Operation Manual
54
Uw camera is uitgerust met een intelligente sensor die de stand van een beeld
herkent wanneer u de camera verticaal houdt. Het beeld wordt automatisch
gedraaid naar de juiste stand voor weergave op het LCD-scherm.
z
Als u de camera verticaal houdt om een opname te maken, weet
de intelligente sensor dat de bovenkant "boven" en de onderkant
"onder" is. De instellingen voor de optimale witbalans, belichting
en focus worden dan aangepast voor verticale fotografie. Deze
functie werkt onafhankelijk van de aan/uit-status van de functie
Beeldomkeren.
z
De functie Beeldomkeren kan apart worden ingesteld voor de
opname- en weergavemodus.
- Als de functie Beeldomkeren is ingesteld op [Aan] in de
opnamemodus, wordt de stand van de camera vastgelegd bij
het maken van de opname. Daardoor wordt het beeld
automatisch omgedraaid tijdens de weergave op basis van de
stand van de camera tijdens de opname.
De functie Beeldomkeren instellen
Opnamemodus
Weergavemodus
1
Menu (Instellen) (Beeldomkeren) [Aan]*/[Uit].
Zie Menu's en instellingen (p. 22).
z
Wanneer de functie Beeldomkeren
is ingesteld op [Aan] en het LCD-
scherm is ingesteld op de modus
voor gedetailleerde weergave, wordt
het pictogram (normaal),
(rechts is onder) of (links is
onder) weergegeven op het scherm.
* Standaardinstelling
z
Wanneer de camera recht omhoog of recht omlaag wijst, werkt
deze functie mogelijk niet naar behoren. Controleer of de pijl
in de juiste richting wijst. Als dat niet zo is, stelt u de functie
Beeldomkeren in op [Uit].
z
Zelfs als de functie Beeldomkeren is ingesteld op [Aan], is de stand
van beelden die naar een computer zijn gedownload afhankelijk van
de software die daarbij is gebruikt.










