Operation Manual
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor
gevorderden
Basishandelingen
van de camera
GPS-functies
gebruiken
Auto-modus
Andere
opnamemodi
P-modus
Afspeelmodus
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
55
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor
gevorderden
Basishandelingen
van de camera
GPS-functies
gebruiken
Auto-modus
Andere
opnamemodi
P-modus
Afspeelmodus
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
Foto’s
Snel opnamen maken onder water
Om te voorkomen dat u onverwachte kansen mist onder water met
onderwerpen die ongeveer 3 meter van u verwijderd zijn, moet u
overschakelen naar de modus [S] mode (=
53) en het scherpstelbereik
instellen op [8]. Deze instellingen zijn vooral effectief wanneer opnamen
maakt van onderwerpen die bewegen.
1 Selecteer [S].
Voer stap 1 in “Specieke scènes”
(=
53) uit en kies [S].
2 Kies het scherpstelbereik.
Druk op de knop <q>, druk op de
knoppen <q><r> om [8] te
selecteren en druk vervolgens op de
knop <m>.
3 Maak de opname.
Richt de camera zo dat het onderwerp in
het middelste frame wordt geplaatst en
druk de ontspanknop half in.
Zodra er een goed moment is om
een opname te maken, drukt u de
ontspanknop helemaal in.
• Voor onderwerpen die dichterbij zijn en niet scherp in beeld zijn,
moet u het scherpstelbereik instellen op [ ].
• Het AF-kader blijft wit wanneer de sluiterknop half wordt ingedrukt.
• Deze instellingen zijn niet beschikbaar wanneer u AF Tracking (=
77)
gebruikt.
Foto’s Films
De witbalans corrigeren
De witbalans kan handmatig worden aangepast in de modi [S] en [ ]
(=
53). Deze aanpassing kan hetzelfde effect geven als wanneer u een
in de winkel verkrijgbaar kleurcompensatielter gebruikt.
1 Selecteer [S] of [ ].
Voer de stappen 1 – 2 in “Specieke
scènes” (=
53) uit en kies [S] of [ ].
2 Selecteer de witbalans.
Druk op de knop <m>, kies [ ] in
het menu en druk nogmaals op de
knop <m>.
3 Wijzig de instelling.
Beweeg de zoomknop om het
correctieniveau voor B en A aan te
passen en druk vervolgens op de
knop <m>.
Zodra de instelling is voltooid, wordt [ ]
weergegeven.
• De camera blijft de witbalanscorrectieniveaus behouden, zelfs
wanneer u omschakelt naar een andere witbalansoptie in stap 2,
maar de correctieniveaus worden hersteld wanneer u aangepaste
witbalansgegevens vastlegt.
• B staat voor blauw en A voor geel.
• U kunt de witbalans ook handmatig aanpassen door aangepaste
witbalansgegevens vast te leggen (=
72) voordat u de bovenstaande
stappen uitvoert.










