Operation Manual
75
Geavanceerde opnamefuncties
4
Automatisch belichtingsbereik (AEB-modus)
De camera maakt automatisch drie opnamen: één met de standaardbelichting,
één met positieve compensatie en één met negatieve compensatie.
U kunt de AEB-instellingen aanpassen in stappen van 1/3 in het bereik
van -2EV t/m +2EV van de standaardbelichtingsinstelling.
U kunt de AEB-instellingen combineren met instellingen voor belichtings-
compensatie (p. 69) om het aanpassingsbereik uit te breiden. De beelden
worden vastgelegd in de volgorde: standaardbelichting, onderbelichting
en overbelich
ting.
1 Selecteer * (BKT-Uit) in het
menu FUNC.
* De huidige instelling wordt weergegeven.
2 Gebruik de knop of
om (AEB) te selecteren,
druk op de knop MENU en pas
het compensatiebereik aan met
de knop of .
z U kunt instellingen selecteren door het
multifunctionele keuzewiel te draaien.
z Met de knop wordt de compensatie verhoogd en met de knop
wordt de compensatie verlaagd.
z U kunt direct na het selecteren van instellingen een opname maken door
op de ontspanknop te drukken. Na de opname wordt het menu opnieuw
weergegeven, zodat u de instellingen eenvoudig kunt wijzigen.
z
Selecteer (BKT-Uit) om de AEB-modus te annuleren.
Programmakeuzewiel
De drie opnamen worden met hetzelfde interval genomen als bij een
continu-opname. Zie Continu-opnamen (p. 40).
z U kunt de modus Reeksopnamen (AEB) niet gebruiken voor opnamen
die met de flitser worden gemaakt. Als de flitser wordt gebruikt,
wordt slechts één opname met standaardbelichting vastgelegd.
z Drie opnamen worden continu gemaakt, ongeacht de instelling voor
continu-opnamen (p. 40).










