Quick Start Guide

110
Beeldenverzendennaareengeregistreerdewebservice
3
Selecteer [ ].
Voerstap2-3uitbij‘Beeldennaareen
smartphoneimporteren’(
=
99)enkies
[ ].Drukvervolgensopde
knop[ ].
4
Maak verbinding met een
toegangspunt.
Drukopdeknoppen[ ][ ]ofdraaide
regelaar[
]om[Veriëren]teselecteren
endrukvervolgensopdeknop[
].
Maakverbindingmethettoegangspunt
zoalsbeschrevenindestappen4-6
in‘Eenandertoegangspuntgebruiken’
(
=
107).
Zodradecameraisverbondenmet
CANONiMAGEGATEWAYviahet
toegangspunt,wordteenvericatiecode
weergegeven.
Houddezeschermweergaveaanen
beschikbaarvoorweergavetotdatstap5
isvoltooid.
5
Voer de vericatiecode in.
Voeropdesmartphoneofcomputerde
vericatiecodeindiewordtweergegeven
opdecameraengaverdermetde
volgendestap.
Erverschijnteenzescijferig
bevestigingsnummerophetscherm.
6
Controleer de bevestigingsnummers
om het instellingsproces te voltooien.
Drukophettweedeschermbijstap4
opdeknoppen[
][ ]ofdraaide
regelaar[
]om[OK]teselecteren.
Drukvervolgensopdeknop[
]omhet
bevestigingsnummerweertegeven.
Zorgervoordathetbevestigingsnummer
opdecameraovereenkomtmethet
nummeropdesmartphoneofcomputer.