Operation Manual
167
1
Basishandelingen
van de camera
2
Auto-modus/Modus
Hybride automatisch
3
Andere opnamemodi
4
P-modus
5
Tv-, Av-, M- en C-modus
6
Afspeelmodus
7
Wi-Fi-functies
8
Menu Instellingen
9
Accessoires
10
Bijlage
Index
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor gevorderden
Beelden bijsnijden vóór het afdrukken
Foto’s
Films
Als u vóór het afdrukken de beelden bijsnijdt, kunt u het gewenste
beeldgebied afdrukken in plaats van het hele beeld.
1
Selecteer [Trimmen].
z Voer eerst stap 1 bij “Afdrukinstellingen
congureren” (
=
167) uit om het
afdrukscherm te openen, kies [Trimmen]
en druk op de knop [ ].
z Er verschijnt een kader voor bijsnijden dat
het af te drukken beeldgebied aanduidt.
2
Pas het kader naar wens aan.
z Om de grootte van het kader te wijzigen,
beweegt u de zoomknop.
z Als u het kader wilt verplaatsen,
drukt u op de knoppen [
][ ][ ][ ].
z Om het kader te draaien, draait u aan
de knop [
].
z Als u klaar bent, drukt u op de knop [
].
3
Druk het beeld af.
z Voer stap 7 in “Eenvoudig afdrukken”
(
=
166) uit om af te drukken.
● Bijsnijden is wellicht niet mogelijk bij kleine beeldformaten of bij
bepaalde verhoudingen.
Afdrukinstellingen congureren
Foto’s
Films
1
Open het afdrukscherm.
z Voer stap 1–6 bij “Eenvoudig afdrukken”
(
=
166) uit om dit scherm te openen.
2
Congureer de instellingen.
z Druk op de knoppen [ ][ ] of draai aan
de knop [ ] om een item te selecteren.
Kies vervolgens een optie door op de
knoppen [ ][ ] te drukken.
Default
Hiermee worden de huidige printerinstellingen
gebruikt.
Datum
Hiermee worden de beelden afgedrukt met
een datum.
File No.
Hiermee worden de beelden afgedrukt met
een bestandsnummer.
Beide
Hiermee worden de beelden afgedrukt met
een datum en een bestandsnummer.
Uit
–
Default
Hiermee worden de huidige printerinstellingen
gebruikt.
Uit
–
Aan
Hiermee wordt opname-informatie gebruikt om
de afdrukinstellingen te optimaliseren.
R-Ogen1 Hiermee worden rode ogen gecorrigeerd.
Aantal
exemplaren
Hiermee selecteert u het aantal af te drukken
exemplaren.
Trimmen
–
Hiermee kunt u een beeldgebied opgeven dat
u wilt afdrukken (
=
167).
papier
inst.
–
Hiermee geeft u het papierformaat, de indeling
en andere gegevens op (
=
168).










