Operation Manual
Voordat u begint
17
Plaats de meegeleverde batterij en een geheugenkaart (afzonderlijk
verkrijgbaar).
Denk eraan dat u voordat u een nieuwe geheugenkaart (of een
geheugenkaart die in een ander apparaat is geformatteerd) gaat gebruiken,
de geheugenkaart met deze camera moet formatteren (p. 163).
Controleer het schuifje voor
schrijfbeveiliging van de kaart.
Als de geheugenkaart een schuifje voor
schrijfbeveiliging heeft, kunt u geen opnamen
maken als het schuifje is ingesteld op
vergrendeld (omlaag). Duw het schuifje
omhoog totdat het op niet vergrendeld staat.
Open het klepje.
Verschuif de schakelaar ( ) en open het
klepje ( ).
Plaats de batterij.
Duw de batterijvergrendeling in de richting
van de pijl en plaats de batterij in de getoonde
richting totdat hij vastklikt en is vergrendeld.
Het is niet mogelijk om in de verkeerde
richting geplaatste batterijen te vergrendelen.
Controleer altijd of de batterij in de juiste
richting is geplaatst en wordt vergrendeld.
Zorg ervoor dat u de waterdichte verzegeling
niet beschadigt wanneer u de batterij plaatst.
• Laad de batterij niet langer dan 24 uur achtereen op, om de batterij
te beschermen en in goede staat te houden.
• Als u een batterijlader gebruikt met een netsnoer, moet u de lader of
het snoer niet aansluiten op andere voorwerpen. Dit kan een storing
veroorzaken of het product beschadigen.
• Zie “Specificaties” (p. 39) voor meer informatie over de oplaadduur, het aantal
opnamen en de opnameduur met een volledig opgeladen batterij.
De batterij en geheugenkaart plaatsen
Aansluitpunten
Waterdichte
verzegeling
Batterijverg-
rendeling










