LBP352x / LBP351x Gebruikershandleiding USRMA-0704-00 2016-05 nl Copyright CANON INC.
Inhoudsopgave Belangrijke veiligheidsinstructies .................................................................................................. Installatie ................................................................................................................................................................. 3 Elektrische aansluiting Hantering 2 .............................................................................................................................................. 5 ..
........................................................................................... 91 Schakelen tussen enkelzijdig en 2-zijdig afdrukken Afdrukken sorteren per pagina ....................................................................................................................... 93 Meerdere pagina's op één vel afdrukken Posters afdrukken Boekje afdrukken ......................................................................................................... 95 .........................
De machine configureren voor uw netwerkomgeving Ethernet-instellingen configureren ............................................................................................. 219 ..................................................................................................................... 220 Een wachttijd instellen voor verbinding met een netwerk DNS configureren ...................................................................................... 222 ........................................
Geregistreerde gegevens opslaan/laden Geregistreerde data opslaan Geregistreerde data laden ................................................................................................................ 361 .............................................................................................................................. 362 ................................................................................................................................. 364 Overzicht van menuopties .........
Fixeereenheid .................................................................................................................................................. 534 ................................................................................................................................... 535 Tonercartridges vervangen Tonercartridges vervangen De machine verplaatsen ................................................................................................................................
Kennisgeving Vestigingen ................................................................................................................................................... 645 ..........................................................................................................................................................
Belangrijke veiligheidsinstructies Belangrijke veiligheidsinstructies Belangrijke veiligheidsinstructies ............................................................................................................ 2 Installatie ............................................................................................................................................................... 3 Elektrische aansluiting .................................................................................................
Belangrijke veiligheidsinstructies Belangrijke veiligheidsinstructies 1009-000 De informatie in dit hoofdstuk is bedoeld om beschadiging van eigendommen te voorkomen, evenals lichamelijk letsel van gebruikers van het apparaat en anderen in de buurt van het apparaat. Lees deze informatie zorgvuldig door voordat u het apparaat gaat gebruiken en volg de instructies om het apparaat op de juiste manier te gebruiken. U mag alleen handelingen uitvoeren die in deze handleiding worden beschreven.
Belangrijke veiligheidsinstructies Installatie 1009-001 U kunt dit apparaat alleen veilig en prettig gebruiken als u de volgende voorschriften volgt en het apparaat op een geschikte locatie installeert. (In deze handleiding worden de aanduidingen "apparaat" en "machine" door elkaar gebruikt om naar het product te verwijzen.
Belangrijke veiligheidsinstructies ● Let er bij het installeren van het apparaat op dat uw handen niet bekneld raken tussen het apparaat en de vloer of een muur, of tussen de papierladen. Dit kan namelijk lichamelijk letsel tot gevolg hebben.
Belangrijke veiligheidsinstructies Elektrische aansluiting 1009-002 Dit apparaat kan worden gebruikt met een spanning tussen 220 tot 240 V, en een elektrische frequentie van 50/60 Hz. ● Gebruik alleen een voeding die voldoet aan de aangegeven spanningsvereisten. Als u dat niet doet, kan dit brand of een elektrische schok tot gevolg hebben. ● Gebruik uitsluitend het netsnoer dat bij het apparaat is geleverd, om brand of een elektrische schok te voorkomen.
Belangrijke veiligheidsinstructies Hantering 1009-003 ● Haal direct de stekker uit het stopcontact en neem contact op met een erkend Canon-dealer als het apparaat vreemde geluiden maakt, rook of een vreemde geur verspreidt of extreem heet wordt. Als u het apparaat onder die omstandigheden blijft gebruiken, kan dit brand of een elektrische schok tot gevolg hebben. ● Het is niet toegestaan het apparaat te demonteren of aan te passen.
Belangrijke veiligheidsinstructies ● Verplaats het apparaat niet met enige papierlade, optionele papiertoevoer, optioneel papiermagazijn of optionele enveloptoevoer geïnstalleerd. Ze kunnen dan namelijk vallen en lichamelijk letsel veroorzaken. Laserstraal ● Dit apparaat is geclassificeerd als een Klasse 1 Laserproduct volgens IEC60825-1: 2007 en EN60825-1: 2007. De laserstraal kan schadelijk zijn voor het menselijk lichaam.
Belangrijke veiligheidsinstructies ● Om papierstoringen te voorkomen, mag u tijdens het afdrukken het apparaat niet uitschakelen, de klep niet openen/sluiten en geen papier laden/verwijderen.
Belangrijke veiligheidsinstructies Onderhoud en inspecties 1009-004 Reinig het apparaat regelmatig. Als er sprake is van stofvorming, werkt de machine mogelijk niet goed. Let op de volgende punten als u de machine gaat reinigen. Zie Problemen oplossen(P. 472) als er tijdens gebruik een probleem optreedt. Zie Wanneer een probleem niet kan worden opgelost(P. 528) als u het probleem niet kunt oplossen of wanneer u van mening bent dat de machine moet worden geïnspecteerd.
Belangrijke veiligheidsinstructies Verbruiksartikelen 1009-005 ● Gooi lege tonercartridges niet in open vuur. Bewaar tonercartridges of papier niet op een plek die wordt blootgesteld aan open vuur. Hierdoor kan de toner ontbranden, met brandwonden of brand als gevolg. ● Als u per ongeluk toner morst, veeg het tonerpoeder dan op met een zachte, vochtige doek zonder het in te ademen. Gebruik nooit een stofzuiger zonder bescherming tegen stofexplosies om de gemorste toner op te ruimen.
Belangrijke veiligheidsinstructies ● Verwijder de tonercartridge niet onnodig uit het apparaat of uit de verpakking. ● De tonercassette is een magnetisch product. Plaats het niet kort bij producten die gevoelig zijn voor magnetisme zoals floppydisks en schijfstations. Dit kan leiden tot beschadigingen aan de data. Tonercartridge bewaren ● Bewaar tonercartridges onder de volgende omstandigheden om een veilige werking en een goed resultaat te garanderen.
Belangrijke veiligheidsinstructies Beschikbaarheidsperiode van vervangende onderdelen en tonercartridges ● Tot een periode van ten minste zeven (7) jaar nadat dit apparaatmodel uit productie is genomen, zullen er vervangende onderdelen en tonercartridges leverbaar zijn. Verpakkingsmateriaal van tonercartridges ● Bewaar het verpakkingsmateriaal van de tonercartridge. U hebt het nodig als u het apparaat gaat vervoeren.
Basishandelingen Basishandelingen Basishandelingen ............................................................................................................................................. 14 Onderdelen en de bijbehorende functies .......................................................................................................... 16 Voorzijde ........................................................................................................................................................
Basishandelingen Basishandelingen 1009-006 In dit hoofdstuk worden de basishandelingen beschreven, zoals het gebruiken van het bedieningspaneel of het plaatsen van het papier. Het gaat hier om handelingen die vaak worden uitgevoerd om de functies van het apparaat te gebruiken. ◼ Onderdelen en de bijbehorende functies In dit gedeelte wordt aandacht besteed aan de externe en interne onderdelen van het apparaat en hun functie.
Basishandelingen ◼ Energie besparen Dit gedeelte beschrijft hoe u het stroomverbruik kunt minimaliseren. 15 Energie besparen(P.
Basishandelingen Onderdelen en de bijbehorende functies 1009-007 In dit gedeelte worden de onderdelen van het apparaat beschreven (buitenzijde, voorzijde, achterzijde en binnenzijde), evenals de functie die ze hebben. Naast de onderdelen van het apparaat die nodig zijn voor het uitvoeren van basishandelingen zoals het laden van papier en het vervangen van tonercartridges, wordt hier ook aandacht besteed aan de toetsen op het bedieningspaneel en het display.
Basishandelingen Voorzijde 1009-008 Uitvoerlade Afdrukken worden uitgevoerd via de uitvoerlade. Ventilatieopeningen Warme lucht wordt door deze openingen afgevoerd om de binnenzijde van de machine af te koelen. Een goede ventilatie is niet mogelijk als u voorwerpen voor de ventilatieopeningen plaatst. Installatie(P. 3) Etiket stroomverbruik Dit etiket vermeldt onder andere het serienummer. Dit nummer hebt u nodig als u vragen of problemen hebt. Wanneer een probleem niet kan worden opgelost(P.
Basishandelingen Hoofdschakelaar Druk op de aan-/uitschakelaar om het apparaat in te schakelen. Als u het apparaat uitschakelt, gebruik dan niet de schakelaar, maar volg de procedures in Het apparaat uitschakelen (een afsluithandeling verrichten)(P. 33) . Klep aan de bovenzijde Open de klep aan de bovenzijde als u de tonercartridge wilt vervangen of een papierstoring wilt verhelpen. Tonercartridges vervangen(P. 538) Papierstoringen verhelpen(P.
Basishandelingen Achterzijde 1009-009 Sub-uitvoerlade (klep aan de achterzijde) Open de sub-uitvoerlade als u op de enveloppen afdrukt. Als u een snel krullend papiertype gebruikt, zoals etiketten, kunt u het krullen tegengaan door deze lade te openen ( Het papier krult(P. 525) ). Ventilatieopeningen Warme lucht wordt door deze openingen afgevoerd om de binnenzijde van de machine af te koelen. Een goede ventilatie is niet mogelijk als u voorwerpen voor de ventilatieopeningen plaatst. Installatie(P.
Basishandelingen LNK-lampje Het LNK-lampje knippert groen als het apparaat goed is aangesloten op een netwerk. LAN-poort Hier kunt u een LAN-kabel aansluiten om de machine te verbinden met een bekabelde LAN-router, etc. Verbinding maken met een bekabeld LAN(P.
Basishandelingen Binnenzijde 1009-00A Transportgeleider (aan de achterkant) Als het papier in het apparaat vastloopt, til dan de transportgeleiding op en verwijder het vastgelopen papier. Papierstoringen verhelpen(P. 474) Transportgeleider (aan de voorkant) Als papier is vastgelopen binnen het apparaat, verwijder dan de deksel van de enveloptoevoer en til deze op om het vastgelopen papier te verwijderen. Papierstoringen verhelpen(P.
Basishandelingen Multifunctionele invoer 1009-00C Papiergeleiders Stel de papiergeleiders exact af op de breedte van het geladen papier, zodat het papier mooi recht in de machine wordt gevoerd. Papierlade Trek de papierlade uit als u papier gaat plaatsen. KOPPELINGEN Papier in de multifunctionele lade plaatsen(P.
Basishandelingen Papierlade 1009-00E Papiergeleiders Stel de papiergeleiders exact af op de grootte van het geladen papier, zodat het papier mooi recht in het apparaat wordt gevoerd. Druk op de ontgrendelingspallen die in de afbeeldingen met pijlen worden aangegeven om de geleiders te ontgrendelen, zodat u deze kunt verschuiven. Indicator papierniveau Geeft de resterende hoeveelheid papier aan. Het merkteken daalt als de resterende hoeveelheid papier daalt.
Basishandelingen Bedieningspaneel 1009-00F Display Toont de huidige afdrukstatus of andere bedrijfsstatus, fouteninformatie, resterend tonerniveau, enzovoort. Display(P. 27) Taakstatus/Annuleren-toets Als u deze toets indrukt terwijl het [ ] lampje brandt of knippert, wordt een document afgedrukt en worden documenten die nog moeten worden afgedrukt in een lijst geplaatst. U kunt het document in de lijst selecteren en het afdrukken van het document annuleren. Vanaf het bedieningspaneel(P.
Basishandelingen Gereed lampje Dit lampje brandt wanneer het apparaat gereed is om af te drukken of anderszins knippert. Bericht lampje ● Brandt als er een probleem optreedt om het afdrukken te verhinderen. Problemen oplossen(P. 472) ● Brandt als het apparaat offline is en naar de sluimermodus gaat. Taak lampje Brandt als het apparaat afdrukgegevens ontvangt of enige afdrukgegevens achterblijft in het geheugen van het apparaat. Knippert als afdrukgegevens worden verwerkt.
Basishandelingen Utility-toets / [ ]-toets ● Toont het menu Utility. U kunt het totale aantal afgedrukte pagina's weergeven en interne systeeminformatie afdrukken voor controle. Hulpprogrammamenu(P. 456) ● Druk tijdens het opgeven van instellingen op deze toets om terug te keren naar het vorige scherm. Druk tijdens het invoeren van tekst op deze toets om de cursor naar links te verplaatsen. Taak-toets / [ ]-toets ● Toont het menu Taak. U kunt de afdruk-logboeken controleren. Taakmenu(P.
Basishandelingen Display 1009-00H Het display toont de afdrukstatus plus de schermen voor het opgeven van instellingen. Tevens toont het foutberichten en de resterende toner in de tonercartridge. Hoofdscherm Indicatie van status Toont de huidige status of bedieningsmodus van het apparaat. Indicatie papierformaat Toont het momenteel geselecteerde papierformaat. De volgende papierformaten worden weergegeven in afgekorte vorm. ● Legal: LG ● Envelope No.
Basishandelingen weergegeven wanneer er zich een papierstoring voordoet, wordt hieronder getoond als voorbeeld. een foutbericht weergegeven(P. 491) KOPPELINGEN Het bedieningspaneel gebruiken(P.
Basishandelingen Het bedieningspaneel gebruiken 1009-00J Gebruik de onderstaande toetsen om instellingen op te geven en waarden aan te passen. De toetsen / Door het scherm bladeren Aan de rechterkant van het scherm ziet u een schuifbalk als niet alle informatie op één scherm past. Als de schuifbalk wordt weergegeven, gebruikt u / om omhoog en omlaag te bladeren. De tekst- en achtergrondkleuren van een item worden omgekeerd wanneer u deze toetsen selecteert.
Basishandelingen ● U kunt ook naar het volgende scherm gaan door op te drukken. Met keert u terug naar het vorige scherm. De cursor verplaatsen / Met behulp van kunt u tekst en waarden invoeren. Tekst invoeren(P. 31) gebruiken Druk op ( om een instelling toe te passen. ) gebruiken Als u na het verlaten van het instellingenmenu wilt terugkeren naar het hoofdscherm, drukt u op ( ). Met behulp van de numerieke toetsen Voer met de numerieke toetsen tekst en waarden in. Tekst invoeren(P.
Basishandelingen Tekst invoeren 1009-00K Voer met de numerieke toetsen tekst en waarden in. Een ander type tekst kiezen Druk op om te schakelen tussen het in te voeren type tekst. Typen tekst die u kunt invoeren Hieronder wordt vermeld welke tekst u kunt invoeren. Toets A a @.
Basishandelingen WXYZ wxyz (niet beschikbaar) 9 0 (spatie) -.*#!",;:^`_=/|'?$@%&+\~()[]{}<> (niet beschikbaar) ● Druk op als het type ingevoerde tekst of is, om bruikbare symbolen op het scherm weer te geven. Selecteer het symbool dat u wilt invoeren met behulp van dan op / / / en druk . Tekst wissen Telkens als u op drukt, wordt er één teken gewist. U kunt alle ingevoerde tekst wissen door ingedrukt te houden. De cursor verplaatsen Druk op of om de cursor te verplaatsen.
Basishandelingen Het apparaat in- en uitschakelen 1009-00L De aan-/uit-schakelaar wordt gebruikt om het apparaat in te schakelen. Bij het uitschakelen van het apparaat moet u beslist het bedieningspaneel gebruiken en niet de aan-/uit-schakelaar. Deze procedure is hetzelfde als voor het in-/ uitschakelen van een computer. Het apparaat inschakelen(P. 33) Het apparaat uitschakelen (een afsluithandeling verrichten)(P. 33) Het apparaat inschakelen Druk op de aan-/uit-schakelaar van het apparaat.
Basishandelingen 2 Druk op 3 Selecteer en druk op / om te selecteren en druk vervolgens op . . ➠ Als onderstaand bericht verschijnt, wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld. Als weergegeven wordt ● Er zijn nog afdrukgegevens aanwezig. Verwijder de gegevens ( Menu Reset(P. 462) ) en probeer de bewerking nogmaals uit te voeren. Om de bewerking te annuleren, drukt u op ( ).
Basishandelingen Het apparaat snel opstarten 1009-00R Als u de snelstartinstellingen opgeeft, kunt u de tijd reduceren vanaf het moment dat de aan-/uitschakelaar wordt ingedrukt tot het moment dat u het scherm kunt gebruiken. De methode om het apparaat uit te schakelen teneinde een snelstart te verrichten, heet 'snel uitschakelen'. Snelstartinstellingen opgeven(P. 35) Het apparaat uitschakelen (een snelle uitschakeling verrichten)(P.
Basishandelingen Het apparaat uitschakelen (een snelle uitschakeling verrichten) Als u op de aan-/uit-schakelaar drukt om het apparaat uit te schakelen terwijl de snelstartfunctie is ingeschakeld, wordt de volgende keer wanneer het apparaat wordt ingeschakeld een snelstart verricht (snel uitschakelen). Trek de stekker niet uit het stopcontact nadat u het apparaat snel hebt uitgeschakeld ● Trek de stekker niet uit het stopcontact nadat u het apparaat snel hebt uitgeschakeld.
Basishandelingen Papier plaatsen 1009-00S U kunt het papier plaatsen in de de papierlade, multifunctionele invoer, optioneel papiermagazijn of optionele enveloptoevoer. Gebruik de papierlade voor het laden van de papiersoort die u het meest gebruikt. De papierlade is handig wanneer u grote hoeveelheden papier gebruikt. Gebruik de multifunctionele invoer wanneer u tijdelijk een formaat of type papier wilt gebruiken dat niet in de papierlade is geplaatst. Raadpleeg Papier(P.
Basishandelingen ● Zeer dun papier ● Papier dat is afgedrukt met een thermal-transferprinter ● Papier met een grove structuur ● Glanzend papier ● Papier met geringe stijfheid Behandeling en opslag van papier ● Bewaar het papier op een vlak oppervlak. ● Bewaar het papier in de originele verpakking om het te beschermen tegen vocht of droogte. ● Bewaar het papier niet op een manier waardoor het kan krullen of vouwen. ● Bewaar het papier niet verticaal of plaatst niet te veel papier opeen.
Basishandelingen Papier in de papierlade plaatsen 1009-00U Laad het papier dat u normaliter in de papierlade gebruikt. Als u wilt afdrukken op papier dat niet in de papierlade is geplaatst, laad het dan in de multifunctionele lade. Papier in de multifunctionele lade plaatsen(P. 44) Papier met standaardformaat plaatsen(P. 39) Papier met aangepast formaat plaatsen(P. 41) Invoerrichting van papier Zie onderstaande tabel voor hoe u het beschikbare papier in de juiste afdrukstand laadt.
Basishandelingen 3 Plaats het papier zo dat de rand van de papierstapel de papiergeleider aan de achterzijde van de papierlade raakt. ● Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden. ● Waaier de papierstapel uit en tik met de onderkant op een vlak oppervlak om de vellen papier mooi gelijk te leggen. Stapel het papier niet hoger dan de markering voor het maximale aantal vellen ● Zorg ervoor dat de stapel papier niet hoger is dan de markering voor het maximale aantal vellen ( ).
Basishandelingen U kunt afdrukken op de achterzijde van bedrukt papier. Strijk het bedrukte papier glad en leg het in de multifunctionele lade ( Papier in de multifunctionele lade plaatsen(P. 44) ), met de te bedrukken zijde naar boven (de reeds bedrukte zijde naar beneden). ● Als u wilt afdrukken op de achterzijde van reeds bedrukt papier stelt u in op in het instellingenmenu van het bedieningspaneel. Handm. 2-zijdig (MF)(P.
Basishandelingen Stapel het papier niet hoger dan de markering voor het maximale aantal vellen ● Zorg ervoor dat de stapel papier niet hoger is dan de markering voor het maximale aantal vellen ( ). Als u te veel papier plaatst, kan dit papierstoringen veroorzaken. ● Wanneer wordt afgedrukt op papier met een logo, raadpleeg dan plaatsen(P. 56) . 4 Voorbedrukt papier Schuif de papiergeleiders tegen de randen van het papier.
Basishandelingen ● Gebruik de instellingen en als u afdrukt vanuit een omgeving waarin u het papierformaat en de papiersoort niet mag instellen, zoals een computerbesturingssysteem of mobiel toestel dat geen printerstuurprogramma ondersteunt. Menu Invoer selecteren(P. 464) Afdrukken op de achterzijde van bedrukt papier (handmatig dubbelzijdig afdrukken) U kunt afdrukken op de achterzijde van bedrukt papier.
Basishandelingen Papier in de multifunctionele lade plaatsen 1009-00W Als u wilt afdrukken op papier dat niet in de papierlade is geplaatst, laad het dan in de multifunctionele lade. Laad het papier dat u normaliter in de papierlade gebruikt. Papier in de papierlade plaatsen(P. 39) Invoerrichting van papier Zie onderstaande tabel voor hoe u het beschikbare papier in de juiste afdrukstand laadt.
Basishandelingen 4 Plaats het papier in de multifunctionele lade invoer tot het papier stopt. ● Plaats het papier met de afdrukzijde naar boven. ● Waaier de papierstapel uit en tik met de onderkant op een vlak oppervlak om de vellen papier mooi gelijk te leggen. Stapel het papier niet hoger dan de markering voor het maximale aantal vellen ● Zorg ervoor dat de stapel papier niet hoger is dan de markering voor het maximale aantal vellen ( ).
Basishandelingen Als u papier van een ander formaat of een andere soort gaat gebruiken ● De standaard fabrieksinstelling voor het papierformaat is . Als u een ander papierformaat of een andere papiersoort in het apparaat plaatst, vergeet dan niet de instellingen aan te passen. Als u de instellingen niet aanpast, kan het papier vastlopen of kan er een afdrukfout optreden.
Basishandelingen Papier in het papiermagazijn laden (optie) 1009-00X U kunt een groot aantal papiervellen van het formaat A4, Letter of Legal in het papiermagazijn plaatsen. Het is handig om het papiermagazijn te gebruiken voor papier dat u vaak gebruikt. 1 Druk op de knop om de deur te openen. 2 Schuif de papiergeleiders aan. ● Schuif de papiergeleider naar de positie voor het papierformaat dat u gebruikt.
Basishandelingen Stapel het papier niet hoger dan de markering voor het maximale aantal vellen ● Zorg ervoor dat de stapel papier niet hoger is dan de markering voor het maximale aantal vellen ( ). Als u te veel papier plaatst, kan dit papierstoringen veroorzaken. ● Wanneer wordt afgedrukt op papier met een logo, raadpleeg dan Voorbedrukt papier plaatsen(P. 56) . 4 » Sluit de deur. Ga verder met Het papierformaat en de papiersoort opgeven voor het papier in de papierlade(P.
Basishandelingen ● Gebruik de instellingen en als u afdrukt vanuit een omgeving waarin u het papierformaat en de papiersoort niet mag instellen, zoals een computerbesturingssysteem of mobiel toestel dat geen printerstuurprogramma ondersteunt. Menu Invoer selecteren(P. 464) Afdrukken op de achterzijde van bedrukt papier (handmatig dubbelzijdig afdrukken) U kunt afdrukken op de achterzijde van bedrukt papier.
Basishandelingen Enveloppen in de enveloptoevoer laden (optie) 1009-00Y U kunt een groot aantal enveloppen in de enveloptoevoer plaatsen. Dat is handig wanneer u veel enveloppen tegelijk afdrukt. Invoerrichting van papier Zie onderstaande tabel voor hoe u het beschikbare papier in de juiste afdrukstand laadt. Papier Afdrukstand aangepast (staand), envelop aangepast (liggend) 1 Open de klep. ● Houd de hendel aan de rechter zijde vast en open de deksel.
Basishandelingen 4 Steek de enveloppen zo ver mogelijk in de enveloptoevoer. ● Plaats de enveloppen met de afdrukzijde naar boven. ● Waaier de envelopstapel uit en tik met de onderkant op een vlak oppervlak om de vellen papier mooi gelijk te leggen. Stapel het papier niet hoger dan de markering voor het maximale aantal enveloppen ● Zorg ervoor dat de stapel enveloppen niet hoger is dan de markering voor het maximale aantal enveloppen ( ).
Basishandelingen Schuif de papiergeleiders stevig tegen de randen van de enveloppen ● Als de papiergeleiders te los of te strak zitten, kan het papier verkeerd worden ingevoerd of kunnen er papierstoringen ontstaan. 6 » Laat de aandrukplaat voor de enveloppen zakken. Ga verder met (P. 67) Het type en formaat papier opgeven voor de enveloptoevoer (optie) Als u papier van een ander formaat of een andere soort gaat gebruiken ● De standaard fabrieksinstelling voor het papierformaat is .
Basishandelingen Als optie verkrijgbare items(P.
Basishandelingen Enveloppen plaatsen 1009-010 Strijk de enveloppen glad voordat u ze gaat laden. Let ook op de invoerrichting van de enveloppen en welke kant naar boven wijst. Let op: enveloppen kunnen niet in de papierlade worden geladen. Voordat u enveloppen gaat laden(P. 54) Enveloppen in de multifunctionele lade plaatsen(P. 55) ● In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u enveloppen in de gewenste richting laadt. Daarnaast worden de stappen besproken die u moet uitvoeren voordat u enveloppen gaat laden.
Basishandelingen 3 Maak de enveloppen aan de hoeken los en strijk oneffenheden weg. 4 Lijn de randen van de enveloppen uit op een vlak oppervlak. Enveloppen in de multifunctionele lade plaatsen Laad enveloppen van het formaat Monarch, COM10, DL of ISO-C5 met de korte zijde naar voren en met de kant zonder lijm (de voorzijde) naar boven. U kunt niet afdrukken op de achterzijde van enveloppen. Laad de enveloppen op dezelfde manier in de enveloppentoevoer.
Basishandelingen Voorbedrukt papier plaatsen 1009-011 Als u papier gebruikt waarop vooraf een logo is afgedrukt, let u bij het plaatsen op de invoerrichting van het papier. Zorg dat het papier goed is geplaatst zodat er op de juiste kant van het papier met een logo wordt afgedrukt. Enkelzijdig afdrukken op papier met logo's(P. 56) Dubbelzijdig afdrukken op papier met logo's(P.
Basishandelingen Papier in de multifunctionele lade of papierlade of enveloptoevoer laden Laad het papier met de kant van het logo (de afdrukzijde) naar boven. Afdrukken op papier met logo's in de afdrukrichting Liggend Papier in de papierlade of papiermagazijn laden Laad het papier met de kant van het logo (de afdrukzijde) naar beneden. Papier in de multifunctionele lade of papierlade of enveloptoevoer laden Laad het papier met de kant van het logo (de afdrukzijde) naar boven.
Basishandelingen Dubbelzijdig afdrukken op papier met logo's Als een af te drukken document uit een oneven aantal pagina's bestaat, stelt u in op in het instellingenmenu van het bedieningspaneel. Alternatieve methode(P. 408) Afdrukken op papier met logo's in de afdrukrichting Staand Papier in de papierlade of papiermagazijn laden Laad het papier met de voorzijde van het bedrukte papier (de zijde voor de eerste pagina van het document) naar boven.
Basishandelingen Afdrukken op papier met logo's in de afdrukrichting Liggend Papier in de papierlade of papiermagazijn laden Laad het papier met de voorzijde van het bedrukte papier (de zijde voor de eerste pagina van het document) naar boven. Als u papier in de multifunctionele lade plaatst Laad het papier met de voorzijde van het bedrukte papier (de zijde voor de eerste pagina van het document) naar beneden.
Basishandelingen multifunctionele lade) ook gebruiken voor enkelzijdig afdrukken. Deze instelling is vooral handig als u regelmatig zowel enkelzijdig als dubbelzijdig afdrukt. Papierinvoermethode(P.
Basishandelingen Het type en formaat papier opgeven 1009-012 U moet ervoor zorgen dat de instellingen voor het type en formaat papier overeenkomen met het papier dat is geladen. Vergeet dus niet de papierinstellingen aan te passen wanneer u papier gaat laden dat afwijkt van het eerder gebruikte papier. ● Als de instellingen onjuist zijn, kan het papier vastlopen of kan er een afdrukfout optreden.
Basishandelingen Het papierformaat en de papiersoort opgeven voor het papier in de papierlade 1009-013 Stel het papierformaat en de papiersoort naar behoefte in, afhankelijk van het papier dat u in de papierlade plaatst. Als u een optionele papierlade gebruikt, moet u eerst het type papierlade invoeren, alvorens u het papierformaat invoert. Het type van papierlade 1 invoeren(P. 62) Het type en formaat papier opgeven(P.
Basishandelingen ● Bij als de instelling voor het papierformaat moet u garanderen dat de instellingen in het printerstuurprogramma overeenkomen met het papierformaat in de papierlade. ● Als u een standaard papierformaat gebruikt nadat u hebt veranderd in een andere papierformaatinstelling, zet u de instelling terug op . 1 Druk op ( ). ● Als u de instelling van het papierformaat niet hoeft te wijzigen, gaat u verder met stap 4.
Basishandelingen 4 Maak een keuze uit tot en druk op . ● to worden weergegeven wanneer de papierinvoer of het papiermagazijn is geïnstalleerd. 5 Selecteer het papiertype en druk op . KOPPELINGEN Papier in de papierlade plaatsen(P. 39) Papier(P.
Basishandelingen Het papierformaat en de papiersoort in de multifunctionele lade opgeven 1009-014 1 Druk op 2 Druk op 3 Selecteer het papierformaat en druk op ( ). / om te selecteren en druk vervolgens op . . Voor formaat A5 / aangepast papierformaat ● Formaat A5 of aangepast papierformaat kan worden geladen in zowel staande als liggende afdrukrichting. Raadpleeg de onderstaande tabel om de instelling te selecteren die overeenkomt met de afdrukrichting van het papier.
Basishandelingen ● Als u selecteert, wordt de afdruksnelheid lager. 4 Selecteer en druk op 5 Selecteer het papiertype en druk op . KOPPELINGEN Papier in de multifunctionele lade plaatsen(P. 44) Papier(P. 584) 66 .
Basishandelingen Het type en formaat papier opgeven voor de enveloptoevoer (optie) 1009-015 1 Druk op 2 Druk op 3 Selecteer het papierformaat en druk op ( ). / om te selecteren en druk vervolgens op . . Voor aangepast papierformaat ● Aangepast papierformaat kan worden geladen in zowel staande als liggende afdrukrichting. Raadpleeg de onderstaande tabel om de instelling te selecteren die overeenkomt met de afdrukrichting van het papier.
Basishandelingen 5 Selecteer het papiertype en druk op . KOPPELINGEN Enveloppen in de enveloptoevoer laden (optie)(P. 50) Papier(P.
Basishandelingen Energie besparen 1009-016 U kunt energie besparen door een instelling te realiseren opdat het apparaat automatisch naar de energiespaarstand (sluimermodus) of UIT gaat als er voor een bepaalde periode geen handeling wordt verricht, of het apparaat iedere dag van de week op een bepaalde tijd automatisch UIT gaat. De slaapstand instellen(P. 70) De automatische uitschakeltijd instellen(P.
Basishandelingen De slaapstand instellen 1009-017 In de slaapstand wordt het stroomverbruik verlaagd door de stroomtoevoer naar het bedieningspaneel te onderbreken. Als er gedurende bepaalde tijd geen bewerkingen worden uitgevoerd op de machine, zoals tijdens de lunchpauze, kunt u energie besparen door op op het bedieningspaneel te drukken. U kunt ook de instelling Automatische sluimertijd gebruiken om de machine automatisch in de slaapstand te zetten als deze gedurende de opgegeven tijd inactief is.
Basishandelingen ( ) Selecteer de periode De sluimermodus op een opgegeven tijd automatisch starten / verlaten U kunt instellen dat het apparaat op een opgegeven tijd naar de sluimermodus gaat. U kunt ook instellen dat het apparaat de sluimermodus op een opgegeven tijd verlaat.
Basishandelingen De slaapstand verlaten Druk op . Bij gebruik van hulpprogramma's in verband met netwerk ● Als u de sluimermodus instelt op , kunnen de hulpprogramma's misschien niet communiceren.
Basishandelingen De automatische uitschakeltijd instellen 1009-018 U kunt het apparaat zo instellen dat het automatisch wordt uitgeschakeld als het langere tijd niet wordt gebruikt. U kunt het apparaat ook zo instellen dat het op een specifiek tijdstip wordt uitgeschakeld. Met behulp van deze functies kunt u voorkomen dat het apparaat nutteloos stroom verbruikt als het niet is uitgeschakeld. In de standaard fabrieksinstelling is deze functie ingeschakeld.
Basishandelingen [Gebruik automatische uitschakeltimer] Activeer het selectievakje om het apparaat uit te schakelen wanneer de in [Auto uitschakeltijd] ingestelde tijd is verstreken. [Auto uitschakeltijd] Geef op hoe lang het apparaat in de sluimermodus mag blijven voordat het wordt uitgeschakeld. U kunt het aantal uren kiezen in het bereik van [Na 1 uur] tot [Na 8 uur]. [Stel weektimer auto uitschakel] Activeer het selectievakje om de automatische uitschakeltijd voor iedere dag van de week in te stellen.
Basishandelingen Situaties die er verantwoordelijk voor kunnen zijn dat het apparaat op de opgegeven tijd niet automatisch uitschakelde ● U voert een bewerking uit op het apparaat. ● Het apparaat is bezig met afdrukken, reiniging of enige andere bewerking. ● Er verschijnt een foutbericht. Als het apparaat op de opgegeven tijd niet automatisch UIT kan worden gezet, wordt in de volgende 10 minuten elke minuut een nieuwe poging verricht.
Een document afdrukken Een document afdrukken Een document afdrukken ............................................................................................................................ 77 Afdrukken vanaf een computer ......................................................................................................................... 78 Basisbewerkingen met de printer ...................................................................................................................
Een document afdrukken Een document afdrukken 1009-019 Dit gedeelte beschrijft hoe u documenten afdrukt die op uw computer zijn gemaakt, bestande afdrukt die in een USBgeheugentoestel zijn opgeslagen, en documenten afdrukt door vanaf het bedieningspaneel een pincode in te voeren. ◼ Afdrukken vanaf een computer Een document dat u op uw computer hebt gemaakt, kunt u afdrukken via het printerstuurprogramma. vanaf een computer(P.
Een document afdrukken Afdrukken vanaf een computer 1009-01A Documenten die u met een programma op uw computer hebt gemaakt, kunt u afdrukken via het printerstuurprogramma. Het printerstuurprogramma heeft een aantal handige instellingen, zoals vergroten/ verkleinen en dubbelzijdig afdrukken, waarmee u uw documenten op verschillende manieren kunt afdrukken.
Een document afdrukken Open de printermap ( De printermap weergeven(P.
Een document afdrukken Basisbewerkingen met de printer 1009-01C In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een document op uw computer afdrukt via het printerstuurprogramma. ● Ga pas afdrukken nadat u het formaat en het type papier hebt opgegeven dat is geladen in de papierbron. Papier plaatsen(P. 37) Het type en formaat papier opgeven(P. 61) 1 Open een document in een programma en geef het afdrukvenster weer. ● De manier waarop u het afdrukvenster weergeeft, kan per programma verschillen.
Een document afdrukken [Paginaformaat] Selecteer het formaat van het document dat in de toepassing is gemaakt. [Uitvoerformaat] Selecteer het formaat van het papier waarop het document zal worden afgedrukt. Als het geselecteerde formaat verschilt van het formaat dat is opgegeven in [Paginaformaat], wordt het document automatisch vergroot/verkleind afgedrukt op het in [Uitvoerformaat] opgegeven formaat. Vergroten of verkleinen(P.
Een document afdrukken [Papierbron] Selecteer de papierbron vanwaaruit het papier wordt aangevoerd. Papierbron Instelwaarde Auto De papierbron wordt automatisch geselecteerd uitgaande van het opgegeven formaat en de opgegeven papiersoort voor het afdrukken en de instellingen die zijn geconfigureerd in het apparaat. Multifunctionele invoer Papier is in de multifunctionele lade geladen. Lade 1 Papier wordt ingevoerd via de papierlade van het apparaat.
Een document afdrukken 6 Klik op [OK]. 7 Klik op [Afdrukken] of op [OK]. ● Het afdrukken wordt gestart. In sommige programma's verschijnt het onderstaande scherm. ● Als u het afdrukken wilt annuleren, klikt u op [Annuleren] als het bovenstaande scherm wordt weergegeven. Nadat het scherm verdwijnt of als het scherm niet wordt weergegeven, kunt u het afdrukken op andere manieren annuleren. Afdrukken annuleren(P.
Een document afdrukken ● Als u afdrukt volgens deze methode, is er slechts een beperkt aantal instellingen beschikbaar. ● Als het bericht [Er is iets met de printer. Ga naar het bureaublad om dit op te lossen.] wordt weergegeven, gaat u naar het bureaublad en volgt u de instructies in het dialoogvenster. Dit bericht verschijnt als de machine zodanig is ingesteld dat de gebruikersnaam wordt weergegeven tijdens taken zoals afdrukken. KOPPELINGEN Documenten beheren en de status van de machine controleren(P.
Een document afdrukken Afdrukken annuleren 1009-01E U kunt het afdrukken annuleren vanaf uw computer of vanaf het bedieningspaneel van de machine. Vanaf een computer(P. 85) Vanaf het bedieningspaneel(P. 86) Vanaf een computer U annuleert het afdrukken vanaf het pictogram van de printer dat wordt weergegeven in het systeemvak van het bureaublad. 1 Dubbelklik op het printerpictogram. Als het printerpictogram niet wordt weergegeven ● Open de printermap ( De printermap weergeven(P.
Een document afdrukken Annuleren vanuit de UI op afstand ● U kunt het afdrukken annuleren vanuit de pagina [Taakstatus] van de UI op afstand: van afdruktaken controleren(P. 350) De huidige status Annuleren vanuit een programma ● In sommige programma's verschijnt het onderstaande scherm. U kunt het afdrukken annuleren door te klikken op [Annuleren]. Vanaf het bedieningspaneel Als de afdrukgegevens vanaf een computer naar het apparaat zendt, gaat het lampje [ ] branden (of knipperen).
Een document afdrukken Verschillende afdrukinstellingen 1009-01F Er zijn verschillende afdrukinstellingen die u kunt kiezen, zoals vergroot/verkleind afdrukken en dubbelzijdig afdrukken. Vergroten of verkleinen(P. 89) Meerdere pagina's op één vel afdrukken(P. 95) Randen afdrukken(P. 100) Schakelen tussen enkelzijdig en 2-zijdig afdrukken(P. 91) Posters afdrukken(P. 97) Datums en paginanummers afdrukken(P. 101) 87 Afdrukken sorteren per pagina(P. 93) Boekje afdrukken(P.
Een document afdrukken Bepaalde pagina's afdrukken op ander papier(P. 105) Documenttype selecteren(P. 107) Meerdere documenten combineren en afdrukken(P. 111) 88 Toner besparen(P.
Een document afdrukken Vergroten of verkleinen 1009-01H U kunt afdrukken vergroten of verkleinen door een vooraf ingesteld zoompercentage voor afdrukken te selecteren, zoals A5 naar A4. U kunt ook zelf een aangepast zoompercentage kiezen, dat u kunt verhogen of verlagen in stappen van 1%.
Een document afdrukken ● Afhankelijk van het geselecteerde papierformaat, kunt u mogelijk niet het optimale zoompercentage voor afdrukken instellen. Dit kan zich uiten in grote lege vlakken op de afdruk of delen van het document die ontbreken. ● De instellingen voor vergroten/verkleinen in bepaalde programma's hebben prioriteit boven de desbetreffende instellingen in het printerstuurprogramma. KOPPELINGEN Basisbewerkingen met de printer(P.
Een document afdrukken Schakelen tussen enkelzijdig en 2-zijdig afdrukken 1009-01J U kunt enkelzijdig en dubbelzijdig afdrukken. De standaardinstelling is [Dubbelzijdig afdrukken]. Pas de instelling desgewenst aan. ● Als de sub-uitvoerlade open is, kunt u niet dubbelzijdig afdrukken. Controleer bij het dubbelzijdig afdrukken altijd dat de sub-uitvoerlade gesloten is. Achterzijde(P. 19) ● Dubbelzijdig afdrukken is mogelijk niet voor alle formaten en soorten papier beschikbaar. Papier(P.
Een document afdrukken [Inbindlocatie] Geef de positie aan waar u de afdrukken wilt inbinden, bijvoorbeeld met een nietapparaat. De afdrukstand verandert als dat nodig is voor de opgegeven inbindlocatie. Klik op [Rugmarge] om de margebreedte voor de inbindpositie op te geven. [Lange zijde [links]] Hiermee wordt het document zo afgedrukt dat het verticaal wordt geopend nadat het links is ingebonden.
Een document afdrukken Afdrukken sorteren per pagina 1009-01K Als u afdrukken wilt maken van documenten met meerdere pagina's, selecteert u [Sorteren] om complete sets op volgorde af te drukken. Deze functie is handig bij het voorbereiden van hand-outs voor vergaderingen of presentaties. [Algemene instellingen] tabblad Selecteer [Sorteren] of [Groeperen] in [Sorteren/groeperen] [OK] [Sorteren/groeperen] Geef de sorteermethode van de afdrukken op wanneer u documenten met meerdere pagina's afdrukt.
Een document afdrukken KOPPELINGEN Basisbewerkingen met de printer(P.
Een document afdrukken Meerdere pagina's op één vel afdrukken 1009-01L U kunt meerdere pagina's afdrukken op één vel papier. Zo kunt u vier of negen pagina's afdrukken op één vel door [4 op 1] of [9 op 1] te gebruiken. Gebruik deze functie als u papier wilt besparen of een document wilt bekijken als miniaturen. ● U kunt nog meer papier besparen door deze instelling te combineren met dubbelzijdig afdrukken. Schakelen tussen enkelzijdig en 2-zijdig afdrukken(P.
Een document afdrukken [Paginavolgorde] Selecteer een indeling voor de paginaopmaak. Als u bijvoorbeeld [Horizontaal vanaf linkerzijde] selecteert, wordt de eerste pagina links bovenaan afgedrukt en vervolgens worden de volgende pagina's rechts daarvan geplaatst. KOPPELINGEN Basisbewerkingen met de printer(P. 80) Schakelen tussen enkelzijdig en 2-zijdig afdrukken(P.
Een document afdrukken Posters afdrukken 1009-01R U kunt één pagina van een document verspreid over meerdere pagina's afdrukken. Als u een document met één pagina van het formaat A4 bijvoorbeeld negen keer zo groot maakt, hebt u een poster van 3x3 vellen A4-formaat nadat u het document hebt afgedrukt en de vellen aan elkaar hebt geplakt.
Een document afdrukken Boekje afdrukken 1009-01S U kunt twee pagina's van een document op beide zijden van één vel papier afdrukken en dan de bedrukte pagina's dubbelvouwen om een boekje te maken. Het printerstuurprogramma regelt de afdrukvolgorde, zodat de paginanummers kloppen. ● Als de sub-uitvoerlade open is, kunt u geen boekje afdrukken. Controleer bij het afdrukken van een boekje altijd dat de sub-uitvoerlade gesloten is. Achterzijde(P.
Een document afdrukken [Boekje] Dit scherm wordt weergegeven. [Methode voor afdrukken van boekje] ● [Alle pagina's tegelijk]: alle pagina's worden tegelijk als één bundel afgedrukt, zodat u een boekje kunt maken door de bedrukte pagina's dubbel te vouwen. ● [Onderverdelen in sets]: kies deze optie om meerdere bundels af te drukken, met in elke bundel het aantal pagina's dat is opgegeven bij [Vellen per set]. Bind vervolgens de bundels in en voeg deze samen tot één boekje.
Een document afdrukken Randen afdrukken 1009-01U U kunt randen, zoals stippellijnen of dubbele ononderbroken lijnen, toevoegen aan de marges van afdrukken. [Pagina-instelling] tabblad Klik op [Pagina opties] [OK] [Kader] Selecteer hier het type rand. Voorbeeld Hier ziet u een voorbeeld met de geselecteerde rand. KOPPELINGEN Basisbewerkingen met de printer(P. 80) Datums en paginanummers afdrukken(P. 101) Afdrukken met watermerk(P.
Een document afdrukken Datums en paginanummers afdrukken 1009-01W U kunt de informatie zoals datums of paginanummers afdrukken. Daarnaast kunt u aangeven waar in het document u deze informatie wilt afdrukken (linksboven, rechtsonder, enzovoort). [Pagina-instelling] tabblad Klik op [Pagina opties] Selecteer de afdrukpositie van de afdrukdatum, de gebruikersnaam of het paginanummer [OK] [OK] [Afdrukdatum] Geef de positie aan voor het afdrukken van de afdrukdatum.
Een document afdrukken KOPPELINGEN Basisbewerkingen met de printer(P. 80) Randen afdrukken(P. 100) Afdrukken met watermerk(P.
Een document afdrukken Afdrukken met watermerk 1009-01X U kunt een watermerk zoals "KOPIE" of "VERTROUWELIJK" afdrukken over het document. U kunt nieuwe watermerken maken of vooraf geregistreerde watermerken gebruiken. Tabblad [Pagina-instelling] de vervolgkeuzelijst Activeer het selectievakje [Watermerk] Selecteer een watermerk in [OK] [Watermerk] Activeer het selectievakje [Watermerk] om de beschikbare watermerken in de vervolgkeuzelijst weer te geven. Selecteer een watermerk in de lijst.
Een document afdrukken [Toevoegen] Klik hierop om een nieuw watermerk te maken. U kunt maximaal 50 watermerken opslaan. [Naam] Voer een naam in voor het nieuwe watermerk. [Kenmerken]/[Uitlijning]/[Afdrukstijl] Klik op deze tabbladen om de tekst, kleur of afdrukpositie van het watermerk op te geven. Klik voor meer informatie op [Help] in het printerstuurprogramma. KOPPELINGEN Basisbewerkingen met de printer(P. 80) Randen afdrukken(P. 100) Datums en paginanummers afdrukken(P.
Een document afdrukken Bepaalde pagina's afdrukken op ander papier 1009-01Y U kunt bepaalde pagina's van een document afdrukken, zoals wanneer u het voorblad van een boekje afdrukt op gekleurd papier. Plaats in dit geval het gekleurde papier voor het voorblad in de multifunctionele lade, plaats normaal papier voor de middenpagina's in de papierlade en geef vervolgens de papierinstellingen op in het printerstuurprogramma.
Een document afdrukken [Verschillend voor voorblad en overige pagina's] Instellingen opgeven voor afdrukken van boekjes ( Boekje afdrukken(P. 98) ). U kunt verschillende papier opgeven voor het voorblad en de pagina's van de tekst. Bijvoorbeeld u kunt het papier in de multifunctionele invoer opgeven voor [Voorblad] en het papier in de papierlade voor [Overige pagina's] (pagina's van de tekst). KOPPELINGEN Basisbewerkingen met de printer(P.
Een document afdrukken Documenttype selecteren 1009-020 U kunt het type document opgeven om zo een optimale beeldkwaliteit te garanderen. Er zijn verschillende instellingen voor fotodocumenten, documenten met grafieken en tabellen, en documenten met CAD-tekeningen met zeer dunne lijntjes. Tabblad [Kwaliteit] Selecteer het documenttype in [Doel] [OK] [Doel] Selecteer een optie die het best past bij het type document of het doel van het afdrukken.
Een document afdrukken ● Als u gedetailleerde instellingen wilt opgeven voor de items die u hebt geselecteerd bij [Doel], klikt u op [Geavanceerde instellingen]. Klik voor meer informatie op [Help] in het printerstuurprogramma. KOPPELINGEN Basisbewerkingen met de printer(P.
Een document afdrukken Toner besparen 1009-021 U kunt in het printerstuurprogramma instellen dat documenten met minder toner worden afgedrukt. ● Als de tonerspaarstand is ingeschakeld, bestaat de kans dat dunne lijnen en delen met een lichtere afdrukdichtheid vaag worden.
Een document afdrukken [Geavanceerde instellingen] Er verschijnt een scherm met instellingen. Klik op [Tonerspaarstand] en selecteer [Aan] in de vervolgkeuzelijst onder aan het scherm. ● U kunt aangeven of u de tonerspaarstand wilt inschakelen voor ieder documenttype. Schakel voor elk documenttype dat wordt vermeld bij [Doel] al dan niet de tonerspaarstand in. ● Op het scherm [Geavanceerde instellingen] kunt u verschillende andere afdrukinstellingen opgeven.
Een document afdrukken Meerdere documenten combineren en afdrukken 1009-022 Met behulp van Canon PageComposer kunt u meerdere documenten samenvoegen tot één afdruktaak en de taak afdrukken met de opgegeven afdrukinstellingen. Op deze manier kunt u bijvoorbeeld documenten combineren die met verschillende programma's zijn gemaakt en alle pagina's op hetzelfde papierformaat afdrukken. 1 Open een document in een programma en geef het afdrukvenster weer.
Een document afdrukken ● Canon PageComposer wordt gestart. Het afdrukken wordt nog niet gestart. 5 Herhaal stappen 1 - 4 voor de documenten die u wilt combineren. ● De documenten worden toegevoegd aan Canon PageComposer. 6 Selecteer in de lijst [Documentnaam] de documenten die u wilt combineren en klik op . ● U selecteert meerdere documenten door op de documenten te klikken terwijl u de toets [Shift] of [Ctrl] ingedrukt houdt. 7 Wijzig de instellingen desgewenst en klik op [Combineren].
Een document afdrukken [Afdrukvoorbeeld] U ziet een voorbeeld van het document zoals dat wordt afgedrukt. [Documentlijst]/[Afdrukinstellingen] ● Klik op het tabblad [Documentlijst] om de documenten weer te geven die u hebt toegevoegd in stappen 1 - 4. U kunt documenten verwijderen door deze te selecteren in de lijst en op [Verwijderen uit lijst] te klikken.
Een document afdrukken 8 Selecteer in de lijst [Documentnaam] de gecombineerde afdruktaak die u wilt afdrukken en klik op . ● Het afdrukken wordt gestart. ● Raadpleeg Afdrukken annuleren(P. 85) voor instructies voor het annuleren van het afdrukken. KOPPELINGEN Basisbewerkingen met de printer(P.
Een document afdrukken De gewenste afdrukinstellingen configureren 1009-023 U kunt combinaties van instellingen opslaan als "Profielen" om te voldoen aan uw diverse afdrukbehoeften. U kunt de instellingen die u vaak gebruikt ook opslaan als de standaardinstelling.
Een document afdrukken Combinaties van veelgebruikte afdrukinstellingen opslaan 1009-024 Als u bij elke afdruktaak instellingen moet opgeven om bijvoorbeeld "enkelzijdig af te drukken op A4-papier in de afdrukstand Liggend", kan dit nogal tijdrovend en vervelend worden. Als u deze veelgebruikte combinaties van afdrukinstellingen echter opslaat als een "profiel", kunt u de gewenste afdrukinstellingen eenvoudig opgeven door het bijbehorende profiel te laden.
Een document afdrukken Een profiel bewerken ● Als u de naam, het pictogram of de opmerking wilt wijzigen van de profielen die u al hebt opgeslagen, klikt u in het scherm uit stap 1 op [Bewerken] rechts van [Toevoegen]. De standaardprofielen kunt u niet wijzigen. Een profiel selecteren Selecteer het gewenste profiel en klik op [OK]. De instellingen van het geselecteerde profiel wijzigen ● U kunt de instellingen van een profiel wijzigen.
Een document afdrukken De standaardinstellingen wijzigen 1009-025 De standaardinstellingen zijn de instellingen die worden weergegeven als u het scherm met afdrukinstellingen van het printerstuurprogramma opent. Voorbeeld: als u bij alle documenten steeds elke twee pagina´s wilt verkleinen en op één pagina wilt afdrukken, geef dan [2 op 1] op als de gebruikersstandaard voor pagina-indeling.
Een document afdrukken KOPPELINGEN Basisbewerkingen met de printer(P. 80) Combinaties van veelgebruikte afdrukinstellingen opslaan(P.
Een document afdrukken Handige afdrukfuncties gebruiken 1009-026 U kunt verschillende handige afdrukfuncties gebruiken, maar ook de basisafdrukbewerkingen met de printer verrichten. ◼ Afdrukken vanaf een USB-geheugentoestel (direct afdrukken via geheugenapparaten) U kunt afbeeldingsbestanden en PDF-bestanden die zijn opgeslagen op een USB-geheugentoestel afdrukken door het USB-geheugentoestel rechtstreeks op het apparaat aan te sluiten.
Een document afdrukken ◼ Ontvangen e-mail afdrukken (E-Mail Print) U kunt e-mailberichten en hun bijgevoegde bestanden direct op het apparaat afdrukken zonder een computer te gebruiken. Ontvangen e-mail afdrukken (E-Mail Print)(P.
Een document afdrukken Afdrukken vanaf een USB-geheugentoestel (direct afdrukken via geheugengeheugentoestellen) 1009-027 U kunt afbeeldingsbestanden (PDF, TIFF, JPEG, en XPS) die zijn opgeslagen op een USB-geheugentoestel afdrukken door het apparaat rechtstreeks op het apparaat aan te sluiten. Als u deze functie gebruikt, kunt u afdrukken zonder een computer te gebruiken. Ondersteunde bestandsindelingen U kunt de volgende soorten afbeeldingsbestanden afdrukken.
Een document afdrukken 1 Sluit een USB-geheugenapparaat aan op een USB-poort aan de rechterzijde van het apparaat. ➠ Het volgende scherm wordt automatisch weergegeven. ( ● Als het scherm niet verschijnt, drukt u op ). ● Behoed het USB-geheugentoestel en het apparaat tegen stoten en schudden wanneer het toestel is aangesloten op het apparaat. 2 Druk op 3 Selecteer het soort bestand dat u wilt afdrukken en druk op 4 Selecteer het bestand dat u wilt afdrukken en druk op / om
Een document afdrukken ● Mappen en bestanden in lagere niveaus of met langere namen kunnen mogelijk niet worden weergegeven. ● Als u naar een andere map gaat, worden de eerdere bestandsselecties gewist. 5 Selecteer en druk op . Een XPS-bestand afdrukken met behulp van een printticket Als u een bestand in XPS-formaat wilt afdrukken, kunt u het afdrukken volgens het printticket (afdrukinstellingen) dat bij het bestand is gevoegd. 1 Selecteer
Een document afdrukken / Geef het bereik (pagina's) op dat u wilt afdrukken. Met behulp van Selecteert de methode om het afdrukbereik toe te wijzen / selecteert u . Drukt alle pagina's af. Drukt uitsluitend de opgegeven pagina's af. Om de pagina's op te geven, selecteert u en voert u en in met behulp van de numerieke toetsen Selecteer .
Een document afdrukken ● is eventueel niet voor alle formaten of soorten papier beschikbaar. Papier(P. 584) Geef op of u over de lange of de korte zijde van dubbelzijdig afdrukwerk wilt inbinden met behulp van een inbindhulpmiddel, bijvoorbeeld een nietapparaat. Met behulp van / selecteert u de inbindpositie. Druk nu op . Bind het afdrukwerk over de lange zijde. Bind het afdrukwerk over de korte zijde.
Een document afdrukken JPEG-bestanden en TIFF-bestanden Druk op / om de methode voor het reproduceren van halftonen te selecteren en druk op . Soort afbeeldingsgegevens Selecteer het soort afbeeldingsgegevens waarvoor u de instellingen wilt veranderen. Selecteer voor tekens, voor lijnen en figuren, of voor afbeeldingen zoals foto's. Drukt gradatie en lijnen met vloeiende afwerking.
Een document afdrukken Als de afbeelding binnen de Afdrukgebied(P. 587) van het papier blijft, wordt ze afgedrukt met de afmetingen zoals ze zijn. Als een afbeelding groter is dan het afdrukbare gedeelte, wordt de afdruk verkleind. Past de afmetingen van de afdruk aan overeenkomstig de Afdrukgebied(P. 587) . Geef op of u de afbeelding al of niet wilt afdrukken door de papierformaat te vergroten. Selecteer de instelling met / Afdrukgebied(P.
Een document afdrukken De afdrukken worden niet gesorteerd. Het opgegeven aantal afdrukken wordt voor iedere pagina afgedrukt. Als u bijvoorbeeld drie afdrukken maakt van een document dat uit vier pagina's bestaat, worden de afdrukken als volgt uitgevoerd: 1, 1, 1, 2, 2, 2, 3, 3, 3, 4, 4, 4. De afdrukken worden in de juiste volgorde gegroepeerd.
Een document afdrukken Als de TIFF-gegevens de informatie bevat die de afdrukpositie bepaalt, wordt de afbeelding afgedrukt volgens de informatie. Anders wordt het in het midden van het papier afgedrukt. JPEG-gegevens worden altijd in het midden van het papier afgedrukt. Afbeeldingen worden in het midden van het papier afgedrukt. Afbeeldingen worden linksboven afgedrukt. 7 Selecteer en druk op . ➠ Het afdrukken wordt gestart.
Een document afdrukken De standaardinstellingen voor afdrukken wijzigen 1009-028 De standaardinstellingen zijn de instellingen die worden weergegeven als u het scherm met afdrukinstellingen van het printerstuurprogramma opent. Als u deze standaardinstellingen afstemt op de bewerkingen die u regelmatig uitvoert, kunt u tijd besparen doordat u niet steeds dezelfde instellingen hoeft op te geven als u gaat afdrukken. ( ) of
Een document afdrukken Geeft de bestanden in oplopende naamvolgorde weer. Geeft de bestanden in aflopende volgorde van datum/tijd weer. Geeft de bestanden in oplopende volgorde van datum/tijd weer. KOPPELINGEN Afdrukken vanaf een USB-geheugentoestel (direct afdrukken via geheugengeheugentoestellen)(P.
Een document afdrukken Een document afdrukken dat is beveiligd met een pincode (beveiligd afdrukken) 1009-029 Als u gaat afdrukken vanaf een computer, kunt u een pincode instellen voor een document. Het document blijft dan in een optionele SD-card op het apparaat staan en wordt pas afgedrukt nadat op het bedieningspaneel van het apparaat de juiste pincode is ingevoerd. Deze functie wordt Beveiligd afdrukken genoemd en het document dat u beveiligt met een pincode wordt een beveiligd document genoemd.
Een document afdrukken Als u [Ja] hebt geselecteerd Voer de gebruikersnaam voor [Gebruikersnaam] en de pincode voor [Pincode] in en klik op [OK]. ● De computernaam (aanmeldingsnaam) van uw computer wordt weergegeven in [Gebruikersnaam]. Als u deze wilt wijzigen, voert u een nieuwe computernaam in met maximaal 32 alfanumerieke tekens. ● Voer een getal van maximaal zeven cijfers in bij [Pincode]. 4 Geef de afdrukinstellingen op en klik op [OK].
Een document afdrukken 5 Klik op [Afdrukken] of [OK]. ➠ Nadat het beveiligde document naar het apparaat is verzonden, blijft het document op de SD-card wachten om te worden afgedrukt. Als u [Nee] hebt geselecteerd bij stap 3 Voer de [Documentnaam], [Gebruikersnaam] en [Pincode] in en klik op [OK]. ● De documentnaam wordt automatisch ingesteld op basis van de informatie uit het programma. Als u de documentnaam wilt wijzigen, typt u maximaal 32 alfanumerieke tekens voor een nieuwe naam.
Een document afdrukken 1 Druk op ( 2 Druk op / 3 Selecteer het beveiligde document dat u wilt afdrukken en druk op ). om te selecteren en druk vervolgens op . . ● Als de SD-card slechts één beveiligd document bevat, wordt dit scherm niet weergegeven.
Een document afdrukken 3 Selecteer en druk op 4 Geef op hoe lang beveiligde documenten op SD-card moeten blijven staan en druk op . . ● Het beveiligde document wordt van de SD-card verwijderd wanneer de hier geselecteerde tijd is verstreken. KOPPELINGEN De gecodeerde afdruk gebruiken(P. 138) Een SD-card installeren(P.
Een document afdrukken De gecodeerde afdruk gebruiken 1009-02A Afdrukgegevens worden gecodeerd voordat ze naar het apparaat worden verzonden, wat de veiligheid meer verhoogt dan de gangbare functie Beveiligd afdrukken. Om deze functie te gebruiken, moet u de 'Encrypted Print Driver Add-in' installeren die is meegeleverd in het optionele pakket 'SD CARD-C1'. Een document dat wordt afgedrukt via de functie Beveiligd afdrukken wordt een 'gecodeerd document' genoemd.
Een document afdrukken Een document dat op het apparaat is opgeslagen, afdrukken (Opgeslagen taak afdrukken) 1009-02C De gegevens die vanaf een computer worden afgedrukt, kunnen worden opgeslagen op de SD-card die op het apparaat is geïnstalleerd. De opgeslagen gegevens kunnen rechtstreeks vanaf het apparaat worden afgedrukt, en daarom hoeft u niet iedere keer de computer te gebruiken wanneer u ze afdrukt.
Een document afdrukken 4 Geef de instellingen op voor het opslaan van documenten en klik op [OK]. [Datanaam] Wijs een naam toe om de gegevens die op de SD-card moeten worden opgeslagen, af te drukken. [Naam invoeren] Stel handmatig een naam in. Voer maximaal 24 tekens in voor de naam van de afdrukgegevens. Geef een vriendelijke naam op die gemakkelijk kan worden herkend op de display van het apparaat.
Een document afdrukken 6 Klik op [Afdrukken] of op [OK]. ➠ Het document wordt naar het apparaat verzonden en opgeslagen in het opgegeven vak. Een document afdrukken dat is opgeslagen in het apparaat 1 Druk op ( ). ● Als het apparaat offline is, werkt het niet, ook niet als u op ( ) drukt. Stel het apparaat op Online. Online toets(P. 25) 2 Druk op 3 Selecteer het vaknummer van het af te drukken document, en druk op / om te selecteren en druk vervolgens op 141 . .
Een document afdrukken Als het vak is beveiligd met een pincode ● Als het invoerscherm voor de pincode verschijnt, voer dan de pincode in en druk op . Als u de pincode niet goed weet, neem dan contact op met de beheerder van het apparaat. 4 Selecteer het document dat u wilt afdrukken en druk op . ➠ Het afdrukken wordt gestart. ● Om het afdrukken te annuleren, gebruikt u het bedieningspaneel. Afdrukken annuleren(P.
Een document afdrukken Een document verwijderen dat is opgeslagen in het apparaat 1009-02E De gegevens die zijn opgeslagen op de SD-card worden standaard na drie dagen verwijderd. Als u de opslagtermijn van de gegevens op de SD-card wilt veranderen of in het geheel wilt verhinderen dat ze automatisch worden gewist, verander dan de betreffende instellingen vanaf de externe UI. De opgeslagen gegevens kunnen ook handmatig worden verwijderd. De opslagperiode voor documenten veranderen(P.
Een document afdrukken 5 Klik op [OK]. Documenten handmatig verwijderen 1 Start de externe UI en meld u aan. De UI op afstand starten(P. 341) Als u zich hebt aangemeld in de Algemene Gebruikersstand ● Standaard is het apparaat zodanig ingesteld dat geen gebruikers (algemene gebruikers) anders dan de beheerder de documenten kunnen verwijderen. Om eindgebruikers te machtigen documenten te behandelen, moet u de instellingen veranderen. Eindgebruikers machtigen om documenten te behandelen(P.
Een document afdrukken 3 Klik op het vaknummer waar het te verwijderen document is opgeslagen. Als het vak is beveiligd met een pincode ● Wanneer het onderstaande scherm wordt weergegeven, voer dan de pincode in en klik op [OK]. 4 Activeer het selectievakje van het te verwijderen document, en klik op [Verwijderen]. ➠ Het geselecteerde document wordt verwijderd. ● U kunt op de tekstlink onder [Bestandsnaam] klikken om de details van het document te controleren.
Een document afdrukken ● Het kan een tijdje duren voordat er meer vrije ruimte op de SD-card komt, omdat de opgeslagen gegevens op de achtergrond worden verwijderd.
Een document afdrukken Een naam of pincode voor een vak instellen 1009-02F U kunt een naam voor een vak instellen en een pincode op het vak te openen. Als u een vriendelijke naam voor het vak instelt, kunt u het vak gemakkelijk herkennen als u met behulp van het printerstuurprogramma de plaats selecteert waar u de documenten wilt opslaan. Als u een pincode instelt, kunnen de opgeslagen documenten uitsluitend worden geopend door een beperkt aantal gebruikers, hetgeen de veiligheid verhoogt.
Een document afdrukken 5 Stel een naam en pincode in. [Boxnaam] Om een naam voor het vak op te geven, kunt u maximaal 96 tekens invoeren, afhankelijk van het lettertype. [PIN instellen] Als u een pincode wilt instellen, schakelt u het selectievakje [PIN instellen] in en typt u een pincode van maximaal zeven cijfers in het tekstvak [PIN]. Ter bevestiging typt u hetzelfde getal in in het tekstvak [Bevestigen]. ● Het eerste cijfer van de pincode kan geen '0' zijn.
Een document afdrukken Afdrukken zonder een bestand te openen (Direct Print) 1009-02H U kunt een bestand vanaf een webbrowser (externe UI) afdrukken zonder het bestand te openen. Bovendien kunt u ook een PDF-bestand afdrukken op het internet, door slechts het internetadres op te geven. Ondersteunde bestandsindelingen U kunt de volgende soorten bestanden afdrukken via Direct Print. Maar, afhankelijk van de bestandsstructuur, kan Direct Print eventueel niet beschikbaar zijn.
Een document afdrukken 3 Klik op het af te drukken soort bestand. [PDF-bestand] Klik om een PDF bestand af te drukken. [PS-bestand] Klik om een PS of EPS bestand af te drukken. [Afbeeldingsbestand] Klik om een JPEG of TIFF bestand af te drukken. [XPS-bestanden] Klik om een XPS bestand af te drukken. 4 Klik op [Bladeren]. ● Als het dialoogvenster verschijnt om bestanden te selecteren, selecteer dan het af te drukken bestand en klik op [Openen].
Een document afdrukken Als u een PDF bestand op het internet afdrukt ● Selecteer [URL], en voer het internetadres van het PDF bestand in. Als de gebruiker wordt geverifieerd, voer dan de gebruikersnaam en wachtwoord in. Als het PDF bestand is beveiligd door een wachtwoord ● Voer het wachtwoord in bij [Document wachtwoord]. Als u een PDF-bestand afdrukt dat is gekoppeld aan een policyserver ● Geef instellingen op voor [Beleidsserver gebruikersnaam] en [Wachtwoord beleidsserver].
Een document afdrukken ● Het kan een tijdje duren voordat het afdrukken start. KOPPELINGEN De UI op afstand gebruiken(P.
Een document afdrukken Afdrukinstellingen voor Direct Print 1009-02J Als u de instellingen voor Direct Print wilt veranderen overeenkomstig het af te drukken document, realiseer dan de volgende instellingen. Als u de afdrukinstellingen voor XPS-bestanden opgeeft ● Activeer het selectievakje [Afdrukticket prioriteren]. Als het selectievakje is geactiveerd, zijn enkele onderdelen mogelijk niet beschikbaar.
Een document afdrukken [Afdrukbereik] Geef het af te drukken paginabereik op. [Alle] Selecteer om alle pagina's af te drukken. [Pagina's opgeven] Selecteer om het afdrukbereik op te geven. Deze instelling is niet beschikbaar voor JPEG bestanden. [Kwaliteitsinstellingen] [Resolutie] Geef de resolutie op van af te drukken gegevens. [1200 dpi] Randen van tekens en afbeeldingen kunnen bij hoge resolutie helder worden gereproduceerd.
Een document afdrukken [Kleurinstellingen] [Grijswaardeomzetting] U kunt de methode selecteren om kleurendruk-gegevens om te zetten naar zwart/wit-gegevens. Voor XPS bestanden kunt u de omzettingsmethode voor ieder soort afbeeldingsgegevens opgeven: [Tekst], [Illustraties], en [Afbeelding]. [sRGB] Kleurgegevens worden geconverteerd naar zwart/wit-gegevens voor een kleurgetrouwe, soepele gradatie.
Een document afdrukken [Kopieën] Hiermee geeft u het aantal kopieën op. [Papierformaat] Geef het papierformaat op waarop u gaat afdrukken. ● Als u een PDF-bestand of XPS-bestand wilt afdrukken, geef dan [Automatisch] op om automatisch de optimale papierbron te selecteren. Als geen optimaal formaat wordt gevonden, wordt het papierformaat ingesteld dat is geselecteerd in ( Stndrd papierformaat(P. 466) ). [Papiersoort] Geef het papiersoort op waarop u gaat afdrukken.
Een document afdrukken [Linksboven] Afbeeldingen worden linksboven afgedrukt. [Zoom] De grootte van afbeeldingen aanpassen in-/uitschakelen. De grootte van de afdruk wordt aangepast terwijl de beeldverhouding van het origineel blijft gehandhaafd. [Uit] Als de afbeelding binnen de Afdrukgebied(P. 587) van het papier blijft, wordt ze afgedrukt met de afmetingen zoals ze zijn. Als een afbeelding groter is dan het afdrukbare gedeelte, wordt de afdruk verkleind.
Een document afdrukken [Uit] Er wordt geen afbeelding afgedrukt en er wordt geen fout weergegeven. [N op 1] Geef op of u al of niet meerdere pagina's op één vel wilt afdrukken door ze na elkaar te plaatsen. Als u bijvoorbeeld vier pagina's op één vel wilt afdrukken, selecteert u [4 op 1]. ● Als [Papierformaat] wordt ingesteld op [Automatisch], is dit onderdeel niet beschikbaar. [Paginavolgorde] Selecteer een indeling van de pagina-opmaak.
Een document afdrukken (00-99)]. U kunt de documenten in het vak vanaf het bedieningspaneel zo vaak afdrukken als u wilt. Hoe u een document afdrukt, ziet u in Een document afdrukken dat is opgeslagen in het apparaat(P. 141) . Dit onderdeel wordt weergegeven wanneer de SD-card is geïnstalleerd. KOPPELINGEN Afdrukken zonder een bestand te openen (Direct Print)(P.
Een document afdrukken Ontvangen e-mail afdrukken (E-Mail Print) 1009-02K Met behulp van E-Mail Print kunt u de melding en bijgevoegde JPEG of TIFF beeldbestanden van een e-mail die is ontvangen van de POP3 mailserver afdrukken zonder tussenkomst van een computer. E-mails kunnen handmatig worden ontvangen maar ook automatisch in regelmatige intervallen worden ontvangen.
Een document afdrukken Supported tekensets voor e-mail ● us-ascii ● iso-8859-1 ● iso-8859-15 (Als een bepaalde tekenset niet is opgegeven, wordt 'us-ascii' gebruikt.) Drukbare formaten van bijgevoegde beeldbestanden De functie E-Mail Print ondersteunt de volgende soorten afbeeldingsbestanden. ● JPEG-bestand ● TIFF-bestand ● Sommige bestanden zijn niet beschikbaar, afhankelijk van de bestandsstructuur. ● Voor iedere e-mail kunt u maximaal drie bijgevoegde bestanden afdrukken.
Een document afdrukken 4 Klik op [Bewerken]. 5 Geef de instellingen op voor E-Mail Print. E-Mail Print vanaf POP3 mailserver verrichten Bij he begin van het ontvangen van de e-mail worden alle e-mails die zijn opgeslagen in de mailbox van de mailserver afgedrukt. Als u e-mails die u op het apparaat wilt afdrukken, vooraf verzendt, kunt u de e-mails automatisch in regelmatige intervallen afdrukken of alle opgeslagen e-mails op een willekeurig tijdstip opslaan.
Een document afdrukken ● De POP3 mailserver moet de opdracht UIDL ondersteunen. Voor meer informatie neemt u svp contact op met uw netwerk- of serverbeheerder. [POP3-servernaam] Voer de naam van de mailserver of het IP-adres in voor het ontvangen van e-mails. [POP3-gebruikersnaam] Gebruik maximaal 32 alfanumerieke tekens voor de gebruikersnaam die wordt gebruikt om verbinding te maken met de mailserver.
Een document afdrukken Activeer het selectievakje om E-Mail Print met behulp van het SMTP protocol in te schakelen. U kunt deze instelling ook opgeven met behulp van in het instelmenu van het bedieningspaneel ( SMTP RX(P. 403) ). [SMTP-server poortnummer] Geef het poortnummer van de SMTP server op voor het ontvangen van e-mails. 6 Klik op [OK]. 7 Een harde reset uitvoeren. ● Klik op [Apparaatcontrole], selecteer [Harde reset] en klik vervolgens op [Uitvoeren].
Een document afdrukken Afdrukpositie(P. 437) TIFF Spooler(P. 438) Toon waarschuwingen(P. 438) Afdrbereik vergroten(P. 440) Halftonen(P. 440) Grijswaardeomzetting(P. 441) Geef op of u een fout van E-Mail Print al of niet wilt weergeven. Toon waarschuwingen(P. 374) Handmatig e-mails ontvangen Als het afdrukken van e-mails vanaf de POP3 mailserver is ingeschakeld, kunt u e-mails ook handmatig ontvangen en afdrukken.
Een document afdrukken ● Als de tonercartridge bijna leeg is, kunnen geen faxdocumenten worden ontvangen. De faxdocumenten die niet op dit apparaat konden worden ontvangen, worden afgedrukt op de oorspronkelijke multifunctionele printer. ● Als de optionele SD-card op het apparaat is geïnstalleerd, is het maximumformaat van een afdrukbaar TIFFbestand maximaal 100 MB. KOPPELINGEN Taakgeschiedenis controleren(P. 351) Logboeklijst E-Mail RX(P.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel .......................................................... 168 Verbinding maken met een mobiel toestel ..................................................................................................... 169 Optimaal gebruik maken van het apparaat door gebruik te maken van applicaties .................................. 170 AirPrint gebruiken .............
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel 1009-02L Door het apparaat te gebruiken in combinatie met een mobiel toestel, zoals een smartphone of tablet, kunt u gemakkelijk een juiste toepassing gebruiken. Tevens kunt u een mobiel toestel gebruiken om het apparaat op afstand te bedienen, de afdrukstatus te controleren en de instellingen van het apparaat te wijzigen. Verbinding maken met een mobiel toestel(P.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Verbinding maken met een mobiel toestel 1009-02R Verbind een mobiel toestel en het apparaat via een draadloze LAN router. Hoe u uw draadloze LAN router en mobiele toestellen instelt en bedient, leest u in de handleidingen van de toestellen. U kunt ook contact opnemen met uw leveranciers. ● Er wordt geen draadloze LAN-router bij het apparaat geleverd. U moet zelf zorgen voor dit onderdeel.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Optimaal gebruik maken van het apparaat door gebruik te maken van applicaties 1009-02S U kunt een geschikte applicatie waarmee u kunt afdrukken door het apparaat vanaf uw mobiele toestel te bedienen. Het apparaat ondersteunt een speciale applicatie van Canon en verschillende andere applicaties. U kunt de applicatie selecteren die het meest geschikte is voor uw mobiele toestel, de toepassing, de situatie, enzovoort.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel 171
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel AirPrint gebruiken 1009-08L Door afdrukgegevens draadloos vanaf Apple-apparaten te versturen, kunt u afdrukken zonder daarbij gebruik te maken van een printerstuurprogramma. Instellingen van AirPrint AirPrint-instellingen configureren(P. 172) Het scherm voor AirPrint weergeven(P. 174) Functies van AirPrint Afdrukken met AirPrint(P. 176) Problemen oplossen Als AirPrint gebruiken niet mogelijk is(P.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel 4 Klik op [Bewerken]. 5 Geef de vereiste instellingen op en klik op [OK]. [AirPrint gebruiken] Schakel dit selectievakje in als u wilt afdrukken met AirPrint. Schakel het selectievakje uit als u AirPrint wilt uitschakelen.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Voer de naam en de installatielocatie in om dit apparaat eenvoudig te herkennen vanaf uw Apple-apparaat. Deze informatie is handig als u meerdere AirPrint-printers gebruikt. Bij selectie van het vakje [AirPrint gebruiken] De volgende items worden ook automatisch ingesteld op . ● in IPv4 en IPv6 ● DNS configureren(P. 223) HTTP-communicatie uitschakelen(P.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Handelsmerken Apple, Bonjour, iPad, iPhone, iPod touch, Mac, Mac OS, Mac OS X, AirPrint en het AirPrint-logo zijn handelsmerken van Apple Inc.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Afdrukken met AirPrint 1009-08R U hebt niet altijd een computer nodig voor het afdrukken van e-mailberichten, foto's, webpagina's en andere documenten. Met AirPrint kunt u direct afdrukken vanaf Apple-apparaten zoals iPad, iPhone, iPod touch. Afdrukken vanaf een iPad, iPhone of iPod touch(P. 176) Afdrukken vanaf Mac(P. 177) Systeemvereisten Voor het afdrukken met AirPrint hebt u een van de volgende Apple-toestellen nodig.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel 4 Selecteer dit apparaat bij [Printer] in [Printer Options] (Printeropties). ● De printers in het netwerk worden weergegeven. Selecteer dit apparaat. ● [Printer Options] (Printeropties) wordt niet weergegeven in programma's die geen ondersteuning bieden voor AirPrint. U kunt dan ook niet draadloos afdrukken vanuit deze programma's. 5 Geef de gewenste afdrukinstellingen op.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Als AirPrint gebruiken niet mogelijk is 1009-08S Als AirPrint gebruiken niet mogelijk is, probeer dan een van de volgende oplossingen. ● Controleer dat het apparaat is ingeschakeld. Als het apparaat is ingeschakeld, schakel het dan eerst uit, wacht ten minste 10 seconden en zet het vervolgens weer aan en kijk of het probleem is verholpen. ● Controleer of er geen foutberichten worden weergegeven op de machine.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Google Cloudprinter gebruiken 1009-02U Google Cloudprinter is een service waarmee gebruikers met een Google-account kunnen afdrukken vanuit programma's zoals Google Documenten™ of Gmail™ via een smartphone, tablet of computer die is verbonden met internet. In tegenstelling tot het traditionele afdrukken vanaf een computer, is Google Cloudprinter een nieuwe technologie waarmee u kunt afdrukken zonder printerstuurprogramma.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel 1 Druk op ( 2 Druk op / ). om te selecteren en druk vervolgens op ● Als er een bericht wordt weergegeven, druk dan op . . 3 Selecteer en druk op 4 Selecteer en druk op 5 Selecteer of en druk op . . . De machine registreren bij Google Cloudprinter Het apparaat registreren bij Google Cloud Print maakt dat u overal vandaan kunt afdrukken.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel 4 Klik op [Registreren] in [Registratiestatus]. Als [Registreren] niet beschikbaar is ● U moet Google Cloudprinter inschakelen. Klik op [Bewerken], schakel het selectievakje [Google Cloudprinter gebruiken] in en klik op [OK].
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel 6 Volg de aanwijzingen op het scherm om de machine te registreren. ➠ U kunt afdrukken met een Google Cloudprinter compatibele applicatie zoals Google Chrome™, Gmail, of Google Docs. ● Ga naar de website van Google Cloudprinter voor informatie over de meest recente programma's die ondersteuning bieden voor Google Cloudprinter.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Het apparaat op afstand beheren 1009-02W U kunt de UI op afstand gebruiken vanuit een webbrowser die op uw mobiele toestel is geïnstalleerd. Zo kunt u de status van het apparaat controleren en instellingen van het apparaat opgeven vanaf uw mobiele toestel. Het scherm UI op afstand wordt mogelijk niet correct weergegeven door sommige apparaten en omgevingen.
Netwerk Netwerk Netwerk ............................................................................................................................................................... 185 Verbinding maken met een netwerk ............................................................................................................... 186 Verbinding maken met een bekabeld LAN ................................................................................................... 188 IP-adressen instellen ..........
Netwerk Netwerk 1009-02X De machine is ontworpen voor flexibel gebruik binnen verschillende omgevingen. Dit betekent dat de machine naast verschillende standaardfuncties voor netwerkgebruik, ook geavanceerde technologieën ondersteunt. Gelukkig hoeft u geen netwerkexpert te zijn om deze functies te kunnen gebruiken, bij het ontwerpen van de machine is immers ook rekening is gehouden met het gebruiksgemak.
Netwerk Verbinding maken met een netwerk 1009-02Y Het apparaat kan via bedraad LAN worden aangesloten op het netwerk, maar vereist dan een uniek IP-adres. Voor specifieke IP-adresinstellingen neemt u contact op met uw Internet serviceprovider of netwerkbeheerder. ● Als het apparaat is verbonden met een onbeveiligd netwerk, kunnen uw persoonlijke gegevens in handen komen van derden. ● Er wordt geen LAN-kabel of router bij het apparaat geleverd. U moet zelf zorgen voor deze onderdelen.
Netwerk Maak verbinding met een bedraad LAN. Verbinding maken met een bekabeld LAN(P. 188) Configureer het IP-adres. ● Op het tijdstip van aankoop is het apparaat zo ingesteld dat een IP adres automatisch wordt opgehaald. Wijzig deze instelling als u een specifiek IP adres wilt gebruiken. IP-adressen instellen(P.
Netwerk Verbinding maken met een bekabeld LAN 1009-030 Sluit de machine via een router aan op een computer. Sluit de machine met een LAN-kabel aan op de router. 1 Sluit een LAN-kabel aan. ● Sluit de machine met een LAN-kabel aan op een router. ● U hoort een klik als de connector van de kabel op zijn plaats klikt. 2 Controleer dat het LNK lampje ( ● Als het LNK lampje niet brandt. 3 ) brandt. Problemen met de bekabeld LAN-verbinding(P. 510) Wacht ongeveer twee minuten.
Netwerk ● U kunt het IP-adres ook handmatig instellen. IP-adressen instellen(P. 190) KOPPELINGEN Verbinding maken met een netwerk(P.
Netwerk IP-adressen instellen 1009-031 Als u de machine wilt gebruiken in een netwerk, hebt u een uniek IP-adres nodig. Er zijn twee versies van IP-adressen beschikbaar: IPv4 en IPv6. Configureer het IP-adres afhankelijk van de netwerkomgeving. Als u IPv6-adressen wilt gebruiken, moet u de IPv4-adresinstellingen op de juiste manier configureren.
Netwerk IPv4-adres instellen 1009-032 Het IPv4-adres van het apparaat kan automatisch worden toegewezen via een speciaal protocol zoals DHCP of het kan handmatig worden ingevoerd. Als u het apparaat verbindt met een bekabeld LAN, zorg er dan voor dat de stekker van de LAN-kabel stevig in de aansluiting zit ( Verbinding maken met een bekabeld LAN(P. 188) ). IPv4-adres instellen 1 Druk op ( 2 Druk op / ).
Netwerk 3 Selecteer , , of , en druk op . ● U kunt slechts één van de protocollen DHCP, BOOTP, en RARP gebruiken. Als het geselecteerde protocol wordt ingesteld op , worden de andere twee protocollen automatisch ingesteld op . 4 Selecteer , en druk op 5 Druk op 6 Selecteer , en druk op 7 Selecteer , en druk op . . . .
Netwerk 2 Selecteer , en druk op 3 Geef het IP-adres, het subnetmasker en het gateway-adres (of de standaardgateway). . ● Selecteer het item dat u wilt instellen en druk op , voer een adres in en druk op . Adressen invoeren ● Gebruik / om naar het doelveld te gaan (een door punten gescheiden invoergedeelte), en gebruik het numerieke toetsenblok om de waarde te verhogen / verlagen.
Netwerk ◼ De routerinstellingen controleren Als u een vast IP-adres wilt gebruiken, controleer dan de instellingen van de DHCP die functioneert om automatisch een IP-adres in een netwerk toe te wijzen. Om dubbel gebruik van het IP-adres te vermijden, moet u een IP-adres gebruiken buiten het bereik aan IP-adressen toegewezen door DHCP. Een router functioneert vaak als een DHCP-server, controleer daarom de routerinstellingen.
Netwerk IPv6-adres instellen 1009-033 De IPv6-adressen van het apparaat kunnen worden geconfigureerd via de externe UI. Voordat u IPv6-adressen instelt, moet u de instellingen voor het IPv4-adres controleren ( IPv4-adres instellen(P. 191) ). U moet de juiste IPv4-instellingen opgeven om te kunnen werken met IPv6-adressen.
Netwerk 4 Klik op [Bewerken] in [IPv6-instellingen]. 5 Schakel het selectievakje [Gebruik IPv6] in en configureer de vereiste instellingen.
Netwerk [Gebruik IPv6] Schakel dit selectievakje in om IPv6 te activeren op het apparaat. Als u IPv6 niet gebruikt, schakelt u het selectievakje uit. [Gebruik stateless adres] Schakel dit selectievakje in als u een stateless adres gebruikt. Als u geen stateless adres gebruikt, schakelt u het selectievakje uit.
Netwerk 7 Een harde reset uitvoeren. ● Klik op [Apparaatcontrole], selecteer [Harde reset] en klik vervolgens op [Uitvoeren]. ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. Controleren of de instellingen juist zijn ● Controleer of het scherm UI op afstand kan worden weergegeven op uw computer door het IPv6-adres van het apparaat te gebruiken. De UI op afstand starten(P.
Netwerk Het apparaat configureren voor afdrukken vanaf een computer 1009-034 Als u het apparaat gebruikt als een netwerkprinter, kunt u de protocollen en poorten configureren die u wilt gebruiken voor afdrukken en een printserver instellen voor het apparaat. Ga het apparaat pas configureren voor afdrukken vanaf een computer nadat u de basisprocedures hebt uitgevoerd, zoals het installeren van het printerstuurprogramma. Zie de Installatiehandleiding printerstuurprogramma voor meer informatie.
Netwerk Afdrukprotocollen en WSD-functies configureren 1009-035 Configureer de protocollen die worden gebruikt voor het afdrukken van documenten vanaf een netwerkcomputer. De ondersteunde protocollen zijn LPD, RAW, IPP/IPPS, WSD (Web Services on Devices) en FTP. Dit gedeelte beschrijft de instellingen van LPD, RAW, IPP/IPPS, en WSD. Raadpleeg FTP-clients gebruiken(P. 617) voor het gebruik van FTP. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P.
Netwerk 2 Configureer de instellingen. [Gebruik LPD-afdrukken] Schakel dit selectievakje in om af te drukken met LPD. Als u niet afdrukt met LPD, schakelt u het selectievakje uit. [Print LPD bannerpagina] Schakel het selectievakje in als informatie moet worden opgenomen op afdrukken, zoals gebruikersnamen en bestandsnamen. Schakel het selectievakje uit, als er geen informatie moet worden opgenomen.
Netwerk 2 Configureer de instellingen. [Gebruik RAW-afdrukken] Schakel dit selectievakje in om af te drukken met RAW. Als u niet afdrukt met RAW, schakelt u het selectievakje uit. [Gebruik bidirectionele communicatie] Bij bidirectionele communicatie om de computer te informeren over de apparaatstatus en voltooiing van het afdrukken, activeert u het selectievakje. Schakel anders het selectievakje uit.
Netwerk 2 Configureer de instellingen. [Gebruik IPP-afdrukken] Schakel dit selectievakje in om af te drukken met IPP/IPPS. Als u niet afdrukt met IPP/IPPS, schakelt u het selectievakje uit. [Gebruik TLS] Schakel dit selectievakje in om af te drukken met IPPS (IPP Print met TLS beveiligde communicatie). Als u niet afdrukt met IPPS, schakelt u het selectievakje uit. Bij gebruik van IPPS, moet u de functie TLS beveiligde communicatie inschakelen. beveiligde communicatie(P.
Netwerk 2 Configureer de instellingen. [Gebruik WSD-afdrukken] Schakel dit selectievakje in om af te drukken met WSD. Als u niet afdrukt met WSD, schakelt u het selectievakje uit. [Gebruik WSD-bladeren] Schakel dit selectievakje in om via WSD informatie over het apparaat op te halen van een computer. Dit selectievakje wordt automatisch ingeschakeld wanneer u het selectievakje [Gebruik WSD-afdrukken] inschakelt.
Netwerk ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. Het bedieningspaneel gebruiken ● Tevens kunt u LPD, RAW, en IPP afdrukken in- of uitschakelen in het instellingenmenu van het bedieningspaneel. LPD-instellingen(P. 389) RAW-instellingen(P. 390) IPP-afdrukken(P. 390) ● De instellingen voor WSD zijn ook bereikbaar via het instellingenmenu op het bedieningspaneel. WSD(P.
Netwerk IPP/IPPS inschakelen 1009-036 Om het afdrukprotocol op IPP of IPPS in te stellen, installeert u het printerstuurprogramma met onderstaande procedure die bij het besturingssysteem van uw computer past. Als u Windows Vista/7/8/Server 2008/Server 2012 gebruikt(P. 206) Bij Windows Server 2003(P. 212) ● Om de onderstaande procedure uit te voeren, moet u zich bij de computer aanmelden met een administratoraccount. ● Configureer de IPP afdrukinstellingen met de externe UI voordat u de procedure start.
Netwerk 4 5 Klik op [De printer die ik wil gebruiken, staat niet in de lijst]. Selecteer [Een gedeelde printer op naam selecteren], voer een verbindingsbestemming in en klik op [Volgende]. ● Voor het gebruik van IPP voert u 'http:///ipp' in voor de verbindingsbestemming. Voorbeeld: http://192.168.1.81/ipp ● Voor het gebruik van IPPS voert u 'https:///ipp' in voor de verbindingsbestemming. Voorbeeld: https://192.168.1.
Netwerk 7 8 Klik op [Bladeren]. Geef de map op waarin de printerstuurprogramma's zijn opgeslagen, selecteer het INF-bestand en klik op [Openen]. ● Geef de map op zoals hieronder weergegeven, afhankelijk van het besturingssysteem van uw computer. Als u niet zeker weet of het besturingssysteem van uw computer een 32-bits of 64-bits versie is, raadpleeg dan De bitarchitectuur controleren(P. 634) .
Netwerk 1 2 Start de webbrowser. Geef 'https:///' op in het adresveld en druk op de toets [Enter]. ● Voorbeeld: https://192.168.1.81/ ● As u een DNS-server gebruikt, voer dan '.' in, in plaats van 'IP-adres van het apparaat' (voorbeeld: https://mijn_printer.voorbeeld.com/). 3 Klik op [Doorgaan naar deze website (niet aanbevolen).]. ➠ De inlogpagina verschijnt.
Netwerk 6 7 8 Controleer of 'https:// of ./' wordt weergegeven en klik op [Toevoegen] [Sluiten]. Schakel het selectievakje [Beveiligde modus inschakelen (hiervoor moet Internet Explorer opnieuw worden gestart)] uit als het geactiveerd is. Klik op [OK]. ➠ Het scherm keert terug naar het scherm voor externe UI. 9 10 11 Sluit de webbrowser. Herhaal stappen 1 tot 3 om de externe UI te starten. Klik op [Certificaatfout] adresveld.
Netwerk 12 Klik op [Certificaat installeren]. 13 Klik op [Volgende]. 14 15 16 Selecteer [Alle certificaten in het onderstaande archief opslaan] en klik op [Bladeren]. Selecteer [Vertrouwde basiscertificeringsinstanties] en volg de instructies op het scherm om de 'Wizard Certificaat importeren' te voltooien. Als u het selectievakje [Beveiligde modus inschakelen (hiervoor moet Internet Explorer opnieuw worden gestart)] uitgeschakeld hebt in stap 7, moet u het selectievakje opnieuw activeren.
Netwerk Bij Windows Server 2003 Installeren van de printerstuurprogramma's vereist de Dvd-rom 'Gebruikerssoftware'. Steek de Dvd-rom 'Gebruikerssoftware' in het station van de computer voordat u de procedure start. ● Sluit het instelscherm dat verschijnt na het insteken van de Dvd-rom. 1 Open de printermap. 2 Dubbelklik op [Printer toevoegen]. 3 Klik op [Volgende]. 4 De printermap weergeven(P.
Netwerk 5 Selecteer [Verbinding maken met een printer op internet of op uw intranet:], voer de verbindingsbestemming in en klik op [Volgende]. ● Voor het gebruik van IPP voert u 'http:///ipp' in voor de verbindingsbestemming. Voorbeeld: http://192.168.1.81/ipp ● Voor het gebruik van IPPS voert u 'https:///ipp' in voor de verbindingsbestemming. Voorbeeld: https://192.168.1.81/ipp ● As u een DNS-server gebruikt, voer dan '.
Netwerk 8 Geef de map op waarin de printerstuurprogramma's zijn opgeslagen, selecteer het INF-bestand en klik op [Openen]. ● Geef de map op zoals hieronder weergegeven, in overeenstemming met het besturingssysteem van uw computer. 32-bits besturingssystemen Selecteer de map [UFR II]-uw taal-[32BIT]-[Driver] op de Dvd-rom 'Gebruikerssoftware'. 64-bits besturingssystemen Selecteer de map [UFR II]-uw taal-[x64]-[Driver] op de Dvd-rom 'Gebruikerssoftware'.
Netwerk Een printserver instellen 1009-037 Met een printserver kunt u de computer ontlasten die u gebruikt om af te drukken. Een bijkomend voordeel is dat de computers de printerstuurprogramma's via het netwerk kunnen installeren en dat u dit dus niet per computer hoeft te doen vanaf de Dvd-rom. Als u een computer in het netwerk wilt instellen als printserver, moet u de instellingen voor het delen van de printer configureren.
Netwerk Als [Opties voor delen wijzigen] wordt weergegeven ● Klik op [Opties voor delen wijzigen]. 4 Installeer eventueel aanvullende stuurprogramma's. ● Deze bewerking is noodzakelijk als u via de afdrukserver printerstuurprogramma's wilt installeren op computers met een andere bitarchitectuur. 1 Klik op [Extra stuurprogramma's]. 2 Schakel het selectievakje in van de bitarchitectuur van andere computers en klik op [OK].
Netwerk ● Selecteer extra stuurprogramma's uit de volgende opties in overeenstemming met het besturingssysteem van de afdrukserver.
Netwerk ◼ Printerstuurprogramma's via de afdrukserver installeren op een computer 1 Zoek de gedeelde printer op de printserver. gedeeld op de printserver(P. 632) Printers weergeven die worden 2 Dubbelklik op de gedeelde printer. 3 Volg de instructies op het scherm om de printerstuurprogramma´s te installeren. KOPPELINGEN Afdrukken vanaf een computer(P.
Netwerk De machine configureren voor uw netwerkomgeving 1009-038 De configuratie van een netwerk varieert naargelang de functie van het netwerk. Het apparaat is ontworpen voor compatibiliteit met zo veel mogelijk netwerkconfiguraties en ondersteunt om die reden verschillende technologieën. Overleg met de netwerkbeheerder en kies voor een configuratie die aansluit bij uw netwerkomgeving.
Netwerk Ethernet-instellingen configureren 1009-039 Ethernet is een standaard voor het uitwisselen van gegevens in een lokaal netwerk (LAN). U kunt de communicatiemodus (Half duplex/Full duplex) en het type Ethernet (10BASE-T/100BASE-TX/1000BASE-T) instellen. Over het algemeen is het zo dat u het apparaat kunt gebruiken zonder dat u de standaardinstellingen hoeft te wijzigen ( Ethernet-stuurprogr.(P. 400) ), maar u kunt de instellingen wijzigen om deze beter af te stemmen op uw netwerkomgeving.
Netwerk 3 Selecteer het type Ethernet. ● Selecteer Selecteer het type Ethernet ● Als u <1000 Base-T> selecteert, verandert de instelling voor in . 5 Verricht een harde reset. Een harde reset verrichten(P. 462) ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. KOPPELINGEN Een wachttijd instellen voor verbinding met een netwerk(P.
Netwerk Een wachttijd instellen voor verbinding met een netwerk 1009-03A Als in een netwerk redundante connectiviteit wordt aangeboden door de aanwezigheid van verschillende switching hubs of bridges, moet er een mechanisme zijn om te voorkomen dat pakketten in een oneindige lus terechtkomen. Een efficiënte oplossing is dus om voor elke switch-poort een bepaalde rol te definiëren.
Netwerk DNS configureren 1009-03C DNS (Domain Name System) is een service voor naamomzetting waarmee de naam van een host (of domein) wordt gekoppeld aan een IP-adres. Configureer de benodigde instellingen voor DNS, mDNS of DHCP. De procedures voor het configureren van DNS zijn verschillend voor IPv4 en IPv6. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 341) 2 Klik op [Instellingen/registratie]. 3 Klik op [Netwerk] 4 Configureer de DNS-instellingen. [TCP/IP-instellingen].
Netwerk IPv4 DNS configureren 1 Klik op [Bewerken] in [IPv4-instellingen]. 2 Configureer de DNS-instellingen van IPv4. [DNS-instellingen] [Primair DNS-serveradres] Voer het IP-adres van een DNS-server in. U kunt het IP-adres ook instellen vanaf het bedieningspaneel ( IPv4-instellingen(P. 384) ). [Secundaire DNS-serveradres] Voer het IP-adres van een eventuele secundaire DNS-server in. U kunt het IP-adres ook instellen vanaf het bedieningspaneel ( IPv4-instellingen(P. 384) ).
Netwerk Schakel dit selectievakje in om de DNS-records dynamisch bij te werken wanneer het IP-adres van het apparaat verandert. [mDNS-instellingen] [Gebruik mDNS] mDNS (multicast DNS) wordt ondersteund door Bonjour en is een protocol voor het koppelen van een hostnaam aan een IP-adres zonder DNS te gebruiken. Activeer het selectievakje om mDNS in te schakelen en geef de mDNS-naam op in het tekstvak [mDNS-naam] met maximaal 63 tekens.
Netwerk 2 Configureer de DNS-instellingen van IPv6. ● Het selectievakje [Gebruik IPv6] moet zijn ingeschakeld om de instellingen te configureren. adres instellen(P. 195) [DNS-instellingen] [Primair DNS-serveradres] Voer het IP-adres van een DNS server in. U kunt geen adres invoeren dat begint met 'ff' (of multicast-adressen), het adres '0000::0000' (allemaal nullen), of een adres dat begint met '0:0:0:0:0:ffff' of '0:0:0:0:0:0'.
Netwerk Voer het IP-adres van een eventuele secundaire DNS server in. U kunt geen adres invoeren dat begint met 'ff' (of multicast-adressen), het adres '0000::0000' (allemaal nullen), of een adres dat begint met '0:0:0:0:0:ffff' of '0:0:0:0:0:0'. [Gebruik IPv4-host/domeinnamen] Schakel het selectievakje in als u de host- en domeinnamen van IPv4 wilt gebruiken. [Hostnaam] Typ hier maximaal 47 alfanumerieke tekens voor de hostnaam van het apparaat dat u wilt registreren op de DNS-server.
Netwerk ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. KOPPELINGEN IPv4-adres instellen(P. 191) IPv6-adres instellen(P. 195) Netwerkstatusafdruk(P.
Netwerk WINS configureren 1009-03E WINS (Windows Internet Name Service) is een service voor naamomzetting waarmee een NetBIOS-naam (de naam van een computer of printer in een SMB-netwerk) wordt gekoppeld aan een IP-adres. U moet de WINS-server opgeven om WINS in te schakelen. ● Deze functie is niet beschikbaar in een IPv6-netwerk. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 341) 2 Klik op [Instellingen/registratie].
Netwerk 5 Schakel het selectievakje [WINS-resolutie] in, geef de vereiste instellingen op en klik op [OK]. [WINS-resolutie] Schakel dit selectievakje in als u WINS wilt gebruiken voor naamomzetting. Als u WINS niet gebruikt, schakelt u het selectievakje uit. [WINS-serveradres] Voer het IP-adres van de WINS-server in. ● Als het IP-adres van de WINS-server wordt verkregen van een DHCP-server, heeft het verkregen IP-adres prioriteit boven het IP-adres dat is ingevoerd in het vak [WINS-serveradres].
Netwerk ● U mag geen spaties gebruiken. ● Een eventuele werkgroepnaam die is ingesteld in [Werkgroepnaam] onder [SMB-instellingen] wordt automatisch gebruikt voor [SMB-werkgroepnaam]. Als de werkgroepnaam wordt veranderd in [SMBwerkgroepnaam], wordt dit ook toegepast op [Werkgroepnaam] onder [SMB-instellingen]. 6 Een harde reset uitvoeren. ● Klik op [Apparaatcontrole], selecteer [Harde reset] en klik vervolgens op [Uitvoeren]. ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht.
Netwerk SNTP configureren 1009-03F Met SNTP (Simple Network Time Protocol) kunt u de systeemklok synchroniseren met de tijdserver in het netwerk. Als u SNTP gebruikt, controleert het systeem regelmatig de tijdserver, zodat de systeemklok altijd accuraat is. ● De SNTP van het apparaat ondersteunt zowel NTP- (versie 3) als SNTP-servers (versies 3 en 4). 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 341) 2 Klik op [Instellingen/registratie].
Netwerk 4 Klik op [Bewerken] in [SNTP-instellingen]. 5 Schakel het selectievakje [Gebruik SNTP] in en geef de benodigde instellingen op. [Gebruik SNTP] Schakel het selectievakje in als u SNTP wilt gebruiken voor synchronisatie. Als u SNTP niet wilt gebruiken, schakelt u het selectievakje uit. [NTP-servernaam] Voer het IP-adres van de NTP- of de SNTP-server in. Als DNS beschikbaar is in het netwerk, kunt u in plaats daarvan de '.
Netwerk ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. Communicatie met de NTP-/SNTP-server testen ● U kunt de communicatiestatus bij de geregistreerde server zien door te klikken op [Instellingen/ registratie] [Netwerk] [TCP/IP-instellingen] en vervolgens te klikken op [Controleer verbinding NTPserver] in [SNTP-instellingen] dat verschijnt. Als een werkende verbinding tot stand is gebracht, wordt dit zoals hieronder aangegeven.
Netwerk De machine bewaken en bedienen met SNMP 1009-03H SNMP (Simple Network Management Protocol) is een protocol voor het bewaken en aansturen van communicatieapparaten in een netwerk dat werkt met MIB (Management Information Base). De machine ondersteunt SNMPv1 en SNMPv3 met extra beveiliging. U kunt de status van de machine controleren vanaf een computer wanneer u documenten afdrukt of de UI op afstand gebruikt. U kunt SNMPv1 of SNMPv3 inschakelen, of beide versies tegelijk.
Netwerk 3 Klik op [Netwerk] 4 Klik op [Bewerken]. 5 Geef instellingen voor SNMPv1 op. [SNMP-instellingen]. ● Als u de SNMPv1-instellingen niet hoeft te wijzigen, gaat u verder met de volgende stap.
Netwerk [Gebruik SNMPv1] Schakel dit selectievakje in om SNMPv1 in te schakelen. De overige instellingen voor SNMPv1 kunt u alleen opgeven als dit selectievakje is ingeschakeld. [Gebruik Community-naam 1]/[Gebruik Community-naam 2] Schakel het selectievakje in om een Community-naam op te geven. Als u geen Community-naam hoeft op te geven, schakelt u het selectievakje uit. [Community-naam 1]/[Community-naam 2] Gebruik maximaal 32 alfanumerieke tekens voor de naam van de community.
Netwerk [Gebruik SNMPv3] Schakel dit selectievakje in om SNMPv3 in te schakelen. De overige instellingen voor SNMPv3 kunt u alleen opgeven als dit selectievakje is ingeschakeld. [Geef gebruiker vrij] Activeer dit selectievakje om [Gebruikersinstellingen 1] tot [Gebruikersinstellingen 5] in te schakelen. Om de gebruikersinstellingen uit te schakelen, schakelt u het desbetreffende selectievakje uit. [Gebruikersnaam] Gebruik maximaal 32 alfanumerieke tekens voor de gebruikersnaam.
Netwerk [Contextnaam 1] tot [Contextnaam 5] Gebruik maximaal 32 alfanumerieke tekens voor de contextnaam. U kunt maximaal vijf contextnamen registreren. 7 Geef instellingen op voor het verkrijgen van informatie voor het beheren van printers. ● Met SNMP kunt u gegevens voor het beheren van printers, zoals afdrukprotocollen en printerpoorten, controleren en periodiek opvragen bij een computer in het netwerk.
Netwerk SNMPv1 uitschakelen ● Als SNMPv1 is uitgeschakeld, zijn bepaalde functies van het apparaat niet langer beschikbaar, zoals het opvragen van apparaatgegevens via het printerstuurprogramma. Het bedieningspaneel gebruiken ● De instellingen voor SNMP zijn ook bereikbaar via het instellingenmenu op het bedieningspaneel. instellingen(P.
Netwerk Instellingen voor software voor apparaatbeheer configureren 1009-03J U kunt het ophalen en het beheren van diverse gegevens over apparaten in het netwerk gemakkelijker maken door software voor apparaatbeheer, zoals imageWARE Enterprise Management Console, in het netwerk te implementeren. Informatie zoals apparaatinstellingen en foutlogboeken, wordt opgehaald en verdeeld via de server-computer.
Netwerk Instellingen voor Multicast Discovery opgeven 1 Klik op [Bewerken] in [Multicast Discovery-instellingen]. 2 Schakel het selectievakje [Reageren op Discovery] in en geef de benodigde instellingen op. [Reageren op Discovery] Schakel het selectievakje in als het apparaat moet reageren op pakketten voor Multicast Discovery van software voor apparaatbeheer en u bewaking door software voor apparaatbeheer wilt inschakelen. Als u wilt dat het apparaat niet reageert, schakel het selectievakje dan uit.
Netwerk 2 Schakel het selectievakje [Melden] in en geef de benodigde instellingen op. [Melden] Schakel het selectievakje in als u Software voor apparaatbeheer wilt informeren over de status van de stroomvoorziening van het apparaat. Als [Melden] is geselecteerd, wordt er niet onnodig gecommuniceerd tijdens de slaapstand en wordt het totale stroomverbruik teruggebracht. [Poortnummer] Kies deze optie om het poortnummer voor deze functie te wijzigen voor uw netwerkomgeving.
Netwerk ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. Het bedieningspaneel gebruiken ● Tevens kunt u Respons van Discovery in- of uitschakelen in het instellingenmenu van het bedieningspaneel. Respons v. Discovery(P. 394) ● De meldingsinstellingen voor stroomvoorziening zijn ook bereikbaar via het instellingenmenu op het bedieningspaneel. Sluimermelding inst.(P. 394) KOPPELINGEN De slaapstand instellen(P.
Netwerk SMB configureren 1009-03K SMB (Server Message Block) is een protocol voor het delen van bronnen, zoals bestanden en printers, met meerdere apparaten in een netwerk en het wordt gebruikt om het apparaat te registreren als een gedeelde printer in het SMB netwerk. ● SMB ondersteunt uitsluitend NetBIOS boven TCP/IP en ondersteunt niet NetBEUI. Configureer het IP-adres voordat u de SMB instellingen configureren. IP-adressen instellen(P.
Netwerk 4 5 Klik op [Bewerken]. Schakel het selectievakje [Gebruik SMB-server] in en geef de benodigde instellingen op. [Gebruik SMB-server] Als u het selectievakje activeert, wordt de computer op het SMB netwerk aangeduid als een SMB server. [Servernaam] Om de servernaam op te geven die wordt weergegeven in het SMB netwerk, kunt u maximaal 16 tekens invoeren, afhankelijk van het lettertype. De naam moet verschillen van de namen van alle andere computers en printers in het netwerk.
Netwerk ● Een eventuele werkgroepnaam die is ingesteld in [SMB-werkgroepnaam] onder [WINS-configuratie] wordt automatisch gebruikt voor [Werkgroepnaam]. Als de servernaam wordt veranderd in [Werkgroepnaam], wordt dit ook toegepast op [SMB-werkgroepnaam] onder [WINS-configuratie]. [Commentaren] Om benodigde commentaren op het apparaat te maken, kunt u maximaal 192 tekens invoeren, afhankelijk van het lettertype.
Netwerk Instellingen voor afdrukken op de computer configureren 1009-03L Configureer de verbindingsinstellingen en installeer het printerstuurprogramma op de computer zodanig dat u vanaf de computer via SMB netwerk op het apparaat kunt afdrukken. Verbinding met het SMB netwerk(P. 248) Het printerstuurprogramma installeren(P. 249) Verbinding met het SMB netwerk 1 2 3 Zorg dat [Eigenschappen van LAN-verbinding] weergegeven wordt. [Eigenschappen van LAN-verbinding] weergeven(P.
Netwerk 4 5 6 Klik op het tabblad [Algemeen] [Geavanceerd]. Klik op het tabblad [WINS], selecteer [NetBIOS via TCP/IP inschakelen] en klik vervolgens op [OK]. Klik op [OK] tot alle dialoogvensters gesloten zijn. ● Start de computer opnieuw op als dat wordt gevraagd. Het printerstuurprogramma installeren Installeer het printerstuurprogramma met de procedure beschreven in de 'Installatiehandleiding printerstuurprogramma'.
Netwerk 3 In de lijst selecteert u de 'Werkgroepnaam', 'Servernaam' en 'Printernaam' (in deze volgorde) die in de instellingen voor het SMB-protocol zijn opgegeven. SMB configureren(P.
Beveiliging Beveiliging Beveiliging ......................................................................................................................................................... 252 De machine beschermen tegen ongeoorloofde toegang ............................................................................... 253 Onbevoegde toegang voorkomen ................................................................................................................ 254 Toegangsmachtigingen instellen ......
Beveiliging Beveiliging 1009-03R De realiteit is dat overal en altijd vertrouwelijke gegevens worden verwerkt door informatieapparaten, waaronder computers en printers. Het vervelende is dat elk van deze apparaten het doelwit kan worden van kwaadwillende derden. Aanvallers kunnen ongeoorloofde toegang krijgen tot uw apparaten of indirect voordeel halen uit slordigheid. Hoe het ook zij, u kunt geconfronteerd worden met onverwachte verliezen als uw vertrouwelijke gegevens worden onderschept.
Beveiliging De machine beschermen tegen ongeoorloofde toegang 1009-03S Voorkom dat onbevoegden toegang krijgen tot de machine en deze kunnen gebruiken. U kunt verschillende beveiligingsmaatregelen treffen, zoals het beheren van toegangsmachtigingen en het instellen van firewalls.
Beveiliging Onbevoegde toegang voorkomen 1009-03U Dit gedeelte beschrijft de veiligheidsmaatregelen voor het voorkomen van onbevoegde toegang vanuit een extern netwerk. Dit moet absoluut worden gelezen voor alle gebruikers en beheerders voordat zij het apparaat, andere printers en multifunctionele apparaten die op het netwerk zijn aangesloten, gaan gebruiken.
Beveiliging ● Als een routeerbaar IP-adres is toegewezen aan een printer/multifunctioneel apparaat, kunt u een netwerkomgeving creëren waarin het risico van onbevoegde toegang wordt beperkt, door veiligheidssoftware te installeren, zoals een firewall, die toegang vanuit externe netwerken voorkomt. Als u een routeerbaar IP adres wil toewijzen aan een printer/multifunctioneel apparaat dat u wilt gebruiken, neem dan contact op met uw netwerkbeheerder.
Beveiliging Toegangsmachtigingen instellen 1009-03W Beveilig het apparaat tegen toegang door onbevoegden door alleen gebruikers met toegangsrechten toe te staan het apparaat te gebruiken. Toegangsrechten worden apart ingesteld voor het wachtwoord van de systeembeheerder, een account genaamd 'Afdelings-ID' en de externe UI. Wanneer toegangsrechten zijn ingesteld, moet de gebruiker een ID en pincode invoeren als hij of zij wil afdrukken of instellingen wil wijzigen.
Beveiliging Het wachtwoord van de systeembeheerder instellen 1009-03X Als u de instellingen voor het apparaat wilt opgeven vanaf de externe UI, moet u beheerdersrechten hebben. Volg onderstaande procedure om het wachtwoord van de systeembeheerder te veranderen. Informatie over het instellen van het wachtwoord van de systeembeheerder is essentieel voor de veiligheid van het apparaat. Daarom moet u ervoor zorgen dat uitsluitend beheerders het wachtwoord van de systeembeheerder kennen.
Beveiliging 4 Klik op [Bewerken]. 5 Voer het huidige wachtwoord in bij [Huidig wachtwoord systeembeheerder]. ● Het standaardwachtwoord is '7654321'. 6 Voer een nieuw wachtwoord in. [Wachtwoord instellen/wijzigen] Als u het wachtwoord wilt instellen of veranderen, schakelt u het selectievakje in en typt u maximaal 16 alfanumerieke tekens voor het wachtwoord in het vak [Wachtwoord]. Typ het wachtwoord ter bevestiging nogmaals in het vak [Bevestigen].
Beveiliging ● Als u op [OK] klikt terwijl het selectievakje is ingeschakeld en de selectievakjes [Wachtwoord] en [Bevestigen] zijn leeg, wordt het huidge wachtwoord verwijderd. 7 Voer, indien nodig, de naam en de contactinformatie van de systeembeheerder in en klik op [OK]. [Systeembeheerder] Gebruik maximaal 128 tekens voor de naam van de beheerder. [Contact Informatie] Voer maximaal 128 tekens in voor de contactinformatie van de beheerder.
Beveiliging Afdeling-ID beheer configureren 1009-03Y U kunt de toegang tot het apparaat beheren door meerdere ID's te gebruiken voor meerdere gebruikers of groepen. Als een gebruiker probeert het apparaat te gebruiken terwijl Afdelings-ID beheer is ingeschakeld, verschijnt er een aanmeldingsscherm en moet de gebruiker zijn of haar Afdelings-ID met bijbehorende pincode invoeren om toegang te krijgen tot het apparaat.
Beveiliging 3 Klik op [Afdeling-ID beheer] en registreer of bewerk Afdelings-ID's. Een afdelings-id registreren 1 Klik op [Nieuwe afdeling registreren]. 2 Geef de vereiste instellingen op en klik op [OK]. [Afdeling ID] Voer maximaal zeven cijfers voor de Afdelings-ID. [PIN instellen] Als u een pincode wilt instellen, schakelt u het selectievakje in en voert u een code in van maximaal zeven cijfers in de tekstvakken [PIN] en [Bevestigen].
Beveiliging Afdeling-ID beheer inschakelen Nadat u het gewenste aantal afdelings-id's hebt geregistreerd, kunt u Afdeling-ID beheer inschakelen. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 341) De UI op afstand 2 Klik op [Instellingen/registratie]. 3 Klik op [Afdeling-ID beheer] 4 Schakel het selectievakje [Afdeling-ID beheer inschakelen] in en klik op [OK]. [Instellingen].
Beveiliging [Afdeling-ID beheer inschakelen] Schakel het selectievakje in als u Afdelings-ID-beheer wilt activeren. Als u Afdelings-ID-beheer niet wilt gebruiken, schakel het selectievakje dan uit. ● Raadpleeg Taken blokkeren indien afdelings-id onbekend(P. 266) voor informatie over het selectievakje [Opdrachten met onbekende ID's accepteren].
Beveiliging [Gebruik PIN-bevestiging voor Afdeling-ID beheer] Als u het selectievakje activeert, wordt Afdelings-ID-beheer ingeschakeld voor het afdrukken met het XPS printerstuurprogramma. Als u Afdelings-ID-beheer niet wilt gebruiken, schakel het selectievakje dan uit. ● Als er geen enkel sleutelpaar in het apparaat is ingesteld, kunt u [Gebruik PIN-bevestiging voor AfdelingID beheer] niet inschakelen. Instellingen configureren voor sleutelparen en digitale certificaten(P.
Beveiliging 3 Klik op het tabblad [Apparaatinstellingen] en geef de vereiste instellingen op. 1 Activeer het selectievakje [Beheer afdelings-id gebruiken] en klik rechts ervan op [Instellingen]. 2 Geef de instellingen op en klik op [OK]. [Pincode instellen toestaan] Schakel het selectievakje voor het gebruik van een pincode in. [Afdelings-id] Voer maximaal zeven cijfers voor de Afdelings-ID. [Pincode] Voer maximaal zeven cijfers voor de pincode als deze is ingesteld voor de Afdelings-ID.
Beveiliging Aanmelden bij het apparaat ● Als u vanaf een computer wilt afdrukken terwijl Afdelings-ID beheer is ingeschakeld, verschijnt het volgende scherm (tenzij het selectievakje [Afdelings-id/pincode bevestigen bij afdrukken] leeg is): Taken blokkeren indien afdelings-id onbekend De fabrieksinstellingen zijn zodanig dat ook wanneer Afdelings-ID beheer is ingeschakeld, u van een computer kunt afdrukken zonder dat u een ID en pincode hoeft in te invoeren.
Beveiliging 4 Maak het selectievakje [Opdrachten met onbekende ID's accepteren] leeg en klik op [OK]. ● Als u het selectievakje deactiveert, kunnen gebruikers niet afdrukken met behulp van een methode die niet wordt ondersteund door afdelings-ID-beheer, of Direct Print gebruiken vanaf de externe UI waarop de gebruikers inloggen in de beheerdersmodus. KOPPELINGEN Toegangsmachtigingen instellen(P. 256) Het wachtwoord van de systeembeheerder instellen(P.
Beveiliging Een pincode instellen voor UI op afstand 1009-040 U kunt een pincode instellen voor toegang tot de UI op afstand. Alle gebruikers gebruiken een gewone pincode. ● Wanneer Afdelings-ID beheer is ingeschakeld, is deze instelling niet vereist. configureren(P. 260) 1 Druk op ( 2 Druk op / Afdeling-ID beheer ). om te selecteren en druk vervolgens op ● Als er een bericht wordt weergegeven, druk dan op . . 3 Selecteer
Beveiliging Communicatie beperken door firewalls in te stellen 1009-041 Zonder goede beveiliging kunnen onbevoegden toegang krijgen tot computers en andere communicatieapparaten die op een netwerk zijn aangesloten. Om deze ongewenste toegang te voorkomen, kunt u instellingen opgeven voor het filteren van gegevenspakketten. Op deze manier wordt de communicatie beperkt tot apparaten met bepaalde IPadressen of MAC-adressen.
Beveiliging IP-adressen opgeven voor firewallregels 1009-042 U kunt de communicatie beperken tot alleen apparaten met bepaalde IP-adressen of apparaten met specifieke IPadressen blokkeren maar andere communicatie toestaan. U kunt een afzonderlijk IP-adres opgeven of een bereik van IP-adressen. Voor gegevensontvangst kunt u IP-adressen opgeven door poortnummers in te voeren. ● U kunt maximaal 16 IP-adressen (of bereiken van IP-adressen) opgeven voor zowel IPv4 als IPv6.
Beveiliging 4 Klik op [Bewerken] voor het type filter dat u wilt gebruiken. [IPv4-adres: TX-filter] Selecteer deze optie om het verzenden van gegevens vanaf het apparaat naar een computer te beperken door IPv4-adressen op te geven. [IPv4-adres: RX-filter] Selecteer deze optie om het ontvangen van gegevens van het apparaat naar een computer te beperken door IPv4-adressen en het poortnummer op te geven.
Beveiliging 1 Activeer het selectievakje [Gebruik filter] en klik op het keuzerondje [Weigeren] of [Toestaan] voor het [Standaardbeleid]. [Gebruik filter] Schakel het selectievakje in als u de communicatie wilt beperken. Schakel het selectievakje uit als u de beperking wilt opheffen. [Standaardbeleid] Selecteer de voorwaarde voor het toestaan of weigeren van de communicatie van andere toestellen met het apparaat.
Beveiliging 3 Klik op [OK]. Voor verzendfilter Als u [Toestaan] in [Standaardbeleid] selecteert, geeft u de IP-adressen op van de apparaten waarvan de communicatie met het apparaat geblokkeerd moet worden. Als u [Weigeren] in [Standaardbeleid] selecteert, geeft u de IP-adressen op van de apparaten waarvan de communicatie met het apparaat toegestaan moet worden. 1 Klik op [Registreer nieuw]. 2 Geef de adresuitzonderingen op. ● Geef het IP-adres (of het bereik van IP-adressen) op in [Registreer adres].
Beveiliging Controleer op invoerfouten ● Als u IP-adressen of poortnummers verkeerd invoert, kunt u het apparaat mogelijk niet bereiken vanuit de UI op afstand. In dat geval stelt u in op . Adresfilter(P. 402) Een ingesteld poortnummer verwijderen ● Selecteer het poortnummer dat u wilt verwijderen en klik op [Verwijderen]. 3 Klik op [OK]. 4 Activeer het selectievakje [Gebruik filter] en klik op het keuzerondje [Weigeren] of [Toestaan] voor het [Standaardbeleid].
Beveiliging [Gebruik filter] Schakel het selectievakje in als u de communicatie wilt beperken. Schakel het selectievakje uit als u de beperking wilt opheffen. [Standaardbeleid] Selecteer de voorwaarde voor het toestaan of weigeren van de communicatie van andere toestellen met het apparaat. [Toestaan] Selecteer deze optie om communicatiepakketten te blokkeren wanneer deze bestemd zijn voor of afkomstig zijn van apparaten waarvan de IP-adressen zijn opgegeven in [Uitzondering adressen].
Beveiliging MAC-adressen opgeven voor firewallregels 1009-043 U kunt de communicatie beperken tot alleen apparaten met bepaalde MAC-adressen of apparaten met specifieke MAC-adressen blokkeren maar andere communicatie toestaan. U kunt maximaal 50 MAC-adressen opgeven. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 341) 2 Klik op [Instellingen/registratie]. 3 Klik op [Beveiliging] 4 Klik op [Bewerken] voor een filtertype. [MAC-adresfilter].
Beveiliging [TX-filter] Selecteer deze optie om het verzenden van gegevens vanaf het apparaat naar een computer te beperken door MAC-adressen op te geven. [RX-filter] Selecteer deze optie om het ontvangen van gegevens van het apparaat naar een computer te beperken door MAC-adressen op te geven. 5 Geef de instellingen voor pakketfiltering op.
Beveiliging [Weigeren] Selecteer deze optie om communicatiepakketten alleen door te geven wanneer deze bestemd zijn voor of afkomstig zijn van apparaten waarvan de MAC-adressen zijn opgegeven in [Uitzondering adressen]. Communicatie met andere apparaten is niet mogelijk. 2 Geef de adresuitzonderingen op. ● Typ het MAC-adres in het vak [Registreer adres] en klik op [Toevoegen]. ● U hoeft geen afbreekstreepjes of dubbelepunten te gebruiken in het adres.
Beveiliging KOPPELINGEN IP-adressen opgeven voor firewallregels(P.
Beveiliging Een proxy instellen 1009-044 Een proxy (of HTTP-proxyserver) verwijst naar een computer of software die HTTP-communicatie uitvoert voor andere apparaten, met name bij communicatie met bronnen buiten het netwerk, zoals bij het browsen op websites. De clientapparaten maken via de proxyserver verbinding met het externe netwerk en communiceren niet rechtstreeks met de externe bronnen.
Beveiliging 5 Schakel het selectievakje [Gebruik Proxy] in en geef de benodigde instellingen op. [Gebruik Proxy] Schakel het selectievakje in om de opgegeven proxyserver te gebruiken voor communicatie met een HTTPserver. [HTTP Proxy Server-adres] Voer het adres van de proxyserver in. Geef het IP-adres op of de hostnaam, afhankelijk van de omgeving. [HTTP Proxy Server-poortnummer] Wijzig eventueel het poortnummer. Voer een nummer in tussen 1 en 65535.
Beveiliging ● Klik op [Apparaatcontrole], selecteer [Harde reset] en klik vervolgens op [Uitvoeren]. ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. Het bedieningspaneel gebruiken ● De proxy-instellingen zijn ook bereikbaar via het instellingenmenu op het bedieningspaneel. instellingen(P. 392) KOPPELINGEN Google Cloudprinter gebruiken(P.
Beveiliging De functies van de machine beperken 1009-045 De kans bestaat dat sommige functies van de machine bijna nooit worden gebruikt of aanleiding geven voor misbruik. Uit veiligheidsoverwegingen kunt u de functionaliteit van de machine beperken door deze functies geheel of gedeeltelijk uit te schakelen. Beperkingen instellen voor de afdrukfuncties Beperkingen instellen voor de afdrukbewerkingen(P. 284) Beperkingen instellen voor USB-functies Beperkingen instellen voor USB-functies(P.
Beveiliging Beperkingen instellen voor de afdrukbewerkingen 1009-046 U kunt instellingen opgeven die verhinderen dat ontvangen afdrukgegevens automatisch worden afgedrukt, hetgeen papierverspilling vermindert en verhindert dat derden het apparaat gebruiken. Om deze functie te gebruiken, moet u een optionele SD card installeren. Een SD-card installeren(P. 598) ● Ook als de afdrukbewerkingen zijn beperkt, kunnen instellingslijsten en -rapporten worden afgedrukt. Rapporten en lijsten afdrukken(P.
Beveiliging 4 5 6 Klik op [Bewerken]. Voer het wachtwoord van de systeembeheerder in [Huidig wachtwoord systeembeheerder]. Schakel het selectievakje [Afdrukopdrachten beperken] in en klik op [OK].
Beveiliging [Afdrukopdrachten beperken] Schakel het selectievakje in om afdrukbewerkingen van het apparaat te beperken. Schakel het selectievakje uit als u de beperking wilt opheffen. 7 Een harde reset uitvoeren. ● Klik op [Apparaatcontrole], selecteer [Harde reset] en klik vervolgens op [Uitvoeren]. ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. Bij beperkte afdrukbewerkingen ● Uitsluitend opgeslagen afdruktaken kunnen vanuit de printerstuurprogramma's worden verricht.
Beveiliging Een document dat op het apparaat is opgeslagen, afdrukken (Opgeslagen taak afdrukken)(P.
Beveiliging Beperkingen instellen voor USB-functies 1009-047 USB is een handige manier om randapparatuur aan te sluiten en gegevens op te slaan of te verplaatsen. Bij een onjuist beheer kan USB echter ook een bron van informatielekkage zijn. Wees voorzichtig wanneer u USBgeheugenapparaten gebruikt. Dit gedeelte beschrijft hoe u de verbinding via de USB-poort van het apparaat kunt beperken en hoe u het gebruik van USB-geheugenapparaten kunt uitsluiten.
Beveiliging 6 Verricht een harde reset. Een harde reset verrichten(P. 462) ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. Beperkingen instellen functie USB Direct Print U kunt instellen dat er geen gegevens mogen worden afgedrukt die zijn opgeslagen op een USB-geheugentoestel. Nu kunnen er geen gegevens worden afgedrukt die zijn opgeslagen in het USB-geheugentoestel. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P.
Beveiliging 5 6 Voer het wachtwoord van de systeembeheerder in [Huidig wachtwoord systeembeheerder]. Maak het selectievakje [USB Direct afdruk] leeg en klik op [OK]. [USB Direct afdruk] Deactiveer dit selectievakje om direct afdrukken vanuit een USB-geheugentoestel uit te schakelen. Activeer dit selectievakje om direct afdrukken vanuit een USB-geheugentoestel in te schakelen.
Beveiliging Beperkingen instellen voor functies van het bedieningspaneel 1009-048 U kunt het gebruik van de sleutelparen op het bedieningspaneel beperken om te verhinderen dat de apparaatinstellingen abusievelijk worden veranderd. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 341) 2 Klik op [Instellingen/registratie]. 3 Klik op [Beveiliging] [Beheerinstellingen].
Beveiliging 4 5 6 Klik op [Bewerken]. Voer het wachtwoord van de systeembeheerder in [Huidig wachtwoord systeembeheerder]. Activeer het selectievakje van de te bepreken sleutel en klik op [OK].
Beveiliging [Te vergrendelen toetsen] U kunt het selectievakje activeren om de overeenkomstige sleutel te vergrendelen, ook als hij wordt ingedrukt vanaf het bedieningspaneel. Deactiveer het selectievakje om de sleutel te ontgrendelen. U kunt de instelsleutel ook ontgrendelen vanaf het bedieningspaneel ( Instellingen beheren(P. 379) ). ● Functies van de sleutels Bedieningspaneel(P.
Beveiliging HTTP-communicatie uitschakelen 1009-049 HTTP wordt gebruikt voor communicatie via het netwerk, bijvoorbeeld wanneer u het apparaat bedient via de UI op afstand. Als u een USB-verbinding gebruikt of HTTP om een andere reden niet nodig hebt, kunt u het protocol uitschakelen om aanvallen van kwaadwillende gebruikers via de ongebruikte HTTP-poort te voorkomen.
Beveiliging De UI op afstand uitschakelen 1009-04A De UI op afstand is handig omdat u dan instellingen voor de machine kunt opgeven via een webbrowser op een computer. U kunt de UI op afstand alleen gebruiken als de machine via het netwerk is verbonden met een computer.
Beveiliging De LAN poort uitschakelen 1009-04C Een LAN poort is een interface die een LAN kabel aansluit voor gebruik van een netwerk. Als u het apparaat via USB gebruikt, kunt u de LAN poort uitschakelen om het netwerk uit te schakelen en zo kwaadaardige indringing van derden via de LAN poort te blokkeren. 1 Druk op ( 2 Druk op / 3 Selecteer en druk op ).
Beveiliging De geschiedenis van afdruktaken verbergen 1009-04E Om de privacy van gebruikers te beschermen, kunt u instellingen opgeven om de geschiedenis van afdruktaken op het scherm van de externe UI weer te geven en de lijst met geschiedenis van afdruktaken af te drukken. De geschiedenis van afdruktaken wordt geactualiseerd en onderhouden, ook als is ingesteld dat hij wordt verborgen, zodat beheerders, indien nodig, de geschiedenis kunnen bekijken.
Beveiliging 5 Maak het selectievakje [Weergave opdrachtlog] leeg en klik op [OK]. [Weergave opdrachtlog] Als u het selectievakje deactiveert, verschijnt de geschiedenis van afdruktaken niet op het scherm van de externe UI en kan tevens de lijst met geschiedenis van afdruktaken niet worden afgedrukt. Als u het selectievakje activeert, verschijnt de geschiedenis van afdruktaken.
Beveiliging Geavanceerde beveiligingsfuncties implementeren 1009-04F Bevoegde gebruikers kunnen worden benadeeld door aanvallen van kwaadwillende personen, bijvoorbeeld door sniffing, spoofing en het manipuleren van gegevens die over een netwerk worden verzonden. Om uw belangrijke en kostbare gegevens te beschermen tegen deze aanvallen, ondersteunt de machine de volgende functies te verbetering van de veiligheid en beveiliging.
Beveiliging KOPPELINGEN Instellingen configureren voor sleutelparen en digitale certificaten(P.
Beveiliging TLS gebruiken voor beveiligde communicatie 1009-04H U kunt met behulp van Transport Layer Security (TLS) de communicatie coderen die plaatsvindt tussen het apparaat en een webbrowser op de computer en de af te drukken IPP Print gegevens. TLS is een mechanisme voor het coderen van gegevens die over het netwerk worden verzonden of ontvangen. TLS moet zijn ingeschakeld wanneer u de externe UI gebruikt voor het opgeven van instellingen voor IPSec (Pre-Shared Key Method), verificatie met IEEE 802.
Beveiliging 4 Klik op [Sleutel en certificaat] in [TLS-instellingen]. 5 Selecteer een sleutel in de lijst met sleutels en certificaten en klik op [Standaard sleutelinstellingen]. Details bekijken van een certificaat ● U kunt de details van het certificaat controleren of het certificaat verifiëren door op de gewenste tekstkoppeling onder [Sleutelnaam] te klikken of op het pictogram van het certificaat. Sleutelparen en digitale certificaten verifiëren(P.
Beveiliging 2 Klik op [Bewerken]. 3 Schakel het selectievakje [Gebruik TLS] in en klik op [OK]. [Gebruik TLS] Schakel dit selectievakje in om TLS voor externe communicatie te gebruiken. Als u TLS niet wilt gebruiken, schakelt u het selectievakje uit. TLS voor een functie gebruiken die compatibel is met beveiligde communicatie TLS gebruiken voor het afdrukken met IPP Voer de volgende instelling in om gebruik te maken van TLS bij het afdrukken met IPP.
Beveiliging [Netwerk] [TCP/IP-instellingen] selectievakje [Gebruik TLS] [OK] 7 [Bewerken] in [IPP-afdrukinstellingen] Activeer het Een harde reset uitvoeren. ● Klik op [Apparaatcontrole], selecteer [Harde reset] en klik vervolgens op [Uitvoeren]. ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. Het bedieningspaneel gebruiken ● Tevens kunt u TLS beveiligde communicatie in- of uitschakelen in het instellingenmenu van het bedieningspaneel. Instell. externe UI(P.
Beveiliging IPSec-instellingen configureren 1009-04J Internet Protocol Security (IPSec of IPsec) bestaat uit een verzameling protocollen voor het coderen van gegevens die worden getransporteerd over een netwerk, inclusief internet-netwerken.
Beveiliging ● HMAC-SHA1-96 Voordat u IPSec communicatie-instellingen configureert ● Controleer de IPSec instellingen in het besturingssysteem waarmee het apparaat zal communiceren. Een onjuiste combinatie van besturingssysteem- en apparaatinstellingen schakelt de IPSec-communicatie uit. Functionele beperkingen van IPSec ● IPSec ondersteunt communicatie naar een unicast-adres (of een bepaald apparaat). ● Het apparaat kan niet tegelijkertijd IPSec en DHCPv6 gebruiken.
Beveiliging 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 341) 2 Klik op [Instellingen/registratie]. 3 Klik op [Beveiliging] 4 Klik op [IPSec-beleidslijst]. [IPSec-instellingen].
Beveiliging 5 6 Klik op [Registreer IPSec-beleid]. Voer de naam van een beleid in [Policy-naam] en activeer het selectievakje [Beleid inschakelen]. [Policy-naam] Typ maximaal 24 alfanumerieke tekens als de naam die wordt gebruikt voor het identificeren van het beleid. [Beleid inschakelen] Schakel dit selectievakje in om het beleid in te schakelen. Als u het beleid niet gebruikt, schakelt u het selectievakje uit. 7 Geef de selectorinstellingen op.
Beveiliging [Lokaal adres] Selecteer in onderstaande lijst het type IP-adres van het apparaat waarop u het beleid wilt toepassen. [Alle IP-adressen] Selecteer deze optie om IPSec te gebruiken voor alle IP-pakketten. [IPv4-adres] Selecteer deze optie om IPSec te gebruiken voor alle IP-pakketten die van of naar het IPv4-adres van het apparaat worden verstuurd. [IPv6-adres] Selecteer deze optie om IPSec te gebruiken voor alle IP-pakketten die van of naar het IPv6-adres van het apparaat worden verstuurd.
Beveiliging [Handmatige IPv6-instellingen] Selecteer deze optie om een specifiek IPv6-adres of een bereik van IPv6-adressen op te geven waarvoor u IPSec wilt gebruiken. Typ het IPv6-adres (of het bereik van adressen) in het tekstvak [Handmatig in te stellen adressen]. [Handmatig in te stellen adressen] Als [Handmatige IPv4-instellingen] of [Handmatige IPv6-instellingen] is geselecteerd bij [Extern adres], typt u het IP-adres waarop het beleid moet worden toegepast.
Beveiliging Om het algoritme handmatig in te stellen, deactiveert u het selectievakje en selecteert u het algoritme. [Authentificatie] Selecteer het hash-algoritme. [Encryptie] Selecteer het coderingsalgoritme. [DH-groep] Selecteer de Diffie-Hellman-groep, die bepalend is voor de sterkte van de sleutel. [Vooraf gedeelde sleutelmethode] gebruiken voor verificatie 1 Selecteer [Vooraf gedeelde sleutelmethode] voor [AUTH-methode] en klik op [Instellingen gedeelde sleutel].
Beveiliging [PFS gebruiken] Schakel dit selectievakje in om PFS (Perfect Forward Secrecy) in te schakelen voor sleutels van IPSec-sessies. Als u PFS inschakelt, wordt de beveiliging verbeterd maar wordt de communicatie ook extra belast. Zorg ervoor dat PFS ook is ingeschakeld voor de andere apparaten. Als u PFS niet gebruikt, deactiveer het selectievakje dan. [Geldigheid] Geef hier op hoe lang SA wordt gebruikt als een communicatietunnel.
Beveiliging 10 Klik op [OK]. ● Als u nog een beveiligingsbeleid wilt registreren, gaat u terug naar stap 5. 11 Bepaal de volgorde van de beleidsinstellingen onder [IPSec-beleidslijst]. ● De bovenste set met beleidsinstellingen (ook wel beleidslijnen genoemd) wordt als eerst toegepast, dan de volgende in de lijst, enzovoort. Klik op [Prioriteit verhogen] of [Prioriteit verlagen] om een instelling één positie omhoog of omlaag te verplaatsen.
Beveiliging 2 Klik op [Instellingen/registratie]. 3 Klik op [Beveiliging] 4 Klik op [Bewerken]. 5 Schakel het selectievakje [Gebruik IPSec] in en klik op [OK]. [IPSec-instellingen].
Beveiliging [Gebruik IPSec] Activeer dit selectievakje als uw apparaat gebruikmaakt van IPsec. Als dat niet zo is, schakelt u het selectievakje uit. [Ontvangst non-policy pakketten toestaan] Als u het selectievakje activeert bij het gebruiken van IPSec, worden pakketten die niet beschikbaar zijn voor het geregistreerde beleid ook verzonden / ontvangen. Om verzenden / ontvangen van de pakketten die niet beschikbaar zijn voor het beleid uit te schakelen, deactiveert u het selectievakje.
Beveiliging IEEE 802.1X-verificatie configureren 1009-04K De machine kan als een clientapparaat worden aangesloten op een 802.1X-netwerk. Een doorsnee 802.1X-netwerk bestaat uit een RADIUS-server (verificatieserver), een LAN-switch (authenticator) en clientapparaten met verificatiesoftware (supplicants). Als een apparaat probeert verbinding te maken met het 802.
Beveiliging 3 Klik op [Netwerk] 4 Klik op [Bewerken]. 5 [IEEE 802.1X-instellingen]. Schakel het selectievakje [Gebruik IEEE 802.1X] in, typ de aanmeldingsnaam in het vak [Loginnaam] en geef de vereiste instellingen op.
Beveiliging [Gebruik IEEE 802.1X] Schakel dit selectievakje in om verificatie met IEEE 802.1X mogelijk te maken. [Loginnaam] Typ maximaal 24 alfanumerieke tekens als de naam (EAP-identiteit) die wordt gebruikt voor het identificeren van de gebruiker. TLS instellen 1 Schakel het selectievakje [Gebruik TLS] in en klik op [Sleutel en certificaat]. ● U kunt geen TLS gebruiken in combinatie met TTLS of PEAP.
Beveiliging Intern protocol voor TTLS ● U kunt MSCHAPv2 of PAP selecteren. Als u PAP wilt gebruiken, klik dan op het keuzerondje [PAP]. 2 Klik op [Wijzig gebruikersnaam/wachtwoord]. ● Als u een andere gebruikersnaam wilt opgeven dan de aanmeldingsnaam, schakelt u het selectievakje [Gebruik loginnaam als gebruikersnaam] uit. Schakel het selectievakje in als u de aanmeldingsnaam wilt gebruiken als de gebruikersnaam. 3 Stel de gebruikersnaam en het wachtwoord in en klik op [OK].
Beveiliging [Gebruikersnaam] Gebruik maximaal 24 alfanumerieke tekens voor de gebruikersnaam. [Wijzig wachtwoord] Als u het wachtwoord wilt instellen of wijzigen, schakelt u het selectievakje in en typt u maximaal 24 tekens voor het nieuwe wachtwoord in de vakken [Wachtwoord] en [Bevestigen]. 6 Klik op [OK]. 7 Een harde reset uitvoeren. ● Klik op [Apparaatcontrole], selecteer [Harde reset] en klik vervolgens op [Uitvoeren]. ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht.
Beveiliging Het bedieningspaneel gebruiken ● U kunt de IEEE 802.1X verificatie in- of uitschakelen vanuit het instellingenmenu op het bedieningspaneel. IEEE802.1X(P. 402) KOPPELINGEN Instellingen configureren voor sleutelparen en digitale certificaten(P.
Beveiliging Instellingen configureren voor sleutelparen en digitale certificaten 1009-04L Om de communicatie te coderen met een extern apparaat, moet vooraf een coderingssleutel worden verzonden en ontvangen via een onbeveiligd netwerk. Dit probleem wordt opgelost door cryptografie met openbare sleutels.
Beveiliging ● Sleutelpaar: RSA (512 bits*2, 1024 bits, 2048 bits, 4096 bits) Algoritme openbare sleutel (en sleutellengte) ● CA-certificaat: RSA (512 bits*2, 1024 bits, 2048 bits, 4096 bits) DSA (1024 bits/2048 bits/3072 bits) Algoritme voor handtekening certificaat SHA1-RSA, SHA256-RSA, SHA384-RSA*3, SHA512-RSA*3, MD5-RSA, of MD2-RSA Algoritme voor vingerafdruk certificaat SHA1 *1 De vereisten voor het certificaat in een sleutelpaar komen overeen met die voor CA-certificaten.
Beveiliging Sleutelparen genereren 1009-04R Een sleutelpaar kan worden gegenereerd met het apparaat wanneer dat nodig is voor versleutelde communicatie via Transport Layer Security (TLS). U kunt TLS gebruiken wanneer u toegang wenst tot het apparaat via de externe UI of IPP Print verricht. Er kunnen maximaal acht sleutelparen (inclusief de vooraf geïnstalleerde paren) worden geregistreerd op het apparaat.
Beveiliging 4 Klik op [Sleutel aanmaken]. Een geregistreerd sleutelpaar wissen ● Klik op [Verwijderen] bij het sleutelpaar dat u wilt verwijderen klik op [OK]. ● U kunt een sleutelpaar niet verwijderen als dit momenteel in gebruik is, bijvoorbeeld wanneer 'TLS' of 'IEEE 802.1X' wordt weergegeven onder [Sleutelgebruik]. In dat geval moet u de functie uitschakelen of het sleutelpaar vervangen voordat u het sleutelpaar kunt verwijderen. 5 Selecteer [Netwerkcommunicatie] en klik op [OK].
Beveiliging [Sleutelinstellingen] [Sleutelnaam] Gebruik maximaal 24 alfanumerieke tekens voor de naam van het sleutelpaar. Kies een naam die u eenvoudig kunt terugvinden in lijsten. [Algoritme handtekening] Selecteer het algoritme voor de handtekening in de vervolgkeuzelijst. [Sleutelalgoritme] RSA wordt gebruikt om een sleutelpaar te genereren. Selecteer de sleutellengte in de vervolgkeuzelijst. Hoe groter het aantal is voor de sleutellengte, hoe trager de communicatie verloopt.
Beveiliging Om vanuit Windows Vista/7/8/Server 2008/Server 2012 af te drukken met IPPS, moet het 'IP-adres' of de '.' waarmee een IPPS-verbinding tot stand wordt gebracht, ingevoerd worden in [Algemene naam]. ● Voer het IP-adres in als het vast is. ● Voer '.' in als een DNS-server gebruikt wordt. IPP/IPPS inschakelen(P. 206) 7 Klik op [OK]. ● Het genereren van sleutels voor netwerkcommunicatie kan 10 tot 15 minuten in beslag nemen.
Beveiliging 4 Klik op [Sleutel aanmaken]. Een geregistreerd sleutelpaar wissen ● Klik op [Verwijderen] bij het sleutelpaar dat u wilt verwijderen klik op [OK]. ● U kunt een sleutelpaar niet verwijderen als dit momenteel in gebruik is, bijvoorbeeld wanneer 'TLS' of 'IEEE 802.1X' wordt weergegeven onder [Sleutelgebruik]. In dat geval moet u de functie uitschakelen of het sleutelpaar vervangen voordat u het sleutelpaar kunt verwijderen.
Beveiliging [Sleutelinstellingen] [Sleutelnaam] Gebruik maximaal 24 alfanumerieke tekens voor de naam van het sleutelpaar. Kies een naam die u eenvoudig kunt terugvinden in lijsten. [Algoritme handtekening] Selecteer het algoritme voor de handtekening in de vervolgkeuzelijst. [Sleutelalgoritme] RSA wordt gebruikt om een sleutelpaar te genereren. Selecteer de sleutellengte in de vervolgkeuzelijst. Hoe groter het aantal is voor de sleutellengte, hoe trager de communicatie verloopt.
Beveiliging ● Voer '.' in als een DNS-server gebruikt wordt. inschakelen(P. 206) 7 IPP/IPPS Klik op [OK]. ● Het genereren van een sleutel en certificaatondertekeningsverzoek (CSR) kan ongeveer 10 tot 15 minuten in beslag nemen. 8 Klik op [Opslaan in bestand]. ● Er wordt een dialoogvenster voor het opslaan van het bestand weergegeven. Kies waar u het bestand wilt opslaan en klik op [Opslaan]. ➠ Het CSR-bestand (Key en Certificate Signing Request) wordt opgeslagen op de computer.
Beveiliging 5 6 Klik op [Certificaat registreren]. Klik op [Bladeren] in [Bestandspad], geef het bestand voor het certificaatondertekeningsverzoek op en klik op [Registreren]. KOPPELINGEN Door een CA uitgegeven sleutelparen en digitale certificaten gebruiken(P. 333) Sleutelparen en digitale certificaten verifiëren(P.
Beveiliging TLS gebruiken voor beveiligde communicatie(P. 301) IPSec-instellingen configureren(P.
Beveiliging Door een CA uitgegeven sleutelparen en digitale certificaten gebruiken 1009-04S Sleutelparen en digitale certificaten voor gebruik met het apparaat zijn verkrijgbaar bij een certificeringsinstantie (CA). U kunt deze bestanden opslaan en vervolgens registreren via de UI op afstand. Let er goed op dat het sleutelpaar en het certificaat voldoen aan de eisen die het apparaat stelt ( Vereisten voor sleutels en certificaten(P. 322) ).
Beveiliging 4 Klik op [Registreer sleutel en certificaat] of [Registreer CA-certificaat]. Een geregistreerd sleutelpaar of CA-certificaat wissen ● Klik op [Verwijderen] naast het sleutelpaar of CA-certificaat dat u wilt verwijderen [OK]. en klik vervolgens op ● U kunt een sleutelpaar niet wissen als het op dat moment in gebruik is, bijvoorbeeld wanneer '[TLS]' of '[IEEE 802.1X]' wordt weergegeven onder [Sleutelgebruik].
Beveiliging Een sleutelpaar of CA-certificaat wissen ● Klik op [Verwijderen] naast het bestand dat u wilt verwijderen en klik vervolgens op [OK]. 6 Klik op [Bladeren], selecteer het bestand dat u wilt installeren en klik op [Installatie starten]. ● Het sleutelpaar of CA-certificaat is geïnstalleerd op het apparaat. 7 Registreer het sleutelpaar of CA-certificaat. Een sleutelpaar registreren 1 Klik op [Registreren] naast het sleutelpaar dat u wilt opslaan.
Beveiliging KOPPELINGEN Sleutelparen genereren(P. 324) Sleutelparen en digitale certificaten verifiëren(P. 337) TLS gebruiken voor beveiligde communicatie(P. 301) IPSec-instellingen configureren(P. 305) IEEE 802.1X-verificatie configureren(P.
Beveiliging Sleutelparen en digitale certificaten verifiëren 1009-04U Als u sleutelparen en CA-certificaten hebt geregistreerd, kunt u de gegevens van deze onderdelen bekijken of hun geldigheid en handtekening controleren. 1 2 3 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 341) De UI op afstand Klik op [Instellingen/registratie]. Klik op [Beveiliging] certificaat].
Beveiliging ● De certificaatgegevens kunt u bekijken op dit scherm. 5 Controleer de details van het certificaat en klik op [Certificaatverificatie]. ● Het resultaat van het verifiëren van het certificaat wordt zoals hieronder weergegeven. KOPPELINGEN Sleutelparen genereren(P. 324) Door een CA uitgegeven sleutelparen en digitale certificaten gebruiken(P.
De UI op afstand gebruiken De UI op afstand gebruiken De UI op afstand gebruiken ..................................................................................................................... 340 De UI op afstand starten ................................................................................................................................... 341 Schermen van de UI op afstand .....................................................................................................................
De UI op afstand gebruiken De UI op afstand gebruiken 1009-04W Als u een webbrowser gebruikt om het apparaat op afstand te bedienen, kunt u de documenten die wachten om te worden afgedrukt, of de status van het apparaat controleren. U kunt ook enkele instellingen voor het apparaat realiseren. U hoeft uw bureau dus niet te verlaten om systeembeheertaken uit te voeren. Functies van de UI op afstand Documenten beheren en de status van de machine controleren(P.
De UI op afstand gebruiken De UI op afstand starten 1009-04X Om het apparaat op afstand te bedienen, moet u het IP-adres van het apparaat in een webbrowser invoeren en de UI op afstand opstarten. Controleer vooraf het IP-adres dat op het apparaat is ingesteld ( Statusafdruk netwerk(P. 457) ). Als u vragen hebt, neemt u contact op met de netwerkbeheerder. 1 Start de webbrowser. 2 Typ "http://(het IP-adres van de machine)/" in het adresveld en druk op [Enter].
De UI op afstand gebruiken ● Het standaard wachtwoord van de systeembeheerder is '7654321.' systeembeheerder instellen(P. 257) Het wachtwoord van de [Algemene gebruikersmodus] U kunt de status van documenten of van de machine controleren. Daarnaast kunt u enkele instellingen aanpassen. Als u afdrukdocumenten wilt verwijderen, typt u de gebruikersnaam van de documenten in het vak [Gebruikersnaam].
De UI op afstand gebruiken 343
De UI op afstand gebruiken Schermen van de UI op afstand 1009-04Y In dit gedeelte worden de belangrijkste schermen van de UI op afstand beschreven. Portaalpagina (Hoofdpagina)(P. 344) [Status Monitor / Annuleren] Pagina(P. 345) [Instellingen/registratie] Pagina(P. 346) [Box] Pagina(P. 347) [Direct afdrukken] Pagina(P. 348) Portaalpagina (Hoofdpagina) [Uitloggen] Hiermee meldt u zich af bij de UI op afstand. UI staat trouwens voor User Interface, ofwel gebruikersinterface in het Nederlands.
De UI op afstand gebruiken Informatie over verbruikseenheden Hier ziet u informatie over het papier en de resterende hoeveelheid toner in de tonercartridge. [Berichtendienst] Geeft een bericht van de systeembeheerder weer, zoals opgegeven bij [Berichtendienst/Support Link] in [Instellingen/registratie] [Licentie / Overig].
De UI op afstand gebruiken [Naar portal] Keert terug naar de portaalpagina (hoofdpagina). Menu Klik op een item en de inhoud wordt weergegeven op de rechterpagina. status van de machine controleren(P. 350) Documenten beheren en de Navigatiepad De reeks van pagina's die u hebt geopend om bij de huidige pagina te komen. U kunt hier zien welke pagina wordt weergegeven. Pictogram Vernieuwen Hiermee vernieuwt u de weergegeven pagina.
De UI op afstand gebruiken Navigatiepad De reeks van pagina's die u hebt geopend om bij de huidige pagina te komen. U kunt hier zien welke pagina wordt weergegeven. Pictogram Boven Hiermee verplaatst u het schuifvak naar het begin van de pagina als u naar beneden hebt gebladerd. Menu op de pagina [Instellingen/registratie] ● U kunt instellingen op de pagina [Instellingen/registratie] uitsluitend veranderen als u hebt ingelogd in de beheerdersmodus.
De UI op afstand gebruiken Navigatiepad De reeks van pagina's die u hebt geopend om bij de huidige pagina te komen. U kunt hier zien welke pagina wordt weergegeven. Pictogram Vernieuwen Hiermee vernieuwt u de weergegeven pagina. Vaknummer U kunt een vaknummer invoeren en op [Openen] klikken om het vak met het ingevoerde nummer te openen. Vakkenlijst U kunt op de tekstlink onder [Boxnummer] klikken om het betreffende vak te openen.
De UI op afstand gebruiken Navigatiepad De reeks van pagina's die u hebt geopend om bij de huidige pagina te komen. U kunt hier zien welke pagina wordt weergegeven. Pictogram Boven Hiermee verplaatst u het schuifvak naar het begin van de pagina als u naar beneden hebt gebladerd.
De UI op afstand gebruiken Documenten beheren en de status van de machine controleren 1009-050 De huidige status van afdruktaken controleren(P. 350) Taakgeschiedenis controleren(P. 351) Foutgegevens controleren(P. 353) Apparaatspecificaties controleren(P. 354) Gegevens van systeembeheerder controleren(P. 354) Totaal aantal afdrukken controleren(P. 355) ● De bestandsnaam van het document geeft slechts 128 tekens weer. De afgedrukte toepassingsnaam kan aan de bestandsnaam worden toegevoegd.
De UI op afstand gebruiken [Pauze] */[Hervatten] * Druk op [Pauze] om de huidige afdruktaak te stoppen. Druk op [Hervatten] om de onderbroken afdruktaak opnieuw te starten. ● Voor een beveiligd of gecodeerd document: als u op [Hervatten] klikt, verschijnt een vraag of u de pincode wilt invoeren. Voer de juiste de pincode in en klik op [OK]. * ( Niet weergegeven als is ingesteld op in het instellingenmenu van het bedieningspaneel Afdruk onderbreken(P. 377) ).
De UI op afstand gebruiken [Afdrukopdracht/Directe afdruk] Er worden maximaal 400 documenten weergegeven die zijn afgedrukt vanaf computers en USB-geheugentoestellen (maximaal 2.000 documenten als de SDcard is geplaatst). [Opgeslagen opdracht] De geschiedenis van maximaal 2.000 op het apparaat opgeslagen documenten wordt weergegeven (uitsluitend als de SD-card is geplaatst).
De UI op afstand gebruiken ● Verklein de omvang van een te verzenden e-mail. (Verklein de e-mail tot een omvang die geen aanleiding tot opsplitsing geeft.) ● Configureer de applicatie om te verhinderen dat emails worden opgesplitst voordat ze worden verzonden. De ontvangen e-mail bevat nietondersteunde codering of tekencodes. Voor te verzenden e-mails gebruikt u de codering en tekencodes die het apparaat ondersteunt. Schets van E-Mail Print(P. 160) De ontvangen e-mail is in een niet-ondersteunde indeling.
De UI op afstand gebruiken Meld u aan bij de UI op afstand ( Annuleren] [Foutgegevens] De UI op afstand starten(P. 341) ) [Status Monitor / Apparaatspecificaties controleren U kunt informatie bekijken, zoals de maximale afdruksnelheid en apparaatfuncties. Meld u aan bij de UI op afstand ( Annuleren] [Apparaatfuncties] De UI op afstand starten(P. 341) ) [Status Monitor / Gegevens van systeembeheerder controleren U kunt informatie over het apparaat en de systeembeheerder weergeven.
De UI op afstand gebruiken Meld u aan bij de UI op afstand ( De UI op afstand starten(P. 341) ) Annuleren] [Apparaatinformatie] [Status Monitor / Totaal aantal afdrukken controleren Geef het totaal aantal bladzijden weer dat is afgedrukt. Meld u aan bij de UI op afstand ( De UI op afstand starten(P. 341) ) Annuleren] [Controleer tellerstand] KOPPELINGEN Schermen van de UI op afstand(P.
De UI op afstand gebruiken Eindgebruikers machtigen om documenten te behandelen 1009-051 U kunt de instellingen configureren zodat u de documenten kunt verwijderen of onderbreken, ook als u zich in de Algemene Gebruikersstand aanmeldt op de UI op afstand. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 341) 2 Klik op [Instellingen/registratie]. 3 Klik op [Beveiliging] 4 Klik op [Bewerken]. [Beheerinstellingen].
De UI op afstand gebruiken 5 6 Voer het wachtwoord van de systeembeheerder in [Huidig wachtwoord systeembeheerder]. Schakel het selectievakje [Opdrachthandeling door algemene gebruiker toestaan] in en klik op [OK]. [Opdrachthandeling door algemene gebruiker toestaan] Als u het selectievakje activeert, kunnen algemene gebruikers documenten behandelen waarvan de gebruikersnaam overeenkomt met de naam die werd gebruikt om in te loggen.
De UI op afstand gebruiken KOPPELINGEN Schermen van de UI op afstand(P.
De UI op afstand gebruiken Menuopties instellen via de UI op afstand 1009-052 U kunt verschillende instellingen van de machine wijzigen met de UI op afstand. De meeste instellingen kunnen ook via het bedieningspaneel van de machine worden gewijzigd, maar sommige instellingen kunt u alleen wijzigen via de UI op afstand. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 341) De UI op afstand 2 Klik op [Instellingen/registratie].
De UI op afstand gebruiken Menu-items Verwijzing Netwerk Netwerk(P. 384) Indeling Lay-out(P. 405) Afdrukkwaliteit Afdrukkwaliteit(P. 409) Gebruikersonderhoud Gebruikersonderhoud(P. 416) Uitvoer/Controle Menu Utility (Hulpprogramma) Toestelregeling Rapporten en lijsten afdrukken(P. 550) Taakmenu(P. 460) U kunt ook de status van de machine regelen. Online toets(P. 25) Zachte reset(P. 462) De slaapstand instellen(P. 70) Beheerinstellingen Afdeling ID beheer Afdeling-ID beheer configureren(P.
De UI op afstand gebruiken Geregistreerde gegevens opslaan/laden 1009-053 Menuopties die op het apparaat zijn opgeslagen, kunt u ook opslaan in uw computer (exporteren). Gegevens die in de computer zijn opgeslagen, kunnen ook worden geregistreerd in het apparaat (importeren). Gegevens die vanaf dit apparaat zijn geëxporteerd, kunnen worden geïmporteerd in een ander apparaat van hetzelfde model. U kunt dus gemakkelijk diverse instellingen naar meerdere apparaten kopiëren.
De UI op afstand gebruiken Geregistreerde data opslaan 1009-054 U kunt apparaatinstellingen exporteren en deze opslaan in uw computer. We adviseren u regelmatig reservekopieën te maken van belangrijke instellingen. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 341) 2 Klik op [Instellingen/registratie]. 3 Klik op [Importeren/Exporteren] 4 De UI op afstand [Exporteren]. Selecteer de instellingen die u wilt exporteren en voer het wachtwoord voor versleuteling in.
De UI op afstand gebruiken [Instellingen/registratie] De instellingen van items die in [Instellingen/registratie] op de portaalpagina zijn vastgelegd, kunt u ook exporteren. Hiervoor activeert u de desbetreffende selectievakjes. [Instellingsgegevens MEAP-toepassing] Activeer dit selectievakje als u de instellingen van MEAP-applicaties wilt exporteren. [PDL-instellingsgegevens] Activeer dit selectievakje als u de instellingen die in zijn vastgelegd, wilt exporteren.
De UI op afstand gebruiken Geregistreerde data laden 1009-055 Laad (importeer) gegevens die zijn geëxporteerd uit het apparaat. U kunt ook instellingen importeren van een andere apparaat, als dat van hetzelfde model is als het uwe. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 341) 2 Klik op [Instellingen/registratie]. 3 Klik op [Importeren/Exporteren] 4 De UI op afstand [Importeren]. Geef aan welk bestand met instellingen u wilt importeren en voer het wachtwoord in.
De UI op afstand gebruiken [Bestandspad] Klik op [Bladeren] en selecteer het bestand. [Decryptiewachtwoord] Voer het wachtwoord in dat ook werd gebruikt bij het exporteren van de instellingen. 5 Klik op [Start importeren]. 6 Klik op [OK]. ➠ De instellingen uit het opgegeven bestand worden geïmporteerd op de machine. 7 Een harde reset uitvoeren. ● Klik op [Apparaatcontrole], selecteer [Harde reset] en klik vervolgens op [Uitvoeren].
Overzicht van menuopties Overzicht van menuopties Overzicht van menuopties ....................................................................................................................... 367 Menu Instellingen ............................................................................................................................................. 368 Instelmenu .........................................................................................................................................
Overzicht van menuopties Overzicht van menuopties 1009-056 Er zijn verschillende instellingen in dit apparaat. U kunt alle opties uitgebreid aanpassen. Geef de instellingen vanuit het instellingenmenu van het bedieningspaneel. OPMERKING Prioriteit van instellingen ● Instellingen die worden opgegeven in het printerstuurprogramma hebben voorrang boven de instellingen op het bedieningspaneel.
Overzicht van menuopties Menu Instellingen 1009-057 U kunt de instellingen opgeven voor de bedieningsomgeving van het apparaat en voor het afdrukken. Als u op het bedieningspaneel op ( ) drukt, verschijnt het menu Setup en toont de instel-items onder ieder functie-item. Instelmenu(P. 369) Papierbron(P. 383) Netwerk(P. 384) Lay-out(P. 405) Afdrukkwaliteit(P. 409) Interface(P. 413) Gebruikersonderhoud(P. 416) Afdrukmodus(P. 426) Specifieke instellingen voor de afdrukmodus(P. 428) MEAP-instellingen(P.
Overzicht van menuopties Instelmenu 1009-058 De instellingen van de sluimermodus en hoe het apparaat moet functioneren als er een fout optreedt, staan in een lijst en worden kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Sterretjes (*) ● Instellingen die zijn gemarkeerd met een sterretje (*), worden niet weergegeven, afhankelijk van andere instellingen en het feit of er een optionele SD-card op het apparaat is geïnstalleerd. Sluimerstand(P. 369) Sluimer zelfs fout(P.
Overzicht van menuopties Prior diep sluimeren Geef aan of u het stroomverbruik nog verder wilt verminderen als het apparaat en de computer via USB zijn verbonden. Uit Aan ( ) of ● Het is mogelijk dat het apparaat niet uit de slaapstand komt als u probeert af te drukken terwijl dit item is ingesteld op . In dat geval drukt u op om de slaapstand te verlaten. Tijd tot sluimerst.
Overzicht van menuopties Timerinstellingen U kunt de instellingen opgeven voor de apparaatbewerkingen en tijdstip voor sluimermodus en voor de functie Auto Reset die het hoofdscherm toont als er gedurende een ingestelde tijd geen toets wordt ingedrukt. Inschakeltimer Selecteer of de sluimermodus op een opgegeven tijd moet worden verlaten. De slaapstand instellen(P. 70) Uit Aan Inschakeltijd Stel de tijd in om de sluimermodus te verlaten als is ingesteld op . instellen(P.
Overzicht van menuopties Sluimertijd Voer een tijdstip in waarop de slaapstand moet ingaan als is ingesteld op . slaapstand instellen(P. 70) 00:00 tot 12:00 De tot 23:59 Waarschuwingsstap Geef op wat het apparaat moet doen als er een bericht verschijnt dat de levensduur van een tonercartridge is verstreken. Tonercart. waarsch. Geef op of de printer moet doorgaan met afdrukken of stoppen wanneer de tonercartridge spoedig het einde van zijn levensduur bereik. Doorgaan m. afdruk.
Overzicht van menuopties ( ) of Taal U kunt de taal die op het scherm van het bedieningspaneel, inlogscherm van de externe UI en de instellingslijsten verschijnt, veranderen.
Overzicht van menuopties Toon waarschuwingen Geef aan of waarschuwingsberichten moeten worden weergegeven als het apparaat zich in de waarschuwingsstand bevindt. Tonercart. waarsch. Selecteer of er een overeenkomstig bericht moet verschijnen als de vervangingstijd voor de tonercartridge nadert. Uit Aan ( ) waarsch.> of Waarsch. onderh.
Overzicht van menuopties Aan ( ) mailtrans.> of Datum/tijd-instell. Stel de huidige datum en tijd in. Datum Stel de huidige datum in de volgorde van jaar, maand, en dag in. Gebruik en gebruik de numerieke toetsen om de datum op te geven. / om de cursor te verplaatsen, 01/01 2001 tot 31/12 2030 ( ) Stel de datum in Tijd (24 uur) Stel de huidige datum in op basis van 24-uursnotatie.
Overzicht van menuopties ) ( instell.> of Een harde reset verrichten(P. 462) ) Startdatum/-tijd Hiermee geeft u de startdatum en -tijd van zomertijd op. Maand Week Dag Tijd (24 uur) ( ) instell.> Stel de datum en tijd in Een harde reset verrichten(P.
Overzicht van menuopties ( ) het bericht Stel de tijdzone in Verricht een harde reset ( Controleer Een harde reset verrichten(P. 462) ) Snel opstarten Als u de snelle startinstellingen opgeeft, kunt u een tijd reduceren tussen het moment dat het apparaat is ingeschakeld totdat het scherm actief wordt, reduceren. Het apparaat snel opstarten(P. 35) Uit Aan SD-kaart * Schakel de SD-card in of uit.
Overzicht van menuopties 2 uur 3 uur 6 uur 12 uur 24 uur Beveil. opdrachtlog * Als het apparaat wordt uitgezet tijdens het afdrukken, wordt er wellicht geen afdruklogboek gemaakt en het totale aantal afgedrukte pagina's wordt misschien niet geteld. Als u deze functie op instelt, wordt beslist een afdruklogboek gemaakt en wordt het totale aantal afgedrukte pagina's geteld. Maar de afdruksnelheid is dan lager. Uit Aan ( ) of bericht
Overzicht van menuopties UFR II UFR II (V4) PCL6 PS3 XPS (Direct) ( ) Selecteer de paginabeschrijvingstaal Controleer het bericht Verricht een harde reset ( Een harde reset verrichten(P. 462) ) Instellingen beheren ( ) sleutel op het bedieningspaneel wilt beperken om te verhinderen dat Selecteer of u het gebruik van de eventuele instellingen abusievelijk worden veranderd. Inst. toetsvergrend.
Overzicht van menuopties Scherm aanpassen U kunt contrast en helderheid van het display instellen. Contrast U kunt het contrast (helderheidsverschil tussen lichte en donkere gedeelten) van het scherm aanpassen aan de gebruikslocatie van het apparaat. -3 t/m 0 t/m +3 ( / ) Gebruik om het contrast in te stellen Het contrast instellen Stel een '+' waarde in om de helderheid van het scherm te verhogen.
Overzicht van menuopties ( ) of Toon tonermeter Selecteer of het tonerniveau rechtsonder in het scherm moet worden weergegeven. Uit Aan ( ) of Melding inst. volt. Geef op hoe lang (seconden) een bericht over een veranderde instelling moet worden weergegeven. Als u selecteert, wordt het bericht niet langer weergegeven. Uit 1 sec. 2 sec. 3 sec. ( )
Overzicht van menuopties ( ) 382 Selecteer de snelheid
Overzicht van menuopties Papierbron 1009-059 Zie Menu Invoer selecteren(P. 464) .
Overzicht van menuopties Netwerk 1009-05A Alle instellingen voor het netwerk worden kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Als niet verschijnt ● Als onder is ingesteld op , verschijnt niet in het menu Setup. Interfaceselectie(P.
Overzicht van menuopties IP-modus Selecteer hoe u het IP-adres wilt instellen. IPv4-adres instellen(P. 191) Automatisch Handmatig Protocol * Selecteer het te gebruiken protocol als is ingesteld op . Als u het geselecteerde protocol instelt op , worden de andere twee protocollen automatisch ingesteld op . IPv4-adres instellen(P. 191) Gebruik DHCP Uit Aan Gebruik BOOTP Uit Aan Gebruik RARP Uit Aan Auto IP * Selecteer of een IP-adres automatisch moet worden ontvangen.
Overzicht van menuopties Secundair adres 0.0.0.0 tot 255.255.255.255 ( ) Controleer het bericht instellingen> configureren Stel het adres in Selecteer de server die u wilt Verricht een harde reset ( Een harde reset verrichten(P. 462) ) mDNS-instellingen * Hier kunt u instellingen opgeven om DNS-functies te gebruiken zonder DNS-servers. configureren(P.
Overzicht van menuopties Aan ( ) instellingen> Controleer het bericht of of Verricht een harde reset ( Een harde reset verrichten(P. 462) ) IPv6-instellingen Selecteer of u het apparaat in een IPv6 netwerk wilt gebruiken. Gebruik de externe UI om de IPv6 adresinstellingen op te geven. IPv6-adres instellen(P. 195) IPv6 IPv6 in het apparaat in- of uitschakelen.
Overzicht van menuopties ( ) instellingen> naam(mDNS)> Controleer het bericht of Verricht een harde reset ( Een harde reset verrichten(P. 462) ) mDNS-naam * Stel dit item in als is ingesteld op .
Overzicht van menuopties ( ) instellingen> een harde reset ( Controleer het bericht of Verricht Een harde reset verrichten(P. 462) ) Inst. via FTP toest. Selecteer of de instellingen die vanuit FTP in het apparaat zijn geconfigureerd, worden veranderd. Uit Aan ( ) instellingen> Controleer het bericht Verricht een harde reset ( of Een harde reset verrichten(P.
Overzicht van menuopties waarna een time-out optreedt Verricht een harde reset ( Een harde reset verrichten(P. 462) ) RAW-instellingen Schakel RAW, een afdrukprotocol van Windows, in of uit. Stel ook een periode in waarna een afdruktaak automatisch wordt beëindigd wanneer de ontvangst van afdrukgegevens niet mogelijk is door een communicatiefout of een ander probleem. Gebruik de UI op afstand om instellingen op te geven voor bidirectionele communicatie. Afdrukprotocollen en WSD-functies configureren(P.
Overzicht van menuopties WSD Schakel automatisch bladeren en verkrijgen van informatie voor het apparaat in of uit door het WSD-protocol te gebruiken dat beschikbaar is op Windows Vista/7/8/Server 2008/Server 2012. Afdrukprotocollen en WSDfuncties configureren(P. 200) WSD-afdrukken Selecteer of u al of niet met het apparaat wilt afdrukken, met behulp van WSD.
Overzicht van menuopties HTTP Hiermee kunt u HTTP in- of uitschakelen. HTTP is een protocol dat vereist is voor communicatie met een computer, bijvoorbeeld wanneer u de UI op afstand gaat gebruiken of gaat afdrukken via WSD. HTTPcommunicatie uitschakelen(P. 294) Uit Aan Proxy-instellingen Geef instellingen op voor het gebruik van de proxyserver die HTTP communicatie bezorgt. instellen(P. 280) Een proxy Proxy De proxyserver in- of uitschakelen als het apparaat HTTP communicatie verricht.
Overzicht van menuopties Zelfde domein * De proxyserver in- of uitschakelen, ook voor het verrichten van HTTP communicatie met toestellen in hetzelfde domein. Gebruik Proxy Gebruik geen proxy ( ) instellingen> Controleer het bericht Verricht een harde reset ( of Een harde reset verrichten(P. 462) ) Proxyverificatie * De verificatiefunctie van de proxyserver in- of uitschakelen.
Overzicht van menuopties SNTP Selecteer of u tijd van de netwerktijd-server wilt ontvangen. Gebruik de externe UI om de serveradresinstellingen op te geven. SNTP configureren(P. 232) Uit Aan ( ) instellingen> Controleer het bericht of
Overzicht van menuopties Sluimerstandmelding SLP communicatie in- of uitschakelen. Als u selecteert, wordt de status van de stroomvoorziening van het apparaat doorgegeven aan imageWARE. Uit Aan ( ) instellingen> Controleer het bericht Verricht een harde reset ( of Een harde reset verrichten(P. 462) ) Poortnummer * Voer het poortnummer voor SLP communicatie in met beheersoftware.
Overzicht van menuopties ( ) instellingen> Controleer het bericht meldingsinterval in met behulp van de numerieke toetsen Voer het Verricht een harde reset ( Een harde reset verrichten(P. 462) ) Mopria Geef aan of het apparaat Mopria™ moet gebruiken. Afdrukken met Mopria™(P. 170) Uit Aan ( ) Controleer het bericht Verricht een harde reset ( of Een harde reset verrichten(P.
Overzicht van menuopties ( ) server> Controleer het bericht of Verricht een harde reset ( afdrukken> Controleer het bericht of Verricht een harde reset (
Overzicht van menuopties Alleen lezen ( ) Controleer het bericht instellingen> community> Selecteer de toegangsmachtiging
Overzicht van menuopties ) ( instellingen> reset ( Controleer het bericht of Verricht een harde Een harde reset verrichten(P. 462) ) ● Wanneer u activeert, kunnen toepassingen die gebruik maken van het SNMP-protocol, zoals Canon software imageWARE series, misschien geen toegang krijgen tot het apparaat. Afdrukrij * Selecteer of de SD-card in de opslaglocaties van ontvangen afdrukgegevens moet worden opgenomen.
Overzicht van menuopties 0 tot 300 (seconden) Instell. externe UI Geef instellingen op voor het gebruiken van UI op afstand. Met de externe UI geeft u de instellingen van het apparaat op vanaf een webbrowser. Externe UI Schakel de externe UI in of uit. De UI op afstand uitschakelen(P. 295) Uit Aan RUI-toeg. sec. inst. Selecteer of er een pincode wordt gebruikt voor toegang tot de externe UI. afstand(P. 268) Een pincode instellen voor UI op Uit Aan Toegangspin. ext.
Overzicht van menuopties Communicatiemodus * Als is ingesteld op , selecteer dan de Ethernet communicatiemodus. Half-duplex Full-duplex Type ethernet * Als is ingesteld op , selecteer dan het type Ethernet. 10 Base-T 100 Base-TX 1000 Base-T Prior. sluimermodus Selecteer of er prioriteit moet worden gegeven aan snel ontwaken uit de sluimermodus of aan een groter energiebesparingseffect van de sluimermodus.
Overzicht van menuopties IEEE802.1X IEEE 802.1X verificatie in- of uitschakelen. Gebruik de externe UI om gedetailleerde instellingen op te geven die worden toegepast als IEEE802.1X verificatie is ingeschakeld. IEEE 802.1X-verificatie configureren(P. 316) Uit Aan ( ) bericht Controleer het Controleer het bericht Verricht een harde reset ( of Een harde reset verrichten(P.
Overzicht van menuopties POP3 RX-interval Geef het interval voor automatisch verbinden met de mailserver (in minuten) op. Nieuwe e-mails in het postvak van de mailserver worden op de opgegeven intervallen automatisch ontvangen en afgedrukt. 0 tot 90 (minuten) ( ) inst.> Controleer het bericht
Overzicht van menuopties Netwerkinst. init. Selecteer deze optie om de standaardwaarden van de netwerkinstellingen te herstellen. initialiseren(P.
Overzicht van menuopties Lay-out 1009-05C De instellingen voor het verschijnen van de afdruk, inclusief rugmarges en afdrukposities verschijnen in een lijst, met korte beschrijvingen. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Aantal kopieën(P. 405) Offset Y/Offset X(P. 405) Inbindlocatie(P. 406) Rugmarge(P. 407) Alternatieve methode(P. 408) Aantal kopieën Hiermee geeft u het aantal kopieën op.
Overzicht van menuopties Verschuift de afdrukpositie horizontaal. Verschuivingswaarden Voor , stelt u een plus (+) waarde in om de afdrukpositie naar beneden te verschuiven. Voor , stelt u een plus (+) waarde in om de afdrukpositie naar rechts te verschuiven. Stel een minus (-) waarde in om de afdrukpositie in tegenovergestelde richting te verschuiven. Fijne instellingen voor de afdrukpositie opgeven U kunt
Overzicht van menuopties Selecteer het afdrukwerk over de korte zijde te binden. Rugmarge Stel de marge van de rand die is opgegeven in in door de afdrukpositie van de afdrukgegevens te verschuiven. Als u '0,0' selecteert, wordt de marge niet veranderd. -50,0 t/m 0,0 t/m +50,0 (mm) ( ) Gebruik / om de waarde voor de verschuiving op te geven Marges Geef de richting en breedte voor het verschuiven van de afdrukpositie van de afdrukgegevens op.
Overzicht van menuopties Instelwaarde Binden over de lange zijde Binden over de korte zijde '+' waarde Linker einde van het papier (voor bovenaan binden) Boveneinde van het papier (voor rechts binden) '-' waarde Rechter einde van het papier Boveneinde van het papier (voor onderaan binden) (voor rechts binden) Alternatieve methode Als u dubbelzijdig afdrukken toepast voor een document dat uit een oneven aantal pagina´s bestaat, kunt u selecteren of de laatste pagina in de enkelzijdige afdrukmodus word
Overzicht van menuopties Afdrukkwaliteit 1009-05E De instellingen over afdrukkwaliteit inclusief de resolutie en tonerdichtheid worden in een lijst geplaatst en kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Sterretjes (*) ● Instellingen gemarkeerd met een sterretje (*) worden niet weergegeven, afhankelijk van andere instellingen. Resolutie(P. 409) Beeldverfijning(P. 410) Toner sparen(P. 410) Dichtheid(P. 410) Dichtheid (fijnaanp)(P. 410) Halftonen(P.
Overzicht van menuopties Beeldverfijning * Schakel de effeningsmodus waarin de randen van tekens en afbeeldingen vloeiend worden afgedrukt, in of uit. verschijnt niet als is ingesteld op <1200 dpi>. Uit Aan ( ) of Toner sparen Geef deze instelling op als u het afwerken zoals een grote afdruktaak afdrukken, wilt controleren.
Overzicht van menuopties Tekst Resolutie Gradatie Kleurtoon Hoge resolutie Illustraties Resolutie Gradatie Kleurtoon Hoge resolutie Afbeelding Resolutie Gradatie Kleurtoon Hoge resolutie ( ) type beeldgegevens Selecteer het Selecteer de reproductiemethode voor halftonen Soort afbeeldingsgegevens Selecteer het soort afbeeldingsgegevens waarvoor de instellingen worden veranderd.
Overzicht van menuopties Implementeert drukwerk van hogere definitie dan de instelling , maar is iets minder goed in textuurstabiliteit. Deze afdrukstand is geschikt voor het afdrukken van randen van gegevens zoals tekens, dunne lijnen en CAD-gegevens. Kwaliteit verlagen Selecteer of het afdrukken moet worden voortgezet met automatische kwaliteitsreductie, als er onvoldoende geheugen beschikbaar is voor het verwerken. Doorgaan m. afdruk.
Overzicht van menuopties Interface 1009-05F Alle instellingen ten aanzien van interfaces voor communicatie met een computer en USB verschijnen in een lijst en worden kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Sterretjes (*) ● Instellingen gemarkeerd met een sterretje (*) worden niet weergegeven, afhankelijk van andere instellingen. Interfaceselectie(P. 413) Time-out(P. 414) Verbinding herkennen(P. 415) Uitgebr. RX-buffer(P.
Overzicht van menuopties ( ) bericht of Controleer het Verricht een harde reset ( Een harde reset verrichten(P. 462) ) Geef dit op om MEAP applicaties voorrang te verlenen. Selecteer deze optie om USB voorrang te verlenen boven NW.
Overzicht van menuopties ( ) of Time-outtijd * Stel de periode in tot een timeout optreedt. 5 tot 15 tot 300 (seconden) ( ) Stel de periode in met behulp van de numerieke toetsen Verbinding herkennen Bij afdrukken via een bekabeld LAN kan een probleem optreden zoals het onjuist afdrukken van een overlay of vervormde tekens. In dat geval stelt u in op .
Overzicht van menuopties Gebruikersonderhoud 1009-05H De instellingen voor apparaatinstellingen inclusief correctie van de afdrukpositie voor iedere papierbron en verbetering van afdrukkwaliteit verschijnen in een lijst, met korte beschrijvingen. U kunt deze instellingen opgeven als het apparaat offline is. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ).
Overzicht van menuopties Offset Y (2-zijdig)/Offset X (2-zijdig) * U kunt de verticale / horizontale afdrukpositie instellen om bij dubbelzijdig afdrukken op de eerste pagina (voorzijde) af te drukken. De afdrukpositie op de tweede pagina (achterzijde) volgt de instellingen voor de papierbron die beschikbaar is als het afdrukken wordt gestart.
Overzicht van menuopties ● Als een formaatverschil tussen het toegevoerde papier en de afdrukgegevens niet erg groot is, verschijnt er misschien geen bericht en blijft het afdrukken doorgaan, ook als de geselecteerde instelling is. Vervangend formaat Selecteer of de papierformaten A4 respectievelijk Letter wederzijds als vervanging mogen worden gebruikt.
Overzicht van menuopties ● Als u hier de optie instelt en het apparaat gebruikt in een omgeving met hoge luchtvochtigheid, kan de tonerdichtheid verminderen of ongelijkmatig worden. Spec. afdrukmodus A Er kunnen strepen op afdrukken verschijnen, afhankelijk van het papiertype of de omgevingscondities. In dit geval kan het instellen van dit item het probleem oplossen. Het verbeterende effect is het zwakst met en het sterkst met .
Overzicht van menuopties ● Als u hier de optie instelt en het apparaat in een omgeving met lage luchtvochtigheid gebruikt, kunnen de afgedrukte afbeeldingen of tekst vlekken gaan vertonen. Onderhoud SD-kaart * Als er een fout optreedt in een SD-card of wanneer u een SD-card wilt weggooien, kunt u alle gegevens wissen die op de kaart staan. Formatteren Initialiseert de SD-card. Alle gegevens die op de kaart zijn opgeslagen, worden gewist.
Overzicht van menuopties ( ) of ● Als u dit item instelt op , wordt de afdruksnelheid lager. Mod. strpjesc. aanp. Geef deze instelling op als een afgedrukte streepjescode niet correct kan worden gelezen. Het verbeterende effect wordt groter als het hieronder weergegeven modusnummer groter wordt. Uit Modus 1 Modus 2 Modus 3 Modus 4 ( )
Overzicht van menuopties Selectie verbindingsmethode Selecteer de methode om verbinding te maken met een computer die de firmware actualiseert. Papierinvoermethode Geef deze instelling op wanneer u een document gaat afdrukken op papier met logo's. Als u gaat afdrukken op papier met logo's, moet u voor enkelzijdig of dubbelzijdig afdrukken het papier in de papierbron anders laden. Als u de instelling echter wijzigt in
Overzicht van menuopties ● Als u selecteert, wordt de afdruksnelheid voor enkelzijdig afdrukken lager. Toon takenlijst Selecteer of een lijst met gegevens moet worden weergegeven die wordt afgedrukt en in de wachtrij wordt geplaatst als u ( ) op het bedieningspaneel indrukt. Uit Aan ( ● Als u ( ) of ) indrukt wanneer is geselecteerd, wordt de huidige afdruktaak geannuleerd. Inst.
Overzicht van menuopties ● Hiervoor kunt u alleen de USB-poort aan de rechterzijde van het apparaat gebruiken. Melding vr reiniging Selecteer of er een bericht moet verschijnen dat u vraagt de fixeereenheid te reinigen. Uit Aan ( ) of Tijd reinig.
Overzicht van menuopties Contr.tijd spec. tnr * Als u hebt ingesteld op , geef dan het tijdstip voor het weergeven van een bericht op. 1 t/m 20 t/m 99 (%) ( )
Overzicht van menuopties Afdrukmodus 1009-05J Alle instellingen voor het veranderen van de afdrukmodus verschijnen in een lijst en worden kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Sterretjes (*) ● Instellingen die zijn gemarkeerd met een sterretje (*), worden niet weergegeven, afhankelijk van de instellingen en het feit of er een optioneel ROM op het apparaat is geïnstalleerd. Autom. modusselectie(P. 426) Autom. selectie(P. 427) Modusprioriteit(P.
Overzicht van menuopties ( ) Selecteer de afdrukmodus Autom. selectie Schakel de selectiefunctie voor de automatische modus voor de afdrukmodi tijdens de automatische selectiemodus in of uit. Uit Aan ( ) afdrukmodus Selecteer de of ● Als alle afdrukmodi zijn ingesteld op , werkt het apparaat in de afdrukmodus die is opgegeven voor .
Overzicht van menuopties Specifieke instellingen voor de afdrukmodus 1009-05K U kunt het menu Setup gebruiken om voor iedere afdrukmodus specifieke instellingen op te geven. De voor de afdrukmodus specifieke instellingen worden voor iedere modus beschreven. UFR II(P. 429) PCL(P. 430) Beeldverwerking(P. 436) XPS(P. 442) PDF(P. 446) PS(P.
Overzicht van menuopties UFR II 1009-05L Dit gedeelte beschrijft de instellingen die beschikbaar zijn tijdens gebruik van UFR II met de regelopdrachten. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Papier besparen Selecteer of u wilt verhinderen dat lege pagina's worden uitgevoerd, indien zich in af te drukken documenten lege pagina's bevinden.
Overzicht van menuopties PCL 1009-05R Alle instellingen voor de PCL regelopdrachten verschijnen in een lijst en worden kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Sterretjes (*) ● Instellingen die zijn gemarkeerd met een sterretje (*), worden niet weergegeven, afhankelijk van de instellingen en het feit of het optioneel ROM op het apparaat is geïnstalleerd. Papier besparen(P. 430) Afdrukstand(P. 430) Lettertypenummer(P. 431) Puntgrootte(P. 431) Pitch(P.
Overzicht van menuopties Lettertypenummer Hiermee kunt u het standaardlettertype voor deze apparaatfunctie instellen aan de hand van de bijbehorende lettertypenummers. Geldige lettertypenummers zijn 0 tot 104. 0 tot 104 ( ) Gebruik de numerieke toetsen om het poortnummer in te voeren Puntgrootte * Als het getal dat is geselecteerd in toebehoort aan een proportioneel lettertype, verschijnt deze optie bij de -opties.
Overzicht van menuopties ( ) Gebruik de numerieke toetsen om de instelwaarde in te voeren Tekencode Hiermee kunt u de symbolenset selecteren die het meest geschikt is voor de hostcomputer.
Overzicht van menuopties PC862 HEBREW7 HEBREW8 ISOHEB ( ) Selecteer de tekencode Aangepast formaat Hiermee kunt u een aangepast papierformaat opgeven. Als is geselecteerd, kunt u een aangepast formaat invoeren. Niet instellen Instellen ( ) of Maateenheid * Hiermee kunt u de maateenheid opgeven die u wilt gebruiken voor het opgeven van het aangepaste papierformaat.
Overzicht van menuopties Y-afmeting * Hiermee kunt u de Y-afmeting van het aangepaste papier opgeven. U kunt de Y-afmeting aanpassen tussen 127,0 mm en 355,6 mm in stappen van 0,1 mm. 127,0 tot 355,6 mm ( ) Gebruik de numerieke toetsen om de instelwaarde in te voeren CR toevoegen aan LF Hiermee kunt u opgeven of u een wagenterugloop (CR) wilt aanhechten wanneer een regelinvoercode (LF) wordt ontvangen.
Overzicht van menuopties ( ) of BarDIMM * U de printerfunctie voor het afdrukken van streepjescodes inschakelen of uitschakelen. Inschakelen Uitschakelen ( ) of FreeScape * U kunt de AEC (Alternate Escape Code) opgeven die voor streepjescode-opdrachten moet worden gebruikt wanneer de hostcomputer de standaard Escape-code niet ondersteunt.
Overzicht van menuopties Beeldverwerking 1009-05S Alle instellingen voor beeldbestanden (JPEG en TIFF bestanden) die beschikbaar zijn voor USB Direct Print, Direct Print, en E-Mail Print worden in en lijst geplaatst en kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Sterretjes (*) ● Instellingen die zijn gemarkeerd met een sterretje (*), worden niet weergegeven, afhankelijk van andere instellingen en het feit of er een optionele SD-card op het apparaat is geïnstalleerd.
Overzicht van menuopties Selecteer deze optie als u een in horizontale richting lange afbeelding afdrukt. ● Als de opgegeven instelling van ( of ) niet overeenkomt met de afdrukrichting van de afbeelding, wordt de afbeelding verkleind afgedrukt. Zoomen De grootte van afbeeldingen aanpassen in-/uitschakelen. De grootte van de afdruk wordt aangepast terwijl de beeldverhouding van het origineel blijft gehandhaafd.
Overzicht van menuopties Als de TIFF-gegevens de informatie bevat die de afdrukpositie bepaalt, wordt de afbeelding afgedrukt volgens de informatie. Anders wordt het in het midden van het papier afgedrukt. JPEG-gegevens worden altijd in het midden van het papier afgedrukt. Afbeeldingen worden in het midden van het papier afgedrukt. Afbeeldingen worden linksboven afgedrukt.
Overzicht van menuopties Afdrukken Paneel ( ) Selecteer hoe het apparaat moet functioneren Er wordt geen afbeelding afgedrukt en er wordt geen fout weergegeven. Foutinformatie wordt afgedrukt en er wordt geen afbeelding afgedrukt. Er wordt geen afbeelding afgedrukt en er wordt een foutmelding weergegeven op het bedieningspaneel. E-mailtekst afdr.
Overzicht van menuopties ( ) of Afdrbereik vergroten Geef op of u de afbeelding al of niet wilt afdrukken door de vergroten. Afdrukgebied(P. 587) geheel tot het papierformaat te Uit Aan ( ) of ● Als u selecteert, kunnen bepaalde gedeelten van de afbeelding kort bij de rand van het papier ontbreken of het papier kan gedeeltelijk vlekkerig worden, afhankelijk van het origineel.
Overzicht van menuopties Drukt levendige afbeeldingen met een tonaal contrasteffect. Deze afdrukstand is geschikt voor het afdrukken van afbeeldingsgegevens zoals foto's. Levert fijn drukwerk door de randen van tekens scherp weer te geven. Deze afdrukstand is geschikt voor het afdrukken van gegevens van tekens en dunne lijnen met een heldere afwerking. Grijswaardeomzetting U kunt de methode selecteren voor het converteren van kleur-afdrukgegevens naar zwart/wit-afdrukgegevens.
Overzicht van menuopties XPS 1009-05U Alle instellingen voor de XPS bestanden die beschikbaar zijn voor USB Direct Print en Direct Print worden in een lijst geplaatst en kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Sterretjes (*) ● Instellingen die zijn gemarkeerd met een sterretje (*), worden niet weergegeven, afhankelijk van andere instellingen en het feit of er een optionele SD-card op het apparaat is geïnstalleerd. Halftonen(P. 442) Grijswaardeomzetting(P.
Overzicht van menuopties Soort afbeeldingsgegevens Selecteer het soort afbeeldingsgegevens waarvoor de instellingen worden veranderd. Selecteer voor tekens, voor lijnen en figuren, of voor afbeeldingen zoals foto's. Drukt gradatie en lijnen met vloeiende afwerking. Deze afdrukstand is geschikt voor het afdrukken van figuren en diagrammen met gradatie. Drukt levendige afbeeldingen met een tonaal contrasteffect.
Overzicht van menuopties Soort afbeeldingsgegevens Selecteer het type afbeeldingsgegevens waarvoor u de converteermethode wilt opgeven. Kleurgegevens worden geconverteerd naar zwart/wit-gegevens voor een kleurgetrouwe, soepele gradatie. Kleurgegevens worden geconverteerd naar zwart/wit-gegevens voor weergaven die gelijkwaardig zijn aan TV-beelden (NTSC).
Overzicht van menuopties ● U kunt dit onderdeel opgeven als er geen SD-card wordt gebruikt. Als is ingesteld op , werkt het apparaat altijd met geselecteerd ( SD-kaart(P. 377) ). Gecompr. beelduitv. Als is ingesteld op , kan de kwaliteit geleidelijk afnemen afhankelijk van de beeldgegevens. U kunt instellen wat het apparaat moet doen als de kwaliteit extreem afneemt. Uitvoer Weergavefout ( )
Overzicht van menuopties PDF 1009-05W Alle instellingen voor de PDF bestanden die beschikbaar zijn voor USB Direct Print en Direct Print worden in een lijst geplaatst en kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Form. aanp. aan pap.(P. 446) Afdrbereik vergroten(P. 446) N op 1(P. 447) Commentaar afdrukken(P. 447) Halftonen(P. 447) Grijswaardeomzetting(P. 448) Form. aanp. aan pap. Afdrukgebied(P. 587) van het papier.
Overzicht van menuopties N op 1 Selecteer of u al of niet meerdere pagina's op één vel wilt afdrukken door ze vanaf linksboven verkleind na elkaar te plaatsen. Als u bijvoorbeeld vier pagina's op één vel wilt afdrukken, selecteert u <4 op 1>. Uit 2 op 1 4 op 1 6 op 1 8 op 1 9 op 1 16 op 1 ( ) Selecteer de verzamelmethode Commentaar afdrukken Selecteer of u opmerkingen wilt afdrukken. Als u selecteert, worden opmerkingen in PDF bestanden afgedrukt.
Overzicht van menuopties Hoge resolutie ( ) type beeldgegevens Selecteer het Selecteer de reproductiemethode voor halftonen Soort afbeeldingsgegevens Selecteer het soort afbeeldingsgegevens waarvoor de instellingen worden veranderd. Selecteer voor tekens, voor lijnen en figuren, of voor afbeeldingen zoals foto's. Drukt gradatie en lijnen met vloeiende afwerking.
Overzicht van menuopties Kleurgegevens worden geconverteerd naar zwart/wit-gegevens voor een kleurgetrouwe, soepele gradatie. Kleurgegevens worden geconverteerd naar zwart/wit-gegevens voor weergaven die gelijkwaardig zijn aan TV-beelden (NTSC). Kleurgegevens worden geconverteerd naar zwart/wit-gegevens opdat uitsluitend de helderheid gelijk is aan alle RGB-niveaus.
Overzicht van menuopties PS 1009-05X Alle instellingen voor de PS regelopdrachten verschijnen in een lijst en worden kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Time-out taak(P. 450) PS-fouten afdrukken(P. 450) Halftonen(P. 450) Grijswaardeomzetting(P. 451) Time-out taak Als de tijd die is opgegeven in dit item is verstreken sinds het verwerken van een taak is gestart, sluit het apparaat automatisch de taak en ontvangt het de volgende taak.
Overzicht van menuopties Gradatie Hoge resolutie Illustraties Resolutie Gradatie Hoge resolutie Afbeelding Resolutie Gradatie Hoge resolutie ( ) type beeldgegevens Selecteer het Selecteer de reproductiemethode voor halftonen Soort afbeeldingsgegevens Selecteer het soort afbeeldingsgegevens waarvoor de instellingen worden veranderd. Selecteer voor tekens, voor lijnen en figuren, of voor afbeeldingen zoals foto's.
Overzicht van menuopties ( ) Selecteer de converteermethode Kleurgegevens worden geconverteerd naar zwart/wit-gegevens voor een kleurgetrouwe, soepele gradatie. Kleurgegevens worden geconverteerd naar zwart/wit-gegevens voor weergaven die gelijkwaardig zijn aan TV-beelden (NTSC). Kleurgegevens worden geconverteerd naar zwart/wit-gegevens opdat uitsluitend de helderheid gelijk is aan alle RGB-niveaus.
Overzicht van menuopties MEAP-instellingen 1009-05Y De instel-items voor het hoofdscherm over MEAP worden in een lijst geplaatst en kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Select. stndrdscherm U kunt het scherm opgeven dat verschijnt op het display van het bedieningspaneel als het apparaat start. Schermafdruk MEAP ( )
Overzicht van menuopties Controleer teller 1009-060 U kunt het totaal aantal afgedrukte pagina's controleren. ● Ook kunt u de tellerwaarde controleren door in het selecteren, evenals dit onderdeel. 101: Totaal 1 U kunt het totaal aantal afgedrukte pagina's controleren. (Alleen weergave) 113: Tot (z/w-klein) U kunt het totaal aantal afgedrukte pagina's controleren. (Alleen weergave) 114:Totaal 1(2-zijd) U kunt het totaal aantal dubbelzijdig afgedrukte pagina's controleren.
Overzicht van menuopties Menu initialiseren 1009-061 Selecteer deze optie om de standaardinstellingen van het hieronder genoemde menu Setup te herstellen. Menu initialiseren(P. 565) Instellingen die niet kunnen worden geïnitialiseerd ● U kunt de instellingen die zijn opgegeven voor en niet initialiseren. Als u de instellingen wilt initialiseren, raadpleeg dan De netwerkinstellingen initialiseren(P. 566) . Als u de instellingen
Overzicht van menuopties Hulpprogrammamenu 1009-062 U kunt het totale aantal afgedrukte pagina's weergeven en interne systeeminformatie afdrukken. Als u op het bedieningspaneel ( ) indrukt, verschijnt het menu Utility. U kunt de hieronder beschreven instellingen opgeven als het apparaat offline is. Controleer teller(P. 456) Configuratiepagina(P. 456) Statusafdruk netwerk(P. 457) Stat. verbr.art afdr(P. 457) Hulppr. e-mailafdruk(P. 457) Afdrukpositie afdr.(P. 458) Paginatellerlijst(P.
Overzicht van menuopties Statusafdruk netwerk Selecteer deze optie om een lijst af te drukken van de instellingen ( Netwerk(P. 384) ) voor het netwerk die zijn geconfigureerd in het apparaat. Tevens kunt u de informatie controleren over de veiligheid, inclusief de adresfilterinstellingen en IPSec-instellingen. Netwerkstatusafdruk(P. 550) Stat. verbr.
Overzicht van menuopties Logboeklst E-mail RX Selecteer deze optie om in het apparaat in lijstvorm een logboek af te drukken van onderwerp, ontvangstdatum/-tijdstip van ontvangen e-mails. Logboek afgedrukte e-mails(P. 558) Afdrukpositie afdr. Selecteer deze optie om opmerkingen af te drukken die de huidige afdrukpositie aangeven. aanpassen(P.
Overzicht van menuopties Tonercart. model Selecteer deze optie om het modelnummer van de tonercartridge voor het apparaat weer te geven. model tonercartridge controleren(P. 562) Het Resterende toner Selecteer deze optie om de resterende hoeveelheid toner weer te geven. weergeven(P. 562) De resterende hoeveelheid toner ● Het weergegeven resterende tonerniveau kan uitsluitend als schatting worden gezien en kan verschillen van het daadwerkelijk resterende tonerniveau.
Overzicht van menuopties Taakmenu 1009-063 U kunt documenten afdrukken die zijn opgeslagen op de SD-card en een afdruklogboek. Als u op het bedieningspaneel ( ) indrukt, verschijnt het Taakmenu. U kunt de hieronder beschreven instellingen opgeven als het apparaat offline is. Sterretjes (*) ● Instellingen die zijn gemarkeerd met '*1', worden niet weergegeven, afhankelijk van andere instellingen en het feit of er een optionele SD-card op het apparaat is geïnstalleerd.
Overzicht van menuopties Logboek afdruktaken *2 Selecteer deze optie om in lijstvorm een logboek af te drukken van documenten die vanaf de computer zijn afgedrukt. Opdrachtlog afdrukken(P. 556) Logboek opgesl taken *1*2 Selecteer deze optie om in lijstvorm een logboek van documenten af te drukken die zijn opgeslagen op de SD-card in het apparaat. Logboek opgeslagen opdrachten afdrukken(P. 557) Logb. afdr.
Overzicht van menuopties Menu Reset 1009-064 U kunt alle processen annuleren, gegevens in het geheugen verwijderen en het apparaat uitschakelen. Als u ( ) op het bedieningspaneel indrukt, verschijnt het menu Reset. Zachte reset(P. 462) Formulierinvoer(P. 463) Uitschakelen(P. 463) ● Als het bericht Ennn-nnnn (n is een getal) verschijnt, kan uitsluitend worden verricht. Zachte reset Selecteer deze optie om alle gegevens te wissen van afdruktaken die nog niet zijn voltooid (zachte reset).
Overzicht van menuopties 2 Gebruik / om te selecteren, houd minimaal 5 seconden ingedrukt en laat hem weer los. ➠ Het bericht verschijnt. 3 Selecteer en druk op . ➠ Als een harde reset wordt verricht, wordt het apparaat opnieuw gestart. ● Als een zachte of harde reset wordt verricht, worden ook beveiligde documenten op de optionele SD-card verwijderd.
Overzicht van menuopties Menu Invoer selecteren 1009-065 De instellingen voor de papierbron en het papierformaat dat in het apparaat is geladen, worden in een lijst geplaatst en kort toegelicht. Als u ( ) op het bedieningspaneel indrukt, verschijnt het menu Select Feeder. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Algemene instellingen ● De instellingen zijn hetzelfde als die voor in het Menu Instellingen(P. 368) .
Overzicht van menuopties Papierform. env.lade * Stel het papierformaat in dat in de optionele enveloptoevoer is geplaatst. voor de enveloptoevoer (optie)(P. 67) Het type en formaat papier opgeven Vrij formaat Aangep formaat Aangep formaat Env. ISO-C5 Env. Monarch Envelop nr. 10 Env. DL Papierform. MF-lade Hiermee geeft u het formaat op van het papier dat in de multifunctionele lade wordt geplaatst. en de papiersoort in de multifunctionele lade opgeven(P.
Overzicht van menuopties 16K Cassette voor aangepaste media A6 A5 Vrij formaat Aangep formaat Aangep formaat STMT A5-cassette A5 Vrij formaat Papiermagazijn Vrij formaat Automatisch Stndrd papierformaat U kunt geen papierformaat instellen met een computerbesturingssysteem of een mobiel toestel dat geen printerstuurprogramma ondersteunt. Als u toch wilt afdrukken met zo'n besturingssysteem of mobiel toestel, gebruikt u deze optie om het papierformaat voor het afdrukken in te stellen.
Overzicht van menuopties Het papierformaat selecteren Geef de instelling op volgens het formaat papier waarop u gaat afdrukken. Prioriteit MF-lade Selecteer of papier uit de multifunctionele invoer voorrang heeft als is ingesteld op . Als u selecteert, wordt het papier uit de multifunctionele lade genomen als hetzelfde papierformaat in zowel de multifunctionele lade als de papierlade is geplaatst.
Overzicht van menuopties ( ) Selecteer de papierbron of Selectie papierbron Selecteer de papierbron waarop u de functie Automatisch Lade Selecteren wilt toepassen. De instellingen wijzigen Selecteer om automatische selectie van papierladen in te schakelen voor de papierbron die u in het vorige scherm hebt geselecteerd ( ).
Overzicht van menuopties Papiersoort env.lade * Stel het type papier in die in de optionele enveloptoevoer is geplaatst. de enveloptoevoer (optie)(P. 67) Het type en formaat papier opgeven voor Envelop Envelop H Gem. soorten Papiersoort MF-lade Stelt de papiersoort in die is geladen in de multifunctionele lade. multifunctionele lade opgeven(P. 65) Het papierformaat en de papiersoort in de Normaal Normaal L Normaal L2 Zwaar 1 Zwaar 2 Zwaar 3 Envelop Envelop H Etiketten Gem.
Overzicht van menuopties Selecteer deze optie om op de voorzijde af te drukken (de zijde om eerst te bedrukken). Selecteer deze optie om de achterkant van het papier te bedrukken (tegenovergestelde zijde van de reeds bedrukte zijde). Dubbelz. afdrukken Selecteer of u aan beide zijden van het papier wilt afdrukken. Uit Aan ( ) of Lade1 model select. Stel het type cassette in dat u wilt gebruiken als lade 1.
Problemen oplossen Problemen oplossen Problemen oplossen ..................................................................................................................................... 472 Papierstoringen verhelpen ............................................................................................................................... 474 Er wordt een foutbericht weergegeven ...........................................................................................................
Problemen oplossen Problemen oplossen 1009-066 Als er een probleem optreedt, raadpleegt u dit hoofdstuk om oplossingen te zoeken voordat u contact opneemt met Canon. ◼ Papierstoringen Als er papier vastloopt, raadpleegt u Papierstoringen verhelpen(P. 474) om het vastgelopen papier te verwijderen. ◼ Er wordt een bericht weergegeven Raadpleeg Er wordt een foutbericht weergegeven(P. 491) als een bericht wordt weergegeven op het scherm.
Problemen oplossen 473
Problemen oplossen Papierstoringen verhelpen 1009-067 Als er een papierstoring optreedt, klinkt er een alarm en de storingslocatie wordt aangeduid op het scherm. Druk op om eenvoudige oplossingen weer te geven. Als u de procedures op het scherm niet goed begrijpt, raadpleegt u de volgende gedeeltes om storingen te verhelpen. Als er op een bepaald moment op meerdere plaatsen een papierstoring optreedt, controleer dan alle weergegeven berichten. lees de waarschuwingen in Belangrijke veiligheidsinstructies(P.
Problemen oplossen Trek het vastgelopen papier niet hardhandig uit het apparaat ● Hierdoor kunnen inwendige onderdelen beschadigd raken. Als u het papier niet kunt verwijderen, neemt u contact op met uw Canon-dealer of met de Canon-helpdesk. Wanneer een probleem niet kan worden opgelost(P. 528) Papierstoringen in de multifunctionele lade Als er zich papier in de lade bevindt, verwijder het dan eerst.
Problemen oplossen ◼ Papierstoringen in de papierlade 1 2 Trek de papierlade naar buiten zo ver als het gaat, en verwijder hem door hem aan de andere zijde op te tillen. Trek het papier voorzichtig uit het apparaat. ● Als de optionele papiertoevoer (lade 2) is bevestigd, trekt u het papier op dezelfde manier uit het apparaat. 3 Plaats de papierlade. 4 Open en sluit de bovenklep. ● Als de bovenklep wordt geopend en gesloten, verdwijnt het bericht over de papierstoring. 1 Open de bovenklep.
Problemen oplossen ◼ Papierstoringen in het optionele papiermagazijn 1 Druk op de knop om de deur te openen. 2 Trek het papier voorzichtig uit het apparaat. 3 Sluit de deur. 4 Open en sluit de bovenklep. ● Als de bovenklep wordt geopend en gesloten, verdwijnt het bericht over de papierstoring. 1 Open de bovenklep. ● Houd de hendel aan de linker zijde vast en open de bovenklep.
Problemen oplossen 2 Sluit de bovenklep. Als het bericht aanwezig blijft ● Op andere locaties kan papier zijn vastgelopen. Controleer de andere locaties, en verwijder eventueel vastgelopen papier. Als het bericht aanwezig blijft, controleer dan of de bovenklep goed is gesloten. Papierstoringen in de Duplex-eenheid Trek het vastgelopen papier niet hardhandig uit het apparaat. Als het vastgelopen papier niet gemakkelijk kan worden verwijderd, gaat u verder met de volgende stap.
Problemen oplossen 3 2 1 Sluit de achterklep. Verwijder het vastgelopen papier uit de duplex-eenheid. Trek de duplex-eenheid eruit ● Houd de linker en rechter zijhendels vast en trek de duplex-eenheid eruit. 2 Trek het papier voorzichtig uit het apparaat. 3 Verwijder het vastgelopen papier voorzichtig uit de duplex-eenheid. 4 Plaats de duplex-eenheid terug. 3 1 Verwijder het vastgelopen papier binnen de bovenklep. Open de bovenklep. ● Houd de hendel aan de linker zijde vast en open de bovenklep.
Problemen oplossen Als de optionele enveloptoevoer is geïnstalleerd 1 Sluit de klep van de enveloptoevoer. 2 Verwijder de enveloptoevoer. 3 Open de bovenklep. ● Houd de hendel aan de linker zijde vast en open de bovenklep. 2 Verwijder de tonercassette.
Problemen oplossen ● Als u de enveloptoevoer hebt geïnstalleerd, gaat u door naar stap 5. 3 Open de klep van de multifunctionele lade. ● Houd de linker en rechter zijhendels vast en open de deksel. 4 Verwijder de klep van de enveloptoevoer. 5 Houd de groene knop aan de voorzijde ingedrukt en til de transportgeleider op. ● Haal uw handen pas van de transportgeleider nadat deze weer in de uitgangspositie staat in stap 7.
Problemen oplossen 6 Trek het papier voorzichtig uit het apparaat. ● Verwijder het vastgelopen papier zo vlak mogelijk om te voorkomen dat niet-gefixeerde toner eraf valt. 7 Zet de transportgeleider behoedzaam terug. ● Als u de enveloptoevoer hebt geïnstalleerd, gaat u door naar stap 10. 8 Plaats de klep van de enveloptoevoer terug. 9 Sluit de klep van de multifunctionele lade. 10 Installeer de tonercartridge. ● Druk de cartridge beslist zo ver aan tot hij niet verder kan. 11 Sluit de bovenklep.
Problemen oplossen 2 Sluit de bovenklep. Als het bericht aanwezig blijft ● Op andere locaties kan papier zijn vastgelopen. Controleer de andere locaties, en verwijder eventueel vastgelopen papier. Als het bericht aanwezig blijft, controleer dan of de bovenklep goed is gesloten. Papierstoringen aan de achterzijde Als het vastgelopen papier niet gemakkelijk kan worden verwijderd, trek het er dan niet te krachtig uit, maar volg de procedure voor een andere papierstoringslocatie zoals de melding aangeeft.
Problemen oplossen 3 Sluit de achterklep. 4 Open en sluit de bovenklep. ● Als de bovenklep wordt geopend en gesloten, verdwijnt het bericht over de papierstoring. 1 Open de bovenklep. ● Houd de hendel aan de linker zijde vast en open de bovenklep. 2 Sluit de bovenklep. Als het bericht aanwezig blijft ● Op andere locaties kan papier zijn vastgelopen. Controleer de andere locaties, en verwijder eventueel vastgelopen papier.
Problemen oplossen 2 Verwijder de enveloptoevoer. 3 Open de bovenklep. ● Houd de hendel aan de linker zijde vast en open de bovenklep. 2 Verwijder de tonercassette. ● Als u de enveloptoevoer hebt geïnstalleerd, gaat u door naar stap 4. 3 Open de klep van de multifunctionele lade.
Problemen oplossen ● Houd de linker en rechter zijhendels vast en open de deksel. 4 Houd de groene knop aan de achterzijde ingedrukt en til de transportgeleider op. ● Haal uw handen pas van de transportgeleider nadat deze weer in de uitgangspositie staat in stap 6. 5 Trek het papier voorzichtig uit het apparaat. ● Verwijder het vastgelopen papier zo vlak mogelijk om te voorkomen dat niet-gefixeerde toner eraf valt. 6 Zet de transportgeleider behoedzaam terug.
Problemen oplossen 8 Houd de groene knop aan de voorzijde ingedrukt en til de transportgeleider op. ● Haal uw handen pas van de transportgeleider nadat deze weer in de uitgangspositie staat in stap 10. 9 Trek het papier voorzichtig uit het apparaat. ● Verwijder het vastgelopen papier zo vlak mogelijk om te voorkomen dat niet-gefixeerde toner eraf valt. 10 Zet de transportgeleider behoedzaam terug. ● Als u de enveloptoevoer hebt geïnstalleerd, gaat u door naar stap 13.
Problemen oplossen 12 Sluit de klep van de multifunctionele lade. 13 Installeer de tonercartridge. ● Druk de cartridge beslist zo ver aan tot hij niet verder kan. 14 Sluit de bovenklep. Als de enveloptoevoer is geïnstalleerd 1 Plaats de enveloptoevoer terug. 2 Sluit de bovenklep. Als het bericht aanwezig blijft ● Op andere locaties kan papier zijn vastgelopen. Controleer de andere locaties, en verwijder eventueel vastgelopen papier.
Problemen oplossen 2 Verwijder de enveloptoevoer. 3 Verwijder het vastgelopen papier voorzichtig uit de enveloptoevoer. 4 Open de bovenklep. ● Houd de hendel aan de linker zijde vast en open de bovenklep. 5 Trek het papier voorzichtig uit het apparaat.
Problemen oplossen 6 Plaats de enveloptoevoer terug. 7 Sluit de bovenklep. Als het bericht aanwezig blijft ● Op andere locaties kan papier zijn vastgelopen. Controleer de andere locaties, en verwijder eventueel vastgelopen papier. Als het bericht aanwezig blijft, controleer dan of de bovenklep goed is gesloten.
Problemen oplossen Er wordt een foutbericht weergegeven 1009-068 Als er een abnormaliteit optreedt in het verwerken van het drukwerk, het geheugen vol is of als er bedieningsproblemen zijn, verschijnt er een bericht op het scherm. In de volgende lijst worden deze foutberichten toegelicht.
Problemen oplossen 51 Fout met afdruk- instellingen. Er is geprobeerd gegevens af te drukken die een niet-beschikbaar papiertype of -breedte bevatten, terwijl is ingesteld op <1200 dpi>. ● Stel in op <600 dpi> en druk de gegevens opnieuw af. ● Druk op ( Resolutie(P. 409) ) om de afdruktaak te annuleren, aangezien de gegevens niet afdrukgereed zijn. 55 SD-kaartfout. Er is een fout opgetreden in de SD-card. ● Schakel het apparaat uit, verwijder de SD-card en plaats hem opnieuw.
Problemen oplossen A7 nn FOUT (nn: 2 alfanumerieke tekens) Er is een abnormaliteit opgetreden in het apparaat, resulterend in een storing. ● Schakel het apparaat uit, wacht 10 seconden of langer en schakel het weer in. Het apparaat in- en uitschakelen(P. 33) Hoeveelheid in cartr. niet correct weergeg. Er is een tonercartridge geplaatst die niet de gewenste afdrukkwaliteit kan leveren omdat de cartridge bijna leeg is of vanwege andere redenen. ● Het is raadzaam de tonercartridge te vervangen.
Problemen oplossen ● Druk het bestand opnieuw af, met een correct wachtwoord. De beveiligingsinstellingen staan niet toe dat PDF-gegevens afgedrukt worden. ● Verander de instellingen om het afdrukken toe te staan, en druk het bestand opnieuw af. Het PDF-bestand is aan de beleidsserver gekoppeld, maar het apparaat heeft geen toegang tot de server.
Problemen oplossen Zachte reset(P. 462) ● U kunt op ( ) drukken om door te gaan met afdrukken. De afdrukkwaliteit neemt echter af. Kan niet afdruk- ken. Gereg. tabel is vol. De bovengrens van het aantal mappen of documenten in één onderdeel van de afdrukgegevens is overschreden. ● Het maximale aantal mappen en documenten is respectievelijk 2 en 5, per onderdeel van de afdrukgegevens. Corrigeer de gegevens en druk het bestand nogmaals af. ● Als u op ( ) drukt, wordt de afdruktaak geannuleerd.
Problemen oplossen ● Als u op ( ) drukt, wordt de afdruktaak geannuleerd. Kan niet opslaan. De SD-card is ingesteld op . ● Stel in op , en verzend de afdrukgegevens opnieuw. SD-kaart(P. 377) De maximale hoeveelheid gegevens die op de SD-card kan worden opgeslagen, is overschreden. ● Er kunnen maximaal 1000 gegevensonderdelen in het apparaat worden opgeslagen. Verwijder onnodig opgeslagen gegevens. Een document verwijderen dat is opgeslagen in het apparaat(P.
Problemen oplossen ● Plaats het papier in liggende afdrukrichting en druk het bestand opnieuw af. Er is geprobeerd af te drukken met aangepast papierformaat in de liggende afdrukstand zonder dat het UFR II printerstuurprogramma wordt gebruikt. ● Plaats het papier in staande afdrukrichting en druk het bestand opnieuw af. is ingesteld op . ● Stel in op en druk het bestand opnieuw af. Controleer pap.form.(P. 417) Status verbr.art. afd. Druk op Hulppr.
Problemen oplossen ● U annuleert de afdruktaak door op ( ) te drukken. E001-nnnn (n: nummer) Er is een fout opgetreden in de fixeereenheid. ● Schrijf de foutcode op, houd de hoofdschakelaar minimaal 5 seconden ingedrukt om het apparaat uit te schakelen, haal de stekker uit het stopcontact en neem contact op met uw bevoegde Canon-dealer voor service. Schakel de printer niet opnieuw in ● Als dit bericht verschijnt, schakel het apparaat dan nooit in nadat u het hebt uitgeschakeld.
Problemen oplossen EM POP3-serverfout. Het apparaat kon geen verbinding maken met de POP3 server tijdens het afdrukken van een e-mail of de instellingen van de POP3 server zijn niet correct geconfigureerd. ● Gebruik de externe UI of Netwerkstatusafdruk om de foutinformatie te controleren. Foutgegevens controleren(P. 353) Ennn-nnnn (n: nummer) Er is een fout opgetreden in het interne mechanisme van het apparaat. ● Houd de hoofdschakelaar dan minimaal 5 seconden ingedrukt om het apparaat uit te schakelen.
Problemen oplossen Google Cloudpr. niet besch. Servercomm.fout Afdrukken via de cloud is niet mogelijk omdat er een fout is opgetreden. ● Controleer of het apparaat op juiste wijze is verbonden met een bekabeld LAN. Verbinding maken met een bekabeld LAN(P. 188) ● Het is mogelijk dat een poort die wordt gebruikt voor afdrukken via de cloud wordt geblokkeerd door een firewall of een andere beveiligingsmethode. Controleer op uw computer of de 5222-poort beschikbaar is.
Problemen oplossen IE Stel juiste veri- ficatiegegevens in. De verificatieserver reageerde met een fout omdat het certificaat dat wordt gebruikt voor de IEEE802.1X verificatie, niet is opgegeven of ongeldig is. ● Het certificaat dat wordt gebruikt voor de TLS verificatie is niet opgegeven of ongeldig. Controleer het certificaat en geef het geldig certificaat op. IEEE 802.1X-verificatie configureren(P.
Problemen oplossen Plaats tonercartridge. De tonercartridge is niet of niet juist ingesteld. ● Stel de tonercartridge goed in. Tonercartridges vervangen(P. 538) Bestand voor sleu- telbeheer gewist of beschadigd. Bestanden met betrekking tot het sleutelbeheer zijn beschadigd. ● Start het apparaat opnieuw, maak de sleutel opnieuw of installeer hem opnieuw en geef de TLS instellingen op. Het apparaat in- en uitschakelen(P. 33) TLS-gecodeerde communicatie opgeven (P.
Problemen oplossen ● U kunt blijven afdrukken als dit bericht wordt weergegeven, maar de afdrukkwaliteit neemt dan waarschijnlijk wel af. Hierdoor kan het apparaat beschadigd raken. Onvoldoende displaylijstgeh. De beschikbare geheugenruimte is onvoldoende voor het verwerken en er is een overflow opgetreden. ● Verricht een harde reset, en druk het bestand opnieuw af. Een harde reset verrichten(P. 462) ● Druk op ( ) om door te gaan met afdrukken. De overflow-gegevens worden niet geregistreerd.
Problemen oplossen ● Stel in op en druk het bestand opnieuw af. Dubbelz. afdrukken(P. 470) ● Verander de instelling, en druk het bestand opnieuw af. Halftonen(P. 410) ● U kunt op ( ) drukken om door te gaan met afdrukken. Maar pagina´s met fouten worden niet afgedrukt. Onvoldoende systeemgeheugen. Geheugen voor het verwerken van gegevens (voornamelijk afbeeldingen en tekens) in het systeem is onvoldoende. ● Verricht een harde reset, en druk het bestand opnieuw af.
Problemen oplossen ● Trek het vastgelopen papier niet hardhandig uit het apparaat, maar volg de procedure die verderop in de handleiding wordt beschreven. Papierstoringen verhelpen(P. 474) PDF-fout. Er is geprobeerd PDF gegevens af te drukken die niet beschikbaar zijn voor het apparaat. ● Gebruik de PDF-gegevens in het formaat dat wordt ondersteund door het apparaat. ● Het apparaat ondersteunt de PDF versie 1.7.
Problemen oplossen ● Druk het document af met het printerstuurprogramma dat beschikbaar is voor dit apparaat. Stel ond. pap in. Het papierformaat dat is opgegeven voor het afdrukken, is niet geladen, of de geselecteerde papierbron komt niet overeen met het papierformaat. ● Laad het papierformaat dat is opgegeven voor het afdrukken, in de geselecteerde papierbron. Papier plaatsen(P. 37) ● Selecteer het papierformaat dat is geladen met het voor het afdrukken opgegeven papier. Papierbron(P.
Problemen oplossen De duplex-eenheid of een optioneel onderdeel * is losgekoppeld terwijl het apparaat ingeschakeld (AAN) was. ● Schakel het apparaat uit, installeer de duplex-eenheid of het optionele onderdeel op de juiste manier en schakel vervolgens de stroom in. Het apparaat in- en uitschakelen(P. 33) Een contactfout is opgetreden in het verbindingsgedeelte van de duplex-eenheid of van een optioneel onderdeel * .
Problemen oplossen Fout met XPS- paginagegevens. Een pagina kan niet worden gegenereerd ten gevolge van een ongeldige beschrijving. ● Controleer de beschrijving van de pagina met de fout, en probeer nogmaals het bestand af te drukken. ● U kunt op ( ) drukken om door te gaan met afdrukken. Maar pagina´s met fouten worden niet afgedrukt. Fout met XPS-afdrukbereik. Er is geen pagina die kan worden verwerkt in het opgegeven afdrukbereik.
Problemen oplossen Veelvoorkomende problemen 1009-069 Als er problemen ontstaan tijdens het gebruiken van de machine, controleer dan de tips in dit gedeelte voordat u contact met ons opneemt. Als u een probleem niet zelf kunt oplossen, neem dan contact op met uw Canon-dealer of met de Canon-helpdesk.
Problemen oplossen Problemen met installatie/instellingen 1009-06A Zie ook Veelvoorkomende problemen(P. 509) . Problemen met de bekabeld LAN-verbinding(P. 510) Probleem met de USB-verbinding(P. 511) Probleem met de printserver(P. 511) Apparaatprobleem(P. 511) Problemen met de bekabeld LAN-verbinding De externe UI wordt niet weergegeven. ● Zijn en ingesteld op ? HTTP-communicatie uitschakelen(P. 294) De UI op afstand uitschakelen(P.
Problemen oplossen ● Controleer dat met behulp van een netwerkstatusafdruk. Netwerkstatusafdruk(P. 550) Probleem met de USB-verbinding Kan niet communiceren. ● Is onder ingesteld op ? Interfaceselectie(P. 413) ● Verander de USB-kabel. Als u een lange USB-kabel gebruikt, vervang deze dan door een korte. ● Als u een hub gebruikt, sluit het apparaat dan met behulp van een USB-kabel rechtstreeks aan op de computer.
Problemen oplossen De toetsen op het bedieningspaneel werken niet. ● Brandt het lampje [ ]? In dat geval zijn er nog afdrukgegevens in het geheugen. Als zelfs een tijdje later de resterende gegevens niet zijn afgedrukt, selecteer dan in het menu Reset. Formulierinvoer(P. 463) ● Als op het display wordt weergegeven, is de functie Toetsblokkering actief. Neem contact op met de beheerder van het apparaat of schakel de functie Toetsblokkering uit met de UI op afstand.
Problemen oplossen Problemen bij het afdrukken 1009-06C Zie ook Veelvoorkomende problemen(P. 509) . Het afdrukresultaat is niet naar tevredenheid. Het papier is gekreukeld of gekruld. Als u niet goed kunt afdrukken(P. 516) U kunt niet afdrukken. Controleer de volgende punten. ● Brandt of knippert het lampje [ ]? In dat geval is het afdrukken bezig. Wacht even. Als zelfs een tijdje later de resterende gegevens niet zijn afgedrukt, selecteer dan of in het menu Reset.
Problemen oplossen Als u het SMB-netwerk gebruikt ● Zijn de SMB-instellingen correct geconfigureerd? Controleer met name dat de DHCP-server en de WINSserver goed zijn aangesloten als u ze gebruikt. SMB configureren(P. 245) ● Als de SMB-instellingen correct zijn geconfigureerd, stel dan in een tijdswaarde in die iets langer is dan gewoonlijk. Een wachttijd instellen voor verbinding met een netwerk(P.
Problemen oplossen Het afdrukken is halverwege gestopt. ● Brandt het lampje [ ]? In dat geval heeft het apparaat geen opdracht voor het einde van lezen van de afdrukgegevens ontvangen. Als zelfs een tijdje het afdrukken niet is hervat, selecteer dan in het menu Reset. Formulierinvoer(P. 463) ● Als u geen enkele bewerking kunt verrichten, houd de hoofdschakelaar dan minimaal 5 seconden ingedrukt om het apparaat uit te schakelen.
Problemen oplossen Als u niet goed kunt afdrukken 1009-06E Probeer de volgende oplossingen als het afdrukresultaat te wensen overlaat, of als het papier gekreukeld is of omkrult. Als u een probleem niet zelf kunt oplossen, neem dan contact op met uw Canon-dealer of met de Canonhelpdesk. Vlekken aan de onderzijde van afdrukken(P. 518) Lege gebieden bevatten zogenaamde nabeelden(P. 519) Er verschijnen strepen / Het afdrukken is ongelijk(P. 521) Er verschijnen vlekken op afdrukken(P.
Problemen oplossen Achterzijde van het papier is vlekkerig(P. 523) Het papier krult(P. 525) De afgedrukte streepjescode kan niet worden gelezen(P. 523) Het papier kreukelt(P. 525) Papier wordt niet ingevoerd of er worden twee of meer vellen tegelijk ingevoerd (P. 527) Afdrukken zijn scheef(P.
Problemen oplossen Het afdrukresultaat is niet goed 1009-06F Als het apparaat van binnen vies is, kan dit gevolgen hebben voor het afdrukresultaat. Reinig het apparaat zorgvuldig. Het apparaat reinigen(P. 532) Vlekken aan de onderzijde van afdrukken Gebruikt u geschikt papier? ● Controleer de ondersteunde papiertypes die u kunt gebruiken en druk af met geschikt papier. Geef ook de instellingen voor het formaat en type papier goed op. Papier(P. 584) Papier plaatsen(P.
Problemen oplossen Verschijnen er verticale strepen afhankelijk van de papiersoort of de bedrijfsomgeving? ● Verander de instelling voor . Het verbeterende effect is het laagst met en het hoogst met . Probeer de instelling uit, te beginnen met . Spec. afdrukmodus A(P. 419) ● Dit item kan niet worden ingesteld als is ingesteld op een waarde tussen en .
Problemen oplossen Is het tijd om de tonercartridge te vervangen? ● Materialen in de tonercartridge kunnen zijn verslechterd. Vervang de tonercartridge. Tonercartridges vervangen(P. 538) Afdrukken zijn vaag Is de tonercartridge bijna leeg? ● Controleer hoeveel toner er nog is en vervang zo nodig de tonercartridge. Tonercartridges vervangen(P. 535) Gebruikt u geschikt papier? ● Controleer het papier dat u kunt gebruiken en druk af met geschikt papier.
Problemen oplossen enveloppen, de onderste en bovenste marges binnen de eerste 10 mm vanaf de onder-/bovenrand kunnen niet worden bedrukt). Zorg ervoor dat de marges rond het document groot genoeg zijn. [Tabblad [Afwerking] [Geavanceerde instellingen] [Afdrukgebied uitbreiden en afdrukken] [Uit] Gebruikt u aangepast papierformaat dat in de juiste afdrukrichting is geladen? ● Laad het aangepast papierformaat in de staande afdrukrichting als u afdrukt zonder het UFR IIprinterstuurprogramma.
Problemen oplossen Er verschijnen witte vlekken Gebruikt u papier dat vocht heeft opgenomen? ● Gebruik nieuw papier dat helemaal droog is. Papier plaatsen(P. 37) Gebruikt u geschikt papier? ● Controleer het papier dat u kunt gebruiken en druk af met geschikt papier. Papier(P. 584) Papier plaatsen(P. 37) Is het tijd om de tonercartridge te vervangen? ● Materialen in de tonercartridge kunnen zijn verslechterd. Vervang de tonercartridge. Tonercartridges vervangen(P.
Problemen oplossen Achterzijde van het papier is vlekkerig Hebt u papier geladen dat kleiner is dan de afmetingen van de afdrukgegevens? ● Controleer of het papierformaat overeenkomt met de afmetingen van de afdrukgegevens. Hebt u de fixeereenheid gereinigd? ● Reinig de fixeereenheid. Fixeereenheid(P. 534) De afgedrukte streepjescode kan niet worden gelezen Gebruikt u een kleine streepjescode of een streepjescode met dikke lijnen? ● Vergroot de streepjescode.
Problemen oplossen [Modus Barcodeaanpassing] is veranderd in [Standaardwaarde printer], heeft de instelling in het bedieningspaneel voorrang. ● Als u instelt op een waarde tussen en , wordt automatisch ingesteld op .
Problemen oplossen Het papier krult om of is gekreukeld 1009-06H Het papier kreukelt Is het papier goed geplaatst? ● Als de stapel papier hoger is dan de markering of voor het maximale aantal vellen of schuin in de lade ligt, kunnen er kreukels of vouwen ontstaan. Papier plaatsen(P. 37) Gebruikt u papier dat vocht heeft opgenomen? ● Gebruik nieuw papier dat helemaal droog is. Papier plaatsen(P. 37) Gebruikt u geschikt papier? ● Controleer het papier dat u kunt gebruiken en druk af met geschikt papier.
Problemen oplossen Gebruikt u geschikt papier? ● Controleer het papier dat u kunt gebruiken en druk af met geschikt papier. Geef ook de instellingen voor het formaat en type papier goed op. Papier(P. 584) Papier plaatsen(P. 37) Het type en formaat papier opgeven(P. 61) Voert u afdrukken uit naar de uitvoerlade? ● Als bedrukte enveloppen krullen, voert u ze uit naar de sub-uitvoerlade aan de achterzijde van het apparaat.
Problemen oplossen Papier wordt niet goed ingevoerd 1009-06J Papier wordt niet ingevoerd of er worden twee of meer vellen tegelijk ingevoerd Is het papier goed geplaatst? ● Waaier de papierstapel goed uit, zodat de vellen niet aan elkaar blijven plakken. ● Controleer of het papier goed is geplaatst. Papier plaatsen(P. 37) ● Controleer of het aantal vellen papier dat is geladen, geschikt is en of het juiste papier wordt gebruikt. Papier(P. 584) Papier plaatsen(P.
Problemen oplossen Wanneer een probleem niet kan worden opgelost 1009-06K Als u door het raadplegen van de informatie in dit hoofdstuk een probleem nog steeds niet kunt oplossen, neemt u contact op met de dichtstbijzijnde Canon-dealer of met de Canon-helpdesk. Het is niet toegestaan het apparaat te demonteren of te repareren ● Als u dat wel doet, bestaat de kans dat de garantie vervalt.
Onderhoud Onderhoud Onderhoud ......................................................................................................................................................... 530 Het apparaat reinigen ....................................................................................................................................... 532 Behuizing .....................................................................................................................................................
Onderhoud Onderhoud 1009-06L In dit hoofdstuk wordt het onderhoud van de machine beschreven, inclusief het reinigen van de machine en het initialiseren van instellingen. ◼ Standaardreiniging Het apparaat reinigen(P. 532) ● Het apparaat wordt vuil, zie Behuizing(P. 533) . ● Zwarte stippen verschijnen op afdrukken, zie Fixeereenheid(P. 534) . ◼ Tonercartridges vervangen ● Als u het resterende tonerniveau wilt controleren, raadpleeg dan Tonercartridges vervangen(P. 535) .
Onderhoud ◼ Instellingen terugzetten op de standaardwaarden Als u de instellingen wilt herstellen, zie Instellingen terugzetten op de standaardwaarden(P. 564) .
Onderhoud Het apparaat reinigen 1009-06R Maak de machine regelmatig schoon om te voorkomen dat de afdrukkwaliteit afneemt en om de machine veilig en prettig te kunnen gebruiken. Lees eerst de veiligheidsinstructies door voordat u aan de slag gaat. Onderhoud en inspecties(P. 9) Onderdelen die u moet reinigen Behuizing van het apparaat en de ventilatieopeningen Behuizing(P. 533) Interne fixeereenheid Fixeereenheid(P.
Onderhoud Behuizing 1009-06S Wrijf de behuizing van het apparaat regelmatig schoon, vooral bij de ventilatieopeningen, om het apparaat in goede conditie te houden. 1 Schakel de machine uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u begint met schoonmaken. ● Als u het apparaat uitschakelt, doe dat dan vanaf het bedieningspaneel, niet via de hoofdschakelaar. Het apparaat uitschakelen (een afsluithandeling verrichten)(P. 33) 2 Reinig de buitenkant van het apparaat en de ventilatieopeningen.
Onderhoud Fixeereenheid 1009-06U Er kan zich vuil verzamelen op de fixeereenheid in het apparaat, met zwarte stippen op de afdrukken als gevolg. Voer de onderstaande procedure uit om de fixeereenheid te reinigen. U kunt de fixeereenheid niet reinigen als de wachtrij van het apparaat documenten bevat die nog moeten worden afgedrukt. U hebt normaal papier van het formaat A4 of Letter nodig met een gewicht van 60 tot 120 g/m².
Onderhoud Tonercartridges vervangen 1009-06W U ziet een bericht op het display van de machine als een tonercartridge bijna leeg is. De afdrukkwaliteit neemt flink af als u dan gewoon blijft afdrukken zonder actie te ondernemen. U kunt de resterende hoeveelheid toner in de cartridge controleren op het display. Er wordt een bericht weergegeven(P. 535) Afdrukken zijn van slechte kwaliteit(P. 536) Controleren hoeveel toner er nog in de tonercartridge zit(P.
Onderhoud Dit bericht vertelt u dat het apparaat misschien niet in optimale kwaliteit afdrukt. We adviseren u deze cartridge te vervangen door een nieuwe. ● U kunt blijven afdrukken als dit bericht wordt weergegeven, maar de afdrukkwaliteit neemt dan waarschijnlijk wel af. Hierdoor kan het apparaat beschadigd raken.
Onderhoud ● De weergegeven hoeveelheid resterende toner kan uitsluitend als schatting worden gezien en kan afwijken van de daadwerkelijke hoeveelheid. ● U kunt de hoeveelheid ook controleren met onder . verbruiksart.(P. 458) KOPPELINGEN Verbruiksartikelen(P.
Onderhoud Tonercartridges vervangen 1009-06X Lees de veiligheidsvoorschriften in tonercartridges gaat vervangen. 1 Onderhoud en inspecties(P. 9) en Verbruiksartikelen(P. 10) voordat u Open de bovenklep. ● Houd de hendel aan de linker zijde vast en open de bovenklep. 2 Verwijder de tonercassette. 3 Haal de nieuwe tonercartridge uit de beschermende verpakking. 4 Schud de tonercartridge vijf of zes keer heen en weer zoals hieronder aangegeven om de toner in de cartridge gelijkmatig te verdelen.
Onderhoud 5 Verwijder het verpakkingsmateriaal. 6 Trek de afdichtingstape recht uit de cartridge. ● De afdichtingstape is ongeveer 55 cm lang. Bij het verwijderen van de afdichtingstape Als er tape achterblijft in een tonercartridge, kan dit gevolgen hebben voor de kwaliteit van afdrukken. ● Trek de afdichtingstape niet schuin of onder een hoek uit de cartridge. Als de tape scheurt, kunt u misschien niet meer alle tape verwijderen.
Onderhoud 8 Sluit de bovenklep.
Onderhoud De machine verplaatsen 1009-06Y Het apparaat is zwaar. Volg altijd de onderstaande procedures als u het apparaat gaat verplaatsen om lichamelijk letsel te voorkomen. Lees ook altijd de veiligheidsvoorschriften voordat u aan de slag gaat. Belangrijke veiligheidsinstructies(P. 2) 1 Schakel het apparaat en de computer uit. ● Als u het apparaat uitschakelt, doe dat dan beslist vanaf het bedieningspaneel, niet via de hoofdschakelaar. Het apparaat uitschakelen (een afsluithandeling verrichten)(P.
Onderhoud ● Gebruik de handgrepen aan weerszijden van het apparaat en draag het apparaat met minimaal twee mensen. Let op: houd de linker hendels beet ● Verplaats de machine niet door hem vast te houden aan de duplex-eenheid. Als de optionele papiertoevoer of -magazijn op het apparaat is geplaatst ● Ontgrendel de papiertoevoer of papiermagazijn voordat u het apparaat optilt, en transporteer de papiertoevoer of papiermagazijn afzonderlijk. 6 Zet het apparaat voorzichtig neer op de nieuwe gebruikslocatie.
Onderhoud Afdrukkwaliteit handhaven en verbeteren 1009-070 Als u geen tevredenstellende afdrukresultaat kunt bereiken, bijvoorbeeld als de resulterende afdrukdensiteit of afdrukpositie niet aan de verwachtingen voldoet, probeer dan de volgende aanpassingen. ◼ Aanpassing densiteit Pas de tonerdensiteit aan. U kunt de tonerdensiteit fijn afregelen. Afdrukdensiteit aanpassen(P. 544) ◼ Aanpassing van de afdrukpositie Voor iedere papierbron, kunt u de afdrukpositie aanpassen.
Onderhoud Afdrukdensiteit aanpassen 1009-071 Als het afdrukresultaat donker of lichter is dan verwacht, kunt u de tonerdensiteit instellen. U kunt de fijnafstelling van de tonerdensiteit realiseren door het hele densiteitsbereik te verdelen in op drie dichtheidsniveaus. ● Als is ingesteld op , kunt u deze afstelfunctie niet gebruiken. 1 Druk op ( 2 Druk op / 3 Stel de dichtheid in. ).
Onderhoud 3 Gebruik / om de dichtheid in te stellen. Dichtheid instellen Stel een pluswaarde ('+') in om de dichtheid te verhogen. Stel een minuswaarde ('-') in om de dichtheid te verlagen. Voorbeeld aanpassing per dichtheidsniveau 4 Druk op . ● Als u ook instellingen op andere dichtheidsniveaus wilt realiseren, herhaal dan de handelingen in de stappen 2 t/m 4.
Onderhoud De afdrukpositie aanpassen 1009-072 Als het document excentrisch of buiten het afdrukbereik wordt afgedrukt, moet u de afdrukpositie aanpassen. U kunt de afdrukpositie voor iedere papierbron aanpassen. Stap 1: Afdrukken op de huidige afdrukpositie(P. 546) Stap 2: De aan te passen richting en afstand controleren(P. 547) Stap 3: De afdrukpositie voor elke papierbron aanpassen(P.
Onderhoud 6 Selecteer en druk op 7 Selecteer en druk op . . ➠ Er wordt een afdrukinstelling uitgedraaid. Stap 2: De aan te passen richting en afstand controleren Als de afdrukpositie-instelling is uitgedraaid, worden de markeringen voor de afdrukpositie afgedrukt. Bepaal aan de hand van deze markeringen de aan te passen richting en afstand. Als de afdrukpositie normaal is, worden alle markeringen afgedrukt op een positie 5 mm vanaf de dichtstbijzijnde papierrand.
Onderhoud In onderstaand voorbeeld: om de afdrukpositie 5 mm omhoog en 1,7 mm naar rechts te verschuiven, is '-5,0 mm' ingesteld in en is '+1,70 mm' ingesteld in . Stap 3: De afdrukpositie voor elke papierbron aanpassen Nadat u de aan te passen richting en afstand hebt bevestigd, geeft u een aangepaste afdrukpositie op. U kunt de afdrukpositie instellen in het bereik van -5,0 tot +5,0 mm in stappen van 0,1 mm, in beide richtingen: verticaal en horizontaal.
Onderhoud ● U kunt en gebruiken om de afdrukpositie op de eerste pagina (voorzijde) in modus Dubbelzijdig afdrukken in te stellen, ongeacht de papierbron. ● De afdrukpositie op de tweede pagina (achterzijde) volgt in de modus Dubbelzijdig afdrukken de instellingen voor de beschikbare papierbron. Voorbeeld: de verticale afdrukpositie voor dubbelzijdig afdrukken uit de multifunctionele invoer wordt ingesteld zoals hieronder weergegeven.
Onderhoud Rapporten en lijsten afdrukken 1009-073 U kunt de conditie van verbruiksartikelen bekijken en de instellingen van het apparaat controleren door rapporten en lijsten af te drukken. Sterretjes (*) ● Instellingen die zijn gemarkeerd met '*1', worden niet weergegeven, afhankelijk van het feit of er een optionele SD-card op het apparaat is geïnstalleerd.
Onderhoud ( ) Voorbeeld: Afdruk Status Verbruiksartikelen De informatie zoals de resterende hoeveelheid toner, waarschuwingsberichten, en verkooppunen voor nieuwe tonercartridges, kan in lijstvorm worden bekeken. ( )
Onderhoud IPSec-beleidslijst U kunt controleren welke beleidsinstellingen en IPSec-instellingen zijn geregistreerd op de machine door het rapport IPSec-beleidslijst af te drukken. ( ) Voorbeeld: Logboeklijst E-Mail RX U kunt een in lijstvorm een logboek afdrukken bestaande uit onderwerp, ontvangstdatum/-tijdstip van in het apparaat ontvangen e-mails. ( )
Onderhoud Lijst Paginateller U kunt via een afgedrukt rapport het aantal afgedrukte pagina's voor iedere afdeling controleren, als [Afdeling-ID beheer] is ingeschakeld. ( ) Voorbeeld: Rapport Teller U kunt een rapport afdrukken van het aantal pagina's dat voor iedere teller is afgedrukt.
Onderhoud ( ) Voorbeeld: PCL-lettertypelijst U kunt in lijstvorm de lettertypes controleren die beschikbaar zijn in de stand PCL. lettertypen(P.
Onderhoud PS Modus Lijst De instellingen voor gebruik van de PS modus en de interne informatie-items die zijn geregistreerd in het apparaat worden in lijstvorm afgedrukt. Configuratiepagina(P. 555) Lettertypelijst(P. 555) ◼ Configuratiepagina U kunt de apparaatinstellingen ( controleren. ( ) PS(P.
Onderhoud Lijst met opgeslagen taken *1 U kunt een lijst van documenten afdrukken die zijn opgeslagen op de SD-card in het apparaat. ( ) Voorbeeld: Opdrachtlog afdrukken *2 U kunt in lijstvorm een logboek afdrukken van vanaf de computer afgedrukte documenten.
Onderhoud Logboek opgeslagen opdrachten afdrukken *1*2 U kunt in lijstvorm een logboek van documenten afdrukken die zijn opgeslagen op de SD-card in het apparaat. ( ) Voorbeeld: Logboek Rapportafdruk *2 U kunt de instellingen afdrukken en in lijstvorm een logboek afdrukken van rapporten. ( )
Onderhoud Logboek afgedrukte e-mails *2 U kunt in lijstvorm een logboek afdrukken van ontvangen e-mails. ( ) Voorbeeld: KOPPELINGEN Hulpprogrammamenu(P. 456) Taakmenu(P.
Onderhoud Aantal afdrukken weergeven 1009-074 U kunt het aantal afgedrukte pagina's controleren. Het totale aantal afgedrukte pagina's controleren(P. 559) Het aantal pagina´s dat iedere afdeling heeft afgedrukt, controleren(P. 559) Het totale aantal afgedrukte pagina's controleren U kunt het totaal aantal afgedrukte pagina's controleren.
Onderhoud ➠ Het aantal afgedrukte pagina's voor ieder afdelings-id wordt weergegeven onder [Afgedrukte pagina's]. Het controleresultaat afdrukken Lijst Paginateller(P. 553) De paginateller op nul zetten ● Als u de voor iedere afdeling de paginateller op nul wilt zetten, klik dan op de tekstlink onder [Afdelings-ID], en klik op [Aantallen wissen] [OK].
Onderhoud ● Als u voor alle afdelingen de telresultaten op nul wilt zetten, klik dan op [Alle aantallen verwijderen] 561 [OK].
Onderhoud Verbruiksartikelen controleren 1009-075 U kunt het bedieningspaneel gebruiken om de informatie van de verbruiksartikelen te controleren. Papier controleren U kunt het momenteel opgegeven papierformaat en -type weergeven, en het resterende papierniveau voor iedere papierbron. ( ) papierbron Selectie papierbron Selecteer de papierbron waarvan informatie wordt weergegeven.
Onderhoud ● Het weergegeven resterende tonerniveau kan uitsluitend als schatting worden gezien en kan verschillen van het daadwerkelijk resterende tonerniveau.
Onderhoud Instellingen terugzetten op de standaardwaarden 1009-076 U kunt de volgende instellingen herstellen (initialiseren): Menu initialiseren(P. 565) De netwerkinstellingen initialiseren(P.
Onderhoud Menu initialiseren 1009-077 U kunt de instellingen van het apparaat ( Menu Instellingen(P. 368) ) terugzetten op de fabrieksinstellingen. Druk niet op de hoofdschakelaar als het apparaat bezig is met initialiseren ● Als het apparaat tijdens het initialiseren wordt uitgeschakeld, kan het beschadigd raken. Als er een toegangspincode externe UI is opgegeven ● De toegangspincode voor de externe UI wordt ook geïnitialiseerd.
Onderhoud De netwerkinstellingen initialiseren 1009-078 U kunt de netwerkinstellingen ( Netwerk(P. 384) ) terugzetten op de fabrieksinstellingen. Initialiseer de netwerkinstellingen niet wanneer het apparaat afdrukt of afdrukgegevens ontvangt ● Dat kan leiden tot onjuist drukwerk, papierstoringen of schade aan het apparaat. ( init.> ) Controleer het bericht Verricht een harde reset ( 566
Bijlage Bijlage Bijlage ................................................................................................................................................................... 568 Software van derden ......................................................................................................................................... 569 Handige functies ............................................................................................................................................
Bijlage Bijlage 1009-079 Dit hoofdstuk bevat de technische specificaties van dit apparaat, instructies voor het gebruik van de e-Handleiding, disclaimers, auteursrechtinformatie en andere belangrijke informatie voor klanten.
Bijlage Software van derden 1009-08U 569
Bijlage Handige functies 1009-07A Het is zeker de moeite waard om de functies uit te proberen die in dit hoofdstuk worden beschreven. De functies zijn onderverdeeld in drie categorieën: "Milieubesparing levert geld op", "Efficiënter werken" en "Ongekende mogelijkheden".
Bijlage Milieubesparing levert geld op 1009-07C 2-zijdig afdrukken U kunt het papier aan beide zijden bedrukken. Met behulp van dubbelzijdig afdrukken bespaart u papier, niet alleen bij grote afdrukopdrachten, maar ook wanneer u slechts een paar pagina´s wilt afdrukken. U kunt zelfs nog meer besparen door dubbelzijdig afdrukken te combineren met N op 1-afdrukken van meerdere pagina's op één blad papier. U kunt tot wel 32 pagina's op een enkel blad afdrukken, en dat is zowel zuinig als milieuvriendelijk.
Bijlage Slaapstand Als u het apparaat een tijdje niet gebruikt, kunt u energie besparen door het in de sluimermodus te plaatsen, hetzij handmatig of automatisch. U hoeft de stroomtoevoer niet steeds geheel UIT te schakelen, terwijl het apparaat toch zo min mogelijk energie verbruikt. De functie Automatisch uitschakelen kan de besparing vergroten, door het apparaat automatisch UIT te schakelen als het langere tijd niet wordt gebruikt.
Bijlage Efficiënter werken 1009-07E Afdrukken zonder een programma te gebruiken U kunt PDF/PS/EPS/JPEG/TIFF/XPS-gegevens rechtstreeks van de UI op afstand naar het apparaat sturen om deze af te drukken. U kunt ook zonder computer afdrukken door een USB-geheugenapparaat aan te sluiten op het apparaat. U hoeft geen bestanden te openen en u hoeft dus ook geen programma op te starten. Dit is handig als u haast hebt en geen toegang hebt tot een computer.
Bijlage Zie De UI op afstand gebruiken(P. 340) voor meer informatie over deze functie. Favoriete instellingen registreren en ze op ieder moment oproepen Iedereen op kantoor gebruikt de printer. Als u de meest gangbare instellingen als standaard instellingen registreert, kunt u ze onmiddellijk gebruiken. Ook kunt u veelgebruikte combinaties van afdrukinstellingen registreren als 'profielen'.
Bijlage Meerdere documenten combineren en alles in één keer afdrukken: afdrukken(P. 111) Meerdere documenten combineren en Een document afdrukken vanaf de SD-card in het apparaat: Een document dat op het apparaat is opgeslagen, afdrukken (Opgeslagen taak afdrukken)(P.
Bijlage Zie Basisbewerkingen met de printer(P. 80) voor meer informatie over deze functie.
Bijlage Ongekende mogelijkheden 1009-07F Met een smartphone/tablet Wanneer u snel een voorstel wilt afdrukken dat u hebt opgemaakt op een tablet terwijl u onderweg was naar een zakenbestemming, komt Canon Mobile Application goed van pas. Zelfs op plaatsen waar geen draadloze LAN-router is, kunt u draadloos en direct de verbinding met het apparaat tot stand brengen met behulp van een mobiel toestel.
Bijlage Als u een afdrukopdracht verstuurt vanaf uw computer, wordt de opdracht normaal gesproken direct afgedrukt. In het geval van vertrouwelijke documenten is dit misschien niet altijd handig. U kunt dan de functie Beveiligd afdrukken gebruiken. De verstuurde documenten worden dan opgeslagen op de machine en worden pas afgedrukt nadat via het bedieningspaneel het ingestelde wachtwoord is ingevoerd. Laat vertrouwelijke documenten niet zonder toezicht in de opvangbak liggen waar iedereen ze kan zien.
Bijlage Hand-outs voor bijeenkomsten automatisch sorteren Als u meerdere kopieën wilt gaan maken van een document met meerdere pagina's, kunt u de sorteerfunctie gebruiken om de ene afdruk na de andere te maken met alle pagina's in de juiste volgorde. Dit is handig als u hand-outs voor bijeenkomsten of presentaties wilt voorbereiden. Zie Afdrukken sorteren per pagina(P. 93) voor meer informatie over deze functie.
Bijlage Technische specificaties 1009-07H De technische specificaties van het apparaat kunnen bij verbeteringen van het apparaat zonder vooraankondiging worden gewijzigd. Apparaatspecificaties(P. 581) Papier(P.
Bijlage Apparaatspecificaties 1009-07J Hardwarespecificaties(P. 581) Controllerspecificaties(P. 582) Softwarespecificaties(P.
Bijlage ● Tijdens het afdrukken: LBP352x enkelzijdig afdrukken: 57 dB dubbelzijdig afdrukken: 57 dB LBP351x enkelzijdig afdrukken: 56 dB dubbelzijdig afdrukken: 56 dB Omgevingsomstandigheden Systeemvereisten (Alleen hoofdeenheid) ● Temperatuur: 10 tot 30 °C ● Relatieve luchtvochtigheid: 20 tot 80% (geen condensvorming) Elektrische aansluiting 220 tot 240 V (± 10%), 50/60 Hz (± 2 Hz) Opgenomen vermogen *6 ● Maximaal: 1.
Bijlage Hostinterface ● USB-interface: Hi-Speed USB x 4 (1 voorkant en 3 achterkant) ● Netwerkinterface: Gemeenschappelijk voor 10BASE-T/100BASE-TX/1000BASE-T (RJ-45) Full-duplex/Half-duplex Gebruikersinterface ● LCD: 132 x 65 punten F-STN LCD ● LED-indicator: 5 indicators ● Bedieningstoets: 12 toetsen ● Numerieke toets: Ja ROM-connector 1 connector Sleuf SD-card 1 sleuf Softwarespecificaties Geïntegreerde regelopdracht PCL6, PostScript 3, UFR II, PDF en XPS Geïntegreerd schaalbaar lettertype ● PC
Bijlage Papier 1009-07K ◼ Ondersteunde papierformaten Hieronder ziet u een overzicht van de papierformaten die u in de papierlade, multifunctionele lade of de optionele papierbronnen kunt laden.
Bijlage Envelop Monarch (98,4 x 190,5 mm) *1 Envelop C5 (162,0 x 229,0 mm) *1 Envelop DL (110,0 x 220,0 mm) *1 Aangepast papierformaat *9 *1 Kan *2 uitsluitend in staande afdrukrichting worden geladen. Automatisch dubbelzijdig afdrukken is beschikbaar zonder dat u papier hoeft te vervangen. *3 A5-papier kan alleen in liggende afdrukstand worden geplaatst als de optionele A5-cassette is geïnstalleerd.
Bijlage ● Voor de enveloptoevoer is het papierformaat standaard ingesteld op . Pas de instelling voor het papierformaat aan als u papier van een ander formaat gaat gebruiken. Het type en formaat papier opgeven voor de enveloptoevoer (optie)(P. 67) ◼ Papiersoort en capaciteit per papierbron In dit apparaat kan chloorvrij papier worden gebruikt. ● De afdrukkwaliteit kan afnemen afhankelijk van de gebruikte papiersoort.
Bijlage Etiketten 40 vellen Enveloppen 10 vellen *1 Gerecycled *2 75 vellen papier is ook beschikbaar. Automatisch dubbelzijdig afdrukken is beschikbaar zonder dat u papier hoeft te vervangen. *3 De capaciteit van de papierbron als papier van 80 g/m² wordt gebruikt. Bij gebruik van paper van 64 g/m² kunnen maximaal 550 vellen worden geplaatst. ◼ Papiersoorten en bijbehorende instellingen Papier plaatsen(P.
Bijlage Verbruiksartikelen 1009-07L Hier volgt een richtsnoer voor de geschatte levensduur van de verbruiksartikelen die in dit apparaat worden gebruikt. Schaf verbruiksartikelen aan bij uw plaatselijke, erkende Canon-dealer. Neem voorzorgsmaatregelen voor gezondheid en veiligheid in acht wanneer u verbruiksartikelen opslaat en hanteert ( Verbruiksartikelen(P. 10) ).
Bijlage Vervangingsonderdelen 1009-07R Dit gedeelte beschrijft de verbruiksartikelen van het apparaat en de geschatte tijd tot ze moeten worden vervangen. Schaf verbruiksartikelen aan bij uw plaatselijke, erkende Canon-dealer. ● Afhankelijk van de installatieomgeving, het papierformaat of het gegevenstype moet u verbruiksartikelen misschien eerder dan aangegeven vervangen.
Bijlage Als optie verkrijgbare items 1009-07S U kunt de functionaliteit van het apparaat volledig benutten door als optie verkrijgbare hieronder beschreven items toe te passen. Als optie verkrijgbare items kunt u aanschaffen bij de leverancier waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij de Canon-dealer ter plaatse. ◼ Paper Feeder PF-B1 Met behulp van de optionele papiertoevoer kunt u papier plaatsen met een formaat dat afwijkt van het papier dat in de standaard papierlade geplaatst kan worden.
Bijlage Installatiemethode Zie 'Aan de slag'. ◼ Envelope Feeder EF-A1 Als u de enveloptoevoer installeert, kunt u een groot aantal enveloppen laden. U kunt nog steeds de multifunctionele invoer gebruiken, ook als de enveloptoevoer geïnstalleerd blijft. Geschikt papier Papier(P. 584) Voeding Toegevoerd door het apparaat Afmetingen (B x L x H) 330 x 234 x 118 mm Gewicht Ongeveer 2,3 kg Installatiemethode Zie 'Aan de slag'. ◼ Custom Media Cassette CM-A1 U kunt A6 formaat papier laden.
Bijlage Papiercapaciteit Ongeveer 500 vel (64 g/m²) Ongeveer 450 vel (80 g/m²) Geschikt papier A5 ◼ Barcode Printing Kit-F1 Als de Barcode Printing Kit-F1 in het apparaat is geïnstalleerd, wordt de modus streepjescodes afdrukken toegevoegd, waarmee u vanaf uw computer streepjescodes kunt afdrukken. De Barcode Printing Kit-F1 bevat de volgende lettertypes voor streepjescodes. ● OCR-B ● Symb.
Bijlage ◼ SD CARD-C1 U kunt de SD-card installeren om de hieronder beschreven functies te gebruiken. ● Beveiligd afdrukken Een document afdrukken dat is beveiligd met een pincode (beveiligd afdrukken) (P. 133) ● Opgeslagen taak afdrukken Een document dat op het apparaat is opgeslagen, afdrukken (Opgeslagen taak afdrukken)(P. 139) ● Afdrukken onderbreken, Voorrang geven aan een afdruktaak, Onderbreken / Hervatten De huidige status van afdruktaken controleren(P. 350) ● SMB afdrukken SMB configureren(P.
Bijlage Het ROM installeren 1009-07U Dit gedeelte beschrijft hoe u de Barcode Printing Kit-F1 of PCL International Font Set-C1 in het apparaat plaatst. Het ROM wordt aangesloten op de ROM connectors in de rechter klep van het apparaat. Lees de waarschuwingen in Installatie(P. 3) voordat u het ROM installeert. Voorzorgsmaatregelen bij het installeren van het ROM ● Zorg ervoor dat metalen voorwerpen, zoals schroeven, geen contact maken met de printplaten in het apparaat.
Bijlage 2 3 Verwijder de rechterklep in de richting van de pijl. Verwijder de ROM klep. 1 Gebruik een munt om de schroeven te verwijderen. 2 Open de ROM klep en verwijder hem in de richting van de pijl. 4 Installeer het ROM. ● Als u het ROM uitlijnt met de twee ROM connectors van het apparaat, druk hem dan stevig aan tot hij niet verder kan.
Bijlage Het ROM loskoppelen ● Houd de randen van het ROM vast en trek hem naar buiten, zoals onderstaande afbeelding aangeeft. 5 Plaats de ROM klep weer op zijn plaats. 1 Sluit de ROM klep door diens greep in de door de pijl aangegeven richting te drukken. 2 Gebruik een munt om de schroeven weer vast te draaien. 6 Plaats de rechterklep in de richting van de pijl en sluit de klep terwijl u het lipje ingedrukt houdt.
Bijlage ◼ Controleren of de Barcode Printing Kit-F1 op juiste wijze is geïnstalleerd Druk de Configuratiepagina(P. 456) af en controleer of 'BarDIMM' wordt weergegeven in 'PCL' Het ROM-geheugen is op de juiste manier geïnstalleerd als 'BarDIMM' wordt weergegeven. Als 'BarDIMM' niet wordt weergegeven ● Het ROM is niet correct geplaatst. Verwijder het uit het apparaat en sluit het opnieuw aan.
Bijlage Een SD-card installeren 1009-07W Dit gedeelte beschrijft hoe u een SD-card plaatst en initialiseert. Plaats de SD-card in de bestreffende gleuf aan de achterzijde van het apparaat. Lees de waarschuwingen in Installatie(P. 3) voordat u de SD-card plaatst. Bedenk dat de gegevens in het apparaat die op de SD-card zijn opgeslagen, gecodeerd zijn.
Bijlage 3 Installeer een SD-card. ● Steek de SD-card in de sleuf voor SD-cards totdat de card klikt. De SD-card verwijderen ● Duw de SD-card aan totdat hij klikt, zoals onderstaande afbeelding laat zien. Haal dan uw vinger weg en verwijder het. 4 Installeer de klep van de SD-kaart weer. 1 Sluit de klep op de SD-card gleuf door hem in de greep van de klep te duwen. 2 Gebruik een munt om de schroeven weer vast te draaien.
Bijlage Anti-diefstal veiligheidsgleuf van de SD-card ● De SD-card gleufklep heeft een veiligheidsgleuf, waaraan u een veiligheidskoord of equivalent kunt bevestigen. ● De opening van de veiligheidsgleuf is 3,4 mm breed en 7,4 mm hoog. ● Voor vragen over de veiligheidsgleuf kunt u contact opnemen met uw bevoegde Canon-dealer. ◼ De SD-card initialiseren Wanneer u na het installeren van de SD-card het apparaat voor het eerst inschakelt, verschijnt op het display.
Bijlage verwijderd. Dit elimineert het risico dat uw gegevens worden gelezen door derden, u kunt uw SD-card nu dus veilig weggooien. ● Voor iedere SD-card anders dan de optionele 'SD CARD-C1', kan onderstaande procedure niet worden gebruikt. 1 Stel het apparaat in op offline. ● Als ( ) brandt, druk dan op ( 2 Druk op ( 3 Druk op / 4 Ga verder met ) om te selecteren en druk vervolgens op ● Als er een bericht wordt weergegeven, druk dan op 5 ).
Bijlage Meegeleverde documentatie 1009-07X Het apparaat wordt geleverd met de volgende handleidingen. Raadpleeg deze handleidingen als u iets niet weet. Aan de slag Lees deze handleiding eerst. Er worden enkele basisprocedures beschreven, van het verwijderen van het verpakkingsmateriaal tot het installeren van het apparaat. e-Handleiding (Deze handleiding) In deze handleiding worden alle functies van het apparaat beschreven. U kunt de handleiding weergeven in een webbrowser.
Bijlage Gebruiken e-Handleiding 1009-07Y De e-Handleiding is een handleiding die u op uw computer kunt bekijken en die alle functies van het apparaat beschrijft. U kunt zoeken op basis van uw bedoeld gebruik of een trefwoord invoeren om snel de pagina te vinden die u zoekt. U kunt de e-Handleiding op uw computer installeren of e-Handleiding rechtstreeks vanaf de Dvd-rom 'Handleidingen' te starten. Installeren e-Handleiding(P.
Bijlage Installeren e-Handleiding 1009-080 Installeer de e-Handleiding op uw computer vanaf de Dvd-rom 'Handleidingen' die bij het apparaat is geleverd. 1 Plaats de Dvd-rom 'Handleidingen' in het cd-rom-station van uw computer. 2 Selecteer de taal en klik op [Volgende]. ● Als het bovenstaande scherm niet wordt weergegeven 'Handleidingen'(P. 632) Weergave van het instelscherm van Dvd-rom ● Klik op [Maninst.exe uitvoeren], als [Automatisch afspelen] wordt weergegeven.
Bijlage 1 Plaats de Dvd-rom 'Handleidingen' in het cd-rom-station van uw computer. ● Als het setupscherm van de Dvd-rom 'Handleidingen' niet verschijnt, verwijder dan de Dvd-rom uit het station en plaats het opnieuw. Als het setupscherm nog steeds niet verschijnt Weergave van het instelscherm van Dvd-rom 'Handleidingen'(P. 632) 2 Selecteer de taal en klik op [Weergeven] in 'Handleiding weergeven'.
Bijlage Installatie ongedaan maken e-Handleiding 1009-081 U kunt de e-Handleiding desgewenst van de computer verwijderen en de computer terugbrengen in de staat van voor de installatie van de e-Handleiding. Verwijder de gegevens die tijdens de installatie zijn gegenereerd, handmatig. 1 Verwijder de map waarin de handleiding is opgeslagen. ● Windows Vista/7/Server 2008/8.1/Server 2012 R2 Verwijder de map [LBP351_352 Manual_nld] in 'C:/Gebruikers/(gebruikersnaam)/Documenten/Canon/ Manuals'.
Bijlage Lay-out van het scherm e-Handleiding 1009-082 De e-Handleiding is opgesplitst in verschillende schermen en de inhoud van elk scherm varieert. Bovenste pagina Verschijnt wanneer u e-Handleiding start. Canon Klik hierop om naar de beginpagina van de handleiding te gaan. Tabblad [Inhoud] / tabblad [Zoeken] Klik hierop om te schakelen tussen de inhoudsopgave en de zoekfunctie. Inhoudsopgave De hoofdstuktitels worden weergegeven ( ).
Bijlage [Boven] Klik hierop om naar de beginpagina van de handleiding te gaan. [Siteoverzicht] Klik hierop als u alle onderwerpen van de e-Handleiding wilt weergeven. [Help] Klik hierop als u informatie wilt weergeven over hoe u de e-Handleiding kunt bekijken, hoe u een zoekopdracht uitvoert en andere informatie. [Afdrukken] Klik hierop om de weergegeven inhoud af te drukken. Handige functies / / Verschillende praktijkvoorbeelden om het apparaat zo efficiënt mogelijk te gebruiken.
Bijlage / Klik hierop om gedetailleerde informatie weer te geven. Klik opnieuw om het venster te sluiten. Klik hierop om het desbetreffende onderwerp weer te geven. Onderwerppagina Deze pagina bevat informatie over het configureren en gebruiken van het apparaat.
Bijlage [Inhoudsopgave] De hoofdstukpictogrammen en -titels worden weergegeven. [Alles uitvouwen]/[Alles samenvouwen] Klik op [Alles uitvouwen] om alle subgedeelten van alle onderwerpen weer te geven. Klik op [Alles samenvouwen] om alle subgedeelten van alle onderwerpen te sluiten. Hoofdstukpictogrammen Klik op een hoofdstukpictogram om naar het begin van het overeenkomstige hoofdstuk te navigeren. Onderwerppagina Geeft de onderwerpen van het geselecteerde hoofdstuk weer.
Bijlage Klik hierop om het vorige of volgende onderwerp weer te geven. Klik hierop om naar de overeenkomstige pagina te gaan. Klik op "Terug" in uw webbrowser om terug te gaan naar de vorige pagina. Klik hierop om de verborgen gedetailleerde beschrijvingen weer te geven. Klik opnieuw om de gedetailleerde beschrijvingen te sluiten. Het tabblad Zoeken Bevat een tekstvak om een zoekopdracht uit te voeren en naar de gewenste pagina te zoeken.
Bijlage één pagina passen, klikt u op pagina weer te geven. / of een paginanummer om de resultaten op de overeenkomstige Siteoverzicht Toont de inhoudsopgave voor de e-Handleiding. Hoofdstukpictogrammen Klik hierop om naar het onderwerp van het geselecteerde hoofdstuk te gaan. Titel (Onderwerp) Geeft titels en onderwerpen weer. Klik op een titel of onderwerp om naar de pagina te gaan. Klik hierop om naar het begin van de pagina te gaan. / Klik hierop om naar het vorige of volgende hoofdstuk te gaan.
Bijlage Inzien e-Handleiding 1009-083 Markeringen Waarschuwingen met betrekking tot veiligheid, beperkingen en waarschuwingen met betrekking tot de bediening van het apparaat, nuttige tips en andere informatie worden weergegeven met behulp van de onderstaande markeringen. Hiermee wordt een waarschuwing aangeduid voor handelingen die de dood of persoonlijk letsel tot gevolg kunnen hebben als ze niet juist worden uitgevoerd.
Bijlage In deze handleiding gebruikte schermen Tenzij anders aangegeven, zijn de displays waarnaar wordt verwezen in de e-Handleiding afkomstig van de LBP352x. Afhankelijk van het besturingssysteem dat u gebruikt, kan de weergave van de displays in deze handleiding iets afwijken van de werkelijke displays. De weergave van het printerstuurprogramma en de software kan ook variëren, afhankelijk van de versie.
Bijlage Handmatige Weergave-instellingen 1009-08W 615
Bijlage MEAP-applicaties beheren 1009-084 U kun MEAP-applicaties (software die de functies verbetert) op het apparaat installeren om verschillende features toe te voegen. U kunt de functies aan uw behoeften aanpassen, bijvoorbeeld om een verificatiesysteem met IC-cards te configureren of om drukwerk op basis van logboeken te beheren. Als u MEAP-applicaties wilt beheren, opent u het apparaat via een webbrowser. Voor meer informatie, zie Functiehandleiding voor MEAP Application Management .
Bijlage FTP-clients gebruiken 1009-085 U kunt een FTP-client gebruiken om een FTP-server van het apparaat te openen en om instellingen op te geven om een document af te drukken en om te netwerken. Afdrukken en instellingen kunnen worden met de opdrachtregel standaard in het besturingssysteem geïnstalleerd, hetgeen noch specifieke stuurprogramma's noch specifieke applicaties vraagt.
Bijlage Voorbereidingen voor het gebruik van de FTP-server 1009-086 De standaard fabrieksinstellingen verhinderen bewerkingen door FTP-clients; geef daarom instellingen op om de bewerkingen mogelijk te maken. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 341) 2 Klik op [Instellingen/registratie]. 3 Klik op [Netwerk] 4 Klik op [Bewerken] in [FTP-instellingen]. [TCP/IP-instellingen].
Bijlage 5 Geef de vereiste instellingen op en klik op [OK]. [Gebruik FTP-afdrukken] Als u wilt afdrukken via de FTP-client, activeer dan het selectievakje. Anders moet u het uitschakelen. [FTP afdruk gebruikersnaam] Gebruik maximaal 24 alfanumerieke tekens voor de gebruikersnaam die wordt gebruikt om in te loggen op de FTP-server voor het verrichten van FTP Print. ● U kunt 'root' niet instellen.
Bijlage ● Klik op [Apparaatcontrole], selecteer [Harde reset] en klik vervolgens op [Uitvoeren]. ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. Het bedieningspaneel gebruiken ● Tevens kunt u de functie FTP Print en FTP-instellingen in- of uitschakelen in het instellingenmenu van het bedieningspaneel. FTP(P. 388) KOPPELINGEN Afdrukken via FTP-client (FTP Print)(P. 621) Instellingen via de FTP-client opgeven(P.
Bijlage Afdrukken via FTP-client (FTP Print) 1009-087 Documenten in TEXT/JPEG/TIFF indeling kunnen vanaf FTP-clients via het netwerk worden afgedrukt. Controleer vooraf het IP-adres dat op het apparaat is ingesteld ( Netwerkstatusafdruk(P. 550) ). Als u twijfels hebt over het IP-adres, neem dan contact op met de netwerkbeheerder. 1 Start [Opdrachtprompt]. ● Open het menu [Start] en selecteer [Alle programma's] of [Programma's] [Opdrachtprompt].
Bijlage 6 Voer 'bin' in en druk op de toets [ENTER]. ➠ De gegevensoverdrachtmodus wordt veranderd in de binaire modus. ● U moet de binaire modus ook opgeven als u een tekstdocument afdrukt. 7 Voer 'put ' in en druk op toets [ENTER]. ● Bijvoorbeeld: put voorbeeld.txt ➠ Het document wordt afgedrukt. 8 Voer 'quit' (afsluiten) in en druk op de toets [ENTER]. 9 Voer 'exit' (verlaten) in en druk op de toets [ENTER]. ➠ De opdrachtprompt wordt gesloten.
Bijlage Instellingen via de FTP-client opgeven 1009-088 U kunt instellingen opgeven, zoals de netwerkinstellingen van het apparaat, vanaf een FTP-client via een TCP/IP netwerk. Controleer vooraf het IP-adres dat op het apparaat is ingesteld ( Netwerkstatusafdruk(P. 550) ). Als u twijfels hebt over het IP-adres, neem dan contact op met de netwerkbeheerder. 1 Start [Opdrachtprompt]. ● Open het menu [Start] en selecteer [Alle programma's] of [Programma's] [Opdrachtprompt].
Bijlage 7 Bewerk het configuratiebestand in Kladblok of een vergelijkbare teksteditor.
Bijlage (Adres secundaire DNS-server) HOST_NAME (Hostnaam) Maximaal 47 alfanumerieke tekens 'Canon'+ 'Laagste 6 cijfers van MAC-adres' DOMAIN_NAME (Domeinnaam) Maximaal 47 alfanumerieke tekens (Leeg) DDNS_ENB (DNS dynamische update) ON, OFF OFF WINS_ENB (WINS resolutie) ON, OFF OFF WINS_SERVER (WINS serveradres) IP-adres 0.0.0.
Bijlage SNTP_ENB (SNTP gebruiken) ON, OFF SNTP_ADDR (NTP servernaam) IP-adres of hostnaam SNTP_INTERVAL (Pollinginterval) 1 tot 48 (uur) 24 DISCOVERY_ENB (Reageren op Discovery) ON, OFF ON DISCOVERY_SCOPE_NAME (Bereiknaam) Maximaal 32 alfanumerieke tekens EMAIL_PRINT_ENB (POP3 ontvangen) ON, OFF EMAIL_POP_ADDR (POP3 servernaam) Maximaal 48 alfanumerieke tekens (Leeg) EMAIL_POP_ACCOUNT (POP3 gebruikersnaam) Maximaal 32 alfanumerieke tekens (Leeg) EMAIL_POP_PASSWD (POP3 wachtwoord) Maxima
Bijlage IPV6_DNS_HOST_NAME_V6 (Hostnaam) Maximaal 47 alfanumerieke tekens 'Canon'+ 'Laagste 6 cijfers van MAC-adres' IPV6_DNS_DOMAIN_NAME_V6 (Domeinnaam) Maximaal 47 alfanumerieke tekens (Leeg) IPV6_DNS_DYNAMIC_SET (DNS dynamische update) ON, OFF OFF IPV6_DNS_STATELESS (Stateless adres registreren) ON, OFF OFF IPV6_DNS_MANUAL (Handmatig adres registreren) ON, OFF OFF IPV6_DNS_STATEFUL (Stateful adres registreren) ON, OFF OFF Menu SMB server (SMB instellingen) Instelwaarde Itemnaam Standa
Bijlage SNMP_COMMUNITY2_ENB (Communitynaam 2 gebruiken) ON, OFF OFF SNMP_COMMUNITY2_ACCESS (Toegangspermissie MIB) RW (lezen / schrijven), RO (uitsluitend lezen) RO SNMP_COMMUNITY2_NAME (Communitynaam 2) Maximaal 32 alfanumerieke tekens SNMP_V3_ENB (SNMPv3 gebruiken) ON, OFF OFF SNMP_GET_PRT_MNG_INFO ON, OFF (Printerbeheersinformatie van host ontvangen) OFF public2 Menu SPOOLER (spoolinstellingen) Itemnaam SPOOL_ENB (Spooler gebruiken) Instelwaarde Standaard fabrieksinstelling ON, OFF OFF M
Bijlage 11 Voer 'quit' (afsluiten) in en druk op de toets [ENTER]. 12 Voer 'exit' (verlaten) in en druk op de toets [ENTER]. ➠ De opdrachtprompt wordt gesloten. KOPPELINGEN Netwerk(P.
Bijlage Overige 1009-08C In deze bijlage worden basisbewerkingen van Windows beschreven. De bijlage bevat verder disclaimers, auteursrechtinformatie en andere belangrijke informatie.
Bijlage Basisbewerkingen in Windows 1009-08E De printermap weergeven(P. 631) [Netwerkdetectie] inschakelen(P. 631) Printers weergeven die worden gedeeld op de printserver(P. 632) Weergave van het instelscherm van Dvd-rom 'Handleidingen'(P. 632) Een testpagina afdrukken in Windows(P. 633) De bitarchitectuur controleren(P. 634) De printerpoort controleren(P. 635) Bidirectionele communicatie controleren(P. 636) [Eigenschappen van LAN-verbinding] weergeven(P.
Bijlage [Start] selecteer [Configuratiescherm] inschakelen] onder [Netwerkdetectie]. dubbelklik op [Netwerkcentrum] selecteer [Netwerkdetectie ◼ Printers weergeven die worden gedeeld op de printserver 1 Open Windows Verkenner. Windows Vista/7/Server 2003/Server 2008 [Start] selecteer [Alle programma's] of [Programma's] [Bureau-accessoires] Windows 8/Server 2012 Klik met de rechtermuisknop in de linkerbenedenhoek van het scherm [Windows Verkenner]. selecteer [Verkenner]. Windows 8.
Bijlage Windows 8/Server 2012 Klik met de rechtermuisknop in de hoek linksonder van het scherm op [OK] [Uitvoeren] Typ 'D:\Maninst.exe' klik Windows 8.1/Server 2012 R2 Klik met de rechtermuisknop op [Start] [Uitvoeren] Typ 'D:\Maninst.exe' klik op [OK] Windows Server 2003 [Start] [Uitvoeren] typ 'D:\Maninst.exe' klik op [OK] ◼ Een testpagina afdrukken in Windows U kunt controleren of het printerstuurprogramma werkt door een testpagina af te drukken in Windows.
Bijlage ➠ De testpagina wordt afgedrukt. ◼ De bitarchitectuur controleren Weet u niet zeker of op uw computer de 32-bits of 64-bits versie van Windows wordt uitgevoerd, volg dan onderstaande procedure. 1 Open het onderdeel [Configuratiescherm]. Windows Vista/7/Server 2008 [Start] selecteer [Configuratiescherm] Windows 8/Server 2012 Klik met de rechtermuisknop in de linkerbenedenhoek van het scherm selecteer [Configuratiescherm]. Windows 8.
Bijlage ◼ De printerpoort controleren 1 2 3 Open de printermap. De printermap weergeven(P. 631) Klik met de rechtermuisknop op het printerpictogram en klik op [Eigenschappen van printer] of [Eigenschappen]. Op het tabblad [Poorten] moet u controleren dat de poort correct is geselecteerd.
Bijlage ◼ Bidirectionele communicatie controleren 1 2 3 Open de printermap. De printermap weergeven(P. 631) Klik met de rechtermuisknop op het printerpictogram en klik op [Eigenschappen van printer] of [Eigenschappen]. Controleer dat het selectievakje [Ondersteuning in twee richtingen inschakelen] op het tabblad [Poorten] is ingeschakeld.
Bijlage ◼ [Eigenschappen van LAN-verbinding] weergeven Windows Vista 1 Selecteer [Configuratiescherm] in het menu [Start] en klik op [Netwerkstatus en -taken weergeven] [Netwerkverbindingen beheren]. 2 Rechtsklik op het pictogram [LAN-verbinding], selecteer vervolgens [Eigenschappen] in de keuzelijst. Windows 7/Server 2008 R2 1 Selecteer [Configuratiescherm] in het menu [Start] en klik op [Netwerkstatus en -taken weergeven] [Adapterinstellingen wijzigen].
Bijlage Windows 8.1/Server 2012 R2 1 Rechtsklik op [Start] Selecteer [Configuratiescherm] en klik op [Netwerkstatus en -taken weergeven] [Adapterinstellingen wijzigen]. 2 Rechtsklik op het pictogram [LAN-verbinding], selecteer vervolgens [Eigenschappen] in de keuzelijst. Windows Server 2003 1 Selecteer [Configuratiescherm] in het menu [Start] 2 Klik op [Eigenschappen]. 638 [Netwerkverbindingen] [LAN-verbinding].
Bijlage Voor Mac OS-gebruikers 1009-08F Afhankelijk van de aanschafdatum hebt u mogelijk geen printerstuurprogramma voor Mac OS bij uw apparaat ontvangen. De printerstuurprogramma's worden naar de Canon-website geüpload wanneer ze benodigd zijn. Controleer het besturingssysteem van uw computer en download het juiste printerstuurprogramma van de Canon-website. Raadpleeg de 'Handleiding Canon UFR II/UFRII LT printerstuurprogramma' voor de installatieprocedure en het gebruik van het printerstuurprogramma.
Bijlage Voorbeelden van lettertypen 1009-08H Met het menu Utilility kunt u lijsten met lettertypen afdrukken. Deze lijsten vormen een uitgebreid overzicht van alle lettertypen die momenteel beschikbaar zijn. Hierin vindt u de namen en afdrukvoorbeelden van de lettertypen die zijn opgeslagen op de printer. Schaalbare lettertypen (PCL)(P. 641) Schaalbare OCR-lettertypen (PCL) (P. 644) Bitmaplettertypen (PCL)(P.
Bijlage Schaalbare lettertypen (PCL) 641
Bijlage 642
Bijlage 643
Bijlage Schaalbare OCR-lettertypen (PCL) Bitmaplettertypen (PCL) 644
Bijlage Kennisgeving 1009-08J ◼ Productnaam Veiligheidsvoorschriften vereisen dat de naam van het product wordt geregistreerd. In sommige regio's waar dit product wordt verkocht kunnen in plaats daarvan de volgende naam/namen tussen () zijn geregistreerd. LBP352x/LBP351x (F168200) ◼ EMC-eisen van EG-Richtlijn Deze apparatuur voldoet aan de essentiële EMC-eisen van EG-richtlijn.
Bijlage ◼ AEEA-richtlijn / Voorschrift Uitsluitend bestemd voor de Europese Unie en EER (Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) Met deze symbolen wordt aangegeven dat dit product in overeenstemming met de AEEA-richtlijn (2012/19/EU), de richtlijn 2006/66/EG betreffende batterijen en accu's en/of de plaatselijk geldende wetgeving waarin deze richtlijnen zijn geïmplementeerd, niet bij het normale huisvuil mag worden weggegooid.
Bijlage ● Paspoorten ● Postzegels (al dan niet afgestempeld) ● Immigratiebescheiden ● Voor identificering gebruikte tekens of insignes ● Belastingzegels (al dan niet afgestempeld) ● Documenten betreffende vervangende of algemene dienstplicht ● Obligaties of andere bewijzen van schuldbekentenis ● Van overheidswege verstrekte cheques of wissels ● Aandelencertificaten ● Rijbewijzen en eigendomspapieren van motorvoertuigen ● Van copyright voorziene werken/kunstwerken zonder toestemming van degene bij wie het co
Bijlage Java en alle op Java gebaseerde handelsmerken en logo's zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Oracle en / of diens dochterondernemingen. Adobe, PostScript en het PostScript-logo zijn geregistreerde handelsmerken ofwel handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen. Copyright © 2007 -08 Adobe Systems Incorporated. All rights reserved. Protected by U.S.
Bijlage Vestigingen 1009-08K CANON INC. 30-2, Shimomaruko 3-chome, Ohta-ku, Tokyo 146-8501, Japan CANON MARKETING JAPAN INC. 16-6, Konan 2-chome, Minato-ku, Tokyo 108-8011, Japan CANON U.S.A., INC. One Canon Park, Melville, NY 11747, U.S.A. CANON EUROPA N.V. Bovenkerkerweg 59, 1185 XB Amstelveen, The Netherlands CANON CHINA CO. LTD. 2F Jinbao Building No.
SIL OPEN FONT LICENSE This Font Software is licensed under the SIL Open Font License, Version 1.1. This license is copied below, and is also available with a FAQ at: http://scripts.sil.org/OFL ----------------------------------------------------------SIL OPEN FONT LICENSE Version 1.
SIL OPEN FONT LICENSE 1) Neither the Font Software nor any of its individual components, in Original or Modified Versions, may be sold by itself. 2) Original or Modified Versions of the Font Software may be bundled, redistributed and/or sold with any software, provided that each copy contains the above copyright notice and this license.