LBP312x Gebruikershandleiding USRMA-1627-01 2018-12 nl Copyright CANON INC.
Inhoudsopgave Belangrijke veiligheidsinstructies .................................................................................................. Installatie ................................................................................................................................................................. 3 Elektrische aansluiting Hantering 2 .............................................................................................................................................. 5 ..
Posters afdrukken Boekje afdrukken ........................................................................................................................................ 91 ......................................................................................................................................... 93 Randen afdrukken ........................................................................................................................................
DNS configureren ............................................................................................................................................. 217 WINS configureren ........................................................................................................................................... 223 SNTP configureren ............................................................................................................................................
Overzicht van menuopties ................................................................................................................ Menu Instellingen 364 ................................................................................................................................................. 365 Instelmenu ...................................................................................................................................................... 366 Papierbron ...................
De machine verplaatsen ........................................................................................................................................ 529 Afdrukkwaliteit handhaven en verbeteren ............................................................................................................. 531 ................................................................................................................................ 532 Afdrukdensiteit aanpassen De afdrukpositie aanpassen .
Belangrijke veiligheidsinstructies Belangrijke veiligheidsinstructies Belangrijke veiligheidsinstructies ............................................................................................................ 2 Installatie ............................................................................................................................................................... 3 Elektrische aansluiting .................................................................................................
Belangrijke veiligheidsinstructies Belangrijke veiligheidsinstructies 1CE2-000 De informatie in dit hoofdstuk is bedoeld om beschadiging van eigendommen te voorkomen, evenals lichamelijk letsel van gebruikers van het apparaat en anderen in de buurt van het apparaat. Lees deze informatie zorgvuldig door voordat u het apparaat gaat gebruiken en volg de instructies om het apparaat op de juiste manier te gebruiken. U mag alleen handelingen uitvoeren die in deze handleiding worden beschreven.
Belangrijke veiligheidsinstructies Installatie 1CE2-001 U kunt dit apparaat alleen veilig en prettig gebruiken als u de volgende voorschriften volgt en het apparaat op een geschikte locatie installeert. (In deze handleiding worden de aanduidingen "apparaat" en "machine" door elkaar gebruikt om naar het product te verwijzen.
Belangrijke veiligheidsinstructies ● Let er bij het installeren van het apparaat op dat uw handen niet bekneld raken tussen het apparaat en de vloer of een muur. Dit kan namelijk lichamelijk letsel tot gevolg hebben. Voorkom slecht geventileerde locaties ● Dit apparaat genereert bij normaal gebruik een heel kleine hoeveelheid ozon en andere emissies. Deze emissies zijn niet schadelijk voor de gezondheid.
Belangrijke veiligheidsinstructies Elektrische aansluiting 1CE2-002 Dit apparaat kan worden gebruikt met een spanning tussen 220-240 V, en een elektrische frequentie van 50/60 Hz. ● Gebruik alleen een voeding die voldoet aan de aangegeven spanningsvereisten. Als u dat niet doet, kan dit brand of een elektrische schok tot gevolg hebben. ● De machine moet met het meegeleverde netsnoer worden aangesloten op een stopcontact met aarding.
Belangrijke veiligheidsinstructies Hantering 1CE2-003 ● Haal direct de stekker uit het stopcontact en neem contact op met een erkend Canon-dealer als het apparaat vreemde geluiden maakt, rook of een vreemde geur verspreidt of extreem heet wordt. Als u het apparaat onder die omstandigheden blijft gebruiken, kan dit brand of een elektrische schok tot gevolg hebben. ● Het is niet toegestaan het apparaat te demonteren of aan te passen.
Belangrijke veiligheidsinstructies ● Verplaats het apparaat niet met de papierlade of de optionele papiertoevoer geïnstalleerd. Ze kunnen dan namelijk vallen en lichamelijk letsel veroorzaken. Laserstraal ● Als de laserstraal mocht vrijkomen, kan blootstelling hieraan leiden tot ernstige beschadiging van uw ogen. Bij het transporteren van het apparaat Voer de volgende stappen uit om te voorkomen dat het apparaat tijdens het vervoer wordt beschadigd. ● Verwijder de tonercartridges.
Belangrijke veiligheidsinstructies ● Om papierstoringen te voorkomen, mag u tijdens het afdrukken het apparaat niet uitschakelen, de klep niet openen/sluiten en geen papier laden/verwijderen.
Belangrijke veiligheidsinstructies Onderhoud en inspecties 1CE2-004 Reinig het apparaat regelmatig. Als er sprake is van stofvorming, werkt de machine mogelijk niet goed. Let op de volgende punten als u de machine gaat reinigen. Zie Problemen oplossen(P. 470) als er tijdens gebruik een probleem optreedt. Zie Wanneer een probleem niet kan worden opgelost(P. 517) als u het probleem niet kunt oplossen of wanneer u van mening bent dat de machine moet worden geïnspecteerd.
Belangrijke veiligheidsinstructies Verbruiksartikelen 1CE2-005 ● Gooi lege tonercartridges en dergelijke niet in open vuur. Bewaar tonercartridges of papier niet op een plek die wordt blootgesteld aan open vuur. Hierdoor kan de toner ontbranden, met brandwonden of brand als gevolg. ● Als u per ongeluk toner morst, ruim het dan op met een zachte, vochtige doek zodat de deeltjes niet worden ingeademd. Gebruik nooit een stofzuiger zonder bescherming tegen stofexplosies om de gemorste toner op te ruimen.
Belangrijke veiligheidsinstructies ● Tenzij nodig, moet u de tonercartridge niet uit het verpakkingsmateriaal of uit dit apparaat nemen. ● De tonercassette is een magnetisch product. Plaats het niet in de buurt van producten die gevoelig zijn voor magnetisme zoals floppydisks en schijfstations. Dit kan leiden tot corruptie van de gegevens. Tonercartridge bewaren ● Bewaar tonercartridges onder de volgende omstandigheden om een veilige werking en een goed resultaat te garanderen.
Belangrijke veiligheidsinstructies Verpakkingsmateriaal van tonercartridges ● Bewaar het verpakkingsmateriaal van de tonercartridge. U hebt het nodig als u het apparaat gaat vervoeren. ● De verpakkingsmaterialen kunnen worden gewijzigd in vorm of plaatsing, of kunnen zonder kennisgeving worden toegevoegd of verwijderd. ● Nadat u het afdichtingstape uit de tonercartridge hebt getrokken, voert u deze af volgens de plaatselijk geldende milieuvoorschriften.
Basishandelingen Basishandelingen Basishandelingen ............................................................................................................................................. 14 Onderdelen en de bijbehorende functies .......................................................................................................... 16 Voorzijde ........................................................................................................................................................
Basishandelingen Basishandelingen 1CE2-006 In dit hoofdstuk worden de basishandelingen beschreven, zoals het gebruiken van het bedieningspaneel of het plaatsen van het papier. Het gaat hier om handelingen die vaak worden uitgevoerd om de functies van het apparaat te gebruiken. ◼ Onderdelen en de bijbehorende functies In dit gedeelte wordt aandacht besteed aan de externe en interne onderdelen van het apparaat en hun functie.
Basishandelingen ◼ Energie besparen Dit gedeelte beschrijft hoe u het stroomverbruik kunt minimaliseren. 15 Energie besparen(P.
Basishandelingen Onderdelen en de bijbehorende functies 1CE2-007 In dit gedeelte worden de onderdelen van het apparaat beschreven (buitenzijde, voorzijde, achterzijde en binnenzijde), evenals de functie die ze hebben. Naast de onderdelen van het apparaat die nodig zijn voor het uitvoeren van basishandelingen zoals het laden van papier en het vervangen van tonercartridges, wordt hier ook aandacht besteed aan de toetsen op het bedieningspaneel en het display.
Basishandelingen Voorzijde 1CE2-008 Uitvoerlade Afdrukken worden uitgevoerd via de uitvoerlade. Ventilatieopeningen Warme lucht wordt door deze openingen afgevoerd om de binnenzijde van de machine af te koelen. Een goede ventilatie is niet mogelijk als u voorwerpen voor de ventilatieopeningen plaatst. Installatie(P. 3) Handgrepen Pak de machine vast bij deze handgrepen als u de machine gaat verplaatsen. verplaatsen(P.
Basishandelingen Papierstopper Open de papierstopper om het papier in de uitvoerlade voor vallen te behoeden. Klep aan de voorzijde Open de klep aan de voorzijde als u de tonercartridge wilt vervangen of een papierstoring wilt verhelpen. Tonercartridges vervangen(P. 527) Papierstoringen verhelpen(P. 472) Papierlade Gebruik de papierlade voor het laden van de papiersoort die u het meest gebruikt. papierlade plaatsen(P.
Basishandelingen Achterzijde 1CE2-009 Achterklep Open de achterklep als u papierstoringen gaat verhelpen. Papierstoringen verhelpen(P. 472) Etiket stroomverbruik Dit etiket vermeldt onder andere het serienummer. Dit nummer hebt u nodig als u vragen of problemen hebt. Wanneer een probleem niet kan worden opgelost(P. 517) Ventilatieopeningen Warme lucht wordt door deze openingen afgevoerd om de binnenzijde van de machine af te koelen.
Basishandelingen LNK-lampje Het LNK-lampje knippert groen als het apparaat goed is aangesloten op een netwerk. LAN-poort Hier kunt u een LAN-kabel aansluiten om de machine te verbinden met een bekabelde LAN-router, etc. Verbinding maken met een bekabeld LAN(P.
Basishandelingen Binnenzijde 1CE2-00A Transportgeleider (aan de achterkant) Als het papier in het apparaat vastloopt, til dan de transportgeleider op richting de voorzijde van het apparaat en verwijder het vastgelopen papier. Papierstoringen verhelpen(P. 472) Transportgeleider (aan de voorkant) Als het papier in het apparaat vastloopt, til dan de transportgeleider op richting de achterzijde van het apparaat en verwijder het vastgelopen papier. Papierstoringen verhelpen(P.
Basishandelingen Multifunctionele invoer 1CE2-00C Papiergeleiders Stel de papiergeleiders exact af op de breedte van het geladen papier, zodat het papier mooi recht in de machine wordt gevoerd. Druk op de ontgrendelingspal die in de afbeeldingen met een pijl wordt aangegeven om de geleider te ontgrendelen, zodat u deze kunt verschuiven. Papierlade Trek de papierlade uit als u papier gaat plaatsen. Uitschuifblad Open het uitschuifstuk van de lade als u groot papier gaat plaatsen.
Basishandelingen Papierlade 1CE2-00E Papiergeleiders Stel de papiergeleiders exact af op de grootte van het geladen papier, zodat het papier mooi recht in het apparaat wordt gevoerd. Druk op de ontgrendelingspallen die in de afbeeldingen met pijlen worden aangegeven om de geleiders te ontgrendelen, zodat u deze kunt verschuiven. Ontgrendelingspal (voor het uitschuiven van de papierlade) Als u papier van het formaat Legal gaat plaatsen, moet u de papierlade uitschuiven.
Basishandelingen Bedieningspaneel 1CE2-00F Tonen Toont de huidige afdrukstatus of andere bedrijfsstatus, fouteninformatie, resterend tonerniveau, enzovoort. Display(P. 27) Taakstatus/Annuleren toets Als u deze toets indrukt terwijl het [ ] lampje brandt of knippert, wordt een document afgedrukt en worden documenten die nog moeten worden afgedrukt in een lijst geplaatst. U kunt het document in de lijst selecteren en het afdrukken van het document annuleren. Vanaf het bedieningspaneel(P.
Basishandelingen [*]-toets Druk op deze toets om te schakelen tussen het type tekst dat wordt ingevoerd. Gereed lampje Dit lampje brandt wanneer het apparaat gereed is om af te drukken of anderszins knippert. Bericht lampje ● Brandt als er een probleem optreedt om het afdrukken te verhinderen. Problemen oplossen(P. 470) ● Brandt als het apparaat offline is en naar de sluimermodus gaat.
Basishandelingen [#]-toets Druk op deze toets om symbolen in te voeren, zoals "@" of "/". Utility-toets / [ ]-toets ● Toont het menu Utility. U kunt het totale aantal afgedrukte pagina's weergeven en interne systeeminformatie afdrukken voor controle. Hulpprogrammamenu(P. 454) ● Druk tijdens het opgeven van instellingen op deze toets om terug te keren naar het vorige scherm. Druk tijdens het invoeren van tekst op deze toets om de cursor naar links te verplaatsen.
Basishandelingen Display 1CE2-00H Het display toont de afdrukstatus plus de schermen voor het opgeven van instellingen. Tevens toont het foutberichten en de resterende toner in de tonercartridge. Hoofdscherm Indicatie van status Toont de huidige status of bedieningsmodus van het apparaat. Indicatie papierformaat Toont het momenteel geselecteerde papierformaat. De volgende papierformaten worden weergegeven in afgekorte vorm.
Basishandelingen Er treedt een fout op In sommige gevallen worden, wanneer er een fout optreedt, instructies weergegeven over hoe u moet reageren. Volg de aanwijzingen op het scherm voor het oplossen van het probleem. Het scherm dat wordt weergegeven wanneer er zich een papierstoring voordoet, wordt hieronder getoond als voorbeeld. Er wordt een foutbericht weergegeven(P. 480) KOPPELINGEN Het bedieningspaneel gebruiken(P.
Basishandelingen Het bedieningspaneel gebruiken 1CE2-00J Gebruik de onderstaande toetsen om instellingen op te geven en waarden aan te passen. De toetsen / Door het scherm bladeren Aan de rechterkant van het scherm ziet u een schuifbalk als niet alle informatie op één scherm past. Als de / om omhoog en omlaag te bladeren. De tekst- en schuifbalk wordt weergegeven, gebruikt u achtergrondkleuren van een item worden omgekeerd wanneer u deze toetsen selecteert.
Basishandelingen De toetsen / Volgende of vorige scherm weergeven Druk op om naar het volgende scherm te gaan. Druk op ● U kunt ook naar het volgende scherm gaan door op om terug te gaan naar het vorige scherm. te drukken. Met keert u terug naar het vorige scherm. De cursor verplaatsen / Met behulp van kunt u tekst en waarden invoeren. Tekst invoeren(P. 32) gebruiken Druk op ( om een instelling toe te passen.
Basishandelingen ● U kunt een variëteit aan displaygerelateerde instellingen opgeven, zoals de scherminstelling en displaytaal, met behulp van in het instellingenmenu van het bedieningspaneel. Instelmenu(P.
Basishandelingen Tekst invoeren 1CE2-00K Voer met de numerieke toetsen tekst en waarden in. Een ander type tekst kiezen Druk op om te schakelen tussen het in te voeren type tekst. Typen tekst die u kunt invoeren Hieronder wordt vermeld welke tekst u kunt invoeren.
Basishandelingen PQRS pqrs 7 TUV tuv 8 WXYZ wxyz 9 (niet beschikbaar) 0 (spatie) @./-_!?&$%#()[]{}<>*+=",;:'^`|\ (niet beschikbaar) ● Druk op als het type ingevoerde tekst of is, om bruikbare symbolen op het scherm weer te geven. Selecteer het symbool dat u wilt invoeren met behulp van dan op / / / en druk . Tekst wissen Telkens als u op drukt, wordt er één teken gewist. U kunt alle ingevoerde tekst wissen door ingedrukt te houden.
Basishandelingen Het apparaat in- en uitschakelen 1CE2-00L De aan-/uit-schakelaar wordt gebruikt om het apparaat in te schakelen. Bij het uitschakelen van het apparaat moet u beslist het bedieningspaneel gebruiken en niet de aan-/uit-schakelaar. Deze procedure is hetzelfde als voor het in-/ uitschakelen van een computer. Het apparaat inschakelen(P. 34) Het apparaat uitschakelen (een afsluithandeling verrichten)(P. 34) Het apparaat inschakelen Druk op de aan-/uit-schakelaar van het apparaat.
Basishandelingen 2 Druk op 3 Selecteer en druk op / om te selecteren en druk vervolgens op . . ➠ Als onderstaand bericht verschijnt, wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld. Als weergegeven wordt ● Er zijn nog afdrukgegevens aanwezig. Verwijder de gegevens ( Menu Reset(P. 460) ) en probeer de bewerking nogmaals uit te voeren. Om de bewerking te annuleren, drukt u op ( ).
Basishandelingen Het apparaat snel opstarten 1CE2-00R Als u de snelstartinstellingen opgeeft, kunt u de tijd reduceren vanaf het moment dat de aan-/uitschakelaar wordt ingedrukt tot het moment dat u het scherm kunt gebruiken. De methode om het apparaat uit te schakelen teneinde een snelstart te verrichten, heet 'snel uitschakelen'. Snelstartinstellingen opgeven(P. 36) Het apparaat uitschakelen (een snelle uitschakeling verrichten)(P.
Basishandelingen Het apparaat uitschakelen (een snelle uitschakeling verrichten) Als u op de aan-/uit-schakelaar drukt om het apparaat uit te schakelen terwijl de snelstartfunctie is ingeschakeld, wordt de volgende keer wanneer het apparaat wordt ingeschakeld een snelstart verricht (snel uitschakelen). Trek de stekker niet uit het stopcontact nadat u het apparaat snel hebt uitgeschakeld ● Trek de stekker niet uit het stopcontact nadat u het apparaat snel hebt uitgeschakeld.
Basishandelingen Papier plaatsen 1CE2-00S U kunt het papier in de papierlade of in de multifunctionele lade plaatsen. Gebruik de papierlade voor het laden van de papiersoort die u het meest gebruikt. De papierlade is handig wanneer u grote hoeveelheden papier gebruikt. Gebruik de multifunctionele lade wanneer u tijdelijk een formaat of type papier wilt gebruiken dat niet in de papierlade is geplaatst. Raadpleeg Papier(P. 572) voor beschikbare papierformaten.
Basishandelingen De volgende papiersoorten mag u niet gebruiken: ● Gekreukeld of gevouwen papier ● Gekruld of opgerold papier ● Gescheurd papier ● Vochtig papier ● Zeer dun papier ● Papier dat is afgedrukt met een thermal-transferprinter ● Papier met een grove structuur ● Glanzend papier ● Papier met geringe stijfheid Behandeling en opslag van papier ● Bewaar het papier op een vlak oppervlak. ● Bewaar het papier in de originele verpakking om het te beschermen tegen vocht of droogte.
Basishandelingen Papier in de papierlade plaatsen 1CE2-00U Laad het papier dat u normaliter in de papierlade gebruikt. Als u wilt afdrukken op papier dat niet in de papierlade is geplaatst, laad het dan in de multifunctionele lade. Papier in de multifunctionele lade plaatsen(P. 46) Papier met standaardformaat plaatsen(P. 40) Papier met aangepast formaat plaatsen(P. 42) Invoerrichting van papier Zie onderstaande tabel voor hoe u het beschikbare papier in de juiste afdrukstand laadt.
Basishandelingen Legal papier plaatsen ● Druk op de ontgrendelingspal en schuif de papierlade uit. 3 Plaats het papier zo dat de rand van de papierstapel de papiergeleider aan de achterzijde van de papierlade raakt. ● Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden. ● Waaier de papierstapel uit en tik met de onderkant op een vlak oppervlak om de vellen papier mooi gelijk te leggen.
Basishandelingen 4 Plaats de papierlade. » Ga verder met Het type en formaat papier opgeven dat in de papierlade is geplaatst(P. 59) Als u papier van een ander formaat of een andere soort gaat gebruiken ● De standaardinstellingen voor papierformaat en papiersoort zijn respectievelijk en . Als u papier van een ander formaat of type in de machine plaatst, moet u beslist de instelling aanpassen.
Basishandelingen Wanneer u papier plaatst dat langer is dan A4 ● Druk op de ontgrendelingspal en schuif de papierlade uit. 3 Leg het papier zo dat de rand van de papierstapel net de voorzijde van de papierlade raakt. ● Plaats de stapel papier met de afdrukzijde naar onderen. ● Waaier de papierstapel uit en tik met de onderkant op een vlak oppervlak om de vellen papier mooi gelijk te leggen.
Basishandelingen 4 Schuif de papiergeleiders tegen de randen van het papier. ● Druk op de ontgrendelingspal en schuif de papiergeleiders naar binnen totdat ze stevig tegen de randen van het papier zitten. Schuif de papiergeleiders stevig tegen de randen van het papier ● Als de papiergeleiders te los of te strak zitten, kan het papier verkeerd worden ingevoerd of kunnen er papierstoringen ontstaan. 5 Schuif de papierlade in de machine.
Basishandelingen KOPPELINGEN Papier(P.
Basishandelingen Papier in de multifunctionele lade plaatsen 1CE2-00W Als u wilt afdrukken op papier dat niet in de papierlade is geplaatst, laad het dan in de multifunctionele lade. Laad het papier dat u normaliter in de papierlade gebruikt. Papier in de papierlade plaatsen(P. 40) Invoerrichting van papier Zie onderstaande tabel voor hoe u het beschikbare papier in de juiste afdrukstand laadt.
Basishandelingen 4 Plaats het papier in de multifunctionele lade invoer tot het papier stopt. ● Plaats het papier met de afdrukzijde naar boven. ● Waaier de papierstapel uit en tik met de onderkant op een vlak oppervlak om de vellen papier mooi gelijk te leggen. Stapel het papier niet hoger dan de markering voor het maximale aantal vellen ● Zorg ervoor dat de stapel papier niet hoger is dan de markering voor het maximale aantal vellen ( ).
Basishandelingen Schuif de papiergeleiders stevig tegen de randen van het papier ● Als de papiergeleiders te los of te strak zitten, kan het papier verkeerd worden ingevoerd of kunnen er papierstoringen ontstaan. » Ga verder met Het papierformaat en de papiersoort in de multifunctionele lade opgeven(P. 61) Als u papier van een ander formaat of een andere soort gaat gebruiken ● De standaardinstellingen voor papierformaat en papiersoort zijn respectievelijk en .
Basishandelingen Enveloppen of Briefkaarten laden 1CE2-00X Voordat u enveloppen of briefkaarten laadt, moet u ze voorbehandelen, zoals eventuele oneffenheden gladstrijken. Let ook op de invoerrichting van de enveloppen of briefkaarten en welke kant naar boven wijst. Let op: enveloppen noch briefkaarten kunnen in de papierlade worden geladen. Enveloppen plaatsen(P. 49) Briefkaarten plaatsen(P. 51) ● In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u enveloppen in de gewenste richting laadt.
Basishandelingen 4 Lijn de randen van de enveloppen uit op een vlak oppervlak. ◼ Enveloppen in de multifunctionele lade plaatsen Plaats de enveloppen in de afdrukrichting Staand (met de korte zijde naar voren) en met de kant zonder lijm (de voorzijde) naar onderen. U kunt niet afdrukken op de achterzijde van enveloppen. Envelop YOUGATANAGA 3, No. 10 (COM10), Monarch, C5, of DL Plaats de enveloppen zo dat de rand met de flap aan de linkerkant zit, zoals in de afbeelding.
Basishandelingen Briefkaarten plaatsen ● Voor briefkaarten is automatisch dubbelzijdig afdrukken niet mogelijk. Als u de briefkaart aan beide zijden wilt bedrukken, moet u eerst de ene zijde bedrukken en dan de andere. ● Voordat u de briefkaarten laadt, moet u eventuele oneffenheden gladstrijken. Als er nog oneffenheden zijn, kunnen afdrukken scheef zijn of afbeeldingen vervormd zijn.
Basishandelingen 4 op 1 Briefkaart Plaats de briefkaart met het boveneinde naar het apparaat.
Basishandelingen Voorbedrukt papier plaatsen 1CE2-00Y Als u papier gebruikt waarop vooraf een logo is afgedrukt, let u bij het plaatsen op de invoerrichting van het papier. Zorg dat het papier goed is geplaatst zodat er op de juiste kant van het papier met een logo wordt afgedrukt. Enkelzijdig afdrukken op papier met logo's(P. 53) Dubbelzijdig afdrukken op papier met logo's(P.
Basishandelingen Afdrukken op papier met logo's in de afdrukrichting Liggend Het papier in de papierlade laden Laad het papier met de kant van het logo (de afdrukzijde) naar beneden. Als u papier in de multifunctionele lade plaatst Laad het papier met de kant van het logo (de afdrukzijde) naar boven.
Basishandelingen Dubbelzijdig afdrukken op papier met logo's Als een af te drukken document uit een oneven aantal pagina's bestaat, stelt u in op in het instellingenmenu van het bedieningspaneel. Alternatieve methode(P. 404) Afdrukken op papier met logo's in de afdrukrichting Staand Het papier in de papierlade laden Laad het papier met de voorzijde van het bedrukte papier (de zijde voor de eerste pagina van het document) naar boven.
Basishandelingen Afdrukken op papier met logo's in de afdrukrichting Liggend Het papier in de papierlade laden Laad het papier met de voorzijde van het bedrukte papier (de zijde voor de eerste pagina van het document) naar boven. Als u papier in de multifunctionele lade plaatst Laad het papier met de voorzijde van het bedrukte papier (de zijde voor de eerste pagina van het document) naar beneden.
Basishandelingen multifunctionele lade) ook gebruiken voor enkelzijdig afdrukken. Deze instelling is vooral handig als u regelmatig zowel enkelzijdig als dubbelzijdig afdrukt. Papierinvoermethode(P.
Basishandelingen Het type en formaat papier opgeven 1CE2-010 U moet ervoor zorgen dat de instellingen voor het type en formaat papier overeenkomen met het papier dat is geladen. Vergeet dus niet de papierinstellingen aan te passen wanneer u papier gaat laden dat afwijkt van het eerder gebruikte papier. ● Als de instellingen onjuist zijn, kan het papier vastlopen of kan er een afdrukfout optreden.
Basishandelingen Het type en formaat papier opgeven dat in de papierlade is geplaatst 1CE2-011 Geef het formaat en het type papier op dat u in de papierlade laadt. 1 Druk op 2 Gebruik ( ). / om een keuze te maken uit tot en druk op . ● tot worden weergegeven wanneer de optionele papiertoevoer is geïnstalleerd. 3 Selecteer het papierformaat en druk op .
Basishandelingen ● Als u het formaat van het te laden papier vaak verandert, kunt u opgeven, dat u de moeite bespaart van het veranderen van de papierformaat-instelling iedere keer dat u afdrukt. Maar let op: in dit geval wordt het in het printerstuurprogramma ingestelde papierformaat niet gecontroleerd vóór het afdrukken. ● Als u selecteert, wordt de afdruksnelheid lager. 4 Maak een keuze uit tot en druk op .
Basishandelingen Het papierformaat en de papiersoort in de multifunctionele lade opgeven 1CE2-012 1 Druk op 2 Druk op 3 Selecteer het papierformaat en druk op ( ). / om te selecteren en druk vervolgens op . . Voor formaat A5 / aangepast papierformaat ● Formaat A5 of aangepast papierformaat kan worden geladen in zowel staande als liggende afdrukrichting. Raadpleeg de onderstaande tabel om de instelling te selecteren die overeenkomt met de afdrukrichting van het papier.
Basishandelingen geval wordt het in het printerstuurprogramma ingestelde papierformaat niet gecontroleerd vóór het afdrukken. ● Als u selecteert, wordt de afdruksnelheid lager. 4 Selecteer en druk op 5 Selecteer het papiertype en druk op . . ● Als u het formaat van het te laden papier vaak verandert, kunt u opgeven, zodat u niet iedere keer dat u afdrukt de papiertype-instelling hoeft te veranderen.
Basishandelingen Energie besparen 1CE2-013 U kunt energie besparen door een instelling te realiseren opdat het apparaat automatisch naar de energiespaarstand (sluimermodus) of UIT gaat als er voor een bepaalde periode geen handeling wordt verricht, of het apparaat iedere dag van de week op een bepaalde tijd automatisch UIT gaat. De slaapstand instellen(P. 64) De automatische uitschakeltijd instellen(P.
Basishandelingen De slaapstand instellen 1CE2-014 In de slaapstand wordt het stroomverbruik verlaagd door de stroomtoevoer naar het bedieningspaneel te onderbreken. Als er gedurende bepaalde tijd geen bewerkingen worden uitgevoerd op de machine, zoals tijdens de op het bedieningspaneel te drukken. U kunt ook de instelling lunchpauze, kunt u energie besparen door op Automatische sluimertijd gebruiken om de machine automatisch in de slaapstand te zetten als deze gedurende de opgegeven tijd inactief is.
Basishandelingen ( ) Selecteer de periode ● Onmiddellijk nadat het apparaat is INgeschakeld, kan de wachttijd voordat het apparaat naar de sluimerstand gaat, langer zijn dan in het menu is opgegeven. De sluimermodus op een opgegeven tijd automatisch starten / verlaten U kunt instellen dat het apparaat op een opgegeven tijd naar de sluimermodus gaat. U kunt ook instellen dat het apparaat de sluimermodus op een opgegeven tijd verlaat.
Basishandelingen ( ) De slaapstand verlaten Druk op . Bij gebruik van hulpprogramma's in verband met netwerk ● Als u de sluimermodus instelt op , kunnen de hulpprogramma's misschien niet communiceren.
Basishandelingen De automatische uitschakeltijd instellen 1CE2-015 U kunt het apparaat zo instellen dat het automatisch wordt uitgeschakeld als het langere tijd niet wordt gebruikt. U kunt het apparaat ook zo instellen dat het op een specifiek tijdstip wordt uitgeschakeld. Met behulp van deze functies kunt u voorkomen dat het apparaat nutteloos stroom verbruikt als het niet is uitgeschakeld. In de standaard fabrieksinstelling is deze functie ingeschakeld.
Basishandelingen [Gebruik automatische uitschakeltimer] Activeer het selectievakje om het apparaat uit te schakelen wanneer de in [Auto uitschakeltijd] ingestelde tijd is verstreken. [Auto uitschakeltijd] Geef op hoe lang het apparaat in de sluimermodus mag blijven voordat het wordt uitgeschakeld. U kunt het aantal uren kiezen in het bereik van [Na 1 uur] tot [Na 8 uur]. [Stel weektimer auto uitschakel] Activeer het selectievakje om de automatische uitschakeltijd voor iedere dag van de week in te stellen.
Basishandelingen Situaties die er verantwoordelijk voor kunnen zijn dat het apparaat op de opgegeven tijd niet automatisch uitschakelde ● U voert een bewerking uit op het apparaat. ● Het apparaat is bezig met afdrukken, reiniging of enige andere bewerking. ● Er verschijnt een foutbericht. Als het apparaat op de opgegeven tijd niet automatisch UIT kan worden gezet, wordt in de volgende 10 minuten elke minuut een nieuwe poging verricht.
Een document afdrukken Een document afdrukken Een document afdrukken ............................................................................................................................ 71 Afdrukken vanaf een computer ......................................................................................................................... 72 Basisbewerkingen met de printer ...................................................................................................................
Een document afdrukken Een document afdrukken 1CE2-016 Dit gedeelte beschrijft hoe u documenten afdrukt die op uw computer zijn gemaakt, bestande afdrukt die in een USBgeheugentoestel zijn opgeslagen, en documenten afdrukt door vanaf het bedieningspaneel een pincode in te voeren. ◼ Afdrukken vanaf een computer Een document dat u op uw computer hebt gemaakt, kunt u afdrukken via het printerstuurprogramma. vanaf een computer(P.
Een document afdrukken Afdrukken vanaf een computer 1CE2-017 Documenten die u met een programma op uw computer hebt gemaakt, kunt u afdrukken via het printerstuurprogramma. Het printerstuurprogramma heeft een aantal handige instellingen, zoals vergroten / verkleinen en dubbelzijdig afdrukken, waarmee u uw documenten op verschillende manieren kunt afdrukken.
Een document afdrukken Open de printermap ( De printermap weergeven(P.
Een document afdrukken Basisbewerkingen met de printer 1CE2-018 In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een document op uw computer afdrukt via het printerstuurprogramma. ● Ga pas afdrukken nadat u het formaat en het type papier hebt opgegeven dat is geladen in de papierbron. Papier plaatsen(P. 38) Het type en formaat papier opgeven(P. 58) 1 Open een document in een programma en geef het afdrukvenster weer. ● De manier waarop u het afdrukvenster weergeeft, kan per programma verschillen.
Een document afdrukken [Paginaformaat] Selecteer het formaat van het document dat in de toepassing is gemaakt. [Uitvoerformaat] Selecteer het formaat van het papier waarop het document zal worden afgedrukt. Als het geselecteerde formaat verschilt van het formaat dat is opgegeven in [Paginaformaat], wordt het document automatisch vergroot/verkleind afgedrukt op het in [Uitvoerformaat] opgegeven formaat. Vergroten of verkleinen(P.
Een document afdrukken [Papierbron] Selecteer de papierbron vanwaaruit het papier wordt aangevoerd. Instelwaarde Auto Papierbron De papierbron wordt automatisch geselecteerd uitgaande van het opgegeven formaat en de opgegeven papiersoort voor het afdrukken en de instellingen die zijn geconfigureerd in het apparaat. Multifunctionele lade Papier is in de multifunctionele lade geladen. Lade 1 Papier wordt ingevoerd via de papierlade van het apparaat.
Een document afdrukken 6 Klik op [OK]. 7 Klik op [Afdrukken] of op [OK]. ● Het afdrukken wordt gestart. In sommige programma's verschijnt het onderstaande scherm. ● Als u het afdrukken wilt annuleren, klikt u op [Annuleren] als het bovenstaande scherm wordt weergegeven. Nadat het scherm verdwijnt of als het scherm niet wordt weergegeven, kunt u het afdrukken op andere manieren annuleren. Afdrukken annuleren(P.
Een document afdrukken Toon de tekens aan de rechterzijde van het scherm voor dit apparaat tik of klik op [Afdrukken] [Apparaten] [Afdrukken] het printerstuurprogramma Windows 10 ] [Afdrukken] [ ● Als u afdrukt volgens deze methode, is er slechts een beperkt aantal instellingen beschikbaar. ● Als het bericht [Er is iets met de printer. Ga naar het bureaublad om dit op te lossen.] wordt weergegeven, gaat u naar het bureaublad en volgt u de instructies in het dialoogvenster.
Een document afdrukken Afdrukken annuleren 1CE2-019 U kunt het afdrukken annuleren vanaf uw computer of vanaf het bedieningspaneel van de machine. Vanaf een computer(P. 79) Vanaf het bedieningspaneel(P. 80) Vanaf een computer U annuleert het afdrukken vanaf het pictogram van de printer dat wordt weergegeven in het systeemvak van het bureaublad. 1 Dubbelklik op het printerpictogram. Als het printerpictogram niet wordt weergegeven ● Open de printermap ( De printermap weergeven(P.
Een document afdrukken Annuleren vanuit de externe UI ● U kunt het afdrukken annuleren vanuit de pagina [Taakstatus] van de UI op afstand: van afdruktaken controleren(P. 346) De huidige status Annuleren vanuit een programma ● In sommige programma's verschijnt het onderstaande scherm. U kunt het afdrukken annuleren door te klikken op [Annuleren]. Vanaf het bedieningspaneel Als de afdrukgegevens vanaf een computer naar het apparaat zendt, gaat het lampje [ ] branden (of knipperen).
Een document afdrukken Verschillende afdrukinstellingen 1CE2-01A Er zijn verschillende afdrukinstellingen die u kunt kiezen, zoals vergroot/verkleind afdrukken en dubbelzijdig afdrukken. Vergroten of verkleinen(P. 83) Meerdere pagina's op één vel afdrukken(P. 89) Randen afdrukken(P. 95) Schakelen tussen enkelzijdig en 2-zijdig afdrukken(P. 85) Posters afdrukken(P. 91) Datums en paginanummers afdrukken(P. 96) 81 Afdrukken sorteren per pagina(P. 87) Boekje afdrukken(P.
Een document afdrukken Bepaalde pagina's afdrukken op ander papier(P. 100) Documenttype selecteren(P. 102) Meerdere documenten combineren en afdrukken(P. 106) 82 Toner besparen(P.
Een document afdrukken Vergroten of verkleinen 1CE2-01C U kunt afdrukken vergroten of verkleinen door een vooraf ingesteld zoompercentage voor afdrukken te selecteren, zoals A5 naar A4. U kunt ook zelf een aangepast zoompercentage kiezen, dat u kunt verhogen of verlagen in stappen van 1%.
Een document afdrukken ● Afhankelijk van het geselecteerde papierformaat, kunt u mogelijk niet het optimale zoompercentage voor afdrukken instellen. Dit kan zich uiten in grote lege vlakken op de afdruk of delen van het document die ontbreken. ● De instellingen voor vergroten/verkleinen in bepaalde programma's hebben prioriteit boven de desbetreffende instellingen in het printerstuurprogramma. KOPPELINGEN Basisbewerkingen met de printer(P.
Een document afdrukken Schakelen tussen enkelzijdig en 2-zijdig afdrukken 1CE2-01E U kunt enkelzijdig en dubbelzijdig afdrukken. De standaardinstelling is [Dubbelzijdig afdrukken]. Pas de instelling desgewenst aan. ● Dubbelzijdig afdrukken is mogelijk niet voor alle formaten en soorten papier beschikbaar. Papier(P.
Een document afdrukken [Korte zijde [boven]] Hiermee wordt het document zo afgedrukt dat het verticaal wordt geopend nadat het aan de bovenzijde is ingebonden. [Lange zijde [boven]] Hiermee wordt het document zo afgedrukt dat het verticaal wordt geopend nadat het aan de bovenzijde is ingebonden. [Korte zijde [links]] Hiermee wordt het document zo afgedrukt dat het verticaal wordt geopend nadat het links is ingebonden. [Rugmarge] Kies deze optie om een bindmarge op te geven.
Een document afdrukken Afdrukken sorteren per pagina 1CE2-01F Als u afdrukken wilt maken van documenten met meerdere pagina's, selecteert u [Sorteren] om complete sets op volgorde af te drukken. Deze functie is handig bij het voorbereiden van hand-outs voor vergaderingen of presentaties. [Algemene instellingen] tabblad [OK] Selecteer [Sorteren] of [Groeperen] in [Sorteren/groeperen] [Sorteren/groeperen] Geef de sorteermethode van de afdrukken op wanneer u documenten met meerdere pagina's afdrukt.
Een document afdrukken KOPPELINGEN Basisbewerkingen met de printer(P.
Een document afdrukken Meerdere pagina's op één vel afdrukken 1CE2-01H U kunt meerdere pagina's afdrukken op één vel papier. Zo kunt u vier of negen pagina's afdrukken op één vel door [4 op 1] of [9 op 1] te gebruiken. Gebruik deze functie als u papier wilt besparen of een document wilt bekijken als miniaturen. ● U kunt nog meer papier besparen door deze instelling te combineren met dubbelzijdig afdrukken. Schakelen tussen enkelzijdig en 2-zijdig afdrukken(P.
Een document afdrukken [Paginavolgorde] Selecteer een indeling voor de paginaopmaak. Als u bijvoorbeeld [Horizontaal vanaf linkerzijde] selecteert, wordt de eerste pagina links bovenaan afgedrukt en vervolgens worden de volgende pagina's rechts daarvan geplaatst. KOPPELINGEN Basisbewerkingen met de printer(P. 74) Schakelen tussen enkelzijdig en 2-zijdig afdrukken(P.
Een document afdrukken Posters afdrukken 1CE2-01J U kunt één pagina van een document verspreid over meerdere pagina's afdrukken. Als u een document met één pagina van het formaat A4 bijvoorbeeld negen keer zo groot maakt, hebt u een poster van 3x3 vellen A4-formaat nadat u het document hebt afgedrukt en de vellen aan elkaar hebt geplakt.
Een document afdrukken KOPPELINGEN Basisbewerkingen met de printer(P. 74) Vergroten of verkleinen(P.
Een document afdrukken Boekje afdrukken 1CE2-01K U kunt twee pagina's van een document op beide zijden van één vel papier afdrukken en dan de bedrukte pagina's dubbelvouwen om een boekje te maken. Het printerstuurprogramma regelt de afdrukvolgorde, zodat de paginanummers kloppen. ● Boekje afdrukken is mogelijk niet voor alle formaten en soorten papier beschikbaar. Het papier dat beschikbaar is voor dubbelzijdig afdrukken, is ook beschikbaar voor boekje afdrukken. Zie Papier(P. 572) .
Een document afdrukken [Methode voor afdrukken van boekje] ● [Alle pagina's tegelijk]: alle pagina's worden tegelijk als één bundel afgedrukt, zodat u een boekje kunt maken door de bedrukte pagina's dubbel te vouwen. ● [Onderverdelen in sets]: kies deze optie om meerdere bundels af te drukken, met in elke bundel het aantal pagina's dat is opgegeven bij [Vellen per set]. Bind vervolgens de bundels in en voeg deze samen tot één boekje.
Een document afdrukken Randen afdrukken 1CE2-01L U kunt randen, zoals stippellijnen of dubbele ononderbroken lijnen, toevoegen aan de marges van afdrukken. [Pagina-instelling] tabblad [OK] Klik op [Pagina opties] [Kader] Selecteer hier het type rand. Voorbeeld Hier ziet u een voorbeeld met de geselecteerde rand. KOPPELINGEN Basisbewerkingen met de printer(P. 74) Datums en paginanummers afdrukken(P. 96) Afdrukken met watermerk(P.
Een document afdrukken Datums en paginanummers afdrukken 1CE2-01R U kunt de informatie zoals datums of paginanummers afdrukken. Daarnaast kunt u aangeven waar in het document u deze informatie wilt afdrukken (linksboven, rechtsonder, enzovoort). [Pagina-instelling] tabblad Klik op [Pagina opties] Selecteer de afdrukpositie van de afdrukdatum, de gebruikersnaam of het paginanummer [OK] [OK] [Afdrukdatum] Geef de positie aan voor het afdrukken van de afdrukdatum.
Een document afdrukken ● Als u datums, aanmeldingsnamen of paginanummers gaat afdrukken, kunt u opmaakinstellingen wijzigen zoals het lettertype en de tekengrootte. Klik op het scherm Pagina-opties hierboven op [Indelingsinstellingen] om de opmaakinstellingen op te geven. KOPPELINGEN Basisbewerkingen met de printer(P. 74) Randen afdrukken(P. 95) Afdrukken met watermerk(P.
Een document afdrukken Afdrukken met watermerk 1CE2-01S U kunt een watermerk zoals "Kopiëren" of "VERTROUWELIJK" afdrukken over het document. U kunt nieuwe watermerken maken of vooraf geregistreerde watermerken gebruiken. Tabblad [Pagina-instelling] de vervolgkeuzelijst [OK] Activeer het selectievakje [Watermerk] Selecteer een watermerk in [Watermerk] Activeer het selectievakje [Watermerk] om de beschikbare watermerken in de vervolgkeuzelijst weer te geven. Selecteer een watermerk in de lijst.
Een document afdrukken [Toevoegen] Klik hierop om een nieuw watermerk te maken. U kunt maximaal 50 watermerken opslaan. [Naam] Voer een naam in voor het nieuwe watermerk. [Kenmerken]/[Uitlijning]/[Afdrukstijl] Klik op deze tabbladen om de tekst, kleur of afdrukpositie van het watermerk op te geven. Klik voor meer informatie op [Help] in het printerstuurprogramma. KOPPELINGEN Basisbewerkingen met de printer(P. 74) Randen afdrukken(P. 95) Datums en paginanummers afdrukken(P.
Een document afdrukken Bepaalde pagina's afdrukken op ander papier 1CE2-01U U kunt bepaalde pagina's van een document afdrukken, zoals wanneer u het voorblad van een boekje afdrukt op gekleurd papier. Plaats in dit geval het gekleurde papier voor het voorblad in de multifunctionele lade, plaats normaal papier voor de middenpagina's in de papierlade en geef vervolgens de papierinstellingen op in het printerstuurprogramma.
Een document afdrukken [Verschillend voor voorblad en overige pagina's] Instellingen opgeven voor afdrukken van boekjes ( Boekje afdrukken(P. 93) ). U kunt verschillende papier opgeven voor het voorblad en de pagina's van de tekst. Bijvoorbeeld u kunt het papier in de multifunctionele invoer opgeven voor [Voorblad] en het papier in de papierlade voor [Overige pagina's] (pagina's van de tekst). KOPPELINGEN Basisbewerkingen met de printer(P.
Een document afdrukken Documenttype selecteren 1CE2-01W U kunt het type document opgeven om zo een optimale beeldkwaliteit te garanderen. Er zijn verschillende instellingen voor fotodocumenten, documenten met grafieken en tabellen, en documenten met CAD-tekeningen met zeer dunne lijntjes. Tabblad [Kwaliteit] Selecteer het documenttype in [Doel] [OK] [Doel] Selecteer een optie die het best past bij het type document of het doel van het afdrukken.
Een document afdrukken ● Als u gedetailleerde instellingen wilt opgeven voor de items die u hebt geselecteerd bij [Doel], klikt u op [Geavanceerde instellingen]. Klik voor meer informatie op [Help] in het printerstuurprogramma. KOPPELINGEN Basisbewerkingen met de printer(P.
Een document afdrukken Toner besparen 1CE2-01X U kunt in het printerstuurprogramma instellen dat documenten met minder toner worden afgedrukt. ● Als de tonerspaarstand is ingeschakeld, bestaat de kans dat dunne lijnen en delen met een lichtere afdrukdichtheid vaag worden.
Een document afdrukken [Geavanceerde instellingen] Er verschijnt een scherm met instellingen. Klik op [Tonerspaarstand] en selecteer [Aan] in de vervolgkeuzelijst onder aan het scherm. ● U kunt aangeven of u de tonerspaarstand wilt inschakelen voor ieder documenttype. Schakel voor elk documenttype dat wordt vermeld bij [Doel] al dan niet de tonerspaarstand in. ● Op het scherm [Geavanceerde instellingen] kunt u verschillende andere afdrukinstellingen opgeven.
Een document afdrukken Meerdere documenten combineren en afdrukken 1CE2-01Y Met behulp van Canon PageComposer kunt u meerdere documenten samenvoegen tot één afdruktaak en de taak afdrukken met de opgegeven afdrukinstellingen. Op deze manier kunt u bijvoorbeeld documenten combineren die met verschillende programma's zijn gemaakt en alle pagina's op hetzelfde papierformaat afdrukken. 1 Open een document in een programma en geef het afdrukvenster weer.
Een document afdrukken ● Canon PageComposer wordt gestart. Het afdrukken wordt nog niet gestart. 5 Herhaal stappen 1 - 4 voor de documenten die u wilt combineren. ● De documenten worden toegevoegd aan Canon PageComposer. 6 Selecteer in de lijst [Documentnaam] de documenten die u wilt combineren en klik op . ● U selecteert meerdere documenten door op de documenten te klikken terwijl u de toets [Shift] of [Ctrl] ingedrukt houdt. 7 Wijzig de instellingen desgewenst en klik op [Combineren].
Een document afdrukken [Afdrukvoorbeeld] U ziet een voorbeeld van het document zoals dat wordt afgedrukt. [Documentenlijst] / [Afdrukinstellingen] ● Klik op het tabblad [Documentlijst] om de documenten weer te geven die u hebt toegevoegd in stappen 1 - 4. U kunt documenten verwijderen door deze te selecteren in de lijst en op [Verwijderen uit lijst] te klikken.
Een document afdrukken 8 Selecteer in de lijst [Documentnaam] de gecombineerde afdruktaak die u wilt afdrukken en klik op . ● Het afdrukken wordt gestart. ● Raadpleeg Afdrukken annuleren(P. 79) voor instructies voor het annuleren van het afdrukken. KOPPELINGEN Basisbewerkingen met de printer(P.
Een document afdrukken De gewenste afdrukinstellingen configureren 1CE2-020 U kunt combinaties van instellingen opslaan als "Profielen" om te voldoen aan uw diverse afdrukbehoeften. U kunt de instellingen die u vaak gebruikt ook opslaan als de standaardinstelling.
Een document afdrukken Combinaties van veelgebruikte afdrukinstellingen opslaan 1CE2-021 Als u bij elke afdruktaak instellingen moet opgeven om bijvoorbeeld "enkelzijdig af te drukken op A4-papier in de afdrukstand Liggend", kan dit nogal tijdrovend en vervelend worden. Als u deze veelgebruikte combinaties van afdrukinstellingen echter opslaat als een "profiel", kunt u de gewenste afdrukinstellingen eenvoudig opgeven door het bijbehorende profiel te laden.
Een document afdrukken Een profiel bewerken ● Als u de naam, het pictogram of de opmerking wilt wijzigen van de profielen die u al hebt opgeslagen, klikt u in het scherm uit stap 1 op [Bewerken] rechts van [Toevoegen]. De standaardprofielen kunt u niet wijzigen. Een profiel selecteren Selecteer het gewenste profiel en klik op [OK]. De instellingen van het geselecteerde profiel wijzigen ● U kunt de instellingen van een profiel wijzigen.
Een document afdrukken De standaardinstellingen wijzigen 1CE2-022 De standaardinstellingen zijn de instellingen die worden weergegeven als u het scherm met afdrukinstellingen van het printerstuurprogramma opent. Voorbeeld: als u bij alle documenten steeds elke twee pagina´s wilt verkleinen en op één pagina wilt afdrukken, geef dan [2 op 1] op als de gebruikersstandaard voor pagina-indeling.
Een document afdrukken KOPPELINGEN Basisbewerkingen met de printer(P. 74) Combinaties van veelgebruikte afdrukinstellingen opslaan(P.
Een document afdrukken Handige afdrukfuncties gebruiken 1CE2-023 U kunt verschillende handige afdrukfuncties gebruiken, maar ook de basisafdrukbewerkingen met de printer verrichten. ◼ Afdrukken vanaf een USB-geheugentoestel (direct afdrukken via geheugenapparaten) U kunt afbeeldingsbestanden en PDF-bestanden die zijn opgeslagen op een USB-geheugentoestel afdrukken door het USB-geheugentoestel rechtstreeks op het apparaat aan te sluiten.
Een document afdrukken ◼ Ontvangen e-mail afdrukken (E-Mail Print) U kunt e-mailberichten en hun bijgevoegde bestanden direct op het apparaat afdrukken zonder een computer te gebruiken. Ontvangen e-mail afdrukken (E-Mail Print)(P.
Een document afdrukken Afdrukken vanaf een USB-geheugentoestel (direct afdrukken via geheugengeheugentoestellen) 1CE2-024 U kunt afbeeldingsbestanden (PDF, TIFF, JPEG, en XPS) die zijn opgeslagen op een USB-geheugentoestel afdrukken door het apparaat rechtstreeks op het apparaat aan te sluiten. Als u deze functie gebruikt, kunt u afdrukken zonder een computer te gebruiken. Ondersteunde bestandsindelingen U kunt de volgende soorten afbeeldingsbestanden afdrukken.
Een document afdrukken 1 Sluit een USB-geheugenapparaat aan op een USB-poort aan de rechterzijde van het apparaat. ➠ Het volgende scherm wordt automatisch weergegeven. ● Als het scherm niet verschijnt, drukt u op ( ). ● Behoed het USB-geheugentoestel en het apparaat tegen stoten en schudden wanneer het toestel is aangesloten op het apparaat. 2 Druk op 3 Selecteer het soort bestand dat u wilt afdrukken en druk op 4 Selecteer het bestand dat u wilt afdrukken en druk op / om
Een document afdrukken ● Mappen en bestanden in lagere niveaus of met langere namen kunnen mogelijk niet worden weergegeven. ● Als u naar een andere map gaat, worden de eerdere bestandsselecties gewist. 5 Selecteer en druk op . Een XPS-bestand afdrukken met behulp van een printticket Als u een bestand in XPS-formaat wilt afdrukken, kunt u het afdrukken volgens het printticket (afdrukinstellingen) dat bij het bestand is gevoegd. 1 Selecteer
Een document afdrukken / Geef het bereik (pagina's) op dat u wilt afdrukken. Met behulp van Selecteert de methode om het afdrukbereik toe te wijzen / selecteert u . Drukt alle pagina's af. Drukt uitsluitend de opgegeven pagina's af. Om de pagina's op te geven, selecteert u en voert u en in met behulp van de numerieke toetsen Selecteer .
Een document afdrukken ● is eventueel niet voor alle formaten of soorten papier beschikbaar. Papier(P. 572) Geef op of u over de lange of de korte zijde van dubbelzijdig afdrukwerk wilt inbinden met behulp van een inbindhulpmiddel, bijvoorbeeld een nietapparaat. Met behulp van / selecteert u de inbindpositie. Druk nu op . Bind het afdrukwerk over de lange zijde. Bind het afdrukwerk over de korte zijde.
Een document afdrukken Halftonen kunnen worden opgegeven voor ieder soort afbeeldingsgegevens in een enkel document. Druk op / om het soort afbeeldingsgegevens te selecteren Selecteer de methode om halftonen te reproduceren . JPEG-bestanden en TIFF-bestanden Druk op / om de methode voor het reproduceren van halftonen te selecteren en druk op . Soort afbeeldingsgegevens Selecteer het soort afbeeldingsgegevens waarvoor u de instellingen wilt veranderen.
Een document afdrukken De grootte van afbeeldingen aanpassen in-/uitschakelen. De grootte van de afdruk wordt aangepast terwijl de / en druk op . beeldverhouding van het origineel blijft gehandhaafd. Selecteer de instelling met Afdrukgebied(P. 575) van het papier blijft, wordt ze afgedrukt met de Als de afbeelding binnen de afmetingen zoals ze zijn. Als een afbeelding groter is dan het afdrukbare gedeelte, wordt de afdruk verkleind.
Een document afdrukken De afdrukken worden niet gesorteerd. Het opgegeven aantal afdrukken wordt voor iedere pagina afgedrukt. Als u bijvoorbeeld drie afdrukken maakt van een document dat uit vier pagina's bestaat, worden de afdrukken als volgt uitgevoerd: 1, 1, 1, 2, 2, 2, 3, 3, 3, 4, 4, 4. De afdrukken worden in de juiste volgorde gegroepeerd.
Een document afdrukken Geef de positie voor het afdrukken van een afbeelding op. Selecteer de afdrukpositie met . / en druk op Als de TIFF-gegevens de informatie bevat die de afdrukpositie bepaalt, wordt de afbeelding afgedrukt volgens de informatie. Anders wordt het in het midden van het papier afgedrukt. JPEG-gegevens worden altijd in het midden van het papier afgedrukt. Afbeeldingen worden in het midden van het papier afgedrukt.
Een document afdrukken ● Als u op het scherm in stap 1 selecteert, kunt u de weergavevolgorde van de bestanden veranderen wanneer u het af te drukken bestand selecteert. TIPS Als u altijd dezelfde afdrukinstellingen wilt gebruiken: wijzigen(P.
Een document afdrukken De standaardinstellingen voor afdrukken wijzigen 1CE2-025 De standaardinstellingen zijn de instellingen die worden weergegeven als u het scherm met afdrukinstellingen van het printerstuurprogramma opent. Als u deze standaardinstellingen afstemt op de bewerkingen die u regelmatig uitvoert, kunt u tijd besparen doordat u niet steeds dezelfde instellingen hoeft op te geven als u gaat afdrukken. ( ) of
Een document afdrukken Geeft de bestanden in oplopende naamvolgorde weer. Geeft de bestanden in aflopende volgorde van datum/tijd weer. Geeft de bestanden in oplopende volgorde van datum/tijd weer. KOPPELINGEN Afdrukken vanaf een USB-geheugentoestel (direct afdrukken via geheugengeheugentoestellen)(P.
Een document afdrukken Een document afdrukken dat is beveiligd met een pincode (beveiligd afdrukken) 1CE2-026 Als u gaat afdrukken vanaf een computer, kunt u een pincode instellen voor een document. Het document blijft dan in een optionele SD-card op het apparaat staan en wordt pas afgedrukt nadat op het bedieningspaneel van het apparaat de juiste pincode is ingevoerd. Deze functie wordt Beveiligd afdrukken genoemd en het document dat u beveiligt met een pincode wordt een beveiligd document genoemd.
Een document afdrukken Als u [Ja] hebt geselecteerd Voer de gebruikersnaam voor [Gebruikersnaam] en de pincode voor [Pincode] in en klik op [OK]. ● De computernaam (aanmeldingsnaam) van uw computer wordt weergegeven in [Gebruikersnaam]. Als u deze wilt wijzigen, voert u een nieuwe computernaam in met maximaal 32 alfanumerieke tekens. ● Voer een getal van maximaal zeven cijfers in bij [Pincode]. 4 Geef de afdrukinstellingen op en klik op [OK].
Een document afdrukken 5 Klik op [Afdrukken] of [OK]. ➠ Nadat het beveiligde document naar het apparaat is verzonden, blijft het document op de SD-card wachten om te worden afgedrukt. Als u [Nee] hebt geselecteerd bij stap 3 Voer de [Documentnaam], [Gebruikersnaam] en [Pincode] in en klik op [OK]. ● De documentnaam wordt automatisch ingesteld op basis van de informatie uit het programma. Als u de documentnaam wilt wijzigen, typt u maximaal 32 alfanumerieke tekens voor een nieuwe naam.
Een document afdrukken 1 Druk op ( 2 Druk op / 3 Selecteer het beveiligde document dat u wilt afdrukken en druk op ). om te selecteren en druk vervolgens op . . ● Als de SD-card slechts één beveiligd document bevat, wordt dit scherm niet weergegeven.
Een document afdrukken 3 Selecteer en druk op 4 Geef op hoe lang beveiligde documenten op SD-card moeten blijven staan en druk op . . ● Het beveiligde document wordt van de SD-card verwijderd wanneer de hier geselecteerde tijd is verstreken. KOPPELINGEN De gecodeerde, beveiligde afdruk gebruiken(P. 134) Een SD-card installeren(P.
Een document afdrukken De gecodeerde, beveiligde afdruk gebruiken 1CE2-027 Afdrukgegevens worden gecodeerd voordat ze naar het apparaat worden verzonden, wat de veiligheid meer verhoogt dan de gangbare functie Beveiligd afdrukken. Om deze functie te gebruiken, moet u de 'Encrypted Secured Print Driver Add-in for Client PC' (Invoegtoepassing voor stuurprogramma gecodeerd beveiligd afdrukken voor client-pc) installeren die is meegeleverd in het optionele pakket 'SD CARD-C1'.
Een document afdrukken Een document dat op het apparaat is opgeslagen, afdrukken (Opgeslagen taak afdrukken) 1CE2-028 De gegevens die vanaf een computer worden afgedrukt, kunnen worden opgeslagen op de SD-card die op het apparaat is geïnstalleerd. De opgeslagen gegevens kunnen rechtstreeks vanaf het apparaat worden afgedrukt, en daarom hoeft u niet iedere keer de computer te gebruiken wanneer u ze afdrukt.
Een document afdrukken 4 Geef de instellingen op voor het opslaan van documenten en klik op [OK]. [Datanaam] Wijs een naam toe om de gegevens die op de SD-card moeten worden opgeslagen, af te drukken. Stel handmatig een naam in. Voer maximaal 24 tekens in voor de naam van de [Naam invoeren] afdrukgegevens. Geef een vriendelijke naam op die gemakkelijk kan worden herkend op de display van het apparaat.
Een document afdrukken 6 Klik op [Afdrukken] of op [OK]. ➠ Het document wordt naar het apparaat verzonden en opgeslagen in het opgegeven vak. Een document afdrukken dat is opgeslagen in het apparaat 1 Druk op ( ). ● Als het apparaat offline is, werkt het niet, ook niet als u op ( ) drukt. Stel het apparaat op Online. Online toets(P. 25) 2 Druk op 3 Selecteer het vaknummer van het af te drukken document, en druk op / om te selecteren en druk vervolgens op 137 . .
Een document afdrukken Als het vak is beveiligd met een pincode ● Als het invoerscherm voor de pincode verschijnt, voer dan de pincode in en druk op . Als u de pincode niet goed weet, neem dan contact op met de beheerder van het apparaat. 4 Selecteer het document dat u wilt afdrukken en druk op . ➠ Het afdrukken wordt gestart. ● Om het afdrukken te annuleren, gebruikt u het bedieningspaneel. Afdrukken annuleren(P.
Een document afdrukken Een document verwijderen dat is opgeslagen in het apparaat 1CE2-029 De gegevens die zijn opgeslagen op de SD-card worden standaard na drie dagen verwijderd. Als u de opslagtermijn van de gegevens op de SD-card wilt veranderen of in het geheel wilt verhinderen dat ze automatisch worden gewist, verander dan de betreffende instellingen vanaf de externe UI. De opgeslagen gegevens kunnen ook handmatig worden verwijderd. De opslagperiode voor documenten veranderen(P.
Een document afdrukken 5 Klik op [OK]. Documenten handmatig verwijderen 1 Start de externe UI en meld u aan. De UI op afstand starten(P. 337) Als u zich hebt aangemeld in de Algemene Gebruikersstand ● Standaard is het apparaat zodanig ingesteld dat geen gebruikers (algemene gebruikers) anders dan de beheerder de documenten kunnen verwijderen. Om eindgebruikers te machtigen documenten te behandelen, moet u de instellingen veranderen. Eindgebruikers machtigen om documenten te behandelen(P.
Een document afdrukken 3 Klik op het vaknummer waar het te verwijderen document is opgeslagen. Als het vak is beveiligd met een pincode ● Wanneer het onderstaande scherm wordt weergegeven, voer dan de pincode in en klik op [OK]. 4 Activeer het selectievakje van het te verwijderen document, en klik op [Verwijderen]. ➠ Het geselecteerde document wordt verwijderd.
Een document afdrukken ● U kunt op de tekstlink onder [Bestandsnaam] klikken om de details van het document te controleren. ● Het kan een tijdje duren voordat er meer vrije ruimte op de SD-card komt, omdat de opgeslagen gegevens op de achtergrond worden verwijderd.
Een document afdrukken Een naam of pincode voor een vak instellen 1CE2-02A U kunt een naam voor een vak instellen en een pincode op het vak te openen. Als u een vriendelijke naam voor het vak instelt, kunt u het vak gemakkelijk herkennen als u met behulp van het printerstuurprogramma de plaats selecteert waar u de documenten wilt opslaan. Als u een pincode instelt, kunnen de opgeslagen documenten uitsluitend worden geopend door een beperkt aantal gebruikers, hetgeen de veiligheid verhoogt.
Een document afdrukken 4 [Instellingen]. 5 Stel een naam en pincode in. [Boxnaam] Om een naam voor het vak op te geven, kunt u maximaal 96 tekens invoeren, afhankelijk van het lettertype. [PIN instellen] Als u een pincode wilt instellen, schakelt u het selectievakje [PIN instellen] in en typt u een pincode van maximaal zeven cijfers in het tekstvak [PIN]. Ter bevestiging typt u hetzelfde getal in in het tekstvak [Bevestigen]. ● Het eerste cijfer van de pincode kan geen '0' zijn.
Een document afdrukken Afdrukken zonder een bestand te openen (Direct Print) 1CE2-02C U kunt een bestand vanaf een webbrowser (externe UI) afdrukken zonder het bestand te openen. Bovendien kunt u ook een PDF-bestand afdrukken op het internet, door slechts het internetadres op te geven. Ondersteunde bestandsindelingen Met behulp van Direct afdrukken kunt u de volgende soorten bestanden afdrukken. Afhankelijk van de data is het mogelijk dat het afdrukken niet goed wordt uitgevoerd.
Een document afdrukken 3 Klik op het af te drukken soort bestand. [PDF-bestand] Klik om een PDF bestand af te drukken. [PS-bestand] Klik om een PS of EPS bestand af te drukken. [Afbeeldingsbestand] Klik om een JPEG of TIFF bestand af te drukken. [XPS-bestanden] Klik om een XPS bestand af te drukken. 4 Klik op [Bladeren]. ● Als het dialoogvenster verschijnt om bestanden te selecteren, selecteer dan het af te drukken bestand en klik op [Openen].
Een document afdrukken Als u een PDF bestand op het internet afdrukt ● Selecteer [URL], en voer het internetadres van het PDF bestand in. Als de gebruiker wordt geverifieerd, voer dan de gebruikersnaam en wachtwoord in. Als het PDF bestand is beveiligd door een wachtwoord ● Voer het wachtwoord in bij [Document wachtwoord]. Als u een PDF-bestand afdrukt dat is gekoppeld aan een policyserver ● Geef instellingen op voor [Beleidsserver gebruikersnaam] en [Wachtwoord beleidsserver].
Een document afdrukken ● Het kan een tijdje duren voordat het afdrukken start. KOPPELINGEN De UI op afstand gebruiken(P.
Een document afdrukken Afdrukinstellingen voor Direct Print 1CE2-02E Als u de instellingen voor Direct Print wilt veranderen overeenkomstig het af te drukken document, realiseer dan de volgende instellingen. Als u de afdrukinstellingen voor XPS-bestanden opgeeft ● Activeer het selectievakje [Afdrukticket prioriteren]. Als het selectievakje is geactiveerd, zijn enkele onderdelen mogelijk niet beschikbaar.
Een document afdrukken [Afdrukbereik] Geef het af te drukken paginabereik op. [Alle] Selecteer om alle pagina's af te drukken. [Pagina's opgeven] Selecteer om het afdrukbereik op te geven. Deze instelling is niet beschikbaar voor JPEG bestanden. [Kwaliteitsinstellingen] [Resolutie] Geef de resolutie op van af te drukken gegevens. [1200 dpi] Randen van tekens en afbeeldingen kunnen bij hoge resolutie helder worden gereproduceerd.
Een document afdrukken [Kleurinstellingen] [Grijswaardeomzetting] U kunt de methode selecteren om kleurendruk-gegevens om te zetten naar zwart/wit-gegevens. Voor XPS bestanden kunt u de omzettingsmethode voor ieder soort afbeeldingsgegevens opgeven: [Tekst], [Illustraties], en [Afbeelding]. [sRGB] Kleurgegevens worden geconverteerd naar zwart/wit-gegevens voor een kleurgetrouwe, soepele gradatie.
Een document afdrukken [Kopieën] Hiermee geeft u het aantal kopieën op. [Papierformaat] Geef het papierformaat op waarop u gaat afdrukken. ● Als u een PDF-bestand of XPS-bestand wilt afdrukken, geef dan [Automatisch] op om automatisch de optimale papierbron te selecteren. Als geen optimaal formaat wordt gevonden, wordt het papierformaat ingesteld dat is geselecteerd in ( Stndrd papierformaat(P. 464) ). [Papiersoort] Geef het papiersoort op waarop u gaat afdrukken.
Een document afdrukken [Linksboven] Afbeeldingen worden linksboven afgedrukt. [Zoom] De grootte van afbeeldingen aanpassen in-/uitschakelen. De grootte van de afdruk wordt aangepast terwijl de beeldverhouding van het origineel blijft gehandhaafd. [Uit] Als de afbeelding binnen de Afdrukgebied(P. 575) van het papier blijft, wordt ze afgedrukt met de afmetingen zoals ze zijn. Als een afbeelding groter is dan het afdrukbare gedeelte, wordt de afdruk verkleind.
Een document afdrukken [Uit] Er wordt geen afbeelding afgedrukt en er wordt geen fout weergegeven. [N op 1] Geef op of u al of niet meerdere pagina's op één vel wilt afdrukken door ze na elkaar te plaatsen. Als u bijvoorbeeld vier pagina's op één vel wilt afdrukken, selecteert u [4 op 1]. ● Als [Papierformaat] wordt ingesteld op [Automatisch], is dit onderdeel niet beschikbaar. [Paginavolgorde] Selecteer een indeling van de pagina-opmaak.
Een document afdrukken [Bewaren in Box] U kunt een document opslaan op de SD-card die op het apparaat is geïnstalleerd, zonder afdrukken te maken. Activeer het selectievakje om het document op te slaan in een vak dat is opgegeven in [Boxnummer (00-99)]. U kunt de documenten in het vak vanaf het bedieningspaneel zo vaak afdrukken als u wilt. Hoe u een document afdrukt, ziet u in Een document afdrukken dat is opgeslagen in het apparaat(P. 137) .
Een document afdrukken Ontvangen e-mail afdrukken (E-Mail Print) 1CE2-02F Met behulp van E-Mail Print kunt u de melding en bijgevoegde JPEG of TIFF beeldbestanden van een e-mail die is ontvangen van de POP3 mailserver afdrukken zonder tussenkomst van een computer. E-mails kunnen handmatig worden ontvangen maar ook automatisch in regelmatige intervallen worden ontvangen.
Een document afdrukken Supported tekensets voor e-mail ● us-ascii ● iso-8859-1 ● iso-8859-15 (Als een bepaalde tekenset niet is opgegeven, wordt 'us-ascii' gebruikt.) Drukbare formaten van bijgevoegde beeldbestanden De functie E-Mail Print ondersteunt de volgende soorten afbeeldingsbestanden. ● JPEG-bestand ● TIFF-bestand ● Sommige bestanden zijn niet beschikbaar, afhankelijk van de bestandsstructuur. ● Voor iedere e-mail kunt u maximaal drie bijgevoegde bestanden afdrukken.
Een document afdrukken 4 Klik op [Bewerken]. 5 Geef de instellingen op voor E-Mail Print. E-Mail Print vanaf POP3 mailserver verrichten Bij he begin van het ontvangen van de e-mail worden alle e-mails die zijn opgeslagen in de mailbox van de mailserver afgedrukt. Als u e-mails die u op het apparaat wilt afdrukken, vooraf verzendt, kunt u de e-mails automatisch in regelmatige intervallen afdrukken of alle opgeslagen e-mails op een willekeurig tijdstip opslaan.
Een document afdrukken ● De POP3 mailserver moet de opdracht UIDL ondersteunen. Voor meer informatie neemt u svp contact op met uw netwerk- of serverbeheerder. [POP3-servernaam] Voer de naam van de mailserver of het IP-adres in voor het ontvangen van e-mails. [POP3-gebruikersnaam] Gebruik maximaal 32 alfanumerieke tekens voor de gebruikersnaam die wordt gebruikt om verbinding te maken met de mailserver.
Een document afdrukken Activeer het selectievakje om E-Mail Print met behulp van het SMTP protocol in te schakelen. U kunt deze instelling ook opgeven met behulp van in het instelmenu van het bedieningspaneel ( SMTP RX(P. 399) ). [SMTP-server poortnummer] Geef het poortnummer van de SMTP server op voor het ontvangen van e-mails. 6 Klik op [OK]. 7 Een harde reset uitvoeren. ● Klik op [Apparaatcontrole], selecteer [Harde reset] en klik vervolgens op [Uitvoeren].
Een document afdrukken Afdrukpositie(P. 435) TIFF Spooler(P. 436) Toon waarschuwingen(P. 436) Afdrbereik vergroten(P. 438) Halftonen(P. 438) Grijswaardeomzetting(P. 439) Geef op of u een fout van E-Mail Print al of niet wilt weergeven. Toon waarschuwingen(P. 371) Handmatig e-mails ontvangen Als het afdrukken van e-mails vanaf de POP3 mailserver is ingeschakeld, kunt u e-mails ook handmatig ontvangen en afdrukken.
Een document afdrukken ● Als de tonercartridge bijna leeg is, kunnen geen faxdocumenten worden ontvangen. De faxdocumenten die niet op dit apparaat konden worden ontvangen, worden afgedrukt op de oorspronkelijke multifunctionele printer. ● Als de optionele SD-card op het apparaat is geïnstalleerd, is het maximumformaat van een afdrukbaar TIFFbestand maximaal 100 MB. KOPPELINGEN Taakgeschiedenis controleren(P. 347) Logboeklst E-mail RX(P.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel .......................................................... 164 Verbinding maken met een mobiel toestel ..................................................................................................... 165 Optimaal gebruik maken van het apparaat door gebruik te maken van applicaties .................................. 166 AirPrint gebruiken .............
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel 1CE2-02H Door het apparaat te gebruiken in combinatie met een mobiel toestel, zoals een smartphone of tablet, kunt u gemakkelijk een juiste toepassing gebruiken. Tevens kunt u een mobiel toestel gebruiken om het apparaat op afstand te bedienen, de afdrukstatus te controleren en de instellingen van het apparaat te wijzigen. Verbinding maken met een mobiel toestel(P.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Verbinding maken met een mobiel toestel 1CE2-02J Verbind een mobiel toestel en het apparaat via een draadloze LAN router. Hoe u uw draadloze LAN router en mobiele toestellen instelt en bedient, leest u in de handleidingen van de toestellen. U kunt ook contact opnemen met uw leveranciers. ● Er wordt geen draadloze LAN-router bij het apparaat geleverd. U moet zelf zorgen voor dit onderdeel.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Optimaal gebruik maken van het apparaat door gebruik te maken van applicaties 1CE2-02K U kunt een geschikte applicatie waarmee u kunt afdrukken door het apparaat vanaf uw mobiele toestel te bedienen. Het apparaat ondersteunt een speciale applicatie van Canon en verschillende andere applicaties. U kunt de applicatie selecteren die het meest geschikte is voor uw mobiele toestel, de toepassing, de situatie, enzovoort.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Mopria®-instellingen bekijken Meld u aan op de UI op afstand in de beheerdersmodus ( De UI op afstand starten(P.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel AirPrint gebruiken 1CE2-02L Door afdrukgegevens draadloos vanaf Apple-apparaten te versturen, kunt u afdrukken zonder daarbij gebruik te maken van een printerstuurprogramma. AirPrint instellingen AirPrint-instellingen configureren(P. 168) Het scherm voor AirPrint weergeven(P. 170) Functies van AirPrint Afdrukken met AirPrint(P. 172) Problemen oplossen Als AirPrint gebruiken niet mogelijk is(P.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel 4 Klik op [Bewerken]. 5 Geef de vereiste instellingen op en klik op [OK]. [AirPrint gebruiken] Schakel dit selectievakje in als u wilt afdrukken met AirPrint. Schakel het selectievakje uit als u AirPrint wilt uitschakelen.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Voer de naam en de installatielocatie in om dit apparaat eenvoudig te herkennen vanaf uw Apple-apparaat. Deze informatie is handig als u meerdere AirPrint-printers gebruikt. Bij selectie van het vakje [AirPrint gebruiken] De volgende items worden ook automatisch ingesteld op . ● in IPv4 en IPv6 ● DNS configureren(P. 217) HTTP-communicatie uitschakelen(P.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Handelsmerken Apple, Bonjour, iPad, iPhone, iPod touch, Mac, macOS, OS X en Safari zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de VS en andere landen. AirPrint en het AirPrint-logo zijn handelsmerken van Apple Inc.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Afdrukken met AirPrint 1CE2-02R U hebt niet altijd een computer nodig voor het afdrukken van e-mailberichten, foto's, webpagina's en andere documenten. Met AirPrint kunt u direct afdrukken vanaf Apple-apparaten zoals iPad, iPhone, iPod touch. Afdrukken vanaf een iPad, iPhone of iPod touch(P. 172) Afdrukken vanaf Mac(P. 173) Systeemvereisten Voor het afdrukken met AirPrint hebt u een van de volgende Apple-toestellen nodig.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel 4 Selecteer dit apparaat bij [Printer] in [Printer Options] (Printeropties). ● De printers in het netwerk worden weergegeven. Selecteer dit apparaat. ● [Printer Options] (Printeropties) wordt niet weergegeven in programma's die geen ondersteuning bieden voor AirPrint. U kunt dan ook niet draadloos afdrukken vanuit deze programma's. 5 Geef de gewenste afdrukinstellingen op.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Als AirPrint gebruiken niet mogelijk is 1CE2-02S Als AirPrint gebruiken niet mogelijk is, probeer dan een van de volgende oplossingen. ● Controleer dat het apparaat is ingeschakeld. Als het apparaat is ingeschakeld, schakel het dan eerst uit, wacht ten minste 10 seconden en zet het vervolgens weer aan en kijk of het probleem is verholpen. ● Controleer of er geen foutberichten worden weergegeven op de machine.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Google Cloudprinter gebruiken 1CE2-02U Google Cloudprinter is een service waarmee gebruikers met een Google-account kunnen afdrukken vanuit met Google Cloud Print compatibele programma's via een smartphone, tablet of computer die is verbonden met internet. In tegenstelling tot het traditionele afdrukken vanaf een computer, is Google Cloudprinter een nieuwe technologie waarmee u kunt afdrukken zonder printerstuurprogramma.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel 1 Druk op ( 2 Druk op / ). om te selecteren en druk vervolgens op ● Als er een bericht wordt weergegeven, druk dan op . . 3 Selecteer en druk op 4 Selecteer en druk op 5 Selecteer of en druk op . . . De machine registreren bij Google Cloudprinter Het apparaat registreren bij Google Cloud Print maakt dat u overal vandaan kunt afdrukken.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel 4 Klik op [Registreren] in [Registratiestatus]. Als [Registreren] niet beschikbaar is ● U moet Google Cloudprinter inschakelen. Klik op [Bewerken], schakel het selectievakje [Google Cloudprinter gebruiken] in en klik op [OK].
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel 6 Volg de aanwijzingen op het scherm om de machine te registreren. ➠ U kunt afdrukken met een met Google Cloudprinter compatibele applicatie zoals Google Chrome™. ● Ga naar de website van Google Cloudprinter voor informatie over de meest recente programma's die ondersteuning bieden voor Google Cloudprinter. Registreren vanaf een mobiel toestel of vanuit Google Chrome U kunt het apparaat ook registreren met behulp van een mobiel toestel of Google Chrome.
Kan handig worden toegepast met een mobiel toestel Het apparaat op afstand beheren 1CE2-02W U kunt de UI op afstand gebruiken vanuit een webbrowser die op uw mobiele toestel is geïnstalleerd. Zo kunt u de status van het apparaat controleren en instellingen van het apparaat opgeven vanaf uw mobiele toestel. Het scherm UI op afstand wordt mogelijk niet correct weergegeven door sommige apparaten en omgevingen.
Netwerk Netwerk Netwerk ............................................................................................................................................................... 181 Verbinding maken met een netwerk ............................................................................................................... 182 Verbinding maken met een bekabeld LAN ................................................................................................... 184 IP-adressen instellen ..........
Netwerk Netwerk 1CE2-02X De machine is ontworpen voor flexibel gebruik binnen verschillende omgevingen. Dit betekent dat de machine naast verschillende standaardfuncties voor netwerkgebruik, ook geavanceerde technologieën ondersteunt. Gelukkig hoeft u geen netwerkexpert te zijn om deze functies te kunnen gebruiken, bij het ontwerpen van de machine is immers ook rekening is gehouden met het gebruiksgemak.
Netwerk Verbinding maken met een netwerk 1CE2-02Y Het apparaat kan via bedraad LAN worden aangesloten op het netwerk, maar vereist dan een uniek IP-adres. Voor specifieke IP-adresinstellingen neemt u contact op met uw Internet serviceprovider of netwerkbeheerder. ● Als het apparaat is verbonden met een onbeveiligd netwerk, kunnen uw persoonlijke gegevens in handen komen van derden. ● Er wordt geen LAN-kabel of router bij het apparaat geleverd. U moet zelf zorgen voor deze onderdelen.
Netwerk Maak verbinding met een bedraad LAN. Verbinding maken met een bekabeld LAN(P. 184) Configureer het IP-adres. ● Op het tijdstip van aankoop is het apparaat zo ingesteld dat een IP adres automatisch wordt opgehaald. Wijzig deze instelling als u een specifiek IP adres wilt gebruiken. IP-adressen instellen(P.
Netwerk Verbinding maken met een bekabeld LAN 1CE2-030 Sluit de machine via een router aan op een computer. Sluit de machine met een LAN-kabel aan op de router. 1 Sluit een LAN-kabel aan. ● Sluit de machine met een LAN-kabel aan op een router. ● U hoort een klik als de connector van de kabel op zijn plaats klikt. 2 Controleer dat het LNK lampje ( ● Als het LNK lampje niet brandt. 3 ) brandt. Problemen met de bekabeld LAN-verbinding(P. 499) Wacht ongeveer twee minuten.
Netwerk KOPPELINGEN Verbinding maken met een netwerk(P.
Netwerk IP-adressen instellen 1CE2-031 Als u de machine wilt gebruiken in een netwerk, hebt u een uniek IP-adres nodig. Er zijn twee versies van IP-adressen beschikbaar: IPv4 en IPv6. Configureer het IP-adres afhankelijk van de netwerkomgeving. Als u IPv6-adressen wilt gebruiken, moet u de IPv4-adresinstellingen op de juiste manier configureren.
Netwerk IPv4-adres instellen 1CE2-032 Het IPv4-adres van het apparaat kan automatisch worden toegewezen via een speciaal protocol zoals DHCP of het kan handmatig worden ingevoerd. Als u het apparaat verbindt met een bekabeld LAN, zorg er dan voor dat de stekker van de LAN-kabel stevig in de aansluiting zit ( Verbinding maken met een bekabeld LAN(P. 184) ). IPv4-adres instellen 1 Druk op ( 2 Druk op / ).
Netwerk 3 Selecteer , , of , en druk op . ● U kunt slechts één van de protocollen DHCP, BOOTP, en RARP gebruiken. Als het geselecteerde protocol wordt ingesteld op , worden de andere twee protocollen automatisch ingesteld op . 4 Selecteer , en druk op 5 Druk op 6 Selecteer , en druk op 7 Selecteer , en druk op . . . .
Netwerk 2 Selecteer , en druk op 3 Geef het IP-adres, het subnetmasker en het gateway-adres (of de standaardgateway). . ● Selecteer het item dat u wilt instellen en druk op , voer een adres in en druk op . Adressen invoeren ● Gebruik / om naar het doelveld te gaan (een door punten gescheiden invoergedeelte), en gebruik het numerieke toetsenblok om de waarde te verhogen / verlagen.
Netwerk ◼ De routerinstellingen controleren Als u een vast IP-adres wilt gebruiken, controleer dan de instellingen van de DHCP die functioneert om automatisch een IP-adres in een netwerk toe te wijzen. Om dubbel gebruik van het IP-adres te vermijden, moet u een IP-adres gebruiken buiten het bereik aan IP-adressen toegewezen door DHCP. Een router functioneert vaak als een DHCP-server, controleer daarom de routerinstellingen.
Netwerk IPv6-adres instellen 1CE2-033 De IPv6-adressen van het apparaat kunnen worden geconfigureerd via de externe UI. Voordat u IPv6-adressen instelt, moet u de instellingen voor het IPv4-adres controleren ( IPv4-adres instellen(P. 187) ). U moet de juiste IPv4-instellingen opgeven om te kunnen werken met IPv6-adressen.
Netwerk 4 Klik op [Bewerken] in [IPv6-instellingen]. 5 Schakel het selectievakje [Gebruik IPv6] in en configureer de vereiste instellingen.
Netwerk [Gebruik IPv6] Schakel dit selectievakje in om IPv6 te activeren op het apparaat. Als u IPv6 niet gebruikt, schakelt u het selectievakje uit. [Gebruik stateless adres] Schakel dit selectievakje in als u een stateless adres gebruikt. Als u geen stateless adres gebruikt, schakelt u het selectievakje uit.
Netwerk 7 Een harde reset uitvoeren. ● Klik op [Apparaatcontrole], selecteer [Harde reset] en klik vervolgens op [Uitvoeren]. ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. Controleren of de instellingen juist zijn ● Controleer of het scherm UI op afstand kan worden weergegeven op uw computer door het IPv6-adres van het apparaat te gebruiken. De UI op afstand starten(P.
Netwerk Het apparaat configureren voor afdrukken vanaf een computer 1CE2-034 Als u het apparaat gebruikt als een netwerkprinter, kunt u de protocollen en poorten configureren die u wilt gebruiken voor afdrukken, en een printserver instellen voor het apparaat. Ga het apparaat pas configureren voor afdrukken vanaf een computer nadat u de basisprocedures hebt uitgevoerd, zoals het installeren van het printerstuurprogramma.
Netwerk Afdrukprotocollen en WSD-functies configureren 1CE2-035 Configureer de protocollen die worden gebruikt voor het afdrukken van documenten vanaf een netwerkcomputer. De ondersteunde protocollen zijn LPD, RAW, IPP/IPPS, WSD (Web Services on Devices) en FTP. Dit gedeelte beschrijft de instellingen van LPD, RAW, IPP/IPPS, en WSD. Raadpleeg FTP-clients gebruiken(P. 597) voor het gebruik van FTP. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P.
Netwerk 2 Configureer de instellingen. [Gebruik LPD-afdrukken] Schakel dit selectievakje in om af te drukken met LPD. Als u niet afdrukt met LPD, schakelt u het selectievakje uit. [Print LPD bannerpagina] Schakel het selectievakje in als informatie moet worden opgenomen op afdrukken, zoals gebruikersnamen en bestandsnamen. Schakel het selectievakje uit, als er geen informatie moet worden opgenomen.
Netwerk 2 Configureer de instellingen. [Gebruik RAW-afdrukken] Schakel dit selectievakje in om af te drukken met RAW. Als u niet afdrukt met RAW, schakelt u het selectievakje uit. [Gebruik bidirectionele communicatie] Bij bidirectionele communicatie om de computer te informeren over de apparaatstatus en voltooiing van het afdrukken, activeert u het selectievakje. Schakel anders het selectievakje uit.
Netwerk 2 Configureer de instellingen. [Gebruik IPP-afdrukken] Schakel dit selectievakje in om af te drukken met IPP/IPPS. Als u niet afdrukt met IPP/IPPS, schakelt u het selectievakje uit. [Gebruik TLS] Schakel dit selectievakje in om af te drukken met IPPS (IPP Print met TLS beveiligde communicatie). Als u niet afdrukt met IPPS, schakelt u het selectievakje uit. Bij gebruik van IPPS, moet u de functie TLS beveiligde communicatie inschakelen. beveiligde communicatie(P.
Netwerk 2 Configureer de instellingen. [Gebruik WSD-afdrukken] Schakel dit selectievakje in om af te drukken met WSD. Als u niet afdrukt met WSD, schakelt u het selectievakje uit. [Gebruik WSD-bladeren] Schakel dit selectievakje in om via WSD informatie over het apparaat op te halen van een computer. Dit selectievakje wordt automatisch ingeschakeld wanneer u het selectievakje [Gebruik WSD-afdrukken] inschakelt.
Netwerk ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. Het bedieningspaneel gebruiken ● Tevens kunt u LPD, RAW, en IPP afdrukken in- of uitschakelen in het instellingenmenu van het bedieningspaneel. LPD-instellingen(P. 385) RAW-instellingen(P. 386) IPP-afdrukken(P. 386) ● De instellingen voor WSD zijn ook bereikbaar via het instellingenmenu op het bedieningspaneel. WSD(P.
Netwerk IPP/IPPS inschakelen 1CE2-036 Om het afdrukprotocol op IPP of IPPS in te stellen, installeert u het printerstuurprogramma met onderstaande procedure. Het printerstuurprogramma bevindt zich op de bij het apparaat meegeleverde DVD-ROM Gebruikerssoftware. Plaats de DVD-ROM Gebruikerssoftware in het station op de computer voordat u de procedure start. ● Om de onderstaande procedure uit te voeren, moet u zich bij de computer aanmelden met een administratoraccount.
Netwerk 5 Selecteer [Een gedeelde printer op naam selecteren], voer een verbindingsbestemming in en klik op [Volgende]. ● Voor het gebruik van IPP voert u 'http:///ipp' in voor de verbindingsbestemming. Voorbeeld: http://192.168.1.81/ipp ● Voor het gebruik van IPPS voert u 'https:///ipp' in voor de verbindingsbestemming. Voorbeeld: https://192.168.1.81/ipp ● As u een DNS-server gebruikt, voer dan '.
Netwerk 8 Geef de map op waarin de printerstuurprogramma's zijn opgeslagen, selecteer het INF-bestand en klik op [Openen]. ● Geef de map op zoals hieronder weergegeven, afhankelijk van het besturingssysteem van uw computer. Als u niet zeker weet of het besturingssysteem van uw computer een 32-bits of 64-bits versie is, raadpleeg dan De bitarchitectuur controleren(P. 613) . 32-bits besturingssystemen Selecteer de map [UFR II]-uw taal-[32BIT]-[Driver] op de DVD-ROM met gebruikerssoftware.
Netwerk 1 Start de webbrowser. 2 Geef 'https:///' op in het adresveld en druk op de toets [Enter]. ● Voorbeeld: https://192.168.1.81/ ● As u een DNS-server gebruikt, voer dan '.' in, in plaats van 'IP-adres van het apparaat' (voorbeeld: https://mijn_printer.voorbeeld.com/). 3 Klik op [Doorgaan naar deze website (niet aanbevolen).]. ➠ De inlogpagina verschijnt.
Netwerk 6 Controleer of 'https:// of ./' wordt weergegeven en klik op [Toevoegen] [Sluiten]. Explorer opnieuw worden gestart)] uit als het geactiveerd is. ➠ Het scherm keert terug naar het scherm voor externe UI. 9 Sluit de webbrowser. 10 Herhaal stappen 1 tot 3 om de externe UI te starten.
Netwerk 12 Klik op [Certificaat installeren]. 13 Klik op [Volgende]. 14 Selecteer [Alle certificaten in het onderstaande archief opslaan] en klik op 15 16 [Bladeren]. Selecteer [Vertrouwde basiscertificeringsinstanties] en volg de instructies op het scherm om de 'Wizard Certificaat importeren' te voltooien. Als u het selectievakje [Beveiligde modus inschakelen (hiervoor moet Internet Explorer opnieuw worden gestart)] uitgeschakeld hebt in stap 7, moet u het selectievakje opnieuw activeren.
Netwerk KOPPELINGEN Een printserver instellen(P.
Netwerk Een printserver instellen 1CE2-037 Met een printserver kunt u de computer ontlasten die u gebruikt om af te drukken. Een bijkomend voordeel is dat de computers de printerstuurprogramma's via het netwerk kunnen installeren en dat u dit dus niet per computer hoeft te doen vanaf de DVD-ROM. Als u een computer in het netwerk wilt instellen als printserver, moet u de instellingen voor het delen van de printer configureren.
Netwerk Als [Opties voor delen wijzigen] wordt weergegeven ● Klik op [Opties voor delen wijzigen]. 4 Installeer eventueel aanvullende stuurprogramma's. ● Deze bewerking is noodzakelijk als u via de afdrukserver printerstuurprogramma's wilt installeren op computers met een andere bitarchitectuur. 1 Klik op [Extra stuurprogramma's]. 2 Schakel het selectievakje in van de bitarchitectuur van andere computers en klik op [OK].
Netwerk ● Selecteer extra stuurprogramma's uit de volgende opties in overeenstemming met het besturingssysteem van de afdrukserver. Afdrukserver Schakel het selectievakje in voor 32-bits besturingssystemen [x64] 64-bits besturingssystemen [x86] onder [Processor] ● Als u niet weet of uw Windows besturingssysteem een een 32-bits of 64-bits versie is, raadpleegt u De bitarchitectuur controleren(P. 613) .
Netwerk ◼ Printerstuurprogramma's via de afdrukserver installeren op een computer 1 Zoek de gedeelde printer op de printserver. 2 Dubbelklik op de gedeelde printer. 3 Volg de instructies op het scherm om de printerstuurprogramma´s te installeren. Printers weergeven die worden gedeeld op de printserver(P. 612) KOPPELINGEN Afdrukken vanaf een computer(P.
Netwerk De machine configureren voor uw netwerkomgeving 1CE2-038 De configuratie van een netwerk varieert naargelang de functie van het netwerk. Het apparaat is ontworpen voor compatibiliteit met zo veel mogelijk netwerkconfiguraties en ondersteunt om die reden verschillende technologieën. Overleg met de netwerkbeheerder en kies voor een configuratie die aansluit bij uw netwerkomgeving.
Netwerk Ethernet-instellingen configureren 1CE2-039 Ethernet is een standaard voor het uitwisselen van gegevens in een lokaal netwerk (LAN). U kunt de communicatiemodus (Half duplex/Full duplex) en het type Ethernet (10BASE-T/100BASE-TX/1000BASE-T) instellen. Over het algemeen is het zo dat u het apparaat kunt gebruiken zonder dat u de standaardinstellingen hoeft te wijzigen ( Ethernet-stuurprogr.(P. 396) ), maar u kunt de instellingen wijzigen om deze beter af te stemmen op uw netwerkomgeving.
Netwerk 3 Selecteer het type Ethernet. ● Selecteer Selecteer het type Ethernet ● Als u <1000 Base-T> selecteert, verandert de instelling voor in . 5 Verricht een harde reset. Een harde reset verrichten(P. 460) ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. KOPPELINGEN Een wachttijd instellen voor verbinding met een netwerk(P.
Netwerk Een wachttijd instellen voor verbinding met een netwerk 1CE2-03A Als in een netwerk redundante connectiviteit wordt aangeboden door de aanwezigheid van verschillende switching hubs of bridges, moet er een mechanisme zijn om te voorkomen dat pakketten in een oneindige lus terechtkomen. Een efficiënte oplossing is dus om voor elke switch-poort een bepaalde rol te definiëren.
Netwerk DNS configureren 1CE2-03C DNS (Domain Name System) is een service voor naamomzetting waarmee de naam van een host (of domein) wordt gekoppeld aan een IP-adres. Configureer de benodigde instellingen voor DNS, mDNS of DHCP. De procedures voor het configureren van DNS zijn verschillend voor IPv4 en IPv6. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 337) 2 Klik op [Instellingen/registratie]. 3 Klik op [Netwerk] 4 Configureer de DNS-instellingen. [TCP/IP-instellingen].
Netwerk IPv4 DNS configureren 1 Klik op [Bewerken] in [IPv4-instellingen]. 2 Configureer de DNS-instellingen van IPv4. [DNS-instellingen] [Primair DNS-serveradres] Voer het IP-adres van een DNS-server in. U kunt het IP-adres ook instellen vanaf het bedieningspaneel ( IPv4-instellingen(P. 380) ). [Secundaire DNS-serveradres] Voer het IP-adres van een eventuele secundaire DNS-server in. U kunt het IP-adres ook instellen vanaf het bedieningspaneel ( IPv4-instellingen(P. 380) ).
Netwerk Schakel dit selectievakje in om de DNS-records dynamisch bij te werken wanneer het IP-adres van het apparaat verandert. [mDNS-instellingen] [Gebruik mDNS] mDNS (multicast DNS) wordt ondersteund door Bonjour en is een protocol voor het koppelen van een hostnaam aan een IP-adres zonder DNS te gebruiken. Activeer het selectievakje om mDNS in te schakelen en geef de mDNS-naam op in het tekstvak [mDNS-naam] met maximaal 63 tekens.
Netwerk 2 Configureer de DNS-instellingen van IPv6. ● Het selectievakje [Gebruik IPv6] moet zijn ingeschakeld om de instellingen te configureren. adres instellen(P. 191) [DNS-instellingen] [Primair DNS-serveradres] Voer het IP-adres van een DNS server in. U kunt geen adres invoeren dat begint met 'ff' (of multicast-adressen), het adres '0000::0000' (allemaal nullen), of een adres dat begint met '0:0:0:0:0:ffff' of '0:0:0:0:0:0'.
Netwerk Voer het IP-adres van een eventuele secundaire DNS server in. U kunt geen adres invoeren dat begint met 'ff' (of multicast-adressen), het adres '0000::0000' (allemaal nullen), of een adres dat begint met '0:0:0:0:0:ffff' of '0:0:0:0:0:0'. [Gebruik IPv4-host/domeinnamen] Schakel het selectievakje in als u de host- en domeinnamen van IPv4 wilt gebruiken. [Hostnaam] Typ hier maximaal 47 alfanumerieke tekens voor de hostnaam van het apparaat dat u wilt registreren op de DNS-server.
Netwerk ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. KOPPELINGEN IPv4-adres instellen(P. 187) IPv6-adres instellen(P. 191) Statusafdruk netwerk(P.
Netwerk WINS configureren 1CE2-03E WINS (Windows Internet Name Service) is een service voor naamomzetting waarmee een NetBIOS-naam (de naam van een computer of printer in een SMB-netwerk) wordt gekoppeld aan een IP-adres. U moet de WINS-server opgeven om WINS in te schakelen. ● Deze functie is niet beschikbaar in een IPv6-netwerk. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 337) 2 Klik op [Instellingen/registratie].
Netwerk 5 Schakel het selectievakje [WINS-resolutie] in, geef de vereiste instellingen op en klik op [OK]. [WINS-resolutie] Schakel dit selectievakje in als u WINS wilt gebruiken voor naamomzetting. Als u WINS niet gebruikt, schakelt u het selectievakje uit. [WINS-serveradres] Voer het IP-adres van de WINS-server in. ● Als het IP-adres van de WINS-server wordt verkregen van een DHCP-server, heeft het verkregen IP-adres prioriteit boven het IP-adres dat is ingevoerd in het vak [WINS-serveradres].
Netwerk ● U mag geen spaties gebruiken. ● Een eventuele werkgroepnaam die is ingesteld in [Werkgroepnaam] onder [SMB-instellingen] wordt automatisch gebruikt voor [SMB-werkgroepnaam]. Als de werkgroepnaam wordt veranderd in [SMBwerkgroepnaam], wordt dit ook toegepast op [Werkgroepnaam] onder [SMB-instellingen]. 6 Een harde reset uitvoeren. ● Klik op [Apparaatcontrole], selecteer [Harde reset] en klik vervolgens op [Uitvoeren]. ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht.
Netwerk SNTP configureren 1CE2-03F Met SNTP (Simple Network Time Protocol) kunt u de systeemklok synchroniseren met de tijdserver in het netwerk. Als u SNTP gebruikt, controleert het systeem regelmatig de tijdserver, zodat de systeemklok altijd accuraat is. ● De SNTP van het apparaat ondersteunt zowel NTP- (versie 3) als SNTP-servers (versies 3 en 4). 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 337) 2 Klik op [Instellingen/registratie].
Netwerk 4 Klik op [Bewerken] in [SNTP-instellingen]. 5 Schakel het selectievakje [Gebruik SNTP] in en geef de benodigde instellingen op. [Gebruik SNTP] Schakel het selectievakje in als u SNTP wilt gebruiken voor synchronisatie. Als u SNTP niet wilt gebruiken, schakelt u het selectievakje uit. [NTP-servernaam] Voer het IP-adres van de NTP- of de SNTP-server in. Als DNS beschikbaar is in het netwerk, kunt u in plaats daarvan de '.
Netwerk ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. Communicatie met de NTP-/SNTP-server testen ● U kunt de communicatiestatus bij de geregistreerde server zien door te klikken op [Instellingen/ registratie] [Netwerk] [TCP/IP-instellingen] en vervolgens te klikken op [Controleer verbinding NTPserver] in [SNTP-instellingen] dat verschijnt. Als een werkende verbinding tot stand is gebracht, wordt dit zoals hieronder aangegeven.
Netwerk De machine bewaken en bedienen met SNMP 1CE2-03H SNMP (Simple Network Management Protocol) is een protocol voor het bewaken en aansturen van communicatieapparaten in een netwerk dat werkt met MIB (Management Information Base). De machine ondersteunt SNMPv1 en SNMPv3 met extra beveiliging. U kunt de status van de machine controleren vanaf een computer wanneer u documenten afdrukt of de UI op afstand gebruikt. U kunt SNMPv1 of SNMPv3 inschakelen, of beide versies tegelijk.
Netwerk 3 Klik op [Netwerk] 4 Klik op [Bewerken]. 5 Geef instellingen voor SNMPv1 op. [SNMP-instellingen]. ● Als u de SNMPv1-instellingen niet hoeft te wijzigen, gaat u verder met de volgende stap.
Netwerk [Gebruik SNMPv1] Schakel dit selectievakje in om SNMPv1 in te schakelen. De overige instellingen voor SNMPv1 kunt u alleen opgeven als dit selectievakje is ingeschakeld. [Gebruik Community-naam 1]/[Gebruik Community-naam 2] Schakel het selectievakje in om een Community-naam op te geven. Als u geen Community-naam hoeft op te geven, schakelt u het selectievakje uit. [Community-naam 1]/[Community-naam 2] Gebruik maximaal 32 alfanumerieke tekens voor de naam van de community.
Netwerk [Gebruik SNMPv3] Schakel dit selectievakje in om SNMPv3 in te schakelen. De overige instellingen voor SNMPv3 kunt u alleen opgeven als dit selectievakje is ingeschakeld. [Geef gebruiker vrij] Activeer dit selectievakje om [Gebruikersinstellingen 1] tot [Gebruikersinstellingen 5] in te schakelen. Om de gebruikersinstellingen uit te schakelen, schakelt u het desbetreffende selectievakje uit. [Gebruikersnaam] Gebruik maximaal 32 alfanumerieke tekens voor de gebruikersnaam.
Netwerk [Contextnaam 1] tot [Contextnaam 5] Gebruik maximaal 32 alfanumerieke tekens voor de contextnaam. U kunt maximaal vijf contextnamen registreren. 7 Geef instellingen op voor het verkrijgen van informatie voor het beheren van printers. ● Met SNMP kunt u gegevens voor het beheren van printers, zoals afdrukprotocollen en printerpoorten, controleren en periodiek opvragen bij een computer in het netwerk.
Netwerk SNMPv1 uitschakelen ● Als SNMPv1 is uitgeschakeld, zijn bepaalde functies van het apparaat niet langer beschikbaar, zoals het opvragen van apparaatgegevens via het printerstuurprogramma. Het bedieningspaneel gebruiken ● De instellingen voor SNMP zijn ook bereikbaar via het instellingenmenu op het bedieningspaneel. instellingen(P.
Netwerk Instellingen voor software voor apparaatbeheer configureren 1CE2-03J U kunt het ophalen en het beheren van diverse gegevens over apparaten in het netwerk gemakkelijker maken door software voor apparaatbeheer, zoals imageWARE Bedrijfsmanagementconsole, in het netwerk te implementeren. Informatie zoals apparaatinstellingen en foutlogboeken, wordt opgehaald en verdeeld via de server-computer.
Netwerk Instellingen voor Multicast Discovery opgeven 1 Klik op [Bewerken] in [Multicast Discovery-instellingen]. 2 Schakel het selectievakje [Reageren op Discovery] in en geef de benodigde instellingen op. [Reageren op Discovery] Schakel het selectievakje in als het apparaat moet reageren op pakketten voor Multicast Discovery van software voor apparaatbeheer en u bewaking door software voor apparaatbeheer wilt inschakelen. Als u wilt dat het apparaat niet reageert, schakel het selectievakje dan uit.
Netwerk 2 Schakel het selectievakje [Melden] in en geef de benodigde instellingen op. [Melden] Schakel het selectievakje in als u Software voor apparaatbeheer wilt informeren over de status van de stroomvoorziening van het apparaat. Als [Melden] is geselecteerd, wordt er niet onnodig gecommuniceerd tijdens de slaapstand en wordt het totale stroomverbruik teruggebracht. [Poortnummer] Kies deze optie om het poortnummer voor deze functie te wijzigen voor uw netwerkomgeving.
Netwerk ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. Het bedieningspaneel gebruiken ● Tevens kunt u Respons van Discovery in- of uitschakelen in het instellingenmenu van het bedieningspaneel. Respons v. Discovery(P. 390) ● De meldingsinstellingen voor stroomvoorziening zijn ook bereikbaar via het instellingenmenu op het bedieningspaneel. Sluimermelding inst.(P. 390) KOPPELINGEN De slaapstand instellen(P.
Netwerk SMB configureren 1CE2-03K SMB (Server Message Block) is een protocol voor het delen van bronnen, zoals bestanden en printers, met meerdere apparaten in een netwerk en het wordt gebruikt om het apparaat te registreren als een gedeelde printer in het SMB netwerk. ● SMB ondersteunt uitsluitend NetBIOS boven TCP/IP en ondersteunt niet NetBEUI. Configureer het IP-adres voordat u de SMB instellingen configureren. IP-adressen instellen(P.
Netwerk 4 Klik op [Bewerken]. 5 Schakel het selectievakje [Gebruik SMB-server] in en geef de benodigde instellingen op. [Gebruik SMB-server] Als u het selectievakje activeert, wordt de computer op het SMB netwerk aangeduid als een SMB server. [Servernaam] Om de servernaam op te geven die wordt weergegeven in het SMB netwerk, kunt u maximaal 16 tekens invoeren, afhankelijk van het lettertype. De naam moet verschillen van de namen van alle andere computers en printers in het netwerk.
Netwerk ● Een eventuele werkgroepnaam die is ingesteld in [SMB-werkgroepnaam] onder [WINS-configuratie] wordt automatisch gebruikt voor [Werkgroepnaam]. Als de servernaam wordt veranderd in [Werkgroepnaam], wordt dit ook toegepast op [SMB-werkgroepnaam] onder [WINS-configuratie]. [Commentaren] Om benodigde commentaren op het apparaat te maken, kunt u maximaal 192 tekens invoeren, afhankelijk van het lettertype.
Netwerk WINS configureren(P.
Netwerk Instellingen voor afdrukken op de computer configureren 1CE2-03L Configureer de verbindingsinstellingen en installeer het printerstuurprogramma op de computer zodanig dat u vanaf de computer via SMB netwerk op het apparaat kunt afdrukken. Verbinding met het SMB netwerk(P. 243) Het printerstuurprogramma installeren(P. 244) Verbinding met het SMB netwerk 1 2 3 Zorg dat [Eigenschappen van LAN-verbinding] weergegeven wordt. [Eigenschappen van LAN-verbinding] weergeven(P.
Netwerk 4 Klik op het tabblad [Algemeen] 5 Klik op het tabblad [WINS], selecteer [NetBIOS via TCP/IP inschakelen] en klik 6 Klik op [OK] tot alle dialoogvensters gesloten zijn. [Geavanceerd]. vervolgens op [OK]. ● Start de computer opnieuw op als dat wordt gevraagd. Het printerstuurprogramma installeren Voor meer informatie over het installeren van het printerstuurprogramma raadpleegt u de handleidingen voor de relevante stuurprogramma´s op de website voor de handleidingen.
Netwerk 2 Selecteer [Netwerk] en klik op [OK]. 3 Kies van de lijst in deze volgorde 'Werkgroepnaam', 'Servernaam' en 'Printernaam' die zijn opgegeven in het SMB protocol. SMB configureren(P.
Beveiliging Beveiliging Beveiliging ......................................................................................................................................................... 247 De machine beschermen tegen ongeoorloofde toegang ............................................................................... 248 Onbevoegde toegang voorkomen ................................................................................................................ 249 Toegangsmachtigingen instellen ......
Beveiliging Beveiliging 1CE2-03R De realiteit is dat overal en altijd vertrouwelijke gegevens worden verwerkt door informatieapparaten, waaronder computers en printers. Het vervelende is dat elk van deze apparaten het doelwit kan worden van kwaadwillende derden. Aanvallers kunnen ongeoorloofde toegang krijgen tot uw apparaten of indirect voordeel halen uit slordigheid. Hoe het ook zij, u kunt geconfronteerd worden met onverwachte verliezen als uw vertrouwelijke gegevens worden onderschept.
Beveiliging De machine beschermen tegen ongeoorloofde toegang 1CE2-03S Voorkom dat onbevoegden toegang krijgen tot de machine en deze kunnen gebruiken. U kunt verschillende beveiligingsmaatregelen treffen, zoals het beheren van toegangsmachtigingen en het instellen van firewalls.
Beveiliging Onbevoegde toegang voorkomen 1CE2-03U Dit gedeelte beschrijft de veiligheidsmaatregelen voor het voorkomen van onbevoegde toegang vanuit een extern netwerk. Dit moet absoluut worden gelezen voor alle gebruikers en beheerders voordat zij het apparaat, andere printers en multifunctionele apparaten die op het netwerk zijn aangesloten, gaan gebruiken.
Beveiliging ● Als een routeerbaar IP-adres is toegewezen aan een printer/multifunctioneel apparaat, kunt u een netwerkomgeving creëren waarin het risico van onbevoegde toegang wordt beperkt, door veiligheidssoftware te installeren, zoals een firewall, die toegang vanuit externe netwerken voorkomt. Als u een routeerbaar IP adres wil toewijzen aan een printer/multifunctioneel apparaat dat u wilt gebruiken, neem dan contact op met uw netwerkbeheerder.
Beveiliging Toegangsmachtigingen instellen 1CE2-03W Beveilig het apparaat tegen toegang door onbevoegden door alleen gebruikers met toegangsrechten toe te staan het apparaat te gebruiken. Toegangsrechten worden apart ingesteld voor het wachtwoord van de systeembeheerder, een account genaamd 'Afdelings-ID' en de externe UI. Wanneer toegangsrechten zijn ingesteld, moet de gebruiker een ID en pincode invoeren als hij of zij wil afdrukken of instellingen wil wijzigen.
Beveiliging Het wachtwoord van de systeembeheerder instellen 1CE2-03X Als u de instellingen voor het apparaat wilt opgeven vanaf de externe UI, moet u beheerdersrechten hebben. Volg onderstaande procedure om het wachtwoord van de systeembeheerder te veranderen. Informatie over het instellen van het wachtwoord van de systeembeheerder is essentieel voor de veiligheid van het apparaat. Daarom moet u ervoor zorgen dat uitsluitend beheerders het wachtwoord van de systeembeheerder kennen.
Beveiliging 4 Klik op [Bewerken]. 5 Voer het huidige wachtwoord in bij [Huidig wachtwoord systeembeheerder]. ● Het standaardwachtwoord is '7654321'. 6 Voer een nieuw wachtwoord in. [Wachtwoord instellen/wijzigen] Als u het wachtwoord wilt instellen of veranderen, schakelt u het selectievakje in en typt u maximaal 16 alfanumerieke tekens voor het wachtwoord in het vak [Wachtwoord]. Typ het wachtwoord ter bevestiging nogmaals in het vak [Bevestigen].
Beveiliging ● Als u op [OK] klikt terwijl het selectievakje is ingeschakeld en de selectievakjes [Wachtwoord] en [Bevestigen] zijn leeg, wordt het huidge wachtwoord verwijderd. 7 Voer, indien nodig, de naam en de contactinformatie van de systeembeheerder in en klik op [OK]. [Systeembeheerder] Gebruik maximaal 128 tekens voor de naam van de beheerder. [Contact Informatie] Voer maximaal 128 tekens in voor de contactinformatie van de beheerder.
Beveiliging Afdeling-ID beheer configureren 1CE2-03Y U kunt de toegang tot het apparaat beheren door meerdere ID's te gebruiken voor meerdere gebruikers of groepen. Als een gebruiker probeert het apparaat te gebruiken terwijl Afdelings-ID beheer is ingeschakeld, verschijnt er een aanmeldingsscherm en moet de gebruiker zijn of haar Afdelings-ID met bijbehorende pincode invoeren om toegang te krijgen tot het apparaat.
Beveiliging 3 Klik op [Afdeling-ID beheer] en registreer of bewerk Afdelings-ID's. Een afdelings-id registreren 1 Klik op [Nieuwe afdeling registreren]. 2 Geef de vereiste instellingen op en klik op [OK]. [Afdeling ID] Voer maximaal zeven cijfers voor de Afdelings-ID. [PIN instellen] Als u een pincode wilt instellen, schakelt u het selectievakje in en voert u een code in van maximaal zeven cijfers in de tekstvakken [PIN] en [Bevestigen].
Beveiliging Afdeling-ID beheer inschakelen Nadat u het gewenste aantal afdelings-id's hebt geregistreerd, kunt u Afdeling-ID beheer inschakelen. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. De UI op afstand starten(P. 337) 2 Klik op [Instellingen/registratie]. 3 Klik op [Afdeling-ID beheer] 4 Schakel het selectievakje [Afdeling-ID beheer inschakelen] in en klik op [OK]. [Instellingen].
Beveiliging [Afdeling-ID beheer inschakelen] Schakel het selectievakje in als u Afdelings-ID-beheer wilt activeren. Als u Afdelings-ID-beheer niet wilt gebruiken, schakel het selectievakje dan uit. ● Raadpleeg Taken blokkeren indien afdelings-id onbekend(P. 261) selectievakje [Opdrachten met onbekende ID's accepteren].
Beveiliging [Gebruik PIN-bevestiging voor Afdeling-ID beheer] Als u het selectievakje activeert, wordt Afdelings-ID-beheer ingeschakeld voor het afdrukken met het XPS printerstuurprogramma. Als u Afdelings-ID-beheer niet wilt gebruiken, schakel het selectievakje dan uit. ● Als er geen enkel sleutelpaar in het apparaat is ingesteld, kunt u [Gebruik PIN-bevestiging voor AfdelingInstellingen configureren voor sleutelparen en digitale ID beheer] niet inschakelen. certificaten(P.
Beveiliging 3 Klik op het tabblad [Apparaatinstellingen] en geef de vereiste instellingen op. 1 Activeer het selectievakje [Beheer afdelings-id gebruiken] en klik rechts ervan op [Instellingen]. 2 Geef de instellingen op en klik op [OK]. [Pincode-instellingen toestaan] Schakel het selectievakje voor het gebruik van een pincode in. [Afdelings-id] Voer maximaal zeven cijfers voor de Afdelings-ID. [Pincode] Voer maximaal zeven cijfers voor de pincode als deze is ingesteld voor de Afdelings-ID.
Beveiliging Aanmelden bij het apparaat ● Als u vanaf een computer wilt afdrukken terwijl Afdelings-ID beheer is ingeschakeld, verschijnt het volgende scherm (tenzij het selectievakje [Afdelings-id/pincode bevestigen bij afdrukken] leeg is): Taken blokkeren indien afdelings-id onbekend De fabrieksinstellingen zijn zodanig dat ook wanneer Afdelings-ID beheer is ingeschakeld, u van een computer kunt afdrukken zonder dat u een ID en pincode hoeft in te invoeren.
Beveiliging 4 Maak het selectievakje [Opdrachten met onbekende ID's accepteren] leeg en klik op [OK]. ● Als u het selectievakje deactiveert, kunnen gebruikers niet afdrukken met behulp van een methode die niet wordt ondersteund door afdelings-ID-beheer, of Direct Print gebruiken vanaf de externe UI waarop de gebruikers inloggen in de beheerdersmodus. KOPPELINGEN Toegangsmachtigingen instellen(P. 251) Het wachtwoord van de systeembeheerder instellen(P.
Beveiliging Een pincode instellen voor UI op afstand 1CE2-040 U kunt een pincode instellen voor toegang tot de UI op afstand. Alle gebruikers gebruiken een gewone pincode. ● Wanneer Afdelings-ID beheer is ingeschakeld, is deze instelling niet vereist. configureren(P. 255) 1 Druk op ( 2 Druk op / Afdeling-ID beheer ). om te selecteren en druk vervolgens op ● Als er een bericht wordt weergegeven, druk dan op 3 Selecteer
Beveiliging Communicatie beperken door firewalls in te stellen 1CE2-041 Zonder goede beveiliging kunnen onbevoegden toegang krijgen tot computers en andere communicatieapparaten die op een netwerk zijn aangesloten. Om deze ongewenste toegang te voorkomen, kunt u instellingen opgeven voor het filteren van gegevenspakketten. Op deze manier wordt de communicatie beperkt tot apparaten met bepaalde IPadressen of MAC-adressen.
Beveiliging IP-adressen opgeven voor firewallregels 1CE2-042 U kunt de communicatie beperken tot alleen apparaten met bepaalde IP-adressen of apparaten met specifieke IPadressen blokkeren maar andere communicatie toestaan. U kunt een afzonderlijk IP-adres opgeven of een bereik van IP-adressen. Voor gegevensontvangst kunt u IP-adressen opgeven door poortnummers in te voeren. ● U kunt maximaal 16 IP-adressen (of bereiken van IP-adressen) opgeven voor zowel IPv4 als IPv6.
Beveiliging 4 Klik op [Bewerken] voor het type filter dat u wilt gebruiken. [IPv4-adres: TX-filter] Selecteer deze optie om het verzenden van gegevens vanaf het apparaat naar een computer te beperken door IPv4-adressen op te geven. [IPv4-adres: RX-filter] Selecteer deze optie om het ontvangen van gegevens van het apparaat naar een computer te beperken door IPv4-adressen en het poortnummer op te geven.
Beveiliging 1 Activeer het selectievakje [Gebruik filter] en klik op het keuzerondje [Weigeren] of [Toestaan] voor het [Standaardbeleid]. [Gebruik filter] Schakel het selectievakje in als u de communicatie wilt beperken. Schakel het selectievakje uit als u de beperking wilt opheffen. [Standaardbeleid] Selecteer de voorwaarde voor het toestaan of weigeren van de communicatie van andere toestellen met het apparaat.
Beveiliging 3 Klik op [OK]. Voor verzendfilter Als u [Toestaan] in [Standaardbeleid] selecteert, geeft u de IP-adressen op van de apparaten waarvan de communicatie met het apparaat geblokkeerd moet worden. Als u [Weigeren] in [Standaardbeleid] selecteert, geeft u de IP-adressen op van de apparaten waarvan de communicatie met het apparaat toegestaan moet worden. 1 Klik op [Registreer nieuw]. 2 Geef de adresuitzonderingen op. ● Geef het IP-adres (of het bereik van IP-adressen) op in [Registreer adres].
Beveiliging Controleer op invoerfouten ● Als u IP-adressen of poortnummers verkeerd invoert, kunt u het apparaat mogelijk niet bereiken vanuit de UI op afstand. In dat geval stelt u in op . Adresfilter(P. 398) Een ingesteld poortnummer verwijderen ● Selecteer het poortnummer dat u wilt verwijderen en klik op [Verwijderen]. 3 Klik op [OK]. 4 Activeer het selectievakje [Gebruik filter] en klik op het keuzerondje [Weigeren] of [Toestaan] voor het [Standaardbeleid].
Beveiliging [Gebruik filter] Schakel het selectievakje in als u de communicatie wilt beperken. Schakel het selectievakje uit als u de beperking wilt opheffen. [Standaardbeleid] Selecteer de voorwaarde voor het toestaan of weigeren van de communicatie van andere toestellen met het apparaat. [Toestaan] Selecteer deze optie om communicatiepakketten te blokkeren wanneer deze bestemd zijn voor of afkomstig zijn van apparaten waarvan de IP-adressen zijn opgegeven in [Uitzondering adressen].
Beveiliging KOPPELINGEN MAC-adressen opgeven voor firewallregels(P.
Beveiliging MAC-adressen opgeven voor firewallregels 1CE2-043 U kunt de communicatie beperken tot alleen apparaten met bepaalde MAC-adressen of apparaten met specifieke MAC-adressen blokkeren maar andere communicatie toestaan. U kunt maximaal 50 MAC-adressen opgeven. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 337) 2 Klik op [Instellingen/registratie]. 3 Klik op [Beveiliging] 4 Klik op [Bewerken] voor een filtertype. [MAC-adresfilter].
Beveiliging [TX-filter] Selecteer deze optie om het verzenden van gegevens vanaf het apparaat naar een computer te beperken door MAC-adressen op te geven. [RX-filter] Selecteer deze optie om het ontvangen van gegevens van het apparaat naar een computer te beperken door MAC-adressen op te geven. 5 Geef de instellingen voor pakketfiltering op.
Beveiliging [Weigeren] Selecteer deze optie om communicatiepakketten alleen door te geven wanneer deze bestemd zijn voor of afkomstig zijn van apparaten waarvan de MAC-adressen zijn opgegeven in [Uitzondering adressen]. Communicatie met andere apparaten is niet mogelijk. 2 Geef de adresuitzonderingen op. ● Typ het MAC-adres in het vak [Registreer adres] en klik op [Toevoegen]. ● U hoeft geen afbreekstreepjes of dubbelepunten te gebruiken in het adres.
Beveiliging KOPPELINGEN IP-adressen opgeven voor firewallregels(P.
Beveiliging Een proxy instellen 1CE2-044 Een proxy (of HTTP-proxyserver) verwijst naar een computer of software die HTTP-communicatie uitvoert voor andere apparaten, met name bij communicatie met bronnen buiten het netwerk, zoals bij het browsen op websites. De clientapparaten maken via de proxyserver verbinding met het externe netwerk en communiceren niet rechtstreeks met de externe bronnen.
Beveiliging 5 Schakel het selectievakje [Gebruik Proxy] in en geef de benodigde instellingen op. [Gebruik Proxy] Schakel het selectievakje in om de opgegeven proxyserver te gebruiken voor communicatie met een HTTPserver. [HTTP Proxy Server-adres] Voer het adres van de proxyserver in. Geef het IP-adres op of de hostnaam, afhankelijk van de omgeving. [HTTP Proxy Server-poortnummer] Wijzig eventueel het poortnummer. Voer een nummer in tussen 1 en 65535.
Beveiliging ● Klik op [Apparaatcontrole], selecteer [Harde reset] en klik vervolgens op [Uitvoeren]. ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. Het bedieningspaneel gebruiken ● De proxy-instellingen zijn ook bereikbaar via het instellingenmenu op het bedieningspaneel. instellingen(P. 388) KOPPELINGEN Google Cloudprinter gebruiken(P.
Beveiliging De functies van de machine beperken 1CE2-045 De kans bestaat dat sommige functies van de machine bijna nooit worden gebruikt of aanleiding geven voor misbruik. Uit veiligheidsoverwegingen kunt u de functionaliteit van de machine beperken door deze functies geheel of gedeeltelijk uit te schakelen. Beperkingen instellen voor de afdrukfuncties Beperkingen instellen voor de afdrukbewerkingen(P. 280) Beperkingen instellen voor USB-functies Beperkingen instellen voor USB-functies(P.
Beveiliging Beperkingen instellen voor de afdrukbewerkingen 1CE2-046 U kunt instellingen opgeven die verhinderen dat ontvangen afdrukgegevens automatisch worden afgedrukt, hetgeen papierverspilling vermindert en verhindert dat derden het apparaat gebruiken. Om deze functie te gebruiken, moet u een optionele SD card installeren. Een SD-card installeren(P. 583) ● Ook als de afdrukbewerkingen zijn beperkt, kunnen instellingslijsten en -rapporten worden afgedrukt. Rapporten en lijsten afdrukken(P.
Beveiliging 4 5 6 Klik op [Bewerken]. Voer het wachtwoord van de systeembeheerder in [Huidig wachtwoord systeembeheerder]. Schakel het selectievakje [Afdrukopdrachten beperken] in en klik op [OK].
Beveiliging [Afdrukopdrachten beperken] Schakel het selectievakje in om afdrukbewerkingen van het apparaat te beperken. Schakel het selectievakje uit als u de beperking wilt opheffen. 7 Een harde reset uitvoeren. ● Klik op [Apparaatcontrole], selecteer [Harde reset] en klik vervolgens op [Uitvoeren]. ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. Bij beperkte afdrukbewerkingen ● Uitsluitend opgeslagen afdruktaken kunnen vanuit de printerstuurprogramma's worden verricht.
Beveiliging Een document dat op het apparaat is opgeslagen, afdrukken (Opgeslagen taak afdrukken)(P.
Beveiliging Beperkingen instellen voor USB-functies 1CE2-047 USB is een handige manier om randapparatuur aan te sluiten en gegevens op te slaan of te verplaatsen. Bij een onjuist beheer kan USB echter ook een bron van informatielekkage zijn. Wees voorzichtig wanneer u USBgeheugenapparaten gebruikt. Dit gedeelte beschrijft hoe u de verbinding via de USB-poort van het apparaat kunt beperken en hoe u het gebruik van USB-geheugenapparaten kunt uitsluiten.
Beveiliging 6 Verricht een harde reset. Een harde reset verrichten(P. 460) ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. Beperkingen instellen functie USB Direct Print U kunt instellen dat er geen gegevens mogen worden afgedrukt die zijn opgeslagen op een USB-geheugentoestel. Nu kunnen er geen gegevens worden afgedrukt die zijn opgeslagen in het USB-geheugentoestel. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. 2 Klik op [Instellingen/registratie].
Beveiliging 5 Voer het wachtwoord van de systeembeheerder in [Huidig wachtwoord 6 Maak het selectievakje [USB Direct afdruk] leeg en klik op [OK]. systeembeheerder]. [USB Direct afdruk] Deactiveer dit selectievakje om direct afdrukken vanuit een USB-geheugentoestel uit te schakelen. Activeer dit selectievakje om direct afdrukken vanuit een USB-geheugentoestel in te schakelen.
Beveiliging Beperkingen instellen voor functies van het bedieningspaneel 1CE2-048 U kunt het gebruik van de sleutelparen op het bedieningspaneel beperken om te verhinderen dat de apparaatinstellingen abusievelijk worden veranderd. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 337) 2 Klik op [Instellingen/registratie]. 3 Klik op [Beveiliging] [Beheerinstellingen].
Beveiliging 4 Klik op [Bewerken]. 5 Voer het wachtwoord van de systeembeheerder in [Huidig wachtwoord 6 Activeer het selectievakje van de te bepreken sleutel en klik op [OK]. systeembeheerder].
Beveiliging [Te vergrendelen toetsen] U kunt het selectievakje activeren om de overeenkomstige sleutel te vergrendelen, ook als hij wordt ingedrukt vanaf het bedieningspaneel. Deactiveer het selectievakje om de sleutel te ontgrendelen. U kunt de instelsleutel ook ontgrendelen vanaf het bedieningspaneel ( Instellingen beheren(P. 376) ). ● Functies van de sleutels Bedieningspaneel(P.
Beveiliging HTTP-communicatie uitschakelen 1CE2-049 HTTP wordt gebruikt voor communicatie via het netwerk, bijvoorbeeld wanneer u het apparaat bedient via de UI op afstand. Als u een USB-verbinding gebruikt of HTTP om een andere reden niet nodig hebt, kunt u het protocol uitschakelen om aanvallen van kwaadwillende gebruikers via de ongebruikte HTTP-poort te voorkomen.
Beveiliging De UI op afstand uitschakelen 1CE2-04A De UI op afstand is handig omdat u dan instellingen voor de machine kunt opgeven via een webbrowser op een computer. U kunt de UI op afstand alleen gebruiken als de machine via het netwerk is verbonden met een computer.
Beveiliging De LAN poort uitschakelen 1CE2-04C Een LAN poort is een interface die een LAN kabel aansluit voor gebruik van een netwerk. Als u het apparaat via USB gebruikt, kunt u de LAN poort uitschakelen om het netwerk uit te schakelen en zo kwaadaardige indringing van derden via de LAN poort te blokkeren. 1 Druk op ( 2 Druk op / 3 Selecteer en druk op ).
Beveiliging De geschiedenis van afdruktaken verbergen 1CE2-04E Om de privacy van gebruikers te beschermen, kunt u instellingen opgeven om de geschiedenis van afdruktaken op het scherm van de externe UI weer te geven en de lijst met geschiedenis van afdruktaken af te drukken. De geschiedenis van afdruktaken wordt geactualiseerd en onderhouden, ook als is ingesteld dat hij wordt verborgen, zodat beheerders, indien nodig, de geschiedenis kunnen bekijken.
Beveiliging 5 Maak het selectievakje [Weergave opdrachtlog] leeg en klik op [OK]. [Weergave opdrachtlog] Als u het selectievakje deactiveert, verschijnt de geschiedenis van afdruktaken niet op het scherm van de externe UI en kan tevens de lijst met geschiedenis van afdruktaken niet worden afgedrukt. Als u het selectievakje activeert, verschijnt de geschiedenis van afdruktaken.
Beveiliging Geavanceerde beveiligingsfuncties implementeren 1CE2-04F Bevoegde gebruikers kunnen worden benadeeld door aanvallen van kwaadwillende personen, bijvoorbeeld door sniffing, spoofing en het manipuleren van gegevens die over een netwerk worden verzonden. Om uw belangrijke en kostbare gegevens te beschermen tegen deze aanvallen, ondersteunt de machine de volgende functies te verbetering van de veiligheid en beveiliging.
Beveiliging KOPPELINGEN Instellingen configureren voor sleutelparen en digitale certificaten(P.
Beveiliging TLS gebruiken voor beveiligde communicatie 1CE2-04H U kunt met behulp van Transport Layer Security (TLS) de communicatie coderen die plaatsvindt tussen het apparaat en een webbrowser op de computer en de af te drukken IPP Print gegevens. TLS is een mechanisme voor het coderen van gegevens die over het netwerk worden verzonden of ontvangen. TLS moet zijn ingeschakeld wanneer u de externe UI gebruikt voor het opgeven van instellingen voor IPSec (Pre-Shared Key Method), verificatie met IEEE 802.
Beveiliging 4 Klik op [Sleutel en certificaat] in [TLS-instellingen]. 5 Selecteer een sleutel in de lijst met sleutels en certificaten en klik op [Standaard sleutelinstellingen]. Details bekijken van een certificaat ● U kunt de details van het certificaat controleren of het certificaat verifiëren door op de gewenste tekstkoppeling onder [Sleutelnaam] te klikken of op het pictogram van het certificaat. Sleutelparen en digitale certificaten verifiëren(P.
Beveiliging 2 Klik op [Bewerken]. 3 Schakel het selectievakje [Gebruik TLS] in en klik op [OK]. [Gebruik TLS] Schakel dit selectievakje in om TLS voor externe communicatie te gebruiken. Als u TLS niet wilt gebruiken, schakelt u het selectievakje uit. TLS voor een functie gebruiken die compatibel is met beveiligde communicatie TLS gebruiken voor het afdrukken met IPP Voer de volgende instelling in om gebruik te maken van TLS bij het afdrukken met IPP.
Beveiliging [Netwerk] [TCP/IP-instellingen] selectievakje [Gebruik TLS] [OK] 7 [Bewerken] in [IPP-afdrukinstellingen] Activeer het Een harde reset uitvoeren. ● Klik op [Apparaatcontrole], selecteer [Harde reset] en klik vervolgens op [Uitvoeren]. ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. Het bedieningspaneel gebruiken ● Tevens kunt u TLS beveiligde communicatie in- of uitschakelen in het instellingenmenu van het bedieningspaneel. Instell. externe UI(P.
Beveiliging IPSec-instellingen configureren 1CE2-04J Internet Protocol Security (IPSec of IPsec) bestaat uit een verzameling protocollen voor het coderen van gegevens die worden getransporteerd over een netwerk, inclusief internet-netwerken.
Beveiliging ● HMAC-SHA1-96 Voordat u IPSec communicatie-instellingen configureert ● Controleer de IPSec instellingen in het besturingssysteem waarmee het apparaat zal communiceren. Een onjuiste combinatie van besturingssysteem- en apparaatinstellingen schakelt de IPSec-communicatie uit. Functionele beperkingen van IPSec ● IPSec ondersteunt communicatie naar een unicast-adres (of een bepaald apparaat). ● Het apparaat kan niet tegelijkertijd IPSec en DHCPv6 gebruiken.
Beveiliging 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 337) 2 Klik op [Instellingen/registratie]. 3 Klik op [Beveiliging] 4 Klik op [IPSec-beleidslijst]. [IPSec-instellingen].
Beveiliging 5 Klik op [Registreer IPSec-beleid]. 6 Voer de naam van een beleid in [Policy-naam] en activeer het selectievakje [Beleid inschakelen]. [Policy-naam] Typ maximaal 24 alfanumerieke tekens als de naam die wordt gebruikt voor het identificeren van het beleid. [Beleid inschakelen] Schakel dit selectievakje in om het beleid in te schakelen. Als u het beleid niet gebruikt, schakelt u het selectievakje uit. 7 Geef de selectorinstellingen op.
Beveiliging [Lokaal adres] Selecteer in onderstaande lijst het type IP-adres van het apparaat waarop u het beleid wilt toepassen. [Alle IP-adressen] Selecteer deze optie om IPSec te gebruiken voor alle IP-pakketten. [IPv4-adres] Selecteer deze optie om IPSec te gebruiken voor alle IP-pakketten die van of naar het IPv4-adres van het apparaat worden verstuurd. [IPv6-adres] Selecteer deze optie om IPSec te gebruiken voor alle IP-pakketten die van of naar het IPv6-adres van het apparaat worden verstuurd.
Beveiliging [Handmatige IPv6-instellingen] Selecteer deze optie om een specifiek IPv6-adres of een bereik van IPv6-adressen op te geven waarvoor u IPSec wilt gebruiken. Typ het IPv6-adres (of het bereik van adressen) in het tekstvak [Handmatig in te stellen adressen]. [Handmatig in te stellen adressen] Als [Handmatige IPv4-instellingen] of [Handmatige IPv6-instellingen] is geselecteerd bij [Extern adres], typt u het IP-adres waarop het beleid moet worden toegepast.
Beveiliging Om het algoritme handmatig in te stellen, deactiveert u het selectievakje en selecteert u het algoritme. [Authentificatie] Selecteer het hash-algoritme. [Encryptie] Selecteer het coderingsalgoritme. [DH-groep] Selecteer de Diffie-Hellman-groep, die bepalend is voor de sterkte van de sleutel. [Vooraf gedeelde sleutelmethode] gebruiken voor verificatie 1 Selecteer [Vooraf gedeelde sleutelmethode] voor [AUTH-methode] en klik op [Instellingen gedeelde sleutel].
Beveiliging [PFS gebruiken] Schakel dit selectievakje in om PFS (Perfect Forward Secrecy) in te schakelen voor sleutels van IPSec-sessies. Als u PFS inschakelt, wordt de beveiliging verbeterd maar wordt de communicatie ook extra belast. Zorg ervoor dat PFS ook is ingeschakeld voor de andere apparaten. Als u PFS niet gebruikt, deactiveer het selectievakje dan. [Geldigheid] Geef hier op hoe lang SA wordt gebruikt als een communicatietunnel.
Beveiliging 10 Klik op [OK]. ● Als u nog een beveiligingsbeleid wilt registreren, gaat u terug naar stap 5. 11 Bepaal de volgorde van de beleidsinstellingen onder [IPSec-beleidslijst]. ● De bovenste set met beleidsinstellingen (ook wel beleidslijnen genoemd) wordt als eerst toegepast, dan de volgende in de lijst, enzovoort. Klik op [Prioriteit verhogen] of [Prioriteit verlagen] om een instelling één positie omhoog of omlaag te verplaatsen.
Beveiliging 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 337) 2 Klik op [Instellingen/registratie]. 3 Klik op [Beveiliging] 4 Klik op [Bewerken]. [IPSec-instellingen].
Beveiliging 5 Schakel het selectievakje [Gebruik IPSec] in en klik op [OK]. [Gebruik IPSec] Activeer dit selectievakje als uw apparaat gebruikmaakt van IPsec. Als dat niet zo is, schakelt u het selectievakje uit. [Ontvangst non-policy pakketten toestaan] Als u het selectievakje activeert bij het gebruiken van IPSec, worden pakketten die niet beschikbaar zijn voor het geregistreerde beleid ook verzonden / ontvangen.
Beveiliging IEEE 802.1X-verificatie configureren 1CE2-04K De machine kan als een clientapparaat worden aangesloten op een 802.1X-netwerk. Een doorsnee 802.1X-netwerk bestaat uit een RADIUS-server (verificatieserver), een LAN-switch (authenticator) en clientapparaten met verificatiesoftware (supplicants). Als een apparaat probeert verbinding te maken met het 802.
Beveiliging 3 Klik op [Netwerk] 4 Klik op [Bewerken]. 5 [IEEE 802.1X-instellingen]. Schakel het selectievakje [Gebruik IEEE 802.1X] in, typ de aanmeldingsnaam in het vak [Loginnaam] en geef de vereiste instellingen op.
Beveiliging [Gebruik IEEE 802.1X] Schakel dit selectievakje in om verificatie met IEEE 802.1X mogelijk te maken. [Loginnaam] Typ maximaal 24 alfanumerieke tekens als de naam (EAP-identiteit) die wordt gebruikt voor het identificeren van de gebruiker. TLS instellen 1 Schakel het selectievakje [Gebruik TLS] in en klik op [Sleutel en certificaat]. ● U kunt geen TLS gebruiken in combinatie met TTLS of PEAP.
Beveiliging Intern protocol voor TTLS ● U kunt MSCHAPv2 of PAP selecteren. Als u PAP wilt gebruiken, klik dan op het keuzerondje [PAP]. 2 Klik op [Wijzig gebruikersnaam/wachtwoord]. ● Als u een andere gebruikersnaam wilt opgeven dan de aanmeldingsnaam, schakelt u het selectievakje [Gebruik loginnaam als gebruikersnaam] uit. Schakel het selectievakje in als u de aanmeldingsnaam wilt gebruiken als de gebruikersnaam. 3 Stel de gebruikersnaam en het wachtwoord in en klik op [OK].
Beveiliging [Gebruikersnaam] Gebruik maximaal 24 alfanumerieke tekens voor de gebruikersnaam. [Wijzig wachtwoord] Als u het wachtwoord wilt instellen of wijzigen, schakelt u het selectievakje in en typt u maximaal 24 tekens voor het nieuwe wachtwoord in de vakken [Wachtwoord] en [Bevestigen]. 6 Klik op [OK]. 7 Een harde reset uitvoeren. ● Klik op [Apparaatcontrole], selecteer [Harde reset] en klik vervolgens op [Uitvoeren]. ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht.
Beveiliging Het bedieningspaneel gebruiken ● U kunt de IEEE 802.1X verificatie in- of uitschakelen vanuit het instellingenmenu op het bedieningspaneel. IEEE802.1X(P. 398) KOPPELINGEN Instellingen configureren voor sleutelparen en digitale certificaten(P.
Beveiliging Instellingen configureren voor sleutelparen en digitale certificaten 1CE2-04L Om de communicatie te coderen met een extern apparaat, moet vooraf een coderingssleutel worden verzonden en ontvangen via een onbeveiligd netwerk. Dit probleem wordt opgelost door cryptografie met openbare sleutels.
Beveiliging ● Sleutelpaar: Algoritme openbare sleutel (en sleutellengte) RSA (512 bits*2, 1024 bits, 2048 bits, 4096 bits) ECDSA (P256, P384, P521) ● CA-certificaat: RSA (512 bits*2, 1024 bits, 2048 bits, 4096 bits) DSA (1024 bits/2048 bits/3072 bits) ECDSA (P256, P384, P521) Algoritme voor handtekening certificaat SHA1-RSA, SHA256-RSA, SHA384-RSA*3, SHA512-RSA*3, MD5RSA, MD2-RSA, ECDSA-SHA1, ECDSA-SHA256, ECDSA-SHA384, or ECDSA-SHA512 Algoritme voor vingerafdruk certificaat SHA1 *1 De vereisten voo
Beveiliging Sleutelparen genereren 1CE2-04R Een sleutelpaar kan worden gegenereerd met het apparaat wanneer dat nodig is voor versleutelde communicatie via Transport Layer Security (TLS). U kunt TLS gebruiken wanneer u toegang wenst tot het apparaat via de externe UI of IPP Print verricht. Er kunnen maximaal acht sleutelparen (inclusief de vooraf geïnstalleerde paren) worden geregistreerd op het apparaat.
Beveiliging 4 Klik op [Sleutel aanmaken]. Een geregistreerd sleutelpaar wissen ● Klik op [Verwijderen] bij het sleutelpaar dat u wilt verwijderen klik op [OK]. ● U kunt een sleutelpaar niet verwijderen als dit momenteel in gebruik is, bijvoorbeeld wanneer 'TLS' of 'IEEE 802.1X' wordt weergegeven onder [Sleutelgebruik]. In dat geval moet u de functie uitschakelen of het sleutelpaar vervangen voordat u het sleutelpaar kunt verwijderen. 5 Selecteer [Netwerkcommunicatie] en klik op [OK].
Beveiliging [Sleutelinstellingen] [Sleutelnaam] Gebruik maximaal 24 alfanumerieke tekens voor de naam van het sleutelpaar. Kies een naam die u eenvoudig kunt terugvinden in lijsten. [Algoritme handtekening] Selecteer het algoritme voor de handtekening in de vervolgkeuzelijst. [Sleutelalgoritme] RSA of ECDSA wordt gebruikt om een sleutelpaar te genereren. Selecteer de sleutellengte in de vervolgkeuzelijst. Hoe groter het aantal is voor de sleutellengte, hoe trager de communicatie verloopt.
Beveiliging Om af te drukken met IPPS, moet het 'IP-adres' of de '.' waarmee een IPPS-verbinding tot stand wordt gebracht, worden ingevoerd in [Algemene naam]. ● Voer het IP-adres in als het vast is. ● Voer '.' in als een DNS-server gebruikt wordt. inschakelen(P. 202) 7 IPP/IPPS Klik op [OK]. ● Het genereren van sleutels voor netwerkcommunicatie kan 10 tot 15 minuten in beslag nemen. ● Het gegenereerde sleutelpaar wordt automatisch opgeslagen op de machine.
Beveiliging 4 Klik op [Sleutel aanmaken]. Een geregistreerd sleutelpaar wissen ● Klik op [Verwijderen] bij het sleutelpaar dat u wilt verwijderen klik op [OK]. ● U kunt een sleutelpaar niet verwijderen als dit momenteel in gebruik is, bijvoorbeeld wanneer 'TLS' of 'IEEE 802.1X' wordt weergegeven onder [Sleutelgebruik]. In dat geval moet u de functie uitschakelen of het sleutelpaar vervangen voordat u het sleutelpaar kunt verwijderen.
Beveiliging [Sleutelinstellingen] [Sleutelnaam] Gebruik maximaal 24 alfanumerieke tekens voor de naam van het sleutelpaar. Kies een naam die u eenvoudig kunt terugvinden in lijsten. [Algoritme handtekening] Selecteer het algoritme voor de handtekening in de vervolgkeuzelijst. [Sleutelalgoritme] RSA of ECDSA wordt gebruikt om een sleutelpaar te genereren. Selecteer de sleutellengte in de vervolgkeuzelijst. Hoe groter het aantal is voor de sleutellengte, hoe trager de communicatie verloopt.
Beveiliging 7 Klik op [OK]. ● Het genereren van een sleutel en certificaatondertekeningsverzoek (CSR) kan ongeveer 10 tot 15 minuten in beslag nemen. 8 Klik op [Opslaan in bestand]. ● Er wordt een dialoogvenster voor het opslaan van het bestand weergegeven. Kies waar u het bestand wilt opslaan en klik op [Opslaan]. ➠ Het CSR-bestand (Key en Certificate Signing Request) wordt opgeslagen op de computer. 9 Hecht het opgeslagen bestand aan en leg de applicatie voor aan de certificeringsinstantie (CA).
Beveiliging 5 6 Klik op [Certificaat registreren]. Klik op [Bladeren] in [Bestandspad], geef het bestand voor het certificaatondertekeningsverzoek op en klik op [Registreren]. KOPPELINGEN Door een CA uitgegeven sleutelparen en digitale certificaten gebruiken(P. 329) Sleutelparen en digitale certificaten verifiëren(P.
Beveiliging TLS gebruiken voor beveiligde communicatie(P. 297) IPSec-instellingen configureren(P.
Beveiliging Door een CA uitgegeven sleutelparen en digitale certificaten gebruiken 1CE2-04S Sleutelparen en digitale certificaten voor gebruik met het apparaat zijn verkrijgbaar bij een certificeringsinstantie (CA). U kunt deze bestanden opslaan en vervolgens registreren via de UI op afstand. Let er goed op dat het sleutelpaar en het certificaat voldoen aan de eisen die het apparaat stelt ( Vereisten voor sleutels en certificaten(P. 318) ).
Beveiliging 4 Klik op [Registreer sleutel en certificaat] of [Registreer CA-certificaat]. Een geregistreerd sleutelpaar of CA-certificaat wissen ● Klik op [Verwijderen] naast het sleutelpaar of CA-certificaat dat u wilt verwijderen [OK]. en klik vervolgens op ● U kunt een sleutelpaar niet wissen als het op dat moment in gebruik is, bijvoorbeeld wanneer '[TLS]' of '[IEEE 802.1X]' wordt weergegeven onder [Sleutelgebruik].
Beveiliging Een sleutelpaar of CA-certificaat wissen ● Klik op [Verwijderen] naast het bestand dat u wilt verwijderen en klik vervolgens op [OK]. 6 Klik op [Bladeren], selecteer het bestand dat u wilt installeren en klik op [Installatie starten]. ● Het sleutelpaar of CA-certificaat is geïnstalleerd op het apparaat. 7 Registreer het sleutelpaar of CA-certificaat. Een sleutelpaar registreren 1 Klik op [Registreren] naast het sleutelpaar dat u wilt opslaan.
Beveiliging KOPPELINGEN Sleutelparen genereren(P. 320) Sleutelparen en digitale certificaten verifiëren(P. 333) TLS gebruiken voor beveiligde communicatie(P. 297) IPSec-instellingen configureren(P. 301) IEEE 802.1X-verificatie configureren(P.
Beveiliging Sleutelparen en digitale certificaten verifiëren 1CE2-04U Als u sleutelparen en CA-certificaten hebt geregistreerd, kunt u de gegevens van deze onderdelen bekijken of hun geldigheid en handtekening controleren. 1 2 3 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. De UI op afstand starten(P. 337) Klik op [Instellingen/registratie]. Klik op [Beveiliging] certificaat].
Beveiliging ● De certificaatgegevens kunt u bekijken op dit scherm. 5 Controleer de details van het certificaat en klik op [Certificaatverificatie]. ● Het resultaat van het verifiëren van het certificaat wordt zoals hieronder weergegeven. KOPPELINGEN Sleutelparen genereren(P. 320) Door een CA uitgegeven sleutelparen en digitale certificaten gebruiken(P.
De UI op afstand gebruiken De UI op afstand gebruiken De UI op afstand gebruiken ..................................................................................................................... 336 De UI op afstand starten ................................................................................................................................... 337 Schermen van de UI op afstand .....................................................................................................................
De UI op afstand gebruiken De UI op afstand gebruiken 1CE2-04W Als u een webbrowser gebruikt om het apparaat op afstand te bedienen, kunt u de documenten die wachten om te worden afgedrukt, of de status van het apparaat controleren. U kunt ook enkele instellingen voor het apparaat realiseren. U hoeft uw bureau dus niet te verlaten om systeembeheertaken uit te voeren. Functies van de UI op afstand Documenten beheren en de status van de machine controleren(P.
De UI op afstand gebruiken De UI op afstand starten 1CE2-04X Om het apparaat op afstand te bedienen, moet u het IP-adres van het apparaat in een webbrowser invoeren en de UI op afstand opstarten. Controleer vooraf het IP-adres dat op het apparaat is ingesteld ( Statusafdruk netwerk(P. 455) ). Als u vragen hebt, neemt u contact op met de netwerkbeheerder. 1 Start de webbrowser. 2 Typ "http://(het IP-adres van de machine)/" in het adresveld en druk op [Enter].
De UI op afstand gebruiken ● Het standaard wachtwoord van de systeembeheerder is '7654321.' systeembeheerder instellen(P. 252) Het wachtwoord van de [Algemene gebruikersmodus] U kunt de status van documenten of van de machine controleren. Daarnaast kunt u enkele instellingen aanpassen. Als u afdrukdocumenten wilt verwijderen, typt u de gebruikersnaam van de documenten in het vak [Gebruikersnaam].
De UI op afstand gebruiken 339
De UI op afstand gebruiken Schermen van de UI op afstand 1CE2-04Y In dit gedeelte worden de belangrijkste schermen van de UI op afstand beschreven. Portaalpagina (Hoofdpagina)(P. 340) [Status Monitor / Annuleren] Pagina(P. 341) [Instellingen/registratie] Pagina(P. 342) [Box] Pagina(P. 343) [Direct afdrukken] Pagina(P. 344) Portaalpagina (Hoofdpagina) [Uitloggen] Hiermee meldt u zich af bij de UI op afstand. UI staat trouwens voor User Interface, ofwel gebruikersinterface in het Nederlands.
De UI op afstand gebruiken Informatie over verbruiksmaterialen Hier ziet u informatie over het papier en de resterende hoeveelheid toner in de tonercartridge. [Berichtendienst] Geeft een bericht van de systeembeheerder weer, zoals opgegeven bij [Berichtendienst/Support Link] in [Instellingen/registratie] [Licentie / Overig].
De UI op afstand gebruiken [Naar portal] Keert terug naar de portaalpagina (hoofdpagina). Menu Klik op een item en de inhoud wordt weergegeven op de rechterpagina. status van de machine controleren(P. 346) Documenten beheren en de Navigatiepad De reeks van pagina's die u hebt geopend om bij de huidige pagina te komen. U kunt hier zien welke pagina wordt weergegeven. Pictogram Vernieuwen Hiermee vernieuwt u de weergegeven pagina.
De UI op afstand gebruiken Navigatiepad De reeks van pagina's die u hebt geopend om bij de huidige pagina te komen. U kunt hier zien welke pagina wordt weergegeven. Pictogram Boven Hiermee verplaatst u het schuifvak naar het begin van de pagina als u naar beneden hebt gebladerd. Menu op de pagina [Instellingen/registratie] ● U kunt instellingen op de pagina [Instellingen/registratie] uitsluitend veranderen als u hebt ingelogd in de beheerdersmodus.
De UI op afstand gebruiken Navigatiepad De reeks van pagina's die u hebt geopend om bij de huidige pagina te komen. U kunt hier zien welke pagina wordt weergegeven. Pictogram Vernieuwen Hiermee vernieuwt u de weergegeven pagina. Boxnummer U kunt een vaknummer invoeren en op [Openen] klikken om het vak met het ingevoerde nummer te openen. Vakkenlijst U kunt op de tekstlink onder [Boxnummer] klikken om het betreffende vak te openen.
De UI op afstand gebruiken Navigatiepad De reeks van pagina's die u hebt geopend om bij de huidige pagina te komen. U kunt hier zien welke pagina wordt weergegeven. Pictogram Boven Hiermee verplaatst u het schuifvak naar het begin van de pagina als u naar beneden hebt gebladerd.
De UI op afstand gebruiken Documenten beheren en de status van de machine controleren 1CE2-050 De huidige status van afdruktaken controleren(P. 346) Taakgeschiedenis controleren(P. 347) Foutgegevens controleren(P. 350) Apparaatspecificaties controleren(P. 350) Gegevens van systeembeheerder controleren(P. 351) Totaal aantal afdrukken controleren(P. 351) Gebruikslogs tonercartridge controleren(P. 352) ● De bestandsnaam van het document geeft slechts 128 tekens weer.
De UI op afstand gebruiken [Prioriteitafdruk] * Verplaatst afdruktaak in de wachtrij één plaats omhoog. [Pauze] */[Hervatten] * Druk op [Pauze] om de huidige afdruktaak te stoppen. Druk op [Hervatten] om de onderbroken afdruktaak opnieuw te starten. ● Voor een beveiligd of gecodeerd beveiligd document: als u op [Hervatten] klikt, verschijnt een vraag of u de pincode wilt invoeren. Voer de juiste de pincode in en klik op [OK].
De UI op afstand gebruiken [Opdrachtlog] (Afdrukken) U kunt vier typen afdrukgeschiedenis weergeven. [Afdrukopdracht/Directe afdruk] Er worden maximaal 400 documenten weergegeven die zijn afgedrukt vanaf computers en USB-geheugentoestellen (maximaal 2.000 documenten als de SDcard is geplaatst). [Opgeslagen opdracht] De geschiedenis van maximaal 2.000 op het apparaat opgeslagen documenten wordt weergegeven (uitsluitend als de SD-card is geplaatst).
De UI op afstand gebruiken 430 De afzender van de ontvangen e- Zorg er beslist voor dat u een afzender instelt voordat u mail is onbekend. e-mails verzendt. Verricht de volgende actie om te verhinderen dat e-mails als een opgesplitste e-mail worden verzonden. Er is een opgesplitste e-mail ontvangen. ● Verklein de omvang van een te verzenden e-mail. (Verklein de e-mail tot een omvang die geen aanleiding tot opsplitsing geeft.
De UI op afstand gebruiken Foutgegevens controleren Als er een fout optreedt, kunt u deze pagina weergeven door op de portaalpagina (hoofdpagina) op het bericht te klikken onder [Foutgegevens]. Portaalpagina (Hoofdpagina)(P. 340) Meld u aan bij de UI op afstand ( Annuleren] [Foutgegevens] De UI op afstand starten(P. 337) ) [Status Monitor / Apparaatspecificaties controleren U kunt informatie bekijken, zoals de maximale afdruksnelheid en apparaatfuncties.
De UI op afstand gebruiken Gegevens van systeembeheerder controleren U kunt informatie over het apparaat en de systeembeheerder weergeven. Deze informatie is ingesteld bij [Beveiliging] [Beheerinstellingen] op de pagina [Instellingen/registratie] ( Het wachtwoord van de systeembeheerder instellen(P. 252) ). Meld u aan bij de UI op afstand ( De UI op afstand starten(P.
De UI op afstand gebruiken Gebruikslogs tonercartridge controleren Hiermee kunt u de logboeken van het tonercartridge-gebruik controleren. Meld u aan bij de UI op afstand ( Annuleren] [Cartridgelog] De UI op afstand starten(P. 337) ) KOPPELINGEN Schermen van de UI op afstand(P.
De UI op afstand gebruiken Eindgebruikers machtigen om documenten te behandelen 1CE2-051 U kunt de instellingen configureren zodat u de documenten kunt verwijderen of onderbreken, ook als u zich in de Algemene Gebruikersstand aanmeldt op de UI op afstand. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 337) 2 Klik op [Instellingen/registratie]. 3 Klik op [Beveiliging] 4 Klik op [Bewerken]. [Beheerinstellingen].
De UI op afstand gebruiken 5 6 Voer het wachtwoord van de systeembeheerder in [Huidig wachtwoord systeembeheerder]. Schakel het selectievakje [Opdrachthandeling door algemene gebruiker toestaan] in en klik op [OK]. [Opdrachthandeling door algemene gebruiker toestaan] Als u het selectievakje activeert, kunnen algemene gebruikers documenten behandelen waarvan de gebruikersnaam overeenkomt met de naam die werd gebruikt om in te loggen.
De UI op afstand gebruiken KOPPELINGEN Schermen van de UI op afstand(P.
De UI op afstand gebruiken Menuopties instellen via de UI op afstand 1CE2-052 U kunt verschillende instellingen van de machine wijzigen met de UI op afstand. De meeste instellingen kunnen ook via het bedieningspaneel van de machine worden gewijzigd, maar sommige instellingen kunt u alleen wijzigen via de UI op afstand. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. De UI op afstand starten(P. 337) 2 Klik op [Instellingen/registratie].
De UI op afstand gebruiken Menu-items Referenten Netwerk Netwerk(P. 380) Lay-out Layout(P. 401) Afdrukkwaliteit Afdrukkwaliteit(P. 405) Gebruikersonderhoud Gebruikersonderhoud(P. 412) Uitvoer/Controle Menu Utility (Hulpprogrammamenu) Apparaatcontrole Rapporten en lijsten afdrukken(P. 539) Taakmenu(P. 458) U kunt ook de status van de machine regelen. Online toets(P. 25) Zachte reset(P. 460) De slaapstand instellen(P. 64) Beheerinstellingen Beheer afdelings-id Afdeling-ID beheer configureren(P.
De UI op afstand gebruiken Geregistreerde gegevens opslaan/laden 1CE2-053 Menuopties die op het apparaat zijn opgeslagen, kunt u ook opslaan in uw computer (exporteren). Gegevens die in de computer zijn opgeslagen, kunnen ook worden geregistreerd in het apparaat (importeren). Gegevens die vanaf dit apparaat zijn geëxporteerd, kunnen worden geïmporteerd in een ander apparaat van hetzelfde model. U kunt dus gemakkelijk diverse instellingen naar meerdere apparaten kopiëren.
De UI op afstand gebruiken Geregistreerde data opslaan 1CE2-054 U kunt apparaatinstellingen exporteren en deze opslaan in uw computer. We adviseren u regelmatig reservekopieën te maken van belangrijke instellingen. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 337) 2 Klik op [Instellingen/registratie]. 3 Klik op [Importeren/Exporteren] 4 De UI op afstand [Exporteren]. Selecteer de instellingen die u wilt exporteren en voer het wachtwoord voor versleuteling in.
De UI op afstand gebruiken [Basisinformatie instellingen/registratie] De instellingen van items die in [Instellingen/registratie] op de portaalpagina zijn vastgelegd, kunt u ook exporteren. Hiervoor activeert u de desbetreffende selectievakjes. [Instellingsgegevens MEAP-toepassing] Activeer dit selectievakje als u de instellingen van MEAP-applicaties wilt exporteren. [Alle PDL-instellingsgegevens] Activeer dit selectievakje als u de instellingen die in zijn vastgelegd, wilt exporteren.
De UI op afstand gebruiken Geregistreerde data laden 1CE2-055 Laad (importeer) gegevens die zijn geëxporteerd uit het apparaat. U kunt ook instellingen importeren van een andere apparaat, als dat van hetzelfde model is als het uwe. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 337) 2 Klik op [Instellingen/registratie]. 3 Klik op [Importeren/Exporteren] 4 De UI op afstand [Importeren]. Geef aan welk bestand met instellingen u wilt importeren en voer het wachtwoord in.
De UI op afstand gebruiken [Bestandspad] Klik op [Bladeren] en selecteer het bestand. [Decryptiewachtwoord] Voer het wachtwoord in dat ook werd gebruikt bij het exporteren van de instellingen. 5 Klik op [Start importeren]. 6 Klik op [OK]. ➠ De instellingen uit het opgegeven bestand worden geïmporteerd op de machine. 7 Klik op [Opnieuw opstarten]. ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat het apparaat opnieuw is gestart. KOPPELINGEN Schermen van de UI op afstand(P. 340) Overzicht van menuopties(P.
Overzicht van menuopties Overzicht van menuopties Overzicht van menuopties ....................................................................................................................... 364 Menu Instellingen ............................................................................................................................................. 365 Instelmenu .........................................................................................................................................
Overzicht van menuopties Overzicht van menuopties 1CE2-056 Er zijn verschillende instellingen in dit apparaat. U kunt alle opties uitgebreid aanpassen. Geef de instellingen vanuit het instellingenmenu van het bedieningspaneel. OPMERKING Prioriteit van instellingen ● Instellingen die worden opgegeven in het printerstuurprogramma hebben voorrang boven de instellingen op het bedieningspaneel.
Overzicht van menuopties Menu Instellingen 1CE2-057 U kunt de instellingen opgeven voor de bedieningsomgeving van het apparaat en voor het afdrukken. Als u op het bedieningspaneel op ( ) drukt, verschijnt het menu Setup en toont de instel-items onder ieder functie-item. Instelmenu(P. 366) Papierbron(P. 379) Netwerk(P. 380) Layout(P. 401) Afdrukkwaliteit(P. 405) Interface(P. 409) Gebruikersonderhoud(P. 412) Afdrukmodus(P. 424) Specifieke instellingen voor de afdrukmodus(P. 426) MEAP-instellingen(P.
Overzicht van menuopties Instelmenu 1CE2-058 De instellingen van de sluimermodus en hoe het apparaat moet functioneren als er een fout optreedt, staan in een lijst en worden kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Sterretjes (*) ● Instellingen die zijn gemarkeerd met een sterretje (*), worden niet weergegeven, afhankelijk van andere instellingen en het feit of er een optionele SD-card op het apparaat is geïnstalleerd. Sluimerstand(P. 366) Sluimer zelfs fout(P.
Overzicht van menuopties Prior diep sluimeren Geef aan of u het stroomverbruik nog verder wilt verminderen als het apparaat en de computer via USB zijn verbonden. Uit Aan ( ) of ● Het is mogelijk dat het apparaat niet uit de slaapstand komt als u probeert af te drukken terwijl dit item is ingesteld op . In dat geval drukt u op om de slaapstand te verlaten. Tijd tot sluimerst.
Overzicht van menuopties Timerinstellingen U kunt de instellingen opgeven voor de apparaatbewerkingen en tijdstip voor sluimermodus en voor de functie Auto Reset die het hoofdscherm toont als er gedurende een ingestelde tijd geen toets wordt ingedrukt. Inschakeltimer Selecteer of de sluimermodus op een opgegeven tijd moet worden verlaten. De slaapstand instellen(P. 64) Uit Aan Inschakeltijd Stel de tijd in om de sluimermodus te verlaten als is ingesteld op . instellen(P.
Overzicht van menuopties Sluimertijd Voer een tijdstip in waarop de slaapstand moet ingaan als is ingesteld op . slaapstand instellen(P. 64) De tot 23:59 00:00 tot 12:00 Waarschuwingsstap Geef op wat het apparaat moet doen als er een bericht verschijnt dat de levensduur van een tonercartridge is verstreken. Tonercart. waarsch. Geef op of de printer moet doorgaan met afdrukken of stoppen wanneer de tonercartridge spoedig het einde van zijn levensduur bereik. Doorgaan m. afdruk.
Overzicht van menuopties ( ) of Taal U kunt de taal die op het scherm van het bedieningspaneel, inlogscherm van de externe UI en de instellingslijsten verschijnt, veranderen.
Overzicht van menuopties Toon waarschuwingen Geef aan of waarschuwingsberichten moeten worden weergegeven als het apparaat zich in de waarschuwingsstand bevindt. Tonercart. waarsch. Selecteer of er een overeenkomstig bericht moet verschijnen als de vervangingstijd voor de tonercartridge nadert. Uit Aan ( ) waarsch.> of Lade leeg Selecteer of er een overeenkomstig bericht moet verschijnen als de papierlade leeg raakt.
Overzicht van menuopties Datum Stel de huidige datum in de volgorde van jaar, maand, en dag in. Gebruik en gebruik de numerieke toetsen om de datum op te geven. / om de cursor te verplaatsen, 01/01 2001 tot 31/12 2030 ( ) Stel de datum in Tijd (24 uur) Stel de huidige datum in op basis van 24-uursnotatie. Gebruik de numerieke toetsen om de tijd op te geven.
Overzicht van menuopties ( ) instell.> Controleer het bericht Stel de datum en tijd in Verricht een harde reset ( Een harde reset verrichten(P. 460) ) Einddatum/-tijd Hiermee geeft u de einddatum en -tijd van zomertijd op. Maand Week Dag Tijd (24 uur) ( ) instell.> Controleer het bericht Stel de datum en tijd in Verricht een harde reset ( Een harde reset verrichten(P.
Overzicht van menuopties Uit Aan ( ) Verricht een harde reset ( Controleer het bericht of Een harde reset verrichten(P. 460) ) Afdruk onderbreken * Selecteer of het gebruik van de functie Interrupt Print al of niet is toegestaan ( controleren(P. 346) ). De huidige status van afdruktaken Uit Aan ( ) of Wistijd beveil.
Overzicht van menuopties ( ) bericht of Verricht een harde reset ( Controleer het Een harde reset verrichten(P. 460) ) OS van USB verb. pc Selecteer het besturingssysteem van de PC wanneer u het apparaat via USB aansluit. Mac OS Windows Overige ● Stem vooral de instellingen van het apparaat af op het besturingssysteem van de PC. Als de instellingen niet zijn afgestemd, zal de PC het apparaat niet goed herkennen.
Overzicht van menuopties Instellingen beheren Selecteer of u het gebruik van de ( ) sleutel op het bedieningspaneel wilt beperken om te verhinderen dat eventuele instellingen abusievelijk worden veranderd. Inst. toetsvergrend. Als u selecteert, werkt het menu Setup niet, ook niet als ( ) is ingedrukt. Uit Aan ( ) toetsvergrend.> Controleer het bericht
Overzicht van menuopties ( / ) Gebruik om het contrast in te stellen Het contrast instellen Stel een '+' waarde in om de helderheid van het scherm te verhogen. Stel een '-' waarde in om de helderheid van het scherm te verlagen. Helderh. tegenlicht Selecteer deze optie om de achtergrondhelderheid van het scherm in te stellen op één van de drie niveaus. Selecteer om de achtergrondverlichting uit te schakelen.
Overzicht van menuopties Aan ( ) of Melding inst. volt. Geef op hoe lang (seconden) een bericht over een veranderde instelling moet worden weergegeven. Als u selecteert, wordt het bericht niet langer weergegeven. Uit 1 sec. 2 sec. 3 sec. ( )
Overzicht van menuopties Papierbron 1CE2-059 Zie Menu Invoer selecteren(P. 462) .
Overzicht van menuopties Netwerk 1CE2-05A Alle instellingen voor het netwerk worden kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Als niet verschijnt ● Als onder is ingesteld op , verschijnt niet in het menu Setup. Interfaceselectie(P.
Overzicht van menuopties IP-modus Selecteer hoe u het IP-adres wilt instellen. IPv4-adres instellen(P. 187) Automatisch Handmatig Protocol * Selecteer het te gebruiken protocol als is ingesteld op . Als u het geselecteerde protocol instelt op , worden de andere twee protocollen automatisch ingesteld op . IPv4-adres instellen(P. 187) Gebruik DHCP Uit Aan Gebruik BOOTP Uit Aan Gebruik RARP Uit Aan Auto IP * Selecteer of een IP-adres automatisch moet worden ontvangen.
Overzicht van menuopties Secundair adres 0.0.0.0 tot 255.255.255.255 ( ) Controleer het bericht instellingen> configureren Stel het adres in Selecteer de server die u wilt Verricht een harde reset ( Een harde reset verrichten(P. 460) ) mDNS-instellingen * Hier kunt u instellingen opgeven om DNS-functies te gebruiken zonder DNS-servers. configureren(P.
Overzicht van menuopties Aan ( ) Controleer het bericht instellingen> of of Verricht een harde reset ( Een harde reset verrichten(P. 460) ) IPv6-instellingen Selecteer of u het apparaat in een IPv6 netwerk wilt gebruiken. Gebruik de externe UI om de IPv6 adresinstellingen op te geven. IPv6-adres instellen(P. 191) IPv6 IPv6 in het apparaat in- of uitschakelen.
Overzicht van menuopties ( ) instellingen> naam(mDNS)> Controleer het bericht of Verricht een harde reset ( Een harde reset verrichten(P. 460) ) mDNS-naam * Stel dit item in als is ingesteld op .
Overzicht van menuopties ( ) instellingen> een harde reset ( Controleer het bericht of Verricht Een harde reset verrichten(P. 460) ) Inst. via FTP toest. Selecteer of de instellingen die vanuit FTP in het apparaat zijn geconfigureerd, worden veranderd. Uit Aan ( ) instellingen> Controleer het bericht Verricht een harde reset ( of Een harde reset verrichten(P.
Overzicht van menuopties waarna een time-out optreedt Verricht een harde reset ( Een harde reset verrichten(P. 460) ) RAW-instellingen Schakel RAW, een afdrukprotocol van Windows, in of uit. Stel ook een periode in waarna een afdruktaak automatisch wordt beëindigd wanneer de ontvangst van afdrukgegevens niet mogelijk is door een communicatiefout of een ander probleem. Gebruik de UI op afstand om instellingen op te geven voor bidirectionele communicatie. Afdrukprotocollen en WSD-functies configureren(P.
Overzicht van menuopties WSD Schakel automatisch bladeren en verkrijgen van informatie voor het apparaat in of uit door het WSD-protocol te gebruiken. Afdrukprotocollen en WSD-functies configureren(P. 196) WSD-afdrukken Selecteer of u al of niet met het apparaat wilt afdrukken, met behulp van WSD. Uit Aan ( ) instellingen> een harde reset ( Controleer het bericht of Verricht Een harde reset verrichten(P.
Overzicht van menuopties HTTP Hiermee kunt u HTTP in- of uitschakelen. HTTP is een protocol dat vereist is voor communicatie met een computer, bijvoorbeeld wanneer u de UI op afstand gaat gebruiken of gaat afdrukken via WSD. HTTPcommunicatie uitschakelen(P. 290) Uit Aan Proxy-instellingen Geef instellingen op voor het gebruik van de proxyserver die HTTP communicatie bezorgt. instellen(P. 276) Een proxy Proxy De proxyserver in- of uitschakelen als het apparaat HTTP communicatie verricht.
Overzicht van menuopties Zelfde domein * De proxyserver in- of uitschakelen, ook voor het verrichten van HTTP communicatie met toestellen in hetzelfde domein. Gebruik Proxy Gebruik geen proxy ( ) instellingen> Controleer het bericht Verricht een harde reset ( of Een harde reset verrichten(P. 460) ) Proxyverificatie * De verificatiefunctie van de proxyserver in- of uitschakelen.
Overzicht van menuopties SNTP Selecteer of u tijd van de netwerktijd-server wilt ontvangen. Gebruik de externe UI om de serveradresinstellingen op te geven. SNTP configureren(P. 226) Uit Aan ( ) instellingen> Controleer het bericht of
Overzicht van menuopties Sluimerstandmelding SLP communicatie in- of uitschakelen. Als u selecteert, wordt de status van de stroomvoorziening van het apparaat doorgegeven aan imageWARE. Uit Aan ( ) instellingen> Controleer het bericht Verricht een harde reset ( of Een harde reset verrichten(P. 460) ) Poortnummer * Voer het poortnummer voor SLP communicatie in met beheersoftware.
Overzicht van menuopties ( ) instellingen> Controleer het bericht meldingsinterval in met behulp van de numerieke toetsen Voer het Verricht een harde reset ( Een harde reset verrichten(P. 460) ) Mopria Geef aan of het apparaat Mopria® moet gebruiken. Afdrukken met Mopria®(P. 166) Uit Aan ( ) Controleer het bericht Verricht een harde reset ( of Een harde reset verrichten(P.
Overzicht van menuopties ( ) server> Controleer het bericht of Verricht een harde reset ( afdrukken> Controleer het bericht of Verricht een harde reset (
Overzicht van menuopties Alleen lezen ( ) Controleer het bericht instellingen> community> Selecteer de toegangsmachtiging
Overzicht van menuopties ( ) instellingen> reset ( Controleer het bericht of Verricht een harde Een harde reset verrichten(P. 460) ) ● Wanneer u activeert, kunnen toepassingen die gebruik maken van het SNMP-protocol, zoals Canon software imageWARE series, misschien geen toegang krijgen tot het apparaat. Afdrukrij * Selecteer of de SD-card in de opslaglocaties van ontvangen afdrukgegevens moet worden opgenomen.
Overzicht van menuopties Instell. externe UI Geef instellingen op voor het gebruiken van UI op afstand. Met de externe UI geeft u de instellingen van het apparaat op vanaf een webbrowser. Externe UI Schakel de externe UI in of uit. De UI op afstand uitschakelen(P. 291) Uit Aan RUI-toeg. sec. inst. Selecteer of er een pincode wordt gebruikt voor toegang tot de externe UI. afstand(P. 263) Een pincode instellen voor UI op Uit Aan TLS * Schakel TLS voor communicatie met externe UI in of uit.
Overzicht van menuopties Type ethernet * Als is ingesteld op , selecteer dan het type Ethernet. 10 Base-T 100 Base-TX 1000 Base-T Prior. sluimermodus Selecteer of er prioriteit moet worden gegeven aan snel ontwaken uit de sluimermodus of aan een groter energiebesparingseffect van de sluimermodus. Optimale balans Hervattingssnelheid Energiebesparing ( ) sluimermodus> Controleer het bericht Selecteer het instel-item
Overzicht van menuopties IEEE802.1X IEEE 802.1X verificatie in- of uitschakelen. Gebruik de externe UI om gedetailleerde instellingen op te geven die worden toegepast als IEEE802.1X verificatie is ingeschakeld. IEEE 802.1X-verificatie configureren(P. 312) Uit Aan ( ) bericht Controleer het Controleer het bericht Verricht een harde reset ( of Een harde reset verrichten(P.
Overzicht van menuopties POP3 RX-interval Geef het interval voor automatisch verbinden met de mailserver (in minuten) op. Nieuwe e-mails in het postvak van de mailserver worden op de opgegeven intervallen automatisch ontvangen en afgedrukt. 0 tot 90 (min.) ( ) inst.> Controleer het bericht
Overzicht van menuopties Controleservice Communicatie inschakelen met een externe bewakingsserver, en communicatielogs weergeven. Communicatietest Communicatie inschakelen met een externe bewakingsserver. Dit item maakt het mogelijk dat informatie over het apparaat regelmatig naar de externe bewakingsserver wordt verzonden die met het apparaat is verbonden.
Overzicht van menuopties Layout 1CE2-05C De instellingen voor het verschijnen van de afdruk, inclusief rugmarges en afdrukposities verschijnen in een lijst, met korte beschrijvingen. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Aantal kopieën(P. 401) Offset Y/Offset X(P. 401) Inbindlocatie(P. 402) Rugmarge(P. 403) Alternatieve methode(P. 404) Aantal kopieën Hiermee geeft u het aantal kopieën op.
Overzicht van menuopties Verschuift de afdrukpositie horizontaal. Verschuivingswaarden Voor , stelt u een plus (+) waarde in om de afdrukpositie naar beneden te verschuiven. Voor , stelt u een plus (+) waarde in om de afdrukpositie naar rechts te verschuiven. Stel een minus (-) waarde in om de afdrukpositie in tegenovergestelde richting te verschuiven. Fijne instellingen voor de afdrukpositie opgeven U kunt
Overzicht van menuopties Selecteer het afdrukwerk over de korte zijde te binden. Rugmarge Stel de marge van de rand die is opgegeven in in door de afdrukpositie van de afdrukgegevens te verschuiven. Als u '0,0' selecteert, wordt de marge niet veranderd. -50,0 t/m 0,0 t/m +50,0 (mm) ( ) Gebruik / om de waarde voor de verschuiving op te geven Marges Geef de richting en breedte voor het verschuiven van de afdrukpositie van de afdrukgegevens op.
Overzicht van menuopties Instelwaarde Binden over de lange zijde Binden over de korte zijde Boveneinde van het papier (voor rechts binden) '+' waarde Linker einde van het papier (voor bovenaan binden) '-' waarde Rechter einde van het papier Boveneinde van het papier (voor onderaan binden) (voor rechts binden) Alternatieve methode Als u dubbelzijdig afdrukken toepast voor een document dat uit een oneven aantal pagina´s bestaat, kunt u selecteren of de laatste pagina in de enkelzijdige afdrukmodus wordt
Overzicht van menuopties Afdrukkwaliteit 1CE2-05E De instellingen over afdrukkwaliteit inclusief de resolutie en tonerdichtheid worden in een lijst geplaatst en kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Sterretjes (*) ● Instellingen gemarkeerd met een sterretje (*) worden niet weergegeven, afhankelijk van andere instellingen. Resolutie(P. 405) Beeldverfijning(P. 406) Toner sparen(P. 406) Dichtheid(P. 406) Dichtheid (fijnaanp)(P. 406) Halftonen(P.
Overzicht van menuopties Beeldverfijning * Schakel de effeningsmodus waarin de randen van tekens en afbeeldingen vloeiend worden afgedrukt, in of uit. verschijnt niet als is ingesteld op <1200 dpi>. Uit Aan ( ) of Toner sparen Geef deze instelling op als u het afwerken zoals een grote afdruktaak afdrukken, wilt controleren.
Overzicht van menuopties Tekst Resolutie Gradatie Kleurtoon Hoge resolutie Illustraties Resolutie Gradatie Kleurtoon Hoge resolutie Afbeelding Resolutie Gradatie Kleurtoon Hoge resolutie ( ) type beeldgegevens Selecteer het Selecteer de reproductiemethode voor halftonen Soort afbeeldingsgegevens Selecteer het soort afbeeldingsgegevens waarvoor de instellingen worden veranderd.
Overzicht van menuopties Implementeert drukwerk van hogere definitie dan de instelling , maar is iets minder goed in textuurstabiliteit. Deze afdrukstand is geschikt voor het afdrukken van randen van gegevens zoals tekens, dunne lijnen en CAD-gegevens. Kwaliteit verlagen Selecteer of het afdrukken moet worden voortgezet met automatische kwaliteitsreductie, als er onvoldoende geheugen beschikbaar is voor het verwerken. Doorgaan m. afdruk.
Overzicht van menuopties Interface 1CE2-05F Alle instellingen ten aanzien van interfaces voor communicatie met een computer en USB verschijnen in een lijst en worden kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Sterretjes (*) ● Instellingen gemarkeerd met een sterretje (*) worden niet weergegeven, afhankelijk van andere instellingen. Interfaceselectie(P. 409) Time-out(P. 410) Verbinding herkennen(P. 411) Uitgebr. RX-buffer(P.
Overzicht van menuopties ( ) bericht of Controleer het Verricht een harde reset ( Een harde reset verrichten(P. 460) ) Geef dit op om MEAP applicaties voorrang te verlenen. Selecteer deze optie om USB voorrang te verlenen boven NW.
Overzicht van menuopties ( ) of Time-outtijd * Stel de periode in tot een timeout optreedt. 5 tot 15 tot 300 (seconden) ( ) Stel de periode in met behulp van de numerieke toetsen Verbinding herkennen Bij afdrukken via een bekabeld LAN kan een probleem optreden zoals het onjuist afdrukken van een overlay of vervormde tekens. In dat geval stelt u in op .
Overzicht van menuopties Gebruikersonderhoud 1CE2-05H De instellingen voor apparaatinstellingen inclusief correctie van de afdrukpositie voor iedere papierbron en verbetering van afdrukkwaliteit verschijnen in een lijst, met korte beschrijvingen. U kunt deze instellingen opgeven als het apparaat offline is. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ).
Overzicht van menuopties Lade 1 tot 4 * U kunt de verticale / horizontale afdrukpositie instellen om op papier uit een papierlade af te drukken. Offset Y (lade 1 tot 4)/ Offset X (lade 1 tot 4) -5,0 tot 0,0 tot +5,0 (mm) Herstel afdrukken Selecteer of u de pagina weer wilt afdrukken waarvan het afdrukken werd onderbroken door een papierstoring of een fout. Uit Aan ( ) of Controleer pap.form.
Overzicht van menuopties ( ) of Prior inv. korte zde Als u afdrukt op een papierformaat dat zowel staand als liggend kan worden geladen, stel dit onderdeel dan in op als u het liefst hebt dat het papier staand wordt geladen. Deze instelling geldt alleen als is ingesteld op . Uit Aan ( ) of Sp.
Overzicht van menuopties Modus 2 Modus 3 Modus 4 ( ) Selecteer de modus ● Dit item kan niet worden ingesteld als is ingesteld instelt op een waarde tussen en . Mod. strpjesc. aanp.(P. 419) ● Als u of selecteert, wordt de afdruksnelheid lager. ● Als het verbeterende effect is toegenomen, wordt de afdrukdichtheid lichter.
Overzicht van menuopties ( ) of Nabeeldcorrectie Als u na het afdrukken op kleinformaat papier, op groot formaat papier afdrukt, kunnen in witte gedeelten zogenaamde nabeelden verschijnen. In dat geval kunt u het probleem oplossen door dit item op te zetten. Uit Aan ( ) of Sp. transfermodus 2 Als het probleem blijft terwijl
Overzicht van menuopties ( ) of ● Als u selecteert, kan de afdruksnelheid lager zijn. Tonerfixering verb. Als het apparaat lange tijd niet is gebruikt en u gaat vervolgens dubbelzijdig afdrukken, kunnen in afgedrukte afbeeldingen witte plekken optreden. In dat geval kunt u het probleem oplossen door dit item op te zetten. Uit Aan ( )
Overzicht van menuopties Speciale afdrukmodus Deze modus biedt u extra instellingen als u niet op de gewenste wijze kunt afdrukken. Krulcorrectie Als de afdrukken krullen, stelt u dit item in op . Uit Aan ( ) afdrukmodus> of ● Als u selecteert, kan de afdruksnelheid lager zijn. Tevens kunnen afdrukken vaag zijn. Pap. plak. vermind.
Overzicht van menuopties ● Als u dit item instelt op , moet de instelling voor papiertype op staan. papierformaat en de papiersoort in de multifunctionele lade opgeven(P. 61) Het Fixkwal. brfkt verh. Afhankelijk van de omgevingscondities, kan bij het afdrukken op briefkaarten, toner loslaten van afbeeldingen. In dat geval kunt u het probleem misschien oplossen door dit item op te zetten. Maar dan zal de afdruksnelheid afnemen. Uit Aan ( ) verh.
Overzicht van menuopties ( ) Selecteer de modus ● Afdrukdichtheid wordt lichter als u een sterkere verbetering selecteert. ● Bij het afdrukken vanaf de computer heeft de instelling in het printerstuurprogramma voorrang. Als de instelling [Grafische modus] in het printerstuurprogramma wordt veranderd in [UFR II-modus] en [Modus Barcodeaanpassing] wordt veranderd in [Standaardwaarde printer], heeft de instelling in het bedieningspaneel voorrang.
Overzicht van menuopties ( ) papierbron selecteer de of Selectie papierbron Selecteer de papierbron waarvoor u de instelling van de papiertoevoermodus wilt veranderen. Als u papier gebruikt waarop vooraf een logo is afgedrukt, moet u de afdrukzijde wijzigen, afhankelijk van het feit of u enkelzijdig of dubbelzijdig afdrukt.
Overzicht van menuopties ● Als u ( ) indrukt wanneer is geselecteerd, wordt de huidige afdruktaak geannuleerd. Inst. import/export U kunt de geregistreerde gegevens op het apparaat en de instelgegevens van de menuopties naar het USB geheugentoestel dat is aangesloten op het apparaat verzenden en opslaan. De geëxporteerde gegevens kunnen worden geïmporteerd. Als het apparaat van hetzelfde model is, kunnen andere apparaten de gegevens importeren die zijn geëxporteerd vanaf dit apparaat en vice versa.
Overzicht van menuopties Tijd reinig.melding * Als u hebt ingesteld op , kunt u de tijd opgeven om een bericht weer te geven dat u vraagt de fixeereenheid te reinigen, in termen van het aantal afgedrukte pagina's en in eenheden van 1.000. Op de Configuratiepagina kunt u controleren hoeveel pagina's u kunt afdrukken voordat het bericht verschijnt. ( Configuratiepagina(P. 539) ) 1000 tot 50000 ( )
Overzicht van menuopties Afdrukmodus 1CE2-05J Alle instellingen voor het veranderen van de afdrukmodus verschijnen in een lijst en worden kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Sterretjes (*) ● Instellingen die zijn gemarkeerd met een sterretje (*), worden niet weergegeven, afhankelijk van de instellingen en het feit of er een optioneel ROM op het apparaat is geïnstalleerd. Autom. modusselectie(P. 424) Autom. selectie(P. 425) Modusprioriteit(P.
Overzicht van menuopties ( ) Selecteer de afdrukmodus Autom. selectie Schakel de selectiefunctie voor de automatische modus voor de afdrukmodi tijdens de automatische selectiemodus in of uit. Uit Aan ( ) afdrukmodus Selecteer de of ● Als alle afdrukmodi zijn ingesteld op , werkt het apparaat in de afdrukmodus die is opgegeven voor .
Overzicht van menuopties Specifieke instellingen voor de afdrukmodus 1CE2-05K U kunt het menu Setup gebruiken om voor iedere afdrukmodus specifieke instellingen op te geven. De voor de afdrukmodus specifieke instellingen worden voor iedere modus beschreven. UFR II(P. 427) PCL(P. 428) Beeldverwerking(P. 434) XPS(P. 440) PDF(P. 444) PS(P.
Overzicht van menuopties UFR II 1CE2-05L Dit gedeelte beschrijft de instellingen die beschikbaar zijn tijdens gebruik van UFR II met de regelopdrachten. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Papier besparen Selecteer of u wilt verhinderen dat lege pagina's worden uitgevoerd, indien zich in af te drukken documenten lege pagina's bevinden.
Overzicht van menuopties PCL 1CE2-05R Alle instellingen voor de PCL regelopdrachten verschijnen in een lijst en worden kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Sterretjes (*) ● Instellingen die zijn gemarkeerd met een sterretje (*), worden niet weergegeven, afhankelijk van de instellingen en het feit of het optioneel ROM op het apparaat is geïnstalleerd. Papier besparen(P. 428) Afdrukstand(P. 428) Lettertypenummer(P. 429) Maateenheid(P. 431) X-afmeting(P.
Overzicht van menuopties Lettertypenummer Hiermee kunt u het standaardlettertype voor deze apparaatfunctie instellen aan de hand van de bijbehorende lettertypenummers. Geldige lettertypenummers zijn 0 tot 116. 0 t/m 116 ( ) Gebruik de numerieke toetsen om het poortnummer in te voeren Puntgrootte * Als het getal dat is geselecteerd in toebehoort aan een proportioneel lettertype, verschijnt deze optie bij de -opties.
Overzicht van menuopties ( ) Gebruik de numerieke toetsen om de instelwaarde in te voeren Tekencode Hiermee kunt u de symbolenset selecteren die het meest geschikt is voor de hostcomputer.
Overzicht van menuopties PC862 HEBREW7 HEBREW8 ISOHEB ( ) Selecteer de tekencode Aangepast formaat Hiermee kunt u een aangepast papierformaat opgeven. Als is geselecteerd, kunt u een aangepast formaat invoeren. Niet instellen Instellen ( ) of Maateenheid * Hiermee kunt u de maateenheid opgeven die u wilt gebruiken voor het opgeven van het aangepaste papierformaat.
Overzicht van menuopties Y-afmeting * Hiermee kunt u de Y-afmeting van het aangepaste papier opgeven. U kunt de Y-afmeting aanpassen tussen 127,0 mm en 355,6 mm in stappen van 0,1 mm. 127,0 tot 355,6 mm ( ) Gebruik de numerieke toetsen om de instelwaarde in te voeren CR toevoegen aan LF Hiermee kunt u opgeven of u een wagenterugloop (CR) wilt aanhechten wanneer een regelinvoercode (LF) wordt ontvangen.
Overzicht van menuopties ( ) of BarDIMM * U de printerfunctie voor het afdrukken van streepjescodes inschakelen of uitschakelen. Inschakelen Uitschakelen ( ) of FreeScape * U kunt de AEC (Alternate Escape Code) opgeven die voor streepjescode-opdrachten moet worden gebruikt wanneer de hostcomputer de standaard Escape-code niet ondersteunt.
Overzicht van menuopties Beeldverwerking 1CE2-05S Alle instellingen voor beeldbestanden (JPEG en TIFF bestanden) die beschikbaar zijn voor USB Direct Print, Direct Print, en E-Mail Print worden in en lijst geplaatst en kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Sterretjes (*) ● Instellingen die zijn gemarkeerd met een sterretje (*), worden niet weergegeven, afhankelijk van andere instellingen en het feit of er een optionele SD-card op het apparaat is geïnstalleerd.
Overzicht van menuopties Selecteer deze optie als u een in horizontale richting lange afbeelding afdrukt. ● Als de opgegeven instelling van ( of ) niet overeenkomt met de afdrukrichting van de afbeelding, wordt de afbeelding verkleind afgedrukt. Zoomen De grootte van afbeeldingen aanpassen in-/uitschakelen. De grootte van de afdruk wordt aangepast terwijl de beeldverhouding van het origineel blijft gehandhaafd.
Overzicht van menuopties Als de TIFF-gegevens de informatie bevat die de afdrukpositie bepaalt, wordt de afbeelding afgedrukt volgens de informatie. Anders wordt het in het midden van het papier afgedrukt. JPEG-gegevens worden altijd in het midden van het papier afgedrukt. Afbeeldingen worden in het midden van het papier afgedrukt. Afbeeldingen worden linksboven afgedrukt.
Overzicht van menuopties Afdrukken Paneel ( ) Selecteer hoe het apparaat moet functioneren Er wordt geen afbeelding afgedrukt en er wordt geen fout weergegeven. Foutinformatie wordt afgedrukt en er wordt geen afbeelding afgedrukt. Er wordt geen afbeelding afgedrukt en er wordt een foutmelding weergegeven op het bedieningspaneel. E-mailtekst afdr.
Overzicht van menuopties ( ) of Afdrbereik vergroten Geef op of u de afbeelding al of niet wilt afdrukken door de vergroten. Afdrukgebied(P. 575) geheel tot het papierformaat te Uit Aan ( ) of ● Als u selecteert, kunnen bepaalde gedeelten van de afbeelding kort bij de rand van het papier ontbreken of het papier kan gedeeltelijk vlekkerig worden, afhankelijk van het origineel.
Overzicht van menuopties Drukt levendige afbeeldingen met een tonaal contrasteffect. Deze afdrukstand is geschikt voor het afdrukken van afbeeldingsgegevens zoals foto's. Levert fijn drukwerk door de randen van tekens scherp weer te geven. Deze afdrukstand is geschikt voor het afdrukken van gegevens van tekens en dunne lijnen met een heldere afwerking. Grijswaardeomzetting U kunt de methode selecteren voor het converteren van kleur-afdrukgegevens naar zwart/wit-afdrukgegevens.
Overzicht van menuopties XPS 1CE2-05U Alle instellingen voor de XPS bestanden die beschikbaar zijn voor USB Direct Print en Direct Print worden in een lijst geplaatst en kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Sterretjes (*) ● Instellingen die zijn gemarkeerd met een sterretje (*), worden niet weergegeven, afhankelijk van andere instellingen en het feit of er een optionele SD-card op het apparaat is geïnstalleerd. Halftonen(P. 440) Grijswaardeomzetting(P.
Overzicht van menuopties Soort afbeeldingsgegevens Selecteer het soort afbeeldingsgegevens waarvoor de instellingen worden veranderd. Selecteer voor tekens, voor lijnen en figuren, of voor afbeeldingen zoals foto's. Drukt gradatie en lijnen met vloeiende afwerking. Deze afdrukstand is geschikt voor het afdrukken van figuren en diagrammen met gradatie. Drukt levendige afbeeldingen met een tonaal contrasteffect.
Overzicht van menuopties Soort afbeeldingsgegevens Selecteer het type afbeeldingsgegevens waarvoor u de converteermethode wilt opgeven. Kleurgegevens worden geconverteerd naar zwart/wit-gegevens voor een kleurgetrouwe, soepele gradatie. Kleurgegevens worden geconverteerd naar zwart/wit-gegevens voor weergaven die gelijkwaardig zijn aan TV-beelden (NTSC).
Overzicht van menuopties ● U kunt dit onderdeel opgeven als er geen SD-card wordt gebruikt. Als is ingesteld op , werkt het apparaat altijd met geselecteerd ( SD-kaart(P. 373) ). Gecompr. beelduitv. Als is ingesteld op , kan de kwaliteit geleidelijk afnemen afhankelijk van de beeldgegevens. U kunt instellen wat het apparaat moet doen als de kwaliteit extreem afneemt. Uitvoer Weergavefout ( )
Overzicht van menuopties PDF 1CE2-05W Alle instellingen voor de PDF bestanden die beschikbaar zijn voor USB Direct Print en Direct Print worden in een lijst geplaatst en kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Form. aanp. aan pap.(P. 444) Afdrbereik vergroten(P. 444) N op 1(P. 445) Commentaar afdrukken(P. 445) Halftonen(P. 445) Grijswaardeomzetting(P. 446) Form. aanp. aan pap. Afdrukgebied(P. 575) van het papier.
Overzicht van menuopties N op 1 Selecteer of u al of niet meerdere pagina's op één vel wilt afdrukken door ze vanaf linksboven verkleind na elkaar te plaatsen. Als u bijvoorbeeld vier pagina's op één vel wilt afdrukken, selecteert u <4 op 1>. Uit 2 op 1 4 op 1 6 op 1 8 op 1 9 op 1 16 op 1 ( ) Selecteer de verzamelmethode Commentaar afdrukken Selecteer of u opmerkingen wilt afdrukken. Als u selecteert, worden opmerkingen in PDF bestanden afgedrukt.
Overzicht van menuopties Hoge resolutie ( ) type beeldgegevens Selecteer het Selecteer de reproductiemethode voor halftonen Soort afbeeldingsgegevens Selecteer het soort afbeeldingsgegevens waarvoor de instellingen worden veranderd. Selecteer voor tekens, voor lijnen en figuren, of voor afbeeldingen zoals foto's. Drukt gradatie en lijnen met vloeiende afwerking.
Overzicht van menuopties Kleurgegevens worden geconverteerd naar zwart/wit-gegevens voor een kleurgetrouwe, soepele gradatie. Kleurgegevens worden geconverteerd naar zwart/wit-gegevens voor weergaven die gelijkwaardig zijn aan TV-beelden (NTSC). Kleurgegevens worden geconverteerd naar zwart/wit-gegevens opdat uitsluitend de helderheid gelijk is aan alle RGB-niveaus.
Overzicht van menuopties PS 1CE2-05X Alle instellingen voor de PS regelopdrachten verschijnen in een lijst en worden kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Time-out taak(P. 448) PS-fouten afdrukken(P. 448) Halftonen(P. 448) Grijswaardeomzetting(P. 449) Time-out taak Als de tijd die is opgegeven in dit item is verstreken sinds het verwerken van een taak is gestart, sluit het apparaat automatisch de taak en ontvangt het de volgende taak.
Overzicht van menuopties Gradatie Hoge resolutie Illustraties Resolutie Gradatie Hoge resolutie Afbeelding Resolutie Gradatie Hoge resolutie ( ) type beeldgegevens Selecteer het Selecteer de reproductiemethode voor halftonen Soort afbeeldingsgegevens Selecteer het soort afbeeldingsgegevens waarvoor de instellingen worden veranderd. Selecteer voor tekens, voor lijnen en figuren, of voor afbeeldingen zoals foto's.
Overzicht van menuopties ( ) Selecteer de converteermethode Kleurgegevens worden geconverteerd naar zwart/wit-gegevens voor een kleurgetrouwe, soepele gradatie. Kleurgegevens worden geconverteerd naar zwart/wit-gegevens voor weergaven die gelijkwaardig zijn aan TV-beelden (NTSC). Kleurgegevens worden geconverteerd naar zwart/wit-gegevens opdat uitsluitend de helderheid gelijk is aan alle RGB-niveaus.
Overzicht van menuopties MEAP-instellingen 1CE2-05Y De instel-items voor het hoofdscherm over MEAP worden in een lijst geplaatst en kort toegelicht. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Select. stndrdscherm U kunt het scherm opgeven dat verschijnt op het display van het bedieningspaneel als het apparaat start. Schermafdruk MEAP ( )
Overzicht van menuopties Controleer teller 1CE2-060 U kunt het totaal aantal afgedrukte pagina's controleren. ● Ook kunt u de tellerwaarde controleren door in het selecteren, evenals dit onderdeel. 101: Totaal 1 U kunt het totaal aantal afgedrukte pagina's controleren. (Alleen weergave) 113: Tot (z/w-klein) U kunt het totaal aantal afgedrukte pagina's controleren. (Alleen weergave) 114:Totaal 1(2-zijd) U kunt het totaal aantal dubbelzijdig afgedrukte pagina's controleren.
Overzicht van menuopties Menu initialiseren 1CE2-061 Selecteer deze optie om de standaardinstellingen van het hieronder genoemde menu Setup te herstellen. Menu initialiseren(P. 554) Instellingen die niet kunnen worden geïnitialiseerd ● U kunt de instellingen die zijn opgegeven voor en niet initialiseren. Als u de instellingen wilt initialiseren, raadpleeg dan De netwerkinstellingen initialiseren(P. 555) . Als u de instellingen
Overzicht van menuopties Hulpprogrammamenu 1CE2-062 U kunt het totale aantal afgedrukte pagina's weergeven en interne systeeminformatie afdrukken. Als u op het bedieningspaneel ( ) indrukt, verschijnt het menu Utility. U kunt de hieronder beschreven instellingen opgeven als het apparaat offline is. Controleer teller(P. 454) Configuratiepagina(P. 454) Statusafdruk netwerk(P. 455) Stat. verbr.art afdr(P. 455) IPSec-beleidslijst(P. 455) PCL-hulpprogramma(P. 455) PS-hulpprogramma(P. 455) Reinigen(P.
Overzicht van menuopties Statusafdruk netwerk Selecteer deze optie om een lijst af te drukken van de instellingen ( Netwerk(P. 380) ) voor het netwerk die zijn geconfigureerd in het apparaat. Tevens kunt u de informatie controleren over de veiligheid, inclusief de adresfilterinstellingen en IPSec-instellingen. Statusafdruk netwerk(P. 539) Stat. verbr.
Overzicht van menuopties Logboeklst E-mail RX Selecteer deze optie om in het apparaat in lijstvorm een logboek af te drukken van onderwerp, ontvangstdatum/-tijdstip van ontvangen e-mails. Logboek e-mailafdruk(P. 547) Afdrukpositie afdr. Selecteer deze optie om opmerkingen af te drukken die de huidige afdrukpositie aangeven. aanpassen(P.
Overzicht van menuopties Tonercart. model Selecteer deze optie om het modelnummer van de tonercartridge voor het apparaat weer te geven. model tonercartridge controleren(P. 551) Het Resterende toner Selecteer deze optie om de resterende hoeveelheid toner weer te geven. weergeven(P. 551) De resterende hoeveelheid toner ● Het weergegeven resterende tonerniveau kan uitsluitend als schatting worden gezien en kan verschillen van het daadwerkelijk resterende tonerniveau.
Overzicht van menuopties Taakmenu 1CE2-063 U kunt documenten afdrukken die zijn opgeslagen op de SD-card en een afdruklogboek. Als u op het bedieningspaneel ( ) indrukt, verschijnt het Taakmenu. U kunt de hieronder beschreven instellingen opgeven als het apparaat offline is. Sterretjes (*) ● Instellingen die zijn gemarkeerd met '*1', worden niet weergegeven, afhankelijk van andere instellingen en het feit of er een optionele SD-card op het apparaat is geïnstalleerd.
Overzicht van menuopties Logboek afdruktaken *2 Selecteer deze optie om in lijstvorm een logboek af te drukken van documenten die vanaf de computer zijn afgedrukt. Logboek afdruktaken(P. 546) Logboek opgesl taken *1*2 Selecteer deze optie om in lijstvorm een logboek van documenten af te drukken die zijn opgeslagen op de SD-card in het apparaat. Logboek opgesl taken(P. 546) Logb. afdr.rapporten *2 Selecteer deze optie om in lijstvorm de instellingen en een logboek van rapporten af te drukken . afdr.
Overzicht van menuopties Menu Reset 1CE2-064 U kunt alle processen annuleren, gegevens in het geheugen verwijderen en het apparaat uitschakelen. Als u ( ) op het bedieningspaneel indrukt, verschijnt het menu Reset. Zachte reset(P. 460) Formulierinvoer(P. 461) Uitschakelen(P. 461) ● Als het bericht Ennn-nnnn (n is een getal) verschijnt, kan uitsluitend worden verricht. Zachte reset Selecteer deze optie om alle gegevens te wissen van afdruktaken die nog niet zijn voltooid (zachte reset).
Overzicht van menuopties 2 Gebruik / om te selecteren, houd minimaal 5 seconden ingedrukt en laat hem weer los. ➠ Het bericht verschijnt. 3 Selecteer en druk op . ➠ Als een harde reset wordt verricht, wordt het apparaat opnieuw gestart. ● Als een zachte of harde reset wordt verricht, worden ook beveiligde documenten op de optionele SD-card verwijderd.
Overzicht van menuopties Menu Invoer selecteren 1CE2-065 De instellingen voor de papierbron en het papierformaat dat in het apparaat is geladen, worden in een lijst geplaatst en kort toegelicht. Als u ( ) op het bedieningspaneel indrukt, verschijnt het menu Select Feeder. Standaardinstellingen worden aangegeven met een dolksymbool ( ). Algemene instellingen ● De instellingen zijn hetzelfde als die voor in het Menu Instellingen(P. 365) .
Overzicht van menuopties A6 A5 A5R B5 A4 LTR LGL EXEC Free Size Custom Size Custom Size R Postcard Reply Postcard 4on1 Postcard Env. Nagagata3 Env. Younaga 3 Env. ISO-C5 Env. Monarch Env. No.10 Env. DL India-LGL Index Card STMT FLSC 16K Lade N Papierformaat (N=1, 2, 3, 4) * Stel het formaat in van het papier dat is geladen in de papierlade van het apparaat of optionele papierlade van de papiertoevoer. Het type en formaat papier opgeven dat in de papierlade is geplaatst(P.
Overzicht van menuopties Stndrd papierformaat U kunt geen papierformaat instellen met een computerbesturingssysteem of een mobiel toestel dat geen printerstuurprogramma ondersteunt. Als u toch wilt afdrukken met zo'n besturingssysteem of mobiel toestel, gebruikt u deze optie om het papierformaat voor het afdrukken in te stellen. A6 A5 B5 A4 LTR LGL EXEC Postcard Reply Postcard 4on1 Postcard Env. Nagagata3 Env. Younaga 3 Env. ISO-C5 Env. Monarch Env. No.10 Env.
Overzicht van menuopties ( ) of ● Als is ingesteld op , wordt het papier bij voorkeur uit de papierlade gehaald, ook als is ingesteld op . MF-lade vr mix ppr. Als u selecteert met anders ingesteld dan op , wordt de multifunctionele invoer automatisch geselecteerd als het juiste papierformaat in geen enkele papierlade is geladen. Uit Aan ( )
Overzicht van menuopties De instellingen wijzigen Selecteer om automatische selectie van papierladen in te schakelen voor de papierbron die u in het vorige scherm hebt geselecteerd ( ). Stndrd papiersoort U kunt geen papiersoort instellen met een computerbesturingssysteem of een mobiel toestel dat geen printerstuurprogramma ondersteunt. Als u toch wilt afdrukken met zo'n besturingssysteem of mobiel toestel, gebruikt u deze optie om de papiersoort voor het afdrukken in te stellen.
Overzicht van menuopties Heavy 2 Heavy 3 Heavy 4 Postcard Envelope Envelope H Labels Bond 1 Bond 2 Bond 3 Mixed Types Lade N Papiersoort (N=1, 2, 3, 4) * Stel het papiertype in dat in de papierlade is geladen. geplaatst(P. 59) Het type en formaat papier opgeven dat in de papierlade is Plain Plain L Plain L2 Plain L3 Heavy 1 Heavy 2 Bond 1 Bond 2 Bond 3 Mixed Types Handm.
Overzicht van menuopties Selecteer deze optie om de achterkant van het papier te bedrukken (tegenovergestelde zijde van de reeds bedrukte zijde). Dubbelz. afdrukken Selecteer of u aan beide zijden van het papier wilt afdrukken. Uit Aan ( )
Problemen oplossen Problemen oplossen Problemen oplossen ..................................................................................................................................... 470 Papierstoringen verhelpen ............................................................................................................................... 472 Er wordt een foutbericht weergegeven ...........................................................................................................
Problemen oplossen Problemen oplossen 1CE2-066 Als er een probleem optreedt, raadpleegt u dit hoofdstuk om oplossingen te zoeken voordat u contact opneemt met Canon. ◼ Papierstoringen Als er papier vastloopt, raadpleegt u verwijderen. Papierstoringen verhelpen(P. 472) om het vastgelopen papier te ◼ Er wordt een bericht weergegeven Raadpleeg Er wordt een foutbericht weergegeven(P. 480) als een bericht wordt weergegeven op het scherm.
Problemen oplossen ◼ Wanneer een probleem niet kan worden opgelost Als een probleem blijft optreden, leest u contactgegevens. Wanneer een probleem niet kan worden opgelost(P.
Problemen oplossen Papierstoringen verhelpen 1CE2-067 Als er een papierstoring optreedt, klinkt er een alarm en op het scherm verschijnt het bericht . om eenvoudige oplossingen weer te geven. Als u de procedures op het scherm niet goed begrijpt, Druk op raadpleegt u de volgende gedeeltes om storingen te verhelpen. Als er op een bepaald moment op meerdere plaatsen een papierstoring optreedt, controleer dan alle weergegeven berichten.
Problemen oplossen Als zich herhaaldelijk papierstoringen voordoen ● Waaier de papierstapel uit en tik de uiteinden op een vlak oppervlak om het papier uit te lijnen voordat u het in het apparaat plaatst. ● Controleer of het papier wel geschikt is voor het apparaat. Papier(P. 572) ● Controleer of er geen papierresten zijn achtergebleven in het apparaat.
Problemen oplossen 3 Sluit de klep aan de voorzijde. Als het bericht aanwezig blijft ● Op andere locaties kan papier zijn vastgelopen. Controleer de andere locaties, en verwijder eventueel vastgelopen papier. Als het bericht aanwezig blijft, controleer dan of de klep aan de voorzijde goed is gesloten.
Problemen oplossen ● Als de klep aan de voorzijde wordt geopend en gesloten, verdwijnt het bericht over de papierstoring. 1 Druk op de knop om de klep aan de voorzijde te openen. 2 Sluit de klep aan de voorzijde. Als het bericht aanwezig blijft ● Op andere locaties kan papier zijn vastgelopen. Controleer de andere locaties, en verwijder eventueel vastgelopen papier. Als het bericht aanwezig blijft, controleer dan of de klep aan de voorzijde goed is gesloten.
Problemen oplossen 3 Houd de groene knop aan de voorzijde ingedrukt en til de transportgeleider op. ● Haal uw handen pas van de transportgeleider nadat deze weer in de uitgangspositie staat in stap 5. 4 Trek het papier voorzichtig uit het apparaat. 5 Zet de transportgeleider behoedzaam terug. 6 Houd de groene knop aan de voorzijde ingedrukt en til de transportgeleider op. ● Haal uw handen pas van de transportgeleider nadat deze weer in de uitgangspositie staat in stap 8.
Problemen oplossen 8 Zet de transportgeleider behoedzaam terug. 9 Open de achterklep. 10 Trek het papier voorzichtig uit het apparaat. 11 Sluit de achterklep. 12 Installeer de tonercartridge. ● Druk de cartridge beslist zo ver aan tot hij niet verder kan.
Problemen oplossen 13 Sluit de klep aan de voorzijde. Als het bericht aanwezig blijft ● Op andere locaties kan papier zijn vastgelopen. Controleer de andere locaties, en verwijder eventueel vastgelopen papier. Als het bericht aanwezig blijft, controleer dan of de klep aan de voorzijde goed is gesloten.
Problemen oplossen 5 Plaats de papierlade. 6 Open en sluit de klep aan de voorzijde. ● Als de klep aan de voorzijde wordt geopend en gesloten, verdwijnt het bericht over de papierstoring. 1 Druk op de knop om de klep aan de voorzijde te openen. 2 Sluit de klep aan de voorzijde. Als het bericht aanwezig blijft ● Op andere locaties kan papier zijn vastgelopen. Controleer de andere locaties, en verwijder eventueel vastgelopen papier.
Problemen oplossen Er wordt een foutbericht weergegeven 1CE2-068 Als er een abnormaliteit optreedt in het verwerken van het drukwerk, het geheugen vol is of als er bedieningsproblemen zijn, verschijnt er een bericht op het scherm. In de volgende lijst worden deze foutberichten toegelicht.
Problemen oplossen 51 Fout met afdruk- instellingen. Er is geprobeerd gegevens af te drukken die een niet-beschikbaar papiertype of -breedte bevatten, terwijl is ingesteld op <1200 dpi>. ● Stel in op <600 dpi> en druk de gegevens opnieuw af. ● Druk op ( Resolutie(P. 405) ) om de afdruktaak te annuleren, aangezien de gegevens niet afdrukgereed zijn. 55 SD-kaartfout. Er is een fout opgetreden in de SD-card. ● Schakel het apparaat uit, verwijder de SD-card en plaats hem opnieuw.
Problemen oplossen Het apparaat in- en uitschakelen(P. 34) A7 nn Error (nn: 2 alfanumerieke tekens) Er is een abnormaliteit opgetreden in het apparaat, resulterend in een storing. ● Schakel het apparaat uit, wacht 10 seconden of langer en schakel het weer in. Het apparaat in- en uitschakelen(P. 34) Hoeveelheid in cartr. niet correct weergeg. Er is een tonercartridge geplaatst die niet de gewenste afdrukkwaliteit kan leveren omdat de cartridge bijna leeg is of vanwege andere redenen.
Problemen oplossen Kan PDF-gegevens niet decoderen. Er is een onjuist wachtwoord ingevoerd voor het afdrukken van PDF gegevens. ● Druk het bestand opnieuw af, met een correct wachtwoord. De beveiligingsinstellingen staan niet toe dat PDF-gegevens afgedrukt worden. ● Verander de instellingen om het afdrukken toe te staan, en druk het bestand opnieuw af. Het PDF-bestand is aan de beleidsserver gekoppeld, maar het apparaat heeft geen toegang tot de server.
Problemen oplossen Kan niet afdrukken met de opgegeven resolutie. De gegevens zijn te gecompliceerd om af te drukken. ● Verricht een zachte reset, stel in op <600 dpi>, en druk het bestand opnieuw af. Resolutie(P. 405) Zachte reset(P. 460) ● Verricht een zachte reset, stel in op , en druk het bestand opnieuw af. Beeldverfijning(P. 406) Zachte reset(P. 460) ● U kunt op ( ) drukken om door te gaan met afdrukken. De afdrukkwaliteit neemt echter af. Kan niet afdruk- ken.
Problemen oplossen ● Als u op ( ) drukt, wordt de afdruktaak geannuleerd. Kan het afdrukken niet starten omdat taak beperkt is. Er is geprobeerd op gangbare wijze af te drukken, terwijl de afdrukbewerkingen zijn beperkt. ● Alleen de optie Opgeslagen taak afdrukken is beschikbaar, terwijl de afdrukbewerkingen zijn beperkt. Druk het bestand opnieuw af met de instellingen om gegevens op de SD-card op te slaan. Een document in het apparaat opslaan(P.
Problemen oplossen Controleer papierformaat. Het papier dat in de papierbron is geladen, komt niet overeen met het opgegeven papierformaat. ● Geef het juiste papierformaat op. Het type en formaat papier opgeven dat in de papierlade is geplaatst(P. 59) Het papierformaat en de papiersoort in de multifunctionele lade opgeven(P. 61) Basisbewerkingen met de printer(P.
Problemen oplossen ● Als u een printerstuurprogramma gebruikt waarmee u geen verificatiemethode kunt selecteren, stelt u de optie [Authentificatiemethode voor Speciale poort] van de UI op afstand in op [Modus 1]. Meld u aan op de UI op afstand in de beheerdersmodus ( De UI op afstand starten(P. 337) ) [Instellingen/registratie] [Netwerk] [Instellingen speciale poort] [Bewerken] Selecteer [Modus 1] in [Authentificatiemethode] [OK] Verricht een harde reset ( Een harde reset verrichten(P.
Problemen oplossen Foutgegevens controleren(P. 350) Ennn-nnnn (n: nummer) Er is een fout opgetreden in het interne mechanisme van het apparaat. ● Houd de hoofdschakelaar dan minimaal 5 seconden ingedrukt om het apparaat uit te schakelen. Wacht minimaal 10 seconden nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld en schakel het weer in.
Problemen oplossen ● Het is mogelijk dat een poort die wordt gebruikt voor afdrukken via de cloud wordt geblokkeerd door een firewall of een andere beveiligingsmethode. Controleer op uw computer of de 5222-poort beschikbaar is. ● Als er een proxyserver wordt gebruikt op het netwerk, controleert u of de proxyinstellingen op het apparaat en de server correct zijn. Neem contact op met uw netwerkbeheerder voor meer informatie. Een proxy instellen(P. 276) IE Er is een onbekende fout opgetreden.
Problemen oplossen De aanmeldnaam die moet worden gebruikt voor IEEE802.1X verificatie is niet opgegeven. ● De inlognaam die moet worden gebruikt voor IEEE802.1X verificatie is niet opgegeven. Geef de inlognaam op. IE Het certificaat is verlopen. Het certificaat afkomstig van de verificatieserver is was verlopen tijdens de IEEE802.1X verificatie. ● Controleer het certificaat van de verificatie-server. ● Controleer de tijdinstellingen van het apparaat en de verificatieserver. Datum/tijd-instell.(P.
Problemen oplossen Bestand voor sleu- telbeheer gewist of beschadigd. Bestanden met betrekking tot het sleutelbeheer zijn beschadigd. ● Start het apparaat opnieuw, maak de sleutel opnieuw of installeer hem opnieuw en geef de TLS instellingen op. Het apparaat in- en uitschakelen(P. 34) TLS-gecodeerde communicatie opgeven (P. 250) Instellingen configureren voor sleutelparen en digitale certificaten(P.
Problemen oplossen ● Verricht een harde reset, en druk het bestand opnieuw af. Een harde reset verrichten(P. 460) ● Druk op ( ) om door te gaan met afdrukken. De overflow-gegevens worden niet geregistreerd. Onvoldoende downloadgeheugen. Geheugen voor het registreren van de overlayvorm en externe tekens is onvoldoende en er heeft een overflow plaatsgevonden. ● Verricht een harde reset, en druk het bestand opnieuw af. Een harde reset verrichten(P. 460) ● Druk op ) om door te gaan met afdrukken.
Problemen oplossen Onvoldoende systeemgeheugen. Geheugen voor het verwerken van gegevens (voornamelijk afbeeldingen en tekens) in het systeem is onvoldoende. ● Verricht een harde reset, en druk het bestand opnieuw af. Een harde reset verrichten(P. 460) ● U kunt op ( ) drukken om door te gaan met afdrukken. Maar afbeeldingen of tekens met de fout kunnen niet worden afgedrukt. Onvoldoende werkgeheugen. Geheugen dat is toegewezen voor iedere afdrukmodus is onvoldoende.
Problemen oplossen ● Gebruik de PDF-gegevens in het formaat dat wordt ondersteund door het apparaat. ● Het apparaat ondersteunt de PDF versie 1.7. ● Om het foutbericht te verwijderen, verricht u een zachte reset om de afdruktaak te annuleren. Zachte reset(P. 460) PDF-lettert.fout. De PDF bevat lettertypes die niet beschikbaar zijn voor het apparaat. ● Gebruik de PDF-gegevens in het formaat dat wordt ondersteund door het apparaat.
Problemen oplossen Opstarten... 80 MEAP voorbereiden.. Zet apparaat niet uit. U hebt geprobeerd het apparaat uit te schakelen terwijl MEAP gebruiksgereed werd gemaakt. ● Als MEAP gebruiksgereed is, verdwijnt dit bericht automatisch. Wacht tot het verdwijnt. Syntaxisfout. Er zijn ongeldige gegevens verstuurd bij het afdrukken met het UFR II-printerstuurprogramma. ● Verander de instellingen van het printerstuurprogramma of het formaat van de afdrukgegevens, en druk het bestand nogmaals af.
Problemen oplossen Een SD-card installeren(P. 583) ● Zend de gegevens van het USB-geheugentoestel naar het apparaat. Afdrukken vanaf een USB-geheugentoestel (direct afdrukken via geheugengeheugentoestellen) (P. 117) ● Als u op ( ) drukt, wordt de afdruktaak geannuleerd. Fout met XPS-let- tertypegegevens. Analyse van lettertypegegevens is mislukt. ● Vervang de lettertypegegevens in het XPS bestand, en probeer nogmaals het bestand af te drukken. ● U kunt op ( ) drukken om door te gaan met afdrukken.
Problemen oplossen Fout met niet-ondersteunde XPS-afbeelding. Er bevinden zich niet-afdrukbare afbeeldingen (HD Photo) in de gegevens. ● Converteer de beeldgegevens in het XPS bestand in een ander gegevensformaat, en probeer nogmaals het bestand af te drukken. ● U kunt op ( ) drukken om door te gaan met afdrukken. Maar afbeeldingen met fouten worden niet afgedrukt.
Problemen oplossen Veelvoorkomende problemen 1CE2-069 Als er problemen ontstaan tijdens het gebruiken van de machine, controleer dan de tips in dit gedeelte voordat u contact met ons opneemt. Als u een probleem niet zelf kunt oplossen, neem dan contact op met uw Canon-dealer of met de Canon-helpdesk.
Problemen oplossen Problemen met installatie/instellingen 1CE2-06A Zie ook Veelvoorkomende problemen(P. 498) . Problemen met de bekabeld LAN-verbinding(P. 499) Probleem met de USB-verbinding(P. 500) Probleem met de printserver(P. 500) Apparaatprobleem(P. 500) Problemen met de bekabeld LAN-verbinding De externe UI wordt niet weergegeven. ● Zijn en ingesteld op ? HTTP-communicatie uitschakelen(P. 290) De UI op afstand uitschakelen(P.
Problemen oplossen ● Controleer dat met behulp van een netwerkstatusafdruk. Statusafdruk netwerk(P. 539) Probleem met de USB-verbinding Kan niet communiceren. ● Is onder ingesteld op ? Interfaceselectie(P. 409) ● Verander de USB-kabel. Als u een lange USB-kabel gebruikt, vervang deze dan door een korte. ● Als u een hub gebruikt, sluit het apparaat dan met behulp van een USB-kabel rechtstreeks aan op de computer.
Problemen oplossen De toetsen op het bedieningspaneel werken niet. ● Brandt het lampje [ ]? In dat geval zijn er nog afdrukgegevens in het geheugen. Als zelfs een tijdje later de resterende gegevens niet zijn afgedrukt, selecteer dan in het menu Reset. Formulierinvoer(P. 461) ● Als op het display wordt weergegeven, is de functie Toetsblokkering actief. Neem contact op met de beheerder van het apparaat of schakel de functie Toetsblokkering uit met de UI op afstand.
Problemen oplossen Problemen bij het afdrukken 1CE2-06C Zie ook Veelvoorkomende problemen(P. 498) . Het afdrukresultaat is niet naar tevredenheid. Het papier is gekreukeld of gekruld. Als u niet goed kunt afdrukken(P. 505) U kunt niet afdrukken. Controleer de volgende punten. ● Brandt of knippert het lampje [ ]? In dat geval is het afdrukken bezig. Wacht even. Als zelfs een tijdje later de resterende gegevens niet zijn afgedrukt, selecteer dan of in het menu Reset.
Problemen oplossen ● U kunt afdrukken vanaf andere computers op het netwerk? Als u ook niet kunt afdrukken vanaf andere computers, neemt u contact op met de dichtstbijzijnde Canon-dealer of met de Canon-helpdesk. Als u het SMB-netwerk gebruikt ● Zijn de SMB-instellingen correct geconfigureerd? Controleer met name dat de DHCP-server en de WINSserver goed zijn aangesloten als u ze gebruikt. SMB configureren(P.
Problemen oplossen Er wordt een leeg vel afgegeven (niets afgedrukt). ● Trok u het afdichtingstape naar buiten toen u de tonercartridge laadde? Als u het niet naar buiten trok, doe dat dan alsnog en laad de tonercartridge opnieuw. Tonercartridges vervangen(P. 527) Het afdrukken is halverwege gestopt. ● Brandt het lampje [ ]? In dat geval heeft het apparaat geen opdracht voor het einde van lezen van de afdrukgegevens ontvangen.
Problemen oplossen Als u niet goed kunt afdrukken 1CE2-06E Probeer de volgende oplossingen als het afdrukresultaat te wensen overlaat, of als het papier gekreukeld is of omkrult. Als u een probleem niet zelf kunt oplossen, neem dan contact op met uw Canon-dealer of met de Canonhelpdesk. Vlekken aan de onderzijde van afdrukken(P. 507) Lege gebieden bevatten zogenaamde nabeelden(P. 509) Er verschijnen strepen / Het afdrukken is ongelijk(P. 510) Er verschijnen vlekken op afdrukken(P.
Problemen oplossen Achterzijde van het papier is vlekkerig(P. 512) Het papier krult(P. 515) De afgedrukte streepjescode kan niet worden gelezen(P. 512) Het papier kreukelt(P. 514) Papier wordt niet ingevoerd of er worden twee of meer vellen tegelijk ingevoerd (P. 516) Afdrukken zijn scheef(P.
Problemen oplossen Het afdrukresultaat is niet goed 1CE2-06F Als het apparaat van binnen vies is, kan dit gevolgen hebben voor het afdrukresultaat. Reinig het apparaat zorgvuldig. Het apparaat reinigen(P. 521) Vlekken aan de onderzijde van afdrukken Gebruikt u geschikt papier? ● Controleer de ondersteunde papiertypes die u kunt gebruiken en druk af met geschikt papier. Geef ook de instellingen voor het formaat en type papier goed op. Papier(P. 572) Papier plaatsen(P.
Problemen oplossen Verschijnen er vlekken als u het apparaat gebruikt in een omgeving met lage vochtigheid? ● Verander de instelling voor . Als u dit item instelt op , zou dat het probleem kunnen oplossen. Sp. transfermodus(P. 414) ● Als u selecteert en het apparaat in een omgeving met hoge luchtvochtigheid gebruikt, kan de tonerdichtheid verminderen of ongelijkmatig worden. ● Als het probleem blijft terwijl
Problemen oplossen Lege gebieden bevatten zogenaamde nabeelden Gebruikt u geschikt papier? ● Controleer het papier dat u kunt gebruiken en druk af met geschikt papier. Papier(P. 572) Papier plaatsen(P. 38) Is het tijd om de tonercartridge te vervangen? ● Materialen in de tonercartridge kunnen zijn verslechterd. Vervang de tonercartridge. Tonercartridges vervangen(P.
Problemen oplossen Papier plaatsen(P. 38) Het type en formaat papier opgeven(P. 58) Een deel van de pagina wordt niet afgedrukt Zijn de papiergeleiders afgesteld op de randen van het papier? ● Als de papiergeleiders te los of te strak zijn afgesteld, kan dat ertoe leiden dat een gedeelte van het document niet wordt afgedrukt. Papier plaatsen(P. 38) Drukt u gegevens af zonder marges? ● Dit symptoom doet zich voor als in het printerstuurprogramma een marge is ingesteld op Geen.
Problemen oplossen Hebt u de fixeereenheid gereinigd? ● Reinig de fixeereenheid. Fixeereenheid(P. 523) Is de tonercartridge bijna leeg? ● Controleer hoeveel toner er nog is en vervang zo nodig de tonercartridge. Tonercartridges vervangen(P. 524) Is het tijd om de tonercartridge te vervangen? ● Materialen in de tonercartridge kunnen zijn verslechterd. Vervang de tonercartridge. Tonercartridges vervangen(P.
Problemen oplossen Tonercartridges vervangen(P. 527) Er verschijnen zwarte vlekken Hebt u de fixeereenheid gereinigd? ● Reinig de fixeereenheid. Fixeereenheid(P. 523) Achterzijde van het papier is vlekkerig Hebt u papier geladen dat kleiner is dan de afmetingen van de afdrukgegevens? ● Controleer of het papierformaat overeenkomt met de afmetingen van de afdrukgegevens. Hebt u de fixeereenheid gereinigd? ● Reinig de fixeereenheid. Fixeereenheid(P.
Problemen oplossen Gebruikt u een fijne streepjescode of een streepjescode met dikke lijnen? ● Vergroot de streepjescode. ● Als de streepjes van de streepjescode haaks op de uitvoerrichting van het papier staan, draai de afbeelding dan 90 graden om ervoor te zorgen dat de streepjes parallel aan de uitvoerrichting van het papier liggen. ● Als het probleem zich blijft voordoen, ook nadat u de bovenstaande handeling hebt verricht, verander dan de modus met behulp van [Modus Barcodeaanpassing].
Problemen oplossen Het papier krult om of is gekreukeld 1CE2-06H Het papier kreukelt Is het papier goed geplaatst? ● Als de stapel papier hoger is dan de markering of voor het maximale aantal vellen of schuin in de lade ligt, kunnen er kreukels of vouwen ontstaan. Papier plaatsen(P. 38) Gebruikt u papier dat vocht heeft opgenomen? ● Gebruik nieuw papier dat helemaal droog is. Papier plaatsen(P. 38) Gebruikt u geschikt papier? ● Controleer het papier dat u kunt gebruiken en druk af met geschikt papier.
Problemen oplossen Het papier krult Gebruikt u papier dat vocht heeft opgenomen? ● Gebruik nieuw papier dat helemaal droog is. Papier plaatsen(P. 38) ● Als de huidige instelling van het papiertype is, verander die dan in Het type en formaat papier opgeven(P. 58) ● Als de huidige instelling van het papiertype is, verander die dan in Het type en formaat papier opgeven(P.
Problemen oplossen Papier wordt niet goed ingevoerd 1CE2-06J Papier wordt niet ingevoerd of er worden twee of meer vellen tegelijk ingevoerd Is het papier goed geplaatst? ● Waaier de papierstapel goed uit, zodat de vellen niet aan elkaar blijven plakken. ● Controleer of het papier goed is geplaatst. Papier plaatsen(P. 38) ● Controleer of het aantal vellen papier dat is geladen, geschikt is en of het juiste papier wordt gebruikt. Papier(P. 572) Papier plaatsen(P.
Problemen oplossen Wanneer een probleem niet kan worden opgelost 1CE2-06K Als u door het raadplegen van de informatie in dit hoofdstuk een probleem nog steeds niet kunt oplossen, neemt u contact op met de dichtstbijzijnde Canon-dealer of met de Canon-helpdesk. Het is niet toegestaan het apparaat te demonteren of te repareren ● Als u dat wel doet, bestaat de kans dat de garantie vervalt.
Onderhoud Onderhoud Onderhoud ......................................................................................................................................................... 519 Het apparaat reinigen ....................................................................................................................................... 521 Behuizing .....................................................................................................................................................
Onderhoud Onderhoud 1CE2-06L In dit hoofdstuk wordt het onderhoud van de machine beschreven, inclusief het reinigen van de machine en het initialiseren van instellingen. ◼ Standaardreiniging Het apparaat reinigen(P. 521) ● Het apparaat wordt vuil, zie Behuizing(P. 522) . ● Zwarte stippen verschijnen op afdrukken, zie Fixeereenheid(P. 523) . ◼ Tonercartridges vervangen ● Als u het resterende tonerniveau wilt controleren, raadpleeg dan Tonercartridges vervangen(P. 524) .
Onderhoud ◼ Instellingen terugzetten op de standaardwaarden Als u de instellingen wilt herstellen, zie Instellingen terugzetten op de standaardwaarden(P. 553) .
Onderhoud Het apparaat reinigen 1CE2-06R Maak de machine regelmatig schoon om te voorkomen dat de afdrukkwaliteit afneemt en om de machine veilig en prettig te kunnen gebruiken. Lees eerst de veiligheidsinstructies door voordat u aan de slag gaat. Onderhoud en inspecties(P. 9) Onderdelen die u moet reinigen Behuizing van het apparaat en de ventilatieopeningen Behuizing(P. 522) Interne fixeereenheid Fixeereenheid(P.
Onderhoud Behuizing 1CE2-06S Wrijf de behuizing van het apparaat regelmatig schoon, vooral bij de ventilatieopeningen, om het apparaat in goede conditie te houden. 1 Schakel de machine uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u begint met schoonmaken. ● Als u het apparaat uitschakelt, doe dat dan vanaf het bedieningspaneel, niet via de hoofdschakelaar. apparaat uitschakelen (een afsluithandeling verrichten)(P. 34) 2 Het Reinig de buitenkant van het apparaat en de ventilatieopeningen.
Onderhoud Fixeereenheid 1CE2-06U Er kan zich vuil verzamelen op de fixeereenheid in het apparaat, met zwarte stippen op de afdrukken als gevolg. Voer de onderstaande procedure uit om de fixeereenheid te reinigen. U kunt de fixeereenheid niet reinigen als de wachtrij van het apparaat documenten bevat die nog moeten worden afgedrukt. U hebt normaal papier van het formaat A4 of Letter nodig. Plaats het papier in de multifunctionele lade voordat u de volgende procedure gaat uitvoeren.
Onderhoud Tonercartridges vervangen 1CE2-06W U ziet een bericht op het display van de machine als een tonercartridge bijna leeg is. De afdrukkwaliteit neemt flink af als u dan gewoon blijft afdrukken zonder actie te ondernemen. U kunt de resterende hoeveelheid toner in de cartridge controleren op het display. Er wordt een bericht weergegeven(P. 524) Afdrukken zijn van slechte kwaliteit(P. 525) Controleren hoeveel toner er nog in de tonercartridge zit(P.
Onderhoud Dit bericht vertelt u dat het apparaat misschien niet in optimale kwaliteit afdrukt. We adviseren u deze cartridge te vervangen door een nieuwe. ● U kunt blijven afdrukken als dit bericht wordt weergegeven, maar de afdrukkwaliteit neemt dan waarschijnlijk wel af. Hierdoor kan het apparaat beschadigd raken.
Onderhoud ● De weergegeven hoeveelheid resterende toner kan uitsluitend als schatting worden gezien en kan afwijken van de daadwerkelijke hoeveelheid. ● U kunt de hoeveelheid ook controleren met onder . verbruiksart.(P. 456) KOPPELINGEN Verbruiksartikelen(P.
Onderhoud Tonercartridges vervangen 1CE2-06X Lees de veiligheidsvoorschriften in tonercartridges gaat vervangen. Onderhoud en inspecties(P. 9) en Verbruiksartikelen(P. 10) voordat u 1 Druk op de knop om de klep aan de voorzijde te openen. 2 Verwijder de tonercassette. 3 Haal de nieuwe tonercartridge uit de beschermende verpakking. 4 Schud de tonercartridge vijf of zes keer heen en weer zoals hieronder aangegeven om de toner in de cartridge gelijkmatig te verdelen.
Onderhoud 5 Installeer de tonercartridge. ● Duw hem helemaal terug tot hij niet meer verder kan. 6 Sluit de klep aan de voorzijde.
Onderhoud De machine verplaatsen 1CE2-06Y Het apparaat is zwaar. Volg altijd de onderstaande procedures als u het apparaat gaat verplaatsen om lichamelijk letsel te voorkomen. Lees ook altijd de veiligheidsvoorschriften voordat u aan de slag gaat. Belangrijke veiligheidsinstructies(P. 2) 1 Schakel het apparaat en de computer uit. ● Als u het apparaat uitschakelt, doe dat dan beslist vanaf het bedieningspaneel, niet via de hoofdschakelaar. Het apparaat uitschakelen (een afsluithandeling verrichten)(P.
Onderhoud ● Ga aan de voorzijde van het apparaat staan, pak het vast bij de handgrepen en til het apparaat op. Als de optionele papiertoevoer op het apparaat is geplaatst ● Ontgrendel de papiertoevoer voordat u het apparaat optilt, en transporteer de papiertoevoer afzonderlijk. Voorzijde 6 Achterzijde Zet het apparaat voorzichtig neer op de nieuwe gebruikslocatie. ● Zie Aan de slag voor informatie over het installeren van het apparaat nadat u dit hebt verplaatst. Meegeleverde documentatie(P.
Onderhoud Afdrukkwaliteit handhaven en verbeteren 1CE2-070 Als u geen tevredenstellende afdrukresultaat kunt bereiken, bijvoorbeeld als de resulterende afdrukdensiteit of afdrukpositie niet aan de verwachtingen voldoet, probeer dan de volgende aanpassingen. ◼ Aanpassing densiteit Pas de tonerdensiteit aan. U kunt de tonerdensiteit fijn afregelen. Afdrukdensiteit aanpassen(P. 532) ◼ Aanpassing van de afdrukpositie Voor iedere papierbron, kunt u de afdrukpositie aanpassen.
Onderhoud Afdrukdensiteit aanpassen 1CE2-071 Als het afdrukresultaat donker of lichter is dan verwacht, kunt u de tonerdensiteit instellen. U kunt de fijnafstelling van de tonerdensiteit realiseren door het hele densiteitsbereik te verdelen in op drie dichtheidsniveaus. ● Als is ingesteld op , kunt u deze afstelfunctie niet gebruiken. 1 Druk op ( 2 Druk op / 3 Stel de dichtheid in. ).
Onderhoud 3 Gebruik / om de dichtheid in te stellen. Dichtheid instellen Stel een pluswaarde ('+') in om de dichtheid te verhogen. Stel een minuswaarde ('-') in om de dichtheid te verlagen. Voorbeeld aanpassing per dichtheidsniveau 4 Druk op . ● Als u ook instellingen op andere dichtheidsniveaus wilt realiseren, herhaal dan de handelingen in de stappen 2 t/m 4.
Onderhoud De afdrukpositie aanpassen 1CE2-072 Als het document excentrisch of buiten het afdrukbereik wordt afgedrukt, moet u de afdrukpositie aanpassen. U kunt de afdrukpositie voor iedere papierbron aanpassen. Stap 1: Afdrukken op de huidige afdrukpositie(P. 534) Stap 2: De aan te passen richting en afstand controleren(P. 535) Stap 3: De afdrukpositie voor elke papierbron aanpassen(P.
Onderhoud 6 Selecteer en druk op 7 Selecteer en druk op . . ➠ Er wordt een afdrukinstelling uitgedraaid. Stap 2: De aan te passen richting en afstand controleren Als de afdrukpositie-instelling is uitgedraaid, worden de markeringen voor de afdrukpositie afgedrukt. Bepaal aan de hand van deze markeringen de aan te passen richting en afstand. Als de afdrukpositie normaal is, worden alle markeringen afgedrukt op een positie 5 mm vanaf de dichtstbijzijnde papierrand.
Onderhoud In onderstaand voorbeeld: om de afdrukpositie 5 mm omhoog en 1,7 mm naar rechts te verschuiven, is '-5,0 mm' ingesteld in en is '+1,70 mm' ingesteld in . Stap 3: De afdrukpositie voor elke papierbron aanpassen Nadat u de aan te passen richting en afstand hebt bevestigd, geeft u een aangepaste afdrukpositie op. U kunt de afdrukpositie instellen in het bereik van -5,0 tot +5,0 mm in stappen van 0,1 mm, in beide richtingen: verticaal en horizontaal.
Onderhoud ● U kunt gebruiken om de afdrukpositie op de eerste pagina (voorzijde) in modus Dubbelzijdig afdrukken in te stellen, ongeacht de papierbron. 6 Selecteer de aan te passen richting en druk op . Afdrukpositie instellen voor dubbelzijdig afdrukken ● Met en kunt u de afdrukpositie op de eerste pagina (voorzijde) instellen.
Onderhoud U kunt en in het instellingenmenu van het bedieningspaneel gebruiken om de afdrukposities voor alle types drukwerk aan te passen, ongeacht de papierbron. U kunt de afdrukpositie instellen in het bereik -50,0 tot +50,0 mm in stappen van 0,5 mm in beide richtingen: verticaal en horizontaal. Offset Y/Offset X(P.
Onderhoud Rapporten en lijsten afdrukken 1CE2-073 U kunt de conditie van verbruiksartikelen bekijken en de instellingen van het apparaat controleren door rapporten en lijsten af te drukken. Sterretjes (*) ● Instellingen die zijn gemarkeerd met '*1', worden niet weergegeven, afhankelijk van het feit of er een optionele SD-card op het apparaat is geïnstalleerd.
Onderhoud ( ) Voorbeeld: Stat. verbr.art afdr De informatie zoals de resterende hoeveelheid toner, waarschuwingsberichten, en verkooppunen voor nieuwe tonercartridges, kan in lijstvorm worden bekeken. ( )
Onderhoud IPSec-beleidslijst U kunt controleren welke beleidsinstellingen en IPSec-instellingen zijn geregistreerd op de machine door het rapport IPSec-beleidslijst af te drukken. ( ) Voorbeeld: Logboeklst E-mail RX U kunt een in lijstvorm een logboek afdrukken bestaande uit onderwerp, ontvangstdatum/-tijdstip van in het apparaat ontvangen e-mails. ( )
Onderhoud Paginatellerlijst U kunt via een afgedrukt rapport het aantal afgedrukte pagina's voor iedere afdeling controleren, als [Afdeling-ID beheer] is ingeschakeld. ( ) Voorbeeld: Tellerrapport U kunt een rapport afdrukken van het aantal pagina's dat voor iedere teller is afgedrukt. ( ) Voorbeeld: MEAP-syst.info afdr.
Onderhoud ( ) Voorbeeld: Cartridgelog afdr. U kunt logs voor gebruik van tonercartridge in lijstvorm controleren. ( ) Voorbeeld: PCL-lettertypelijst U kunt in lijstvorm de lettertypes controleren die beschikbaar zijn in de stand PCL. lettertypen(P.
Onderhoud ( ) Voorbeeld: PS Modus Lijst De instellingen voor gebruik van de PS modus en de interne informatie-items die zijn geregistreerd in het apparaat worden in lijstvorm afgedrukt. Configuratiepagina(P. 544) Lettertypelijst(P. 545) ◼ Configuratiepagina U kunt de apparaatinstellingen ( controleren. ( ) PS(P.
Onderhoud ◼ Lettertypelijst U kunt in lijstvorm de lettertypes controleren die beschikbaar zijn in de stand PS. ( ) Voorbeeld: Opgeslagen takenlst *1 U kunt een lijst van documenten afdrukken die zijn opgeslagen op de SD-card in het apparaat.
Onderhoud Logboek afdruktaken *2 U kunt in lijstvorm een logboek afdrukken van vanaf de computer afgedrukte documenten. ( ) Voorbeeld: Logboek opgesl taken *1*2 U kunt in lijstvorm een logboek van documenten afdrukken die zijn opgeslagen op de SD-card in het apparaat.
Onderhoud Logb. afdr.rapporten *2 U kunt de instellingen afdrukken en in lijstvorm een logboek afdrukken van rapporten. ( ) Voorbeeld: Logboek e-mailafdruk *2 U kunt in lijstvorm een logboek afdrukken van ontvangen e-mails. ( ) Voorbeeld: KOPPELINGEN Hulpprogrammamenu(P. 454) Taakmenu(P.
Onderhoud Aantal afdrukken weergeven 1CE2-074 U kunt het aantal afgedrukte pagina's controleren. Het totale aantal afgedrukte pagina's controleren(P. 548) Het aantal pagina´s dat iedere afdeling heeft afgedrukt, controleren(P. 548) Het totale aantal afgedrukte pagina's controleren U kunt het totaal aantal afgedrukte pagina's controleren.
Onderhoud ➠ Het aantal afgedrukte pagina's voor ieder afdelings-id wordt weergegeven onder [Afgedrukte pagina's]. Het controleresultaat afdrukken Paginatellerlijst(P. 542) De paginateller op nul zetten ● Als u de voor iedere afdeling de paginateller op nul wilt zetten, klik dan op de tekstlink onder [Afdelings-ID], en klik op [Aantallen wissen] [OK].
Onderhoud ● Als u voor alle afdelingen de telresultaten op nul wilt zetten, klik dan op [Alle aantallen verwijderen] 550 [OK].
Onderhoud Verbruiksartikelen controleren 1CE2-075 U kunt het bedieningspaneel gebruiken om de informatie van de verbruiksartikelen te controleren. Papier controleren U kunt het momenteel opgegeven papierformaat en -type weergeven, en het resterende papierniveau voor iedere papierbron. ( ) papierbron Selectie papierbron Selecteer de papierbron waarvan informatie wordt weergegeven.
Onderhoud ● Het weergegeven resterende tonerniveau kan uitsluitend als schatting worden gezien en kan verschillen van het daadwerkelijk resterende tonerniveau.
Onderhoud Instellingen terugzetten op de standaardwaarden 1CE2-076 U kunt de volgende instellingen herstellen (initialiseren): Menu initialiseren(P. 554) De netwerkinstellingen initialiseren(P.
Onderhoud Menu initialiseren 1CE2-077 U kunt de instellingen van het apparaat ( Menu Instellingen(P. 365) ) terugzetten op de fabrieksinstellingen. Druk niet op de hoofdschakelaar als het apparaat bezig is met initialiseren ● Als het apparaat tijdens het initialiseren wordt uitgeschakeld, kan het beschadigd raken. Als er een toegangspincode externe UI is opgegeven ● De toegangspincode voor de externe UI wordt ook geïnitialiseerd.
Onderhoud De netwerkinstellingen initialiseren 1CE2-078 U kunt de netwerkinstellingen ( Netwerk(P. 380) ) terugzetten op de fabrieksinstellingen. Initialiseer de netwerkinstellingen niet wanneer het apparaat afdrukt of afdrukgegevens ontvangt ● Dat kan leiden tot onjuist drukwerk, papierstoringen of schade aan het apparaat. ( init.> ) Controleer het bericht Verricht een harde reset ( 555
Bijlage Bijlage Bijlage ................................................................................................................................................................... 557 Software van derden ......................................................................................................................................... 558 Handige functies ............................................................................................................................................
Bijlage Bijlage 1CE2-079 Dit hoofdstuk bevat de technische specificaties van dit apparaat, instructies voor het gebruik van de Gebruikershandleiding, disclaimers, auteursrechtinformatie en andere belangrijke informatie voor klanten.
Bijlage Software van derden 1CE2-07A 558
Bijlage Handige functies 1CE2-07C Het is zeker de moeite waard om de functies uit te proberen die in dit hoofdstuk worden beschreven. De functies zijn onderverdeeld in drie categorieën: "Milieubesparing levert geld op", "Efficiënter werken" en "Ongekende mogelijkheden".
Bijlage Milieubesparing levert geld op 1CE2-07E Dubbelzijdig afdrukken U kunt het papier aan beide zijden bedrukken. Met behulp van dubbelzijdig afdrukken bespaart u papier, niet alleen bij grote afdrukopdrachten, maar ook wanneer u slechts een paar pagina´s wilt afdrukken. U kunt zelfs nog meer besparen door dubbelzijdig afdrukken te combineren met N op 1-afdrukken van meerdere pagina's op één blad papier.
Bijlage Sluimerstand Als u het apparaat een tijdje niet gebruikt, kunt u energie besparen door het in de sluimermodus te plaatsen, hetzij handmatig of automatisch. U hoeft de stroomtoevoer niet steeds geheel UIT te schakelen, terwijl het apparaat toch zo min mogelijk energie verbruikt. De functie Automatisch uitschakelen kan de besparing vergroten, door het apparaat automatisch UIT te schakelen als het langere tijd niet wordt gebruikt.
Bijlage Efficiënter werken 1CE2-07F Afdrukken zonder een programma te gebruiken U kunt PDF/PS/EPS/JPEG/TIFF/XPS-gegevens rechtstreeks van de UI op afstand naar het apparaat sturen om deze af te drukken. U kunt ook zonder computer afdrukken door een USB-geheugenapparaat aan te sluiten op het apparaat. U hoeft geen bestanden te openen en u hoeft dus ook geen programma op te starten. Dit is handig als u haast hebt en geen toegang hebt tot een computer.
Bijlage Zie De UI op afstand gebruiken(P. 336) voor meer informatie over deze functie. Favoriete instellingen registreren en ze op ieder moment oproepen Iedereen op kantoor gebruikt de printer. Als u de meest gangbare instellingen als standaard instellingen registreert, kunt u ze onmiddellijk gebruiken. Ook kunt u veelgebruikte combinaties van afdrukinstellingen registreren als 'profielen'.
Bijlage U moet dringend één pagina afdrukken, maar er wordt een document van 200 pagina's afgedrukt en nog vijf andere afdruktaken staan in de wachtrij! Op zulke momenten kunt u de functie Afdrukken onderbreken gebruiken om uw pagina onmiddellijk af te drukken zonder daarbij de andere taken te annuleren. Als uw pagina klaar is, worden de andere afdruktaken automatisch en zonder problemen hervat. Zie De huidige status van afdruktaken controleren(P. 346) voor meer informatie over deze functie.
Bijlage Ongekende mogelijkheden 1CE2-07H Met een smartphone/tablet Wanneer u snel een voorstel wilt afdrukken dat u hebt opgemaakt op een tablet terwijl u onderweg was naar een zakenbestemming, komt Canon Mobile Application goed van pas. PC-loos, snel en gemakkelijk! Een nog breder scala van mogelijkheden voor werk / plezier met de functionaliteit van de snelle tijd van nu. Voor meer informatie over deze functie, raadpleegt u toestel(P.
Bijlage pas afgedrukt nadat via het bedieningspaneel het ingestelde wachtwoord is ingevoerd. Laat vertrouwelijke documenten niet zonder toezicht in de opvangbak liggen waar iedereen ze kan zien. Voor nog grotere veiligheid kunt u een watermerk zoals 'VERTROUWELIJK' of 'PRIVEKOPIE' afdrukken. Een document afdrukken dat is beveiligd met een pincode: een pincode (beveiligd afdrukken)(P.
Bijlage Als u meerdere kopieën wilt gaan maken van een document met meerdere pagina's, kunt u de sorteerfunctie gebruiken om de ene afdruk na de andere te maken met alle pagina's in de juiste volgorde. Dit is handig als u hand-outs voor bijeenkomsten of presentaties wilt voorbereiden. Zie Afdrukken sorteren per pagina(P. 87) voor meer informatie over deze functie.
Bijlage Technische specificaties 1CE2-07J De technische specificaties van het apparaat kunnen bij verbeteringen van het apparaat zonder vooraankondiging worden gewijzigd. Apparaatspecificaties(P. 569) Papier(P.
Bijlage Apparaatspecificaties 1CE2-07K Hardwarespecificaties(P. 569) Controllerspecificaties(P. 570) Softwarespecificaties(P.
Bijlage ● Tijdens het afdrukken: enkelzijdig afdrukken: 54 dB dubbelzijdig afdrukken: 53 dB Omgevingsomstandigheden Systeemvereisten (Alleen hoofdeenheid) ● Temperatuur: 10 tot 30 °C ● Relatieve luchtvochtigheid: 20 tot 80% (geen condensvorming) Elektrische aansluiting 220 tot 240 V gelijkstroom, 50 / 60 Hz Opgenomen vermogen *6 ● Maximaal: 1.310 W of minder (bij 20 °C) ● Tijdens gebruik: ongeveer 670 W ● Tijdens stand-by: ongeveer 9,5 W ● In slaapstand:
Bijlage Gemeenschappelijk voor 10BASE-T/100BASE-TX/1000BASE-T (RJ-45) Full-duplex/Half-duplex Gebruikersinterface ● LCD: 132 x 65 punten F-STN LCD ● LED-indicator: 5 indicators ● Bedieningstoets: 12 toetsen ● Numerieke toets: Ja ROM-connector 1 connector Sleuf SD card 1 sleuf Softwarespecificaties Geïntegreerde regelopdracht PCL6, PostScript 3, UFR II, PDF en XPS Geïntegreerd schaalbaar lettertype ● PCL: 105 schaalbare lettertypes, 10 Bitmap-lettertypes ● PS: 136 standaard lettertypes Afdrukgebied N
Bijlage Papier 1CE2-07L ◼ Ondersteunde papierformaten Hieronder ziet u een overzicht van de papierformaten die u in de papierlade, multifunctionele lade of de optionele papierbronnen kunt laden.
Bijlage Papierformaat Lade Multifunctionele Automatisch dubbelzijdig lade afdrukken *1 Foolscap (FLSC) (215,9 x 330,2 mm) 16K (195,0 x 270,0 mm) Indexkaart (76,2 x 127,0 mm) Indian Legal (215,0 x 345,0 mm) Briefkaart (100,0 x 148,0 mm) Antwoordkaart (148,0 x 200,0 mm) 4 op 1 Briefkaart (200,0 x 296,0 mm) Envelop NAGAGATA 3 (120,0 x 235,0 mm) Envelop YOUGATANAGA 3 (Younaga 3) (235,0 x 120,0 mm) Envelop nummer 10 (COM10) (104,7 x 241,3 mm) Envelop Monarch (98,4 x 190,5 mm) Envelop C5 (ISO-C5) (1
Bijlage Papierformaat Lade Aangepast papierformaat *1 Automatisch *2 Kan *3 De Multifunctionele Automatisch dubbelzijdig lade afdrukken *1 *3 *4 *5 dubbelzijdig afdrukken is beschikbaar zonder dat u papier hoeft te vervangen. in staande afdrukrichting worden geladen.
Bijlage 121 tot 199 g/m² Bond-papier *4 60 tot 120 g/m² Etiketten Briefkaart / antwoordkaart / 4 in 1 Briefkaart *5 Envelop *1 Gerecycled papier is ook beschikbaar. *2 Handmatig *3 dubbelzijdig afdrukken (uit de multifunctionele invoer) wordt niet ondersteund. Als u papier van 60 tot 89 g/m² gebruikt, is automatisch dubbelzijdig afdrukken beschikbaar zonder dat u papier hoeft te vervangen. *4 Automatisch *5 dubbelzijdig afdrukken is beschikbaar zonder dat u papier hoeft te vervangen.
Bijlage Verbruiksartikelen 1CE2-07R Dit gedeelte beschrijft de verbruiksartikelen van het apparaat en de geschatte tijd tot ze moeten worden vervangen. Schaf verbruiksartikelen aan bij uw plaatselijke, erkende Canon dealer. Neem voorzorgsmaatregelen voor gezondheid en veiligheid in acht wanneer u verbruiksartikelen opslaat en hanteert ( Verbruiksartikelen(P. 10) ). Voor een optimale printkwaliteit worden originele toner, tonercartridges en onderdelen van Canon aanbevolen.
Bijlage Als optie verkrijgbare items 1CE2-07S U kunt de functionaliteit van het apparaat volledig benutten door als optie verkrijgbare hieronder beschreven items toe te passen. Als optie verkrijgbare items kunt u aanschaffen bij de leverancier waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij de Canon-dealer ter plaatse. ◼ Paper Feeder PF-C1 Met behulp van de optionele papiertoevoer kunt u papier plaatsen met een formaat dat afwijkt van het papier dat in de standaard papierlade geplaatst kan worden.
Bijlage Installatiemethode Het ROM installeren(P. 579) ◼ PCL International Font Set-C1 Als de PCL International Font Set-C1 in het apparaat is geïnstalleerd, worden de volgende lettertypes toegevoegd voor een PCL printer. Als resultaat kunt u afdrukken met behulp van meerdere talen in een SAP Unicode omgeving.
Bijlage Het ROM installeren 1CE2-07U Dit gedeelte beschrijft hoe u de Barcode Printing Kit-F1 of PCL International Font Set-C1 in het apparaat plaatst. Het ROM wordt aangesloten op de ROM connectors in de rechter klep van het apparaat. Lees de waarschuwingen in Installatie(P. 3) voordat u het ROM installeert. Voorzorgsmaatregelen bij het installeren van het ROM ● Zorg ervoor dat metalen voorwerpen, zoals schroeven, geen contact maken met de printplaten in het apparaat.
Bijlage 2 3 Verwijder de rechter klep in de richting van de pijl. Verwijder de ROM klep. 1 Gebruik een munt om de schroeven te verwijderen. 2 Open de ROM klep en verwijder hem in de richting van de pijl. 4 Installeer het ROM. ● Als u het ROM uitlijnt met de twee ROM connectors van het apparaat, druk hem dan stevig aan tot hij niet verder kan.
Bijlage Het ROM loskoppelen ● Houd de randen van het ROM vast en trek hem naar buiten, zoals onderstaande afbeelding aangeeft. 5 Plaats de ROM klep weer op zijn plaats. 1 Sluit de ROM klep door het lipje in de richting van de pijl te drukken. 2 Gebruik een munt om de schroeven weer vast te draaien. 6 Plaats de rechterklep in de richting van de pijl en sluit de klep terwijl u het lipje ingedrukt houdt. ● Als u tegelijkertijd een SD-card installeert, ga dan verder met 581 Een SD-card installeren(P.
Bijlage ◼ Controleren of de Barcode Printing Kit-F1 op juiste wijze is geïnstalleerd Druk de Configuratiepagina(P. 454) af en controleer of 'BarDIMM' wordt weergegeven in 'PCL' Het ROM-geheugen is op de juiste manier geïnstalleerd als 'BarDIMM' wordt weergegeven. Als 'BarDIMM' niet verschijnt ● Het ROM is niet correct geplaatst. Verwijder het uit het apparaat en sluit het opnieuw aan.
Bijlage Een SD-card installeren 1CE2-07W Dit gedeelte beschrijft hoe u een SD-card plaatst en initialiseert. Plaats de SD-card in de bestreffende gleuf aan de achterzijde van het apparaat. Lees de waarschuwingen in Installatie(P. 3) voordat u de SD-card plaatst. Bedenk dat de gegevens in het apparaat die op de SD-card zijn opgeslagen, gecodeerd zijn.
Bijlage 3 Installeer een SD-card. ● Steek de SD-card in de sleuf voor SD-cards totdat de card klikt. De SD-card verwijderen ● Duw de SD-card aan totdat hij klikt, zoals onderstaande afbeelding laat zien. Haal dan uw vinger weg en verwijder het. 4 Installeer de klep van de SD-kaart weer. 1 Sluit de klep op de SD-card gleuf door hem in de greep van de klep te duwen. 2 Gebruik een munt om de schroeven weer vast te draaien.
Bijlage Anti-diefstal veiligheidsgleuf van de SD-card ● De SD-card gleufklep heeft een veiligheidsgleuf, waaraan u een veiligheidskoord of equivalent kunt bevestigen. ● De opening van de veiligheidsgleuf is 7,6 mm breed en 3,6 mm hoog. ● Voor vragen over de veiligheidsgleuf kunt u contact opnemen met uw bevoegde Canon-dealer. ◼ De SD-card initialiseren Wanneer u na het installeren van de SD-card het apparaat voor het eerst inschakelt, verschijnt op het display.
Bijlage ◼ Controleer dat de SD-Card goed in het apparaat is geplaatst Druk de Configuratiepagina(P. 539) af. De SD-card is op de juiste manier geplaatst als 'SD Card' in 'Instelmenu' op 'Aan' staat. Als geen statusinformatie voor de SD-card wordt aangegeven ● De SD-card is niet goed geplaatst. Verwijder de SD-card uit het apparaat, en plaats hem opnieuw.
Bijlage 5 Selecteer en druk op . ➠ Het apparaat is opnieuw gestart. Hierna is het automatisch uitgeschakeld. ● Als is verricht, verandert de instelling voor in .
Bijlage Meegeleverde documentatie 1CE2-07X Het apparaat wordt geleverd met de volgende handleidingen. Raadpleeg deze handleidingen als u iets niet weet. Aan de slag Lees deze handleiding eerst. Er worden enkele basisprocedures beschreven, van het verwijderen van het verpakkingsmateriaal tot het installeren van het apparaat. Gebruikershandleiding (Deze handleiding) In deze handleiding worden alle functies van het apparaat beschreven. U kunt de handleiding weergeven in een webbrowser.
Bijlage Gebruiken Gebruikershandleiding 1CE2-07Y De Gebruikershandleiding is een handleiding die u via uw computer of mobiel toestel kunt raadplegen. In de handleiding vindt u beschrijvingen van alle apparaatfuncties. U kunt een zoekopdracht ingeven op basis van het beoogde apparaatgebruik of een trefwoord invoeren om snel de pagina te vinden die u zoekt. De gewenste informatie opzoeken U kunt zoeken naar de gewenste pagina door de volgende twee methoden te gebruiken.
Bijlage Lay-out van het scherm Gebruikershandleiding 1CE2-080 De Gebruikershandleiding is opgesplitst in verschillende schermen en de inhoud van elk scherm varieert. Bovenste pagina Verschijnt wanneer u Gebruikershandleiding start. Inhoud De hoofdstuktitels worden weergegeven. / Klik op om ook alle gedeelten onder de hoofdstukken weer te geven. Klik op naar de vorige weergave. om terug te keren / Klik hierop om heen en weer te schakelen tussen de inhoud en de zoekfunctie.
Bijlage Klik hierop om het vorige of volgende onderwerp weer te geven. Handige functies Verschillende praktijkvoorbeelden om het apparaat zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Klik op / / om praktijkvoorbeelden op categorie weer te geven. Klik op het bewegende beeld voor meer informatie over elke categorie. U kunt het beeld stoppen door de aanwijzer erop te zetten. Handige functies(P. 591) [Beknopte Help] Klik hierop als er onverwachts problemen zijn met het apparaat of als u dit wilt reinigen.
Bijlage Navigatie Zie welk hoofdstukonderwerp u momenteel bekijkt. Klik hierop om naar de overeenkomstige pagina te gaan. Klik op "Terug" in uw webbrowser om terug te gaan naar de vorige pagina. / Klik op om de verborgen gedetailleerde beschrijvingen weer te geven. Klik op gedetailleerde beschrijvingen te sluiten. om de Klik hierop om naar het begin van de pagina te gaan. Zoeken Klik op om het zoekvenster weer te geven.
Bijlage Voer (een) trefwoord(en) in en klik op om de zoekresultaten weer te geven. U kunt zoeken naar pagina's die alle zoekwoorden bevatten, door de zoekwoorden te scheiden met een spatie. Ook kunt u naar pagina's zoeken die een exacte frase bevatten, door de trefwoorden tussen dubbele aanhalingstekens te plaatsen. Zoekresultaten Geeft de zoekresultaten weer van de pagina's die de opgegeven trefwoorden bevatten. Zoek in de resultaten naar de gewenste pagina en klik op de onderwerptitel van de pagina.
Bijlage Inzien Gebruikershandleiding 1CE2-081 Markeringen Waarschuwingen met betrekking tot veiligheid, beperkingen en waarschuwingen met betrekking tot de bediening van het apparaat, nuttige tips en andere informatie worden weergegeven met behulp van de onderstaande markeringen. Hiermee wordt een waarschuwing aangeduid voor handelingen die de dood of persoonlijk letsel tot gevolg kunnen hebben als ze niet juist worden uitgevoerd.
Bijlage In deze handleiding gebruikte schermen Afhankelijk van het besturingssysteem dat u gebruikt, kan de weergave van de displays in deze handleiding iets afwijken van de werkelijke displays. De weergave van het printerstuurprogramma en software kan ook variëren afhankelijk van hun versie. Illustraties in deze handleiding In de afbeeldingen van de tonercartridge in de Gebruikershandleiding wordt de Canon Cartridge 041 weergegeven.
Bijlage MEAP-applicaties beheren 1CE2-083 U kun MEAP-applicaties (software die de functies verbetert) op het apparaat installeren om verschillende features toe te voegen. U kunt de functies aan uw behoeften aanpassen, bijvoorbeeld om een verificatiesysteem met IC-cards te configureren of om drukwerk op basis van logboeken te beheren. Als u MEAP-applicaties wilt beheren, opent u het apparaat via een webbrowser. Voor meer informatie, zie Functiehandleiding voor MEAP Application Management .
Bijlage FTP-clients gebruiken 1CE2-084 U kunt een FTP-client gebruiken om een FTP-server van het apparaat te openen en om instellingen op te geven om een document af te drukken en om te netwerken. Afdrukken en instellingen kunnen worden met de opdrachtregel standaard in het besturingssysteem geïnstalleerd, hetgeen noch specifieke stuurprogramma's noch specifieke applicaties vraagt.
Bijlage Voorbereidingen voor het gebruik van de FTP-server 1CE2-085 De standaard fabrieksinstellingen verhinderen bewerkingen door FTP-clients; geef daarom instellingen op om de bewerkingen mogelijk te maken. 1 Start de externe UI en meld u aan in de managementstand. starten(P. 337) 2 Klik op [Instellingen/registratie]. 3 Klik op [Netwerk] 4 Klik op [Bewerken] in [FTP-instellingen]. [TCP/IP-instellingen].
Bijlage 5 Geef de vereiste instellingen op en klik op [OK]. [Gebruik FTP-afdrukken] Als u wilt afdrukken via de FTP-client, activeer dan het selectievakje. Anders moet u het uitschakelen. [FTP afdruk gebruikersnaam] Gebruik maximaal 24 alfanumerieke tekens voor de gebruikersnaam die wordt gebruikt om in te loggen op de FTP-server voor het verrichten van FTP Print. ● U kunt 'root' niet instellen.
Bijlage 6 Een harde reset uitvoeren. ● Klik op [Apparaatcontrole], selecteer [Harde reset] en klik vervolgens op [Uitvoeren]. ➠ De instellingen worden ingeschakeld nadat een harde reset is verricht. Het bedieningspaneel gebruiken ● Tevens kunt u de functie FTP Print en FTP-instellingen in- of uitschakelen in het instellingenmenu van het bedieningspaneel. FTP(P. 384) KOPPELINGEN Afdrukken via FTP-client (FTP Print)(P. 601) Instellingen via de FTP-client opgeven(P.
Bijlage Afdrukken via FTP-client (FTP Print) 1CE2-086 Documenten in TEXT/JPEG/TIFF indeling kunnen vanaf FTP-clients via het netwerk worden afgedrukt. Controleer vooraf het IP-adres dat op het apparaat is ingesteld ( Statusafdruk netwerk(P. 539) ). Als u twijfels hebt over het IP-adres, neem dan contact op met de netwerkbeheerder. 1 Start [Opdrachtprompt]. ● Open het menu [Start] en selecteer [Alle programma's] of [Programma's] [Bureau-accessoires] [Opdrachtprompt].
Bijlage 6 Voer 'bin' in en druk op de toets [ENTER]. ➠ De gegevensoverdrachtmodus wordt veranderd in de binaire modus. ● U moet de binaire modus ook opgeven als u een tekstdocument afdrukt. 7 Voer 'put ' in en druk op toets [ENTER]. ● Bijvoorbeeld: put voorbeeld.txt ➠ Het document wordt afgedrukt. 8 Voer 'quit' (afsluiten) in en druk op de toets [ENTER]. 9 Voer 'exit' (verlaten) in en druk op de toets [ENTER]. ➠ De opdrachtprompt wordt gesloten.
Bijlage Instellingen via de FTP-client opgeven 1CE2-087 U kunt instellingen opgeven, zoals de netwerkinstellingen van het apparaat, vanaf een FTP-client via een TCP/IP netwerk. Controleer vooraf het IP-adres dat op het apparaat is ingesteld ( Statusafdruk netwerk(P. 539) ). Als u twijfels hebt over het IP-adres, neem dan contact op met de netwerkbeheerder. 1 Start [Opdrachtprompt]. ● Open het menu [Start] en selecteer [Alle programma's] of [Programma's] [Bureau-accessoires] [Opdrachtprompt].
Bijlage 7 Bewerk het configuratiebestand in Kladblok of een vergelijkbare teksteditor.
Bijlage (Adres secundaire DNS-server) HOST_NAME (Hostnaam) Maximaal 47 alfanumerieke tekens 'Canon'+ 'Laagste 6 cijfers van MAC-adres' DOMAIN_NAME (Domeinnaam) Maximaal 47 alfanumerieke tekens (Leeg) DDNS_ENB (DNS Dynamic Update) ON, OFF OFF WINS_ENB (WINS-resolutie) ON, OFF OFF WINS_SERVER (WINS serveradres) IP-adres 0.0.0.
Bijlage SNTP_ENB (Gebruik SNTP) ON, OFF SNTP_ADDR (NTP servernaam) IP-adres of hostnaam SNTP_INTERVAL (Pollinginterval) 1 tot 48 (uur) 24 DISCOVERY_ENB (Reageren op Discovery) ON, OFF ON DISCOVERY_SCOPE_NAME (Bereiknaam) Maximaal 32 alfanumerieke tekens EMAIL_PRINT_ENB (POP3 RX) ON, OFF EMAIL_POP_ADDR (POP3 servernaam) Maximaal 48 alfanumerieke tekens (Leeg) EMAIL_POP_ACCOUNT (POP3 gebruikersnaam) Maximaal 32 alfanumerieke tekens (Leeg) EMAIL_POP_PASSWD (POP3 wachtwoord) Maximaal 32 alf
Bijlage IPV6_DNS_HOST_NAME_V6 (Hostnaam) Maximaal 47 alfanumerieke tekens 'Canon'+ 'Laagste 6 cijfers van MAC-adres' IPV6_DNS_DOMAIN_NAME_V6 (Domeinnaam) Maximaal 47 alfanumerieke tekens (Leeg) IPV6_DNS_DYNAMIC_SET (DNS Dynamic Update) ON, OFF OFF IPV6_DNS_STATELESS (Registreer stateless adres) ON, OFF OFF IPV6_DNS_MANUAL (Registreer handmatig adres) ON, OFF OFF IPV6_DNS_STATEFUL (Registreer stateful adres) ON, OFF OFF Menu SMB server (SMB instellingen) Objectnaam Instelwaarde Standaard
Bijlage SNMP_COMMUNITY2_ENB (Gebruik Community-naam 2) ON, OFF OFF SNMP_COMMUNITY2_ACCESS (Toegangspermissie MIB) RW (Lezen/schrijven), RO (Alleen lezen) RO SNMP_COMMUNITY2_NAME (Communitynaam 2) Maximaal 32 alfanumerieke tekens SNMP_V3_ENB (Gebruik SNMPv3) ON, OFF OFF SNMP_GET_PRT_MNG_INFO ON, OFF (Haal printerbeheerinformatie van host) OFF public2 Menu SPOOLER (spoolinstellingen) Objectnaam SPOOL_ENB (Gebruik Spooler) Instelwaarde Standaard fabrieksinstelling ON, OFF OFF Menu START TIMER
Bijlage 11 Voer 'quit' (afsluiten) in en druk op de toets [ENTER]. 12 Voer 'exit' (verlaten) in en druk op de toets [ENTER]. ➠ De opdrachtprompt wordt gesloten. KOPPELINGEN Netwerk(P.
Bijlage Overige 1CE2-088 In deze bijlage worden basisbewerkingen van Windows beschreven. De bijlage bevat verder disclaimers, auteursrechtinformatie en andere belangrijke informatie.
Bijlage Basisbewerkingen in Windows 1CE2-089 De printermap weergeven(P. 611) [Netwerkdetectie] inschakelen(P. 611) Printers weergeven die worden gedeeld op de printserver(P. 612) Een testpagina afdrukken in Windows(P. 612) De bitarchitectuur controleren(P. 613) De printerpoort controleren(P. 614) Bidirectionele communicatie controleren(P. 615) [Eigenschappen van LAN-verbinding] weergeven(P. 616) ◼ De printermap weergeven Windows Vista [Start] selecteer [Configuratiescherm] [Printer].
Bijlage Klik met de rechtermuisknop op [ ] selecteer [Configuratiescherm] [Netwerkstatus en taken bekijken] [Instellingen van geavanceerd delen veranderen] selecteer [Netwerk zoeken inschakelen] onder [Netwerk zoeken]. Windows Server 2008 [Start] selecteer [Configuratiescherm] inschakelen] onder [Netwerkdetectie]. dubbelklik op [Netwerkcentrum] selecteer [Netwerkdetectie ◼ Printers weergeven die worden gedeeld op de printserver 1 Open Windows Verkenner.
Bijlage 1 Plaats papierformaat A4 in de papierlade of de multifunctionele lade. Papier plaatsen(P. 38) 2 Open de printermap. 3 Klik met de rechtermuisknop op het printerpictogram en klik op [Eigenschappen van 4 Klik op [Testpagina afdrukken] in het tabblad [Algemeen]. De printermap weergeven(P. 611) printer] of [Eigenschappen]. ➠ De testpagina wordt afgedrukt.
Bijlage 1 Open het onderdeel [Configuratiescherm]. Windows Vista/7/Server 2008 [Start] selecteer [Configuratiescherm] Windows 8/Server 2012 Klik met de rechtermuisknop in de linkerbenedenhoek van het scherm selecteer [Configuratiescherm]. Windows 8.1/Server 2012 R2 Klik met de rechtermuisknop op [Start] selecteer [Configuratiescherm]. Windows 10 Ga naar stap 2. 2 Open het onderdeel [Systeem].
Bijlage 2 Klik met de rechtermuisknop op het printerpictogram en klik op [Eigenschappen van 3 Op het tabblad [Poorten] moet u controleren dat de poort correct is geselecteerd. printer] of [Eigenschappen]. ◼ Bidirectionele communicatie controleren 1 2 Open de printermap. De printermap weergeven(P. 611) Klik met de rechtermuisknop op het printerpictogram en klik op [Eigenschappen van printer] of [Eigenschappen].
Bijlage 3 Controleer dat het selectievakje [Ondersteuning in twee richtingen inschakelen] op het tabblad [Poorten] is ingeschakeld. ◼ [Eigenschappen van LAN-verbinding] weergeven Windows Vista 1 Selecteer [Configuratiescherm] in het menu [Start] en klik op [Netwerkstatus en -taken weergeven] 2 Rechtsklik op het pictogram [LAN-verbinding], selecteer vervolgens [Eigenschappen] in de keuzelijst. [Netwerkverbindingen beheren].
Bijlage Windows 8/Server 2012 1 Rechtsklik op de hoek linksonder van het scherm Selecteer [Configuratiescherm] en klik op [Netwerkstatus en -taken weergeven] [Adapterinstellingen wijzigen]. 2 Rechtsklik op het pictogram [LAN-verbinding], selecteer vervolgens [Eigenschappen] in de keuzelijst.
Bijlage Voorbeelden van lettertypen 1CE2-08A Met het menu Utilility kunt u lijsten met lettertypen afdrukken. Deze lijsten vormen een uitgebreid overzicht van alle lettertypen die momenteel beschikbaar zijn. Hierin vindt u de namen en afdrukvoorbeelden van de lettertypen die zijn opgeslagen op de printer. Schaalbare lettertypen (PCL)(P. 619) Schaalbare OCR-lettertypen (PCL) (P. 622) Bitmaplettertypen (PCL)(P.
Bijlage Schaalbare lettertypen (PCL) 619
Bijlage 620
Bijlage 621
Bijlage Schaalbare OCR-lettertypen (PCL) Bitmaplettertypen (PCL) 622
Bijlage Kennisgeving 1CE2-08C ◼ IPv6 Ready-logo De protocolset in dit apparaat heeft het IPv6 Ready-logo Phase-2 verkregen, vastgesteld door het IPv6 Forum. ◼ Productgegevens die verplicht zijn krachtens COMMISSIEVERORDENING (EG) nr. 801/2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1275/2008 Stroomverbruik van het product in netwerk-stand-by als bekabelde netwerkpoorten zijn aangesloten en alle draadloze netwerkpoorten zijn geactiveerd (indien deze tegelijkertijd beschikbaar zijn).
Bijlage Voor verdere informatie over recycling van dit product kunt u contact opnemen met uw plaatselijke gemeente, afvaldienst, officiële dienst voor klein chemisch afval of afvalstortplaats, of kunt u terecht op www.canon-europe.com/ weee, of www.canon-europe.com/battery. ◼ Environmental Information Reducing your environmental impact while saving money Power Consumption and Activation Time The amount of electricity a device consumes depends on the way the device is used.
Bijlage Java en alle op Java gebaseerde handelsmerken en logo's zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Oracle en / of diens dochterondernemingen. Adobe, PostScript en het PostScript-logo zijn geregistreerde handelsmerken ofwel handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen. Copyright © 2007 -08 Adobe Systems Incorporated. All rights reserved. Protected by U.S.
Bijlage ◼ Copyright Zonder vooraf verleende toestemming is volledige of gedeeltelijke vermenigvuldiging van de inhoud van dit document verboden.
SIL OPEN FONT LICENSE This Font Software is licensed under the SIL Open Font License, Version 1.1. This license is copied below, and is also available with a FAQ at: http://scripts.sil.org/OFL ----------------------------------------------------------SIL OPEN FONT LICENSE Version 1.
SIL OPEN FONT LICENSE 1) Neither the Font Software nor any of its individual components, in Original or Modified Versions, may be sold by itself. 2) Original or Modified Versions of the Font Software may be bundled, redistributed and/or sold with any software, provided that each copy contains the above copyright notice and this license.
Diensten van derden Als u via het PRODUCT diensten van derden gebruikt, moeten deze diensten aan onderstaande voorwaarden voldoen.
Software onderhevig aan overige licentievoorwaarden Raadpleeg de softwaretabel en de bijbehorende licentietermen hieronder voor meer informatie en bijbehorende licentievoorwaarden. Softwaretabel Softwarenamen Algemene voorwaarden van de licentie: Zie pagina Adobe PostScript 3 4 HttpClient2.0 Alpha1 Release 11 Crypto API 13 expat 14 J2ME 15 libjingle 16 MD4 17 NET-SNMP 18 OpenSSL 25 servlet.
Mocht u de broncode van de onderstaande software nodig hebben, dan kunt u een e-mail met de volgende informatie in het Engels of Japans sturen naar -Naam van het model dat u hebt aangeschaft. -ID-nummer van het product op het etiket aan de achterzijde van het apparaat. Raadpleeg de softwaretabel en de bijbehorende licentietermen hieronder voor meer informatie en bijbehorende licentievoorwaarden.
Adobe PostScript 3 Copyright 2007-2008 Adobe Systems Incorporated and its licensors. All rights reserved. Portions include software under the following terms: ______________________________________________________________________________________ This product contains either BSAFE and/or TIPEM software by RSA Security Inc. ______________________________________________________________________________________ Portions of Pool.c_Copyright 1987 - NeXT, Inc., and portions of Graphics.c_Copyright 1988 NeXT, Inc.
PROCUREMENT OF SUBSTITUTE GOODS OR SERVICES; LOSS OF USE, DATA, OR PROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWEVER CAUSED AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CONTRACT, STRICT LIABILITY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE.
This code is derived from software contributed to Berkeley by James A. Woods, derived from original work by Spencer Thomas and Joseph Orost. Redistribution and use in source and binary forms are permitted provided that the above copyright notice and this paragraph are duplicated in all such forms and that any documentation, advertising materials, and other materials related to such distribution and use acknowledge that the software was developed by the University of California, Berkeley.
Portions of this product are based on Modifications created from the Original Code known as the "Sablotron XSLT Processor". The Sablotron XSLT Processor is subject to the Mozilla Public License Version 1.1 (the "License"). You may obtain a copy of the License at http://www.mozilla.org/MPL/ Software distributed under the License is distributed on an "AS IS" basis, WITHOUT WARRANTY OF ANY KIND, either express or implied.
products derived from this software without specific prior written permission. THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY THE REGENTS AND CONTRIBUTORS "AS IS" AND ANY EXPRESS OR IMPLIED WARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE ARE DISCLAIMED.
EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO THE WARRANTIES OF MERCHANTABILITY, FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE AND NONINFRINGEMENT OF THIRD PARTY RIGHTS.
OR IMPLIED WARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE ARE DISCLAIMED.
HttpClient2.0 Alpha1 Release This product includes software developed by the Apache Software Foundation (http://www.apache.org/) and is subject to the following terms and conditions. Copyright (c) 2001 The Apache Software Foundation. All rights reserved. Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that the following conditions are met: 1.
NO WARRANTY THIS SOFTWARE IS PROVIDED "AS IS" AND ANY EXPRESSED OR IMPLIED WARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE ARE DISCLAIMED.
Crypto API COPYRIGHT INFORMATION Copyright (c) 2000 The Legion Of The Bouncy Castle (http://www.bouncycastle.
expat Copyright (c) 1998, 1999, 2000 Thai Open Source Software Center Ltd and Clark Cooper Copyright (c) 2001, 2002, 2003, 2004, 2005, 2006 Expat maintainers.
J2ME Software is a “commercial item,” as that term is defined in 48 C.F.R. 2.101 (Oct. 1995), consisting of “commercial computer software” and “commercial computer software documentation,” as such terms are used in 48 C.F.R. 12.212 (Sept. 1995). Consistent with 48 C.F.R. 12.212 and 48 C.F.R. 227.7202-1 through 227.7202-4 (June 1995), all U.S. Government End Users acquire Software with only those rights set forth herein.
libjingle Copyright 2004--2007, Google Inc. Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that the following conditions are met: 1. Redistributions of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer. 2.
MD4 "RSA Data Security, Inc.
NET-SNMP Various copyrights apply to this package, listed in various separate parts below. Please make sure that you read all the parts. Up until 2001, the project was based at UC Davis, and the first part covers all code written during this time. From 2001 onwards, the project has been based at SourceForge, and Networks Associates Technology, Inc hold the copyright on behalf of the wider Net-SNMP community, covering all derivative work done since then.
CMU AND THE REGENTS OF THE UNIVERSITY OF CALIFORNIA DISCLAIM ALL WARRANTIES WITH REGARD TO THIS SOFTWARE, INCLUDING ALL IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS.
OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWEVER CAUSED AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CONTRACT, STRICT LIABILITY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE. ---- Part 3: Cambridge Broadband Ltd. copyright notice (BSD) ----Portions of this code are copyright (c) 2001-2003, Cambridge Broadband Ltd. All rights reserved.
Copyright © 2003 Sun Microsystems, Inc., 4150 Network Circle, Santa Clara, California 95054, U.S.A. All rights reserved. Use is subject to license terms below. This distribution may include materials developed by third parties. Sun, Sun Microsystems, the Sun logo and Solaris are trademarks or registered trademarks of Sun Microsystems, Inc. in the U.S. and other countries.
---- Part 5: Sparta, Inc copyright notice (BSD) ----Copyright (c) 2003-2005, Sparta, Inc All rights reserved. Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that the following conditions are met: * Redistributions of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer.
modification, are permitted provided that the following conditions are met: * Redistributions of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer. * Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution.
* Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution. * The name of Fabasoft R&D Software GmbH & Co KG or any of its subsidiaries, brand or product names may not be used to endorse or promote products derived from this software without specific prior written permission.
OpenSSL OpenSSL License --------------/* ==================================================================== * Copyright (c) 1998-2011 The OpenSSL Project. All rights reserved. * * Redistribution and use in source and binary forms, with or without * modification, are permitted provided that the following conditions * are met: * * 1. Redistributions of source code must retain the above copyright * notice, this list of conditions and the following disclaimer. * * 2.
* * THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY THE OpenSSL PROJECT ``AS IS'' AND ANY * EXPRESSED OR IMPLIED WARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE * IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR * PURPOSE ARE DISCLAIMED.
* Copyright remains Eric Young's, and as such any Copyright notices in * the code are not to be removed. * If this package is used in a product, Eric Young should be given attribution * as the author of the parts of the library used. * This can be in the form of a textual message at program startup or * in documentation (online or textual) provided with the package.
* derivative of this code cannot be changed. i.e. this code cannot simply be * copied and put under another distribution licence * [including the GNU Public Licence.
servlet.jar 1. Java Platform Interface. Licensee may not modify the Java Platform Interface (JPI, identified as classes contained within the javax package or any subpackages of the javax package), by creating additional classes within the JPI or otherwise causing the addition to or modification of the classes in the JPI.
provided "AS IS," without a warranty of any kind. ALL EXPRESS OR IMPLIED REPRESENTATIONS AND WARRANTIES, INCLUDING ANY IMPLIED WARRANTY OF MERCHANTABILITY, FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE OR NON-INFRINGEMENT, ARE HEREBY EXCLUDED. 4. Termination. This License is effective until terminated. Licensee may terminate this License at any time by destroying all copies of Software. This License will terminate immediately without notice from Sun if Licensee fails to comply with any provision of this License.
Department's Table of Denial Orders.
Linux GNU GENERAL PUBLIC LICENSE Version 2, June 1991 Copyright (C) 1989, 1991 Free Software Foundation, Inc. 51 Franklin Street, Fifth Floor, Boston, MA 02110-1301, USA Everyone is permitted to copy and distribute verbatim copies of this license document, but changing it is not allowed. Preamble The licenses for most software are designed to take away your freedom to share and change it.
Finally, any free program is threatened constantly by software patents. We wish to avoid the danger that redistributors of a free program will individually obtain patent licenses, in effect making the program proprietary. To prevent this, we have made it clear that any patent must be licensed for everyone's free use or not licensed at all. The precise terms and conditions for copying, distribution and modification follow. TERMS AND CONDITIONS FOR COPYING, DISTRIBUTION AND MODIFICATION 0.
c) If the modified program normally reads commands interactively when run, you must cause it, when started running for such interactive use in the most ordinary way, to print or display an announcement including an appropriate copyright notice and a notice that there is no warranty (or else, saying that you provide a warranty) and that users may redistribute the program under these conditions, and telling the user how to view a copy of this License.
The source code for a work means the preferred form of the work for making modifications to it. For an executable work, complete source code means all the source code for all modules it contains, plus any associated interface definition files, plus the scripts used to control compilation and installation of the executable.
If any portion of this section is held invalid or unenforceable under any particular circumstance, the balance of the section is intended to apply and the section as a whole is intended to apply in other circumstances.
11. BECAUSE THE PROGRAM IS LICENSED FREE OF CHARGE, THERE IS NO WARRANTY FOR THE PROGRAM, TO THE EXTENT PERMITTED BY APPLICABLE LAW. EXCEPT WHEN OTHERWISE STATED IN WRITING THE COPYRIGHT HOLDERS AND/OR OTHER PARTIES PROVIDE THE PROGRAM "AS IS" WITHOUT WARRANTY OF ANY KIND, EITHER EXPRESSED OR IMPLIED, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE. THE ENTIRE RISK AS TO THE QUALITY AND PERFORMANCE OF THE PROGRAM IS WITH YOU.
GNU General Public License for more details. You should have received a copy of the GNU General Public License along with this program; if not, write to the Free Software Foundation, Inc., 51 Franklin Street, Fifth Floor, Boston, MA 02110-1301, USA. Also add information on how to contact you by electronic and paper mail.
glibc json-glib GNU LESSER GENERAL PUBLIC LICENSE Version 2.1, February 1999 Copyright (C) 1991, 1999 Free Software Foundation, Inc. 51 Franklin Street, Fifth Floor, Boston, MA 02110-1301 USA Everyone is permitted to copy and distribute verbatim copies of this license document, but changing it is not allowed. [This is the first released version of the Lesser GPL. It also counts as the successor of the GNU Library Public License, version 2, hence the version number 2.1.
the original version, so that the original author's reputation will not be affected by problems that might be introduced by others. Finally, software patents pose a constant threat to the existence of any free program. We wish to make sure that a company cannot effectively restrict the users of a free program by obtaining a restrictive license from a patent holder.
A "library" means a collection of software functions and/or data prepared so as to be conveniently linked with application programs (which use some of those functions and data) to form executables. The "Library", below, refers to any such software library or work which has been distributed under these terms.
function or table used by this function must be optional: if the application does not supply it, the square root function must still compute square roots.) These requirements apply to the modified work as a whole. If identifiable sections of that work are not derived from the Library, and can be reasonably considered independent and separate works in themselves, then this License, and its terms, do not apply to those sections when you distribute them as separate works.
especially significant if the work can be linked without the Library, or if the work is itself a library. The threshold for this to be true is not precisely defined by law. If such an object file uses only numerical parameters, data structure layouts and accessors, and small macros and small inline functions (ten lines or less in length), then the use of the object file is unrestricted, regardless of whether it is legally a derivative work.
For an executable, the required form of the "work that uses the Library" must include any data and utility programs needed for reproducing the executable from it. However, as a special exception, the materials to be distributed need not include anything that is normally distributed (in either source or binary form) with the major components (compiler, kernel, and so on) of the operating system on which the executable runs, unless that component itself accompanies the executable.
through you, then the only way you could satisfy both it and this License would be to refrain entirely from distribution of the Library. If any portion of this section is held invalid or unenforceable under any particular circumstance, the balance of the section is intended to apply, and the section as a whole is intended to apply in other circumstances.
16.
signature of Ty Coon, 1 April 1990 Ty Coon, President of Vice That's all there is to it! - 47 -
OSGi Release 4 Eclipse Public License - v 1.0 THE ACCOMPANYING PROGRAM IS PROVIDED UNDER THE TERMS OF THIS ECLIPSE PUBLIC LICENSE ("AGREEMENT"). ANY USE, REPRODUCTION OR DISTRIBUTION OF THE PROGRAM CONSTITUTES RECIPIENT'S ACCEPTANCE OF THIS AGREEMENT. 1.
and otherwise transfer the Contribution of such Contributor, if any, in source code and object code form. This patent license shall apply to the combination of the Contribution and the Program if, at the time the Contribution is added by the Contributor, such addition of the Contribution causes such combination to be covered by the Licensed Patents. The patent license shall not apply to any other combinations which include the Contribution. No hardware per se is licensed hereunder.
Each Contributor must identify itself as the originator of its Contribution, if any, in a manner that reasonably allows subsequent Recipients to identify the originator of the Contribution. 4. COMMERCIAL DISTRIBUTION Commercial distributors of software may accept certain responsibilities with respect to end users, business partners and the like.
EXCEPT AS EXPRESSLY SET FORTH IN THIS AGREEMENT, NEITHER RECIPIENT NOR ANY CONTRIBUTORS SHALL HAVE ANY LIABILITY FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPECIAL, EXEMPLARY, OR CONSEQUENTIAL DAMAGES (INCLUDING WITHOUT LIMITATION LOST PROFITS), HOWEVER CAUSED AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CONTRACT, STRICT LIABILITY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OR DISTRIBUTION OF THE PROGRAM OR THE EXERCISE OF ANY RIGHTS GRANTED HEREUNDER, EVEN IF ADVISED OF THE POSS
This Agreement is governed by the laws of the State of New York and the intellectual property laws of the United States of America. No party to this Agreement will bring a legal action under this Agreement more than one year after the cause of action arose. Each party waives its rights to a jury trial in any resulting litigation.
glib GNU LIBRARY GENERAL PUBLIC LICENSE Version 2, June 1991 Copyright (C) 1991 Free Software Foundation, Inc. 59 Temple Place, Suite 330, Boston, MA 02111-1307 USA Everyone is permitted to copy and distribute verbatim copies of this license document, but changing it is not allowed. [This is the first released version of the library GPL. It is numbered 2 because it goes with version 2 of the ordinary GPL.] Preamble The licenses for most software are designed to take away your freedom to share and change it.
or for a fee, you must give the recipients all the rights that we gave you. You must make sure that they, too, receive or can get the source code. If you link a program with the library, you must provide complete object files to the recipients so that they can relink them with the library, after making changes to the library and recompiling it. And you must show them these terms so they know their rights.
derivative of the original library, and the ordinary General Public License treats it as such. Because of this blurred distinction, using the ordinary General Public License for libraries did not effectively promote software sharing, because most developers did not use the libraries. We concluded that weaker conditions might promote sharing better. However, unrestricted linking of non-free programs would deprive the users of those programs of all benefit from the free status of the libraries themselves.
(which use some of those functions and data) to form executables. The "Library", below, refers to any such software library or work which has been distributed under these terms. A "work based on the Library" means either the Library or any derivative work under copyright law: that is to say, a work containing the Library or a portion of it, either verbatim or with modifications and/or translated straightforwardly into another language.
distribute such modifications or work under the terms of Section 1 above, provided that you also meet all of these conditions: a) The modified work must itself be a software library. b) You must cause the files modified to carry prominent notices stating that you changed the files and the date of any change. c) You must cause the whole of the work to be licensed at no charge to all third parties under the terms of this License.
your rights to work written entirely by you; rather, the intent is to exercise the right to control the distribution of derivative or collective works based on the Library. In addition, mere aggregation of another work not based on the Library with the Library (or with a work based on the Library) on a volume of a storage or distribution medium does not bring the other work under the scope of this License. 3.
5. A program that contains no derivative of any portion of the Library, but is designed to work with the Library by being compiled or linked with it, is called a "work that uses the Library". Such a work, in isolation, is not a derivative work of the Library, and therefore falls outside the scope of this License.
You must give prominent notice with each copy of the work that the Library is used in it and that the Library and its use are covered by this License. You must supply a copy of this License. If the work during execution displays copyright notices, you must include the copyright notice for the Library among them, as well as a reference directing the user to the copy of this License.
which the executable runs, unless that component itself accompanies the executable. It may happen that this requirement contradicts the license restrictions of other proprietary libraries that do not normally accompany the operating system. Such a contradiction means you cannot use both them and the Library together in an executable that you distribute. 7.
Library), you indicate your acceptance of this License to do so, and all its terms and conditions for copying, distributing or modifying the Library or works based on it. 10. Each time you redistribute the Library (or any work based on the Library), the recipient automatically receives a license from the original licensor to copy, distribute, link with or modify the Library subject to these terms and conditions.
impose that choice. This section is intended to make thoroughly clear what is believed to be a consequence of the rest of this License. 12. If the distribution and/or use of the Library is restricted in certain countries either by patents or by copyrighted interfaces, the original copyright holder who places the Library under this License may add an explicit geographical distribution limitation excluding those countries, so that distribution is permitted only in or among countries not thus excluded.
WARRANTY FOR THE LIBRARY, TO THE EXTENT PERMITTED BY APPLICABLE LAW. EXCEPT WHEN OTHERWISE STATED IN WRITING THE COPYRIGHT HOLDERS AND/OR OTHER PARTIES PROVIDE THE LIBRARY "AS IS" WITHOUT WARRANTY OF ANY KIND, EITHER EXPRESSED OR IMPLIED, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE. THE ENTIRE RISK AS TO THE QUALITY AND PERFORMANCE OF THE LIBRARY IS WITH YOU.
This library is free software; you can redistribute it and/or modify it under the terms of the GNU Library General Public License as published by the Free Software Foundation; either version 2 of the License, or (at your option) any later version. This library is distributed in the hope that it will be useful, but WITHOUT ANY WARRANTY; without even the implied warranty of MERCHANTABILITY or FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE. See the GNU Library General Public License for more details.
notice, this list of conditions and the following disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution. * Neither the name of the University of Cambridge nor the name of Google Inc. nor the names of their contributors may be used to endorse or promote products derived from this software without specific prior written permission.
* ACTION OF CONTRACT, TORT OR OTHERWISE, ARISING FROM, OUT OF OR IN * CONNECTION WITH THE SOFTWARE OR THE USE OR OTHER DEALINGS IN THE * SOFTWARE.