Operation Manual

52
Voor een goede belichting van het on
derwerp, wordt de belichting (sluitertijd
en diafragma) door de camera automatisch ingesteld. Dit heet AE-programma.
1
Stel het programmakeuzewiel
in op <d>.
2
Maak de opname.
Stel scherp op het onderwerp en
druk de ontspanknop helemaal in.
X De opname wordt ongeveer
2 seconden op het LCD-scherm
weergegeven.
Controleer de sluitertijd in de zoeker.
Wanneer u de ontspanknop half indrukt, toont de zoeker onderaan
de sluitertijd van 30" tot 4000 (30 - 1/4000 sec.). Hoe donkerder het
is, hoe lager het getal (dus een langere sluitertijd). Bij een langere
sluitertijd is er meer kans op bewegingsonscherpte.
Over het algemeen geldt dat er bewegingsonscherpte kan ontstaan
als de sluitertijd langer is (lager getal) dan de omgekeerde waarde
van de brandpuntsafstand met 1,6 vermenigvuldigd (1,6 geldt voor
digitale camera's met een bepaald formaat beeldsensor).
De sluitertijd die minimaal nodig is om bewegingsonscherpte tegen
te gaan, zou dan als volgt kunnen worden berekend: bij een
brandpuntsafstand van 55 mm is met 55 x 1,6 = 80 de minimaal
vereiste sluitertijd 1/80. Als de sluitertijd langer is dan deze waarde,
moet de ISO-waarde (pag. 53) worden verhoogd, of de flitser
worden gebruikt (pag. 54).
U kunt zelf het programma aanpassen. (Programmakeuze)
Nadat u de ontspanknop half hebt ingedrukt, draait u het
programmakeuzewiel <
6
> om de combinatie van de sluitertijd en het
ingestelde diafragma (het programma) te wijzigen.
d: AE-programma
Opnametips
Bij zeer slecht of zeer fel licht, knippert de
belichtingsinstelling wanneer u de ontspanknop half
indrukt, zoals afgebeeld. Bij slecht licht kunt u daarom het
beste de ISO-waarde verhogen (pag. 53) of de flitser
gebruiken (pag. 54). Verlaag de ISO-waarde als het licht
helder is.