Operation Manual
74
Het AF-hulplicht is
ingesteld op [Uit].
zOp donkere locaties waar het moeilijk
is automatisch scherp te stellen, brandt
het AF-hulplicht om de scherpstelling
te vereenvoudigen. Het AF-hulplicht werkt
niet als het is uitgeschakeld. Stel deze
optie daarom in op [Aan] om het
AF-hulplicht te activeren (p. 24).
Zorg ervoor dat u uw hand niet voor
het AF-hulplicht houdt.
De camera beweegt
wanneer u op de
ontspanknop drukt.
zAls u de zelfontspanner op
(2 sec.) instelt, wordt de sluiter na
twee seconden geactiveerd zodat
de camera niet beweegt en u een
scherp beeld krijgt (p. 35). U kunt
nog betere resultaten verkrijgen door
de camera op een stabiel oppervlak
of een statief te zetten.
Het onderwerp valt
buiten het focusbereik.
zMaak de opname terwijl het onderwerp
zich op de juiste opnameafstand
bevindt (p. 95).
zGebruik de modus Oneindig om
opnamen te maken van onderwerpen
in de verte (Verkorte handleiding p. 7).
Het onderwerp laat zich
moeilijk scherpstellen.
z
Gebruik de focusvergrendeling om een
opname te maken
(p. 42).
Onderwerp in het vastgelegde beeld
is te donker.
Er is onvoldoende licht
voor het maken van
een opname.
zStel de flitser in op (Aan)
(Verkorte handleiding p. 8).
Het onderwerp is donker
ten opzichte van
de achtergrond.
zStel de belichtingscompensatie
in op een positieve waarde (+).
zGebruik de spotmeting (p. 43).
Het onderwerp valt
buiten het bereik van
de flitser.
zZorg er bij gebruik van de interne
flitser voor dat u zich binnen de
opnameafstand van het onderwerp
bevindt (p. 95).
zVerhoog de ISO-waarde voordat
u de opname maakt (p. 54).










