Quick Start Guide
129
i De transportmodus selecteren
o: De maximale snelheid bij continue opname van circa 7,0 opnamen/
seconde wordt bereikt onder de volgende omstandigheden*: bij 1/500
seconde of kortere sluitertijd, bij maximaal diafragma (afhankelijk van de
lens), Antiknipperopname ingesteld op Uitschakelen, met een volledig
opgeladen LP-E6N en bij kamertemperatuur (23° C). De snelheid van
continue opname neemt mogelijk af op basis van de sluitertijd, het
diafragma, de omstandigheden van het onderwerp, de helderheid,
de lens, het gebruik van de flitser, de temperatuur, het accutype,
het resterende accuniveau, enzovoort.
* Wanneer de AF-modus is ingesteld op 1-beeld AF en de Image Stabilizer
(beeldstabilisatie) is uitgeschakeld bij gebruik van de volgende objectieven:
EF300mm f/4L IS USM, EF28-135mm f/3.5-5.6 IS USM, EF75-300mm f/4-5.6
IS USM, EF100-400mm f/4.5-5.6L IS USM.
Als <B> of <M> wordt ingesteld, is de vertraging tussen het volledig
indrukken van de ontspanknop en het maken van de opname iets langer
dan normaal.
Bij Live View-opnamen kunnen <B> en <M> niet worden ingesteld.
De continue opnamesnelheid kan langzamer worden als het resterende
accuniveau laag is of als u opnamen maakt bij weinig licht.
Bij het gebruik van AI Servo AF neemt de snelheid voor continue
opname mogelijk enigszins af. Dit is afhankelijk van het onderwerp en de
gebruikte lens.
Als u batterijgreep BG-E14 gebruikt (afzonderlijk verkrijgbaar) en AA/
R6-batterijen kan de snelheid van continue opname met hoge snelheid
lager zijn.
Indien u [z4: Antiknipperopname] instelt op [Inschakelen] (pag. 152)
en u opnamen maakt bij een flikkerende lichtbron, kan de snelheid van
continue opnamen iets lager liggen of kan het interval van continue
opnamen onregelmatig worden.
Als het interne geheugen tijdens continue opname vol raakt, kan de
continue opnamesnelheid aanzienlijk afnemen omdat tijdelijk geen
opnamen meer kunnen worden gemaakt.










