Extra Information

52
Opnamen overbrengen
4
Selecteer [Beeldf. wijz.].
Stel deze in als dit nodig is.
Selecteer op het getoonde scherm
een beeldformaat en druk vervolg
ens
op <0>.
5
Selecteer [Verzend.].
Selecteer [Verzend.] en druk op
<0>.
De geselecteerde opnamen worden
verzonden. W
anneer de overdracht is
voltooid, wordt het scherm van stap 1
weer weergegeven.
Als u daarna nog meer opnamen wilt
ver
zenden, herh
aalt u stap 1 t/m 5.
6
Verbreek de verbinding.
Druk op de knop <M> om het
bevestigingsdialoogvenster weer te
geven. Selecteer [OK] en druk
vervolgens op <0> om de
verbinding te verbreken.
Het scherm [W
i-F
i-functie] verschijnt
weer.