CANON INC. 30-2 Shimomaruko 3-chome, Ohta-ku, Tokyo 146-8501, Japan Europa, Afrika & Midden-Oosten CANON EUROPA N.V. PO Box 2262, 1180 EG Amstelveen, Nederland Raadpleeg uw garantiekaart of ga naar www.canon-europe.com/Support voor informatie over het dichtstbijzijnde Canon-kantoor Dit product en de hieraan gekoppelde garantie worden in landen in Europa geleverd door Canon Europa N.V. De objectieven en accessoires die in deze instructiehandleiding worden genoemd, zijn actueel in januari 2014.
Inleiding De EOS 1200D is een hoogwaardige digitale spiegelreflexcamera met een uiterst nauwkeurige CMOS-sensor van circa 18,0 effectieve megapixel, DIGIC 4, uiterst nauwkeurige en snelle scherpstelling met 9 AF-punten, continu-opnamen met circa 3,0 beelden per seconde, Live view-opnamen en movie-opnamen in Full High-Definition (Full HD). De camera reageert uitermate snel bij alle opnamesituaties en biedt tal van geavanceerde opnamefuncties.
Controlelijst onderdelen Controleer voordat u begint of alle onderstaande onderdelen van de camera aanwezig zijn. Neem contact op met uw dealer als er iets ontbreekt. Camera Accu LP-E10 (met beschermdeksel) Acculader LC-E10/LC-E10E* (met oogschelp en cameradop) Brede draagriem Interfacekabel * Acculader LC-E10 of LC-E10E is meegeleverd. (Bij de LC-E10E wordt een netsnoer geleverd.) De meegeleverde instructiehandleiding en dvd-/cd-roms worden op de volgende pagina vermeld.
Instructiehandleiding en dvd-/cd-roms De instructiehandleiding bestaat uit een boekje en elektronische handleidingen (als pdf-bestand op de dvd-rom). Basisinstructiehandleiding (dit document) In de basisinstructiehandleiding worden de basisbediening en -functies uitgelegd. Raadpleeg de EOS Camera Instruction Manuals Disk (dvd-rom) voor gedetailleerde instructies. EOS Camera Instruction Manuals Disk XXX CEL-XXX XXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX © CA . e EU NON IN C. 20XX.
Compatibele geheugenkaarten De volgende geheugenkaarten, ongeacht de capaciteit, kunnen in de camera worden gebruikt: als de kaart nieuw is of eerder is geformatteerd met een andere camera of computer, wordt het aanbevolen dat u de kaart met deze camera formatteert (pag. 42).
Verkorte handleiding 1 Plaats de accu (pag. 24). 2 Plaats een kaart (pag. 24). 3 Zie pagina 22 voor meer informatie over het opladen van de accu. Plaats de kaart in de sleuf met de etiketzijde naar de achterzijde van de camera gericht. Witte markering Rode markering Bevestig het objectief (pag. 32). Plaats de witte of rode markering op het objectief op gelijke hoogte met de markering van dezelfde kleur op de camera. 4 Zet de scherpstelmodusknop op het objectief op (pag. 32).
Verkorte handleiding 6 Stel het programmakeuzewiel in op (Scene Intelligent Auto) (pag. 48). Alle camera-instellingen worden automatisch ingesteld. 7 Stel scherp op het onderwerp (pag. 37). 8 Maak de opname (pag. 37). 9 Bekijk de opname. Kijk door de zoeker en richt het midden van de zoeker op het onderwerp. Druk de ontspanknop half in; de camera stelt vervolgens scherp op het onderwerp. Indien nodig komt de ingebouwde flitser automatisch tevoorschijn.
Symbolen en afspraken die in deze handleiding worden gebruikt Pictogrammen in deze handleiding <6> : Het hoofdinstelwiel. : De pijltjestoetsen naar boven, beneden, links en rechts. <0> : De instelknop. 0, 9, 7, 8 : Hiermee wordt aangeduid dat de desbetreffende functie, nadat u de knop hebt losgelaten, respectievelijk 4, 6, 10 of 16 seconden actief blijft.
Inhoud Inleiding 2 Controlelijst onderdelen .................................................................... 3 Instructiehandleiding en dvd-/cd-roms ..............................................4 Compatibele geheugenkaarten......................................................... 5 Verkorte handleiding .........................................................................6 Symbolen en afspraken die in deze handleiding worden gebruikt ......... 8 Tips en waarschuwingen voor het gebruik.............
Inhoud 2 Basisfuncties voor het maken en weergeven van opnamen 47 A Volautomatisch opnamen maken (Scene Intelligent Auto) ...... 48 A Volautomatische technieken (Scene Intelligent Auto).............. 51 7 De flitser uitschakelen .............................................................. 53 C Creative Auto-opnamen ........................................................... 54 2 Portretfoto's maken ................................................................... 57 3 Landschapsfoto's maken.........
Inhoud 5 Opnamen weergeven 83 x Snel opnamen zoeken .............................................................. 84 u/y Vergrote weergave ............................................................... 85 k Movies afspelen........................................................................86 L Opnamen wissen .......................................................................
Tips en waarschuwingen voor het gebruik Omgaan met de camera Deze camera is een precisie-instrument. Laat de camera niet vallen en stel deze niet bloot aan fysieke schokken. De camera is niet waterdicht en kan niet onder water worden gebruikt. Neem direct contact op met het dichtstbijzijnde Canon Service Center als u de camera per ongeluk in het water laat vallen. Droog de camera af met een schone, droge doek als er waterspatten op zijn gekomen.
Tips en waarschuwingen voor het gebruik Als de camera langere tijd niet is gebruikt, test u alle functies voordat u de camera weer gaat gebruiken. Als u de camera langere tijd niet hebt gebruikt en opnamen wilt gaan maken van een belangrijke gebeurtenis, bijvoorbeeld een reis naar het buitenland, is het raadzaam de camera te laten controleren door uw Canon-dealer of zelf te controleren of de camera goed functioneert.
Nomenclatuur Programmakeuzewiel (pag. 18) Ingebouwde flitser/AF-hulplicht Aan-uitschakelaar (pag. 27) Markering EF-objectiefvatting (pag. 32) Flitsknop Markering EF-S-objectiefvatting (pag. 32) Contactpunten voor flitssynchronisatie <6> Hoofdinstelwiel Flitsschoen Microfoon (pag. 78) Ontspanknop (pag. 37) Scherpstelvlakmarkering (pag. 59) Luidspreker (pag. 86) Rode-ogenreductie/ Zelfontspanner lampje Bevestigingspunt draagriem (pag. 21) Greep Spiegel Contactpunten (pag.
Nomenclatuur Knop voor Live view-opnamen/ movie-opnamen (pag. 68/78) Knop voor dioptrische aanpassing (pag. 36) Oogschelp Display-knop (pag. 44, 65, 70 en 79) Knop voor AEvergrendeling/FEvergrendeling/index/ verkleinen (pag. 84/85) Zoekeroculair Knop voor AF-punt/ AF-puntselectie/ vergroten (pag. 85) LCD-scherm (pag. 40) Aansluitpunt DC-snoer Knop voor diafragma/belichtingscorrectie/ Wisknop (pag. 88) Quick Control knop (pag. 38) Kaartsleuf-/accucompartimentklepje (pag.
Nomenclatuur Opname-instellingen (in creatieve modi, pag. 18) c Instelwielwijzer Opnamemodus Indicator belichtingsniveau Belichtingscorrectie-waarde AEB-bereik Sluitertijd Diafragma Auto Lighting Optimizer (Auto optimalisatie helderheid) ISO-snelheid Lichte tonen prioriteit y Flitsbelichtingscorrectie 0 Flitsbelichtingscorrectie externe flitser Beeldstijl AF-bediening X: 1-beeld AF 9: AI Focus AF Z: AI Servo AF MF: handmatige scherpstelling Quick Control-pictogram (pag. 38 en 63) Accuniveau (pag.
Nomenclatuur Zoekerinformatie Indicator voor AF-puntactivatie <•> Matglas AF-punten ISO-snelheid Witbalanscorrectie Scherpstelbevestigingslampje AEvergrendeling/ AEB actief Flitser gereed Waarschuwing voor onjuiste FEvergrendeling Snelle synchronisatie (FP-flits) FE-vergrendeling/ FEB actief Flitsbelichtingscorrectie Max.
Nomenclatuur Programmakeuzewiel Op het programmakeuzewiel vindt u de basismodi, de creatieve modi en de movie-opnamemodus. Creatieve modi Met deze modi is het eenvoudiger om verschillende onderwerpen vast te leggen. d : AE-programma s : AE met sluitertijdvoorkeuze f : AE met diafragmavoorkeuze a : Handmatige belichting Basismodi U hoeft alleen maar de ontspanknop in te drukken. De camera stelt alles in en zorgt dat de instellingen zijn afgestemd op het onderwerp of de scène.
Nomenclatuur Objectief Objectief zonder afstandsschaal Scherpstelring Scherpstelmodusknop (pag. 32) Zoomring (pag. 33) Bevestiging zonnekap (pag. 34) Zoompositiemarkering Filterdraad (voorkant objectief) Schakelaar voor Image Stabilizer (beeldstabilisatie) (pag. 35) Contactpunten (pag. 13) Markering objectiefvatting (pag.
Nomenclatuur Acculader LC-E10 Lader voor accu LP-E10 (pag. 22). Stekker Laadlampje Lampje 'volledig opgeladen' Accucompartiment BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES - BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. GEVAAR - VOLG DEZE INSTRUCTIES NAUWKEURIG OM HET RISICO VAN BRAND EN ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE BEPERKEN. Voor aansluiting van een accessoire buiten de Verenigde Staten: gebruik zo nodig een stekkeradapter met de juiste configuratie voor aansluiting op het stopcontact. Acculader LC-E10E Lader voor accu LP-E10 (pag.
1 Aan de slag In dit hoofdstuk worden de voorbereidende stappen en de basisbediening van de camera uitgelegd. De riem bevestigen Haal het uiteinde van de riem van onderaf door de draagriemring. Haal het uiteinde daarna door de gesp van de riem zoals afgebeeld in de illustratie. Trek de riem strak en zorg ervoor dat deze goed vastzit in de gesp. De oculairafsluiting is ook aan de riem bevestigd.
De accu opladen 1 Verwijder het beschermdeksel. Verwijder het beschermdeksel van de accu. de accu. 2 Plaats Plaats de accu op de juiste manier in de lader zoals afgebeeld in de illustratie. Om de accu te verwijderen, herhaalt u de bovenstaande procedure in omgekeerde volgorde. de accu op. 3 Laad Voor de LC-E10 LC-E10 Klap de contactpunten van de acculader naar buiten, in de richting van de pijl, en steek ze in het stopcontact.
De accu opladen Tips voor het gebruik van de accu en acculader Bij aankoop is de accu niet volledig opgeladen. Laad de accu vóór gebruik op. Het verdient aanbeveling om de accu op te laden op de dag dat u deze gaat gebruiken of een dag ervoor. Zelfs wanneer de camera is opgeborgen, raakt een opgeladen accu geleidelijk aan leeg. Verwijder de accu na het opladen en haal de acculader uit het stopcontact. Verwijder de accu wanneer u de camera niet gebruikt.
De accu en kaart plaatsen en verwijderen Plaats een volledig opgeladen LP-E10-accu in de camera. U kunt in de camera een SD-, SDHC- of SDXC-geheugenkaart gebruiken (afzonderlijk verkrijgbaar). De opnamen worden opgeslagen op de kaart. Zorg ervoor dat het schrijfbeveiligingsschuifje van de kaart omhoog staat zodat schrijven/wissen mogelijk is. De accu en de kaart plaatsen 1 Open het klepje. Schuif het schuifje in de richting van de pijlen en open het klepje. de accu.
De accu en kaart plaatsen en verwijderen Let erop dat u het kaartsleuf-/accucompartimentklepje bij het openen niet te ver naar achteren drukt. Het scharnier zou anders kunnen breken. Het aantal mogelijke opnamen is afhankelijk van de resterende capaciteit van de kaart, de instelling voor de opnamekwaliteit, de ISO-snelheid, enzovoort. Door [z1: Ontspan sluiter zonder kaart] in te stellen op [Uitschakelen], voorkomt u dat u vergeet een kaart te plaatsen.
De accu en kaart plaatsen en verwijderen Wanneer de lees-/schrijfindicator brandt of knippert, betekent dit dat opnamen op de kaart worden gelezen, opgeslagen of gewist, of dat gegevens worden overgebracht. Maak het kaartsleuf-/ accucompartimentklepje niet open. Verricht ook geen van de volgende handelingen wanneer de lees-/ schrijfindicator brandt of knippert. De opnamegegevens, kaart of camera kunnen anders beschadigd raken. • De kaart verwijderen. • De accu verwijderen.
De camera inschakelen Als na het aanzetten van de camera het instelscherm met datum/ tijd/zone wordt weergegeven, raadpleegt u pagina 29 voor het instellen van datum/tijd/zone. <1> : De camera is ingeschakeld. <2> : De camera is uitgeschakeld en werkt niet. Zet de aanuitschakelaar op deze positie wanneer u de camera niet gebruikt. 3 Automatisch uitschakelen Om de accu te sparen, wordt de camera automatisch uitgeschakeld nadat deze circa 30 seconden niet is gebruikt.
De camera inschakelen z Het accuniveau controleren Wanneer de camera wordt ingeschakeld, heeft het batterijniveau een van de volgende vier niveaus. z : De accu is vol. x : Accuniveau is laag, maar de camera kan nog worden gebruikt. c : De accu is bijna leeg. (knippert) n : Laad de accu op.
3 De datum, tijd en tijdzone instellen Wanneer de camera voor het eerst wordt ingeschakeld of als de datum/tijd/zoneinstellingen zijn gereset, wordt het instelscherm datum/tijd/zone weergegeven. Volg de stappen hieronder om eerst de tijdzone in te stellen. Als u de tijdzone van uw woonplaats op de camera instelt en vervolgens naar een andere tijdzone reist, kunt u eenvoudig de juiste tijdzone voor uw bestemming instellen, zodat datum/tijd in de camera automatisch worden aangepast.
3 De datum, tijd en tijdzone instellen de datum en de tijd in. 4 Stel Druk op de pijltjestoetsen en om het cijfer te selecteren. Druk op <0> zodat wordt weergegeven. Druk op de pijltjestoetsen en om het cijfer in te stellen en druk vervolgens op <0>. (Hiermee gaat u terug naar .) de zomertijd in. 5 Stel Stel de zomertijd in als dit nodig is. Druk op de pijltjestoetsen en om [Y] te selecteren. Druk op <0> zodat wordt weergegeven.
3 De interfacetaal selecteren 1 Geef het menuscherm weer. Druk op de knop om het menuscherm weer te geven. op het tabblad [52] de 2 Selecteer optie [TaalK]. Druk op de pijltjestoetsen en om het tabblad [52] te selecteren. Druk op de pijltjestoetsen en om [TaalK] te selecteren en druk vervolgens op <0>. de gewenste taal in. 3 Stel Druk op de pijltjestoetsen om de gewenste taal te selecteren en druk vervolgens op <0>. De interfacetaal wordt gewijzigd.
Een objectief bevestigen en verwijderen De camera is compatibel met alle Canon EF- en EF-S-objectieven. De camera kan niet worden gebruikt in combinatie met EF-M-objectieven. Een objectief bevestigen 1 Witte markering Verwijder de doppen. Verwijder de achterste lensdop en de cameradop door ze los te draaien in de richting die door de pijlen wordt aangegeven. het objectief.
Een objectief bevestigen en verwijderen In- en uitzoomen Om in of uit te zoomen draait u de zoomring op het objectief met uw vingers. Als u wilt in- of uitzoomen, doe dit dan voordat u scherpstelt. Wanneer u na het scherpstellen aan de zoomring draait, kan de scherpstelling verloren gaan. Het objectief verwijderen Druk op de objectiefontgrendelingsknop en draai het objectief in de richting van de pijlen. Draai het objectief totdat dit niet meer verder kan en koppel het objectief los.
Een objectief bevestigen en verwijderen Een zonnekap bevestigen Met een zonnekap kan ongewenst licht worden geblokkeerd en wordt de voorkant van het objectief beschermd tegen regen, sneeuw, stof, enzovoort. Voordat u het objectief in een tas, enzovoort stopt, kunt u de zonnekap ook andersom bevestigen. Als er geen markering op het objectief en de zonnekap aanwezig is: Bevestig de zonnekap. Draai de zonnekap in de richting van de pijl om de kap goed te bevestigen.
Image Stabilizer (beeldstabilisatie) van het objectief Wanneer u gebruik maakt van een objectief met Image Stabilizer (IS, beeldstabilisatie), worden trillingen van de camera gecorrigeerd om scherpere opnamen te krijgen. In de hier uitgelegde procedure wordt het EF-S18-55mm f/3.5-5.6 IS II-objectief als voorbeeld gebruikt. * IS betekent Image Stabilizer (beeldstabilisatie). 1 Zet de IS-schakelaar op <1>. Zet ook de aan-uitschakelaar van de camera op <1>. de ontspanknop half in.
Basisbediening De scherpte van de zoeker aanpassen Draai aan de knop voor dioptrische aanpassing. Draai de knop naar links of rechts zodat de AF-punten (negen vakjes) in de zoeker scherp zijn. Als het beeld in de zoeker na de dioptrische aanpassing van de camera nog niet scherp is, wordt u aangeraden om gebruik te maken van de dioptrische aanpassingslenzen uit de E-serie (afzonderlijk verkrijgbaar). De camera vasthouden Voor scherpe opnamen houdt u de camera stil om bewegingsonscherpte te minimaliseren.
Basisbediening Ontspanknop De ontspanknop heeft twee stappen. U kunt de ontspanknop half indrukken. Vervolgens kunt u de ontspanknop helemaal indrukken. Half indrukken Hiermee activeert u de automatische scherpstelling en het automatische belichtingssysteem dat de sluitertijd en het diafragma instelt. De belichtingsinstelling (sluitertijd en diafragma) wordt in de zoeker weergegeven (0). Wanneer u de ontspanknop half indrukt, wordt het LCD-scherm uitgeschakeld.
Q Quick Control voor opnamefuncties U kunt de opnamefuncties die worden weergegeven op het LCDscherm, rechtstreeks selecteren en instellen. Dit wordt het scherm Quick Control genoemd. 1 Druk op de knop . Het scherm Quick Control wordt weergegeven (7). de gewenste functie in. 2 Stel Druk op de pijltjestoetsen om een functie te selecteren. De geselecteerde functie en Uitleg (pag. 45) worden weergegeven. Draai aan het instelwiel <6> om de instelling te wijzigen.
Q Quick Control voor opnamefuncties Voorbeeld van het scherm Quick Control Diafragma Sluitertijd Lichte tonen prioriteit* Opnamemodus* (pag. 18) ISO-snelheid Belichtingscorrectie/ AEB-instelling Flitsbelichtingscorrectie Ingebouwde flitser omhoog Opnamekwaliteit Beeldstijl AF-bediening Witbalans Auto Lighting Optimizer (Auto optimalisatie helderheid) Transport/zelfontspanner Meetmethode * Deze functies kunnen niet worden ingesteld via het scherm Quick Control.
3 Menugebruik U kunt verschillende instellingen opgeven via de menu's, zoals de opnamekwaliteit, datum/tijd, enzovoort. Knop <0> LCD-scherm Pijltjestoetsen Knop Menuscherm De weergegeven menutabbladen en menu-items kunnen per opnamemodus verschillen.
3 Menugebruik Procedure voor het instellen van het menu 1 Geef het menuscherm weer. Druk op de knop om het menuscherm weer te geven. een tabblad. 2 Selecteer Druk op de pijltjestoetsen en om een tabblad (een groep functies) te selecteren. In deze handleiding verwijst 'het tabblad [z3]' bijvoorbeeld naar het scherm dat wordt weergegeven als het derde tabblad z (Opnamen) van links [ ] wordt geselecteerd. het gewenste item.
3 De kaart formatteren Als de kaart nieuw is of eerder is geformatteerd met een andere camera of computer, moet u de kaart met de camera formatteren. Wanneer de geheugenkaart wordt geformatteerd, worden alle opnamen en gegevens op de kaart verwijderd. Zelfs beveiligde opnamen worden verwijderd; controleer dus of er geen opnamen op de kaart staan die u wilt bewaren. Breng de opnamen en gegevens zo nodig over naar een computer of een ander opslagmedium voordat u de kaart formatteert.
3 De kaart formatteren Gebruik [Kaart formatteren] in de volgende gevallen: De kaart is nieuw. De kaart is geformatteerd met een andere camera of een computer. De kaart is volledig gevuld met opnamen of gegevens. Er wordt een kaartfout weergegeven. Low-levelformattering Voer een low-levelformattering uit als de opname- of leessnelheid van de kaart laag is of als u alle gegevens op de kaart volledig wilt wissen.
Van scherm wisselen op het LCD-scherm Op het LCD-scherm kunnen de opname-instellingen, het menuscherm, opnamen, enzovoort worden weergegeven. Opname-instellingen Wanneer u de camera inschakelt, worden de opname-instellingen weergegeven. Wanneer u de ontspanknop half indrukt, wordt het LCD-scherm uitgeschakeld. Wanneer u de ontspanknop loslaat, wordt het LCD-scherm weer ingeschakeld. Het LCD-scherm kan ook worden uitgeschakeld door op de knop te drukken.
Uitleg De Uitleg verschijnt wanneer u van opnamemodus wisselt of een opnamefunctie instelt, overschakelt op Live view-opnamen of movieopname, of wanneer u Quick Control voor weergave gebruikt. De Uitleg geeft een korte beschrijving van de desbetreffende modus, functie of optie. Ook wordt er een korte beschrijving gegeven wanneer u een functie of optie selecteert in het scherm Quick Control. De Uitleg wordt uitgeschakeld als u verdergaat met een bewerking.
2 Basisfuncties voor het maken en weergeven van opnamen In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de basismodi op het programmakeuzewiel kunt gebruiken voor de beste resultaten en hoe u opnamen kunt weergeven. In de basismodi hoeft u de camera alleen maar op het onderwerp te richten en de opname te maken; de camera stelt alles automatisch in (pag. 64).
A Volautomatisch opnamen maken (Scene Intelligent Auto) is een volautomatische modus. De camera analyseert de scène en stelt automatisch de optimale instellingen in. Bovendien past de camera de scherpstelling automatisch aan door te meten of het onderwerp beweegt of niet (pag. 51). 1 AF-punt Stel het programmakeuzewiel in op . een AF-punt op het 2 Richt onderwerp. Bij het scherpstellen worden alle AFpunten gebruikt. Meestal wordt er op het dichtstbijzijnde object scherpgesteld.
A Volautomatisch opnamen maken (Scene Intelligent Auto) de opname. 4 Maak Druk de ontspanknop helemaal in om de opname te maken. De opname wordt 2 seconden op het LCD-scherm weergegeven. Nadat u klaar bent met fotograferen, duwt u de ingebouwde flitser weer omlaag. De modus zorgt ervoor dat de kleuren in natuur- en buitenopnamen en opnamen van zonsondergangen er indrukwekkender uitzien.
A Volautomatisch opnamen maken (Scene Intelligent Auto) De flitser is afgegaan terwijl er daglicht is. Bij een onderwerp met tegenlicht kan de flitser afgaan om donkere schaduwen op het onderwerp lichter te maken. Als u niet wilt dat de flitser afgaat, gebruikt u de modus Flitser uit (pag. 53). Met uitzondering van de flitsinstelling maakt de camera de opname met dezelfde instellingen als met . De flitser is afgegaan en de resulterende opname is te helder.
A Volautomatische technieken (Scene Intelligent Auto) De compositie opnieuw bepalen Positioneer het onderwerp afhankelijk van de scène links of rechts in beeld, zodat er een uitgebalanceerde achtergrond en een goed perspectief wordt bereikt. In de modus drukt u de ontspanknop half in om scherp te stellen op een niet-bewegend onderwerp. De scherpstelling wordt dan vergrendeld. U kunt de compositie vervolgens opnieuw bepalen en daarna de ontspanknop volledig indrukken om de opname te maken.
A Volautomatische technieken (Scene Intelligent Auto) A Live view-opnamen U kunt opnamen maken terwijl het zoekerbeeld op het LCD-scherm wordt weergegeven. Dit heet 'Live view-opnamen'. Zie pagina 67 voor meer informatie. 1 Geef het Live view-beeld op het LCD-scherm weer. Druk op de knop . Het Live view-beeld wordt op het LCD-scherm weergegeven. scherp op het onderwerp. 2 Stel Richt het middelste AF-punt < > op het onderwerp. Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen.
7 De flitser uitschakelen De camera analyseert de scène en stelt automatisch de optimale instellingen in. Op plaatsen waar het gebruik van een flitser niet is toegestaan, zoals in musea of een aquarium, gebruikt u de modus <7> (Flitser uit). Deze modus is ook geschikt om sfeer vast te leggen, bijvoorbeeld in situaties met kaarslicht. Opnametips Voorkom cameratrilling als de nummerweergave in de zoeker knippert.
C Creative Auto-opnamen In de modus kunt u op eenvoudige wijze de scherptediepte, transport/zelfontspanner en flitser wijzigen. U kunt de sfeer kiezen die u in uw opnamen wilt vastleggen. De standaardinstellingen zijn hetzelfde als in de modus . * CA staat voor Creative Auto. 1 Stel het programmakeuzewiel in op . op de knop . (7) 2 Druk Het scherm Quick Control wordt weergegeven. de gewenste functie in. 3 Stel Druk op de pijltjestoetsen om een functie te selecteren.
C Creative Auto-opnamen (1) Sluitertijd Diafragma ISO-snelheid (2) (3) Accuniveau Opnamekwaliteit (4) Maximumaantal opnamen U kunt op de knop drukken om het volgende in te stellen: (1) Sfeeropnamen U kunt de sfeer instellen die u in uw opnamen wilt vastleggen. Druk op de pijltjestoetsen en of draai aan het instelwiel <6> om de gewenste sfeer te selecteren. U kunt deze ook in een lijst selecteren door op <0> te drukken.
C Creative Auto-opnamen (3) Transport/zelfontspanner: Druk op <0> en stel deze functie in met en of met het instelwiel <6>. Enkelbeeld: U maakt één opname tegelijk. Continue opname: Als u de ontspanknop volledig indrukt, worden er continu opnamen gemaakt. U kunt maximaal circa 3 opnamen per seconde maken. Zelfontspanner:10 sec: De opname wordt 10 seconden na het indrukken van de ontspanknop gemaakt.
2 Portretfoto's maken De modus <2> (Portret) maakt de achtergrond onscherp, zodat personen duidelijker naar voren komen. Ook worden de tinten van de huid en het haar zachter gemaakt. Opnametips Hoe groter de afstand tussen het onderwerp en de achtergrond, hoe beter. Hoe groter de afstand tussen het onderwerp en de achtergrond, hoe waziger de achtergrond eruitziet. Ook steekt het onderwerp beter af tegen een gelijkmatige, donkere achtergrond. Gebruik een teleobjectief.
3 Landschapsfoto's maken Gebruik de modus <3> (Landschap) voor wijdse landschappen of om alles van dichtbij tot veraf scherp in beeld te krijgen. Voor levendige blauwe en groene tinten en zeer scherpe en heldere opnamen. Opnametips Gebruik bij een zoomlens de groothoekzijde. Wanneer u de groothoekzijde van een zoomlens gebruikt, wordt er scherpgesteld op onderwerpen die dichtbij en ver weg zijn. Het geeft landschappen ook meer breedte. Nachtportretten maken.
4 Close-ups maken Wanneer u bloemen of kleine onderwerpen van dichtbij wilt fotograferen, gebruikt u de modus <4> (Close-up). Gebruik een macro-objectief (afzonderlijk verkrijgbaar) om kleine onderwerpen veel groter te laten uitkomen. Opnametips Gebruik een eenvoudige achtergrond. Met een simpele achtergrond komen kleine objecten zoals bloemen beter tot hun recht. Nader het onder onderwerp zo dicht mogelijk. Controleer de minimale scherpstelafstand van het objectief.
5 Opnamen maken van bewegende onderwerpen Gebruik de modus <5> (Sport) om bewegende onderwerpen te fotograferen, bijvoorbeeld rennende mensen of een rijdende auto. Opnametips Gebruik een teleobjectief. Voor opnamen vanaf een afstand wordt het gebruik van een teleobjectief aanbevolen. Gebruik het middelste AF-punt om scherp te stellen. Richt het middelste AF-punt op het onderwerp en druk de ontspanknop vervolgens half in om automatisch scherp te stellen.
6 Nachtportretten maken Gebruik de modus <6> (Nachtportret) als u 's avonds mensen wilt fotograferen en een natuurlijk uitziende achtergrond wilt hebben. U wordt aangeraden een statief te gebruiken. Opnametips Gebruik een groothoekobjectief en een statief. Gebruik bij een zoomlens de groothoekzijde om in het donker een wijds nachtgezicht te verkrijgen. Gebruik tevens een statief om cameratrilling te voorkomen. Controleer de helderheid van het onderwerp.
6 Nachtportretten maken Tijdens Live view-opnamen kan het moeilijk zijn om scherp te stellen op lichtpunten zoals in een avondopname. In dat geval wordt aanbevolen dat u de AF-methode op [Quick-modus] instelt en vervolgens de opname maakt. Als het nog steeds moeilijk is om scherp te stellen, zet u de scherpstelmodusknop op het objectief op en stelt u handmatig scherp. Vraag het onderwerp zich niet bewegen, ook niet nadat er is geflitst.
Q Quick Control Wanneer in de basismodi het scherm met instellingen voor de opnamefunctie wordt weergegeven, kunt u op de knop drukken om het scherm Quick Control weer te geven. In de tabel op de volgende pagina ziet u de functies die in de diverse basismodi kunnen worden ingesteld vanuit het scherm Quick Control. Voorbeeld: portretmodus het programmakeuzewiel in 1 Stel op een basismodus. op de knop . (7) 2 Druk Het scherm Quick Control wordt weergegeven. de functies in.
Q Quick Control Functies die in de basismodi kunnen worden ingesteld o: automatisch ingesteld k: door gebruiker in te stellen Functie u: Enkelbeeld Trans- i: Continue opname portj: 10 sec. modus Zelfontspanner q: Continue opname* a: Automatisch flitsen Flitsen A 7 Sfeeropnamen k k k : niet in te stellen 3 k k k 4 5 6 k k k k k k k k k k k k k k k k k k k o o o o o k o k k Licht-/scèneopnamen De achtergrond onscherper/scherper maken (pag. 55) 2 (pag. 48) (pag.
x Opnamen weergeven Hieronder wordt beschreven hoe u opnamen het eenvoudigst kunt weergeven. 1 Geef de opname weer. Druk op de knop . De laatstgemaakte of laatstbekeken opname wordt weergegeven. een opname. 2 Selecteer Als u opnamen vanaf de laatste opname wilt weergeven, drukt u op de toets . Als u opnamen vanaf de eerste opname (de oudste) wilt weergeven, drukt u op de toets . Telkens als u op de knop drukt, wordt het weergaveformaat gewijzigd.
3 Opnamen maken met het LCDscherm (Live view-opnamen) U kunt opnamen maken terwijl het beeld op het LCDscherm van de camera wordt weergegeven. Dit heet 'Live view-opnamen'. Live view-opnamen zijn geschikt voor niet-bewegende onderwerpen. Wanneer u de camera in de hand houdt en opnamen maakt terwijl u op het LCD-scherm kijkt, kan het bewegen van de camera onscherpe opnamen tot gevolg hebben. U wordt aangeraden een statief te gebruiken.
A Opnamen maken met het LCD-scherm 1 Geef het Live view-beeld weer. Druk op de knop . Het Live view-beeld wordt op het LCD-scherm weergegeven. In het Live view-beeld wordt het helderheidsniveau van de daadwerkelijk te maken opname nauwkeurig benaderd. scherp op het onderwerp. 2 Stel Wanneer u de ontspanknop half indrukt, stelt de camera scherp met de actuele AF-methode (pag. 71). de opname. 3 Maak Druk de ontspanknop helemaal in.
A Opnamen maken met het LCD-scherm Live view-opname inschakelen Stel [Live view-opname.] in op [Inschakelen]. De Live view-menuopties worden in de basismodi onder [z2] en in de creatieve modi onder [z4] weergegeven.
A Opnamen maken met het LCD-scherm Informatiedisplay Telkens als u op de knop drukt, wordt het informatiedisplay vernieuwd.
Scherpstellen met AF (AF-methode) De AF-methode selecteren U kunt een AF-methode selecteren die bij de opnamesituatie en bij uw onderwerp past. De volgende AF-methoden zijn beschikbaar: [FlexiZone - Single], [uLivemodus] (met gezichtsherkenning, pag. 72) en [Quick-modus] (pag. 74). Wanneer u nauwkeurig wilt scherpstellen, zet u de scherpstelmodusknop op het objectief op , vergroot u de opname en stelt u handmatig scherp. Selecteer de AF-methode. Selecteer op het tabblad [z4] de optie [AF-methode].
Scherpstellen met AF (AF-methode) scherp op het onderwerp. 3 Stel Richt het AF-punt op het onderwerp en druk de ontspanknop half in. Als de scherpstelling is bereikt, wordt het AF-punt groen en klinkt er een pieptoon. Als de scherpstelling niet wordt bereikt, wordt het AF-punt oranje. de opname. 4 Maak Controleer de scherpstelling en belichting en druk de ontspanknop helemaal in om de opname te maken (pag. 68).
Scherpstellen met AF (AF-methode) scherp op het onderwerp. 3 Stel Druk de ontspanknop half in; de camera stelt vervolgens scherp op het gezicht dat door het kader
wordt gemarkeerd. Als de scherpstelling is bereikt, wordt het AF-punt groen en klinkt er een pieptoon. Als de scherpstelling niet wordt bereikt, wordt het AF-punt oranje. Als er geen gezicht kan worden herkend, wordt het AF-punt < > weergegeven en wordt scherpgesteld op het midden. de opname.
Scherpstellen met AF (AF-methode) Quick-modus:f De speciale AF-sensor wordt gebruikt om in de modus 1-beeld AF met dezelfde AF-methode scherp te stellen als bij het maken van opnamen door de zoeker. Hoewel u snel kunt scherpstellen op het gewenste onderwerp, wordt het Live view-beeld tijdens de AF-bediening even onderbroken. U kunt negen AF-punten gebruiken om scherp te stellen (automatische selectie).
Scherpstellen met AF (AF-methode) scherp op het onderwerp. 3 Stel Richt het AF-punt op het onderwerp en druk de ontspanknop half in. Het Live view-beeld wordt uitgeschakeld, de reflexspiegel wordt neergeklapt en er wordt automatisch scherpgesteld. (Er is geen opname gemaakt.) Als de scherpstelling is bereikt, wordt het AF-punt waarop is scherpgesteld groen en wordt het Live view-beeld opnieuw weergegeven. Als de scherpstelling niet wordt bereikt, wordt het AF-punt oranje en gaat het knipperen.
4 Movie-opname U kunt movie-opnamen inschakelen door het programmakeuzewiel in te stellen op . De opnameindeling voor movies is MOV. Zie pagina 5 voor kaarten waarop movies kunnen worden opgeslagen. Full HD 1080 Full HD 1080 duidt op compatibiliteit met HighDefinition met 1080 verticale pixels (scanlijnen).
k Movie-opname U wordt aangeraden de camera op een televisie aan te sluiten als u opgenomen movies wilt afspelen. Opnamen maken met automatische belichting 1 Stel het programmakeuzewiel in op . De reflexspiegel maakt een geluid en de opname verschijnt op het LCD-scherm. scherp op het onderwerp. 2 Stel Voordat u een movie opneemt, stelt u scherp met AF of met handmatige scherpstelling (pag. 71-75). Wanneer u de ontspanknop half indrukt, stelt de camera scherp met de huidige AF-methode.
k Movie-opname Informatiedisplay Telkens als u op de knop drukt, wordt het informatiedisplay vernieuwd.
3 Het movie-opnameformaat instellen Met de menuoptie [Z2: Movieopn.formaat] kunt u het beeldformaat van de movie [****x****] en de Framerate [9] (aantal opgenomen beelden per seconde) selecteren. De 9 (Framerate) schakelt automatisch over, afhankelijk van de instelling van [Z2: Videosysteem]. Beeldformaat [1920x1080] (A) : Full HD-opnamekwaliteit (Full High-Definition). De beeldverhouding (aspect ratio) is 16:9. [1280x720] (B) : HD-opnamekwaliteit (High-Definition).
3 Het movie-opnameformaat instellen Totale opnametijd voor movies en bestandsgrootte per minuut Movie-opnameformaat Totale opnameduur (bij benadering) Kaart van 4 GB Kaart van 8 GB Kaart van 16 GB Bestandsgrootte (bij benadering) 11 min. 22 min. 44 min. 330 MB/min. 11 min. 22 min. 44 min. 330 MB/min. 46 min. 1 uur 32 min. 3 uur 4 min. 82,5 MB/min.
5 Opnamen weergeven In dit hoofdstuk worden de basisfuncties voor het weergeven van opnamen en movies beschreven. Opnamen die zijn gemaakt en opgeslagen met een ander toestel Mogelijk geeft de camera opnamen die met een andere camera zijn vastgelegd of met een computer zijn bewerkt, of waarvan de bestandsnaam is gewijzigd niet goed weer.
x Snel opnamen zoeken H Meerdere opnamen weergeven op één scherm (indexweergave) Zoek snel naar opnamen met de indexweergave, waarbij 4 of 9 opnamen op 1 scherm worden weergegeven. 1 Geef de opname weer. Als u op de knop drukt, wordt de laatstgemaakte opname weergegeven. over naar de indexweergave. 2 Schakel Druk op de knop . Er verschijnt een index van 4 opnamen. De geselecteerde opname wordt gemarkeerd met een oranje kader.
u/y Vergrote weergave Opnamen kunnen op het LCD-scherm circa 1,5 tot 10 maal worden uitvergroot. 1 Vergroot het beeld. Druk tijdens opnameweergave op de knop . De opname wordt vergroot. Als u de knop ingedrukt houdt, wordt de opname verder vergroot tot de maximale vergroting is bereikt. Druk op de knop om de vergroting te verkleinen. Als u de knop ingedrukt houdt, wordt de vergroting verder verkleind totdat het normale formaat van de opname is bereikt.
k Movies afspelen 1 Geef de opname weer. Druk op de knop om een opname weer te geven. een movie. 2 Selecteer Druk op de pijltjestoetsen en om een movie te selecteren. Bij de weergave van één opname geeft het pictogram <1s> linksboven op het scherm aan dat het een movie betreft. Als de movie een videosnapshot is, wordt [ s] weergegeven. In de indexweergave geeft de perforatie links van een miniatuur aan dat het een movie is. Movies kunnen niet in de indexweergave worden weergegeven.
k Movies afspelen Movieweergavepaneel Bewerking Beschrijving van weergave 2 Afsluiten Hiermee keert u terug naar de weergave van één opname. 7 Afspelen Door op <0> te drukken, kunt u schakelen tussen weergeven en stoppen. 8 Vertraagd Wijzig de vertragingssnelheid met behulp van de pijltjestoetsen en . De vertragingssnelheid wordt rechtsboven op het scherm weergegeven. 5 Eerste beeld Hiermee wordt het eerste beeld van de movie weergegeven.
L Opnamen wissen U kunt overbodige opnamen één voor één selecteren en wissen, of in een batch. Beveiligde opnamen worden niet gewist. Als een opname eenmaal is gewist, kan deze niet meer worden teruggehaald. Wis een opname pas als u zeker weet dat u deze niet meer nodig hebt. Beveilig belangrijke opnamen om te voorkomen dat deze per ongeluk worden gewist. Als u een 1+73-afbeelding wist, wist u zowel de RAW- als de JPEGopname. Een afzonderlijke opname wissen de opname weer die u wilt 1 Geef wissen.
6 De instructiehandleidingen op de dvd-rom weergeven/ Opnamen downloaden naar een computer In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de instructiehandleidingen voor de camera en de software (op de meegeleverde dvd-rom) weergeeft op de computer en hoe u opnamen van de camera naar de computer downloadt. Ook vindt u in dit hoofdstuk een overzicht van de software die zich op de EOS Solution Disk (cd-rom) bevindt en wordt uitgelegd hoe u de software op de computer installeert.
De EOS Camera Instruction Manuals Disk (dvd-rom) weergeven EOS Camera Instruction Manuals Disk XXX De EOS Camera Instruction Manuals Disk (dvd-rom) bevat de volgende elektronische handleidingen (pdf): CEL-XXX XXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX © CA . e EU NON IN C. 20XX. Made in th Instructiehandleiding Uitleg van de functies en bediening van de camera, waaronder de basisfuncties.
De EOS Camera Instruction Manuals Disk (dvd-rom) weergeven De EOS Camera Instruction Manuals Disk (dvd-rom) weergeven [WINDOWS] EOS Camera Instruction Manuals Disk XXX CEL-XXX XXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX © CA . e EU NON IN C. 20XX. Made in th EOS Camera Instruction Manuals Disk Kopieer de instructiehandleidingen (pdf) op de dvd naar de computer. 1 Plaats de EOS Camera Instruction Manuals Disk (dvd) in het dvdromstation van de computer.
De EOS Camera Instruction Manuals Disk (dvd-rom) weergeven De EOS Camera Instruction Manuals Disk (dvd-rom) weergeven [MACINTOSH] EOS Camera Instruction Manuals Disk XXX CEL-XXX XXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX © CA . e EU NON IN C. 20XX. Made in th EOS Camera Instruction Manuals Disk Kopieer de instructiehandleidingen (pdf) op de dvd naar de computer. 1 Plaats de EOS Camera Instruction Manuals Disk (dvd) in het dvdromstation van de Macintosh. 2 3 4 Dubbelklik op het pictogram van de dvd.
Opnamen downloaden naar een computer U kunt de EOS-software gebruiken om de opnamen op de camera naar een computer te downloaden. Dit kan op twee manieren. Downloaden door de camera op de computer aan te sluiten 1 Installeer de software (pag. 96). de meegeleverde 2 Gebruik interfacekabel om de camera op een computer aan te sluiten. Gebruik de interfacekabel die bij de camera is geleverd.
Opnamen downloaden naar een computer Opnamen downloaden met een kaartlezer U kunt ook een kaartlezer gebruiken om opnamen naar de computer te downloaden. Installeer de software (pag. 96). 1 2 Plaats de kaart in de kaartlezer. Canon-software om de 3 Gebruik opnamen te downloaden. Gebruik Digital Photo Professional. Gebruik ImageBrowser EX. Raadpleeg de softwareinstructiehandleiding (pdf, pag. 91) op de dvd-rom voor meer informatie.
Informatie over de software EOS Solution Disk XXX EOS Solution Disk Deze cd bevat de volgende software voor EOS-camera's. CEL-XXX XXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX Windows XXX XXX Mac OS X XXX XXX © CA U. the E NON INC . 20XX. Made in De software die bij eerdere camera's is geleverd, biedt mogelijk geen ondersteuning voor foto's en moviebestanden die met deze camera worden gemaakt. Gebruik de software die bij deze camera wordt geleverd.
De software installeren De software op Windows installeren Compatibele Windows 8.1 besturingssystemen Windows XP 1 Windows 8 Windows 7 Windows Vista Controleer of de camera niet op de computer is aangesloten. Sluit de camera pas op de computer aan nadat u de software hebt geïnstalleerd. Anders zal de software niet op de juiste manier worden geïnstalleerd. 2 Plaats de EOS Solution Disk (cd) in het cd-romstation. 3 4 Selecteer uw regio, land en taal.
De software installeren De software op Macintosh installeren Compatibele besturingssystemen MAC OS X 10.7 - 10.9 1 Controleer of de camera niet op de computer is aangesloten. 2 Plaats de EOS Solution Disk (cd) in het cd-romstation. Dubbelklik op het bureaublad van uw computer op het cdrompictogram en dubbelklik vervolgens op [Canon EOS Digital Installer/Installatieprogramma Canon EOS Digital]. 3 Selecteer uw regio, land en taal.
Handelsmerken o Adobe is een handelsmerk van Adobe Systems Incorporated. o Microsoft en Windows zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. o Macintosh en Mac OS zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Apple Inc. in de Verenigde Staten en andere landen. o Het SDXC-logo is een handelsmerk van SD-3C, LLC.
Het gebruik van echte Canon-accessoires wordt aanbevolen Dit product levert uitstekende prestaties wanneer het wordt gebruikt met echte Canon-accessoires. Canon is niet verantwoordelijk voor enige schade aan dit product en/of ongelukken zoals brand, enzovoort, die worden veroorzaakt door accessoires die niet van Canon zijn (bijvoorbeeld lekkage en/of explosie van een accu). Deze garantie is niet van toepassing op reparaties die het gevolg zijn van defecten in accessoires die niet van Canon zijn.
Veiligheidsmaatregelen Voorkom letsel, dodelijke ongevallen of schade aan materiaal door deze veiligheidsmaatregelen op te volgen en de apparatuur op de juiste manier te gebruiken. Voorkomen van ernstig letsel en dodelijke ongevallen • Voorkom brand, oververhitting, lekkage van chemische stoffen en explosies door de onderstaande veiligheidsmaatregelen op te volgen: - Gebruik geen accu's, voedingsbronnen of accessoires die niet in deze handleiding worden genoemd.
• Verwijder de accu en haal de stekker uit het stopcontact als u de camera of een accessoire langere tijd niet gebruikt. Zo voorkomt u elektrische schokken, warmteontwikkeling en brand. • Gebruik de apparatuur niet in de buurt van ontvlambaar gas. Zo voorkomt u een explosie of brand. • Als u de apparatuur laat vallen en de behuizing zodanig beschadigd raakt dat de inwendige onderdelen bloot komen te liggen, raak deze dan niet aan. Deze onderdelen staan mogelijk onder stroom.
Letsel en schade aan apparatuur voorkomen • Laat de apparatuur niet in een auto achter die in de zon staat of in de nabijheid van een warmtebron. De apparatuur kan heet worden en brandwonden veroorzaken. • Loop niet met de camera als deze op een statief is bevestigd. Dit kan letsel veroorzaken. Controleer of het statief stevig genoeg is om de camera en het objectief te dragen. • Laat een objectief of camera met objectief niet zonder lensdop in de zon liggen.
Uitsluitend bestemd voor de Europese Unie en EER (Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) Met deze symbolen wordt aangegeven dat dit product in overeenstemming met de AEEA-richtlijn (2012/19/EU), de richtlijn 2006/66/EG betreffende batterijen en accu's en/of de plaatselijk geldende wetgeving waarin deze richtlijnen zijn geïmplementeerd, niet bij het normale huisvuil mag worden weggegooid.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES 1. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES — Deze handleiding bevat belangrijke informatie over veiligheid en bedieningsinstructies voor acculaders LC-E10 en LC-E10E. 2. Lees voordat u de lader in gebruik neemt, eerst alle instructies en opmerkingen over (1) de lader, (2) de accu en (3) het product met gebruik van de accu. 3. WAARSCHUWING — Laad alleen accu LP-E10 op, om het risico op letsel te verkleinen.
CANON INC. 30-2 Shimomaruko 3-chome, Ohta-ku, Tokyo 146-8501, Japan Europa, Afrika & Midden-Oosten CANON EUROPA N.V. PO Box 2262, 1180 EG Amstelveen, Nederland Raadpleeg uw garantiekaart of ga naar www.canon-europe.com/Support voor informatie over het dichtstbijzijnde Canon-kantoor Dit product en de hieraan gekoppelde garantie worden in landen in Europa geleverd door Canon Europa N.V. De objectieven en accessoires die in deze instructiehandleiding worden genoemd, zijn actueel in januari 2014.