NEDERLANDS Voordat u de camera gebruikt Opnamen maken Weergeven/wissen Afdruk- en verzendinstellingen Problemen oplossen Berichten Bijlagen Uitgebreide gebruikershandleiding In deze handleiding worden de camerafuncties en -procedures gedetailleerd beschreven.
Belangrijkste functies Opnamen maken z 4x optische zoom met beeldstabilisator z De effecten van camerabewegingen of wazige opnamen bij het maken van opnamen met een hoge ISO-waarde worden vermeden z De functie Gez. Detect.
Conventies die in deze handleiding worden gebruikt Pictogrammen naast of onder titels geven aan in welke opnamemodi de procedure kan worden gebruikt. Modusschakelaar: Opnamen maken ( )/Weergeven ( ) Briefkaart : Opnamemodus • Opnamemodi die niet beschikbaar zijn, worden grijs weergegeven. Zie Functies beschikbaar in elke opnamemodus (p. 127) aan het einde van deze handleiding. z In deze handleiding wordt de Verkorte gebruikershandleiding voor de camera de Verkorte handleiding genoemd.
Inhoudsopgave Onderwerpen die met een zijn gemarkeerd, geven een overzicht van camerafuncties of procedures. Conventies die in deze handleiding worden gebruikt . . . . 1 Voorzorgsmaatregelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 Lees de volgende tekst aandachtig door . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 Veiligheidsvoorschriften . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 Defecten voorkomen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Opnamen maken van onderwerpen die moeilijk kunnen worden scherpgesteld (Focusvergrendeling, AF lock, Handm. scherpstellen, Veiligheids MF). . . . . . . . . . . . . . . . . .45 Verschillende methoden voor lichtmeting gebruiken. . . . . . . .48 De belichtingscompensatie aanpassen . . . . . . . . . . . . . .49 De kleurtoon (Wit Balans) aanpassen. . . . . . . . . . . . . . . . . . .49 Opnamen maken in een modus van My Colors . . . . . . . . . . .52 De optie ISO waarde aanpassen . . . . . . . . . . . . . . . . .
Weergave op televisie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 91 Afdrukken met een Direct Print-compatibele printer. . . . . . . . 92 Berichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93 Bijlagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 96 Omgaan met de batterij . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 96 Omgaan met de geheugenkaart. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Voorzorgsmaatregelen Lees de volgende tekst aandachtig door Proefopnamen Wij raden u aan eerst diverse proefopnamen te maken om te controleren of de camera werkt en of u de camera juist bedient, voordat u belangrijke onderwerpen fotografeert. Canon Inc.
Temperatuur van de camerabehuizing Als u de camera een lange tijd continu gebruikt, kan de camerabehuizing warm worden. Houd hier rekening mee en wees voorzichtig als u de camera lang gebruikt. Informatie over het LCD-scherm Het LCD-scherm is gemaakt met zeer nauwkeurige fabricagetechnieken. Meer dan 99,99% van de pixels voldoet aan de specificaties. Minder dan 0,01% van de pixels kan soms weigeren of als zwarte of rode puntjes verschijnen.
Waarschuwingen Apparatuur z Richt de camera niet op de zon of felle lichtbronnen. Hierdoor kunnen uw ogen of de CCD van de camera worden beschadigd. z Berg de apparatuur op buiten het bereik van kinderen en peuters. Als een kind de apparatuur per ongeluk beschadigt, kan dat ernstig letsel tot gevolg hebben. • Polsriem: als de riem om de nek van een kind komt te zitten, kan dat tot verstikking leiden. • Geheugenkaart: de geheugenkaart kan per ongeluk worden ingeslikt.
Batterij z Plaats de batterijen niet in de buurt van een warmtebron en stel deze niet bloot aan vuur of hitte. z Dompel de batterijen niet onder in water. z Probeer de batterijen niet te demonteren, te wijzigen of op te warmen. z Laat de batterijen niet vallen en voorkom beschadiging van de behuizing van de batterijen. z Gebruik alleen aanbevolen batterijen en accessoires.
Overige z Gebruik de flitser niet dicht bij de ogen van mensen of dieren. Blootstelling aan het sterke licht van de flitser kan het gezichtsvermogen aantasten. Houd vooral bij kleine kinderen ten minste één meter afstand wanneer u de flitser gebruikt. z Houd objecten die gevoelig zijn voor magnetische velden (zoals creditcards) uit de buurt van de luidspreker op de camera. Dergelijke objecten kunnen defect raken of gegevens kunnen verloren gaan.
Apparatuur z Haal de batterijen uit de camera of uit de batterijlader en berg de apparatuur op een veilige plaats op als u de camera lang niet gebruikt. Als u de batterijen in de camera laat zitten, kan er schade ontstaan door lekkage. z Sluit geen compacte voedingsadapters of batterijladers aan op apparaten zoals elektrische reisadapters. Dit kan leiden tot storingen, extreme warmteontwikkeling, brand, elektrische schokken of letsel. Flitser z Gebruik de flitser niet als er vuil of stof op zit.
Defecten voorkomen Sterk magnetische velden vermijden z Plaats de camera nooit in de buurt van elektromotoren of andere apparaten die sterk magnetische velden genereren. Blootstelling aan sterk magnetische velden kan leiden tot defecten of beschadigde opnamegegevens.
Voordat u de camera gebruikt – Basishandelingen Het LCD-scherm gebruiken 1 Druk op . z De weergavemodus verandert telkens wanneer u op deze knop drukt. Opnamemodus ( ) Standaard (Geen informatie) Afspeelmodus ( ) Geen informatie Details (Informatieweergave) Standaard Uit Details z Als u een instelling wijzigt, wordt er ongeveer 6 seconden informatie over de opname weergegeven, ongeacht de geselecteerde weergavemethode.
De informatie op het LCD-scherm Informatie over de opname (Opnamemodus) Spotmetingkader (p. 48) AF Frame (p. 43) Zoominstelling (p. 29) Digitale Tele-converter (p. 29) Flitser (Verkorte handleiding p. 12) Beeldomkeren (p. 58) z(REC) Films opnemen (p. 35) Batterij bijna leeg (p. 96) Opnamemodus Uitsnede (p. 21) ( ••• )* ISO waarde (p. 53) Beeldstabilisator (p. 27) Wit Balans (p. 49) • Foto's: resterend aantal opnamen • Films: resterende tijd/ verstreken tijd Transport mode (p.
Als het lampje oranje knippert en het waarschuwingspictogram dat aangeeft dat de camera beweegt, wordt weergegeven, betekent dit dat er onvoldoende licht is en dat er mogelijk een lange sluitertijd is geselecteerd. U kunt op de volgende manieren opnamen maken: - Stel de IS-modus in op een andere instelling dan [Uit] (p. 27) - Verhoog de ISO-waarde (p. 53) - Selecteer een andere instelling dan (Flitser uit) (Verkorte handleiding p.
Details Histogram (p. 16) ( ••• ) ISO waarde (p. 53) (Verkorte handleiding pagina 10-11) (p. 38) (p. 35) (pagina 39 – 42) Diafragmawaarde (p. 41) Sluitertijd (p. 40) Wit Balans (p. 49) Opn.Pixels/Framerate (Film) (p. 37) AF lock (p. 45)/Handm. scherpstellen (p. 46) Meetmethode (p. 48) My Colors (p. 52) ··· Belichtingscompensatie (p. 49) ··· Flitsbelichtingscompensatie (p. 55) Flits output (p. 55) Macro (Verkorte handleiding p. 13) Bestandsgrootte Rode-Ogen Correctie (p.
z Informatie voor beelden die met een andere camera zijn opgenomen, wordt mogelijk niet correct weergegeven. z Waarschuwing bij overbelichting In de volgende gevallen knipperen de gedeelten van het beeld die overbelicht zijn. - Bij het direct bekijken van een opname op het LCD-scherm (informatieweergave) - Bij het gebruiken van de gedetailleerde weergavemodus van de afspeelmodus Histogramfunctie Het histogram is een grafiek waarmee u de helderheid van het beeld kunt controleren.
Spaarstand De camera is uitgerust met een spaarstand. In de volgende gevallen wordt de camera uitgeschakeld. Druk op de ON/OFF-knop om de camera weer in te schakelen. Ongeveer drie minuten nadat er voor het laatst een camerafunctie is gebruikt, wordt de camera uitgeschakeld. Eén minuut* nadat er voor het laatst een camerafunctie is gebruikt, wordt het LCD-scherm automatisch uitgeschakeld, zelfs als [Automatisch Uit] is ingesteld op [Uit].
Menu's en instellingen Via de menu's kunt u de opname-, weergave- en afdrukinstellingen aanpassen, evenals camera-instellingen als de datum, de tijd en geluidssignalen. De volgende menu's zijn beschikbaar. z Menu FUNC. z Menu's Opname, Keuze, Print en Instellen Menu FUNC. Hiermee worden veel van de functies ingesteld die vaak worden gebruikt tijdens het opnemen. a b e c d In dit voorbeeld wordt het menu FUNC. weergegeven in de modus . 18 a Zet de modusschakelaar op (Opnamen maken).
Menu's Opname, Keuze, Print en Instellen Via deze menu's kunt u eenvoudig de gewenste opname-, afspeelof afdrukinstellingen opgeven. Menu (Opname) Menu a (Instellen) e knoppen en tussen de menu's schakelen als dit gedeelte is geselecteerd. c d • In dit voorbeeld wordt het menu Opname weergegeven in de modus • In de weergavemodus worden de menu's Keuze, Print en Instellen . a Druk op de knop MENU. b Gebruik de knop of om tussen de menu's te schakelen.
Menuoverzicht Zie Functies beschikbaar in elke opnamemodus Menu FUNC. De onderstaande pictogrammen zijn de standaardinstellingen. Menu-item ISO waarde Pagina Menu-item Pagina p. 53 Meetmethode p. 48 Wit Balans p. 49 Compressie (Foto) p. 27 Transport mode p. 31, Verkorte handleiding p. 14 Aantal beelden (Film) p. 37 My Colors p. 52 Opn.Pixels (Foto) p. 26 +/– (Flitser)/ Flits output p. 55 Aantal opgenomen pixels (Film) p.
Menu-item Opties Pagina Veiligheids MF Aan/Uit* p. 47 AF-hulplicht Aan*/Uit p. 86 Bekijken Uit/2*–10 seconden/Vastzetten Verkorte handleiding p. 9 Disp. Sjabloon p. 34 (Foto) Uit*/Raster/Uitsnede/Beide (Film) Uit*/Raster IS modus p. 27 Continu*/Opname/Pan/Uit (Film) Continu*/Uit Converter Geen*/WC-DC52/ TC-DC52A/250D p. 106 Datum stempel Uit*/Datum/Datum & Tijd p. 33 Instellen Knop Menu Keuze ( p. 57 ) Menu Print ( Menu-item Meer informatie Pagina Autom. Afspelen p.
Menu Instellen ( ) *Standaardinstelling Menu-item Opties Mute Aan/Uit* Stel deze optie in op [Aan] om alle camerageluiden uit te schakelen met uitzondering van de waarschuwingsgeluiden (Verkorte handleiding p. 8). Volume Uit/1/2*/3/4/5 Hiermee kunt u het volume aanpassen van het opstartgeluid, het werkgeluid, het geluid van de zelfontspanner, het sluitergeluid en het geluid bij het afspelen. U kunt het volume niet aanpassen als [Mute] is ingesteld op [Aan].
Menu-item Opties Pagina Datum/Tijd Verkorte handleiding p. 7 Formatteren U kunt ook een zogenaamde low level format uitvoeren (p. 25). Bestandnr. Continu*/Auto reset Maak folder p. 61 p. 59 Maak autom. Uit*/Dagelijks/ U kunt ook automatisch een Maandagaanmaakdatum instellen. Zondag/ Maandelijks Beeldomkeren Aan*/Uit p. 58 Maateenheid m/cm* /ft/in Hiermee stelt u de maateenheden in voor de MF-indicator voor handmatig scherpstellen (p. 46).
Alle standaardwaarden herstellen 1 Menu (Instellen) [Reset alle]. Raadpleeg Menu's en instellingen (p. 19). 2 Selecteer [OK] en druk op . z De standaardwaarden van instellingen kunnen niet worden hersteld als de camera is aangesloten op een computer of printer. z De volgende opties kunnen niet worden hersteld: - Opnamemodus - De opties [Datum/Tijd], [Taal] en [Video Systeem] in het menu (Instellen) (p.
Geheugenkaarten formatteren U moet een nieuwe geheugenkaart of een geheugenkaart waarvan u alle beelden en andere gegevens wilt wissen, altijd formatteren. Bij het formatteren (initialiseren) van een geheugenkaart worden alle gegevens op de kaart gewist, dus ook beveiligde beelden en andere soorten bestanden. 1 Menu (Instellen) [Formateren]. Raadpleeg Menu's en instellingen (p. 19). Selecteer [OK] en druk op .
Opnamen maken Aantal opgenomen pixels en compressie wijzigen (Foto's) Opnamemodus 1 Menu FUNC. (Opn.Pixels). * (Compressie)/ * Raadpleeg Menu's en instellingen (p. 18). * Standaardinstelling. z Gebruik de knop of om de instellingen voor het aantal opgenomen pixels/de compressie te selecteren en druk op de knop FUNC./SET.
Geschatte waarden voor compressie-instellingen Compressie Superfijn Hoge kwaliteit Fijn Doel Opnamen van hoge kwaliteit maken Opnamen van standaardkwaliteit maken Normaal Normaal Meer opnamen maken z Raadpleeg Grootte beeldgegevens (geschat) (p. 119). z Raadpleeg Geheugenkaarten en geschatte capaciteiten (p. 117).
De volgende pictogrammen worden op het LCD-scherm weergegeven. [Continu] [Opname] [Pan] [Converter]-instelling in menu Opname Geen Pagina p. 106 WC-DC52/ TC-DC52A/250D z Als u [Opname] of [Pan] selecteert in de opnamemodus (foto's) en vervolgens overschakelt naar de modus , verandert de instelling in [Continu]. z Camerabewegingen worden mogelijk niet volledig gecorrigeerd wanneer u opnamen maakt met lange sluitertijden, zoals bij opnamen in het donker.
Digitale zoom/digitale Tele-converter gebruiken * Opnamemodus * Digitale Tele-converter kan niet worden ingesteld. U kunt de digitale zoom combineren met de optische zoom tijdens het maken van opnamen. De beschikbare opnamekenmerken en brandpuntsafstand (overeenkomstig 35mm-filmbereik) zijn als volgt: Selectie Brandpuntsafstand Standaard 35–560 mm 35–140 mm 1.5x 52,5–210 mm 1.
Opnamen maken met de digitale zoomfunctie 2 Duw de zoomknop naar de opname. en maak z De gecombineerde digitale en optische zoominstelling wordt weergegeven op het LCD-scherm. z Op basis van het ingestelde aantal opgenomen pixels, wordt door de zoomfunctie de maximale zoomfactor berekend waarna de beeldkwaliteit zichtbaar zal afnemen. De digitale zoomfunctie stopt als deze zoomfactor is bereikt en op het LCD-scherm verschijnt .
Continu-opnamen Opnamemodus In deze modus worden continu-opnamen gemaakt wanneer u de ontspanknop ingedrukt houdt. Als u de aanbevolen geheugenkaart* 1 gebruikt, kunt u bij een ingestelde interval continu-opnamen maken (vloeiende continu-opname) tot de geheugenkaart vol is (p. 117). *1 Aanbevolen geheugenkaart: Gebruik een supersnelle SDC-512MSH-geheugenkaart (afzonderlijk verkrijgbaar) waarop onmiddellijk vóór de opname een low level format (p. 25) is toegepast. 1 Menu FUNC.
Briefkaart Opnamemodus U kunt opnamen met de optimale instellingen voor briefkaarten maken door de beelden in het afdrukgebied (lengte-breedteverhouding van ongeveer 3:2) te plaatsen, dat op het LCD-scherm wordt weergegeven. 1 Menu FUNC. *(Opn.Pixels) (Briefkaart). Raadpleeg Menu's en instellingen (p. 18). * Standaardinstelling. z Het aantal opgenomen pixels is ingesteld op (1600x1200) en de compressie op (Fijn). z Het gebied dat niet wordt afgedrukt, wordt grijs weergegeven.
De datum opnemen in de beeldgegevens Als (Briefkaart) is geselecteerd, kunt u de datum opnemen in de beeldgegevens. 1 Menu (Opname) [Datum stempel] [Uit]*/[Datum]/[Datum & Tijd]. Raadpleeg Menu's en instellingen (p. 19). * Standaardinstelling. z Weergave op LCD-scherm : [Uit] : [Datum]/[Datum & Tijd] Opnamen maken z Zorg ervoor dat de datum en de tijd van de camera van tevoren zijn ingesteld (p. 23).
Hulplijnen weergeven op het LCD-scherm * Opnamemodus * U kunt alleen [Raster] gebruiken. U kunt tijdens het maken van opnamen verticale en horizontale rasterlijnen, een uitsnede of beide hulpmiddelen op het LCD-scherm weergeven om de positie van het onderwerp nauwkeuriger te bepalen. Raster Er worden rasterlijnen weergegeven om het scherm in 9 delen op te splitsen. Hierdoor kunt u de verticale en horizontale positionering van het onderwerp beter bepalen.
Filmopnamen maken Opnamemodus De volgende filmmodi zijn beschikbaar. Meer informatie over het aantal opgenomen pixels en de opnamesnelheid in elke modus kunt u vinden in Aantal opgenomen pixels en opnamesnelheid (p. 37). Standaard U kunt de resolutie en de opnamesnelheid selecteren en opnemen totdat de geheugenkaart vol is (wanneer u een supersnelle geheugenkaart gebruikt zoals het aanbevolen model SDC-512MSH). De digitale zoom kan ook worden gebruikt in deze modus (p. 29).
2 Maak een opname. z Als u de ontspanknop half indrukt, worden de focus, belichting en witbalans automatisch ingesteld. z Als u de ontspanknop volledig indrukt, worden video en geluid tegelijkertijd opgenomen. z Tijdens de opname worden de opnametijd en [zREC] weergegeven op het LCD-scherm. z Druk opnieuw op de ontspanknop om de opname te beëindigen. De opname wordt in de volgende gevallen automatisch gestopt.
Aantal opgenomen pixels/ Aantal beelden (films) wijzigen U kunt het aantal opgenomen pixels en de opnamesnelheid wijzigen als de filmmodus is ingesteld op (Standaard). 1 Menu FUNC. (Opn.Pixels). * (Aantal beelden)/ * Raadpleeg Menu's en instellingen (p. 18). * Standaardinstelling. Aantal opgenomen pixels en opnamesnelheid De opnamesnelheid geeft het aantal beelden aan dat per seconde wordt opgenomen of weergegeven. Hoe hoger het aantal beelden, hoe vloeiender de beelden in elkaar lijken over te lopen.
Panoramabeelden maken (Stitch Hulp) Opnamemodus Gebruik Stitch Hulp om overlappende beelden te maken die u later op een computer kunt samenvoegen tot een panoramisch beeld. De overlappende naden van meerdere aan elkaar grenzende beelden kunnen worden samengevoegd, zodat er één panoramisch beeld ontstaat. 1 Gebruik de knop of om een opnamerichting te selecteren. z U kunt kiezen tussen de volgende twee opnamerichtingen.
3 Maak de tweede opname zodanig dat deze een deel van de eerste opname overlapt. z U kunt op de knop of drukken als u wilt terugkeren naar het vorige opgenomen beeld om de opname opnieuw te maken. z Kleine verschuivingen in de overlappende delen kunnen worden gecorrigeerd tijdens het samenvoegen van de opnamen. 4 Herhaal de procedure voor de overige beelden. z Een opnamereeks kan maximaal 26 beelden bevatten. z Druk na de laatste opname op de knop FUNC./SET.
De sluitertijd instellen Opnamemodus Als u de sluitertijd instelt, selecteert de camera automatisch een diafragmawaarde die is afgestemd op de helderheid van het onderwerp. Kortere sluitertijden bieden u de mogelijkheid om een momentopname te maken van een bewegend onderwerp, terwijl u met langere sluitertijden een uitvloeieffect krijgt en u de mogelijkheid hebt om zonder flitser opnamen te maken in donkere omstandigheden.
De weergave van de sluitertijd z De volgende sluitertijden kunnen worden ingesteld. 1/160 staat voor 1/160e seconde. Met 0"3 wordt 0,3 seconde en met 2" wordt 2 seconden aangegeven.
De sluitersnelheid en het diafragma handmatig instellen Opnamemodus U kunt de sluitertijd en diafragmawaarde handmatig instellen voor het maken van opnamen. z Als u de ontspanknop half indrukt, wordt het verschil tussen de standaardbelichting* en de geselecteerde belichting op het LCD-scherm weergegeven. Als het verschil meer is dan ± 2 stappen, wordt '–2' of '+2' rood weergegeven. * Standaardbelichtingsniveaus worden berekend door het licht te meten volgens de op dat moment geselecteerde meetmethode.
Een AF-kader selecteren * Opnamemodus * Kan niet worden ingesteld in de modus . Het AF-kader geeft aan op welk gebied in de beeldcompositie de camera scherpstelt. U kunt het AF-kader als volgt instellen. Gezicht det. * Alleen in de deelmetingmodus (p. 48). 1 Aan De camera kiest automatisch een van de 9 AF-kaders om het beeld scherp te stellen op basis van de opnameomstandigheden. Uit De camera gebruikt het middelste AF-kader om scherp te stellen.
z Het AF-kader wordt als volgt weergegeven wanneer u de ontspanknop half indrukt (het LCD-scherm moet zijn ingeschakeld). • Groen : De voorbereidingen voor de opname zijn voltooid • Geel : Problemen bij scherpstellen (wanneer AiAF is ingesteld op [Uit]) • Geen AF-kader : Problemen bij scherpstellen (wanneer AiAF is ingesteld op [Aan]) z Het volgende gebeurt wanneer u de optie [Gezicht det.] hebt geselecteerd.
Opnamen maken van onderwerpen die moeilijk kunnen worden scherpgesteld (Focusvergrendeling, AF lock, Handm. scherpstellen, Veiligheids MF) * Opnamemodus * Kan niet worden gebruikt in de modus . Opnamen maken met focusvergrendeling 1 Zorg dat een onderwerp met dezelfde focusafstand als het hoofdonderwerp zich in het midden van de zoeker of het AF-kader van het LCD-scherm bevindt. 2 Druk de ontspanknop half in om de focus te vergrendelen.
3 Druk de ontspanknop half in en druk op de knop . z Het pictogram en de MF-indicator worden op het LCD-scherm weergegeven. 4 Wijzig de stand van de camera om de gewenste beeldcompositie te krijgen en maak de opname. AF lock opheffen Druk op de knop . z U kunt AF lock alleen gebruiken in de modus en . z Het AF-kader wordt niet weergegeven in de modus . z Wanneer u opnamen maakt met focusvergrendeling of AF lock en u het LCD-scherm gebruikt, is het eenvoudiger om [AiAF] in te stellen op [Uit] (p. 43).
z Afhankelijk van de opnamemodus, kunt u door op de knop te drukken als volgt schakelen tussen opties: , , , , , Belichtingscompensatie/ -modus/Belichtingscompensatie/ -modus/ Sluitertijd/Belichtingscompensatie/ Diafragmawaarde/Belichtingscompensatie/ Sluitertijd/Diafragmawaarde/ 3 Druk op de knop beeld scherp. of en stel het Het handmatig scherpstellen annuleren Druk op de knop . U kunt alleen handmatig scherpstellen in de modus en .
Verschillende methoden voor lichtmeting gebruiken Opnamemodus 1 Menu FUNC. * (Deelmeting) Raadpleeg Menu's en instellingen (p. 18). * Standaardinstelling. z Gebruik de knop of om de methode voor de lichtmeting te selecteren en druk op de knop FUNC./SET. Lichtmeetmethoden 48 Deelmeting Geschikt voor standaardomstandigheden, waaronder objecten die van achter worden belicht. Het beeld wordt verdeeld in een aantal gebieden voor lichtmeting.
De belichtingscompensatie aanpassen Opnamemodus Geef een positieve waarde op voor de belichtingscompensatie om te voorkomen dat het onderwerp te donker wordt wanneer het van achter wordt belicht of als de achtergrond erg helder is. Geef een negatieve waarde op voor de belichtingscompensatie om te voorkomen dat het onderwerp te licht wordt bij een nachtopname of als de achtergrond erg donker is. 1 2 Schakel het LCD-scherm in. Druk op de knop .
Witbalansinstellingen Auto De instellingen worden automatisch geselecteerd door de camera. Dag Licht Voor buitenopnamen met veel zonlicht. Bewolkt Voor buitenopnamen met bewolkte of donkere luchten of tijdens de schemering. Lamplicht Gebruik deze optie wanneer u opnamen maakt bij het licht van gloeilampen en tl-lampen met licht dat bestaat uit 3 golflengten. TL licht Gebruik deze optie wanneer u opnamen maakt bij warm-wit, koel-wit of warm-wit tl-licht dat bestaat uit 3 golflengten.
1 Menu FUNC. * (Auto) (Custom). Raadpleeg Menu's en instellingen (p. 18). * Standaardinstelling. 2 Richt de camera op een stuk wit papier of witte stof en druk op . z U wordt aangeraden de opnamemodus te kiezen en de belichtingscompensatie op [±0] in te stellen voordat u een aangepaste witbalans instelt. De witbalans kan niet goed worden ingesteld wanneer de belichtingsinstelling onjuist is (het beeld is volledig zwart of wit).
Opnamen maken in een modus van My Colors Opnamemodus U kunt het algemene beeld van een opname wijzigen tijdens het opnemen. Instellingen voor My Colors My Colors uit Met deze instelling maakt u normale opnamen. Levendig De nadruk komt te liggen op contrast en kleurintensiteit, zodat u een opname met heldere kleuren krijgt. Neutraal Hiermee worden het contrast en de kleurverzadiging afgevlakt, zodat u neutrale kleuren krijgt.z Sepia De opnamen worden gemaakt in sepiakleuren.
De camera instellen op een Custom Kleur-modus 1 (Custom Kleur) . Raadpleeg Menu's en instellingen (p. 18). 2 z De aangepaste kleur wordt weergegeven. 3 Optie Aanpassen selecteren . Opnamen maken Gebruik de knop of om [Contrast], [Scherpte] of [Verzadiging] te selecteren en gebruik de knop of om deze waarden aan te passen. z De instelling is hiermee voltooid. Als u nu op de knop MENU drukt, gaat u terug naar het scherm waar u een My Colors-modus kunt selecteren.
1 Menu FUNC. (Automatisch). Raadpleeg Menu's en instellingen (p. 18). z Gebruik de knop of om een ISO-waarde te selecteren en druk op de knop FUNC./SET. z Als u selecteert, wordt de optimale ISO-waarde ingesteld op basis van de hoeveelheid licht bij het maken van de opname. Aangezien automatisch een hogere ISO-waarde wordt ingesteld op donkere plekken, selecteert de camera een kortere sluitertijd, waardoor de kans op camerabewegingen afneemt.
Schakelen tussen flitsinstellingen Opnamemodus Hoewel de flits van de ingebouwde flitser automatisch wordt aangepast aan de omstandigheden (behalve in de modus ), kunt u de flitser ook zodanig instellen dat de flits niet wordt aangepast. 1 Menu (Opname) [Flits instel.] [Automatisch]*/[Handmatig]. Raadpleeg Menu's en instellingen (p. 19). * Standaardinstelling. Opnamemodus +/– (Flitser) (Flitsbelichtingscompensatie) z Als de opnamemodus is ingesteld op , of als [Flits instel.
1 Menu FUNC. (+/– (Flitser))/ (Flits output). Raadpleeg Menu's en instellingen (p. 18). z Pas de compensatie/output aan met de knop of en druk op de knop FUNC./SET. Voorbeeld: flitsbelichtingscompensatie Belichting aanpassen voor ingebouwde flitser (Veiligheids FE) Opnamemodus De sluitersnelheid of diafragmawaarde wordt automatisch gewijzigd wanneer de flitser wordt geactiveerd, om overbelichting van de belangrijkste onderwerpen op de foto te voorkomen. 1 Menu (Opname) [Aan]*/[Uit].
Instellingen registreren voor de knop Afdrukken/Delen Opnamemodus U kunt een functie die u vaak gebruikt bij het maken van opnamen, registreren met de knop . U kunt de volgende functies registreren. Menu-item Niet toegekend* Pag. — Menu-item Pag. Digitale Tele-converter p. 30 ISO waarde p. 53 Disp. Sjabloon p. 34 Wit Balans p. 49 Display uit p. 22 * Standaardinstelling. Menu (Opname) [Instellen knop]. Raadpleeg Menu's en instellingen (p. 19).
De knop 1 gebruiken Druk op de knop . z Elke keer dat u de knop indrukt, worden de instellingen van de geregistreerde functies gewijzigd. z Voor (ISO waarde) en (Wit Balans), wordt het bijbehorende instelscherm weergegeven. z Wanneer er bepaalde functies niet beschikbaar zijn in de huidige opnamemethode, heeft het geen zin om te drukken op de knop .
Wanneer u de camera bij het maken van opnamen verticaal houdt, herkent de intelligente sensor dat de bovenkant 'boven' is en de onderkant 'onder'. De instellingen voor optimale witbalans, belichting en focus worden vervolgens aangepast voor verticale fotografie. Deze functie werkt onafhankelijk van het feit of de functie Beeldomkeren is in- of uitgeschakeld.
Een map maken tijdens de volgende opnamesessie. 2 Gebruik de knop of om een vinkje te plaatsen naast [Maak nieuwe folder] . z wordt weergegeven op het LCD-scherm bij het maken van opnamen. verdwijnt van het scherm wanneer er een nieuwe map wordt gemaakt. De dag of het tijdstip instellen voor het automatisch maken van een map 2 Selecteer een datum voor de optie [Maak autom.] en een tijd voor de optie [Tijd] . z wordt weergegeven als de opgegeven tijd nadert.
Bestandsnummering opnieuw instellen Opnamemodus Aan de opnamen die u maakt, worden automatisch bestandsnummers toegewezen. U kunt selecteren hoe bestandsnummers worden toegewezen. 1 Menu (Instellen) [Bestandnr.] [Continu]*/ [Auto reset]. Raadpleeg Menu's en instellingen (p. 19). * Standaardinstelling. Continu De volgende opname krijgt een nummer dat één hoger is dan de vorige opname.
Nummering van bestanden en mappen Opnamen krijgen opeenvolgende bestandsnummers toegewezen, beginnend bij 0001 en eindigend bij 9999. Bij mappen beginnen de nummers bij 100 en eindigen ze bij 999. In een map kunnen maximaal 2000 beelden worden opgeslagen.
Weergeven/wissen Raadpleeg ook de Verkorte gebruikershandleiding (p. 16). Een beeld vergroten 1 Duw de zoomknop naar . wordt weergegeven en op het scherm ziet u een vergroot gedeelte van het beeld. z Beelden kunnen ongeveer 10 maal worden vergroot. z Geschatte locatie van het weergegeven gebied Gebruik de knop , , of om andere delen van het beeld te vergroten. z Wanneer u in een vergrote weergave op de knop FUNC.
Negen beelden tegelijk bekijken (Indexweergave) 1 Duw de zoomknop naar . z In de indexweergave kunt u maximaal negen beelden tegelijk bekijken. z Gebruik de knop , , of om een ander beeld te selecteren. Geselecteerd beeld Film Schakelen tussen reeksen van negen beelden De springbalk wordt weergegeven wanneer u de zoomknop in de indexweergave naar drukt en u kunt schakelen tussen reeksen van negen beelden. z Gebruik de knop of om naar de vorige of volgende reeks van negen beelden te gaan.
Naar beelden gaan Wanneer u op een geheugenkaart veel beelden hebt vastgelegd, is het handig om de vijf zoekcriteria hieronder te gebruiken om door de beelden te springen om te vinden wat u zoekt. 1 Volgende 10 U springt met 10 beelden tegelijk. Volgende 100 U springt met 100 beelden tegelijk. Ga naar datum U springt naar het eerste beeld van elke opnamedatum. Ga naar film U springt naar een film. Ga naar folder U springt naar het eerste beeld van elke map.
Films bekijken U kunt geen films afspelen als de indexweergave is geactiveerd. 1 Geef een film weer en druk op . z Beelden met het pictogram zijn films. Filmbedieningspaneel Voortgangsbalk voor afspelen Tijdstip waarop film is gemaakt Volume (Pas het volume aan met de knop of ) 2 Selecteer (Afspelen) en druk op . z De film wordt tijdelijk gestopt wanneer u tijdens het afspelen op de knop FUNC./SET drukt. Het afspelen gaat verder als u nogmaals op die knop drukt.
Werken met het filmbedieningspaneel Hiermee beëindigt u het afspelen en keert u terug naar de enkelvoudige weergave. Hiermee drukt u af. (Wanneer er een printer is aangesloten, wordt er een pictogram weergegeven. Zie de Gebruikershandleiding voor Direct Print voor meer gegevens.) Afspelen Hiermee speelt u de film af in slow motion. (U kunt het afspelen vertragen met de knop of versnellen met de knop .) Hiermee wordt het eerste beeld weergegeven. Hiermee geeft u het vorige beeld weer. (Als u de knop FUNC.
Beelden op het scherm roteren U kunt beelden 90º of 270º rechtsom draaien op het scherm. Origineel 1 90° Menu 270° (Keuze) Raadpleeg Menu's en instellingen (p. 19). 2 Gebruik de knop of om het beeld te selecteren dat u wilt draaien en druk op om het draaien uit te voeren. z Druk herhaaldelijk op de knop FUNC./SET om de standen 90°/270°/origineel te doorlopen. z U kunt dit ook instellen in de indexweergave.
Rode-Ogen Correctie U kunt rode ogen in vastgelegde beelden corrigeren. Rode ogen worden in sommige beelden echter mogelijk niet automatisch herkend of de resultaten zijn niet zoals u had verwacht. Voorbeelden: - Gezichten aan de rand van het scherm of gezichten die bijzonder klein, groot, donker of licht zijn in vergelijking met de rest van het beeld. - Gezichten die van de zijkant of diagonaal worden weergegeven of gezichten waarvan een gedeelte niet zichtbaar is.
4 Selecteer [Nieuw bestand] of [Overschrijven] en druk op . z [Nieuw bestand]: het beeld wordt opgeslagen als een nieuw bestand met een nieuwe naam. Het niet-gecorrigeerde beeld wordt opgeslagen. Het nieuwe beeld wordt opgeslagen als het laatste bestand. z [Overschrijven]: het beeld wordt opgeslagen met dezelfde bestandsnaam als het niet-gecorrigeerde beeld. Het niet-gecorrigeerde beeld wordt gewist. z Wanneer [Nieuw bestand] is geselecteerd, gaat u door met procedure 5.
Gecorrigeerd beeld toevoegen U kunt maximaal 35 gecorrigeerde beelden toevoegen. 1 Selecteer [Voeg Kader Toe] met de knop of en druk op . 2 Bepaal de positie met de knop of en druk op . , , z U kunt de grootte van het beeld wijzigen met de zoomknop. Weergeven/wissen Geluidsmemo's aan beelden toevoegen In de afspeelmodus (enkelvoudige weergave en indexweergave) kunt u geluidsmemo's van maximaal 1 minuut koppelen aan beelden. De geluidsgegevens worden opgeslagen in de WAVE-indeling.
2 Gebruik de knop of om het beeld te selecteren waaraan u een geluidsmemo wilt toevoegen en druk op . z Het bedieningspaneel voor geluidsmemo's wordt weergegeven. 3 Selecteer (opnemen) en druk op z De verstreken tijd en de resterende tijd worden weergegeven. z Als u op de knop FUNC./SET drukt, wordt de opname tijdelijk onderbroken. Druk nogmaals op de knop om het opnemen te hervatten. z U kunt een geluidsmemo van maximaal één minuut toevoegen aan een beeld. .
Opnamen automatisch weergeven (Autom. Afspelen) Gebruik deze functie als u alle beelden op de geheugenkaart automatisch wilt afspelen. Elke opname wordt ongeveer drie seconden weergegeven op het LCD-scherm. 1 Menu (Keuze) Raadpleeg Menu's en instellingen (p. 19). Weergeven/wissen z Tijdens het automatisch afspelen kunt u de volgende functies gebruiken: - Het automatisch afspelen onderbreken/hervatten: druk op de knop FUNC./SET.
Beelden beveiligen U kunt belangrijke beelden en films beveiligen, zodat deze niet per ongeluk kunnen worden gewist. 1 Menu (Keuze) Raadpleeg Menu's en instellingen (p. 19). 2 Gebruik de knop of om een beeld te selecteren en druk vervolgens op . z U kunt de instelling annuleren door nogmaals op de knop FUNC./SET te drukken. z U kunt beelden ook beveiligen in de indexweergave.
Beelden weergeven op een televisie Gebruik de bijgeleverde AV-kabel om beelden af te spelen op een tv. 1 2 Schakel de camera en de televisie uit. Sluit de AV-kabel aan op de A/V OUT-uitgang van de camera. z Open het klepje van de aansluitingen door uw vingernagel onder de rechterrand te plaatsen en steek de AV-kabel helemaal in de aansluiting. 3 VIDEO AUDIO Geel Zwart 4 Zet de televisie aan en selecteer het videokanaal. 5 Schakel de camera in.
Alle beelden wissen z Gewiste beelden kunnen niet worden hersteld. Denk goed na voordat u beelden wist. z Beveiligde beelden kunnen niet worden gewist met deze functie. 1 Menu (Keuze) Raadpleeg Menu's en instellingen (p. 19). 2 Selecteer [OK] en druk op . z Als u het wissen wilt annuleren, selecteert u [Stop]. Formatteer de geheugenkaart als u niet alleen de beelden maar ook alle andere gegevens op de geheugenkaart wilt wissen (p. 25).
Afdruk- en verzendinstellingen De DPOF-afdrukinstellingen selecteren Met de camera kunt u vooraf de beelden op een geheugenkaart selecteren die u wilt afdrukken en het gewenste aantal exemplaren instellen. De instellingen op de camera zijn compatibel met de DPOF-norm (Digital Print Order Format). Dit is heel handig als u beelden wilt afdrukken met een Direct Print-compatibele printer of als u beelden wilt verzenden naar een fotozaak die DPOF ondersteunt.
2 Gebruik de knop of om beelden te selecteren die u wilt afdrukken. z De selectiemethode is afhankelijk van de instellingen van het afdruktype (p. 79). (Standaard)/ (Beide) Selecteer een beeld, druk op de knop FUNC./SET en gebruik de knop of om het aantal afdrukken te selecteren (maximaal 99). - Aantal exemplaren (Index) Selecteer een beeld en druk op de knop FUNC./SET om het beeld te selecteren of de selectie ervan op te heffen.
z De uitvoer van sommige printers of fotozaken is niet altijd in overeenstemming met de opgegeven afdrukinstellingen. z Voor films kunt u geen afdrukinstellingen selecteren. z De beelden worden in volgorde van bestandsnummer afgedrukt. z U kunt maximaal 998 beelden selecteren. z Als [Afdruktype] is ingesteld op [Beide], kan het aantal afdrukken worden ingesteld. Als deze optie is ingesteld op [Index], kan het aantal niet worden ingesteld (er wordt slechts één afdruk gemaakt).
z De instellingen voor Datum en File No. zijn op de volgende manier afhankelijk van het Afdruktype. - Index [Datum] en [File No.] kunnen niet tegelijkertijd zijn ingesteld op [Aan]. - Standaard of Beide [Datum] en [File No.] kunnen niet tegelijkertijd zijn ingesteld op [Aan], maar de afdrukbare informatie kan per printer verschillen. z Beelden die met (Briefkaart met ingesloten datum) (p. 33) van een datum zijn voorzien, worden altijd afgedrukt met de datum, ongeacht de instelling van [Datum].
Afzonderlijke beelden 2 Selecteer [Opdracht] en druk op . z Door [Herstel] te selecteren, annuleert u alle verzendinstellingen. 3 Gebruik de knop of om een beeld te selecteren en druk vervolgens op . Verzendselectie z U kunt de selectie van de instelling opheffen door nogmaals op de knop FUNC./SET te drukken. z U kunt ook opnamen selecteren in de indexweergave. 2 Selecteer [Markeer] en druk op . z Door [Herstel] te selecteren, annuleert u alle verzendinstellingen.
Problemen oplossen Camera Camera doet niets. De camera is niet ingeschakeld. z Druk op de ON/OFF-knop (Verkorte handleiding p. 8). De geheugenkaartsleuf/ z Controleer of het klepje van batterijhouder is open. de geheugenkaartsleuf/ batterijhouder goed is gesloten (Verkorte handleiding p. 5). De batterijen zijn omgekeerd in de batterijhouder geplaatst. z Plaats de batterijen goed in de houder (Verkorte handleiding p. 5). U gebruikt niet het juiste z Gebruik uitsluitend ongebruikte type batterijen.
De camera is ingeschakeld Het bericht 'Kaart op slot!' wordt weergegeven. z Als u gegevens naar de Het schuifje voor schrijfbeveiliging van de SD- geheugenkaart wilt schrijven of de kaart wilt wissen of of SDHC-geheugenkaart is ingesteld op 'beveiligd tegen formatteren, moet u het schuifje eerst omhoog duwen (p. 98). schrijven'. Het menu Datum/Tijd wordt weergegeven. De lithiumbatterij voor de z Vervang de batterij voor de datum datum en de tijd is bijna leeg. en de tijd (p. 109).
Lichtbalk (rood of paars) op het LCD-scherm. Dit is mogelijk als u een z Dit is normaal bij apparaten met opname maakt van een zeer CCD's en wijst niet op een storing helder onderwerp, zoals de of defect. De lichtbalk wordt niet zon of een andere lichtbron. opgenomen bij het maken van foto's, maar wel bij filmopnamen. wordt weergegeven. Waarschijnlijk is een langere z Stel de IS modus in op een sluitertijd geselecteerd andere instelling dan [Uit] (p. 27). vanwege onvoldoende licht.
Opnamen maken Camera maakt geen opnamen. De modusschakelaar is ingesteld op (Weergeven). De flitser wordt opgeladen. Beeld in zoeker versus opgenomen beeld Doorgaans bevat het z Op het LCD-scherm ziet u de feitelijke opgenomen beeld meer grootte van een beeld. Gebruik daarom van de omgeving dan in liever het LCD-scherm wanneer u de zoeker te zien is. close-ups maakt (p. 12). Problemen oplossen z Zet de modusschakelaar op (Opnamen maken) (Verkorte handleiding p. 8).
Het beeld is wazig of onscherp. De camera beweegt wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt. Het AF-hulplicht is ingesteld op [Uit]. z Bevestig de procedures in ' weergegeven' (p. 84). wordt z In donkere omgevingen die ongunstig zijn voor het automatisch scherpstellen van de camera, wordt het AF-hulplicht geactiveerd om het scherpstellen te vergemakkelijken. Het AF-hulplicht werkt niet wanneer het is uitgeschakeld. U moet het daarom inschakelen ([Aan]) om het te activeren (p. 21).
Het onderwerp van de opname is te helder of het beeld vertoont witte flitsen. Het onderwerp is te dichtbij, waardoor het flitslicht te fel is. Het onderwerp is overbelicht omdat de omgeving te donker is. Er schijnt te veel licht direct in de camera of te veel licht wordt gereflecteerd door het onderwerp. De flitser is ingeschakeld. z Zorg er bij het gebruik van de ingebouwde flitser voor dat u de opname maakt binnen de juiste flitserafstand van het onderwerp (p. 113).
Ogen worden rood weergegeven. Er wordt licht z Schakel de rode-ogeninstelling in het weerspiegeld van de menu Opname in ([Aan]) (p. 28). ogen wanneer de flitser Deze modus heeft alleen effect als wordt gebruikt in een de persoon recht in de lamp voor donkere omgeving. rode-ogenreductie kijkt. Vraag de persoon indien mogelijk recht in de lamp te kijken. U krijgt nog betere resultaten als u de verlichting binnenshuis verbetert of dichter bij het onderwerp gaat staan.
Films opnemen De opnametijd wordt mogelijk niet goed weergegeven of de opname wordt onverwacht gestopt. z Hoewel de opnametijd tijdens De volgende typen de opname mogelijk niet correct geheugenkaarten wordt weergegeven, wordt de film worden gebruikt. - Kaarten waarop langzaam wel goed op de geheugenkaart opgenomen. De opnametijd wordt opgenomen.
Weergeven Kan niet weergeven. U probeert beelden weer te z Computerbeelden die niet kunnen geven die met een andere worden weergegeven, worden camera zijn gemaakt of met mogelijk wel weergegeven als u een computer zijn bewerkt. deze naar de camera overbrengt met het softwareprogramma ZoomBrowser EX of ImageBrowser, dat bij de camera is geleverd. De bestandsnaam is z Stel de bestandsnaam of de gewijzigd met een computer locatie in de bestandsindeling/of de bestandslocatie structuur van de camera in.
Batterij De batterijen zijn snel leeg. U gebruikt niet het juiste type batterijen. z Gebruik uitsluitend ongebruikte alkalinebatterijen van AA-formaat of NiMH-batterijen van AA-formaat van Canon (p. 96). z Als u opnamen maakt op een locatie De capaciteit van een batterij wordt minder bij een waar het koud is, kunt u de batterijen lage omgevingstemperatuur. opwarmen door deze bijvoorbeeld in uw borstzakje of broekzak te doen voordat u ze gebruikt. De polen van de batterij zijn vuil.
Afdrukken met een Direct Printcompatibele printer Ik kan niet afdrukken 92 De camera en printer zijn niet correct aangesloten. z Sluit de camera aan op de printer met de opgegeven kabel. De printer is niet ingeschakeld. z Zet de printer aan. De aansluitmethode voor de printer is onjuist. z Selecteer in het menu (Instellen) de opties [Print methode] en [Auto] (p. 23).
Berichten De volgende berichten kunnen tijdens het opnemen of weergeven van beelden op het LCD-scherm verschijnen. In de Gebruikershandleiding voor Direct Print vindt u meer informatie over de berichten die verschijnen als de camera op een printer is aangesloten. Bezig... Er wordt een beeld vastgelegd op de geheugenkaart of de weergavemodus wordt gestart.
Vervang de batterijen De batterij is niet voldoende geladen om met de camera te kunnen werken. Vervang beide batterijen onmiddellijk door ongebruikte alkalinebatterijen van AA-formaat of volledig opgeladen NiMH-batterijen van AA-formaat van Canon. Geen beeld. Er zijn geen beelden opgeslagen op de geheugenkaart. Beeld te groot. U wilt een beeld weergeven dat groter is dan 4992x3328 pixels of dat een uitzonderlijke gegevensgrootte heeft.
Kan Niet Wijzigen Kan geen rode-ogenreductie toepassen als er geen rode ogen zijn gedetecteerd. Verplaatsen niet mogelijk! Bij het verplaatsen van opnamen naar de computer via het menu Verplaats hebt u geprobeerd een opname te selecteren met beschadigde gegevens of een opname die is gemaakt met een andere camera. Mogelijk hebt u ook geprobeerd een film te selecteren terwijl [Wallpaper] was geselecteerd in het menu Verplaats.
Bijlagen Omgaan met de batterij Batterijlading Onderstaand pictogram en bericht worden weergegeven. De batterij is bijna leeg. Als u de camera een lange tijd continu wilt gebruiken, moet u de batterijen zo snel mogelijk vervangen. Vervang de batterijen De batterijen zijn helemaal leeg en de camera werkt niet meer. Vervang de batterijen onmiddellijk.
z Veeg voordat u de batterijen plaatst de polen van de batterijen schoon met een droge doek. Als de polen van een batterij vies zijn door huidsmeer of ander vuil, kunt u mogelijk aanzienlijk minder opnamen maken of wordt de tijd verkort dat de camera kan worden gebruikt. z Bij lage temperaturen kunnen de prestaties van de batterij teruglopen en kan het pictogram waarmee wordt aangegeven dat de batterij bijna leeg is ( ), sneller dan normaal verschijnen.
Omgaan met de geheugenkaart SD- of SDHC-geheugenkaart Schuifje voor schrijfbeveiliging Schuifje voor schrijfbeveiliging Zet het schuifje omhoog. Schrijven/wissen mogelijk Zet het schuifje omlaag (hiermee beschermt u de beelden en andere gegevens op de kaart) Schrijven/wissen niet mogelijk Waarschuwingen voor het gebruik 98 z Een geheugenkaart bestaat uit zeer geavanceerde elektronica. Buig de kaart niet en stel de kaart niet bloot aan druk, schokken of trillingen.
Formatteren Bijlagen z Bij het formatteren (initialiseren) van een geheugenkaart worden alle gegevens op de kaart gewist, dus ook beveiligde beelden. z Wij raden u aan geheugenkaarten te gebruiken die in uw camera zijn geformatteerd. • De kaart die bij de camera wordt geleverd, kunt u gebruiken zonder dat u de kaart hoeft te formatteren. • Als de camera niet goed functioneert, kan de geheugenkaart beschadigd zijn. Mogelijk kunt u het probleem verhelpen door de geheugenkaart opnieuw te formatteren.
Een adapterset gebruiken (afzonderlijk verkrijgbaar) Oplaadbare batterijen gebruiken (set van batterij en oplader CBK4-300) Deze set bestaat uit een batterijlader en vier oplaadbare NiMH-batterrijen (nikkelmetaalhydride) van AA-formaat. Laad de batterijen op, zoals hierna wordt getoond. Opladen is ook mogelijk met twee batterijen.
Bijlagen z Veeg de polen van de batterijen in de volgende gevallen goed schoon met een droge doek, omdat de polen mogelijk vies zijn geworden door huidsmeer of ander vuil: - Als de gebruiksduur van de batterij aanzienlijk korter is geworden - Als het aantal beelden dat kan worden opgenomen, aanzienlijk is gedaald - Als u de batterijen wilt opladen (stop de batterijen in de lader en haal ze er weer uit en doe dat drie keer voordat u de batterijen oplaadt) - Als de batterijen binnen een paar minuten zijn opg
z Het duurt ongeveer 4 uur en 40 minuten voordat de batterijlader de batterijen volledig heeft opgeladen wanneer deze volledig leeg zijn. Als aan elke kant van de lader twee batterijen worden geplaatst, duurt het ongeveer twee uur voordat de batterijen zijn opgeladen (dit heeft Canon vastgesteld op basis van tests). Laad de batterijen op in een omgeving waar de temperatuur schommelt tussen de 0 en 35 °C. z De oplaadtijd wordt beïnvloed door de omgevingstemperatuur en de mate waarin de batterij is opgeladen.
De afzonderlijk verkrijgbare lenzen gebruiken De camera ondersteunt het gebruik van de apart verkrijgbare groothoeklens WC-DC52, telelens TC-DC52A en close-uplens 250D (52 mm). Als u deze lenzen op de camera wilt bevestigen, hebt u ook de afzonderlijk verkrijgbare lensadapter LA-DC52G nodig. z Wanneer u de groothoeklens, telelens of close-uplens bevestigt, moet u deze goed vastdraaien. Als de lenzen losraken, kunnen ze van de lensadapter vallen en kunnen de glasscherven letsel veroorzaken.
Close-uplens 250D (52 mm) Met deze lens wordt het maken van macro-opnamen vereenvoudigd. In de normale modus kunnen close-ups worden gemaakt als de afstand van de voorzijde van de lens tot het onderwerp 17 tot 25 cm bedraagt in de maximale telestand.
4 Breng de markering z op de lensadapter op één lijn met de markering op de camera, en draai de adapter in de richting van de pijlen tot aan de markering op de camera. z Als u de lensadapter wilt verwijderen, draait u deze in tegenovergestelde richting terwijl u de ringontgrendelingsknop ingedrukt houdt. 5 Zet de lens op de adapter en draai de lens in de aangegeven richting om deze stevig op de camera te bevestigen.
Instellingen voor de converter Er zijn verschillende instellingen die speciaal zijn bedoeld voor het maken van opnamen in de [IS modus] (p. 27) terwijl de apart verkrijgbare groothoeklens WC-DC52, telelens TC-DC52A of close-uplens 250D is geplaatst. 1 Menu (Opname) [Converter] [WC-DC52]/[TC-DC52A]/[250D]. [Uit]*/ Raadpleeg Menu's en instellingen (p. 19). * Standaardinstelling. z Selecteer de geplaatste lens. Als u de lens van de camera verwijdert, moet u Converter weer op [Uit] zetten.
Een op een flitsschoen gemonteerde flitser gebruiken (afzonderlijk verkrijgbaar) Krachtige flitser HF-DC1 Deze flitser wordt gebruikt in aanvulling op de ingebouwde flitser van de camera wanneer het onderwerp te ver weg is om goed te worden belicht. Gebruik de volgende procedure om de camera en de krachtige flitser te bevestigen aan de montageplaat. Lees de instructies bij de flitser en deze uitleg.
z Draai de bevestigingsschroeven goed vast. Als u dit niet goed doet, kunnen de camera en flitser vallen en beschadigd raken. z Voordat u de montageplaat aan de flitser bevestigt, controleert u of de lithiumbatterij (CR123A of DL123) is geïnstalleerd. z Voor een goede belichting van de onderwerpen moet de flitser aan de zijkant van de camera en parallel aan de voorkant van de camera worden bevestigd. z Ook als u een flitser hebt aangesloten kunt u een statief gebruiken.
De datumbatterij vervangen Als het menu Datum/Tijd wordt weergegeven wanneer u de camera inschakelt, is het energieniveau van de datumbatterij laag en zijn de datum- en tijdinstellingen verloren gegaan. Koop een lithiumknoopcelbatterij (CR1220) en plaats deze volgens de hierna aangegeven instructies. Let erop dat de eerste datumbatterij relatief snel leeg is nadat u de camera hebt aangeschaft.
5 Verwijder de batterij door deze omhoog te tillen in de richting die wordt aangegeven door de pijl. Minpool (-) 6 Plaats een nieuwe batterij met de minpool (-) aan de bovenkant. 7 Plaats de batterijhouder terug en sluit het klepje van de geheugenkaartsleuf/ batterijhouder. 8 Stel de datum en tijd in als het menu Datum/Tijd wordt weergegeven (Verkorte handleiding p. 7).
Onderhoud en verzorging van de camera Gebruik nooit oplosmiddelen, wasbenzine, reinigingsmiddelen of water om de camera te reinigen. Deze middelen kunnen de apparatuur aantasten of beschadigen. Camerabehuizing Verwijder het vuil voorzichtig van de camerabehuizing met een zachte doek of een brillendoekje. Lens Gebruik eerst een lensblazer om stof en vuil te verwijderen en verwijder vervolgens het resterende vuil door de lens voorzichtig schoon te vegen met een zachte doek.
Specificaties Alle gegevens zijn gebaseerd op de standaardtestmethoden van Canon. Wijzigingen zonder kennisgeving zijn mogelijk.
Meetsysteem : Deelmeting*1, Gem. centrum meeting of Spotmeting*2 *1 Wanneer AiAF is ingesteld op [Gezicht det.
Bestandsindeling : Compatibel met Design rule for Camera File System-ontwerpstandaard en DPOF Gegevens- (Foto's) type : Exif 2.2 (JPEG)* Geluidsmemo's: WAVE (mono) (Films) : AVI (beeldgegevens: Motion JPEG; audiogegevens: WAVE (mono)) * Deze digitale camera ondersteunt Exif 2.2 (ook 'Exif Print' genoemd). Exif Print is een standaard voor het verbeteren van de communicatie tussen digitale camera's en printers.
Weergavemodi : Enkel (histogram beschikbaar), Index (9 miniaturen), Vergroot (circa 10x (max.) in LCD-scherm, mogelijkheid om vooruit of achteruit door vergrote afbeeldingen te bladeren), Ga naar (het is mogelijk naar elke tiende of honderdste afbeelding te gaan, naar de eerste afbeelding van een set met een bepaalde opnamedatum, naar films of naar de eerste afbeelding in een map. In de modus Indexweergave worden negen beelden tegelijk weergegeven.), Autom. afspelen, Geluidsmemo's (max. 1 min.
Batterijcapaciteit Aantal beelden LCD-scherm ingeschakeld LCD-scherm (gebaseerd op Uit de CIPA-norm) Weergavetijd Alkalinebatterijen van AA-formaat (meegeleverd bij de camera) Ongeveer 120 beelden Ongeveer 400 beelden Ongeveer 9 uur AA-formaat NiMHbatterijen (NB-3AH (apart verkrijgbaar) Ongeveer 400 beelden Ongeveer 900 beelden Ongeveer 11 uur z De werkelijke waarden zijn afhankelijk van de opnameomstandigheden en de instellingen. z Met uitzondering van filmgegevens.
Geheugenkaarten en geschatte capaciteiten : Kaart meegeleverd met de camera Aantal opgenomen Compressie pixels 16 MB SDC-128M SDC512MSH 40 156 7 64 251 16 134 520 5 49 190 10 87 339 21 173 671 9 76 295 16 136 529 33 269 1041 14 121 471 26 217 839 50 411 1590 56 460 1777 88 711 2747 138 1118 4317 (Briefkaart) 1600x1200 pixels 26 217 839 (Breedbeeld) 3072x1728 pixels 6 53 207 10 86 335 21 177 686 (Normaal 1) 2592x1944 pixels (Normaal 2) 2048x1536
Film : Kaart wordt meegeleverd bij de camera Aantal opgenomen pixels 640x480 pixels Aantal beelden 16 MB SDC128M SDC512MSH 7 sec. 1 min. 4 sec. 4 min. 9 sec. 15 sec. 2 min. 7 sec. 8 min. 14 sec. 22 sec. 3 min. 1 sec. 11 min. 42 sec. 43 sec. 5 min. 55 sec. 22 min. 53 sec. 11 sec. 1 min. 32 sec. 5 min. 59 sec. 1 min. 47 sec. 14 min. 29 sec. 55 min. 57 sec.
Grootte beeldgegevens (geschat) Compressie Aantal opgenomen pixels 3072x2304 pixels 3045 kB 1897 kB 902 kB 2592x1944 pixels 2503 kB 1395 kB 695 kB 2048x1536 pixels 1602 kB 893 kB 445 kB 1600x1200 pixels 1002 kB 558 kB 278 kB 249 kB 150 kB 84 kB 640x480 pixels 1600x1200 pixels — 3072x1728 pixels 2304 kB 558 kB 1420 kB — 678 kB Aantal Aantal Bestandsgrootte opgenomen pixels beelden 640x480 pixels Standaard 320x240 pixels 1920 kB/sec. 960 kB/sec. 660 kB/sec. 330 kB/sec.
MultiMediaCard Interface Compatibel met MultiMediaCard-standaarden Afmetingen 32,0x24,0x1,4 mm Gewicht Ongeveer 1,5 g SD-geheugenkaart Interface Compatibel met de standaard voor SD-geheugenkaarten Afmetingen 32,0x24,0x2,1 mm Gewicht Ongeveer 2 g NiMH-batterij NB-3AH (Geleverd bij de afzonderlijk verkrijgbare set van NiMH-batterijen NB4-300 of de set van batterij en oplader CBK4-300) Type NiMH-batterijen (nikkelmetaalhydride) van AA-formaat Nominale spanning 1,2 V gelijkstroom Nominale capaci
Batterijlader CB-5AH/CB-5AHE (Geleverd bij de afzonderlijk verkrijgbare set van batterij en oplader CBK4-300) Nominaal ingangsvermogen 100–240 V wisselstroom (50/ 60 Hz) Nominaal uitgangsvermogen 565 mA*1, 1275 mA*2 Oplaadtijd Ongeveer 4 uur 40 min.
Telelens TC-DC52A (afzonderlijk verkrijgbaar) Vergroting Ongeveer 1,75x Brandpuntsafstand*4 245 (overeenkomstig 35mm-filmbereik) Scherpstelbereik*4 Ongeveer 1,4 m–oneindig (T)* 2 Schroefdraaddiameter 52 mm standaardschroefdraad voor filters* 3 Afmetingen Diameter: 55,2 mm Lengte: 46,7 mm Gewicht Ongeveer 86 g Close-uplens 250D 52 mm (afzonderlijk verkrijgbaar) Scherpstelbereik (vanaf de voorkant van de lens) Normaal: 17–25 cm (G/T) Macro: 4–17 cm (G/T) Schroefdraaddiameter 52 mm-standaardschroef
Index A C Aangepaste witbalans .............. 50 Aantal beelden......................... 37 Aantal opgenomen pixels ......... 20 AF Frame ................................ 13 AF lock .................................... 45 Afdrukken ........ 77, Verkorte handleiding 20 Afdrukken/Delen, knop .... Verkorte handleiding 3, 20, 29 AF-hulplicht........................ 21, 86 AF-kader ................................. 43 Afspelen hervatten .............. Verkorte handleiding 16 Autom. Afspelen ...................
Geluidsmemo........................... 71 Groothoek .............. Verkorte handleiding 12 Grootte beeldgegevens (geschat)................................ 119 H Handm. scherpstellen............... 46 HF-DC1 ................................. 107 Histogram ................................ 16 I Indexweergave......................... 64 Interfacekabel ........ Verkorte handleiding 20, 25 ISO waarde.............................. 53 L Lampje..... Verkorte handleiding 4 Landschap ..............
P Polsriem .. Verkorte handleiding 2 Portret ... Verkorte handleiding 10 Problemen oplossen ................ 82 R Raster ..................................... Reset alle ................................ Rode-ogencorrectie.................. Rode-ogenreductie .................. Roteren ................................... 34 24 69 28 68 S Scherpstellen Handmatig........................... 46 Vergrendeling ...................... 45 Sluitertijd ........................... 40, 41 Spaarstand ...................
Disclaimer • Hoewel ernaar is gestreefd de informatie in deze handleiding volledig en accuraat weer te geven, kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor mogelijke fouten of weglatingen. • Canon behoudt zich het recht voor de specificaties van de hierin beschreven hardware en software te allen tijde zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
Functies beschikbaar in elke opnamemodus Stel elke functie in op basis van de opnameomstandigheden en maak de opnamen.
Functie Veiligheids FE (p. 56) Veiligheids MF (p. 47) Deelmeting Meetsysteem Gem. centrum meeting (p. 48) Spot Wit Balans 8) (p. 49) My Colors (p. 52) ISO waarde (p. 53) Beeldomkeren (p. 58) Disp. Sjabloon (p. 34) IS modus (p. 27) Knop SET(p.
CEL-SG6GA280 © 2007 CANON INC.