Operation Manual
10
Voorzichtig
Apparatuur
z
Zorg ervoor dat u niet met de camera tegen voorwerpen stoot of deze
anderszins blootstelt aan schokken wanneer u de camera vasthoudt of aan
de riem draagt, om letsel en schade te voorkomen.
z
Bewaar de apparatuur niet op vochtige of stoffige plaatsen.
z
Zorg ervoor dat de aansluitpunten of de stekker van de lader niet in contact
komen met metalen voorwerpen (zoals spelden of sleutels) of vuil.
Dergelijke omstandigheden kunnen leiden tot brand, elektrische schokken of
andere schade.
z
Gebruik, plaats of bewaar de apparatuur niet op plaatsen die aan sterk
zonlicht of hoge temperaturen blootstaan, zoals het dashboard of de
kofferruimte van een auto.
z
Zorg ervoor dat de batterijlader wordt aangesloten op een stopcontact
waarvan het voltage niet hoger is dan het opgegeven voltage. Gebruik de
apparatuur niet als het netsnoer of de stekker beschadigd is of als de
stekker niet volledig in het stopcontact zit.
z
Gebruik de apparatuur niet op locaties waar de ventilatie slecht is.
De bovenstaande situaties kunnen leiden tot lekkage, oververhitting of explosies,
wat brand, brandwonden of ander letsel kan veroorzaken. Hoge temperaturen
kunnen tevens de behuizing vervormen.
z
Haal de batterij uit de camera of uit de batterijlader en berg de apparatuur
op een veilige plaats op als u de camera langere tijd niet gebruikt.
Als u de camera gedurende een lange periode opslaat met de batterijen erin,
kunnen de batterijen gaan lekken en kan de camera beschadigd raken.
Flitsen
z
Gebruik de flitser niet wanneer er vuil, stof of iets anders op de flitser zit.
z
Bedek de flitser niet met uw vingers of uw kleding wanneer u een
opname maakt.
De flitser kan beschadigd raken en gaan roken of een vreemd geluid maken.
De warmteontwikkeling die hierdoor ontstaat, kan beschadiging van de flitser
veroorzaken.
z
Raak de flitser niet aan nadat u snel achter elkaar een aantal opnamen hebt
gemaakt.
Dit kan resulteren in brandwonden.










