Operation Manual
211
Bij gebruik van de ingebouwde flitser of een externe Speedlite uit de EX-serie die
compatibel is met de flitsfunctie-instellingen, kunt u het menuscherm van de camera
gebruiken om de functies en persoonlijke voorkeuzen van de Speedlite in te stellen.
Als u een externe Speedlite gebruikt, bevestigt u deze op de
camera en schakelt u de Speedlite in voordat u begint met deze
instellingen. Zie de instructiehandleiding van de externe Speedlite
voor meer informatie over flitsfuncties van de Speedlite.
1
Selecteer [Flitsbesturing].
Selecteer op het tabblad [z2] de
optie [Flitsbesturing] en druk
vervolgens op <0>.
Het scherm voor flitsbesturing wordt
weergegeven.
2
Selecteer het gewenste item.
Selecteer de menuoptie die u wilt
instellen en druk op <0>.
Om flitsfotografie in te schakelen, stelt u
[
Inschakelen
] in. Als u alleen het AF-hulplicht
wilt gebruiken, stelt u [
Uitschakelen
] in.
Voor normale flitsbelichtingen stelt u deze
optie in op [
Evaluatief
]. Als [
Gemiddeld
]
is ingesteld, wordt het gemiddelde van
de gehele gemeten scène berekend.
Afhankelijk van de scène kan
flitsbelichtingscorrectie nodig zijn. Deze
instelling is voor geavanceerde gebruikers.
3 De flitsfunctie instellenN
Flitsen
E-TTL II-flitslichtmeting
Als het moeilijk is om scherp te stellen bij weinig licht, is het mogelijk dat de flitser meerdere
keren flitst (AF-hulplicht, pag. 121), zelfs wanneer [
Flitsen
] is ingesteld op [
Uitschakelen
].










