Operation Manual
262
3 Scherpstellen met AF
Het geselecteerde zone-AF-kader wordt voor scherpstellen gebruikt.
Het AF-gebied is groter dan met [Live één punt AF].
1
Geef het Live View-beeld weer.
Druk op de knop <A>.
Het Live View-beeld wordt op het
LCD-scherm weergegeven.
Het zone-AF-kader wordt
weergegeven.
2
Selecteer het AF-punt.
Druk op de pijltjestoetsen <W> en
<X> of <Y> en <Z> om een zone
te selecteren. Druk op <0> of de
knop <L> om terug te keren naar de
middelste zone.
U kunt ook op het LCD-scherm tikken
om het zone-AF-kader te verplaatsen.
3
Stel scherp op het onderwerp.
Richt het zonekader op het
onderwerp en druk de ontspanknop
half in.
Als de scherpstelling is bereikt,
wordt het AF-punt groen en klinkt er
een pieptoon.
Als de scherpstelling niet wordt
bereikt, wordt het zonekader oranje.
Soepel zone: o
Zone-AF-kader










