Operation Manual
55
1
2
3
4
5
6
7
8
Voorblad
Opmerkingen vooraf
en wettelijke informatie
Inhoudsopgave:
basishandelingen
Handleiding voor
gevorderden
Basishandelingen
van de camera
Smart Auto-
modus
Andere
opnamemodi
P-modus
Menu
Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
Basishandleiding
Afspeelmodus
Foto’s Films
Centrum
Eén AF-kader wordt in het midden weergegeven. Effectief voor betrouwbaar
scherpstellen.
• Een geel AF-kader wordt weergegeven met [ ] als de camera
niet kan scherpstellen wanneer u de ontspanknop half indrukt.
AF-puntzoom (=
59) is niet mogelijk.
• Om composities te maken met de onderwerpen aan de rand of in een hoek,
richt u de camera eerst zo dat u het onderwerp in het AF kader ziet en
vervolgens houdt u de ontspanknop half ingedrukt. Terwijl u de ontspanknop
half ingedrukt blijft houden, creëert u de gewenste compositie en vervolgens
drukt u de ontspanknop helemaal in ( Focusvergrendeling).
Foto’s
Opnamen maken met Servo AF
Deze modus helpt u om te voorkomen dat u foto’s mist van bewegende
onderwerpen, omdat de camera blijft scherpstellen op het onderwerp en
de belichting aanpast zolang u de ontspanknop half ingedrukt houdt.
1 Configureer de instelling.
Druk op de knop <n>, kies
[Servo AF] op het tabblad [4]
en kies [Aan] (=
27).
2 Stel scherp.
De focus en belichting blijven behouden
als het blauwe AF-kader wordt
weergegeven wanneer u de ontspanknop
half indrukt.
Foto’s
Onderwerpen selecteren om op scherp te stellen
(AF Tracking)
Maak als volgt een opname nadat u het onderwerp hebt gekozen waarop
moet worden scherpgesteld.
1 Selecteer [AF Tracking].
Voer de stappen in “De modus AF Frame
wijzigen” (=
54) uit om [AF Tracking]
te selecteren.
[ ] wordt weergegeven in het midden
van het scherm.
2 Kies een onderwerp waarop
u wilt scherpstellen.
Richt de camera zo dat [ ] op het
gewenste onderwerp valt.
Druk de ontspanknop half in. [ ] verandert
in een blauw [
□
] dat het onderwerp
volgt terwijl de focus en belichting worden
aangepast (Servo AF) (=
55).
[ ] wordt weergegeven wanneer geen
onderwerp is gedetecteerd.
3 Maak de opname.
Druk de ontspanknop helemaal naar
beneden om de opname te maken.
• [Servo AF] (=
55) is ingesteld op [Aan] en kan niet worden gewijzigd.
• Mogelijk kan de camera het onderwerp niet volgen als dit te klein
is, te snel beweegt of als het contrast tussen het onderwerp en de
achtergrond te klein is.
• [AF-Punt Zoom] op het tabblad [4] is niet beschikbaar.
• [e] en [u] zijn niet beschikbaar.










