereiden. • Beelden die zijn bewerkt op een computer, beelden waarvan de bestandsnaam is gewijzigd en beelden die met een andere camera zijn gemaakt, kunnen mogelijk niet worden afgespeeld of bewerkt.
Foto’s Films Bekijken Na het maken van foto’s of het opnemen van films kunt u deze, zoals hieronder is beschreven, op het scherm bekijken. Open de afspeelmodus. Druk op de knop 1. Uw laatste opname wordt weergegeven. Blader door uw beelden. Als u het vorige beeld wilt bekijken, drukt u op de knop q of draait u de knop 5 naar links. Als u het volgende beeld wilt bekijken, drukt u op de knop q of draait u de knop 5 naar links.
Bekijken Films afspelen Druk op de knop m, selecteer (druk op de knoppen op of draai aan de knop 5) en druk vervolgens nogmaals op de knop m om het afspelen te starten. Pas het volume aan. Druk op de knoppen op om het volume aan te passen. Onderbreek het afspelen. Druk op de knop m als u het afspelen wilt onderbreken. Het filmbedieningspaneel wordt weergegeven. Als u het afspelen wilt hervatten, drukt u op de knoppen qr of draait u aan de knop 5 om te selecteren. Vervolgens drukt u op de knop m.
Bekijken Foto’s Middels Gezichts-ID geselecteerde personen controleren Als u de camera op de korte informatieweergave instelt (zie hieronder), worden de namen van maximaal vijf middels Gezichts-ID gedetecteerde personen (p. 75) weergegeven. Schakel over op korte informatieweergave en controleer. Druk herhaaldelijk op de knop l totdat de korte informatieweergave wordt geactiveerd. Druk vervolgens op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om een beeld te selecteren.
Bekijken • U kunt ook schakelen tussen weergavemodi door direct nadat u de opname hebt gemaakt op de knop l te drukken terwijl de opname wordt weergegeven. De korte informatieweergave is echter niet beschikbaar. Als u de oorspronkelijke weergavemodus wilt wijzigen, drukt u op de knop n en selecteert u [Terugkijken] op het tabblad 4 (p. 94).
Bekijken Foto’s De focus controleren Als u de focus van uw opnamen wilt controleren, kunt u het gebied van het beeld vergroten dat zich tijdens het maken van de opname binnen het AF-kader bevindt. Open Focus check. Druk op de knop l (p. 154). Er verschijnt een wit kader waar het AF-kader zich bevond toen de focus werd ingesteld. In de afspeelmodus worden grijze kaders weergegeven over gezichten die later zijn gedetecteerd. Het gedeelte van het beeld binnen het oranje kader wordt vergroot.
Door beelden bladeren en beelden filteren Foto’s Films Bladeren door beelden in een index U kunt snel de beelden vinden die u zoekt door meerdere beelden in een index weer te geven. Geef beelden weer in een index. Verschuif de zoomknop naar g als u beelden in een index wilt weergeven. Als u de zoomknop nogmaals verschuift, worden meer beelden weergegeven. Verschuif de zoomknop naar k om minder beelden weer te geven. Het aantal beelden neemt elke keer af wanneer u de zoomknop verschuift.
Door beelden bladeren en beelden filteren Selecteer een zoekvoorwaarde. Druk op de knop m, kies in het menu en selecteer een voorwaarde (p. 45). Bekijk de beeldzoekresultaten. Druk op de knoppen opqr of draai aan de knop m om het type beelden te selecteren dat u wilt bekijken. (Behalve wanneer u beelden zoekt op .) Beelden die voldoen aan de zoekvoorwaarden worden in een geel kader getoond. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om de beeldzoekresultaten weer te geven.
Door beelden bladeren en beelden filteren Films Films weergeven die zijn gemaakt met filmsynopsis Films die zijn gemaakt in de modus worden bekeken. (p. 98) kunnen op datum Selecteer een film. Druk op de knop m, selecteer in het menu en selecteer de datum (p. 45). Speel de film af. Druk op de knop m als u het afspelen wilt starten. Foto’s Afzonderlijke beelden in een groep weergeven Gegroepeerde beelden die in de modus zijn gemaakt (p.
Gezichts-ID-gegevens bewerken Geef de afzonderlijke beelden in de groep weer. Als u op de knoppen qr drukt of aan de knop 5 draait, worden alleen de beelden in de groep weergegeven. Druk op de knop m, selecteer in het menu en druk nogmaals op de knop m om te stoppen met afspelen in een groep (p. 45). • Bij groep afspelen (stap 3) kunt u de functies van het functiemenu gebruiken door op de knop m te drukken. U kunt ook snel door beelden bladeren (p. 157) en ze vergroten (p. 162).
Gezichts-ID-gegevens bewerken Selecteer een beeld. Volg de procedure op p. 25, selecteer een beeld en druk op de knop m. Er wordt een oranje kader rond het geselecteerde gezicht weergegeven. Wanneer er meerdere namen in een beeld worden weergegeven, drukt u op de knoppen qr of draait u aan de knop 5 om de te wijzigen naam te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. Selecteer [Overschrijven]. Druk op de knoppen opqr of draai aan de knop 5 en selecteer [Overschrijven]. Druk vervolgens op de knop m.
Opties voor het weergeven van foto’s Foto’s Beelden vergroten Vergroot een beeld. Verschuif de zoomknop naar k als u wilt inzoomen op het beeld en het beeld wilt vergroten. Als u de zoomknop vasthoudt, wordt er verder ingezoomd tot een factor van 10x. Verschuif de zoomknop naar g om uit te zoomen. Als u de zoomknop vasthoudt, keert u terug naar de enkelvoudige weergave. Verschuif de weergavelocatie en schakel indien nodig tussen beelden.
Opties voor het weergeven van foto’s • De spaarstandfuncties van de camera (p. 42) werken niet tijdens diavoorstellingen. • Druk op de knop m als u het afspelen van diavoorstellingen wilt onderbreken of hervatten. • Tijdens het afspelen kunt u schakelen naar andere beelden als u op de knoppen qr drukt of aan de knop 5 draait. Houd voor vooruitspoelen of achteruitspoelen de knoppen qr ingedrukt. • In de modus voor beeld zoeken (p.
Opties voor het weergeven van foto’s Foto’s Vergelijkbare beelden automatisch afspelen (Smart Shuffle) Op basis van het huidige beeld staan op de camera vier vergelijkbare beelden die u wellicht ook wilt bekijken. Nadat u een van deze beelden hebt geselecteerd, worden op de camera opnieuw vier beelden weergegeven, zodat u beelden in een onverwachte volgorde kunt afspelen. Probeer deze functie eens als u veel opnamen hebt gemaakt, in verschillende omgevingen. Selecteer Smart Shuffle.
Foto’s Films Beelden beveiligen Beveilig belangrijke beelden, zodat ze niet per ongeluk door de camera kunnen worden gewist (p. 169). Druk op de knop m en selecteer : in het menu (p. 45). [Beveiligd] wordt weergegeven. Herhaal deze procedure als u de beveiliging wilt annuleren en selecteer : nogmaals. Druk vervolgens op de knop m. • Als u de geheugenkaart formatteert (pp. 191, 192), worden beveiligde beelden ook gewist. • Beveiligde beelden kunnen niet worden gewist door de camera.
Beelden beveiligen • Beveiligde beelden kunnen niet worden gewist door de camera. U moet eerst de beveiligingsinstellingen opheffen voordat u ze kunt wissen. Afzonderlijke beelden selecteren Kies [Selectie]. Volg stap 2 op p. 165 om [Selectie] te selecteren en druk op de knop m. Selecteer een beeld. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om een beeld te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. wordt weergegeven. Als u de beveiliging wilt opheffen, drukt u nogmaals op de knop m. verdwijnt.
Beelden beveiligen Een reeks selecteren Selecteer [Select. reeks]. Volg stap 2 op p. 165 om [Select. reeks] te selecteren en druk op de knop m. Selecteer het eerste beeld. Druk op de knop m. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 en selecteer het beeld. Druk vervolgens op de knop m. Selecteer het laatste beeld. Druk op de knop r, selecteer [Laatste beeld] en druk op de knop m. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 en selecteer het beeld. Druk vervolgens op de knop m.
Beelden beveiligen Beveilig de beelden. Druk op de knop p, selecteer [Beveilig] en druk op de knop m. • U kunt ook het eerste of het laatste beeld selecteren door aan de knop 5 te draaien terwijl het bovenste scherm in stap 2 en 3 wordt weergegeven. Alle beelden in één keer opgeven Selecteer [Sel. alle beelden]. Volg stap 2 op p. 165, selecteer [Sel. alle beelden] en druk op de knop m. Beveilig de beelden. Druk op de knoppen op of draai aan de knop 5 om [Beveilig] te selecteren.
Foto’s Films Beelden wissen U kunt beelden die u niet meer nodig hebt één voor één selecteren en wissen. Wees voorzichtig bij het wissen van beelden, want ze kunnen niet worden hersteld. Selecteer het beeld dat u wilt wissen. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om een beeld te selecteren. Wis het beeld. Druk op de knop p. Als [Wissen ?] verschijnt, drukt u op de knoppen qr of draait u aan de knop 5 om [Wissen] te selecteren en vervolgens drukt u op de knop m.
Beelden wissen Afzonderlijke beelden selecteren Kies [Selectie]. Volg stap 2 op p. 169 om [Selectie] te selecteren en druk op de knop m. Selecteer een beeld. Als u stap 2 op p. 166 uitvoert om een beeld te selecteren, verschijnt op het scherm. Als u het wissen wilt annuleren, drukt u nogmaals op de knop m. verdwijnt. Herhaal deze procedure om andere beelden op te geven. Wis het beeld. Druk op de knop n. Er verschijnt een bevestigingsbericht op het scherm.
Beelden roteren Alle beelden in één keer opgeven Selecteer [Sel. alle beelden]. Volg stap 2 op p. 169, selecteer [Sel. alle beelden] en druk op de knop m. Wis de beelden. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om [OK] te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. Foto’s Films Beelden roteren Wijzig de stand van beelden en sla ze als volgt op. Selecteer \. Druk op de knop m en selecteer \ in het menu (p. 45). Draai het beeld. Druk op de knop q of r, afhankelijk van de gewenste richting.
Beelden roteren Via het menu Selecteer [Roteren]. Druk op de knop n en selecteer [Roteren] op het tabblad 1 (p. 46). Draai het beeld. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om een beeld te selecteren. Het beeld wordt telkens als u op de knop m drukt 90° geroteerd. Druk op n om terug te keren naar het menuscherm. • Films met een beeldkwaliteit van of kunnen niet worden geroteerd. • Rotatie is niet mogelijk als [Autom. draaien] is ingesteld op [Uit] (zie hieronder).
Beeldcategorieën • Beelden kunnen niet worden geroteerd (p. 171) als u [Autom. draaien] instelt op [Uit]. Daarnaast worden reeds geroteerde beelden ook in hun oorspronkelijke richting weergegeven. • In de modus Smart Shuffle (p. 164) worden beelden die verticaal zijn gemaakt verticaal weergegeven, zelfs als [Autom. draaien] is ingesteld op [Uit], en verschijnen gedraaide beelden in de gedraaide stand. Foto’s Films Beeldcategorieën U kunt beelden als favoriet markeren en ze toewijzen aan My Category (p.
Beeldcategorieën Selecteer een beeld. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om een beeld te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. wordt weergegeven. Als u de markering van het beeld wilt opheffen, drukt u nogmaals op m. verdwijnt. Herhaal deze procedure als u meerdere beelden wilt selecteren. Voltooi de instellingsprocedure. Druk op de knop n. Er verschijnt een bevestigingsbericht op het scherm. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om [OK] te selecteren.
Beeldcategorieën Selecteer de beelden. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om een beeld te selecteren. Druk op de knoppen op om een categorie te selecteren wordt en druk vervolgens op de knop m. weergegeven. Als u de selectie wilt opheffen, drukt u nogmaals op de knop m. verdwijnt. Herhaal deze procedure om andere beelden op te geven. Voltooi de instellingsprocedure. Druk op de knop n. Er verschijnt een bevestigingsbericht op het scherm.
Beeldcategorieën Afzonderlijke beelden selecteren Kies [Selectie]. Volg stap 2 op p. 175 om [Selectie] te selecteren en druk op de knop m. Selecteer een beeld. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om een beeld te selecteren. Selecteer een categorie. Druk op de knoppen op om een categorie te selecteren en druk vervolgens op de knop m. wordt weergegeven. Als u de selectie wilt opheffen, drukt u nogmaals op de knop m. verdwijnt.
Beeldcategorieën Een reeks selecteren Selecteer [Select. reeks]. Volg stap 2 op p. 175 om [Select. reeks] te selecteren en druk op de knop m. Selecteer de beelden. Volg stap 2–3 op p. 167 om beelden op te geven. Selecteer een categorie. Druk op de knop p om het type beeld te selecteren en druk vervolgens op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om een categorie te selecteren. Voltooi de instellingsprocedure. Druk op de knop p om [Selecteer] te selecteren en druk vervolgens op de knop m.
Foto’s Foto’s bewerken • Beeldbewerking (pp. 178–183) is alleen mogelijk als er op de geheugenkaart voldoende vrije ruimte is. Het formaat van beelden wijzigen Bewaar een kopie van beelden op een lagere resolutie. Selecteer [Veranderen]. Druk op de knop n en selecteer [Veranderen] op het tabblad 1 (p. 46). Selecteer een beeld. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 en selecteer het beeld. Druk vervolgens op de knop m. Selecteer een beeldformaat.
Foto’s bewerken • Beelden die in stap 3 zijn opgeslagen als worden bewerkt. , kunnen niet • Beelden kunnen niet worden voorzien van een hogere resolutie. Bijsnijden U kunt een gedeelte van een beeld opgeven om als afzonderlijk afbeeldingsbestand op te slaan. Selecteer [Trimmen]. Druk op de knop n en selecteer [Trimmen] op het tabblad 1 (p. 46). Selecteer een beeld. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 en selecteer het beeld. Druk vervolgens op de knop m.
Foto’s bewerken Bijsnijgebied Pas het bijsnijgebied aan. Er verschijnt een kader rond het gedeelte van het beeld dat u wilt bijsnijden. Het oorspronkelijke beeld wordt linksboven in Voorbeeld van beeld na bijsnijden Resolutie na bijsnijden het scherm weergegeven en een voorbeeld van het bijgesneden beeld wordt rechtsboven weergegeven. Om de grootte van het kader te wijzigen, beweegt u de zoomknop. Als u het kader wilt verplaatsen, drukt u op de knoppen opqr.
Foto’s bewerken De kleurtoon van een beeld wijzigen (My Colors) U kunt de kleuren van een beeld wijzigen en het gewijzigde beeld opslaan als een apart bestand. Zie p. 128 voor meer informatie over elke optie. Selecteer [My Colors]. Druk op de knop n en selecteer [My Colors] op het tabblad 1 (p. 46). Selecteer een beeld. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 en selecteer het beeld. Druk vervolgens op de knop m. Selecteer een optie.
Foto’s bewerken De helderheid corrigeren (i-Contrast) Extreem heldere of donkere gebieden (zoals gezichten of achtergronden) kunnen worden gedetecteerd en automatisch worden aangepast aan de optimale helderheid. Als het gehele beeld niet genoeg contrast heeft, kan dat voor het maken van opnamen ook automatisch worden gecorrigeerd, zodat onderwerpen beter opvallen. Kies uit vier correctieniveaus, en sla het beeld vervolgens op als een apart bestand. Selecteer [i-Contrast].
Foto’s bewerken Rode ogen corrigeren Hiermee corrigeert u automatisch beelden met rode ogen. U kunt het gecorrigeerde beeld opslaan als een afzonderlijk bestand. Selecteer [Rode-Ogen Corr.]. Druk op de knop n en selecteer [Rode-Ogen Corr.] op het tabblad 1 (p. 46). Selecteer een beeld. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om een beeld te selecteren. Corrigeer het beeld. Druk op de knop m.
Films Films bewerken U kunt films inkorten door onnodige delen aan het begin en eind te verwijderen. Selecteer *. Volg stap 1–3 op p. 152, selecteer * en druk op de knop m. Het filmbewerkingspaneel en de bewerkingsbalk worden nu weergegeven. Filmbewerkingspaneel Geef aan welke delen u eruit wilt knippen. Druk op de knoppen op en selecteer of .
Films bewerken Als u de bewerking wilt annuleren, drukt u op op en selecteert u . Druk op de knop m, selecteer [OK] (druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5) en druk nogmaals op de knop m. Sla de bewerkte film op. Druk op de knoppen op om te selecteren en druk vervolgens op de knop m. Druk op de knoppen opqr of draai aan de knop 5 om [Nieuw bestand] te selecteren en druk vervolgens op de knop m. De film wordt nu opgeslagen als een nieuw bestand.
8 Menu Instellingen Basisfuncties van de camera aanpassen voor meer gebruiksgemak 187
Basisfuncties van de camera aanpassen Functies kunnen worden ingesteld op het tabblad 3. Voor meer gebruiksgemak kunt u handige en veelgebruikte functies naar wens aanpassen (p. 46). Camerageluiden dempen U dempt camerageluiden en films als volgt. Selecteer [mute] en kies vervolgens [Aan]. • U kunt de camerageluiden ook dempen door de knop l ingedrukt te houden terwijl u de camera inschakelt. • Als u de camerageluiden dempt, worden films afgespeeld zonder geluid (p. 152).
Basisfuncties van de camera aanpassen Geluiden aanpassen U past bedieningsgeluiden van de camera als volgt aan. Selecteer [Geluidsopties] en druk op de knop m. Selecteer een item en druk vervolgens op de knoppen qr om een optie te selecteren. 1 Vooringestelde geluiden (kunnen niet worden gewijzigd) 2 Vooringestelde geluiden Kunnen worden gewijzigd via de meegeleverde software. • Het standaard sluitergeluid wordt gebruikt in de modus ongeacht de wijzigingen in [Sluiter geluid].
Basisfuncties van de camera aanpassen Schermhelderheid Pas de helderheid van het scherm als volgt aan. Selecteer [LCD Helderheid] en druk vervolgens op de knoppen qr om de helderheid aan te passen. • Voor maximale helderheid houdt u de knop l ten minste twee seconden ingedrukt wanneer het opnamescherm wordt weergegeven of in de enkelvoudige weergave. (Hiermee vervangt u de instelling van [LCD Helderheid] op het tabblad 3.
Basisfuncties van de camera aanpassen Het opstartscherm aanpassen Open het [opstart scherm] in de afspeelmodus. Druk op de knop 1. Selecteer [2] volgens de voorgaande procedure en druk op de knop m. Selecteer een van uw foto’s. Selecteer een beeld en druk op de knop m. Als [Registreren?] verschijnt, kiest u [OK] (druk ofwel op de knoppen qr of draai aan de knop 5). Druk vervolgens op de knop m. • De vorige instelling voor het opstartbeeld wordt overschreven als u een nieuw opstartbeeld toewijst.
Basisfuncties van de camera aanpassen Kies [OK]. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om [OK] te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. Formatteer de geheugenkaart. Druk op de knoppen op om het formatteren te starten of draai aan de knop 5 om [OK] te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. Als het formatteren is voltooid, verschijnt de melding [Geheugenkaart is geformatteerd]. Druk op de knop m.
Basisfuncties van de camera aanpassen • Een Low Level Format duurt langer dan “Geheugenkaarten formatteren” (p. 191), omdat de gegevens in alle opslaggebieden van de geheugenkaart worden gewist. • U kunt een Low Level Format van een geheugenkaart annuleren door [Stop] te selecteren. In dat geval zijn de gegevens gewist maar kunt u de geheugenkaart normaal blijven gebruiken. Bestandsnummering Uw opnamen worden automatisch opeenvolgend genummerd (0001–9999) en opgeslagen in mappen die elk maximaal 2.
Basisfuncties van de camera aanpassen Beelden opslaan op datum U kunt beelden opslaan in mappen die elke maand worden gemaakt, maar u kunt de camera ook mappen laten maken voor elke dag waarop u opnamen maakt. Selecteer [Maak folder] en selecteer vervolgens [Dagelijks]. Beelden worden nu opgeslagen in mappen die op de opnamedatum worden gemaakt.
Basisfuncties van de camera aanpassen De spaarstand aanpassen U kunt desgewenst de timing voor het automatisch uitschakelen van de camera en het scherm (respectievelijk Automatisch Uit en Display uit) aanpassen (p. 42). Open het scherm [spaarstand]. Selecteer [spaarstand] en druk op de knop m. Configureer de instellingen. Nadat u een item hebt geselecteerd, drukt u op de knoppen qr om dit item aan te passen. • Om de batterij te sparen, kiest u gewoonlijk [Aan] voor [Automatisch Uit] en [1 min.
Basisfuncties van de camera aanpassen Als u de zomertijd wilt instellen (normale tijd plus 1 uur), gebruikt u de knoppen op om te selecteren. Druk op de knop m. Schakel over naar de tijdzone van uw bestemming. Druk op de knoppen op of draai aan de knop 5 om [ Wereld] te selecteren. Druk vervolgens op de knop n. verschijnt nu op het opnamescherm (p. 232). • Als u in de instelling de datum of tijd wijzigt (p. 18), worden de datum en tijd voor de optie [ Thuis] automatisch bijgewerkt.
Basisfuncties van de camera aanpassen Metrische/Niet-metrische weergave SX260 HS Desgewenst kunt u de maateenheden die in de MF-indicator (p. 132), op de zoombalk (p. 60) en in de GPS-locatiegegevens (p. 53) worden weergegeven, wijzigen van m/cm in ft/in. Selecteer [Maateenheden] en selecteer vervolgens [ft/in]. Metrische/Niet-metrische weergave SX240 HS Desgewenst kunt u de maateenheden die in de MF-indicator (p. 132) en op de zoombalk (p. 60) worden weergegeven, wijzigen van m/cm in ft/in.
Basisfuncties van de camera aanpassen Taal van LCD-scherm U kunt de weergavetaal desgewenst wijzigen. Open het scherm [Taal]. Selecteer [Taal ] en druk op de knop m. Configureer de instelling. Druk op de knoppen opqr of draai aan de knop 5 om een taal te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. • U kunt het scherm [Taal] ook openen in de afspeelmodus door de knop m ingedrukt te houden en meteen op de knop n te drukken.
Basisfuncties van de camera aanpassen Standaardwaarden herstellen Als u per ongeluk een instelling hebt gewijzigd, kunt u de standaardinstellingen van de camera herstellen. Open het scherm [Reset alle]. Selecteer [Reset alle] en druk op de knop m. Herstel de standaardinstellingen. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om [OK] te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. De standaardinstellingen zijn nu hersteld. • De volgende functies worden niet hersteld naar de standaardinstellingen.
9 Accessoires Gebruik de bijgesloten accessoires efficiënt en haal meer uit uw camera met optionele Canon-accessoires en andere apart verkrijgbare, compatibele accessoires 201
Tips voor het gebruik van bijgesloten accessoires Efficiënt gebruik van batterij en oplader • Laad de batterij op de dag dat u deze wilt gebruiken op, of vlak daarvoor Opgeladen batterijen verliezen geleidelijk hun lading, ook als ze niet worden gebruikt. U kunt de oplaadstatus van de batterij eenvoudig controleren door het klepje zo te plaatsen dat o op een opgeladen batterij zichtbaar is en door hem zo te plaatsen dat o niet zichtbaar is op een niet-opgeladen batterij.
Optionele accessoires De volgende camera-accessoires worden apart verkocht. De verkrijgbaarheid varieert per gebied, en sommige accessoires zijn wellicht niet meer verkrijgbaar. Voedingen Batterij NB-6L Oplaadbare lithium-ionbatterij Batterijlader CB-2LY/CB-2LYE Lader voor batterij NB-6L Voedingsadapterset ACK-DC40 Hiermee kunt u de camera aansluiten op een gewoon stopcontact.
Optionele accessoires Overige accessoires Waterdichte behuizing WP-DC46 Voor onderwaterfoto’s tot een diepte tot 40 meter. Ook bruikbaar voor foto’s in de regen, op het strand en op skipistes. Gewicht voor waterdichte behuizing WW-DC1 Voorkomt dat de waterdichte behuizing blijft drijven bij het maken van onderwaterfoto’s. Stereo AV-kabel AVC-DC400ST Sluit de camera aan op een televisie en bekijk uw opnamen op een groter scherm.
Optionele accessoires gebruiken Foto’s Films Afspelen op een tv Als u de camera aansluit op een televisie, kunt u uw opnamen bekijken op een groter scherm. Raadpleeg de handleiding van de tv voor meer informatie over de aansluiting en over het wijzigen van de ingangen. • Sommige gegevens worden mogelijk niet weergegeven alsu beelden bekijkt op een tv (p. 234).
Optionele accessoires gebruiken Schakel de camera in. Druk op de knop 1 om de camera aan te zetten. De camerabeelden worden nu weergegeven op de tv. (Het camerascherm blijft leeg.) Als u klaar bent, schakelt u de camera en de tv uit en verwijdert u daarna de kabel. • Correcte weergave is alleen mogelijk als het video-uitvoerformaat van de camera (NTSC of PAL) gelijk is aan dat van de televisie.
Optionele accessoires gebruiken Geef beelden weer. Voer stap 3–4 op p. 205 uit om beelden weer te geven. • De bijgeleverde interfacekabel of een optionele stereo AV-kabel kunnen niet tegelijk met een HDMI-kabel HTC-100 op de camera worden aangesloten. Als u deze kabels tegelijk op de camera probeert aan te sluiten, kunt u de camera of de kabels beschadigen. • De bedieningsgeluiden van de camera worden niet afgespeeld als de camera is aangesloten op een hdtv.
Optionele accessoires gebruiken Bedien de camera via de afstandsbediening van de tv. Druk op de afstandsbediening op de knoppen qr om door de beelden te bladeren. Druk op de knop OK/Selecteren om het bedieningspaneel van de camera weer te geven. Om een item op het bedieningspaneel te selecteren, drukt u op de knoppen qr en daarna nogmaals op de knop OK/Selecteren. Overzicht van de bedieningspaneelopties van de camera die worden weergegeven op de tv . Terug Het menu wordt gesloten.
Optionele accessoires gebruiken De camera voeden via het lichtnet Als u de camera voedt via de afzonderlijk verkrijgbare voedingsadapterset ACK-DC40, hoeft u niet meer te letten op de resterende batterijlading. Zorg dat de camera is uitgeschakeld. Plaats de koppeling. Volg stap 2 op p. 16 om het klepje te openen. Plaats de gelijkstroomkoppeling in de aangegeven richting, net als een batterij (volg stap 3 op p. 16). Volg stap 5 op p. 16 om het klepje te sluiten.
Beelden afdrukken U kunt uw foto’s eenvoudig afdrukken door de camera aan te sluiten op een printer. Op de camera kunt u beelden opgeven voor afdrukken in serie, bestellingen bij fotozaken voorbereiden en beelden voorbereiden of afdrukken voor fotoboeken. Hier wordt een compacte fotoprinter van de Canon SELPHY CP-serie gebruikt als voorbeeld. Afhankelijk van de printer kunnen de weergegeven schermen en beschikbare functies verschillen. Lees ook de handleiding van de printer voor aanvullende informatie.
Beelden afdrukken Selecteer een beeld. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om een beeld te selecteren. Open het afdrukscherm. Druk op de knop m, kies c en druk nogmaals op de knop m. Druk het beeld af. Druk op de knoppen op of draai aan de knop 5 om [Print] te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. Het afdrukken start nu. Als u andere beelden wilt afdrukken, herhaalt u stap 5 en 6 nadat het afdrukken is voltooid.
Beelden afdrukken Default Hiermee worden de huidige printerinstellingen gebruikt. Datum Hiermee worden de beelden afgedrukt met een datum. File No. Hiermee worden de beelden afgedrukt met een bestandsnummer. Beide Uit Default Hiermee worden de beelden afgedrukt met een datum en een bestandsnummer. — Hiermee worden de huidige printerinstellingen gebruikt. Uit — Aan Hiermee wordt opname-informatie gebruikt om de afdrukinstellingen te optimaliseren.
Beelden afdrukken Om het kader te draaien, drukt u op de knop l. Als u klaar bent, drukt u op de knop m. Druk het beeld af. Volg stap 7 op p. 211 om af te drukken. • Bijsnijden is wellicht niet mogelijk bij kleine beeldformaten of bij bepaalde verhoudingen. • Datums worden wellicht niet goed afgedrukt als u beelden bijsnijdt die zijn opgenomen met de instelling [Datum stempel]. Het papierformaat en de indeling selecteren vóór het afdrukken Selecteer [papier inst.] Volg eerst stap 1 op p.
Beelden afdrukken Selecteer een indeling. Druk op de knoppen op of draai aan de knop 5 om een optie te selecteren. Wanneer u [N-plus] selecteert, drukt u op de knoppen qr om het aantal beelden per vel op te geven. Druk op de knop m. Druk het beeld af. Beschikbare indelingsopties Default Hiermee worden de huidige printerinstellingen gebruikt. Randen Hiermee worden de beelden afgedrukt met een lege ruimte eromheen. Randloos Hiermee maakt u randloze afdrukken.
Beelden afdrukken Selecteer het afdrukgebied. Volg stap 2 op p. 212 om het afdrukgebied te selecteren. Druk het beeld af. Films Filmscènes afdrukken Open het afdrukscherm. Volg stap 1–6 op p. 210 om een film te selecteren. Het scherm links wordt weergegeven. Selecteer een afdrukmethode. Druk op de knoppen op of draai aan de knop 5 om te kiezen, en druk vervolgens op de knoppen qr om de afdrukmethode te selecteren. Druk het beeld af.
Beelden afdrukken Foto’s Beelden toevoegen aan de Printlijst (DPOF) U kunt op de camera instellingen maken voor afdrukken in serie (p. 219) en bestellingen bij fotozaken. Selecteer maximaal 998 beelden op een geheugenkaart en configureer de nodige instellingen, zoals het aantal exemplaren, als volgt. De afdrukinformatie die u op deze wijze voorbereidt, voldoet aan de DPOF-normen (Digital Print Order Format). Beelden toevoegen aan Printlijst via het menu FUNC.
Beelden afdrukken Afdrukinstellingen configureren U kunt de instellingen, zoals de afdrukindeling, toevoegen van datum of bestandsnummer, en de overige instellingen, als volgt opgeven. Deze instellingen worden toegepast op alle beelden in de printlijst. Druk op de knop n en selecteer [Print instellingen] op het tabblad 2. Selecteer en configureer de instellingen naar wens (p. 46). Standaard Hiermee drukt u één foto per vel af. Afdruktype Datum File No.
Beelden afdrukken Afdrukinstellingen voor afzonderlijke beelden Selecteer [Sel. beeld & aantal]. Druk op de knop n en selecteer [Sel. beeld & aantal] op het tabblad 2. Druk vervolgens op de knop m. Selecteer een beeld. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om een beeld te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. U kunt nu het aantal af te drukken exemplaren opgeven. Als u indexafdrukken opgeeft voor het beeld, wordt hierbij een pictogram geplaatst.
Beelden afdrukken Configureer de afdrukinstellingen. Druk op de knoppen op om [Opdracht] te selecteren en druk vervolgens op de knop m. Afdrukinstellingen voor alle beelden Selecteer [Sel. alle beelden]. Volg stap 1 op p. 218, selecteer [Sel. alle beelden] en druk op de knop m. Configureer de afdrukinstellingen. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om [OK] te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. Alle beelden in de Printlijst wissen Selecteer [Wis alle selecties]. Volg stap 1 op p.
Beelden afdrukken Foto’s Beelden toevoegen aan een fotoboek U kunt fotoboeken instellen op de camera door maximaal 998 beelden te selecteren op een geheugenkaart en deze te importeren in de meegeleverde software op uw computer, waar ze in een aparte map worden opgeslagen. Deze functie is handig wanneer u online afgedrukte fotoboeken bestelt of wanneer u fotoboeken afdrukt op uw eigen printer.
Beelden afdrukken Selecteer een beeld. Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om een beeld te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. verschijnt. Druk nogmaals op de knop m om het beeld te verwijderen uit het fotoboek. verdwijnt. Herhaal deze procedure om andere beelden op te geven. Als u klaar bent, drukt u op de knop n om terug te keren naar het menuscherm. Alle beelden toevoegen aan een fotoboek Selecteer [Sel. alle beelden]. Volg de procedure op p. 220, selecteer [Sel.
Foto’s Films Een Eye-Fi-kaart gebruiken Voordat u een Eye-Fi-kaart gebruikt, controleert u altijd of dit op uw locatie is toegestaan (p. 3). Als u een Eye-Fi-kaart die klaar is voor gebruik in de camera plaatst, kunt u uw beelden automatisch draadloos overdragen naar een computer of uploaden naar een website voor gedeelde foto’s. De beelden worden overgedragen via de Eye-Fi-kaart.
Een Eye-Fi-kaart gebruiken • Tijdens de beeldoverdracht wordt de spaarstand (p. 42) op de camera tijdelijk uitgeschakeld. • Als u de modus selecteert, wordt de Eye-Fi-verbinding verbroken. Als u een andere opnamemodus of de afspeelmodus activeert, wordt de Eye-Fi-verbinding hetsteld. Films die zijn gemaakt in de modus worden mogelijk opnieuw overgedragen. Verbindingsgegevens controleren U kunt indien nodig het toegangspunt SSID of de verbindingsstatus van de Eye-Fi-kaart controleren.
10 Bijlage Nuttige informatie over het gebruik van de camera 225
Problemen oplossen Controleer eerst het volgende als u denkt dat er een probleem is met de camera. Als u met de onderstaande tips uw probleem niet kunt verhelpen, neemt u contact op met de helpdesk van Canon Klantenservice. Voeding Er gebeurt niets als u op de ON/OFF-knop drukt. • Controleer of u het juiste type batterij gebruikt en of deze voldoende is opgeladen (p. 233). • Controleer of de batterij in de juiste richting is geplaatst (p. 16).
Problemen oplossen Weergave op het volledige scherm is tijdens het opnemen niet beschikbaar (p. 84). h knippert op het scherm wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, en opnemen is niet mogelijk (p. 63). verschijnt wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt (p. 72). • • • • Stel [IS modus] in op [Continu] (p. 143). Stel de flitsmodus in op h (p. 140). Verhoog de ISO-waarde (p. 124). Plaats de camera op een statief of neem andere maatregelen om de camera stil te houden.
Problemen oplossen • Pas de helderheid aan met behulp van flitsbelichtingscompensatie of door het niveau voor de flitsuitvoer te wijzigen (pp. 141, 149). Er verschijnen witte stippen of andere beeldartefacts in geflitste opnamen. • Dit komt doordat het licht van de flitser wordt weerspiegeld door stof- of andere deeltjes in de lucht. Opnamen zien er korrelig uit. • Verlaag de ISO-waarde (p. 124). • Hoge ISO-waarden kunnen in sommige opnamemodi leiden tot korrelige beelden (p. 101).
Problemen oplossen • Verlaag de beeldkwaliteit (p. 88). • Gebruik een geheugenkaart die hogesnelheidsopnamen ondersteunt (zie “Specificaties” (p. 36)). In- en uitzoomen is niet mogelijk. • In- en uitzoomen is niet mogelijk als u films opneemt in de modus of . Onderwerpen lijken vervormd. • Onderwerpen die tijdens het opnemen snel langs de camera bewegen, kunnen vervormd lijken. Dit is niet het gevolg van een storing. Afspelen Afspelen is niet mogelijk.
Berichten op het scherm Indien er een foutmelding verschijnt op het scherm, reageert u als volgt. Geen geheugenkaart • Wellicht is de geheugenkaart in de verkeerde richting geplaatst. Plaats de geheugenkaart opnieuw, en in de juiste richting (p. 16). Geheugenkaart op slot • Het schuifje voor schrijfbeveiliging van de SD-, SDHC- of SDXC-geheugenkaart of de Eye-Fi-kaart is vergrendeld. Ontgrendel het schuifje voor de schrijfbeveiliging (p. 15).
Berichten op het scherm Selectielimiet bereikt • U hebt meer dan 998 beelden geselecteerd voor de Printlijst (p. 216) of de Fotoboekinstellingen (p. 220). Selecteer 998 beelden of minder. • De instellingen voor de Printlijst (p. 216) of voor Fotoboek (p. 220) konden niet correct worden opgeslagen. Verminder het aantal geselecteerde beelden en probeer het opnieuw. • U wilde 500 of meer beelden selecteren bij Beveilig (p. 165), Wissen (p. 169), Favorieten (p. 173), Mijn categorie (p. 174), Printlijst (p.
Informatie op het scherm Opname (informatieweergave) Batterijniveau (p. 233) Camerastand* Witbalans (p. 126) My Colors (p. 128) Transportmodus (pp. 66, 130) Raster (p. 90) Eye-Fi verbindingsstatus (p. 222) Meetmethode (p. 123) Stilstaand beeld (Compressie) (p. 144), Resolutie (p. 85) Aantal opnamen Zelfontspanner (p. 70) Filmresolutie (p. 88) Resterende tijd Digitale zoomvergroting (p. 69), Digitale Teleconverter (p. 133) Scherpstelbereik (p. 131) * Opnamemodus (p. 236), Compositiepictogram (p.
Informatie op het scherm Batterijniveau Op het scherm verschijnt een pictogram of bericht dat het resterende niveau van de batterij aangeeft.
Informatie op het scherm Afspelen (uitgebreide informatieweergave) Films (pp. 60, 152) / High-speedburst HQ (p. 106) / Weergave schakelen SX260 HS / GPS-informatie (p. 155) SX260 HS My Category (p. 174) Opnamemodus (p. 236) ISO-waarde (p. 124), Afspeelsnelheid (pp. 111, 118) Flitsbelichtingscompensatie (p. 122) / Belichtingsniveau (p. 117) Witbalans (p. 126) Histogram (p. 155) Groep afspelen (p. 159), Beeld bewerken (pp. 178–183) Compressieverhouding (beeldkwaliteit) (p. 144) / Resolutie (pp.
Informatie op het scherm Overzicht van filmbedieningspaneel in “Bekijken” (p. 152) Afsluiten Afspelen Slow Motion (Druk op de knoppen qr of draai aan de knop 5 om de afspeelsnelheid aan te passen. Er wordt geen geluid afgespeeld.) Achteruit springen* (Om verder terug te springen, houdt u de knop m ingedrukt.) Eerder beeld (Om snel terug te spoelen houdt u de knop m ingedrukt.) Volgend beeld (Om snel vooruit te spoelen, houdt u de knop m ingedrukt.
Functies en menutabellen Beschikbare functies per opnamemodus Opnamemodus D BM G A 9 Functie Belichtingscompensatie (p. 122) Zelfontspanner (p. 70) Instellingen voor zelfontspanner (p.
Functies en menutabellen K E x S P t v I — — — — — — — — T Y — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — E — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
Functies en menutabellen Menu FUNC. Opnamemodus D BM G A 9 Functie GPS-instellingen (p. 50) / Logger-instellingen (p. 54) SX260 HS Meetmethode (p. 123) *1 My Colors (p. 128) S *3 Onderwater witbalanscorrectie (p. 101) ISO-waarde (p. 124) - Flitsbelichtingscompensatie (p. 141) Flitsuitvoerniveau (p. 149) Transportmodus (p. 130) W *5 Verhouding voor foto’s (p. 84) Resolutie (p. 85) Compressie (p. 144) Filmkwaliteit (p.
Functies en menutabellen K E I S P t x v T Y E — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — *4 — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
Functies en menutabellen 4 Opnamemenu Opnamemodus D BM G A 9 — — *2 — Functie Centrum AF-kader (p. 133) Formaat AF-kader (p. 134)*3 Digitale Zoom (p. 69) AF-Punt Zoom (p. 91) Servo AF (p. 137) Continu AF (p. 138) AF-hulplicht (p. 93) MF-Punt Zoom (p. 131) Veiligheids MF (p. 131) Gezichtsdetectie*1 AF Tracking — — — — Digitale Tele-converter (1.5x/2.
Functies en menutabellen K E x S P t v I T Y — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — E — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
Functies en menutabellen Opnamemodus D BM G A 9 — — — — — — — — — Functie i-Contrast (p. 125) Hg lampcorr. (p. 87) Safety Shift (p. 147) Wind Filter (p. 89) Bekijken (p. 94) Terugkijken (p. 94) Knipperdetectie (p. 92) Raster (p. 90) Auto — Uit — — — — — — — — Aan/Uit Aan Uit Aan/Uit Uit/3 sec.–10 sec./Vastzetten 2 sec.
Functies en menutabellen K E x S P t v I T Y E — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
Functies en menutabellen 3 Menu Instellen Item mute Zie pagina p. 188 Item Tijdzone Zie pagina p. 195 Volume p. 188 Datum/Tijd p. 18 Geluidsopties p. 189 GPS Auto Tijd SX260 HS p. 57 Hints en tips p. 189 GPS-instell. SX260 HS p. 51 p. 190 Maateenheid SX240 HS Maateenheden SX260 HS p. 197 p. 190 Video Systeem p. 206 Ctrl via HDMI p. 207 p. 222 LCD Helderheid opstart scherm Formateren pp. 191, 192 Bestandsnummering p. 193 Eye-Fi instellingen Maak folder p. 194 Taal p.
Functies en menutabellen 2 Menu Print Item Print Zie pagina — Item Sel. alle beelden Zie pagina p. 219 Sel. beeld & aantal p. 218 Wis alle selecties p. 219 Select. Reeks p. 218 Afdrukinstellingen p. 217 Afspeelmodus Menu FUNC. Item Zie pagina Item Zie pagina Roteren p. 171 Filmsynopsis afspelen Printlijst p. 216 Smart Shuffle p. 159 p. 164 Beveilig p. 165 Beeld zoeken p. 157 Favorieten p. 173 Diavoorstelling p. 162 Film afspelen p. 152 My Category p.
Voorzorgsmaatregelen • De camera is een apparaat met zeer geavanceerde elektronica. Laat de camera niet vallen en stel deze niet bloot aan schokken of stoten. • Plaats de camera nooit in de nabijheid van magneten, motoren of andere apparaten die sterke elektromagnetische velden genereren. Dit kan leiden tot storing of verlies van beeldgegevens. • Als er waterdruppels of vuil vastzitten op de camera of het scherm, wrijft u dit af met een droge zachte doek, zoals een brillendoekje.
Index A Aangepaste witbalans ............................. 127 Aansluiting ....................... 205, 206, 209, 210 Accessoires ............................................. 203 AE lock .................................................... 123 Afdrukken ................................................ 210 AF Scherpstellen AF-kaders .................................... 24, 61, 133 AF lock..................................................... 139 Afspelen Bekijken AF Tracking .............................
Index Flitser Aan ................................................... 140 De flitser uitschakelen ........................ 72 Flitsbelichtingscompensatie.............. 141 Slow sync ......................................... 140 Focus check ............................................ 156 Focusvergrendeling................................. 134 Fotoboek instellen ................................... 220 Foutmeldingen......................................... 230 G Geheugenkaarten...............................
Index S W Scherm Menu Menu FUNC., Menu Pictogrammen........................... 232, 234 Taalweergave ..................................... 20 Scherpstelbereik Handmatig scherpstellen .................. 131 macro................................................ 131 Scherpstellen AF-kaders ......................................... 133 AF lock.............................................. 139 AF-Punt Zoom .................................... 91 Servo AF...........................................
VOORZICHTIG ONTPLOFFINGSGEVAAR ALS DE BATTERIJEN WORDEN VERVANGEN DOOR EEN ONJUIST TYPE. HOUD U BIJ HET WEGGOOIEN VAN GEBRUIKTE BATTERIJEN AAN DE LOKALE VOORSCHRIFTEN HIERVOOR. Informatie over handelsmerken • Het SDXC-logo is een handelsmerk van SD-3C, LLC. • Dit apparaat gebruikt exFAT-technologie die in licentie is gegeven door Microsoft. • HDMI, het HDMI-logo en High-Definition Multimedia Interface zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van HDMI Licensing LLC.