Operation Manual

76
SD-geheugenkaart is beveiligd
tegen schrijven.
z
Duw het schuifje voor de schrijfbeveiliging van
de SD-geheugenkaart omhoog (p. 87).
Verschillen tussen beeld in zoeker en opgenomen beeld
Doorgaans bevat het
opgenomen beeld meer van de
omgeving dan in de zoeker te
zien is.
z
Op het LCD-scherm ziet u de feitelijke grootte
van een opname. Aangezien er aanmerkelijke
verschillen kunnen zijn, wordt u aangeraden in
de modus Macro en Super Macro het LCD-
scherm te gebruiken (p. 15).
Beeld is wazig of niet scherp.
Het AF-hulplicht is ingesteld
op [Uit].
z
Op donkere locaties waar het moeilijk is
automatisch scherp te stellen, brandt het
AF-hulplicht om de scherpstelling te
vereenvoudigen. Het AF-hulplicht werkt niet als
het is uitgeschakeld. Stel deze optie daarom in
op [Aan] om het AF-hulplicht te activeren (p. 24).
Zorg ervoor dat u uw hand niet voor het AF-
hulplicht houdt.
De camera beweegt wanneer u
op de ontspanknop drukt.
z
Als u de zelfontspanner op (2 seconden)
instelt, wordt de sluiter na twee seconden
geactiveerd zodat de camera niet beweegt en
u een scherp beeld krijgt (p. 35). U kunt nog
betere resultaten verkrijgen door de camera op
een stabiel oppervlak of een statief te zetten.
Het onderwerp valt buiten het
focusbereik.
z
Maak de opname terwijl het onderwerp zich
op de juiste opnameafstand bevindt (p. 96).
z
Gebruik de modus Oneindig om opnamen te
maken van onderwerpen in de verte (Verkorte
gebruikershandleiding p. 9).
Het onderwerp laat zich
moeilijk scherpstellen.
z
Gebruik de focusvergrendeling om een
opname te maken (p. 47).