Operation Manual
149
1
Basishandelingen
van de camera
2
Auto-modus/Modus
Hybride automatisch
3
Andere opnamemodi
4
P-modus
5
Tv-, Av-, M- en C-modus
6
Afspeelmodus
7
Wi-Fi-functies
8
Menu Instellingen
9
Accessoires
10
Bijlage
Index
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor gevorderden
Congureerbare items
Verbinding
Web-
services
[Bijnaam apparaat veranderen]
(
=
149)
O O O O
–
[Instell. tonen] (
=
130)
–
O
– – –
[Verbindingsinfo wissen] (
=
149)
O O O O
–
O
: Congureerbaar
–
: Niet congureerbaar
De bijnaam van een apparaat wijzigen
U kunt de bijnaam van het apparaat (weergavenaam) die op de camera
wordt weergegeven, wijzigen.
z Voer stap 4 bij “Verbindingsinformatie
bewerken” (
=
149) uit, kies [Bijnaam
apparaat veranderen] en druk op de
knop [ ].
z Selecteer het invoerveld en druk op de
knop [
]. Gebruik het weergegeven
toetsenbord om een nieuwe bijnaam in
te voeren (
=
32).
Verbindingsinformatie wissen
U kunt verbindingsinformatie (over apparaten waarmee u verbinding hebt
gemaakt) als volgt wissen.
z Voer stap 4 bij “Verbindingsinformatie
bewerken” (
=
149) uit, kies
[Verbindingsinfo wissen] en druk
op de knop [ ].
z Als [Wissen ?] verschijnt, drukt u op
de knoppen [
][ ] of draait u aan
de knop [ ] om [OK] te selecteren.
Druk vervolgens op de knop [ ].
z De verbindingsinformatie wordt gewist.
Wi-Fi-instellingen bewerken of wissen
U kunt Wi-Fi-instellingen als volgt bewerken of wissen.
Verbindingsinformatie bewerken
1
Open het Wi-Fi-menu en kies het
apparaat dat u wilt bewerken.
z Druk op de knop [ ] om de camera aan
te zetten.
z Druk op de knop [
].
z Druk op de knoppen [
][ ][ ][ ] of
draai aan de knop [ ] om het pictogram
te selecteren van het apparaat dat
u wilt bewerken. Druk vervolgens op
de knop [ ].
2
Kies [Apparaat bewerken].
z Druk op de knoppen [ ][ ] of draai aan
de knop [ ] om [Apparaat bewerken]
te selecteren en druk vervolgens op de
knop [ ].
3
Kies een apparaat om te bewerken.
z Druk op de knoppen [ ][ ] of draai
aan de knop [ ] om het apparaat
te selecteren dat u wilt bewerken.
Druk vervolgens op de knop [ ].
4
Kies een item dat u wilt bewerken.
z Druk op de knoppen [ ][ ] of draai aan
de knop [ ] om een item te selecteren
om te bewerken. Druk vervolgens op
de knop [ ].
z Welke items u kunt wijzigen, hangt af van
het apparaat of de service waartoe de
camera toegang heeft.










