Operation Manual
OPNEMEN
30
1 Zet de aan/uit-schakelaar op ON om de
camcorder in de stand CAMERA te
zetten.
De rode CAMERA-indicator gaat
vervolgens branden.
2 Zet de / schakelaar in de stand
(foto's).
3 Wijzig, indien nodig, het
opnamemedium voor het maken van
de foto's.
Raadpleeg
Het opnamemedium voor de
foto's selecteren
(30).
4 Druk half in.
• Zodra automatisch scherp is gesteld,
verandert in een groene kleur en
verschijnen er een of meer AF-kaders.
• Als u indrukt op
de draadloze afstandsbediening, wordt
de foto onmiddellijk gemaakt.
5 Druk volledig in.
De kaarttoegangsindicator (CARD) of
schijftoegangsindicator (DISC) gaat
knipperen terwijl de foto wordt gemaakt.
BELANGRIJK
Terwijl het schijf/kaarttoegangssymbool
( of ) op het scherm wordt
weergegeven, en wanneer de
schijftoegangsindicator (DISC) of
kaarttoegangsindicator (CARD) brandt of
knippert, moet u zich houden aan de
voorschriften hieronder. U kunt uw gegevens
anders voorgoed kwijtraken.
- Stel de camcorder niet bloot aan trillingen
of stoten.
- Open de schijfafdekking of de afdekking
van de geheugenkaartsleuf niet en verwijder
de schijf of geheugenkaart niet.
- Haal de stekker niet uit het stopcontact en
zet de camcorder niet uit.
- Wijzig de stand van de / schakelaar
of de bedieningsstand niet.
OPMERKINGEN
Als het onderwerp niet geschikt is voor
automatische scherpstelling, verandert in
een gele kleur. Houd half ingedrukt
en stel handmatig scherp met ( ) op de
meerkeuzeschakelaar.
Het opnamemedium voor de foto's
selecteren
Foto's kunt u maken op de geheugenkaart of
de schijf. Het standaardopnamemedium
voor foto's is de geheugenkaart. Zolang u de
opnamebestemming niet wijzigt, worden
foto's gemaakt op het laatst geselecteerde
opnamemedium.
1 Druk op .
2 Selecteer [SYSTEM SETUP] met ( )
en druk op ( ).
3 Selecteer ( ) [MEDIA SEL. ] met
( ) en druk op.
4 Selecteer [DISC] of [CARD] met ( )
en druk op ( ) om de instelling op te
slaan en het menu te sluiten.
Tijdens het opnemen verandert het
bedieningsstandsymbool in (foto's op
schijf [DISC]) of (foto's op kaart
[CARD]), afhankelijk van welk
opnamemedium is geselecteerd. In de
afspeelstand verandert het
bedieningsstandsymbool in (foto's op
schijf [DISC]) respectievelijk (foto's
op kaart [CARD]).
PHOTO
PHOTO
PHOTO
(11)
MENU
(24)
PHOTO
MENU










