Quick Start Guide

107
Opname via licht of scènetype
4
Selecteer met Quick Control het
type verlichting of scène.
Druk op de knop <Q> (7).
Druk op de pijltjestoetsen <
W
> en <
X
>
om [
e
Standaardinstellingen
] te
selecteren. [
Licht-/scèneopnamen
]
wordt weergegeven op het scherm.
Druk op de pijltjestoetsen <
Y
> <
Z
>
om het type licht of scène te selecteren.
X De resulterende opname met het
geselecteerde licht- of scènetype
dat wordt weergegeven.
5
Maak de opname.
Druk de ontspanknop helemaal in om
een opname te maken.
Druk op de knop <
0
> om de Live
view-modus te verlaten en weer via de
zoeker te fotograferen. Druk vervolgens
de ontspanknop helemaal in om de
opname te maken.
Als u de opnamemodus wijzigt of de
aan-uitschakelaar op <2> instelt,
wordt de [eStandaardinstellingen]
hersteld.
Als u de flitser gebruikt, gaat de instelling over op [
e
Standaardinstelling
].
(In de opname-informatie wordt echter het ingestelde licht- of scènetype
weergegeven.)
Als u deze functie samen met [
Sfeeropnamen
] wilt instellen, kiest u de
lichtomstandigheden of het scènetype dat het beste past bij de sfeer die u hebt
ingesteld. Wanneer u bijvoorbeeld [
Zonsondergang
] hebt gekozen, worden
warme kleuren benadrukt. Dit past wellicht niet bij de sfeer die u hebt ingesteld.
Als u niet wilt dat het Live View-beeld tijdens het instellen van functies wordt
weergegeven, drukt u na stap 1 op de knop <Q> en stelt u [Licht-/
scèneopnamen] in.