User Manual

Table Of Contents
11
Installatie-instructies
4 Toevoerslang op koud water aansluiten
Leidingwerk -- Watertoevoeraansluiting
BELANGRIJK!
Het apparaat moet worden aangesloten op de waterleiding met behulp van de
nieuwe meegeleverde watertoevoerslang. Oude slangen mogen niet worden
gebruikt.
Kort de toevoerslang niet in.
1. Let op de vereisten voor wateraansluiting.
De vaatwasser heeft een wateraansluiting met één klep.
Wij raden een koudwateraansluiting aan voor de beste prestaties en energie-
efficiëntie.
De temperatuur van het inkomende water mag niet hoger zijn dan 25°C. 2.Let op de
toegestane waterdrukwaarden.
Laagste waarde: 0,3 bar = 3 N/cm
2
= 30 kPa
Als de druk lager is dan 1 bar, neem dan contact op met een gekwalificeerde
loodgieter.
Hoogste waarde: 10 bar = 100 N/cm
2
= 1 MPa
Bij een druk van meer dan 10 bar moet een drukreduceerventiel worden
geïnstalleerd. Neem contact op met een gekwalificeerde loodgieter.
3. Sluit de waterinlaatslang aan op een toegankelijke waterkraan met een 3/4” BSP-
aansluiting. Zorg ervoor dat er geen knik in de toevoerslang zit die de waterstroom zou
kunnen beperken. Een bocht van 90° vereist een minimale hoogte van 200 mm voor
een knikvrije bocht.
Zorg ervoor dat het inkomende water helder is. Als de waterleidingen gedurende
een lange periode niet gebruikt zijn, laat dan het water lopen om er zeker van te zijn
dat het helder is en geen onzuiverheden bevat. Als u dit niet doet, kan de
watertoevoerslang verstopt raken en het apparaat beschadigen.
Gebruik indien nodig een filterelement om afzettingen uit het leidingwerk te filteren.
De filterinzet is verkrijgbaar bij uw geautoriseerde servicecentrum of klantenservice.
4. Draai de slangkoppeling na contact met de afdichting nog een halve slag vast.
5. Controleer of de verbinding niet lekt.
min.
10mm
¾” BSP-aansluiting
1
Zorg ervoor dat de
meegeleverde rubberen
ring in de koppeling is
gemonteerd.
180°
Draai de
koppeling met een
moersleutel vast.
Geen
lekkage!
2