Operation Manual
67
Afdruk- en verzendinstellingen
Alle beelden op een geheugenkaart
2
Selecteer de beelden die u wilt
afdrukken.
z
Zoals hierna wordt aangegeven, is de
selectiemethode afhankelijk van de
instellingen voor Afdruktype (p. 68).
- (Standaard)/ (Beide)
Selecteer een beeld, druk op
FUNC./
SET
en gebruik
S
of
T
om het aantal
afdrukken te selecteren (maximaal 99).
- (Index)
Selecteer een beeld en druk op
FUNC./
SET
om het beeld te selecteren of de
selectie ervan op te heffen.
z
U kunt beelden ook in de
indexweergavemodus selecteren.
z
Als de camera is aangesloten op een
printer, gaat de knop blauw branden tijdens de selectie van beelden.
U start het afdrukken door op
FUNC./SET
te drukken nadat u op de knop
hebt gedrukt en de selectie [Print] hebt bevestigd.
1
Menu (Keuze)
Menu (Print) [Sel. Alle
beelden].
z
Van elk beeld wordt één exemplaar
afgedrukt.
z
Als u [Wis alle selecties] selecteert,
worden alle afdrukinstellingen voor de
beelden geannuleerd.
z
Als de camera is aangesloten op een
printer, gaat de knop blauw branden
nadat u op
FUNC./SET
hebt gedrukt. U start het afdrukken door op
FUNC./
SET
te drukken nadat u op de knop hebt gedrukt en de selectie
[Print] hebt bevestigd.
2
Gebruik de knop
W
of
X
om [OK] te selecteren en druk
vervolgens op FUNC./SET.
Aantal exemplaren
Selectie voor indexafdruk










