Operation Manual

<Open systeem>
Hiermee stelt u de vericatiemethode in op Open systeem, ook wel "
open vericatie" genoemd.
<Gedeelde sleutel>
Gebruik de WEP-sleutel als wachtwoord.
Wanneer <Open systeem> is geselecteerd
W
anneer u verbinding maakt met een draadloos LAN, treedt er op het apparaat een vericatiefout op
als op de draadloze router vericatie met een gedeelde sleutel is ingeschakeld. In dat geval wordt de
instelling automatisch gewijzigd in <Gedeelde sleutel> en wordt er opnieuw geprobeerd verbinding te
maken.
3
Selecteer de WEP-sleutel die u wilt wijzigen.
Selecteer de WEP-sleutel (1 tot 4) en selecteer <Bewerken>.
U kunt maximaal vier WEP-sleutels opslaan.
4
Voer de netwerksleutel in die u hebt opgeschreven.
Voer de netwerksleutel in, en selecteer <Toepassen>.
5
Selecteer de gewenste WEP-sleutel.
Selecteer de WEP-sleutel die u hebt bewerkt en selecteer <Registreren>.
WPA-PSK of WPA2-PSK gebruiken
1
Selecteer <WPA/WPA2-PSK>.
2
Selecteer een encryptiemethode.
<Automatisch>
Hiermee wor
dt automatisch AES-CCMP of TKIP geselecteerd, afhankelijk van de instelling van de
draadloze router.
<AES-CCMP>
Hiermee wordt AES-CCMP ingesteld als de coderingsmethode.
3
Voer de netwerksleutel in die u hebt opgeschreven.
Voer de netwerksleutel in, en selecteer <Toepassen>.
Instellen
27