User manual
82
U kunt de sfeer selecteren die u voor de opname wilt gebruiken,
behalve wanneer de basismodus <A>, <7> of <G> is ingesteld.
1
Stel het programmakeuzewiel op een
van de volgende modi in:
<C>
,
<2>,
<3>, <4>, <5>
of
<8>
.
Als de opnamemodus <8> is, stelt
u een van de volgende opties in:
<C>, <P>, <x>, <6> of <F>.
2
Geef het Live view-beeld weer.
Druk op de knop <A> om het
Live view-beeld weer te geven
(behalve bij <x>).
3
Selecteer in het scherm Snel
instellen de gewenste sfeer.
Druk op de knop <Q> (7).
Druk op de pijltjestoetsen <W> en
<X> om [ Standaard] te
selecteren. [Sfeeropnamen] wordt
weergegeven op het scherm.
Opname via sfeerselectie
Sfeer
C/2/3/
4/5
8
Sfeereffect
C/6/F P/x
Standaard
kkk
Geen instelling
Levendig
kk
Zwak/Standaard/Sterk
Soft
kk
Zwak/Standaard/Sterk
Warm
kk
Zwak/Standaard/Sterk
Intens
kk
Zwak/Standaard/Sterk
Koel
kk
Zwak/Standaard/Sterk
Helderder
kkk
Zwak/Normaal/Sterk
Donkerder
kkk
Zwak/Normaal/Sterk
Monochroom
kkk
Blauw/Z/W/Sepia










