Operation Manual

<Instellingen voor RX-functie>
Hiermee kunt u instellingen opgeven voor het ontvangen van faxen.
<ECM RX>
Hiermee kunt u de foutcorrectiemodus (ECM) in- of uitschakelen. ECM controleert op fouten in faxgegevens en
corrigeert deze. Als u foutcorr
ectie wilt toepassen op verzonden faxen
<ECM TX>(P. 398) .
<Uit>
<Aan>
ECM moet zijn ingeschakeld op de machine en het andere faxapparaat omdat er foutcontroles
worden uitgevoerd op zowel het versturende als ontvangende apparaat.
Zelfs als ECM is ingeschakeld, kunnen er fouten optreden als gevolg van de toestand van de
telefoonlijn.
Het verwerken van gegevens kan langer duren als ECM is ingeschakeld omdat de foutcontroles en -
correcties worden uitgevoerd terwijl de gegevens worden verzonden.
<Menu> <Faxinstellingen> <Instellingen voor RX-functie> <ECM RX> Selecteer <Uit> of
<Aan>
<Inkomend belsignaal>
*1
Kies deze optie om instellingen op te geven voor het weergeven van een belsignaal bij een binnenkomende fax.
Deze functie is alleen beschikbaar wanneer <Automatisch> of <Fax/tel (auto schakelen)> is geselecteer
d als de
ontvangstmodus. Geef aan hoe vaak u een belsignaal wilt horen bij een binnenkomende fax. U kunt er ook voor
kiezen geen belsignaal weer te geven.
<Uit>
<Aan>
1 t/m 2 t/m 99 (keer)
Als de optie <Aan> is ingesteld, moet u vooraf uw telefoon aansluiten op het appar
aat.
Als <Uit> is opgegeven, gaat het apparaat niet naar de sluimerstand.
<Menu> <Faxinstellingen> <Instellingen voor RX-functie> <Inkomend belsignaal> <Aan>
Geef aan hoe vaak u het inkomende signaal wilt horen <Toepassen>
Overzicht van menuopties
402