Operation Manual
38
1
2
3
4
5
6
7
8
Voorblad
Opmerkingen vooraf
en wettelijke informatie
Inhoudsopgave:
basishandelingen
Handleiding voor
gevorderden
Basishandelingen
van de camera
Smart Auto-
modus
Andere
opnamemodi
P-modus
Menu
Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
Basishandleiding
Afspeelmodus
Handige opnamefuncties
Foto’s
Controleren op gesloten ogen
[ ] wordt weergegeven als de camera detecteert dat personen misschien
hun ogen dicht hebben.
1 Configureer de instelling.
Druk op de knop <n>, selecteer
vervolgens [Knipperdetectie] op het
tabblad [4] en selecteer daarna [Aan]
(=
27).
2 Maak de opname.
[ ] wordt weergegeven wanneer de
camera iemand detecteert die zijn/haar
ogen dicht heeft.
Als u wilt terugkeren naar de
oorspronkelijke instelling, selecteert
u [Uit] in stap 1.
• Wanneer u meerdere opnamen hebt ingesteld in de modus [$], dan is deze
functie alleen beschikbaar voor de laatste opname.
• Als u [2 sec.], [4 sec.], [8 sec.] of [Vastzetten] hebt geselecteerd in
[Weergavetijd] (=
60), wordt een kader weergegeven rondom personen
van wie de ogen zijn gesloten.
• Het kader wordt niet weergegeven als [Weergavetijd] is ingesteld op [Snel]
(=
60).
Films
Beeldkwaliteit van films wijzigen
Er zijn 2 instellingen voor beeldkwaliteit beschikbaar. Zie “Opnametijd per
geheugenkaart” (=
105) voor richtlijnen voor de maximale filmlengte die
bij elk beeldkwaliteitsniveau op een geheugenkaart past.
Configureer de instelling.
Druk op de knop <m>, kies [ ] in het
menu en kies vervolgens de gewenste
optie (=
26).
De optie die u hebt ingesteld, wordt
nu weergegeven.
Als u wilt terugkeren naar de
oorspronkelijke instelling, herhaalt u deze
procedure, maar selecteert u [
].
Beeldkwaliteit Resolutie
Aantal
beelden
Details
1280 x 720 25 fps Voor opnamen in HD
640 x 480 30 fps Voor opnamen in SD
• In de modus [ ] geven zwarte balken aan de boven- en onderkant op het
scherm aan welke gebieden niet worden vastgelegd.










