Quick Start Guide

Lees-/
schrijfindicator
<O>
Knop voor diafragma/
belichtingscompensatie
<A> Knop voor Live view-/
filmopnamen
<S> Knop voor
AF-puntselectie
<A> Knop voor
AE-vergrendeling
<0> Instelknop
<S>
Pijltjestoetsen
<Q> Knop Snel instellen
Namen van onderdelen
Focusinstellingsknop
Ontspan-
knop
ProgrammakeuzewielAan-uitschakelaar
<i> Knop voor
ISO-snelheid
<D>
Flits-knop
<6>
Hoofdinstelwiel
Opname
Sluitertijd
ISO-snelheid
Diafragma
Opnamemodus
Maximumaantal
opnamen
Auto Lighting Optimizer
(Auto optimalisatie
helderheid
)
Instellingen
ingebouwde flitser
Meetmethode
Witbalans
Opnamekwaliteit
Indicator
belichtingsniveau
Transportmodus
Batterijniveau
zxcn
Vol Leeg
Monochroomopnamen
Flitsbelichtings-
compensatie
Sluitertijd
Zoekerinformatie
Opname-instellingen
ISO-snelheid
AF-punten
Indicator voor AF-puntactivatie <•>
Spotmetings-
cirkel
Focusbevestigings-
lampje
Diafragma
Max. opnamereeks
Belichtings-
vergrendeling
Flitser gereed
Indicator belichtingsniveau
Beeldstijl
AF-bediening
Pictogram Snel
instellen
Basismodi
Indien nodig komt de ingebouwde flitser bij weinig licht of
tegenlicht automatisch omhoog en gaat deze automatisch
af (behalve in de modi <7> <3> <5> <F> <G>).
D De ingebouwde flitser gebruiken
Creatieve modi
Druk op de knop <D> om de
ingebouwde flitser tevoorschijn te
laten komen en maak daarna de
opname.
A
Automatisch/scène
7
Flitser uit
C
Automatisch/creatief
2
Portret
3
Landschap
4
Close-up
5
Sport
8 Speciale scène
6
Nacht portret
F
Nachtopnamen uit hand
G
HDR-tegenlicht
Alle opname-instellingen worden
automatisch ingesteld.
U hoeft alleen de ontspanknop in te
drukken; de camera doet de rest.
Basismodi
B
a
s
i
s
m
o
d
i
Druk in de positie <8> op de knop <Q>, selecteer het
pictogram van de opnamemodus met de toets <S> en draai
aan het instelwiel <6> om de opnamemodus in te stellen.
Stel het programmakeuzewiel in op <d>.
U kunt de camera-instellingen
naar wens aanpassen om
verschillende opnamen te maken.
De camera stelt de sluitertijd en diafragmawaarde
automatisch hetzelfde in als in de modus <A>.
Creatieve modi
d: AE-programma
Stel het programmakeuzewiel in op <
s
>.
Stel het instelwiel <
6
> in op de gewenste
sluitertijd en stel scherp op het onderwerp.
Het diafragma wordt automatisch ingesteld.
Als de diafragmawaarde op het scherm
knippert, draait u aan het instelwiel
<
6
> totdat het knipperen stopt.
Stel het programmakeuzewiel in op <
f
>.
Draai het instelwiel <
6
> naar de
gewenste diafragmawaarde en
stel scherp op het onderwerp.
De sluitertijd wordt automatisch ingesteld.
Als de sluitertijd op het scherm
knippert, draait u aan het instelwiel
<
6
> totdat het knipperen stopt.
s: AE met sluitervoorkeur
f: AE met diafragmavoorkeur
C
r
e
a
t
i
e
v
e
m
o
d
i
Druk op de knop <S>.
Druk op de toets <S> om het
AF-punt te selecteren.
Als u in de zoeker kijkt, kunt u
het AF-punt selecteren door aan
het instelwiel <6> te draaien
tot het gewenste AF-punt rood
knippert.
Wanneer u op <0> drukt,
wordt er geschakeld tussen het
middelste AF-punt en
automatische AF-puntselectie.
S AF-puntN
Stel de focusinstellingsknop op
het objectief in op <f>.
Druk op de knop <Zf>.
Druk op de toets <U> of draai
aan het instelwiel <6> om de
AF-bediening te selecteren en
druk vervolgens op <0>.
X(1-beeld AF):
Voor niet-bewegende onderwerpen
9(AI Focus AF):
De AF-bediening wisselt automatisch
Z(AI Servo AF):
Voor bewegende onderwerpen
f: AF-bedieningN
Druk op de knop <i>.
Druk op de toets <U> of draai
aan het instelwiel <6> om de
gewenste ISO-snelheid te
selecteren en druk vervolgens op
<0>.
Wanneer [AUTO] is geselecteerd,
wordt de ISO-snelheid
automatisch ingesteld. Wanneer
u de ontspanknop half indrukt,
wordt de huidige ISO-snelheid
weergegeven.
i: ISO-snelheidN
Druk op de knop <YiQ>.
Druk op de toets <U> of draai
aan het instelwiel <6> om de
transportmodus te selecteren en
druk vervolgens op <0>.
u : Enkelbeeld
i : Continue opname
Q : Zelfontsp.:10sec/
Afstandsbed.
l : Zelfontspanner:2 sec.
q : Zelfontspanner:Continu
i Transportmodus
Temperatuur Geen flits 50% flits
Bij 23 °C Circa 200 opnamen Circa 180 opnamen
Druk op de knop <A> om het
Live view-beeld weer te geven.
A Live view-opname
Druk de ontspanknop half in om
scherp te stellen.
Druk de ontspanknop helemaal in
om een opname te maken.
Gebruiksduur batterij bij Live view-opname
Temperatuur Geen flits 50% flits
Bij 23 °C Circa 200 opnamen Circa 180 opnamen
A Live view-opname
k Filmopnamen
Zet de aan-uitschakelaar op
<k>.
Draai het programmakeuzewiel
naar een andere opnamemodus
dan <a>.
Druk op de knop <A> om een
filmopname te starten.
Druk nogmaals op <A> om de
filmopname te stoppen.
Filmopname
Microfoon