NEDERLANDS Gebruikershandleiding Aan de slag Lees de veiligheidsvoorschriften op (pp. 252 – 261). p.
De inhoud van het pakket controleren In het pakket zitten de volgende artikelen. Als er iets ontbreekt, neemt u contact op met de winkel waar u het product hebt gekocht.
Laten we aan de slag gaan! 1 Laten we aan de slag gaan! Deze handleiding bestaat uit twee delen. Eerst... Aan de slag p. 9 In dit deel wordt uitgelegd hoe u de camera voorbereidt op het gebruik en worden de basisprocedures voor het maken, bekijken en afdrukken van foto's beschreven. Maak uzelf eerst vertrouwd met de camera en de basisprocedures. Vervolgens... Leer uw camera kennen p.
2 Inhoudsopgave Inhoudsopgave Onderwerpen die met een zijn gemarkeerd, bevatten overzichten van camerafuncties of procedures. Lees dit eerst. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 Aan de slag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 Voorbereidingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Fotograferen (A modus) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Foto's bekijken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
3 Inhoudsopgave h De flitser gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . e Close-ups maken (Macro/Super Macro) . . . . . . . . . . . . . . . . . . De zelfontspanner gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . De verhouding aanpassen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Wijzigen van het aantal opnamepixels (Foto's) . . . . . . . . . . . . . . . . De compressie wijzigen (Foto's). . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
4 Inhoudsopgave Schakelen tussen lichtmeetmethoden . . . . . . . . . . . . . . . 139 De toon (witbalans) aanpassen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141 Opnamen maken in een My Colors-modus . . . . . . . . . . . 144 De kleuren wijzigen en opnamen maken . . . . . . . . . . . . . 147 Beelden automatisch categoriseren (Auto Category) . . . 152 C Aangepaste instellingen opslaan . . . . . . . . . . . . . . . . . . 153 Functies registreren voor de knop c . . . . . . . . . . . . . . 154 My Menuinstellen .
Inhoudsopgave De wereldklok instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Low Level Format voor geheugenkaarten . . . . . . . . . . . . Bestandsnummering opnieuw instellen . . . . . . . . . . . . . . Een doelmap voor beelden maken . . . . . . . . . . . . . . . . . De functie Beeldomkeren instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . Alle standaardwaarden herstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . .
6 Informatie over deze handleiding Informatie over deze handleiding Symbolen die in deze handleiding worden gebruikt 72 hDe flitser gebruiken Beschikbare opnamemodi 1 Klap de flitser h d ti p. 296 Modus: Opnemen ( Weergeven ( )/ ) Sommige functies zijn in bepaalde opnamemodi mogelijk niet beschikbaar. De functie kan in alle modi worden gebruikt als er geen opmerking bij staat. : Met dit symbool worden situaties aangegeven die de werking van de camera kunnen beïnvloeden.
Lees dit eerst 7 Lees dit eerst Proefopnamen Voordat u belangrijke onderwerpen fotografeert, kunt u het beste eerst diverse proefopnamen maken om te controleren of de camera werkt en of u de camera juist bedient. Canon Inc.
8 Lees dit eerst Temperatuur van de camerabehuizing Als u de camera gedurende langere tijd gebruikt, kan de behuizing van de camera warm worden. Houd hier rekening mee en wees voorzichtig als u de camera gedurende langere tijd gebruikt. Dit is niet het gevolg van een storing. Informatie over het lcd-scherm en de zoeker Voor het vervaardigen van het lcd-scherm en de zoeker zijn speciale hoge-precisietechnieken gebruikt. Meer dan 99,99% van de pixels voldoet aan de specificaties.
9 Aan de slag zVoorbereidingen zFotograferen zFoto's bekijken zWissen zAfdrukken zFilms opnemen zFilms bekijken zBeelden naar een computer downloaden zSysteemschema
Aan de slag 10 Voorbereidingen Voorbereidingen De batterijen en de geheugenkaart plaatsen 1. Verschuif de vergrendeling (a) en houd deze vast terwijl u het klepje (b) schuift en opent (c). Open het klepje (c) Vergrendeling Schuif het klepje in de aangegeven richting (b) 2. Plaats vier batterijen. Minzijde (-) Pluszijde (+) Pluszijde (+) Plaats de vier bijgeleverde AAalkalinebatterijen. 3. Sluit het klepje (d) en druk het omlaag terwijl u verschuift tot het vastklikt (e).
Voorbereidingen Open het klepje en verwijder de batterijen. Zorg ervoor dat u de batterijen niet laat vallen. De geheugenkaart plaatsen 1. Verschuif het klepje (a) en open het (b). 2. Schuif de geheugenkaart in de camera totdat u een klik hoort. Voorzijde Schuifje voor schrijfbeveiliging (alleen SD- en SDHCgeheugenkaarten) • Controleer of het schuifje voor schrijfbeveiliging is ontgrendeld (alleen voor SD- en SDHC-geheugenkaarten).
Aan de slag 12 Voorbereidingen 3. Sluit het klepje (c) en verschuif het totdat het vastklikt (d). Zorg ervoor dat de geheugenkaart op de juiste manier in de camera wordt geplaatst. Als u de geheugenkaart achterstevoren in de camera plaatst, wordt de kaart niet herkend of treedt er een storing op in de camera. De geheugenkaart uit de camera verwijderen Duw op de geheugenkaart totdat u een klik hoort en laat de kaart los.
Voorbereidingen Trek de riem strak in de gesp, zodat deze niet losraakt. Voer dezelfde stappen uit aan de andere kant van de camera. U kunt het lensdopkoord ook aan de riem klemmen. U kunt het beste de draagriem bevestigen voordat u de camera gebruikt om te voorkomen dat u de camera laat vallen. Het lcd-scherm openen Met het lcd-scherm kunt u beeldcomposities maken voordat u een opnamen maakt, menu's bedienen of beelden afspelen. U kunt de stand van het lcd-scherm op de volgende manieren instellen. 1.
Aan de slag 14 Voorbereidingen 3. Klap het lcd-scherm terug tegen de behuizing van de camera totdat het vastklikt. Wanneer het lcd-scherm op zijn plaats vastklikt, wordt het beeld normaal (niet omgekeerd) weergegeven. Houd het lcd-scherm altijd gesloten met het display naar de behuizing van de camera gericht wanneer de camera niet in gebruik is. Wanneer u op het lcd-scherm duwt totdat u een klik hoort, wordt het lcd-scherm automatisch uitgeschakeld en wordt het beeld weergegeven in de zoeker.
Voorbereidingen 15 Volg de onderstaande procedures om het instellingenmenu Datum/Tijd weer te geven en voer vervolgens stap 2 en 3 uit die op de vorige pagina zijn beschreven. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik de knop of om het menu te selecteren. (Instellen) 3. Gebruik de knop of om [Datum/Tijd] te selecteren. 4. Druk op de knop . Het instellingenscherm Datum/Tijd wordt weergegeven wanneer de lithiumbatterij voor datum en tijd leeg is (p. 278).
Aan de slag 16 Voorbereidingen Geheugenkaarten formatteren U moet een nieuwe geheugenkaart of een geheugenkaart waarvan u alle beelden en andere gegevens wilt wissen, altijd formatteren. ON/OFF-knop Knop Knoppen Knop MENU Bij het formatteren (initialiseren) van een geheugenkaart worden alle gegevens op de kaart gewist, dus ook beveiligde beelden (p. 199) en geluidsgegevens die met de Audio Recorder (p. 197) zijn opgenomen. 1. Druk op de ON/OFF-knop. 2. Selecteer [Formateren]. 1. Druk op de knop MENU.
Fotograferen 17 Knop Sluiterknop ON/OFF-knop Zoeker Programmakeuzewiel 1. Druk op de ON/OFF-knop. Lampje • Het opstartgeluid wordt weergegeven en op het lcd-scherm wordt het opstartbeeld weergegeven. Wanneer u echter naar de zoekerweergave schakelt en opstart, wordt het opstartbeeld niet weergegeven en hoort u geen opstartgeluid. • Wanneer u de ON/OFF-knop nogmaals indrukt, wordt de camera uitgeschakeld. 2. Selecteer een opnamemodus. 1. Stel het programmakeuzewiel in op . 3.
Aan de slag 18 Fotograferen 5. Druk de sluiterknop volledig in om een foto te maken. • Het sluitergeluid klinkt eenmaal en de foto wordt vastgelegd. • Als de camera of het onderwerp beweegt terwijl het sluitergeluid klinkt, kan dit leiden tot onscherpe beelden. • Een foto wordt onmiddellijk nadat deze is gemaakt ongeveer 2 seconden op het lcd-scherm weergegeven (Opname bekijken). Zelfs wanneer er een foto op het lcd-scherm wordt weergegeven, kunt u fotograferen door op de sluiterknop te drukken.
Foto's bekijken 19 Knop Instelknop Knoppen 1. Druk op de knop 2. Gebruik de knop (Weergeven). of om de foto weer te geven die u wilt bekijken. • Met de knop gaat u naar de vorige foto en met de volgende foto. • U kunt de foto's sneller doorlopen door de knop ingedrukt te houden, maar de foto's worden in dat geval wel korrelig weergegeven. • U kunt ook beelden selecteren door de instelknop te gebruiken. Als u tegen de klok indraait, selecteert u het vorige beeld.
Aan de slag 20 Wissen Wissen Knop Knop Instelknop Knoppen Knop 1. Druk op de knop (Weergeven). 2. Gebruik de knop of om het beeld te selecteren dat u wilt wissen, en druk op de knop . U kunt ook beelden selecteren door de instelknop te gebruiken. 3. Controleer of [Wissen] is geselecteerd en druk op de knop . Als u het wissen wilt annuleren, selecteert u [Stop]. Gewiste beelden kunnen niet worden hersteld. Denk goed na voordat u beelden wist.
Afdrukken 21 Knop Klepje van de aansluitingen Knop Knoppen Instelknop DIGITAL-aansluiting Knop 1. Sluit de camera aan op een Direct Print-compatibele printer. • Open het klepje van de aansluitingen van de camera en steek de interfacekabel helemaal in de aansluiting. • Raadpleeg de aanwijzingen voor het aansluiten van apparatuur in de gebruikershandleiding van de printer.
Aan de slag 22 Afdrukken 4. Gebruik de knop of om een beeld te selecteren dat u wilt afdrukken, en druk vervolgens op de knop . • De knop knippert blauw en het afdrukken begint. • U kunt ook beelden selecteren door de instelknop te gebruiken. • Als u klaar bent met afdrukken, schakelt u de camera en de printer uit en koppelt u de interfacekabel los. Bij deze camera kunt u geen opnamedatum vastleggen op een beeld tijdens het maken van de opname (datum stempel).
Afdrukken 23 U kunt beelden direct toevoegen aan een Print Lijst door direct na de opname of na het bekijken van een beeld op de knop te drukken. U kunt vervolgens de beelden eenvoudig afdrukken vanuit de Print Lijst wanneer u de camera aansluit op een printer. Toevoegen aan de Print Lijst 1. Druk op de knop (alleen foto's). 2. Toevoegen aan de Print Lijst. 1. Gebruik de knop of om het aantal af te drukken exemplaren te kiezen. 2. Gebruik de knop of om [Toevoegen] te selecteren. 3. Druk op de knop .
Aan de slag 24 Films opnemen Films opnemen Ongeacht de stand van het programmakeuzewiel kunt u films opnemen door op de filmknop te drukken. Het geluid kan in stereo worden opgenomen. Filmknop Knop ON/OFF Microfoon 1. Druk op de ON/OFF-knop. 2. Richt de camera op het onderwerp. z Raak de microfoon niet aan tijdens het opnemen. z Geluiden zoals van het indrukken van knoppen worden bij de film opgenomen.
Films opnemen 25 Aan de slag 3. Druk op de filmknop om te filmen. • De camera begint met opnemen. • Tijdens het opnemen van de film worden op het lcd-scherm de verstreken opnametijd en [zREC] weergegeven. 4. Druk de filmknop opnieuw Verstreken tijd in als u wilt stoppen met opnemen. • Het indicatielampje knippert rood terwijl de gegevens op de geheugenkaart worden opgeslagen. • Max. clipgrootte: 4 GB*. • Geluid wordt in stereo opgenomen.
Aan de slag 26 Films bekijken Films bekijken Knop Knop Knoppen Instelknop 1. Druk op de knop 2. Gebruik de knop en druk op de knop (Weergeven). of om een film weer te geven . • Beelden met het pictogram zijn films. • U kunt ook beelden selecteren door de instelknop te gebruiken. 3. Gebruik de knop of om (Afspelen) te selecteren en druk op de knop . • De film wordt afgespeeld. • U kunt de film tijdelijk onderbreken en opnieuw starten door tijdens de weergave op de knop FUNC./SET te drukken.
Beelden naar een computer downloaden 27 U kunt het beste de bijgeleverde software te gebruiken. Benodigdheden • Camera en computer • De cd Canon Digital Camera Solution Disk die bij de camera is geleverd • De interfacekabel die bij de camera is geleverd Systeemvereisten Installeer de software op een computer die voldoet aan de volgende minimumvereisten.
Aan de slag 28 Beelden naar een computer downloaden Macintosh Besturingssysteem Computermodel CPU RAM Foto Film Foto Film Interface Vrije schijfruimte Beeldscherm Mac OS X (v10.4 - v10.5) Het bovenstaande besturingssysteem moet vooraf zijn geïnstalleerd op computers met ingebouwde USB-poorten. PowerPC G4-/G5- of Intel-processor Core2 Duo 2,6 GHz of hoger Mac OS v10.5 : 512 MB of meer Mac OS v10.
Beelden naar een computer downloaden 29 Aan de slag Macintosh Dubbelklik op het pictogram in het cd-rom-venster. Wanneer het venster van het installatieprogramma wordt weergegeven, klikt u op [Install/Installeren]. Volg de aanwijzingen op het scherm om verder te gaan. 2. Sluit de camera aan op een computer. 1. Sluit de meegeleverde interfacekabel aan op de USB-poort van de computer en de DIGITAL-aansluiting van de camera.
Aan de slag 30 Beelden naar een computer downloaden 4. Open CameraWindow. Windows Selecteer [Canon CameraWindow] en klik op [OK]. Als het bovenstaande venster niet wordt weergegeven, klikt u op het menu [Start] en selecteert u [Programs/Programma's] of [All Programs/Alle programma's], gevolgd door [Canon Utilities/ Hulpprogramma's van Canon], [CameraWindow], [CameraWindow] en [CameraWindow]. CameraWindow wordt weergegeven.
Beelden naar een computer downloaden 31 Gebruik deze methode om beelden te downloaden met behulp van de knoppen op de camera. Installeer de software voordat u voor het eerst beelden gaat downloaden vanaf de camera met de methode Verplaats (p. 28). Knop Knop Knoppen Knop MENU 1. Controleer of het menu Verplaats wordt weergegeven op het lcd-scherm van de camera. • De knop brandt blauw. • Druk op de knop MENU als het menu Verplaats niet wordt weergegeven. 2. Druk op de knop .
Aan de slag 32 Beelden naar een computer downloaden U kunt de volgende opties in het menu Verplaats gebruiken om de methode voor het downloaden van beelden in te stellen. Alle beelden Hiermee worden alle beelden naar de computer verzonden en daar opgeslagen. Nieuwe beelden Hiermee worden alleen de beelden die nog niet eerder zijn verzonden, naar de computer verzonden en daar opgeslagen. Hiermee worden alleen de beelden met Verpl.
Beelden naar een computer downloaden 33 of om de beelden die u wilt downloaden te selecteren en druk op de knop . • De beelden worden gedownload. De knop knippert blauw terwijl de beelden worden gedownload. 3. Druk op de knop MENU nadat het downloaden is voltooid. • U keert terug naar het menu Verplaats. Alleen met JPEG gecomprimeerde beelden kunnen als wallpaper (achtergrond) voor de computer worden gedownload. De optie die u met de knop selecteert, blijft bewaard als u de camera uitschakelt.
Aan de slag 34 Systeemschema Systeemschema Speedlite 220EX Speedlite 430EX II*5 Speedlite 580EX II*5 Geleverd bij de camera Speedlite Transmitter ST-E2 Lenskap LH-DC50 Interfacekabel IFC-400PCU*1 Draagriem NS-DC7 Lensdop Stereo videokabel STV-250N*1 Afstandsbediening WL-DC300 AA-alkalinebatterijen (×4) Lithiumbatterij (CR2025) voor afstandsbediening Set van batterij en oplader CBK4-300*4 Batterijlader CB-5AH/ CB-5AHE NiHM-batterijen NB-3AH van het formaat AA (×4) • NiMH-batterijen NB4-300
Systeemschema 35 Aan de slag Direct Printcompatibele Canonprinters Compact Photo Printers*2 *3 (SELPHY-serie) Geheugenkaart USB-kaartlezer Inkjetprinters*2 HDMI-kabel HTC-100 High-definition tv Video IN-aansluiting USB-poort Audio IN-aansluiting (R/L) Tv/video Windows/Macintosh *1 Ook afzonderlijk verkrijgbaar. *2 Raadpleeg de gebruikershandleiding van de printer voor meer informatie over de printer en interfacekabels. *3 Deze camera kan ook worden aangesloten op de CP-10/CP-100.CP-200/ CP-300.
Aan de slag 36 Systeemschema Accessoires (afzonderlijk verkrijgbaar) De volgende camera-accessoires worden apart verkocht. Sommige accessoires worden niet verkocht in sommige regio's of zijn mogelijk niet langer beschikbaar. Flitser • EX-serie Speedlites Speedlites voor Canon EOS-modellen. Onderwerpen worden optimaal verlicht voor heldere, natuurgetrouwe beelden. • Speedlite 220EX/430EX II*/580EX II* * Speedlite 430EX en 580EX kunnen ook worden gebruikt.
Systeemschema 37 • Interfacekabel IFC-400PCU Gebruik deze kabel om de camera aan te sluiten op een computer, Compact Photo Printer (SELPHY-serie) of op een inkjetprinter*. * Raadpleeg de gebruikershandleiding van de inkjetprinter. • Stereo videokabel STV-250N Gebruik deze kabel om de camera op een televisietoestel aan te sluiten. Geluid wordt in stereo opgenomen. • HDMI-kabel HTC-100 Gebruik deze kabel om de camera aan te sluiten om de HDMI™-terminal van een high-definition televisie.
Aan de slag 38 Systeemschema Direct Print-compatibele printers Canon heeft de volgende printers voor gebruik met de camera in het assortiment. Deze printers worden apart verkocht. U kunt snel en eenvoudig foto's van hoge kwaliteit afdrukken met deze printers. U hoeft slechts één kabel aan te sluiten tussen de printer en de camera en via de camera de foto's te selecteren die u wilt afdrukken.
39 Leer uw camera kennen
40 Overzicht van de onderdelen Voorzijde a Zoomknop (pp. 67, 158) b c d e f g h i j k Opnamen maken: (Groothoek)/ (Telestand) Weergeven: (Index)/ (Vergroten) Sluiterknop (p. 17) Polsriem (p. 13) ON/OFF-knop/Aan/uit-lampje (pp. 17, 24) Infraroodsensor (p. 262) Flitser (p. 72) Microfoon (pp. 24, 196, 197) Luidspreker Lampje (AF-hulplicht: p. 55, lampje voor rode-ogenreductie: (p. 113), lampje voor zelfontspanner: (p.
41 Achterzijde Overzicht van de onderdelen a Scherm (lcd-venster) (p. 62) b Zoeker (p. 62) c HDMI OUT-miniaansluiting (p. 233) d DIGITAL-aansluiting (pp. 21, 29) e DC IN-aansluiting (netstroom) (p. 269) f A/V OUT-aansluiting (audio/video-uitvoer) (p. 231) g Klepje van de aansluitingen h Klepje van geheugenkaartsleuf (p. 11) i Batterijhouder (p. 10) j Vergrendeling (p.
42 Bediening a Knop (Afdrukken/Delen) (pp. 21, 31, 154) b Knop (Flitser)/ (Microfoon) (pp. 72, 196, 197) c Knop (Verhouding) (p. 80) d Dioptrie-instelknop (p. 63) e Flitseraansluiting (p. 270) f Filmknop (pp. 24, 90) g Programmakeuzewiel (pp. 17, 24, 89) h Knop (Weergeven) (pp. 19, 26) i Knop (Belichting)/ (Springen) (pp. 139, 162) j Knop (AF Frame-selectie)/ (Eén beeld wissen) (pp. 20, 120) k Knop FUNC./SET (Functie/Instellen) (p. 47) l Knop MENU (p. 48) m Lampje (p. 45) n Knop DISP. (Weergave) (p.
43 Als u de instelknop tegen de klok in draait, staat dat gelijk aan drukken op de knop . Als u de instelknop met de klok mee draait, staat dat gelijk aan drukken op de knop (bij sommige functies staat dit gelijk aan drukken op de knop of ). Met de instelknop kunt u de volgende bewerkingen uitvoeren. Bewerking wordt uitgevoerd met de instelknop. Opnamefuncties • • • • • • • De opnamemodi selecteren (p. 97) Items selecteren in / / (pp. 72, 75, 110) Items selecteren in het menu FUNC. (p.
44 De knop 1 gebruiken Met de knop kunt u de camera in-/uitschakelen tussen de opname-/weergavemodi. Sluiterknop ON/OFF-knop Knop De camera uitschakelen Opnamemodus Druk op de ON/OFF-knop Druk op de knop Druk op de ON/OFF-knop Druk de sluiterknop half in Druk op de knop Weergavemodus Lens ingetrokken* Lens uitgeschoven * De tijdsduur waarna de lens automatisch wordt ingetrokken, kan worden ingesteld in [Lens intrekken] in het menu (Instellen) (p. 59).
45 Het aan/-uitlampje en het lampje aan de achterzijde van de camera gaan in de volgende omstandigheden branden of knipperen. • Aan/uit-lampje Oranje : Opnamemodus Groen : Weergavemodus/Printerverbinding Geel : Computerverbinding • Lampje Knippert rood: bezig met opnemen/lezen/wissen/verzenden (als de camera op een computer of printer is aangesloten) Wanneer het lampje aan de achterzijde rood knippert, mag u het volgende nooit doen. Deze handelingen kunnen leiden tot beschadiging van de beeldgegevens.
46 De klok weergeven U kunt op de volgende twee manieren de huidige datum en tijd gedurende een interval van 5 seconden* weergegeven: * Standaardinstelling. a Houd de knop FUNC./SET ingedrukt terwijl u de camera inschakelt. b Houd in de modus opnemen/weergeven de knop FUNC./SET meer dan één seconde ingedrukt. Als u de camera horizontaal houdt, wordt de tijd weergegeven. Als u de camera verticaal houdt, worden de tijd en de datum weergegeven.
47 Basishandelingen Menu FUNC. (knop ) Via dit menu kunt u een groot aantal veelgebruikte functies voor het maken van opnamen instellen. 1 2 5 3 4 • In dit voorbeeld wordt het menu FUNC. in de modus weergegeven. 1 2 3 4 5 Stel het programmakeuzewiel in op de opnamemodus die u wilt gebruiken. Druk op de knop . Gebruik de knop of om een menu-item te selecteren. In bepaalde opnamemodi kunnen sommige items niet worden geselecteerd. Gebruik de knop te selecteren.
48 Opname, Afspelen, Print, Instellen, Mijn camera en Mijn menu (knop MENU) Via deze menu's kunt u gemakkelijk instellingen configureren voor het opnemen, weergeven of afdrukken van beelden. Menu (Instellen) Menu (Mijn camera) Menu (Opname) Menu (Mijn menu) 1 2 5 U kunt met de knop of schakelen tussen menu's. 3 4 • In dit voorbeeld wordt het menu Opname in de modus 1 2 3 4 5 weergegeven. Druk op de knop MENU. Gebruik de knop of om tussen menu's te schakelen.
49 De informatie op het lcd-scherm (zoeker) en in de menu's Histogram (p. 52) bc Oplaadlampje van batterij e d p. 296 f g Spotmetingkader/ AF Frame h j k l m Resterende tijd/ i a Av/tv-balk Verstreken tijd (films)*2 Bufferwaarschuwing*1 Mogelijke opnamen s r q p on (Foto's)*2 Sluitertijd, diafragmawaarde Indicator voor belichtingsniveau (p. 106) Camera beweegt ( (p. 239) ) Weergegeven informatie Instellingsmethode a Witbalans of opnamepixels, enz. b Tijdzone ( ) c Knop FUNC./SET (menu FUNC.
50 Weergegeven informatie l Macro ( )/Super Macro ( Instellingsmethode ) Knop Transport mode Knop / m ( ) Knop MF n Handm. scherpstellen ( ) Knop MENU (menu Instellen) o Maak folder ( ) p Belichtingscompensatie ( … ) Knop ) Knop q Belichtingsschuifbalk ( Knop MENU (menu Opname) r Raster, Uitsnede Knop s AE lock/FE lock *1 Dit wordt normaal gesproken niet weergegeven.
51 Weergavemodus (gedetailleerd) Oplaadlampje van batterij t Nummer van het beeld/ Totaal aantal beelden Bestandsgrootte Opnamepixels (foto's)/ opnamelengte (films) Histogram Datum en tijdstip van opname vu Weergegeven informatie t u Knop ,knop MENU (menu Print) (Afspelen) i-Contrast/Rode-Ogen Corr.
52 z Informatie over beelden die zijn opgenomen met een andere camera, wordt mogelijk niet juist weergegeven. z Waarschuwing bij overbelichting In de volgende gevallen knipperen de gedeelten van het beeld die overbelicht zijn. - Wanneer u een foto direct nadat u deze hebt gemaakt, op het lcd-scherm (gedetailleerde weergave) of in de zoeker (gedetailleerde weergave) bekijkt. - Wanneer u de gedetailleerde modus gebruikt tijdens de weergave.
53 Instellingen door de knop te gebruiken Menu-item , , , MF, Opties Pagina p. 72 … Belichtingscompensatie p. 136 Macro/Super Macro p. 73 Handm. scherpstellen p. 129 ISO waarde p. 86 Transport mode ( wordt ook weergegeven in de filmmodus.) pp. 75, 110, 262 Menu FUNC. Menu-item Opties Wit Balans Pagina p. 141 My Colors p. 144 Beugel pp. 132, 138 Flitscompensatie/ Flits output p. 112 Lichtmeetmethode Opnamepixels (film) p. 139 4:3 p. 93 16:9 Opnamepixels (Foto) 4:3 p.
54 Menu REC * Standaardinstelling Menu-item Overzicht/ Pagina Opties AF Frame Gezicht det.*/Centrum ( / / / : FlexiZone*/Gezicht det.) p. 120 AF-Punt Zoom Aan/Uit* p. 115 Servo AF Aan/Uit* p. 126 AF Mode Continu*/Per Beeld p. 119 4:3 Standaard*/Uit/2.3x p. 68 16:9 Standaard*/Uit/2.0x Digitale Zoom Flitsbesturing Flits output Automatisch*/Handmatig Flitsbel. comp. -2 tot 0* tot +2 Flits output Minimum*/Medium/Maximum Sluiter sync.
55 Menu-item Overzicht/ Pagina Opties Aan*/Uit p. 129 Veiligheids MF Aan*/Uit p. 130 AF-hulplicht Aan*/Uit p. 40 Bekijken (Opname bekijken) Uit/2* - 10 sec./Vastzetten U kunt opgeven hoe lang foto's moeten worden weergegeven nadat ze zijn gemaakt (p. 18). Terugkijken Uit*/details/Focus check p. 117 Orig. Opslaan Aan/Uit* p. 151 Beeldomkeren Aan*/Uit p. 13 Auto Category Aan*/Uit p. 152 (Foto) Continu*/Opname/Pan/Uit p.
56 Afspelen menu Menu-item Pagina Dia Show p. 179 My Category p. 164 Wissen p. 203 Beveilig p. 199 i-Contrast p. 190 Rode-Ogen Corr. p. 185 Trimmen p. 167 Veranderen p. 194 My Colors p. 192 Audio Recorder p. 197 Roteren p. 177 Volgorde p. 217 Ga verder p. 19 Overgang p.
57 Print menu Menu-item Opties Geeft het Print menu weer. Pagina – Sel. beeld & aantal Hiermee kunt u afdrukinstellingen voor losse foto's configureren terwijl u de foto's bekijkt. Select. Reeks Hiermee selecteert u een reeks opeenvolgende beelden en maakt u afdrukinstellingen voor alle beelden in die reeks. Selecteer Per Datum Hiermee configureert u afdrukinstellingen voor beelden die overeenkomen met de gekozen datum. Select. per Category Hiermee configureert u afdrukinstellingen p.
58 Instellen menu Menu-item * Standaardinstelling Opties Overzicht/Pagina Mute Aan/Uit* Stel deze optie in op [Aan] om alle camerageluiden te dempen (behalve wanneer het klepje van de batterijhouder of geheugenkaartsleuf wordt geopend tijdens een opname). Volume Uit/1/2*/3/4/5 Hiermee kunt u het volume aanpassen van het opstartgeluid, het werkgeluid, het geluid van de zelfontspanner, het sluitergeluid en het geluid bij de weergave. U kunt het volume niet aanpassen als [mute] is ingesteld op [Aan].
59 Menu-item LCD Helderheid Opties (Normaal)*/ (Helder) Overzicht/Pagina Spaarstand Automatisch Uit Aan*/Uit Display uit 10 sec./20 sec./ 30 sec./1 min.*/ 2 min./3 min. p. 219 Thuis*/Wereld p. 220 Tijdzone Datum/Tijd Klok Display p. 14 0 – 5* – 10 sec./ 20 sec./30 sec./ p. 46 1 min./2 min./3 min. Formateren Bestandnr. p. 16 (U kunt ook de optie Low Level Format selecteren om op laag niveau te formatteren (p. 223).) Continu*/ Auto reset p.
60 Menu-item Opties Video Systeem NTSC/PAL p. 231 Print methode Auto*/ Zie hieronder. Reset alle Overzicht/Pagina p. 230 Print methode De verbindingsmethode met de printer kan worden gewijzigd. Hoewel het doorgaans niet nodig is deze instelling te wijzigen, selecteert u als u een van de volgende typen beelden wilt afdrukken met de Canon Compact Photo Printer SELPHY CP750/ CP740/CP730/CP720/CP710/CP510/CP520/CP530.
61 Mijn camera menu * Standaardinstelling Menu-item Opties Hiermee selecteert u een gemeenschappelijk thema voor elk instellingsitem van Mijn camera. Opstart scherm Hiermee stelt u het beeld in dat wordt weergegeven wanneer de camera wordt ingeschakeld. Pagina Basishandelingen Thema Opstart geluid Hiermee stelt u het geluid in dat wordt weergegeven wanneer de camera wordt ingeschakeld.
62 Het display van het lcd-scherm en de zoeker Wisselen tussen weergavemodus van het lcd-scherm Telkens wanneer u op de knop DISP. drukt, verandert de weergavemodus van het lcd-scherm of de zoeker. Bovendien wordt de zoeker weergegeven wanneer u het lcd-scherm sluit. Zie De informatie op het lcd-scherm (zoeker) en in de menu's voor details (p. 49). (De volgende schermen worden weergegeven wanneer u opnamen maakt in de modus .
63 Modus Weergeven of Opname bekijken (meteen na het maken van een opname) Standaardweergave* * Alleen weergavemodus Focus check* Detailweergave * Alleen voor foto's z In de vergrote weergave (p. 158) of indexweergave (p. 159) kunt u op het lcd-scherm niet overschakelen naar de detailweergave of de weergave Focus check. z Als de omgeving te helder is (bijvoorbeeld wanneer u buitenopnamen maakt) en de beelden op het lcd-scherm niet duidelijk zijn, gebruikt u de zoeker voor opnames.
64 Nachtweergave Wanneer u 's avonds of bij zonsondergang opnamen maakt en het vanwege de donkere omstandigheden moeilijk is om het lcd-scherm of de zoeker te zien, kunt u met de optie 'nachtweergave' van de camera het onderwerp helder op het lcd-scherm zien. U kunt op deze manier zelfs in het donker een beeld samenstellen (u kunt deze instelling uitschakelen).
65 Weergave-informatie aanpassen Beschikbare opnamemodi p. 296 LCD/Zoeker ( / / / Opname Info Raster Uitsnede Kies voor elk van de weergavemodi van het lcd-scherm ) en ( / ) en de zoeker ( / ) of u deze wilt inof uitschakelen. Het display schakelt telkens wanneer u op de knop DISP. drukt tussen elke ingeschakelde weergavemodus (p. 62). Een weergavemodus die is uitgeschakeld, verschijnt niet wanneer u op de knop DISP. drukt. Hiermee geeft u informatie over de opname weer (p. 49).
66 2 Selecteer [LCD/Zoeker]. 1. Gebruik de knop om , , selecteren. , , of of te Zoeker Lcd-scherm • Hiermee stelt u de weergavemodus van het lcdscherm in nadat u op de knop DISP. hebt gedrukt. Huidige actieve display. • Als u de weergavemodus niet wilt wijzigen, drukt u op de knop FUNC./SET om ( / / / ) weer te geven. • U kunt niet toevoegen aan het op dat moment actieve pictogram LCD/Zoeker. 3 Configureer de instellingen. 1. Gebruik de knop , , of om de items te selecteren die u wilt weergeven. 2.
67 Veelgebruikte opnamefuncties U kunt ook de instelknop gebruiken om opnamemodi of opties in het menu FUNC. te selecteren. Zie p. 43. Voor het in- en uitzoomen geldt een zoombereik van 28 (G) - 560 (T) mm (verhouding 4:3) en 29 (G) - 580 (T) mm (verhouding 16:9) brandpuntsafstand overeenkomstig het 35-mm filmbereik. 1 Duw de zoomknop naar of . Scherpstelbereik (ongeveer) Zoombalk • Telestand: zoomt in op het onderwerp. • Groothoek: zoomt uit van het onderwerp.
68 De digitale zoom/digitale teleconverter gebruiken Beschikbare opnamemodi p. 296 U kunt de digitale zoomfunctie combineren met de optische zoomfunctie tijdens het maken van opnamen. In de tabel worden de beschikbare opnamekenmerken en brandpuntsafstanden (overeenkomstig 35-mm filmbereik) weergegeven. Welke opties u kunt selecteren, hangt af van de ingestelde verhouding (p. 80).
69 De veiligheidszone voor inzoomen Opnamepixels De kleur van de zoombalk Optisch in-/ uitzoomen Wit ( ) Digitale Zoom Geel ( ) Blauw ( ) Zone zonder kwaliteitsverlies Zone met kwaliteitsverlies Veelgebruikte opnamefuncties Afhankelijk van het aantal opnamepixels dat u instelt, kunt u zonder onderbreking overschakelen van optisch inzoomen naar digitaal inzoomen tot een factor waarbij de beeldkwaliteit nog niet afneemt (veiligheidszone voor inzoomen).
70 Opnamen maken met de digitale zoomfunctie 1 Selecteer [Digitale Zoom]. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik in het menu de knop of om [Digitale Zoom] te selecteren. 2 Configureer de instellingen. 1. Gebruik de knop of om [Standaard] te selecteren. 2. Druk op de knop MENU. 3 Duw de zoomknop naar en maak de opname. • De gecombineerde digitale en optische zoomfactor wordt weergegeven op het lcd-scherm (of op de zoeker).
71 Opnamen maken met de digitale teleconverter De functie Digitale Teleconverter maakt gebruik van de digitale zoom om de resultaten van een telelens te benaderen. 1 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik in het menu de knop of om [Digitale Zoom] te selecteren. 2 Configureer de instellingen. 1. Gebruik de knop of om een optie te selecteren. • Welke opties u kunt selecteren, hangt af van de ingestelde verhouding. 4:3 : [2.3x] 16:9 : [2.0x] 2. Druk op de knop MENU.
72 hDe flitser gebruiken Beschikbare opnamemodi 1 2 p. 296 Klap de flitser handmatig op. Druk op de knop . 1. Gebruik de knop of om de flitsmodus te wijzigen. : [Automatisch] : [Aan] • U kunt gedetailleerde instellingen voor de flitser configureren wanneer u op de knop MENU drukt terwijl dit scherm wordt weergegeven (p. 112). 3 Klap de flitser weer neer wanneer u deze niet gebruikt. • (flitser uit) verschijnt op het lcd-scherm (of de zoeker).
73 e Close-ups maken (Macro/Super Macro) Beschikbare opnamemodi p. 296 1 Druk op de knop . Zoombereik voor Buiten het opnemen in de zoombereik • Houd deze knop meer dan macromodus voor opnemen een seconde ingedrukt voor in de Maximale Max. de modus Super Macro ( macromodus groothoek telestand (gele balk) verschijnt op het lcd-scherm of op de zoeker).
74 Scherpstelafstand en beeldgebied bij het maken van een opname op de kortst mogelijke afstand van het onderwerp.
75 De zelfontspanner gebruiken Beschikbare opnamemodi p. 296 10 sec. zelfontspanner 2 sec. zelfontspanner Custom timer Gezichtzelfontspanner Draadl. Vertr. Met deze optie wordt tien seconden na het indrukken van de sluiterknop een opname gemaakt. • Twee seconden voordat de sluiter wordt ontgrendeld, gaat de zelfontspanner sneller piepen en gaat het betreffende lampje sneller knipperen. Met deze optie wordt twee seconden na het indrukken van de sluiterknop een opname gemaakt.
76 , 1 , Selecteer [Transport inst.]. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik in het menu de knop of om [Transport inst.] te selecteren. 3. Druk op de knop . 2 Configureer de instellingen. 1. Gebruik de knop of om [Zelfontspanner] te selecteren. 2. Gebruik de knop of om in te stellen. 3. Druk op de knop . 4. Druk op de knop MENU. 3 Druk op de knop . 1. Gebruik de knop of om de zelfontspannermodus te selecteren.
77 De vertraging en het aantal opnamen wijzigen ( 1 ) Selecteer [Transport inst.]. 1. Druk op de knop MENU. 3. Druk op de knop 2 . Configureer de instellingen. 1. Gebruik of om [Zelfontspanner] te selecteren en de knop of om te selecteren. 2. Gebruik de knop of om [Vertraging] of [Beelden] te selecteren en gebruik de knop of om de instelling te wijzigen. 3. Druk op de knop . 4. Druk op de knop MENU.
78 (De gezicht-zelfontspanner gebruiken) 1 Selecteer . 1. Druk op de knop . 2. Gebruik de knop of om te selecteren. 2 Stel het aantal foto's in. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik in het menu de knop of om [Transport inst.] te selecteren. 3. Druk op de knop . 4. Gebruik de knop of om [Gezicht-zelfont.] te selecteren. 5. Gebruik de knop of om een waarde in te stellen. 6. Druk op de knop . 7. Druk op de knop MENU.
79 4 Druk de sluiterknop helemaal in om de opname te maken. 5 Laat het andere onderwerp in de compositie binnen en naar de camera kijken. • Wanneer het nieuwe gezicht wordt herkend, gaan het knipperen van lampje en het piepen van de zelfontspanner sneller en wordt de sluiter ongeveer 2 seconden later ontgrendeld. • Als het aantal foto's is ingesteld op 2 of meer, blijven er foto's genomen worden met een interval van ongeveer 1 seconden.
80 De verhouding aanpassen Beschikbare opnamemodi p. 296 U kunt de verhouding voor opnamen maken wijzigen. Als u de verhouding 16:9 selecteert, kunt u opnamen maken met een formaat dat goed geschikt is om te tonen op een high-definition tv en om af te drukken op breed papier. 1 Druk op de knop (Verhouding). • De verhouding schakelt telkens wanneer u op de knop drukt tussen 4:3 en 16:9. 4:3 16:9 • Zie Wijzigen van het aantal opnamepixels (foto's) (p. 81) als u foto's wilt nemen.
81 Wijzigen van het aantal opnamepixels (Foto's) Beschikbare opnamemodi 1 Stel de verhouding in. • De verhouding aanpassen (p. 80) 2 Selecteer het aantal opnamepixels. 1. Druk op de knop . 2. Gebruik de knop of om te selecteren en gebruik de knop of om het aantal opnamepixels te wijzigen. Veelgebruikte opnamefuncties Welk aantal opnamepixels u kunt selecteren, hangt af van de ingestelde verhouding. p.
82 Waarden voor opnamepixels (bij benadering) Verhouding Opnamepixels Groot Medium 1 Medium 2 Doel* Hoog Afdrukken op ongeveer A210M 3648 × 2736 formaat (circa 420 × 594 mm) 6M 2816 × 2112 Afdrukken op ongeveer A3formaat (circa 297 × 420 mm) 4M 2272 × 1704 Afdrukken op ongeveer A4formaat (circa 210 × 297 mm) Afdrukken op ongeveer Letterformaat (216 × 279 mm) 2M 1600 × 1200 Afdrukken op ongeveer briefkaartformaat 148 × 100 mm Afdrukken op L-formaat 119 × 89 mm 4:3 Medium 3 Klein Breedbeeld 16:9 B
83 De compressie wijzigen (Foto's) Beschikbare opnamemodi Selecteer een compressie-instelling. 1. Druk op de knop . 2. Gebruik de knop of om te selecteren en de knop of om de optie te wijzigen. 3. Druk op de knop . Waarden voor compressie (bij benadering) Compressie Superfijn Doel Hoge kwaliteit Opnamen van hoge kwaliteit maken. Fijn Opnamen van standaardkwaliteit maken. Normaal Normaal Meer opnamen maken. Zie Geheugenkaarten, geschatte capaciteit en (geschatte) grootte van beeldgegevens (p.
84 De functie voor beeldstabilisatie instellen Beschikbare opnamemodi p. 296 De functie voor beeldstabilisatie (IS, Image Stabilizer) met lensverschuiving maakt het mogelijk camerabewegingen waardoor bewogen foto's ontstaan, tot een minimum te beperken wanneer u opnamen maakt van onderwerpen in de verte die zijn uitvergroot of wanneer u zonder flits opnamen maakt bij weinig licht.
85 2 Configureer de instellingen. 2. Druk op de knop MENU. z Camerabewegingen worden mogelijk niet volledig gecorrigeerd wanneer u opnamen maakt met lange sluitertijden. Gebruik Auto ISO shift (p. 87) of bevestig de camera aan een statief. Wanneer u foto's maakt terwijl de camera op een statief staat, kunt u het beste [IS modus] instellen op [Uit]. Wanneer u films opneemt terwijl de camera op een statief staat, kunt u het beste [IS modus] instellen op [Continu].
86 } De ISO-waardeaanpassen Beschikbare opnamemodi p. 296 Verhoog de ISO-waarde als u een korte sluitertijd wilt gebruiken om de effecten van een bewegende camera te verminderen of te voorkomen dat uw onderwerpen wazig worden, of als u de flitser wilt uitschakelen bij het maken van opnamen in een donkere omgeving. 1 Selecteer een ISO-waarde. 1. Druk op de knop ISO en gebruik de knop of om de instelling te wijzigen.
87 Camerabewegingen beperken tijdens opnamen (Auto ISO shift) Beschikbare opnamemodi p. 296 z In de modus , of werkt deze optie niet wanneer de flits wordt geactiveerd. z De omstandigheden tijdens het fotograferen kunnen er ook toe leiden dat het pictogram dat aangeeft dat de camera beweegt ( ), niet verdwijnt, ook al wordt de ISO-waarde verhoogd. 1 Selecteer [Auto ISO shift]. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik in het menu de knop of om [Auto ISO shift] te selecteren. 2 Configureer de instellingen.
88 3 Druk de sluiterknop half in. • Wanneer verschijnt, wordt de knop blauw weergegeven. 4 Druk de sluiterknop half in en druk op de knop . • De ISO-waarde na correctie wordt weergegeven. • Als u nogmaals op de knop drukt terwijl u de sluiterknop half indrukt, wordt de oorspronkelijke ISO-waarde hersteld. • Wanneer AE lock (p.
89 Het programmakeuzewiel gebruiken bij het opnemen Programmakeuzewiel Creatieve zone Beeldzone Als er een opnamemodus is geselecteerd die geschikt is voor de opnameomstandigheden, past de camera de instellingen automatisch aan voor het maken van optimale opnamen (p. 97). : Portret : Landschap : Night Snapshot : Sport : Speciale scène : Nacht Scene : Zonsondergang : Sneeuw : Vuurwerk : Aquarium : Kleur Accent : Binnen : Flora : Strand : Lange sluiter : ISO 3200 : Kleur Wissel : Stitch Hulp (p.
90 E Filmopnamen maken Beschikbare opnamemodi p. 296 Ongeacht de stand van het programmakeuzewiel kunt u films* opnemen door op de filmknop te drukken. Dit kunt u net zo lang doen tot de geheugenkaart vol is. U kunt ook films opnemen met kleureffecten zoals Kleur Accent, Kleur Wissel en My Colors. Als de verhouding is ingesteld op 4:3 kunt u het aantal opnamepixels instellen (p. 93). Als de verhouding is ingesteld op 16:9 (p. 80) kunt u films in full highdefinition opnemen.
91 1 Druk op de filmknop om te filmen. z U kunt het beste voor het opnemen van films een geheugenkaart gebruiken die in deze camera is geformatteerd (pp. 16, 223). z Let op het volgende wanneer u aan het opnemen bent: - Raak de microfoon niet aan (p. 40). - Als u op een knop drukt, wordt het geluid van de knop die wordt ingedrukt, ook opgenomen. - De camera past tijdens het opnemen automatisch de belichting en de witbalans aan de opnameomstandigheden aan.
92 z U kunt de volgende bewerkingen uitvoeren wanneer u een film opneemt (u kunt deze ook instellen voordat u gaat opnemen wanneer het programmakeuzewiel is ingesteld op ). - AF lock: als u op de knop MF drukt, wordt de automatische scherpstelling vastgezet op de huidige stand. Het pictogram en de MF-indicator verschijnen op het lcd-scherm (of de zoeker) en u kunt de afstand tussen het onderwerp en de lens bevestigen. U kunt annuleren door nogmaals op de knop MF te drukken. - Handm. scherpstellen (p.
93 Opnamepixels voor een film wijzigen (verhouding 4:3) Framerates 640 × 480 30 beelden/sec. 320 × 240 30 beelden/sec. Selecteer het aantal opnamepixels. 1. Druk op de knop . 2. Gebruik de knop of om te selecteren en de knop of om de optie te wijzigen. 3. Druk op de knop . Het aantal opnamepixels en de framerate voor de modus staan respectievelijk op 1920 x 1080 pixels en 30 frames/sec. z Zie Geheugenkaarten, geschatte capaciteit en (geschatte) grootte van beeldgegevens (p. 287).
94 Foto's maken tijdens het filmen U kunt tijdens het filmen een foto van hoge kwaliteit* maken. * De opnamepixels en compressie zijn hetzelfde als die voor foto's met de geselecteerde verhouding. 1 Druk tijdens het filmen de sluiterknop half in om scherp te stellen. • Druk de sluiter half in zodat de camera kan scherpstellen en de belichting kan instellen voor de foto. Het elektronische geluid wordt niet weergegeven. Tijdens dit proces gaat het filmen door.
95 Opnamefuncties instellen Beschikbare opnamemodi p. 296 Het microfoonniveau (geluidsopnameniveau) voor films, geluidsmemo's (p. 196) en de audiorecorder (p. 197), en het windfilter (p. 197) kunnen worden ingesteld. Selecteer [Audio]. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik de knop of om het menu te selecteren. 3. Gebruik de knop of om [Audio] te selecteren. 4. Druk op de knop 2 . Stel het microfoonniveau in. 1. Gebruik de knop of om [Mic Niveau] te selecteren. 2.
96 3 Stel het windfilter in. 1. Gebruik de knop of om [Wind Filter] te selecteren. 2. Gebruik de knop of om [Aan] of [Uit] te selecteren. 3. Druk op de knop MENU. • Het is raadzaam deze optie in te stellen op [Aan] wanneer er veel wind staat. • Wanneer deze optie is ingesteld op [Aan], wordt weergegeven op het lcd-scherm (of de zoeker). z Wanneer [Automatisch] is ingesteld, wordt het opnamevolume automatisch aangepast om geluidsvervorming te beperken.
97 Opnamemodi voor specifieke scènes Beschikbare opnamemodi p. 296 Als er een opnamemodus is geselecteerd die geschikt is voor de opnameomstandigheden, past de camera de instellingen automatisch aan voor het maken van optimale opnamen. 1 , , of (Speciale scène) Stel het programmakeuzewiel in op , , , of . Modus 1. Gebruik de instelknop om een opnamemodus te selecteren. Portret Hiermee krijgt u een zacht effect wanneer u mensen fotografeert.
98 Night Snapshot Hiermee kunt u in de schemering of in het donker zelfs zonder statief scherpe opnamen van personen maken wanneer u de camera goed vasthoudt. Sport Hiermee worden met automatische scherpstelling continue foto's gemaakt. Dit is heel geschikt voor het fotograferen van bewegende onderwerpen. Nacht Scene In deze modus kunt u opnamen maken van mensen tegen de achtergrond van een avondhemel of een skyline bij nacht.
99 Sneeuw Hiermee maakt u opnamen zonder blauw waas en zonder dat mensen donker afsteken tegen een besneeuwde achtergrond. Vuurwerk In deze opnamemodus wordt vuurwerk scherp en met een optimale belichting vastgelegd. Lange sluiter U kunt foto's maken met een lange belichting door de sluitertijd in te stellen tussen de 1 en de 15 seconden. Druk op de knop , draai de instelknop naar de gewenste sluitertijd en druk nogmaals op de knop .
100 ISO 3200 Hiermee selecteert u de hoogst mogelijke ISO-waarde (3200, tweemaal de ISO-waarde 1600) en verhoogt u de sluitertijd om vage beelden door bewegende onderwerpen of een schuddende camera te voorkomen, zelfs in omstandigheden met weinig licht. Het aantal opnamepixels staat ingesteld op ( bij de verhouding 16:9). Kleur Accent Gebruik deze optie als u alleen de kleur die op het scherm is opgegeven wilt behouden en alle andere kleuren wilt omzetten naar zwart-wit (p. 147).
101 Programma voor automatische belichting G Beschikbare opnamemodi p. 296 1 2 Stel het programmakeuzewiel in op . Maak de opname. z Als de juiste belichting niet kan worden ingesteld, worden de waarden voor sluitertijd en diafragma rood weergegeven op het lcd-scherm wanneer u de sluiterknop half indrukt. Gebruik de volgende opnamemethoden om de belichting te corrigeren en de waarden wit weer te geven. - De flitser gebruiken (p. 72) - De ISO-waarde aanpassen (p.
102 M De sluitertijd instellen Beschikbare opnamemodi p. 296 Als u de sluitertijd instelt, selecteert de camera automatisch een bijpassende diafragmawaarde die is afgestemd op de helderheid van het onderwerp. Kortere sluitertijden bieden u de mogelijkheid om een momentopname te maken van een bewegend onderwerp, terwijl u met langere sluitertijden een uitvloeieffect krijgt en u de mogelijkheid hebt om zonder flitser opnamen te maken in donkere omstandigheden.
103 z De sluitertijd, zoom en diafragmawaarde hebben de volgende relatie. Sluitertijd (seconden) 1 – 1/1600 1 – 1/2000 1 – 1/2500 1 – 1/3200 1 – 1/1600 1 – 1/2000 1 – 1/2500 z De kortste sluitertijd voor flitssynchronisatie is 1/500 seconde*. Zelfs als de sluitertijd vooraf is ingesteld op een snelheid hoger dan 1/500 seconde, wordt de sluitertijd daarom automatisch opnieuw ingesteld op 1/500 seconde tijdens opnamen. * Zie pp. 271, 272 als u een losse flitser gebruikt.
104 B Het diafragma instellen Beschikbare opnamemodi p. 296 Met het diafragma kunt u de hoeveelheid licht die de lens binnenkomt, aanpassen. Als u de diafragmawaarde instelt, selecteert de camera automatisch een bijpassende sluitertijd afgestemd op de helderheid van het onderwerp. Als u een lagere diafragmawaarde selecteert (het diafragma verder opent), kunt u de achtergrond laten vervagen en zo bijvoorbeeld een fraai portret maken.
105 z De kortste sluitertijd voor flitssynchronisatie is 1/500 seconde*. Zelfs als een diafragmawaarde is ingesteld, kan deze dus automatisch opnieuw worden ingesteld overeenkomstig de snelheid voor flitssynchronisatie. * Zie pp. 271, 272 als u een losse flitser gebruikt. F2.8 F3.2 F3.5 F4.0 F4.5 F5.0 F5.6 F5.7 F6.3 F7.1 F8.0 z U kunt de combinaties van diafragmawaarden en sluitertijden wijzigen zonder de belichting aan te passen (p. 134).
106 De sluitertijd en de diafragmawaarde handmatig instellen D Beschikbare opnamemodi p. 296 U kunt de sluitertijd en diafragmawaarde handmatig instellen voor het maken van opnamen. 1 2 Stel het programmakeuzewiel in op . Stel de sluitertijd en diafragmawaarde in. 1. Druk op de knop te selecteren. om de sluitertijd of diafragmawaarde 2. Gebruik de instelknop om de sluitertijd of diafragmawaarde te wijzigen.
107 3 Maak de opname. * De juiste belichting wordt berekend door de helderheid te meten volgens de geselecteerde lichtmeetmethode. • Wanneer u de knop indrukt, wordt de sluitertijd of de diafragmawaarde automatisch aangepast om de juiste belichting te krijgen (behalve wanneer het pictogram is geselecteerd). Wanneer de sluitertijd is geselecteerd, wordt de diafragmawaarde gewijzigd. Wanneer de diafragmawaarde is geselecteerd, wordt de sluitertijd gewijzigd.
108 L Panoramafoto's maken (Stitch Hulp) Beschikbare opnamemodi p. 296 Stitch Hulp kan worden gebruikt om overlappende foto's te maken die later kunnen worden samengevoegd tot één panoramafoto op de computer. De overlappende naden van verschillende naast elkaar liggende foto's kunnen worden samengevoegd tot één panoramafoto. 1 2 Stel het programmakeuzewiel in op . Selecteer de opnamerichting. 1. Gebruik de instelknop om een opnamerichting te selecteren.
109 3 Maak een opname van het eerste beeld uit de reeks. 4 Stel het tweede beeld zodanig samen dat het een deel van het eerste overlapt en maak de opname. • U kunt op de knop , , of drukken om terug te gaan naar het eerder opgenomen beeld om de foto opnieuw te nemen. (Als u opnamen met de klok mee maakt, kunt u het hele beeld opnieuw nemen.) • Kleine afwijkingen in de overlappende gedeelten kunnen worden gecorrigeerd wanneer de beelden worden samengevoegd.
110 Diverse opnamemethoden U kunt ook de instelknop gebruiken om opnamemodi of opties in het menu FUNC. te selecteren. Zie p. 43. W Continue opname Beschikbare opnamemodi p. 296 De camera maakt continu opnamen wanneer u de sluiterknop ingedrukt houdt. Focus Weergave tijdens het op het lcdfotograferen scherm*1 U kunt continu foto's maken Continu Ongeveer 4,0 met een kort interval. beelden/sec. Vast*2 Continue Opname AF Ongeveer 1,1 beelden/sec.
111 2 Maak de opname. • De camera blijft achterelkaar foto's nemen zolang u de sluiterknop ingedrukt houdt. De opnamen worden gestopt wanneer u de sluiterknop loslaat. De continue opname annuleren: Volg stap 1 om weer te geven. z z z z is de standaardinstelling. kan niet worden ingesteld. In en modi voor handmatige scherpstelling wordt niet weergegeven. (U kunt selecteren.) Het autofocuskader wordt ingesteld op [Centrum] in de modus (p. 120). Opname bekijken (p.
112 De flitser instellen Beschikbare opnamemodi p. 296 U kunt gedetailleerde instellingen maken voor de ingebouwde flitser en externe flitser*, aangepast aan de opnameomstandigheden. * Zie De losse flitser instellen (p. 273). Instellingen ingebouwde flitser Menu-item Overzicht Opmerking Flits mode Wanneer deze optie is ingesteld op [Handmatig], kunt u de flitsoutput regelen in de opnamemodus of . Flitsbel. comp.
113 Menu-item Overzicht Opmerking De flitstijd wordt aangepast aan lange sluitertijden. Hiermee verkleint u de kans dat alleen de achtergrond donker wordt weergegeven wanneer u in het donker of binnen een opname maakt. Als u Slow sync gebruikt, neemt de kans op camerabeweging toe. Het gebruik van een statief wordt daarom aanbevolen. Rode-Ogen Zoekt en corrigeert automatisch rode ogen wanneer de flitser flitst.
114 [Flitsbesturing] weergeven en instellen 1 Selecteer [Flitsbesturing]. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik in het menu de knop of om [Flitsbesturing] te selecteren. 3. Druk op de knop . • [Flitsbesturing] kan ook op de volgende manieren worden weergegeven. - Druk langer dan een seconde op de knop . - Wanneer u de flitsmodus wijzigt, drukt u op de knop MENU (p. 72). 2 Configureer de instellingen. Voorbeeld in de modus P 1. Gebruik de knop of om de optie te selecteren. 2.
115 De focus en gezichtsuitdrukkingen controleren Beschikbare opnamemodi p. 296 U kunt inzoomen op de weergave van het autofocuskader om de focus te controleren wanneer u de opname maakt, of direct nadat u de opname hebt gemaakt. U kunt inzoomen op het gebied met het autofocuskader om tijdens opnamen de scherpstelling te controleren. Wanneer u de gezichtsuitdrukkingen van mensen wilt vastleggen, stelt u [AF Frame] in op [Gezicht det.].
116 3 Druk de sluiterknop half in. • Wanneer u de sluiterknop half indrukt, zoomt u in op een deel van het scherm op basis van de volgende instellingen voor de modus voor het autofocuskader (p. 120). [Gezicht det.] : op het detecteerde gezicht én het hoofdonderwerp is ingezoomd. [Centrum] : op het lcd-scherm lijkt op het centrum van het beeld te zijn ingezoomd. [FlexiZone] : het gebied binnen het AF Frame lijkt alsof erop is ingezoomd. 4 Druk de sluiterknop helemaal in om de opname te maken.
117 De focus direct na de opname controleren (Focus check) 1 Selecteer [terugkijken]. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik in het menu de knop of om [terugkijken] te selecteren. 2 Configureer de instellingen. 1. Gebruik de knop of om [Focus check] te selecteren. 2. Druk op de knop MENU. Diverse opnamemethoden In deze weergave kunt u controleren of het beeld scherp (in focus) is.
118 3 Maak de opname. • Het opgenomen beeld wordt weergegeven. Inhoud van het oranje • De kaders worden als volgt weergegeven. Kleur van kader Oranje Wit Inhoud Het gebied van de foto in dit kader wordt rechtsonder op het scherm weergegeven. Geeft de autofocuskaders of de positie van gezichten aan waarop tijdens de opname is scherpgesteld. • Het beeld uit het oranje kader kan met een andere vergroting worden weergegeven en worden verschoven.
119 Schakelen tussen instellingen voor scherpstellen Beschikbare opnamemodi p. 296 U kunt de autofocusmodus (AF Mode) instellen. De camera wordt voortdurend scherpgesteld, waar deze ook op is gericht, zelfs als u niet op de sluiterknop drukt. Hierdoor hoeft u geen enkele kans te missen voor het maken van opnamen. Per Beeld De camera stelt alleen scherp als u de sluiterknop half hebt ingedrukt, zodat de batterijen worden gespaard. 1 Selecteer [AF Mode]. 1. Druk op de knop MENU. 2.
120 Een autofocuskader selecteren Beschikbare opnamemodi p. 296 Het autofocuskader (AF Frame) geeft aan op welk gebied in de beeldcompositie de camera scherpstelt. De camera detecteert een gezicht en stelt de focus, de belichting*1 en de witbalans*2 in. Daarnaast vindt er een lichtmeting van het onderwerp plaats, zodat Gezicht det. het gezicht correct wordt belicht bij het flitsen. *1 Alleen in de deelmetingsmodus (p. 139) *2 Alleen in (p.
121 Het autofocuskader ziet er zo uit als u de sluiterknop half indrukt. - Groen: voorbereidingen voor opname zijn voltooid - Geel: problemen met scherpstellen (optie [Centrum] of [FlexiZone]) - Geen autofocuskader: problemen met scherpstellen (optie [Gezicht det.]) z Wanneer de camera gezichten detecteert, worden autofocuskaders weergegeven op maximaal drie gezichten.
122 Het autofocuskader verplaatsen ([FlexiZone] geselecteerd) Het autofocuskader kan handmatig worden verplaatst, zodat u precies op het gewenste gebied van uw onderwerp kunt scherpstellen. 1 Druk op de knop . • Het autofocuskader wordt groen weergegeven. 2 Verplaats het autofocuskader met de instelknop en druk op de knop . • U kunt het autofocuskader met de knop , , of verplaatsen naar de positie waar u het wilt instellen.
123 De afmetingen van het autofocuskader wijzigen ([FlexiZone] geselecteerd) U kunt de afmetingen van het autofocuskader wijzigen zodat deze overeenkomen met de afmetingen van het onderwerp. Wanneer uw doelonderwerp klein is of wanneer u wilt scherpstellen op een bepaald deel van het onderwerp, kunt de afmetingen van het autofocuskader verkleinen om het scherpstelgebied te beperken. Druk op de knop . • Het autofocuskader wordt groen weergegeven. 2 Druk op de knop DISP.
124 Een persoon selecteren om op scherp te stellen (gezicht selecteren en volgen) Beschikbare opnamemodi p. 296 Als de focus eenmaal is vastgezet op het gezicht van een persoon, kan het kader zo worden ingesteld dat het de persoon volgt wanneer deze zich binnen een bepaalde afstand bevindt. Stel de modus AF Frame van tevoren in op [Gezicht det.] (p. 120). 1 Selecteer een gezicht om op scherp te stellen. 1. Druk op de knop terwijl gezichten worden gedetecteerd door de camera.
125 3. Druk nogmaals op de knop Druk de sluiterknop half in. • Het gezichtskader ( ) van het hoofdonderwerp verandert in een groene . • Als de camera niet goed kan scherpstellen, wordt het gezichtskader geel weergegeven. 3 Druk de sluiterknop helemaal in om een foto te maken. In de volgende gevallen wordt de gezichtsselectiemodus geannuleerd.
126 Opnamen maken met Servo AF Beschikbare opnamemodi p. 296 Met Servo AF blijft de scherpstelling op een onderwerp zolang de sluiterknop half is ingedrukt, zodat u geen mogelijkheden mist om een bewegend onderwerp vast te leggen. 1 Selecteer [Servo AF]. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik in het menu de knop of om [Servo AF] te selecteren. 2 Configureer de instellingen. 1. Gebruik de knop of om [Aan] te selecteren. 2. Druk op de knop MENU. 3 Druk de sluiterknop half in. • [Gezicht det.
127 Opnamen maken van onderwerpen waarop moeilijk kan worden scherpgesteld (focusvergrendeling, autofocusvergrendeling, handmatig scherpstellen, Veiligheids MF) Beschikbare opnamemodi p. 296 Opnamen maken met focusvergrendeling 1 2 3 Richt de camera zodanig dat een onderwerp met dezelfde brandpuntsafstand (focus) als het hoofdonderwerp zich in het midden van het autofocuskader op het lcd-scherm (of de zoeker) bevindt. Houd de sluiterknop half ingedrukt terwijl u het beeld opnieuw samenstelt.
128 3 Richt de camera weer op het onderwerp dat u eigenlijk wilt vastleggen en maak de opname. De autofocusvergrendeling opheffen: Druk op de knop MF. Wanneer [Servo AF] (p. 126) is ingesteld op [Aan], kan AF lock niet worden gebruikt. z In de modus z z z z kunt u AF lock niet inschakelen met de methode op p. 127. In plaats daarvan kunt u AF lock gebruiken door te registreren op [Snelkiesknop] (p. 154).
129 Opnamen maken in de modus voor handmatig scherpstellen U kunt handmatig scherpstellen (de focus handmatig instellen). 1 Druk op de knop MF om weer te geven. MF-indicator * Dit kan ook zodanig worden ingesteld dat het weergegeven beeld niet wordt vergroot (p. 55). De weergavevergroting is ook niet beschikbaar wanneer of Digitale Zoom wordt gebruikt of tijdens het weergeven van het beeld op een televisie.
130 2 Gebruik de instelknop om scherp te stellen. • De cijfers die in de indicator voor handmatig scherpstellen worden weergegeven, zijn geschatte waarden. Gebruik deze uitsluitend als leidraad bij het maken van opnamen. Het handmatig scherpstellen annuleren: Druk op de knop MF. U kunt de instelling van het kader voor automatisch scherpstellen niet wijzigen als u handmatig scherpstelt.
131 De Veiligheids MF instellen 1 Selecteer [Veiligheids MF]. 1. Druk op de knop MENU. 2 Configureer de instellingen. 1. Gebruik de knop of om [Aan] te selecteren. 2. Druk op de knop MENU. 3 Stel de camera scherp met de handmatige scherpstelling en druk vervolgens de sluiterknop half in. • De camera stelt scherp op een nauwkeuriger scherpstelpunt. 4 Maak de opname door de sluiterknop helemaal in te drukken. Diverse opnamemethoden 2.
132 Focus Bracketing (modus BKT-Focus) Beschikbare opnamemodi p. 296 De camera maakt automatisch drie opnamen: één op de handmatige scherpstelpositie en één elk met scherpstelposities verder weg en dichterbij. De drie opnamen worden met hetzelfde interval gemaakt als bij continu opnamen maken (p. 110). De scherpstelposities verder weg en dichterbij kunnen in drie stappen worden ingesteld: groot, middel en klein. De modus BKT-Focus is niet beschikbaar bij fotograferen met de flitser aan.
133 De belichtingsinstelling vergrendelen (AE lock) Beschikbare opnamemodi p. 296 U kunt de belichting en de focus afzonderlijk instellen. Dit is handig als het contrast tussen het onderwerp en de achtergrond te groot is of als het onderwerp van achteren wordt belicht. Controleer of de flits is ingeklapt. • 2 3 wordt weergegeven. Richt de camera op het onderwerp waarvoor u de belichting wilt vergrendelen. Druk de sluiterknop half in en druk op de knop .
134 De combinatie van sluitertijd en diafragmawaarde wijzigen De automatisch geselecteerde combinaties van sluitertijden en diafragmawaarden kunnen naar wens worden aangepast zonder dat de belichting wordt gewijzigd voor het maken van opnamen (Program Shift). 1 2 Richt de camera op het onderwerp waarvoor u de belichting wilt vergrendelen. Druk de sluiterknop half in en druk op de knop . • De instelling voor de belichting wordt vergrendeld en op het lcd-scherm (of de zoeker) wordt weergegeven.
135 De flitsbelichting vergrendelen (FE lock) Beschikbare opnamemodi p. 296 U kunt de flitsbelichting vergrendelen, zodat de belichting juist is ingesteld, ongeacht de compositie van het onderwerp. Klap de flitser op. Druk in de modus (flitser aan). op de knop en selecteer • Als u een losse flitser gebruikt, raadpleegt u de handleiding daarvan voor instelinstructies. 3 4 Richt de camera op het onderwerp waarvoor u de belichting wilt vergrendelen. Druk de sluiterknop half in en druk op de knop .
136 b De belichtingscompensatie aanpassen Beschikbare opnamemodi p. 296 Geef een positieve waarde op voor de belichtingscompensatie om te voorkomen dat het onderwerp te donker wordt bij tegenlicht of als de achtergrond erg helder is. Stel de belichtingscompensatie in op een negatieve waarde om te voorkomen dat het onderwerp te licht wordt wanneer u 's avonds of tegen een donkere achtergrond opnamen maakt. 1 2 Druk op de knop om de belichtingscompensatiebalk weer te geven.
137 In de filmmodus kan de belichtingsschuifbalk worden ingesteld/ geannuleerd (p. 92). Opnamen maken tijdens het lichter maken van donkere gebieden (i-Contrast) Beschikbare opnamemodi p. 296 1 Selecteer [i-Contrast] 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik in het menu de knop of om [i-Contrast] te selecteren. 2 Configureer de instellingen. 1. Gebruik de knop of om [Auto] te selecteren. 2. Druk op de knop MENU. i-Contrast is niet beschikbaar bij het maken van foto's tijdens het filmen.
138 Auto Exposure Bracketing (modus AEB) Beschikbare opnamemodi p. 296 In deze modus wijzigt de camera automatisch de belichting binnen een ingesteld bereik om drie opnamen te maken met hetzelfde interval als bij continu opnamen maken (p. 110). De beelden worden in de volgende volgorde genomen: standaard belichting, onderbelichting en overbelichting. 1 Selecteer AEB. 1. Druk op de knop . 2. Gebruik de knop of om te selecteren en gebruik de knop of om te selecteren. 3. Druk op de knop DISP.
139 Schakelen tussen lichtmeetmethoden Beschikbare opnamemodi p. 296 1 Wijzig de lichtmeetmethode. 1. Druk op de knop . 2. Gebruik de knop of om te selecteren en de knop of om de optie te WIJZIGEN. 3. Selecteer de knop . Diverse opnamemethoden Geschikt voor standaard opnameomstandigheden, waaronder scènes in tegenlicht. Het beeld wordt verdeeld in een aantal zones voor lichtmeting.
140 Spotmetingspunt verplaatsen naar het autofocuskader/het spotmetingspunt centreren 1 Selecteer [FlexiZone]. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik in het menu de knop of om [AF Frame] te selecteren. 3. Gebruik de knop of om [FlexiZone] te selecteren. 2 Selecteer [Spotmetingpunt]. 1. Gebruik de knop of om [Spotmetingpunt] te selecteren. 3 Configureer de instellingen. 1. Gebruik de knop of om [Centrum] of [AF-Punt] te selecteren. 2. Druk op de knop MENU.
141 De toon (witbalans) aanpassen Beschikbare opnamemodi p. 296 Gewoonlijk wordt met (Auto) witbalansbepaling een optimale witbalans geselecteerd. Als de instelling geen natuurlijke kleuren genereert, wijzigt u de witbalans door een instelling te gebruiken die geschikt is voor de lichtbron. De instellingen worden automatisch geselecteerd door de camera. Dag Licht Deze instelling is geschikt voor buitenopnamen met veel zonlicht.
142 De aangepaste witbalans gebruiken In de volgende situaties waarin de witbalans met de optie (Auto) moeilijk kan worden ingesteld, kunt u beter een aangepaste witbalansinstelling (Custom) gebruiken. • Bij het vastleggen van onderwerpen met een monotone kleur (zoals de lucht, zee of een bos). • Bij het gebruik van een bepaalde lichtbron (zoals een kwiklamp). • Bij het maken van close-ups (macro). 1 Selecteer . 1. Druk op de knop . 2.
143 z U wordt aangeraden de opnamemodus z z z Diverse opnamemethoden z te kiezen en de belichtingscompensatie op [±0] in te stellen voordat u een aangepaste witbalans instelt. Er kan mogelijk geen juiste witbalans worden ingesteld als de belichtingsinstelling onjuist is (het beeld is volledig zwart of wit). Wanneer u witbalansgegevens op korte afstand meet bij gebruik van een flitser, krijgt u mogelijk niet de juiste belichting.
144 Opnamen maken in een My Colorsmodus Beschikbare opnamemodi p. 296 U kunt het uiterlijk van een opname wijzigen terwijl u de opname maakt. My Colors uit Met deze instelling maakt u normale opnamen. Levendig Hiermee worden het contrast en de kleurintensiteit benadrukt, zodat u een opname met heldere kleuren krijgt. Neutraal Hiermee worden het contrast en de kleurverzadiging afgevlakt, zodat u neutrale kleuren krijgt. Sepia De opnamen worden gemaakt in sepiakleuren.
145 / 1 / / / / / / / / / Selecteer de instelling bij My Colors. 1. Druk op de knop . 3. Druk op de knop . (De modus Custom Kleur instellen) 1 Selecteer . 1. Druk op de knop . 2. Gebruik de knop of om te selecteren en kies, met de knop of . Diverse opnamemethoden 2. Gebruik de knop of om te selecteren en de knop of om de optie te wijzigen.
146 2 Wijzig de instelling. 1. Druk op de knop DISP. 2. Gebruik de knop of om [Contrast], [Scherpte], [Verzadiging], [Rood], [Groen], [Blauw] of [Huidtint] te selecteren. 3. Gebruik de knop of om de instelling aan te passen. Selecteer een item Pas het item aan • De resultaten van de aanpassing worden weergegeven. • Als u op de knop DISP. drukt, gaat u terug naar het scherm waar u een My Colors-modus kunt selecteren. 4. Druk op de knop . • Ga terug naar het opnamescherm om de opname te maken.
147 De kleuren wijzigen en opnamen maken Beschikbare opnamemodi p. 296 Kleur Accent Kleur Wissel Gebruik deze optie als u alleen de kleur die op het scherm is opgegeven wilt behouden en alle andere kleuren wilt omzetten naar zwart-wit. Gebruik deze optie om de kleur die u op het scherm opgeeft te veranderen in een andere. De opgegeven kleur kan alleen worden veranderd in een andere kleur en er kunnen niet meerdere kleuren worden gekozen. U kunt niet tussen het lcd-scherm en de zoeker schakelen.
148 2 Druk op de knop DISP. • De camera schakelt naar de kleurinvoermodus en geeft afwisselend het originele beeld en het Kleur Accentbeeld weer (met de eerder ingestelde kleur). 3 Richt de camera zodat de kleur die u wilt behouden in het midden van het lcd-scherm (of de zoeker) staat en druk op de knop . • Er kan slechts één kleur worden opgegeven. • U kunt de knop of of de instelknop gebruiken om het bereik op te geven van de kleuren die worden behouden. –5: alleen de kleur die u wilt behouden.
149 Opnamen maken met de modus Kleur Wissel 1 Selecteer Gewenste kleur (na het wisselen) . 1. Stel het programmakeuzewiel in op . 2. Gebruik de instelknop om te selecteren. 2 Druk op de knop DISP. • De camera schakelt naar de kleurinvoermodus en geeft afwisselend het originele beeld en het Kleur Wisselbeeld weer (met de eerder ingestelde kleur).
150 3 Richt de camera zodat de originele kleur in het midden van het lcd-scherm (of de zoeker) staat en druk op de knop . • Er kan slechts één kleur worden opgegeven. • U kunt de knop of of de instelknop gebruiken om het bereik op te geven van de kleuren die worden gewijzigd. –5: alleen de kleur die u wilt wisselen. +5: ook kleuren in de buurt van de kleur die u wilt wisselen. 4 Richt de camera zodat de gewenste kleur in het midden van het lcd-scherm (of de zoeker) staat en druk op de knop .
151 Oorspronkelijke beelden opslaan U kunt niet alleen beelden opslaan met gewijzigde kleuren bij het fotograferen met de modi Kleur Accent en Kleur Wissel, maar u kunt ook kiezen om de oorspronkelijk beelden op te slaan (van vóór de kleurwijziging). 1 Selecteer [Orig. Opslaan]. 2 Configureer de instellingen. 1. Gebruik de knop of om [Aan] of [Uit] te selecteren. 2. Druk op de knop MENU.
152 Beelden automatisch categoriseren (Auto Category) Beschikbare opnamemodi p. 296 Als u Auto Category instelt op [Aan], worden de beelden tijdens het fotograferen automatisch gesorteerd op vooraf ingestelde categorieën. 1 Mensen Voor opnamen die u in de modus of maakt, of foto's met gezichten die worden gedetecteerd wanneer de modus voor het selecteren van gezichten is geactiveerd of wanneer [AF Frame] is ingesteld op [Gezicht det.]. Landschap Voor opnamen die u maakt in de modus of .
153 C Aangepaste instellingen opslaan Beschikbare opnamemodi p. 296 1 Schakel naar de opnamemodus die u wilt opslaan en stel de instellingen in. • Functies die kunnen worden opgeslagen in . - Opnamemodus ( , , , ) - Items die kunnen worden ingesteld in de modi , , en (pp. 101 – 107) - Instellingen van Opname Menu - Zoomlocatie - Locatie voor handmatig scherpstellen - My Menu inst.
154 3 Registreren. 1. Gebruik de knop of om [OK] te selecteren. 2. Druk op de knop . 3. Druk op de knop MENU. z De inhoud van de instellingen is niet van invloed op andere opnamemodi. z Opgeslagen instellingen kunnen worden hersteld (p. 230). Functies registreren voor de knop c Beschikbare opnamemodi p. 296 U kunt een functie die u tijdens het fotograferen vaak gebruikt registreren met de knop . Menu-item 1 Pagina Menu-item Pagina Niet toegekend – Rode-Ogen p. 112 Lichtmeting p.
155 2 Configureer de instellingen. • Als rechtsonder bij het pictogram wordt weergegeven kunt u de functie registreren, maar kunt u deze niet gebruiken met andere opnamemodi of instellingen, zelfs wanneer u op de knop drukt. De snelkiesknop annuleren: Selecteer in stap 2. De knop 1 gebruiken Druk op de knop • • • • • • . , , : De instellingen van de geregistreerde functies worden telkens gewisseld wanneer u op de knop drukt. , : het bijbehorende instellingenscherm wordt weergegeven.
156 My Menuinstellen Beschikbare opnamemodi p. 296 U kunt snel toegang krijgen tot veelgebruikte menu-items vanuit één scherm door deze in My Menu te registreren. U kunt ook My Menu configureren zodat het onmiddellijk na het indrukken van de knop MENU verschijnt in de opnamemodus. 1 Selecteer [My Menu inst.]. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik de knop of om het menu te selecteren. 3. Gebruik de knop of om [My Menu inst.] te selecteren 4. Druk op de knop 2 .
157 3 Wijzig de volgorde waarin menu-items worden weergegeven. 1. Gebruik de knop of om [Sorteer] te selecteren. 2. Druk op de knop . 4. Druk op de knop . 5. Gebruik de knop of om het menu-item te verplaatsen. 6. Druk op de knop . 7. Druk op de knop MENU. 4 Stel een standaard weergave in. 1. Gebruik de knop of om [Standaard weergave] te selecteren. 2. Gebruik de knop of om [Ja] te selecteren. • [Ja]: wanneer u op de knop MENU drukt, wordt [My Menu] weergegeven.
158 Weergeven/wissen In de weergavemodus kunt u foto's selecteren met de instelknop. Als u de knop tegen de klok indraait, selecteert u de vorige foto. Met de klok mee selecteert u de volgende foto. Zie ook Foto's bekijken (p. 19). k Vergrote foto's weergeven 1 Duw de zoomknop naar . • Er wordt een vergroot deel van de foto weergegeven. • Foto's kunnen tot ongeveer tienmaal worden vergroot.
159 g Twaalf beelden tegelijk weergeven (Indexweergave) 1 Duw de zoomknop naar . Film Geselecteerd beeld Terugkeren naar de enkelvoudige weergave: Duw de zoomknop naar . Schakelen tussen reeksen van twaalf beelden De springbalk wordt weergegeven wanneer u op de knop drukt in de indexweergave naar en u kunt schakelen tussen reeksen van twaalf beelden. • Door de zoomknop naar te drukken, wisselt u ook de weergave.
160 De scherpstelling en de gezichtsuitdrukking van personen controleren (weergave voor focuscontrole) In de weergave Focus check kunt u nagaan of een foto die u hebt gemaakt, scherp is. Bovendien kunt u de grootte van de uitsnede wijzigen en schakelen tussen beelden, zodat u gemakkelijk de gezichtsuitdrukking van personen kunt controleren en kunt nagaan of er personen zijn die hun ogen dicht hebben. De weergave Focus check openen 1 Druk een aantal keren op de knop DISP.
161 De vergroting en positie van de uitsnede wijzigen 2 Duw de zoomknop naar . • De rechterbenedenhoek van het scherm wordt opvallend weergegeven en u kunt de grootte en de positie van de uitsnede wijzigen. Wijzig de instelling. • U kunt de grootte van de uitsnede wijzigen door op de zoomknop te drukken. • U kunt de positie van de uitsnede wijzigen door op de knop , , of te drukken.
162 d Naar beelden springen Wanneer u veel beelden op een geheugenkaart hebt vastgelegd, is het handig om de vijf zoekcriteria hieronder te gebruiken om te springen naar de beelden die u zoekt. Ga naar datum U springt naar het eerste beeld van elke opnamedatum. Ga naar My Category Hiermee springt u naar het eerste beeld van elke map die gesorteerd is met de functie Auto Category (p. 152) of My Category (p. 164). 1 Ga naar folder Hiermee wordt het eerste beeld in elke map weergegeven.
163 3 Geef de beelden weer. , , geselecteerd of om 1. Gebruik de knop de datum, categorie of map te selecteren voor weergave. • De camera schakelt naar de opgegeven weergavemodus en geeft een blauw kader weer. U kunt de weergave beperken tot de beelden die beantwoorden aan de zoekcriteria. • Druk op de knop om de opgegeven weergavemodus te annuleren. , , geselecteerd 1. Druk op de knop of . • U kunt de instelling annuleren door op de knop MENU te drukken. • Druk op de knop FUNC.
164 Beelden groeperen per categorie (My Category) U kunt ook beelden in voorbereide categorieën onderbrengen. Categorieinformatie die wordt vastgelegd met de functie [Auto Category] (p. 152), kan worden bewerkt. U kunt ook één beeld onderbrengen in meerdere categorieën. De volgende bewerkingen kunnen worden uitgevoerd als de beelden in categorieën zijn onderverdeeld. • Beelden zoeken (p. 162) • Diashow (p. 179) • Beveiligen (p. 199) • Wissen (p. 203) • Afdrukinstellingen configureren (p.
165 [Selectie] 3 Verdeel de beelden in categorieën. 1. Gebruik de knop of om beelden te selecteren die u in categorieën wilt plaatsen. 2. Gebruik de knop of om een categorie te selecteren. . • U kunt de instelling annuleren door nogmaals op de knop FUNC./SET te drukken. • Dit kan ook worden ingesteld in de indexweergave. • Druk op de knop MENU om de instelling te voltooien. [Select. Reeks] 3 Selecteer het eerste beeld. • U kunt het eerste of laatste beeld selecteren met de instelknop. 1.
166 4 Selecteer het laatste beeld. 1. Gebruik de knop om [Laatste beeld] te selecteren. 2. Druk op de knop . 3. Gebruik de knop of om het laatste beeld te selecteren in het bereik dat u in een categorie wilt plaatsen. 4. Druk op de knop . • Een beeld met een lager nummer dan het eerste beeld kan niet als laatste beeld worden geselecteerd. • Er kunnen maximaal 500 beelden worden geselecteerd. 5 Selecteer een categorie. 1. Druk op de knop . 2. Gebruik de knop of om een categorie te selecteren.
167 Een deel van een beeld trimmen U kunt het gewenste deel van een opgenomen beeld trimmen en dit opslaan als een nieuw beeldbestand. Trimmen is alleen mogelijk indien dezelfde verhouding wordt gebruikt als voor het beeld. De verhouding is gelijk aan de verhouding die is ingesteld bij het opnemen (p. 80). 1 Selecteer [Trimmen]. 1. Druk op de knop MENU. Weergeven/wissen 2. Gebruik in het menu de knop of om te selecteren. 3. Druk op de knop 2 . Selecteer een foto. Trimkader 1.
168 3 Pas het trimkader aan. Resolutie na trimmen • U kunt het formaat van het trimkader wijzigen met de zoomknop. De resolutie van het opgeslagen beeld zal echter verschillen, afhankelijk van de grootte van het getrimde beeld. • U kunt de positie van het trimkader wijzigen met de knop , , of . • Druk op de knop DISP. om de verticale/horizontale positie van het trimkader te wijzigen. • Als een gezicht wordt gedetecteerd, verschijnt er een grijs kader rond het gezicht in het scherm linksboven.
169 5 Geef de opgeslagen foto weer. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik de knop of om [Ja] te selecteren. 3. Druk op de knop . • Kies [Nee] om terug te gaan naar het menu Afspelen. Weergeven/wissen -, - of -beelden en beelden die zijn opgenomen in kunnen niet worden getrimd. z Sommige beelden die zijn opgenomen met een andere camera kunnen mogelijk niet worden getrimd. z De resolutie van een getrimd beeld is kleiner dan vóór het trimmen.
170 Films bekijken 1 Geef een film weer. 1. Gebruik de knop of een film te selecteren. 2. Druk op de knop om . • Beelden met het pictogram zijn films. 2 Speel de film af. 1. Gebruik de knop te selecteren. 2. Druk op de knop Bedieningspaneel voor films of om . • De film wordt tijdelijk gestopt wanneer u tijdens de weergave op de knop Voortgangsbalk voor weergave FUNC./SET drukt. Het Tijdstip waarop film afspelen gaat verder als u is opgenomen nogmaals op die knop drukt.
171 Werken met het bedieningspaneel voor films Uit Het afspelen beëindigen en terugkeren naar de enkelvoudige weergave. Print Wanneer er een printer is aangesloten, wordt er een pictogram weergegeven*. Zie voor meer informatie de Gebruikershandleiding voor Direct Print. Afspelen Start het afspelen. Slow Motion U kunt de weergave vertragen met de knop versnellen met de knop . Eerste beeld Hiermee geeft u het eerste beeld weer. Eerder beeld Als u de knop FUNC.
172 Maak het nog leuker om uw films te bekijken Afhankelijk van uw computer kan het zijn dat films niet helemaal soepel worden afgespeeld doordat frames verloren gaan. Bovendien kan het geluid hakkerig zijn. Met een geheugenkaartlezer kunt u de film weer kopiëren naar een geheugenkaart, zodat u de film zonder problemen op uw camera kunt afspelen. Het is natuurlijk helemaal leuk om uw film op tv te bekijken. U moet dan de camera op uw tv aansluiten.
173 4 5 Verwijder de geheugenkaart uit de kaartlezer en plaats deze in de camera. Sluit uw camera aan op uw tv (pp. 231, 233) en speel de films af (p. 170). Macintosh 1 Start ImageBrowser: 2 Plaats een geheugenkaart in de kaartlezer. • Controleer of de geheugenkaart wordt herkend. 3 Kopieer de films naar de geheugenkaart 1. Klik op de film die u wilt kopiëren. • U kunt meerdere films selecteren door Shift of Command ingedrukt te houden en op meerdere bestanden te klikken. 2.
174 Films bewerken U kunt delen van opgenomen films verwijderen. Films van 1 seconde of langer voordat ze worden bewerkt, kunnen in stappen van 1 seconde worden bewerkt, maar films die beveiligd zijn of minder dan 1 seconde lang zijn, kunnen niet worden bewerkt. 1 Selecteer [Bewerken]. 1. Gebruik in het bedieningspaneel voor films de knop of om te selecteren. 2. Druk op de knop . • Het bedieningspaneel voor films en de filmbewerkingsbalk worden weergegeven.
175 2 Bewerk de film. Bewerkingspaneel voor films 1. Gebruik de knop of om (snijden begin) of (snijden eind) te selecteren. 2. Gebruik de knop of om het snijpunt op te geven ( ). 3 Selecteer [opslaan]. 1. Gebruik de knop of 2. Druk op de knop . om te selecteren. Weergeven/wissen • Wanneer u het snijpunt Filmbewerkingsbalk verplaatst met de knop of , wordt weergegeven bij elk interval van 1 seconden, zodat u de film op het aangegeven punt kunt afsnijden.
176 4 Sla het bestand op. 1. Gebruik de knop , , of om [Nieuw bestand] of [Overschrijven] te selecteren. 2. Druk op de knop . • Met [Nieuw bestand] slaat u de bewerkte film op met een andere naam. De gegevens van vóór de bewerking blijven ongewijzigd. Als u op de knop FUNC./SET drukt tijdens het opslaan van de film, wordt het opslaan geannuleerd. • Met [Overschrijven] slaat u de bewerkte film op onder de oorspronkelijke naam. De gegevens van vóór de bewerking gaan verloren.
177 Beelden draaien op het scherm U kunt beelden 90º of 270º rechtsom draaien op het scherm. Origineel 270° Selecteer [Roteren]. Weergeven/wissen 1 90° 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik in het menu de knop of om te selecteren. 3. Druk op de knop 2 . Draai het beeld. 1. Gebruik de knop u wilt draaien. of 2. Druk op de knop . om het beeld te selecteren dat • Druk herhaaldelijk op de knop FUNC./SET om de standen 90°/270°/origineel te doorlopen.
178 Beelden weergeven met overgangseffecten U kunt selecteren welk overgangseffect wordt gebruikt tijdens het wisselen van beelden. Geen overgangseffect. Het weergegeven beeld wordt donkerder en het volgende beeld wordt langzaam lichter totdat het helemaal wordt weergegeven. Druk op de knop zodat het vorige beeld vanaf de linkerzijde wordt weergegeven, en op de knop om het volgende beeld vanaf de rechterzijde weer te geven. 1 Selecteer [Overgang]. 1. Druk op de knop MENU. 2.
179 Beelden automatisch weergeven (diashows) Automatische weergave van geheugenkaartbeelden. Beeldinstellingen voor diashows zijn gebaseerd op de DPOF-standaard (Digital Print Order Format) (p. 209). 1 Hierbij worden alle beelden op een geheugenkaart op volgorde weergegeven. Datum Hierbij worden beelden van een bepaalde datum op volgorde weergegeven. My Category Hierbij worden de beelden in de geselecteerde categorie op volgorde weergegeven.
180 2 Selecteer een weergavemethode. 1. Druk op de knop . 2. Gebruik de knop of om het type diashow te selecteren. • , , : druk op de knop FUNC./SET om een datum, categorie of map te selecteren die u wilt weergeven (p. 182). • – : druk op de knop FUNC./SET om de beelden te selecteren die u wilt weergeven (p. 183). • Als u een overgangseffect wilt toevoegen aan het weergeven van de beelden, gebruikt u de knop om [Effect] te selecteren en kiest u het soort effect met de knop of (p. 181).
181 Overgangseffecten U kunt het overgangseffect kiezen dat moet worden gebruikt wanneer het ene beeld wordt vervangen door een ander. Geen overgangseffect. Het nieuwe beeld wordt langzaam lichter terwijl het van onder naar boven beweegt. Het nieuwe beeld verschijnt eerst in de vorm van een kruis en wordt geleidelijk groter totdat het volledige beeld wordt weergegeven. In de modus voor enkelvoudige weergave kunt u een diashow starten vanaf het beeld dat op dat moment wordt weergegeven.
182 Selecteer een datum/categorie/map om weer te geven ( , , ) 1 Selecteer een weergavemethode. 1. Gebruik de knop of om , of te selecteren. 2. Druk op de knop 2 . Selecteer de beelden die u wilt weergeven. 1. Gebruik de knop of om een datum, categorie of map te selecteren voor weergave. 2. Druk op de knop . • Er verschijnt een 3 op de geselecteerde beelden. • De selectie annuleren: Druk nogmaals op de knop FUNC./SET. • Er kunnen meerdere selecties worden gemaakt voor de datum/categorie/map.
183 Beelden selecteren voor weergave ( – ) Selecteer alleen de beelden die u wilt weergeven en sla deze op als diashow (Custom 1, 2 of 3). Er kunnen maximaal 998 beelden worden geselecteerd. Deze worden in de volgorde van selectie weergegeven. 1 Selecteer een weergavemethode. • Eerst wordt alleen het pictogram weergegeven. 2. Druk op de knop . • Wanneer u instelt, verandert het pictogram in en wordt weergegeven. en veranderen op dezelfde manier wanneer deze worden ingesteld.
184 Alle beelden selecteren 1. Na het selecteren van – in stap 1 gebruikt u de knop om [Markeer] te selecteren en drukt u op de knop FUNC./SET. 2. Gebruik de knop om [Markeer] te selecteren en druk op de knop FUNC./SET. 3. Gebruik de knop om [OK] te selecteren en druk op de knop FUNC./SET. Als u de selectie van alle beelden wilt opheffen, selecteert u [Herstel]. De speeltijd en herhalingsinstellingen aanpassen • Speeltijd Hiermee stelt u de weergaveduur voor elk beeld in.
185 Functie Rode-ogencorrectie U kunt rode ogen corrigeren in foto's die zijn gemaakt. In bepaalde foto's worden rode ogen mogelijk niet automatisch gedetecteerd of levert de correctie niet het gewenste resultaat op. U kunt het beste [Nieuw bestand] gebruiken om gecorrigeerde beelden op te slaan. 1 Selecteer [Rode-Ogen Corr.]. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik in het menu de knop of om te selecteren. 3. Druk op de knop 2 . Selecteer een foto. 1.
186 3 Corrigeer het beeld. 1. Gebruik de knop , , of om [Start] te selecteren. 2. Druk op de knop 4 . Sla het beeld op. 1. Gebruik de knop , , of om [Nieuw bestand] of [Overschrijven] te selecteren. 2. Druk op de knop 5 . • [Nieuw bestand]: het bestand wordt opgeslagen als een nieuw bestand met een nieuwe naam. Het ongecorrigeerde beeld wordt opgeslagen. Het nieuwe beeld wordt opgeslagen als het laatste bestand.
187 z Hoewel u de rode-ogencorrectie talloze keren op een foto kunt toepassen, neemt de beeldkwaliteit telkens geleidelijk af. z Omdat het correctiekader niet automatisch wordt weergegeven op foto's die al een keer zijn gecorrigeerd met de functie Rode-ogen correctie, gebruikt u de optie [Voeg Kader Toe] om de correctie nogmaals uit te voeren.
188 Correctiekader toevoegen 1 Selecteer [Voeg Kader Toe]. 1. Gebruik de knop , , of om [Voeg Kader Toe] te selecteren. 2. Druk op de knop . 2 • Er wordt een groen kader weergegeven. Pas de positie van het correctiekader aan. 1. Gebruik de knop , of om het kader te verplaatsen. 3 , • U kunt de grootte van het kader wijzigen met de zoomknop. Voeg extra correctiekaders toe. 1. Druk op de knop . • Er wordt een correctiekader toegevoegd en de kaderkleur verandert in wit.
189 Correctiekaders verwijderen 1 Selecteer [Verw. kader]. 1. Gebruik de knop , , of om [Verw. kader] te selecteren. 2. Druk op de knop Selecteer een kader dat u wilt verwijderen. 1. Gebruik de knop of om een kader te selecteren dat u wilt verwijderen. • Het geselecteerde kader wordt groen weergegeven. 3 Verwijder het kader. 1. Druk op de knop . • Het geselecteerde kader verdwijnt. • Als u meer kaders wilt verwijderen, herhaalt u de bewerkingen vanaf stap 2.
190 Donkere gebieden lichter maken (i-Contrast) U kunt donkere gebieden in een beeld automatisch laten detecteren en lichter maken, en dit vervolgens als nieuw beeld opslaan. 1 Selecteer [i-Contrast] 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik in het menu de knop of om te selecteren. 3. Druk op de knop 2 . Selecteer het beeld dat u lichter wilt maken. 1. Gebruik de knop of om een beeld te selecteren. 2. Druk op de knop 3 . Selecteer het helderheidscompensat ieniveau. 1.
191 4 Sla het beeld op. 1. Gebruik de knop of om [OK] te selecteren. 2. Druk op de knop . • Als u compensatie op nog een beeld wilt uitvoeren, herhaalt u de bewerkingen vanaf stap 2. Geef de opgeslagen foto weer. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik de knop of om [Ja] te selecteren. 3. Druk op de knop . • Kies [Nee] om terug te gaan naar het menu Afspelen. z Afhankelijk van het beeld kan de beeldkwaliteit afnemen en is de compensatieresultaat mogelijk niet zoals verwacht.
192 Effecten toevoegen met de functie My Colors U kunt met de functie My Colors effecten toevoegen aan opgenomen beelden (alleen foto's). De volgende selectie effecten van My Colors is beschikbaar. Zie p. 144 voor meer informatie. 1 Levendig Lichtere Huidtint Neutraal Donkerder Huidtint Sepia Levendig Blauw Zwart/Wit Levendig Groen Positief Film Levendig Rood Selecteer [My Colors]. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik in het menu de knop of om te selecteren. 3. Druk op de knop 2 .
193 3 Selecteer een type My Colors. 1. Gebruik de knop of om het type My Colors te selecteren. 4 Sla het beeld op. 1. Gebruik de knop of om [OK] te selecteren. 2. Druk op de knop . • Het nieuw opgeslagen beeld, dat is getransformeerd met het effect van My Colors, is het laatste in de lijst. • Als u door wilt gaan met het toevoegen van effecten aan beelden, herhaalt u de procedures vanaf stap 2. 5 Geef de opgeslagen foto weer. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik de knop of om [Ja] te selecteren. 3.
194 z Hoewel u de effecten van My Colors talloze keren op een beeld kunt toepassen, neemt de beeldkwaliteit telkens geleidelijk af en worden de beoogde kleuren mogelijk niet gerealiseerd. z Kleuren in beelden die zijn genomen met My Colors (p. 144) in de opnamemodus en beelden die zijn bewerkt met de functie My Colors in de weergavemodus, kunnen enigszins verschillen. Het formaat van beelden veranderen U kunt foto's die zijn gemaakt met veel opnamepixels, opnieuw opslaan met minder opnamepixels.
195 3 Selecteer een resolutie. 1. Gebruik de knop of om een resolutie te selecteren. 2. Druk op de knop . • Als een resolutie niet kan worden geselecteerd vanwege het gebrek aan vrije ruimte op de geheugenkaart, wordt weergegeven. Sla het beeld op. 1. Gebruik de knop of om [OK] te selecteren. 2. Druk op de knop . • De foto met het veranderde formaat wordt in een nieuw bestand opgeslagen. Het originele beeld blijft behouden.
196 Geluidsmemo's aan foto's toevoegen In de weergavemodus kunt u geluidsmemo's (van maximaal 1 minuut) aan een beeld koppelen. De geluidsgegevens worden opgeslagen in de WAVE-indeling (stereo). 1 2 Druk op de knop beelden. tijdens het weergeven van • Het bedieningspaneel voor geluidsmemo's wordt weergegeven. Neem op. 1. Gebruik de knop of om te selecteren. 2. Druk op de knop . • De verstreken tijd en de resterende tijd worden weergegeven. Bedieningspaneel voor • Als u op de knop FUNC.
197 Alleen geluid opnemen (Audio Recorder) U kunt geluid zonder beelden opnemen, tot maximaal twee uur per keer. 1 Selecteer [Audio Recorder]. 1. Druk op de knop MENU. 3. Druk op de knop 2 . Neem een geluid op. Sampling 1. Gebruik de knop of om te selecteren. 2. Druk op de knop . • De opnametijd wordt weergegeven. • Wanneer u op de knop Bedieningspaneel voor geluid FUNC./SET drukt, wordt Beschikbare opnametijd het opnemen onderbroken. Als u nogmaals op de knop drukt, wordt het opnemen hervat.
198 Bedieningspaneel van Audio Recorder Gebruik de knop of de knop FUNC./SET. om een optie te selecteren en druk op Uit Hiermee keert u terug naar het menuscherm. Opnemen Hiermee begint het opnemen. Pauze Hiermee stopt u het opnemen, afspelen. Afspelen Gebruik de knop of om een geluid te selecteren dat u wilt afspelen en druk op de knop FUNC./SET. Als u de knop FUNC./SET ingedrukt houdt, wordt er Terugspoelen teruggespoeld. Het geluid kan tijdens het terugspoelen niet worden beluisterd.
199 Beelden beveiligen U kunt belangrijke foto's en films beveiligen, zodat ze niet per ongeluk worden gewist. U kunt de beveiligingsinstellingen configureren voor elk beeld apart wanneer u deze bekijkt. Select. Reeks U kunt het eerste en laatste beeld selecteren en alle beelden in het bereik beveiligen. Selecteer Per Datum U kunt de beelden vanaf een bepaalde datum beveiligen. Select. per Category U kunt de beelden in een bepaalde categorie beveiligen.
200 [Selectie] 3 Beveilig het beeld. 1. Gebruik de knop of om het beeld te selecteren dat u wilt beveiligen. 2. Druk op de knop . • U kunt de instelling annuleren Beveiligingspictogram door nogmaals op de knop FUNC./SET te drukken. • Als u wilt doorgaan met het beveiligen van beelden, herhaalt u de procedure. • U kunt beelden ook beveiligen in de indexweergave. • Druk op de knop MENU om de instelling te voltooien. [Select. Reeks] 3 Selecteer het eerste beeld.
201 4 Selecteer het laatste beeld. 1. Gebruik de knop om naar het selecteren van het laatste beeld te gaan. 2. Druk op de knop . 3. Gebruik de knop of om het laatste beeld te selecteren in het bereik. . • Een beeld met een lager nummer dan het eerste beeld kan niet als laatste beeld worden geselecteerd. • Er kunnen maximaal 500 beelden worden geselecteerd. 5 Beveilig de beelden. 1. Druk op de knop om [Beveilig] te selecteren. 2. Druk op de knop . • U keert terug naar het selectiemethodescherm.
202 [Selecteer Per Datum]/[Select. per Category]/ [Selecteer Per Folder] 3 Selecteer de beelden. 1. Gebruik de knop of om een datum, categorie of map te selecteren voor beveiliging. 2. Druk op de knop . • Er verschijnt een 3 op de geselecteerde beelden. • U kunt de instelling annuleren door nogmaals op de knop FUNC./SET te drukken. • Als een deel van de beelden al beveiligd is, wordt grijs weergegeven. • U kunt meerdere datums, categorieën of mappen selecteren.
203 [Alle beelden] 3 Beveilig de beelden. 1. Gebruik de knop of om [Beveilig] te selecteren. 2. Druk op de knop . U kunt de bewerking annuleren door op de knop FUNC./SET te drukken in de modus [Beveilig]. Beelden wissen U kunt beelden van een geheugenkaart wissen. z Gewiste beelden kunnen niet worden hersteld. Denk goed na voordat u beelden wist. z Beveiligde beelden kunnen niet worden gewist met deze functie. Selectie Wis beelden na deze één voor één te hebben geselecteerd. Select.
204 1 Selecteer [Wissen]. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik in het menu de knop of om te selecteren. 3. Druk op de knop 2 . Selecteer een wismethode. 1. Gebruik de knop of om een wismethode te selecteren. • Als u op de knop MENU drukt, gaat u terug naar het vorige scherm. 2. Druk op de knop . [Selectie] 3 Selecteer de foto. 1. Gebruik de knop of om een beeld te selecteren dat u wilt wissen. 2. Druk op de knop . • U kunt de selectie van de instelling opheffen door nogmaals op de knop FUNC.
205 4 Wis het beeld. 1. Gebruik de knop of om [OK] te selecteren. 2. Druk op de knop . • Als u [Stop] selecteert, annuleert u de selectie van het beeld dat u op het punt stond te wissen en keert u terug naar stap 2. 3 Selecteer het eerste beeld. • U kunt het eerste of laatste beeld selecteren met de instelknop. 1. Druk op de knop . 2. Gebruik de knop of om het eerste beeld te selecteren in het bereik dat u wilt wissen. 3. Druk op de knop . Weergeven/wissen [Select.
206 4 Selecteer het laatste beeld. 1. Gebruik de knop om naar het selecteren van het laatste beeld te gaan. 2. Druk op de knop . 3. Gebruik de knop of om het laatste beeld te selecteren in het bereik. 4. Druk op de knop . • Een beeld met een lager nummer dan het eerste beeld kan niet als laatste beeld worden geselecteerd. • Er kunnen maximaal 500 beelden worden geselecteerd. 5 Wis de beelden. 1. Druk op de knop om [Wissen] te selecteren. 2. Druk op de knop .
207 [Selecteer Per Datum]/[Select. per Category]/ [Selecteer Per Folder] 3 Selecteer de beelden. 1. Gebruik de knop of om een datum, categorie of map te selecteren voor het wissen. 2. Druk op de knop . 4 Wis de beelden. 1. Gebruik de knop of om [OK] te selecteren. 2. Druk op de knop . • Als u [Stop] selecteert, annuleert u de selectie van het beeld dat u op het punt stond te wissen en keert u terug naar stap 2. Weergeven/wissen • Er verschijnt een 3 op de geselecteerde beelden.
208 [Alle beelden] 3 Wis de beelden. 1. Gebruik de knop of om [OK] te selecteren. 2. Druk op de knop . • Als u [Stop] selecteert, annuleert u de selectie van het beeld dat u op het punt stond te wissen en keert u terug naar stap 2. z Als u op de knop FUNC./SET drukt tijdens het wissen, annuleert u de procedure. z Formatteer de geheugenkaart als u niet alleen de beelden, maar ook alle andere gegevens op de geheugenkaart wilt wissen (pp. 16, 223).
209 Afdruk- en verzendinstellingen U kunt ook de instelknop gebruiken om beelden te selecteren en diverse handelingen uit te voeren. Zie p. 43. De DPOF-afdrukinstellingen configureren z De opgegeven afdrukinstellingen worden tevens toegepast op de Print Lijst (p. 23). z Het afdrukresultaat dat door sommige printers wordt bereikt of door bepaalde fotozaken wordt geleverd, is niet altijd in overeenstemming met de opgegeven afdrukinstellingen. z Voor kunt u geen afdrukinstellingen selecteren.
210 1 Selecteer [Print instellingen]. 1. Druk op de knop . 2. Druk op de knop MENU. 3. Gebruik de knop of om het menu te selecteren. 4. Gebruik de knop of om [Print instellingen] te selecteren 5. Druk op de knop 2 . Configureer de instellingen. 1. Gebruik de knop of om een optie te selecteren. 2. Gebruik de knop of om de instellingen op te geven. 3. Druk op de knop MENU. z De instellingen voor Datum en File No. zijn op de volgende manier afhankelijk van het afdruktype.
211 Afzonderlijke beelden Hiermee kunt u afdrukinstellingen voor losse foto's configureren terwijl u de foto's bekijkt. Select. Reeks Voor het kiezen van het eerste en laatste beeld en het afdrukken van alle beelden in het bereik. Selecteer Per Datum Hiermee configureert u afdrukinstellingen voor beelden die overeenkomen met de gekozen datum. Select. per Category Hiermee configureert u afdrukinstellingen voor beelden in de geselecteerde categorie.
212 [Sel. beeld & aantal] 2 Selecteer de beelden. De selectiemethoden verschillen, afhankelijk van de instellingen voor Afdruktype (p. 209). Standaard ( )/Beide ( ) 1. Gebruik de knop of om de beelden te selecteren. 2. Druk op de knop Aantal exemplaren . 3. Gebruik de knop of om het aantal exemplaren (maximaal 99) te selecteren. 4. Druk op de knop MENU. Index ( ) 1. Gebruik de knop of om de beelden te selecteren. Selectie van indexafdruk 2. Selecteer en deselecteer met de knop . 3.
213 [Select. Reeks] 2 Selecteer het eerste beeld. • U kunt het eerste of laatste beeld selecteren met de instelknop. 1. Druk op de knop . 2. Gebruik de knop of om het eerste beeld te selecteren in het afdrukbereik. 3 . Selecteer het laatste beeld. 1. Gebruik de knop om naar het selecteren van het laatste beeld te gaan. 2. Druk op de knop . 3. Gebruik de knop of om het laatste beeld te selecteren in het bereik. 4. Druk op de knop .
214 4 Configureer de afdrukinstellingen. 1. Druk op de knop om [Opdracht] te selecteren. 2. Druk op de knop . • U keert terug naar het selectiemethodescherm. • Als u op de knop MENU drukt, annuleert u de afdrukinstellingen voor het geselecteerde bereik aan beelden.
215 [Selecteer Per Datum]/[Select. per Category]/ [Selecteer Per Folder] 2 Selecteer de beelden. 1. Gebruik de knop of om een datum, categorie of map te selecteren voor afdrukken. 2. Druk op de knop . 3 Configureer de afdrukinstellingen. 1. Gebruik de knop of om [OK] te selecteren. 2. Druk op de knop . • U keert terug naar het selectiemethodescherm. • Als u [Stop] selecteert, annuleert u de afdrukinstellingen van het geselecteerde beeld.
216 [Sel. alle beelden] 2 Configureer de afdrukinstellingen. 1. Gebruik de knop of om [OK] te selecteren. 2. Druk op de knop . • U keert terug naar het selectiemethodescherm. • Als u [Stop] selecteert, annuleert u de afdrukinstellingen van het geselecteerde beeld. [Wis alle selecties] 2 Maak de selectie van de beelden ongedaan. 1. Gebruik de knop of om [OK] te selecteren. 2. Druk op de knop . • U keert terug naar het selectiemethodescherm. • Als u [Stop] selecteert, wordt de bewerking geannuleerd.
217 De DPOF-verzendinstellingen selecteren Met de camera kunt u instellingen voor beelden opgeven voordat u deze naar een computer gaat downloaden. Raadpleeg de Startershandleiding voor instructies voor het overbrengen van beelden naar een computer. De instellingen die in de camera worden gebruikt, voldoen aan de DPOF-standaard. 1 Selecteer [volgorde]. 1. Druk op de knop . 2. Druk op de knop MENU. 3. Gebruik in het menu de knop of om te selecteren. 4. Druk op de knop 2 .
218 Afzonderlijke beelden 3 Selecteer het beeld dat u wilt overbrengen. Verzendselectie 1. Gebruik de knop of om het beeld te selecteren dat u wilt verzenden. 2. Druk op de knop . • U kunt de selectie van de instelling opheffen door nogmaals op de knop FUNC./SET te drukken. • U kunt ook foto's selecteren in de indexweergave. 3. Druk meerdere malen op de knop MENU. Markeer alles 3 Verplaats beelden. 1. Gebruik de knop of om [OK] te selecteren. 2. Druk op de knop . 3.
219 De camera configureren De spaarstand Deze camera is voorzien van een energiebesparende functie waarmee automatisch de stroom of het lcd-scherm (of de zoeker) wordt uitgeschakeld. Display uit 1 In de opnamemodus wordt het lcd-scherm (of de zoeker) automatisch uitgeschakeld na de geselecteerde tijd als er geen functie wordt gebruikt, ongeacht de instelling van [Automatisch Uit]. Druk op een andere knop dan de ON/OFF-knop of wijzig de camerastand om het lcd-scherm (of de zoeker) weer in te schakelen.
220 De spaarstand wordt niet ingeschakeld tijdens een diashow of wanneer de camera is aangesloten op een computer. De wereldklok instellen Wanneer u naar het buitenland gaat, kunt u beelden vastleggen met de plaatselijke datum en tijd, gewoon door de tijdzone-instelling te veranderen als u de tijdzones van tevoren hebt geregistreerd. U beschikt dan over het gemak dat u de Datum/Tijd-instellingen niet hoeft te veranderen. De tijdzones voor Thuis/Wereld instellen 1 Selecteer [Tijdzone]. 1.
221 3 Selecteer een gebied als thuis. 1. Gebruik de knop of om een tijdzone voor thuis te selecteren. 2. Druk op de knop . • Als u de optie Zomertijd wilt instellen, gebruikt u de knop of om weer te geven. De tijd gaat 1 uur vooruit. 4 (Wereld). 1. Gebruik de knop te selecteren. om 2. Druk op de knop . Selecteer een bestemmingsgebied. 1. Gebruik de knop of om de tijdzone van uw bestemming te selecteren. 2. Druk op de knop . • Net zoals in stap 3 kunt u zomertijd instellen.
222 Naar de tijdzone van de bestemming schakelen 1 Selecteer [Tijdzone]. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik de knop of om het menu te selecteren. 3. Gebruik de knop of om [Tijdzone] te selecteren. 4. Druk op de knop 2 Selecteer . (Wereld). 1. Gebruik de knop of om te selecteren. 2. Druk tweemaal op de knop MENU. • Gebruik de knop FUNC./SET om de tijdzone van uw bestemming te wijzigen. • Wanneer u naar de tijdzone van de bestemming schakelt, wordt weergegeven.
223 Low Level Format voor geheugenkaarten U wordt aangeraden [Low Level Format] te selecteren als u merkt dat het vastleggen of lezen van gegevens op de geheugenkaart langer duurt dan normaal. Bij het formatteren (initialiseren) van een geheugenkaart worden alle gegevens op de kaart gewist, dus ook beveiligde beelden (p. 199) en geluidsgegevens die met de Audio Recorder (p. 197) zijn opgenomen. 1 Selecteer [Formateren]. 2. Gebruik de knop of om het menu te selecteren. 3.
224 Bestandsnummering opnieuw instellen Aan de opnamen die u maakt, worden automatisch bestandsnummers toegewezen. U kunt opgeven hoe het bestandsnummer moet worden toegewezen. Continu De volgende opname krijgt een nummer dat één hoger is dan het nummer van de vorige opname. Dit is handig als u al uw opnamen wilt beheren op een computer, omdat dubbele bestandsnamen worden voorkomen wanneer u van map of geheugenkaart wisselt.* * Wanneer er een lege geheugenkaart wordt gebruikt.
225 Nummers van bestanden en mappen Opnamen krijgen opeenvolgende bestandsnummers toegewezen, beginnend bij 0001 en eindigend bij 9999. Bij mappen beginnen de nummers bij 100 en eindigen ze bij 999. In een map kunnen maximaal 2000 beelden worden opgeslagen. Nieuwe map gemaakt Geheugenkaart verwisseld Geheugenkaart 1 Geheugenkaart 1 Geheugenkaart 2 Continu Geheugenkaart 1 Geheugenkaart 1 Geheugenkaart 2 • Beelden worden mogelijk in een andere map opgeslagen wanneer er onvoldoende vrije ruimte is.
226 Een doelmap voor beelden maken U kunt op elk gewenst moment een nieuwe map maken. De beelden worden automatisch in die map opgeslagen. Hiermee maakt u een nieuwe map voor de volgende keer Maak nieuwe dat u opnamen maakt. Als u nog een map wilt maken, folder plaatst u opnieuw een vinkje bij deze optie. U kunt ook een datum en tijd opgeven als u een nieuwe Maak autom. map wilt maken met een opnametijd na de opgegeven datum en tijd.
227 De datum en tijd instellen voor het automatisch maken van mappen 1 Selecteer [Maak folder]. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik de knop of om het menu te selecteren. 3. Gebruik de knop of om [Maak folder] te selecteren. 4. Druk op de knop 2 . 1. Gebruik de knop of om de optie [Maak autom.] te selecteren of de knop of om een datum te selecteren. 2. Gebruik de knop of om de [Tijd] te selecteren en gebruik de knop of om een tijdstip in te stellen. 3. Druk op de knop MENU.
228 De functie Beeldomkeren instellen Uw camera is uitgerust met een intelligente sensor die de stand van een beeld herkent wanneer u de camera verticaal houdt. Het beeld wordt automatisch naar de juiste stand gedraaid wanneer u het op het lcd-scherm (of de zoeker) bekijkt. 1 Selecteer [Beeldomkeren]. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik de knop of om het menu te selecteren. 3. Gebruik de knop of om [Beeldomkeren] te selecteren. 2 Configureer de instellingen. 1.
229 Wanneer u de camera bij het maken van opnamen verticaal houdt, herkent de intelligente sensor dat de bovenkant 'boven' is en de onderkant 'onder'. De instellingen voor optimale witbalans, belichting en focus worden vervolgens aangepast voor verticale fotografie. Deze functie werkt onafhankelijk van het feit of de functie Beeldomkeren is in- of uitgeschakeld.
230 Alle standaardwaarden herstellen 1 Selecteer [Reset alle]. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik de knop of om het menu te selecteren. 3. Gebruik de knop of om [Reset alle] te selecteren. 4. Druk op de knop 2 . Configureer de instellingen. 1. Gebruik de knop of om [OK] te selecteren. 2. Druk op de knop . z Wanneer u de registratie-inhoud van terugzet op de standaardinstelling, draait u het programmakeuzewiel naar om te bedienen.
231 Aansluiten op een televisie Opnemen/weergeven met een televisie U kunt de bijgeleverde stereovideokabel STV-250N gebruiken om beelden op te nemen of weer te geven met een televisie. 1 2 Schakel de camera en de televisie uit. Sluit de stereo/videokabel aan op de A/V OUT-aansluiting van de camera. 3 Sluit de andere uiteinden van de stereo/ videokabel aan op de ingangen VIDEO IN en AUDIO IN van de televisie.
232 z U kunt per land het gewenste videosysteem kiezen (NTSC of PAL) (p. 60). De standaardinstelling is afhankelijk van het land of de regio waarin u zich bevindt. - NTSC: Japan, VS, Canada, Taiwan en andere landen of regio's - PAL: Europa, Azië (exclusief Taiwan), Oceanië en andere landen of regio's z Als het videosysteem onjuist is ingesteld, worden de beelden van de camera mogelijk niet goed weergegeven. z U kunt de camera ook aansluiten op een high-definition tv.
233 Een high-definition tv aansluiten met de HDMI-kabel (afzonderlijk verkrijgbaar) Met de HDMI-kabel HTC-100 (los verkrijgbaar) kunt u de camera ook aansluiten op een high-definition tv zodat u er nog meer van kunt genieten. 1 2 Schakel de camera en de televisie uit. Sluit de camera aan op de tv. HDMI Out-miniaansluiting 3 4 HDMI-kabel HDMI-aansluiting Schakel de televisie in en selecteer de HDMI-modus. Schakel de camera in. In de opnamemodus is weergave op tv niet mogelijk.
234 De camera aanpassen (instellingen van Mijn camera) U kunt ook de instelknop gebruiken om beelden te selecteren en diverse handelingen uit te voeren. Zie p. 43. Met behulp van Mijn camera kunt u het opstartscherm en de opstart-, werk-, zelfontspanner- en sluitergeluiden instellen. U kunt deze instellingen wijzigen en registreren, zodat u de camera aan uw eigen voorkeuren kunt aanpassen. Instellingen van Mijn camera wijzigen 1 Selecteer een menu-item. 1. Druk op de knop MENU. 2.
235 Instellingen van Mijn camera registreren Beelden die zijn vastgelegd op de geheugenkaart en nieuw opgenomen geluiden, kunnen als instellingen van Mijn camera worden toegevoegd aan de menu-items en . U kunt ook de bijgeleverde software gebruiken om beelden en geluiden van uw computer naar de camera te uploaden. Er is een computer nodig om de instellingen van Mijn camera terug te zetten op de standaardinstellingen.
236 [opstart geluid]/[werkgeluid]/ [Geluidzelftimer]/[Sluiter geluid] 1. Gebruik de knop of om (opnemen) te selecteren. 2. Druk op de knop . 3. Gebruik na het opnemen de knop of om (opnemen geluid) te selecteren. 4. Druk op de knop 4 . • Het opnemen stopt automatisch wanneer de opnametijd is verstreken. • Selecteer (afspelen) om de opname af te spelen. • Als u het registreren wilt stoppen, selecteert u (Uit). Registreer de instelling. 1. Gebruik de knop of om [OK] te selecteren. 2. Druk op de knop .
237 Problemen oplossen • • • • • • • • • Camera (p. 237) Wanneer de camera wordt ingeschakeld (p. 238) Lcd-scherm/zoeker (p. 238) Opnamen maken (p. 240) Filmen (p. 244) Weergeven (p. 245) Batterij (p. 245) Weergave op de televisie (p. 246) Afdrukken met een Direct Print-compatibele printer (p. 247) Camera De camera doet niets. z Druk op de ON/OFF-knop (p. 40). Het klepje van de geheugenkaartsleuf of batterijhouder staat open.
238 Er komen geluiden uit de camera. De stand van de camera is gewijzigd. z Het oriëntatiedetectiemechanisme van de camera werkt. Als de camera wordt uitgeschakeld, kan het geluid ook zijn van de beweging van de interne lens. Dit is niet het gevolg van een storing. Wanneer de camera wordt ingeschakeld Het bericht 'Kaart op slot!' wordt weergegeven. Het schuifje voor schrijfbeveiliging van de SD- of SDHC-geheugenkaart is ingesteld op 'beveiligd tegen schrijven'.
239 Het camerascherm is zwart bij het opstarten. Er is een incompatibel beeld geselecteerd als opstartbeeld in de instellingen van Mijn camera. z Wijzig het opstartbeeld in de instellingen van Mijn camera (p. 234) of gebruik het bijgeleverde softwareprogramma ZoomBrowser EX of ImageBrowser om de standaardinstellingen te herstellen. Horizontale lijnen worden weergegeven op het scherm. Het scherm knippert bij het maken van opnamen bij tl-verlichting.
240 wordt weergegeven. Dit wordt weergegeven z Deze instellingen worden overschreven door de instellingen die u opgeeft wanneer op de geheugenkaart (pp. 179, 209, 217). afdrukinstellingen of verzendinstellingen zijn opgeslagen die zijn ingesteld door andere camera's die DPOF ondersteunen. Er wordt ruis weergegeven of de bewegingen van het onderwerp zien er onregelmatig uit. Het beeld dat wordt z Dit heeft geen invloed op het opgenomen beeld.
241 De geheugenkaart is niet goed geformatteerd. z Formatteer de geheugenkaart (pp. 16, 223). z Als het opnieuw formatteren niet helpt, is de geheugenkaart mogelijk beschadigd. Neem contact op met de helpdesk voor klantondersteuning van Canon. De SD- of SDHC-geheugenkaart z Duw het schuifje voor schrijfbeveiliging is beveiligd tegen schrijven. omhoog (p. 259). Het beeld is bewogen of onscherp. De camera beweegt wanneer z Bekijk de oplossingen bij ' u op de sluiterknop drukt. weergegeven' (p. 239).
242 Het onderwerp valt buiten het z Zorg er bij het gebruik van de ingebouwde bereik van de flitser. flitser voor dat u de opname maakt op de juiste flitsafstand van het onderwerp (p. 283). z Verhoog de ISO-waarde voordat u de opname maakt (p. 86). Het onderwerp op het opgenomen beeld is te licht of het beeld vertoont witte strepen. Het onderwerp is te dichtbij, z Zorg er bij het gebruik van de ingebouwde waardoor het flitslicht te fel is.
243 Er verschijnen witte stippen op het beeld. Het licht van de flitser wordt weerspiegeld door stofdeeltjes of insecten in de lucht. Dit is vooral zichtbaar als u opnamen maakt met de groothoeklens of als u in de modus (diafragmavoorkeuze) de diafragmawaarde verhoogt. z Dit is een fenomeen dat optreedt bij digitale camera's. Het wijst niet op een storing of defect. Ogen worden rood weergegeven. Het maken van continue opnamen gaat steeds trager. De prestaties van de geheugenkaart zijn afgenomen.
244 Het schrijven van beelden naar de geheugenkaart verloopt traag. De geheugenkaart is met een z Gebruik een geheugenkaart die met uw camera is geformatteerd (pp. 16, 223). ander apparaat geformatteerd. De lens wordt niet ingetrokken. Het klepje van de geheugenkaartsleuf of de batterijhouder is geopend terwijl de camera was ingeschakeld. z Sluit het deksel van de geheugenkaartsleuf of de batterijhouder en schakel de camera vervolgens in en weer uit.
245 Weergeven De camera kan niets afspelen. U probeert beelden af te spelen die met een andere camera zijn gemaakt of met een computer zijn bewerkt. z Computerbeelden die niet kunnen worden afgespeeld, worden mogelijk wel afgespeeld als u deze naar de camera overbrengt met het softwareprogramma ZoomBrowser EX of ImageBrowser, dat bij de camera is geleverd. De bestandsnaam is gewijzigd met een computer of de bestandslocatie is gewijzigd.
246 De capaciteit van een batterij wordt minder bij een lage omgevingstemperatuur. z Als u opnamen maakt op een locatie waar het koud is, kunt u de batterijen opwarmen door deze bijvoorbeeld in uw borstzakje of broekzak te doen voordat u ze gebruikt. De polen van de batterij zijn vuil. z Veeg de polen van de batterij schoon met een droge doek voordat u de batterij gebruikt. z Laad de batterijen verscheidene malen op.
247 Afdrukken met een Direct Print-compatibele printer Kan niet printen. De camera en printer zijn niet goed op elkaar aangesloten. z Sluit de camera en printer goed op elkaar aan met de aanbevolen kabel. De printer is niet ingeschakeld. z Schakel de printer in. De methode voor het z Selecteer [Print methode] en maken van een verbinding selecteer [Automatisch] (p. 60). met de printer is niet juist. z Zie Print methode (p. 60) en Werken met het bedieningspaneel voor films (p.
248 Berichten De volgende berichten kunnen tijdens het opnemen of weergeven van beelden op het lcd-scherm (of de zoeker) verschijnen. In de Gebruikershandleiding voor Direct Print vindt u meer informatie over de berichten die verschijnen als de camera op een printer is aangesloten. Bezig... Het beeld wordt opgenomen op de geheugenkaart en de rode-ogencorrectie wordt uitgevoerd. De standaardwaarden van alle camera- en menu-instellingen worden hersteld.
249 Fout in benaming. De bestandsnaam kan niet worden gemaakt, omdat er een beeld is dat dezelfde naam heeft als de map die de camera probeert te maken of omdat het hoogste bestandsnummer is bereikt. Stel in het menu Instellen de optie [Bestandnr.] in op [Auto reset]. U kunt ook alle beelden die u op de computer wilt bewaren, opslaan en de geheugenkaart vervolgens opnieuw formatteren. Bedenk wel dat bij het formatteren van de geheugenkaart alle bestaande beeldbestanden en andere gegevens worden gewist.
250 Kan niet roteren U probeert een film te draaien met een verhouding van 16:9, een afbeelding die met een andere camera of een ander gegevenstype is opgenomen of een afbeelding/film die met een computer is bewerkt. Incompatible WAVE Er kan geen geluidsmemo worden toegevoegd aan dit beeld omdat het gegevenstype van de bestaande memo onjuist is. U hebt mogelijk geprobeerd audio af te spelen die afkomstig is van de sound recorder en is opgenomen met een andere frequentiesnelheid dan 44.100 kHz.
251 Teveel markeringen. Er zijn te veel beelden gemarkeerd met afdruk of verzendinstellingen of beeldinstellingen voor een diashow. Er kunnen niet meer opdrachten worden verwerkt. Kan niet voltooien! Een deel van de afdruk-, verzend- of diashowinstellingen kan niet worden opgeslagen. Niet selecteerbaar beeld. U probeert afdrukopties in te stellen voor een beeld dat geen JPEG-gegevens bevat.
252 Bijlage Veiligheidsvoorschriften z Voordat u de camera gebruikt, zorgt u ervoor dat u de veiligheidsvoorschriften hebt gelezen die hieronder en in het onderdeel 'Veiligheidsvoorschriften' zijn beschreven. Bedien de camera altijd zoals wordt beschreven in de handleiding. z De voorzorgsmaatregelen op de volgende pagina's zijn bedoeld voor een veilig en juist gebruik van camera en accessoires, om letsel bij uzelf en anderen en schade aan apparatuur te voorkomen.
253 z Probeer geen delen van de apparatuur te openen of te wijzigen als hiervoor geen expliciete aanwijzingen zijn opgenomen in de handleiding. z Raak de flitser niet aan als deze is beschadigd. De flitser kan onder hoge spanning staan en u kunt een elektrische schok krijgen. z Staak het gebruik van de apparatuur onmiddellijk als er rook of vieze damp uit komt. z Zorg ervoor dat de apparatuur niet in contact komt met of wordt ondergedompeld in water of andere vloeistoffen.
254 Batterij z Plaats de batterijen niet in de buurt van een warmtebron en stel deze niet bloot aan vuur of hitte. z Dompel de batterijen niet onder in water. z Probeer de batterijen niet te demonteren, te wijzigen of op te warmen. z Laat de batterijen niet vallen en voorkom beschadiging van de behuizing van de batterijen. z Gebruik alleen aanbevolen batterijen en accessoires.
255 z Koppel de batterijlader en de compacte voedingsadapter los van de camera en het stopcontact nadat de batterij is opgeladen of als u de camera niet gebruikt. Zo beperkt u de kans op brand en andere gevaarlijke situaties. z Dek de batterijlader tijdens het opladen niet af met voorwerpen, zoals een tafellaken, tapijt, deken of kussen. Als u de eenheden gedurende een lange periode aangesloten laat op netvoeding, kan de eenheid oververhit en beschadigd raken, waardoor brand kan ontstaan.
256 Voorzichtig Apparatuur z Zorg ervoor dat u niet met de camera tegen voorwerpen stoot of de camera op een andere manier blootstelt aan schokken en stoten wanneer u de camera vasthoudt of aan de riem draagt. z Voorkom ook dat u met het uiteinde van de lens ergens tegenaan stoot of dat er hard tegen de lens wordt geduwd. De bovengenoemde zaken kunnen leiden tot letsel of schade aan de apparatuur.
257 Flitser z Gebruik de flitser niet als er vuil of stof op de flitser zit. z Zorg dat u de flitser niet per ongeluk met uw vingers of een kledingstuk bedekt wanneer u een foto maakt. De flitser kan beschadigd raken en gaan roken of een vreemd geluid maken. De warmteontwikkeling die hierdoor ontstaat, kan beschadiging van de flitser veroorzaken. z Raak de flitser niet aan nadat u snel achter elkaar een aantal foto's hebt gemaakt. Dit kan brandwonden tot gevolg hebben.
258 Defecten voorkomen Camera Sterke magnetische velden vermijden z Plaats de camera nooit in de buurt van elektromotoren of andere apparaten die sterke magnetische velden genereren. Blootstelling aan sterke magnetische velden kan leiden tot defecten of beschadigde beeldgegevens.
259 Geheugenkaart z Schuifje voor schrijfbeveiliging van de SD- of SDHC-geheugenkaart. Schuifje voor schrijfbeveiliging Duw het schuifje omhoog. Schrijven/wissen mogelijk Duw het schuifje omlaag (hiermee beschermt u de beelden en andere gegevens op de geheugenkaart). Schrijven/wissen niet mogelijk Bijlage z Gebruik nooit een combinatie van ongebruikte en gedeeltelijk gebruikte batterijen. De gedeeltelijk gebruikte batterijen kunnen gaan lekken.
260 z Een geheugenkaart bestaat uit zeer geavanceerde elektronica. Buig de kaart niet en stel deze niet bloot aan druk, schokken of trillingen. z Probeer een geheugenkaart niet te demonteren of aan te passen. z Zorg dat er geen stof, water of vreemde objecten in aanraking komen met de aansluitingen aan de achterzijde van de geheugenkaart. Raak de contactpunten niet aan met uw hand of metalen objecten.
261 z Wees voorzichtig bij het overdragen of weggooien van een geheugenkaart. Als de geheugenkaart wordt geformatteerd of als de gegevens op een geheugenkaart worden gewist, wordt slechts de bestandsbeheerinformatie op de geheugenkaart gewijzigd. Mogelijk wordt niet alle inhoud op de schijf volledig verwijderd. Neem voorzorgsmaatregelen wanneer u een geheugenkaart weggooit. U kunt de geheugenkaart bijvoorbeeld vernietigen om te voorkomen dat persoonlijke gegevens uitlekken.
262 De afstandsbediening gebruiken De batterij plaatsen Plaats de batterij (CR2025) in de afstandsbediening WL-DC300 voor gebruik. Zorg er vooral voor dat u de batterijen buiten het bereik van kinderen bewaart. Schakel onmiddellijk medische hulp in als een kind een batterij doorslikt, omdat de bijtende vloeistoffen van de batterij de maag- en darmwand kunnen beschadigen.
263 Opnemen/Weergeven U kunt de afstandsbediening gebruiken voor opnemen en weergeven. Infraroodsensor Transmitter U kunt een riem vastmaken in deze uitsparing. Opnamemodus 1 Selecteer . 1. Druk op de knop . 2. Gebruik de knop of om te selecteren.
264 2 De vertraging instellen voor het maken van opnamen. 1. Druk op de knop MENU. 2. Gebruik in het menu de knop of om [Transport inst.] te selecteren. 3. Druk op de knop . 4. Gebruik de knop of om [Draadl. Vertr.] te selecteren. 5. Gebruik de knop of om instellingen te maken. [0 sec.] : De sluiter wordt ontgrendeld op het moment dat u op de sluiterknop van de afstandbediening drukt. [2 sec.
265 Weergavemodus Vergroot de weergave met elke druk op de knop (tot maximaal 10x). 12 beelden tegelijk weergeven (indexweergave). Knop FUNC./SET De informatieweergave wijzigen met elke druk op de knop. Knoppen Knop MENU DISP. MENU Het bereik van de afstandsbediening wordt onder de volgende omstandigheden kleiner. - Wanneer de afstandsbediening zich in een hoek bevindt ten opzichte van de infraroodsensor. - Wanneer de camera fel wordt belicht. - Wanneer de batterij zwakker wordt.
266 De lenskap bevestigen Wanneer u een groothoekopname maakt met tegenlicht zonder dat u een flitser gebruikt, is het raadzaam de lenskap LH-DC50 te bevestigen om de hoeveelheid licht dat de lens binnenkomt te verminderen. 1 Houd de inkeping ( ) op de lenskap tegenover het merkteken op de camera en draai de lenskap in de richting van de pijl totdat deze vastklikt. • Draai de lenskap in de tegenovergestelde richting als u deze wilt verwijderen.
267 Een adapterset gebruiken (afzonderlijk verkrijgbaar) Oplaadbare batterijen gebruiken (Set van batterij en oplader CBK4-300) Deze set bestaat uit een batterijlader en vier oplaadbare NiMH-batterijen (nikkel-metaalhydride) van AA-formaat. Laad de batterijen op, zoals hierna wordt getoond. Naar een stopcontact Oplaadlampje z Met de batterijlader CB-5AH/CB-5AHE kunnen alleen Canon AA-formaat NiMH-batterijen NB-3AH worden opgeladen.
268 z Laad de batterijen pas op als op het lcd-scherm het bericht 'Vervang z z z z z de batterijen' wordt weergegeven. Als u de batterijen herhaaldelijk oplaadt voordat deze leeg raken, kan de capaciteit van de batterijen afnemen.
269 z Het duurt ongeveer 4 uur en 40 minuten voordat de batterijlader de batterijen volledig heeft opgeladen wanneer deze volledig leeg zijn. Laad de batterijen op in een omgeving waar de temperatuur schommelt tussen de 0 en 35° C. z De oplaadtijd wordt beïnvloed door de omgevingstemperatuur en de mate waarin de batterij is opgeladen. z Bij het opladen kan de batterijlader geluid maken. Dit is niet het gevolg van een storing.
270 Een losse flitser gebruiken (afzonderlijk verkrijgbaar) Beschikbare opnamemodi p. 296 U kunt geflitste foto's er nog helderder en natuurlijker laten uitzien door een afzonderlijk verkrijgbare losse flitser te gebruiken. De automatische belichtingsfunctie van de camera werkt met een Canon Speedlite 220EX, 430EX II of 580EX II (met uitzondering van de modus of wanneer [Flits mode] is ingesteld op [Handmatig]). Andere flitsers kunnen handmatig worden bediend of werken niet.
271 2 Schakel de losse flitser in en schakel de camera in. • 3 (rood) verschijnt op het lcd-scherm (of de zoeker). Draai het programmakeuzewiel naar de gewenste modus. z Speedlite 220EX* * U kunt ook de 380EX, 420EX, 430EX, 550EX en 580EX gebruiken. Bijlage • De kortste sluitertijd voor flitssynchronisatie is 1/250 seconde. • De flitser past de output automatisch aan wanneer [Flits mode] is ingesteld op [Automatisch].
272 z Speedlite 430EX II en 580EX II • De kortste sluitertijd voor flitssynchronisatie is 1/250 seconde. • De flitser past de output automatisch aan wanneer [Flits mode] is ingesteld op [Automatisch]. • Wanneer [Flits mode] is ingesteld op [Automatisch] kan de flitsbelichtingscompensatie worden aangepast. Wanneer [Flits mode] is ingesteld op [Handmatig] kan de flitsoutput worden aangepast (p. 112).
273 De losse flitser instellen 1 Open het scherm Flits Instellingen. 1. Houd de knop meer dan een seconde ingedrukt. • Plaats de losse flitser op de camera en schakel de flitser in voordat u flitserinstellingen gaat doorvoeren. • U kunt ook instellen met [Flitsbesturing] in het menu .
274 2 Configureer de instellingen. 1. Gebruik de knop instellen. of om de items te selecteren die u wilt 2. Gebruik de knop of om het item in te stellen. 3. Druk op de knop MENU. • Welke instellingen beschikbaar zijn, is afhankelijk van de gebruikte flitser. Raadpleeg de gebruikershandleiding van de flitser of Speedlite Transmitter voor meer informatie over instellingen. Instellingen voor Speedlite 220EX * : Standaardinstelling. Item Flits output Flash Exp.Comp 1) Flits output 2) Sluiter sync.
275 Instellingen voor Speedlite 430EX II en 580EX II * : Standaardinstelling. Item Flits mode 1) Flitsbel. comp. 1) 2) Flits output 1) 3) Sluiter sync. 1) Slow sync Draadloze func 1) 5) Rode-Ogen Lamp Aan Wis Speedlite inst.
276 z [Flitsbesturing] wordt niet weergegeven wanneer de z z z z z z z flitser is uitgeschakeld. Schakel de flitser in voordat u flitserinstellingen gaat maken. Wanneer een losse flitser is aangesloten, kunt u geen instellingen doorvoeren voor de ingebouwde flitser. Stel bij het aanpassen van de flitserbelichtingscompensatie met de camera de belichtingscompensatie van de losse flitser in op [+0].
277 z De volgende functies kunnen worden gebruikt bij een Speedlite 220EX, 430EX II of 580EX II*. - Automatische belichting (gebruik de modus E-TTL bij een 430EX II of 580EX II) - FE lock (niet beschikbaar in de modus of wanneer [Flits mode] op [Handmatig] staat) - Sluiter sync. (1e gordijn/2e gordijn) (prioriteit voor 2e gordijn bij Speedlite 430EX II) - Slow sync - Flitsbel. comp.
278 De batterij voor datum vervangen Als Datum/Tijd in het menu Instellen verschijnt wanneer u de camera inschakelt, is de batterij voor datum en tijd bijna leeg en zijn de instellingen voor datum en tijd verloren gegaan. Schaf een lithiumknoopcel (CR1220) aan en vervang de oude batterij als volgt. De batterij voor de datum wordt in de fabriek geplaatst en kan daardoor eerder leeg raken dan u mag verwachten op basis van de geschatte levensduur nadat u de camera hebt aangeschaft.
279 4 5 6 7 Haal de batterij uit de houder door deze omhoog te trekken in de richting die door de pijl wordt aangegeven. Pluszijde (+) Plaats een nieuwe batterij met de pluszijde (+) omhoog. Plaats de batterijhouder terug en sluit het klepje. Stel de datum en tijd in als het menu Datum/Tijd wordt weergegeven (p. 14).
280 Onderhoud van de camera Gebruik nooit oplosmiddelen, wasbenzine, reinigingsmiddelen of water om de camera te reinigen. Deze middelen kunnen de apparatuur aantasten of beschadigen. Camerabehuizing Verwijder het vuil voorzichtig van de camerabehuizing met een zachte doek of een brillendoekje. Lens Gebruik eerst een blaaskwastje voor lenzen om stof en vuil te verwijderen en verwijder vervolgens het resterende vuil door de lens voorzichtig schoon te vegen met een zachte doek.
281 Specificaties Alle gegevens zijn gebaseerd op standaardtests van Canon. Productspecificaties en het uiterlijk kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd, volledig naar het oordeel van Canon. PowerShot SX1 IS (G): Maximale groothoekstand (T): Maximale telestand Effectieve pixels van de camera Beeldsensor Lens Digitale Zoom Zoeker Autofocussysteem *1 U kunt het autofocuskader verplaatsen en vastzetten op het opgegeven gezicht.
282 Bereik voor scherpstelling : Normaal: 50 cm - oneindig (G)/ 1 m - oneindig (T) (vanaf het uiteinde van de lens) Macro: 10 - 50 cm (G) Super Macro: 0 – 10 cm (alleen G) Handm. scherpstellen: 10 cm – oneindig (G)/ 1 m – oneindig (T) Modus Sport: 1 m – oneindig (G)/ 4 m – oneindig (T) Sluiter : Mechanische sluiter en elektronische sluiter Sluitertijden : 1/8 - 1/3200 sec. 15 - 1/3200 sec. (volledig sluitertijdbereik) • De sluitertijd kan variëren afhankelijk van de opnamemodi.
283 Bereik ingebouwde flitser : 50 cm – 4,8 m (W)/ 1,0 m - 2,6 m (T) • De helderheid van de beeldrand kan worden verlaagd, afhankelijk van de opnameafstand. Losse flitser : Beschikbaar zijn: flits-outputcompensatie (± 3,0 stops in stappen van 1/3 stop), rode-ogencorrectie, rodeogenreductie, flits-outputinstellingen (19 stappen*), FE lock, Slow sync, 2e gordijn sync, High-speed sync, Veiligheids FE en draadloos flitsen (alleen Aan/ Uit) (alleen 580EX II).
284 Opnamemedia Bestandsindeling Gegevenstype : SD-geheugenkaart/SDHC-geheugenkaart/ MultiMediaCard/MMCplus-kaart/HC MMCplus-kaart : Voldoet aan de ontwerpregel voor bestandssysteemstandaarden voor camera's en is compatibel met DPOF : Foto's: Exif 2.2 (JPEG)* : Films: MOV (beeldgegevens: H.264; Geluidsgegevens: Lineair PCM (stereo)) : Geluids memo en Audio Recorder: WAVE (stereo) * Deze digitale camera ondersteunt Exif 2.2 (ook 'Exif Print' genoemd).
285 Audio * Geleverd bij de afzonderlijk verkrijgbare set van NiMH-batterijen NB4-300 of de set van batterij en oplader CBK4-300 Omgevingstemperatuur Compacte voedingsadapter (CA-PS700) (afzonderlijk verkrijgbaar) : 0 – 40°C (wanneer NB-3AH wordt gebruikt: 0 – 35 °C) : 10 – 90% : 127,5 × 88,3 × 87,7 mm Luchtvochtigheid Afmetingen (exclusief uitstekende onderdelen) : Ongeveer 585 g Gewicht (alleen camerabehuizing) Bijlage : Bitsnelheid quantisatie: 16 bit Sampling Geluidsmemo's: 44.100 kHz Films: 44.
286 Batterijcapaciteit Aantal beelden* Lcd-scherm Aan Zoeker Aan Alkalinebatterijen van AA-formaat (bij de camera geleverd) NiHM-batterijen van AA-formaat (NB-3AH (volledig geladen)) Weergaveduur Ongeveer 160 foto's Ongeveer 180 foto's Ongeveer 12 uur Ongeveer 420 foto's Ongeveer 430 foto's Ongeveer 14 uur * Op basis van de CIPA-standaard z De werkelijke waarden zijn afhankelijk van de opnameomstandigheden en de instellingen. z Met uitzondering van filmgegevens.
287 Geheugenkaarten, geschatte capaciteit en (geschatte) grootte van beeldgegevens Foto Opnamepixels (Groot) 3648 × 2736 pixels (Medium 1) 2816 × 2112 pixels (Medium 2) 2272 × 1704 pixels (Medium 3) 1600 × 1200 pixels (Klein) 640 × 480 pixels (Breedbeeld 2M) 1920 × 1080 pixels 2 GB 8 GB 4332 448 2565 749 1792 2994 1226 1536 6140 2720 714 2855 1620 1181 4723 9446 780 2363 2002 960 3837 1116 1707 6822 12927 556 3235 1002 1862 7442 558 3235 12927 278 6146 24562 249 6830
288 Film Opnamepixels/ 8 GB Capaciteit 2 GB Framerate 640 × 480 pixels 1 uur 30 min. 1402 KB/sec. 22 min. 45 sec. 57 sec. 30 beelden/sec. 320 × 240 pixels 1 uur 4 min. 4 uur 15 min. 480 KB/sec. 1 sec. 51 sec. 30 beelden/sec. 1920 × 1080 pixels 5296 KB/sec. 6 min. 7 sec. 24 min. 30 sec. 30 beelden/sec. • De cijfers geven de maximale continue opnametijd aan. • Afhankelijk van de geheugenkaart kan het opnemen worden gestopt voordat de maximale opnametijd is bereikt.
289 Afstandsbediening WL-DC300 Communicatiemiddelen Infrarood Bereik Binnen 5 m (voorzijde) Richting Binnen 3 m (15 graden zowel links als rechts) Binnen 1 m (15 graden zowel omhoog als omlaag) Voeding Lithiumknoopcel CR2025 Omgevingstemperatuur 0 - 40°C Afmetingen 35,0 × 6,5 × 56,6 mm Gewicht Ongeveer 10 g Lenskap LH-DC50 Afmetingen Diameter × Lengte Gewicht 69,7 mm × 30,0 mm Ongeveer 10 g Batterijlader CB-5AH/CB-5AHE (Geleverd bij de afzonderlijk verkrijgbare set van batterij en oplader CBK4-300) 100
290 Compacte voedingsadapter CA-PS700 (afzonderlijk verkrijgbaar) Nominaal ingangsvermogen Nominaal uitgangsvermogen Omgevingstemperatuur Afmetingen Gewicht 100 – 240 V AC (50/60 Hz) 7,4 V DC, 2,0 A 0 - 40°C 112,0 × 29,0 × 45,0 mm (alleen behuizing) Ongeveer 185 g (exclusief netsnoer)
Index 291 Index Getallen C 16:9........................................... 80 C ............................................. 153 Category Auto Category ...................... 152 My Category ........................ 164 Compressie................................ 83 Computer Aansluiten .............................. 29 Beelden downloaden .............. 28 Systeemvereisten ................... 27 Continue opnamen maken ........ 110 Custom Display .......................... 65 A Aangepaste instellingen .
292 Index Flitser Flitsbel. comp. ..................... 112 Instellingen .......................... 112 Opnemen .............................. 72 Flora ......................................... 98 Focus ....................... 117, 120, 160 Focus check ....................... 63, 117 Focusvergrendeling ................. 127 Framerate.................................. 93 Full high-definition ............... 90, 233 FUNC., menu ............................
Index My Menu ............................. 156 Print, menu ............................ 57 REC, menu............................ 54 MF-Punt Zoom.................... 55, 129 Microfoon ............................. 24, 95 Microfoonniveau ........................ 95 Modus AEB ............................. 138 Modus BKT-Focus ................... 132 Mute.......................................... 58 My Category ............................ 164 My Colors ................................
294 Index V Veiligheids FE.......................... 113 Veiligheids MF ......................... 130 Veiligheidszone voor inzoomen .................................. 69 Veranderen ............................. 194 Verhouding ................................ 80 Verplaats ................................... 31 Video Systeem .......................... 60 Voeding Compacte voedingsadapter ........... 269, 290 Oplaadbare batterij .......................... 267, 288 Volledig indrukken......................
295 Disclaimer • Hoewel ernaar is gestreefd de informatie in deze handleiding volledig en accuraat weer te geven, kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor mogelijke fouten of weglatingen. • Canon behoudt zich het recht voor de specificaties van de hierin beschreven hardware en software te allen tijde zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
296 Functies die in elke opnamemodus beschikbaar zijn Functies die in elke opnamemodus beschikbaar zijn Alleen functies met instellingen die veranderen met de opnamemodus, worden hier weergegeven. Opnamemodus Functie Belichtingscompensatie (p. 136) Auto2) ISO waarde (p. 86) Hoge ISO Automatisch ISO 80 – 1600 Auto2) Wit Balans (p. 141) Flitser Anders dan Auto en Flitser Enkelbeeld Continu Transport mode (pp.
Functies die in elke opnamemodus beschikbaar zijn 297 1) { { – – { – – { { { { { { – – – – – – { – – { { {8) {8) – – – – – { { – { { – – { – – { { { { { { – – – – – – { – – { { {8) {8) – – – – – { – – { { – – { – – { { { { { { – – – – – – { – – { { {8) {8) – – – – – { { – { { – – { – – { – { – – { – – – – – – { – – { { {8) {8) – – – – – { – – { { – – { – – { { { { { { – – – – – – { – – { { {8) {8) – – – – – { { – { { – – { – – { { { { { { – – – – – – { – – { { {8) {8) – – – – – { { – { { – – { – –
298 Functies die in elke opnamemodus beschikbaar zijn Opnamemodus Functie Handm. scherpstellen (p. 129) AF kader afm. (p. 123) Gezicht selecteren en volgen (p. 124) Standaard Klein Uit Aan Automatisch Flitser (wanneer flitser is opgeklapt) (p. 72) Aan Uit Extern Lcd-scherm (geen informatie) Instelling lcd-scherm/zoeker (p. 62) Lcd-scherm (informatieweergave) Zoeker (geen informatie) Zoeker (informatieweergave) Selectie stitch-richting (rechts, links, boven, onder, 2 × 2) (p. 108) Gezicht det.
Functies die in elke opnamemodus beschikbaar zijn 299 1) { { – { { { { – { { { { { – { { – { { { { { { { – { { – – – – – – { { { { – – – { { – { { { { – { { { { { – { { – { { { { { { { – { { – – – {12) – – { { { { – – – { { – { { { { – { { { { { – { { – { { { { { { { – { { – – – {12) – – { { { { – – – – { – – – – – { – { { { { – – { – – { { – { { – – – – – – – – – – – – – { – – – { { – { { { { – { { { { { – { { – { { { { { { { – { { – – – {12) – – { { { { – – – { { – { { { { – { { { { { – { { – { {
300 Functies die in elke opnamemodus beschikbaar zijn Opnamemodus Functie Auto ISO shift (p. 87) MF-Punt Zoom (p. 129) Veiligheids MF (p. 130) AF-hulplicht (p. 55) Bekijken (Opname bekijken) (p. 55) Terugkijken (p. 55) Uit Details/Focus check – Orig. Opslaan (p. 151) Beeldomkeren (p. 13) Auto Category (p. 152) IS modus (p. 84) Continu Opname/Pan Opnamegegevens. Custom Display (p. 65) Raster Uitsnede Histogram Instellingen registreren onder de snelkiesknop (p.
Functies die in elke opnamemodus beschikbaar zijn 301 1) – { { { { { { – { { { { { { { – { { { { { { – { { { { { { { – { { { { { { – { { { { { { { – – – – { { { – { { { { { { { – { { { { { { – { { { { { { { – { { { { { { – { { { { { { { – { { { { { { – { { { { { { { – { { { { { { – { { { { { { { – { { { { { { – { { { { { { { – { { { { { { – { { { { { { { – – – – { { { – { { { { { { { – { { { { { { – { { { { { { { – { { {13) { { { – { { { { { { { – { { { { { { – { { { { { { { – { { { { { { {
CEL-SL6YA280 © CANON INC.