Operation Manual

64
i: De ISO-waarde instellenN
Richtlijnen voor de ISO-waarde
Als de ISO-waarde wordt ingesteld op "
Auto
",
wordt de in te stellen werkelijke ISO-waarde
weergegeven wanneer u de ontspanknop half
indrukt. Zoals hieronder wordt aangegeven,
wordt de ISO-waarde automatisch aangepast
aan de opnamemodus.
* Indien invulflitsen tot overbelichting leidt, wordt ISO 100 of een hogere ISO-
waarde ingesteld.
ISO snelheid
Opnamesituatie
(Geen flits)
Flitsbereik
100 - 200 Zonnig, buiten
Hoe hoger de ISO-waarde,
des te groter het flitserbereik
(pag. 108).
400 - 800 Bewolkt, avond
1600 - 3200, H1, H2 Donker binnen of avond
ISO-waarde "A" (Auto)
Als [
8
C.Fn II -3: Lichte tonen prioriteit
] is ingesteld op [
1: Inschakelen
],
kunnen ISO-waarden van 200 t/m 3200 worden ingesteld (pag. 177).
Als u een hoge ISO-waarde gebruikt of opnamen maakt bij hoge temperaturen,
kunnen de opnamen er korreliger uitzien. Lange belichtingstijden kunnen ook
afwijkende kleuren in de opname tot gevolg hebben.
Wanneer [8C.Fn I -3: ISO vergroten] is ingesteld op [1: Aan], kunnen
"H1" (gelijk aan ISO 6400) en "H2" (gelijk aan ISO 12800) ook worden
ingesteld (pag. 174).
Opnamemodus Instelling ISO-waarde
1/3/4/5/6/7/
C/d/s/f/8
ISO 100 - 1600
2 Vastgesteld op ISO 100
a Vastgesteld op ISO 400
Met flitser Vastgesteld op ISO 400*