Operation Manual

Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor
gevorderden
Basishandelingen
van de camera
GPS-functies
gebruiken
Auto-modus
Andere
opnamemodi
P-modus
Afspeelmodus
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
48
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor
gevorderden
Basishandelingen
van de camera
GPS-functies
gebruiken
Auto-modus
Andere
opnamemodi
P-modus
Afspeelmodus
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
Handige opnamefuncties
Foto’s Films
Raster weergeven
Als verticale en horizontale referentie tijdens het opnemen kunnen op het
scherm rasterlijnen worden weergegeven.
Druk op de knop <n>, kies [Raster]
op het tabblad [4] en kies [Aan]
(=
28).
Zodra de instelling is voltooid, wordt het
raster op het scherm weergegeven.
Als u wilt terugkeren naar de
oorspronkelijke instelling, herhaalt u deze
procedure, maar selecteert u [Uit].
• Rasterlijnen worden niet opgeslagen bij de opname.
Foto’s
Het gebied waarop wordt scherpgesteld
vergroten
U kunt de scherpstelling controleren door de ontspanknop half in te
drukken, waardoor het gedeelte van het beeld waarop is scherpgesteld in
het AF-kader wordt vergroot.
1 Congureerdeinstelling.
Druk op de knop <n>, selecteer
[AF-Punt Zoom] op het tabblad [4] en
selecteer vervolgens [Aan] (=
28).
2 Controleer de scherpstelling.
Druk de ontspanknop half in. Het gezicht
dat als hoofdonderwerp gedetecteerd is,
wordt nu uitvergroot.
Als u wilt terugkeren naar de
oorspronkelijke instelling, selecteert u
[Uit] in stap 1.
• Het scherpgestelde gebied wordt niet vergroot als u de
ontspanknop half indrukt terwijl er geen gezicht is gedetecteerd,
als de persoon zich te dicht op de camera bevindt en zijn gezicht
te groot is voor het scherm, of als de camera een bewegend object
waarneemt.