Operation Manual
De GPS-functie gebruiken
55
U kunt bijhouden waar de camera mee naartoe is genomen door
locatiegegevens te gebruiken die worden verkregen van GPS-
satellietsignalen gedurende een bepaalde periode. Dagelijkse locatie- en
tijdgegevens worden bijgehouden in een bestand, gescheiden van de
beeldgegevens. Logbestanden kunnen worden weergegeven op de camera
(p. 57), en met de bijgeleverde software (p. 2) kunt u logbestanden gebruiken
om de route van de camera te volgen op een kaart.
Aangezien de datum wordt bijgewerkt en de gegevens doorlopend worden
bijgehouden ongeacht of de camera is ingeschakeld, vermindert de
batterijduur zelfs als de camera is uitgeschakeld. Het kan zijn dat de batterij
bijna leeg is wanneer u de camera inschakelt. Laad de batterij op wanneer dit
nodig is, of neem een opgeladen reservebatterij mee.
Activeer GPS.
Voer stap 1 – 2 op p. 53 uit om de instelling
te configureren.
Configureer de instelling.
Druk op de knop n en druk vervolgens
op de knoppen qr om [Aan] te selecteren.
Als u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke
instelling, herhaalt u deze procedure, maar
selecteert u [Uit].
Voltooi de instellingsprocedure.
Wanneer u op de knop
m
drukt, wordt een
bericht over de logger weergegeven. Lees dit
bericht.
X Het pictogram dat wordt weergegeven bij
uw opnamen geeft de GPS-ontvangststatus
weer van dat moment (p. 53).
X De loggerfunctie wordt uitgevoerd en de
datum-, tijd- en locatiegegevens gebaseerd
op signalen van GPS-satellieten worden
bijgehouden op de camera.
De logger blijft functioneren zelfs als de
camera is uitgeschakeld.
Logboek van de cameralocatiegegevens










