Quick Start Guide

78
In de modus <C> kunt u de volgende opnamefuncties instellen: (1)
Sfeeropnamen, (2) Achtergrondvervaging, (3) Transportmodi en (4)
Ingebouwde flitser gebruiken. De standaardinstellingen zijn hetzelfde
als in de modus <A>.
* CA staat voor Creative auto.
1
Stel het programmakeuzewiel
in op <C>.
2
Druk op de knop <Q> (7).
X Het scherm Snel instellen wordt
weergegeven.
3
Stel de gewenste functie in.
Druk op de pijltjestoetsen <W> en
<X> of <Y> en <Z> om een
functie te selecteren.
X De instellingen van de geselecteerde
functie en Uitleg (pag. 69) worden
weergegeven.
Zie pagina 79-81 voor de
instellingsprocedure en meer
informatie over de diverse functies.
4
Maak de opname.
Druk de ontspanknop helemaal in
om een opname te maken.
C Creatieve automatische opnamen